|
Enige
leden van de Nederlandse Libertarische Partij nodigden mij uit om een
lezing te houden. De partijvoorzitter was kennelijk bang voor wat ik naar
voren wilde brengen en laste de vergadering af. Ik vraag me af hoe deze
voorzitter deze beperking van de vrijheid van informatie voor zijn leden
verbindt met het libertaire idee dat vrijheid een van de hoogste deugden
is die gekoesterd moet worden. Mijn lezing laat ik hieronder volgen. Hier is
de Engelse versie En hier is een
verkorte Nederlandse versie.
Wisselende minderheden versus een democratie gebaseerd
op meerderheden
Geachte
toehoorders,
Tijdens mijn reizen in de Derde Wereld heb ik mij om veel dingen
verwonderd bijvoorbeeld waarom straten in rijkere wijken geplaveid zijn
terwijl je in armere wijken meestal modderwegen vindt. Je kan je afvragen
waarom deze systematische verschillen overal in de wereld voorkomen. Ik
zal er nog op terug komen.
Het nieuwe regeerakkoord geeft een goed aanknopingspunt voor deze lezing.
Het stelt dat de plichten van burgers centraal worden gesteld. Plichten
zijn verbonden met regels en regels beperken de vrijheid van de burger en
dus diens invloed op zijn of haar eigen leven. Al die regels beletten dat
burgers kunnen ingrijpen als iets hun eigen leven ingrijpend beinvloedt.
In een democratie heeft de burger niet veel mogelijkheden zijn mening
kenbaar te maken, laat staan dat de burger macht heeft om zijn mening (gezamelijk
met die van gelijkgezinden) te laten overheersen boven de mening van
bestuurders.
Een van de belangrijkste middelen om invloed uit te oefenen zijn
verkiezingen, waarbij de kiezer zijn macht overdraagt
aan gekozenen. Ik zie daar weinig in en gezien de titel van mijn
lezing is het duidelijk dat ik geen voorstander van democratie ben. Ik ben
geen democraat, ik wil een ander soort maatschappij.
Natuurlijk was de democratie die door onder meer de graaf van Montesquieu
naar voren werd gebracht een stap vooruit. De strijd in de leidende klasse
werd daardoor in rustiger banen geleid. Zijn systeem was bedoeld om
conflicten tussen de elite op te lossen maar het volk bleef buiten
beschouwing. De massa had in die tijd - en ook nu nog - vrijwel niets in
te brengen en werd hoogstens gebruikt als voetvolk in oorlogen tussen
delen van de bevoorrechte klasse. Ik heb eens gelezen dat in de Middel
Eeuwen verslagen ridders werden uitgenodigd voor een feestmaal om het
einde van de oorlog te vieren terwijl tezelfdertijd het voetvolk werd
afgeslacht. Zonder voetvolk waren de verslagen ridders niet gevaarlijk
meer voor de winnende ridders. Onderling waren ridders vrij ridderlijk, de
lagere klassen werden echter nauwelijks als menselijk gezien. Het is niet
zo lang geleden dat Westerse mensen de mensen in de koloniën ook als
minderwaardig beschouwden en soms lijkt het of deze opvatting nog niet is
uitgestorven.
Voor
de invoering van de democratie werden conflicten tusen elitaire groepen
opgelost door middel van oorlogen tussen vorstendommen, oorlogsheren
gebruikten de methodes van Machiavelli, voor een groot deel bestaande uit
list en bedrog (en het nodige geweld). Deze
methodes worden tegenwoordig nog steeds regelmatig gebruikt in de strijd
tussen industriële of financiële vorstendommen.
De Montesquieu maakte voor een deel een eind aan de onderlinge
elitaire strijd door het instellen van de Trias Politica, de scheiding
tussen de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Het is
opvallend dat een controlerende macht, de mogelijkheid dat de burger
direct controle kan uitoefenen op het bestuur, ontbreekt in de Trias
Politica. Conflicten binnen de elite werden voortaan op een vreedzame
manier opgelost. Maar na tweehonderd jaar is democratie alleen binnen de
grenzen van een land een zeker succes,
tussen twee of meer landen worden nog steeds Machiavelliaanse
methodes gebruikt (en veel geweld) en de invloed van supranationale
organen blijft gering, zoals we nu weer zien bij de commotie rond het
Internationale Strafhof.
Gezien de juridificatie van onze maatschappij en het prijskaartje dat aan
juridische procedures hangt, is de conflictoplossende methode van De
Montesquieu alleen voorbehouden aan mensen die beschikking over geld
hebben. De Montesquieu kwam overigens uit zo’n elitair milieu dat hij
bij de invoering van de democratie alleen maar dacht aan de moeilijkheden
binnen zijn eigen kringen en niet aan de mogelijkheden die de massa zouden
moeten krijgen. Democratie is inderdaad in de eerste plaats een systeem
dat redelijk goed loopt binnen de elite, de massa heeft er niet veel aan. De invloed van de burger is nog steeds klein, zijn leven wordt sterk beïnvloed
door de democratische wetgeving zonder dat hij de mogelijkheid heeft om
daar veel aan te doen. De getrapte machtsverhoudingen maken directe
invloed vrijwel onmogelijk. De massamens is dan ook weinig geïnteresseerd
in politiek want het is hem niet toegestaan om onafhankelijk te denken en
te handelen. Alles wordt van bovenaf gecontroleerd. Ik wens dat de
massamens gaat controleren terwijl hogergeplaatsten regeren.
Ik kan nog veel meer bezwaren tegen de democratie opsommen. De meeste
mensen op invloedrijke posities worden niet gekozen maar gecoöpteerd. In
juli 2002 werden er primaries gehouden in 18 Amerikaanse staten. De
opkomst in de 18 staten waar in de hele staat democratische
voorverkiezingen werden gehouden was maar 8 procent. En Republikeinen
deden het zelfs nog slechter: hun opkomst bedroeg slechts 7 procent. In
1966 kwam nog 51 procent van de kiezers naar de stembus. Zei iemand dat
democratie was gebaseerd op beslissingen van meerderheden?
Maar ik wil de democratie niet analyseren, ik wil me concentreren op een
alternatief voor de democratie. Want als je zegt dat je geen democraat ben,
krijg je altijd als wederwoord: wat dan, wil je dan een dictatuur? Of soms
ook de opmerking dat alle andere systemen op de wereld toch veel slechter
zijn dan onze democratie. Waarom zou je dit mooie stelsel willen
veranderen? Inderdaad leven
wij in een relatief prettig land, waarin we echter niet al te veel invloed
hebben op de dingen die ons leven beïnvloeden. Zou het niet beter kunnen,
zouden mensen niet wat meer vrijheid kunnen
krijgen om hun eigen leven te leiden?
Ik denk dat iedereen het met mij eens zal zijn dat democratie door
het groeiende aantal wetten de vrijheid van de burger steeds meer indamt.
Die formidabele stijging van het aantal wetten is begonnen rond 1945 toen
in Europa de sociaal-democratie steeds meer invloed kreeg met haar idee
van een maakbare (en dus gereguleerde) maatschappij. Zij wilde de
maatschappij beter maken voor de massa zonder dat die massa daar enige
inspraak in had. Maar eenzelfde stijging van het aantal wetten vond ook
plaats in de Verenigde Staten zodat het onjuist is om de inperking van de
vrijheid van de burger te zien als een gevolg van het aan de macht komen
van sociaal-democraten.
Het is overigens opvallend
dat die wetten veel meer de vrijheid van de burger, die ik vaak massamens
noem, inperken dan de vrijheid van elitemensen. De reden van de
wetten is dan ook niet in de eerste plaats de maakbaarheid van de
maatschappij maar het onder controle te houden van de massa, die vanwege
het hogere opleidingsniveau mondiger is geworden. Die hogere opleiding is
een van de voorwaarden om te komen tot een andere maatschappelijke
ordening die de fase van de democratie opvolgt. In de Derde Wereld zijn ze
nog lang niet zover. In een andere maatschappij met vrije, autonome mensen
is er geen plaats meer voor elites. Om
haar macht te behouden moet de elite dus de vrijheid van de massamens
inperken omdat ze anders haar bevoorrechte positie verliest.
Een ander bezwaar tegen de democratie is meer filosofisch. Er wordt
gesteld dat democratie het best denkbare systeem is dat hoogstens een paar
verbeteringen behoeft, bv door het invoeren van referenda (die overigens
zeer onderhevig zijn aan manipulatie en het beschikbaar zijn van
reclamegelden). Dat betekent dat democratie het einde zou zijn van de
ontwikkeling van de menselijke maatschappij, van ons sociaal systeem, dat
democratie een systeem is dat in het heden gerealiseerd is maar ook in de
zelfs verre toekomst nog zal bestaan. Wij beslissen dus in feite al over
de wijze waarop de toekomstige mens zal moeten leven. Dat vind ik onjuist.
Ik breng een idee naar voren
dat alleen de weg naar een andere toekomst omvat. Dat op deze weg al een
aantal kenmerken van de nieuwe maatschappij zichtbaar worden is natuurlijk
vanzelfsprekend. Dat op deze weg de burger zich vrijer zal moeten
voelen en meer invloed op zijn eigen leven en op het algemene
beslissingsproces zal moeten kunnen uitoefenen is ook vanzelfsprekend.
Maar hoe precies die nieuwe maatschappij er uit zal zien is zaak van de
mensen die dan leven, dus van onze afstammelingen.
Ik neem afstand van de huidige democratie en stel voor om de weg in te
slaan naar een nieuwe veelbelovende toekomst.
Als centrale punt breng ik
naar voren dat de mens meer zeggenschap op zijn eigen leven moet krijgen
en dat hij ook op de algemene gang van zaken meer invloed moet krijgen.
Pas dan wordt de mens inderdaad vrijer.
Ik stel voor dat er tijdelijke maar wisselende minderheden van actieve, geïnteresseerde
en betrokken burgers zullen ontstaan die in tegenstelling staan tot de
democratische organen waarin de besluitvorming (op de een of andere
overigens vrij vage manier) gebaseerd is op meerderheden van deels ongeïnteresseerde
en vaak gemanipuleerde burgers, die over bepaalde onderwerpen niets weten
maar stemmen in het vertrouwen dat leiders het wel goed zullen doen.
Het verschijnsel Fortuyn is daarbij erg verduidelijkend. Fortuyn
verwoordde zeer goed een deel van de ontvredenheid van de massa hoewel hij
weinig oplossingen gaf. Ik verwachtte ook niet dat de maatschappij
ingrijpend veranderen zou, ware hij blijven leven. Maar na zijn dood
zeiden veel mensen dat “’zij’ hun Fortuyn hadden vermoord, Fortuyn
die het voor hen allemaal beter zou maken”.
Verschrikkelijk omdat de opvatting dat anderen het wel beter zullen
maken niet in overeenstemming is met vrije mensen die zelf beslissen.
Burgers zijn inderdaad ontevreden, maar die ontevredenheid kan nooit
opgelost worden door nieuwe leiders die over en voor mensen beslissen
maar nimmer samen met de massa.
Dat is typisch democratie, je stemt en dan zullen gekozenen de zaken wel
regelen. Die opvatting blijft gehandhaafd zelfs als blijkt dat die
gekozenen het helemaal niet zo goed regelen, de moeilijkheden zich
opstapelen en de vrijheid van burgers eerder kleiner dan groter wordt,
gezien ook de opmerking in het regeerakkoord dat de plichten van de burger
(en niet de vrijheid) centraal worden gesteld.
Laat ik even terugkeren naar de goedbestrate wegen in de rijkere gebieden
van de Derde Wereld, of naar mijn land waar straten in rijkere wijken in
mijn jeugd beter geveegd werden dan straten in armere wijken. Wie neemt de
beslissing om rijkere straten beter te onderhouden dan armere straten?
Zouden klachten van rijkere burgers over vuile straten meer gewicht in de
schaal leggen dan klachten van armere burgers? Of om het wat scherper te
zeggen, iedereen die een besluit neemt laat de mening in zijn eigen
leefwereld zeer zwaar wegen. Als die wereld voornamelijk bestaat uit
gelijken uit de bovenlaag van de maatschappij (de elite) dan zullen vele
besluiten genomen worden ten faveure van die elite. De autorijdende
bestuurders van de ANWB zorgen er voor dat de bewegwijzering voor auto’s
veel beter is dan die voor fietsers, de lik-op-stuk maatregelen tegen de
kleine misdaad, waar ook de elite last van heeft, wordt niet toegepast op
de witte-boorden misdaad, omdat hooligans verschrikkelijke mensen zijn (in
de ogen van leiders) maar die andere misdadigers toch meestal zulke
aardige mensen zijn. Een PvdA-Kamerlid trok bv fel van leer tegen de
anti-homo uitspraak van een imam, iemand die niet tot zijn kringen behoort,
maar toen hem gevraagd werd hoe hij dacht over de anti-vrouwuitspraken van
een SGP-Kamerlid (de vrouw is het hoofd van de man staat er in de Bijbel)
zei hij dat dat niet zo erg was want dat Kamerlid was ‘zo aardig’ (en
behoort tot zijn naaste kringen).
Politieke beslissers vormen een geïsoleerde groep (zei ook Fortuyn) die
hun besluitvorming in de eerste plaats laten afhangen van de gedachten van
mensen in hun directe omgeving, van huns gelijken en niet van de massa,
die zij nauwelijks kennen. Dat geldt natuurlijk ook voor industriële en
financiële bazen, waarbij opvallend is dat de diefstal van enkele
honderden miljoenen dollars door de Enron-bazen of de miljoenen die
weggesluisd zijn door Brink of Boonstra wonderbaarlijk doch logisch
helemaal niet leiden tot lik-op-stuk of zelfs tot echte verontwaardiging
bij mede-leiders. Want het laatste soort misdadigers is toch zo aardig (behalve
dan dat ene foutje van de miljoenenfraude).
Ik stel dus dat de wereld –
waarop door een wonderbaarlijke ontwikkeling maar één soort mensen woont
- door mensenhanden is veranderd in twee werelden, waarbij het lijkt of er
twee soorten mensen bestaan, elitemensen en massamensen. Beslissingen
worden genomen in de elitewereld en de massa ondergaat de beslissingen. Ja
natuurlijk weet ik dat dit een behoorlijke zwart-wit tekening is, maar
nuances kunnen later wel worden aangebracht. Het is echter niet te
ontkennen dat beslissingen voor een zeer groot deel worden genomen ten
voordele van de eigen groep van reeds geprivilegeerden. Bij landenpolitiek
zien we dat heel duidelijk maar het is ook bon ton bij interne regelingen
binnen de landsgrenzen. De pensioen- en ontslagvoorzieningen van
Kamerleden zijn veel beter dan de voorzieningen voor de rest van de
bevolking. Natuurlijk vinden
Kamerleden zelf dat ze bijzonder werk doen en dat zij dus anders behandeld
moeten worden dan de rest van de wereld. En dat geloof wordt
bevestigd in de eigen kring, die voor een groot deel uit diezelfde
Kamerleden bestaat.
Ik stel dus een methode voor waardoor de afstand tussen de wereld van de
elite en die van de massa verkleind
wordt, doordat massamensen doordringen in de wereld van de beslissers
zodat deze in de praktijk merken dat er ook nog andere mensen bestaan.
Beslissers zullen direct in aanraking komen met andere mensen en door de
druk die op hen uitgeoefend wordt anders gaan denken (en beslissen).
Blijven ze in de eerste plaats rekening houden met de ideeën en wensen
van hun eigen kring dan zal de druk aanhouden. Massamensen zullen
tegelijkertijd meer zelfvertrouwen krijgen omdat ze zien dat de druk die
zij uitoefenen een zeker resultaat heeft, meer resultaat dan zij ooit door
democratische middelen kunnen verkrijgen. Zij zien dat ook zij een zekere
macht hebben.
Of denkt iemand dat demonstreren enige indruk maakt op beslissers die de
demonstratie wellicht alleen op een afstand gezien hebben. Kok, die op de
grootste Nederlandse demonstratie ooit, tegen kernwapens in Nederland,
verklaarde dat die wapens inderdaad het land uit moesten, heeft jaren
later, toen hij op het toppunt van zijn macht was, aan dit punt nooit
aandacht geschonken – de druk van die demonstratie was allang uit zijn
hoofd verdwenen.
Ik stel dus de vorming voor van wisselende groepen onafhankelijke,
autonome mensen, die geïnteresseerd zijn in of betrokken zijn bij een
bepaald onderwerp en die actief beslissers gaan benaderen in de eerste
plaats door zodanig in hun omgeving te zijn dat de beslissers rekening met
hun argumenten gaan houden. De
gedachtenwereld van beslissers wordt dan mede bepaald door deze actieve
massamensen. En deze mensen kunnen actief worden op die tijd en die
plaats die zij zelf willen en over die onderwerpen waarin zij geïnteresseerd
zijn. Dat is nu niet het geval omdat de politiek bepaalt wat gebeurt. Maar
de leiding en de politiek in die politieke partijen wordt niet bepaald
door de massa maar voor het grootste deel door de partij-elite.
Uiteindelijk geeft de burger door het trapsgewijze verkiezingssyteem zijn
macht vrijwel geheel af aan mensen op wie hij buiten de verkiezingstijd
geen invloed heeft – en tijdens die tijd ook vrijwel niet.
Als de bewoners van de modderige straten zich steeds maar weer laten zien
op de mooie straten van de rijken gaan beslissers wellicht rekening houden
met het feit dat die mensen daar alleen maar komen om ook eens op een
mooie straat rond te lopen en besluiten zij misschien om ook mooie straten
in arme buurten aan te leggen. In
mijn boek “De Macht van de Autonome
Mens” heb ik verschillende acties omschreven en ook de (natuurlijk nog kleine)
successen die behaald zijn. In ieder geval is het zeker dat mensen
die daaraan hebben meegedaan hebben ervaren dat er nog iets anders
mogelijk is dan je zelfstandigheid op te geven door je stem over te dragen
aan iemand die beslissingen neemt die in de eerste plaats ten voordele
zijn van het soort mensen dat in de omgeving van de beslisser aanwezig is.
Zo kom ik bij mijn definitie van een elite, een min of meer gesloten
leidende groep die in de eerste plaats bezig is de eigen geprivilegeerde
positie te beschermen en te versterken. Bovendien kan zij deze
machtspositie (geld en macht liggen zeer dicht bij elkaar) overdragen aan
haar afstammelingen. De geïsoleerde
positie van de machtigste groep op aarde moet doorbroken worden wil de
massamens meer vrijheid krijgen. Mijn methode geeft daar een aanzet
toe, wat de toekomst daarna zal brengen laat ik me niet over uit.
Ik wil ten slotte besluiten door de samenstelling en de werkwijze van de
autonome, tijdeljke minderheden van active burgers nader te beschrijven.
Het is niet de bedoeling om op de stoel te gaan zitten van bestuurders.
Zij zijn in het algemeen capabele mensen die echter om een veelvoud van
redenen - voor een groot deel bepaald door de omgeving waarin zij verkeren
- verkeerde beslissingen nemen. Het is niet de bedoeling dat massagroepen
gaan regeren maar dat zij gaan controleren, dat zij aan de drie elitaire
machten van de Trias Politica een vierde massamacht toevoegen, de
controlerende macht van het volk. Deze controle moet zij indringend
kenbaar maken aan de beslissers zodat deze andere beslissingen gaan nemen
die meer in overeenstemming zijn met het belang van allen en niet in de
eerst plaats met het belang van de mensen die in de directe omgeving van
de beslissers aanwezig zijn.
Dit is onder meer te bereiken door wat ik eens politiek stalken genoemd
heb. Overal waar bepaalde beslissers komen moeten ze mensen ontmoeten van
massagroepen. De activisten kunnen hun wensen op vele manieren kenbaar
maken maar de media zijn daarbij van minder belang dan in onze maatschapij
wordt aangenomen. In het kort gezegd de media zijn van belang bij een
onderlinge elitestrijd. Bij een conflict tussen massa en elite kiezen zij
veelal de zijde van de eigenaars die tot de elite behoren. En het gaat bij
de door mij voorgestelde acties in de eerste plaats om een psychologische
verandering in de denkwijze van de beslissers en daarbij zijn stukjes in
de pers van minder belang dan directe druk van actieve burgers.
De door mij voorgestelde massagroepen zijn tijdeljke verbanden tussen
mensen met eenzelfde belangstelling. Het
zijn dus nimmer en mogen dus nimmer verworden tot politieke partijen omdat
die, zoals Roberto Michels al honderd jaar geleden vastgesteld heeft,
onderhevig zijn aan de ijzeren Wet van de Olichargie, organisaties zullen
ten alle tijde na een zekere tijd geleid worden door een elite.
Als het doel bereikt is zullen de groepen zich opheffen en de leden zullen
zich weer met hun persoonlijke zaken bezig gaan houden of met andere
mensen een nieuwe massagroep vormen. De dynamiek van deze
schuivende groepen zal de maatschappij op den duur ingrijpend veranderen.
Dit idee is deels ontleend aan ideeën die al vlak na de tijd van De
Montesquieu naar voren zijn gebracht door Jan-Paul Marat als die het heeft
over patriottische verenigingen. Onderstaande
alinea’s uit zijn geschriften
heb ik ook opgenomen in het eerste hoofdstuk van mijn boek
De Macht van de Autonome Mens.
Marat werd beschouwd als de leider van de ‘sans-culottes’, de
‘zonder-broeken’, de armste en meest machteloze burgers van de Franse
hoofdstad. Tijdens de
revolutie gaf hij ‘L”Ami du peouple’, ‘De Vriend van het Volk’
uit.
”Nooit heeft de ‘Vriend van het Volk’ zich tegen gewone burgers
gericht. Zij heeft alleen maar mensen in openbare ambten aangevallen,
agenten van de autoriteiten die het volk onderdrukken, onbetrouwbare
administrateurs, magistraten die hun plicht verzaken, afgevaardigden van
het volk die hun verplichtingen vergeten om hun lastgevers te verraden.........”.
”De patriottische verenigingen, welke vorm ze ook aannemen, welke
zaken ze ook zullen behandelen of welke besluiten ze ook nemen, dienen
alleen maar om op mensen in openbare functies te letten, om de krachten te
verenigen, om de grieven van de burgers weer goed te maken, om de
schuldige agenten van de autoriteiten te bestraffen, om het verder gaan
van hun slechte daden te stoppen en te waken over het welzijn van het volk
......... maar we kunnen en willen geen verenigingen zijn die meebeslissen.
Dat zou een stomme fout zijn: geen enkele vrije vereniging
van burgers heeft het recht zich in openbare zaken te mengen, ze te
besturen of te administreren, dat moet duidelijk zijn. Zij hebben alleen
het eenvoudige en zuivere recht om voorstellen te doen, raad te geven en
verzoeken te doen. Maar als het gaat om zich teweer te stellen tegen aanslagen op de vrijheid
en de veiligheid van het volk ..... dan zijn het niet alleen raadgevende
verenigingen, maar ook opruiende, berispende, bestraffende
..................”.
Ik geef toe dat
mijn idee zich nog in de kinderschoenen bevindt maar de groeiende
ontevredenheid onder de massa, die zich onder meer tijdens de laatste
verkiezingen uitte in de 17% stemmen voor nieuwkomer Fortuyn, het
groeiende gevoel van machteloosheid tegenover bestuurders en het
bestuursapparaat en de steeds groter wordende inperking van de vrijheid
van de individuele mens, eisen een ander politiek systeem dan de huidige
democratie. De democratie heeft zijn hoogtepunt bereikt en loopt op een
eind. Ik nodig u uit om een stap voorwaarts te maken en de directe
participatie van de massamens in het besluitvormingsproces mogelijk te
maken.
Dank
u wel.
Joost van Steenis
(10
juli 2002)
|