Eind september 1972 kwam
ik dan tijdelijk op het kantoor terecht na van de Hamburg
te zijn afgemonsterd. Ik hield me daar bezig met
personeelsadministratie van varend personeel.
Op zeker moment waren er communicatieproblemen met de
tanker Carbay, die onderweg was naar de Perzische Golf.
De verbinding met het schip was al enige tijd uitgevallen
door onbekende oorzaak. Daarover tastte iedereen in het
duister. Tenslotte werd besloten dat ik de pas in dienst
zijnde collega maar moest gaan aflossen en ik werd naar
Dubai gestuurd, waar ik op 24 oktober 1972 arriveerde en
in een hotel werd ondergebracht in afwachting van het
betreffende schip. Na twee dagen arriveerde de Carbay in
Dubai en werd ik direct aan boord gebracht, waar ik mijn
collega aantrof, die kennelijk grote haast had om van
boord te verdwijnen. Er werd mij even verteld wat er
allemaal niet meer werkte en toen ging hij er als een
haas van door. Bij controle van het radiostation bleek
geen enkele ontvanger meer te werken, behalve die van de
richtingzoeker op de brug. Die heb ik danook maar
gebruikt om alle telegrammen die op de diverse
kuststations in de Perzische Golf op ons lagen te wachten
binnen te halen. Dat ging dan als volgt: kuststation
aanroepen met de zender in de radiohut, snel naar boven
rennen om het antwoord op de richtingzoeker te ontvangen
en weer terug. Enz. tot alles binnen was. Dat gaf weer
even lucht en toen konden we gaan sleutelen om weer een
ontvanger aan de praat te krijgen. Enfin, tenslotte
werkte het spul weer. Ook de administratie maar eens
bekeken. Daaruit kreeg ik een vreemde indruk van mijn
collega. Hij had in het begin van de reis n.l.
telegrammen verstuurd naar een vriendin in Amsterdam. Ik
vond diverse telegrammen met teksten als " goede
morgen, heb je goed geslapen vannacht?" En dat was
dan alles. MSG's (scheepsdiensttelegrammen) lagen
afgetekend als verzonden maar waren in werkelijkheid
nooit verzonden. Al gauw werd mij verteld over het
vreemde gedrag aan boord van de betreffende collega, die
ook iets met drugs bleek te hebben. Ik zou dus voorlopig
aan boord van de Carbay blijven.
Vanuit de Perzische Golf gind de reis verder naar
Chittagong, waar we met 60.000 ton olie aan boord ten
anker gingen. De Carbay was te groot om naar binnen te
gaan en onze lading moest in kleinere tankers worden
overgepompt. Stappen aan de wal was er dus niet bij. Ja,
toch eenmaal met een kleine tanker mee gevaren en later
weer terug.
Vanaf Chittagong hadden we een lange reis voor de boeg
via de Kaap en langs de westafrikaanse kust terug naar
Europa, met Augusta als bestemming. Na mijn terugkeer in
Nederland ging ik weer terug naar kantoor. Kort daarna
werd mij toen nog gevraagd te solliciteren naar een vaste
kantoorbaan die was vrijgekomen. Die sollicitatie heb ik
ingediend, maar ik toonde eigenlijk te weinig
enthousiasme en verlangde in feite al weer naar een
schip. Men was mij terwille en stuurde me naar de Carchester

|