
Hierboven
het ontvangstation op het Sluiseiland waar ik op 1
november 1963 binnenging om het maritieme radio-gebeuren
eens van de andere kant te bekijken en er na een korte
inwerkperiode, onder kundige leiding van de heer Meyer,
ook zelf aan deel te nemen.
Dit leek, in tegenstelling tot eerdere walbaantjes, de
ideale plek voor een R/O die het varen voor gezien wilde
houden. De detachering werd door mij verwelkomd omdat het
mij de gelegenheid gaf me meer bezig te houden met mijn
kort tevoren geboren jongste dochter. Ik wilde ook eens
deel uitmaken van een normaal gezin van huisje, boompje,
beestje. Ik bleek trouwens niet de enige te zijn die er
zo over dacht, want ik ontmoette er veel ex-RH collega's
achter de morsesleutels, die inmiddels al de status van
rijksambtenaar hadden aangenomen. In den beginne vond ik
het prachtig. Je was aan wal en behield toch het
dagelijks contakt met het maritieme bedrijf waar je
jarenlang vertrouwd mee was geraakt. Praktisch dagelijks
spoedde ik mij dus van Amsterdam, mijn woonplaats, naar
IJmuiden voor de diverse, soms tamelijk zware, diensten.
Dag, nacht en ook vaak beide binnen een etmaal.
Daar ik mij kan voorstellen dat niet alle bezoekers van
deze website zich voor een uitgebreide lezing over het
werken op Scheveningenradio zullen interesseren, ga ik
hier op deze pagina niet verder op door. Later kom ik er
in afzonderlijke pagina's nog wel uitgebreider op terug.
Voor een goede aansluiting op de hierna volgende pagina's
moet ik echter nog wel even duidelijk maken hoe ik ten
slotte toch weer op zee belandde. Toen ik na ruim een
jaar weer de kriebels kreeg en begon te twijfelen of een
permanent bestaan als ambtenaar (inmiddels had ik alweer
ontslag gevraagd bij RH) mij zou bevallen, was ik
inmiddels al beinvloed door een van de oudere
PCH-collega's die mij mooie verhalen vertelde over de
bananenvaart van de Fa. Waling Van Geest te 's
Gravenzande. Een bekend tuindersbedrijf, ook deels
gevestigd in Engeland en met relaties in het Caraibisch
gebied waar van eigen plantages bananen naar Europa
werden verscheept. Na hiervoor aanvankelijk
charter-schepen te hebben gebruikt was men later met
eigen schepen gaan varen, waardoor dus ook het ontstaan
van een nautische afdeling onvermijdelijk bleek. Ze
hadden ook een aantal coasters die vanuit Maassluis vee
uit Ierland transporteerden. De engelse afdeling ging
later zelfs over tot de bouw van grote schepen met
passagiersaccomodatie. Zo had men tenslotte een vloot van
koelschepen bestaande uit de Geeststar, de
Geestland (de kleine schepen onder nederlandse vlag) , de
Geestbay en de Geestport, beide met accomodatie voor 12
passagiers en onder de britse vlag. De Geeststar zou mijn
schip worden, maar eerst moest ik nog naar
Ships Radio Service.

|