Op 18 juli 1979 tekende ik in Rotterdam
een contrakt voor 5 maanden met Sanko Marine. Ik zou
worden uitgezonden naar de tanker Manhattan Baron, varend
onder de liberiaanse vlag. Het schip lag in Baytown,
Texas, dus begon ik met een vlucht van Amsterdam naar
Houston en vandaar per auto van het agentschap naar
Baytown. Bij het aan boord gaan en het ophieuwen van mijn
bagage viel nog even een koffer uit de hijs en belandde
in het water tussen schip en kaai. Daar ik mij toen al
bezig hield met het radio-zendamateurisme
(beroepsdeformatie?) had ik een bouwpakket voor een 2
meter VHF transceiver in die koffer. Na veel moeite om
alle onderdelen van het brakke water te ontdoen het
apparaat toch in elkaar gezet, maar het heeft nooit echt
goed gewerkt. Dat was dus mijn entree op het nieuwe
schip.
Zoals gebruikelijk op liberiaanse vlag schepen was de
bemanningssamenstelling gevarieerd. Officieren meest
europees en de crew filippijns. De kapitein was Cptn
Breiting, een duitser. Een schaakliefhebber waar ik menig
partijtje mee heb gespeeld. Nogal anti-amerikaans. Dat
kwam niet zo mooi uit want we kwamen wel vaak in New
York, dat hij "the greatest shithouse on earth"
placht te noemen. Uit principe weigerde hij altijd duits
met mij te spreken. Hij was van mening dat in een
multi-nationaal gezelschap engels moest worden gesproken.
Hij was ook nogal geinteresseerd in mijn radio-hobby en
was van plan zelf ook een machtiging te behalen. Ook na
het samen varen heb ik daardoor later nog wel een poosje
contakt met hem gehad.
We bevoeren voornamelijk de amerikaanse oostkust en het
caraibisch gebied. Meest voorkomende havens waren
Baytown, New York, San Nicolas op Aruba, Willemstad,
Baton Rouge, Galveston en misschien nog wat havens die ik
me niet herinner.
Wat accomodatie betreft had ik het goed getroffen. Een
ruime 2-persoonskooi en een keurige badkamer. Dit alles
werd prima onderhouden door de filipino hutsteward. Niets
te klagen dus.
Wat mijn werk betreft kreeg ik hier voor het eerst te
maken met het verzorgen van de scheepsadministratie als
extra taak. Ook nieuw voor mij was dat in praktisch alle
aanloophavens een japanse rederijsinspecteur aan boord
kwam om de gang van zaken te controleren. Zeer
conscientieus volkje die jappen. Ik heb eens een japanse
radio-inspector aan boord gehad die de gehele dag bezig
is geweest alle apparatuur door te draaien en op goede
werking te controleren. Ik hoefde daar zelf niet bij te
blijven en mocht gewoon de wal op gaan.
Ik kan wel zeggen dat ik op dat schip met plezier heb
gevaren tot ik op 11 december 1979 in San Nicolas werd
afgelost om terug naar Amsterdam te vliegen. Ik had het
voornemen om voorlopig een poosje thuis te blijven. Om
dat financieel mogelijk te maken en niet de verdiende
Sanko spaarcentjes te moeten opsouperen, meldde ik me
weer als centralist bij Beuker
Bewaking.

|