Statue of Liberty
Supertanker 48.000 tons
Amerikaanse reder Cities Service

Half juni 1954, de juiste datum niet meer vast te stellen. Door R.H. naar Phs. Van Ommeren te Rotterdam gestuurd om te worden uitgezonden naar een onder liberiaanse vlag varende super-tanker. De Statue of Liberty, eigendom van de amerikaanse oliemaatschappij Cities Service, was een nieuwbouwschip, liggend aan de werf in New Port News in de V.S. De bemanning zou door Van Ommeren worden geleverd en worden overgevlogen. Dit werd dan ook meteen de eerste vliegreis van mijn leven, een avontuur op zich. We vertrokken met de complete crew van Schiphol met een oude Dakota van Eastern Airlines. Eerste tussenstop was Shannon (Ierland). Toen de grote oversteek naar Gander (New Foundland). Tijdens die oversteek leek het niet allemaal goed te kloppen met die kist. Als nieuwbakken luchtreiziger maakte ik me wat zorgen over het feit dat vliegtuigbrandstof over de vleugel leek weg te lekken. Op mijn vraag aan de stewardes of dat zo hoorde werd geantwoord dat het normaal was. Niettemin bleek na de landing op Gander een reparatie van ca 6 uren noodzakelijk en vernamen we dat het voor dat oude toestel toch wel een wonder was dat de sprong over de oceaan gelukt was. Maar, zo werd ons verzekerd, het laatste deel van de reis naar New Port News zou met een ander vliegtuig worden gemaakt. Toen we tenslotte toch met hetzelfde toestel weer de lucht in moesten voelden we ons nu niet echt gelukkig. Maar ach, we waren toch maar een stel zeelui in een charterplane. Enfin, we hebben het gehaald.
In New Port News werden we tijdelijk in een hotel ondergebracht. Daar kregen we de eerste problemen. Onze crew bestond n.l. uit blanke nederlanders, maar ook enkele zwarte landgenoten uit de overzeese gebiedsdelen. In die dagen werden die in de V.S. nog niet overal als gelijken beschouwd. De narigheid begon dus al direct doordat de zwarte bemanningsleden in een ander hotel moesten worden ondergebracht. Dit onder protest van de blanke crew. Ook in het stadsvervoer per bus waren er problemen tussen nederlanders en amerikanen. Het was toen nog gebruikelijk dat zwarten het achterste deel van de bus kregen toegewezen. De scheiding tussen voor- en achterdeel werd door een bordje aangegeven. Als het blanke deel vol raakte kon men het bordje gewoon naar achter doorschuiven. Uiteraard leverde dit confliktstof op tussen nederlanders en amerikaanse passagiers. Enfin, na korte tijd konden we het schip overnemen en kregen we onze accomodatie aan boord en begonnen we aan de reis. Die zou volgens contrakt een jaar gaan duren. Geen echt interessante reis. Een veerdienst tussen Philadelphia en Mena-Al-Ahmadi. Drie weken heen, drie weken terug, met als enige onderbreking de vaart door het Suezkanaal. Ruwe olie laden in Mena, lossen in Phillies. Daar kon je even shoppen. 's Morgens aankomst, 's avonds weer op zee. Te vergelijken met het NS "rondje om de kerk". Mena was ook leuk, de oliepier met een keet waar je kon pingpongen en een glaasje soft kon drinken. Geen wonder dus dat de "tankeritus" al snel toesloeg. Wel was het schip voorzien van een sportzaal, wat in die tijd toch uniek was. Een voorval is me nog bijgebleven. Er werd eens een nieuw bemanningslid uitgevlogen uit Holland, net in de tijd van de nieuwe haring. Die man dacht zijn maten aan boord een plezier te doen met een vaatje "hollandse nieuwe". Dat had hij in zijn koffer meegenomen. Nu wilde het vervelende toeval dat zijn koffer ergens zoek raakte in Port Said en het schip vrijwel direct doorstoomde. Het koffertje bleef dus staan tot het op de terugreis naar Philadelphia weer aan boord kwam. Ik hoef waarschijnlijk niet te vertellen hoe de inhoud van het koffertje rook toen het aan boord kwam. Het was tamelijk warm geweest in de opslagplaats in Port Said. Er valt verder weinig te vertellen. Ik heb er geen sterke indrukken aan overgehouden en ik heb niet gehuild toen we precies een jaar na vertrek in Rotterdam arriveerden, waar het schip in dok zou gaan.

Met verlof.