m.s. Karaton |
Op 5 januari 1954 kreeg ik opdracht aan te monsteren op de KPM-er Karaton na in Singapore te zijn afgemonsterd van de Armilla. Een lange reis is dat niet geworden. Voor zover ik mij herinner een reisje langs diverse havens in Straat Malakka, dan rond Atjeh en langs de westkust van Sumatra naar Tanjung Priuk. Daar eindigde op 30 januari 1954 mijn reis en stond ik weer genoteerd voor de volgende opdracht. Dat zou eigenlijk een thuisvarend schip naar Nederland moeten worden, omdat mijn uiterlijke tropentermijn al lang verstreken was. Verlof naar Nederland moest in die tijd nog altijd varend gebeuren, want vliegen was toen nog niet gebruikelijk in de koopvaardijwereld. Je moest het dan wel hebben van collega's die bereid waren hun plaats op een thuislijn op te geven voor het grote avontuur in de aziatische wateren. Voordat R.H. tenslotte een plaatsje voor mij vrij had op een thuisvarend schip zou ik eerst nog even een rondtripje op de KPM-er Both maken. |