m.s. Nedlloyd Schie
Nedlloyd Lines

Na mijn terugkeer in Nederland had ik op 30 juli 1980 een sollicitatiegesprek bij Radio Holland. Dit had als positief resultaat dat ik weer in dienst kon komen, mits de uitslag van de medische keuring goed zou zijn. Verder moest ik mij nog onderwerpen aan de gebruikelijke jaarlijkse seinproef. Dit alles leverde geen problemen op, zodat mijn her-indiensttreding werd bevestigd. Hierbij werd mij het volle aantal dienstjaren met bijbehorende gage meegegeven. Een gunstig te noemen resultaat dus en nu was het wachten op de uitzending naar mijn eerste schip onder nederlandse vlag sinds jaren.
Op 2 september tekende ik in Rotterdam het contract voor aanmonstering op de Nedlloyd Schie, waar mijn dienst op 11 september zou beginnen.
En zo vertrok ik dan van Amsterdam met Air Maroc naar Abidjan in Cote d'Ivoir om mijn koffertjes aan dek van bovengenoemd schip te laten hijsen. Vandaar ging de reis naar Cotonou in Benin en vandaar op 3 october naar Lagos, waar we enkele weken zouden liggen, voorlopig op de rede. Daar zouden we ongeveer 3 weken doorbrengen. Niet ongebruikelijk in die dagen. Het was algemeen bekend dat het een onveilige haven was, waar schepen 's nachts op bezoek van piraten moesten rekenen. Ten anker liggend werd er danook wacht gelopen aan dek en werden brandslangen en bierflessen klaar gehouden om te beletten dat piraten aan boord zouden klimmen. Binnen liggend werden zo geheten "bow and arrow men" ( met pijl en boog bewapende wachtslieden) ingehuurd om piraten op afstand te houden. Spannende tijden dus.
Liggende op de rede ontmoette ik weer mijn oude vriend Waldmeier van de Polar Uruguay. Nog steeds dezelfde avonturiersgeest. Hij kwam bij ons met de sloep langszij voor een bezoekje nadat hij had vernomen dat ik aan boord van de Nedlloyd Schie zat. Met enkele andere officieren o.a. de HWTKvan de Schie werden we uigenodigd op zijn schip voor een etentje. We werden netjes met de sloep afgehaald. Het was keurig verzorgd, compleet met stewards in witte jasjes. Uiteraard werd Waldmeier uitgenodigd voor een tegenbezoek. Aan boord van het Nedlloyd schip liep het allemaal minder netjes. De gasten kwamen rond het middaguur aan boord en werden in afwachting van de lunch aan de bar geparkeerd om onder het genot van een pilsje wat te babbelen met de Nedlloyd collega's. Het werd een fiasco waar ik me diep voor heb geschaamd als officier bij de christelijke nederlandse koopvaardij. Onze kapitein vond het kennelijk niet de moeite waard om zijn collega van een onder vreemde vlag varend schip te ontmoeten en drukte zijn snor. Onze 2e officier bleek een oude kennis van Waldmeier te zijn. Ze hadden samen op de zeevaartschool in Rotterdam gezeten, hetgeen onze 2e officier zich z.g.n. niet kon herinneren. Het leek mij duidelijk dat hier sprake was van jalouzie. Hij nog maar 2e en zijn medestudent al kapitein, al was het dan op een schip onder liberiaanse vlag. Het ergste moest nog komen. Tussen 12.30 en 13.00 begaven onze eigen mensen zich naar de salon voor de lunch. Onze gasten werd niet gevraagd mee te komen. De HWTK bleef fatsoenlijk en tapte nog wat pilsjes. Toen Waldmeier liet blijken wel trek in een hapje te krijgen werd het aanbod gedaan wat snert van de vorige dag op te warmen. Ik schaamde me dood, maar kon er niets aan veranderen. De snert werd geweigerd en korte tijd later vertrok de sloep van Willem richting Polar Uruguay. Het was zijn laatste bezoek aan de Nedlloyd Schie. Voor mij een "leuke" hernieuwde kennismaking met de nederlandse koopvaardij.
Vanaf de ligtijd in Lagos kan ik weinig of geen exacte bijzonderheden meer in mijn herinnering terugvinden. Zeker geen data, maar ook het verdere verloop van de reis is vaag. Ik kan me nog herinneren dat we kort in Kaapstad hebben gelegen en vandaar de reis vervolgden naar het Verre Oosten. Helaas kan ik me daar niets meer van herinneren. Ik kan wel een aantal havens noemen, maar daar ik zeer veel in Azie heb rondgevaren kan ik al die plaatsen niet meer altijd aan een bepaald schip koppelen, tenzij ik gegevens op papier heb staan. Voor de Nedlloyd Schie is dat niet het geval. Ik moet dus volstaan met de informatie dat ik op 15 januari 1981 in Singapore ben afgemonsterd. Dat wordt door de paraaf van de kapitein in het monsterboekje bevestigd. Na van Singapore naar Amsterdam te zijn gevlogen was het dus weer even verlof thuis. Daarna gaan we weer tijdelijk terug naar de baggerwereld, n.l. de
Libra.