De geschiedenis van de Akerslootse familie KROM ![]()
10. DE ENGELS - RUSSISCHE INVAL
|
|
|
Dit hoofdstuk gaat over de
Engels-Russische inval in het jaar 1799 en de gevolgen daarvan voor de bevolking
van Akersloot in het algemeen en voor de Krommen in het bijzonder.
In het vorige hoofdstuk is al
beschreven dat Holland vanaf 1795 door de Fransen ingelijfd wordt en dat de
stadhouder, de Prins van Oranje, in januari 1795 naar Engeland vlucht. Holland
en Engeland hadden tot die tijd een vriendschappelijke betrekking gehad, maar
de Franse overheersing maakt daar een eind aan. Onmiddellijk breken er
vijandelijkheden uit tussen de Bataafse republiek, zoals Holland nu heet, en
Engeland. Uiteindelijk wordt de oorlog verklaard. De Engelsen hebben er veel
voor over om de Hollanders te verlossen van hun bezetters, de Fransen. De
Engelse troepen worden daarom in paraatheid gebracht, een invasie aan de
Hollandse kust wordt voorbereid.
De Bataafse regering krijgt
hier in juni van dat jaar echter lucht van. Men treft onmiddellijk maatregelen
om deze invasie tegen te gaan en te verijdelen. Langs de gehele kust worden
waarnemingstroepen gestationeerd, uiteraard ook in Noord-Holland.
Het Bataafse leger is dus in
opperste paraatheid, maar de hulp van de bevolking is echter broodnodig. Het
gemeentebestuur van Akersloot krijgt in augustus 1795 het verzoek een lijst op
te stellen van personen die indien dit nodig is met hun paarden en wagens
assisteren bij het vervoer van de troepen die bij Beverwijk gelegerd zijn. Bij
een eventuele inval in de kop van Noord-Holland moeten deze troepen en hun
materialen zo snel mogelijk vervoerd worden "naar de kant van
Alkmaar". Akersloot maakt een lijst van 18 span, waaronder een span van
Dirk Krom. Dirk is dan echter al over de zestig. Hij laat deze klus, zoals later
blijkt, uitvoeren door één van zijn vier zonen. Ook wordt bij de bevolking het
stro, "gedorsen en ongedorsen" gerequireerd (opgeëist) en wordt de
mannelijke bevolking gedwongen om batterijen te maken, waarbij volgens de
schout veel ongeregeldheden zijn
voorgevallen.
In diezelfde maand gaan de
Engelse troepen aan boord van hun transport- en oorlogsschepen, 200 in totaal,
en varen bij zeer slecht weer richting Holland. Op 27 augustus volgt de landing
bij Callantsoog. De Hollandse troepen aldaar worden verslagen en de Engelsen
nemen Den Helder in. De Hollandse vloot geeft dapper tegenstand maar moet zich
uiteindelijk overgeven. Vervolgens rukken de Engelsen vanuit Den Helder op naar
het zuiden en trekken zo ons land binnen. Ze worden daarbij geholpen door de
Russen die inmiddels ook de kop van Noord-Holland binnengevallen zijn.
De weken daarna wordt vooral in
de omgeving van Alkmaar een bloedige strijd geleverd, een strijd waarbij
duizenden sneuvelen of gevangen genomen worden. Aan de ene kant staan de
Geallieerden,
in totaal ca. 40.000 man, 20.000 Engelsen en even zoveel Russen. Aan de andere
kant staan de Hollandse en de Franse troepen, samen ook zo'n 40.000 man.
Op 19 september vindt de slag
van Bergen plaats, en op 2 oktober de slag van Alkmaar. De Geallieerden zijn
daarbij de overwinnaars. De Hollandse en Franse troepen worden gedwongen zich
terug te trekken. Zij reizen af naar zuidelijker streken, naar Purmerend en
Beverwijk.
In een verslag van een Engelse
oorlogscorrespondent staat te lezen dat de Engelsen en de Russen vervolgens met
geringe tegenstand de dorpen Schermerhorn, Akersloot, Limmen en Bakkum innemen.
Maar is dit werkelijk zo gebeurd, of zag deze Engelsman het misschien iets te
"gekleurd"?
Om een wat beter idee te
krijgen van hoe het er rond die tijd in Akersloot werkelijk aan toe gegaan is,
geef ik vervolgens een samenvatting van het verslag dat opgesteld werd op 9
oktober 1799 door Lourens Veer, de schout van Akersloot:

“3 oktober 1799: Het Engelse
leger rukte voorwaarts en nam bezit van Alkmaar. Akersloot lag nu tusschen twee
vegtende armeeën.
5 oktober 1799: Akersloot wordt
bezet door een bataljon Hollandse troepen en een bataljon en enige cavalerie
Franse troepen. De troepen logeerden in de kerk op stro en de rest in de huizen.
Zondag 6 oktober 1799: 's
Morgens vroeg hoorde men op de Kerkbuurt dat omtrent het Gorthuis (Dit gebouw
stond in de omgeving van Boekel. GK) geschoten werd, welras ontwaarde men dat de
Engelsen van Alkmaar waren komen aanmarcheren, en dat die de Hollandse en de
Franse troepen alhier attaqueerden. Het grootste gevecht viel voor omtrent de
Rommeldijk en op den dam bij de Sluijs. De Hollandse en de Franse troepen
retireerden zeer spoedig naar Dorregeest, en dit dorp raakte dus in de macht van
de Engelsen. Deze wierpen batterijen op aan de Sluijs, op den dam en op
Startingh, en werden door kanonneerboten bij de Sluijs ondersteund. Staande de
bataille zijn er twee koeien doodgeschoten, en een koe gekwetst. De Geest
lag bezaaid met stukgeslagen geweren, ransels, patroontassen, e.d. Het getal
van gesneuvelde manschappen zal omtrent 12 of 16 bedragen hebben, en deze zijn
zo hier en daar begraven. De gekwetsten werden naar Alkmaar gevoerd, en de
gevangen Hollanders en Fransen, omtrent 70 man, werden tevens naar Alkmaar
getransporteerd.
De Engelse troepen logeerden
bij de burgers op de Sluijs en Startingh (waar toendertijd zeker een aantal
Krommen woonden) en bedreven veel
moedwil aan de onweerbare dorpelingen. Geld afpersen was het gemeenste kwaad.
Veel ingezetenen verlieten om dat geweld te ontgaan hun woningen en vluchtten
naar de Schermer en de Woude. De verlaten huizen werden toen alle geplunderd en
beroofd. Ook het Regthuijs bleef niet ongeschonden. De kisten en de kast van de
schepenen werden opengebroken, papieren en boeken over de grond geworpen, alle
publicatieën en aanschrijvingen verbrand en vele andere dierlijk gehavend of
geheel vernietigd. De laden, stoelen e.d. werden op het vuur gesmeten en
verbrand.
|
|
|
|
7 oktober 1799: Bijna alle
inwoners zijn inmiddels gevlucht, zeer weinigen bleven in hun woningen. 's
Avonds bemerkte men een grote beweging. De Engelse troepen pakten al hun eigen
en geroofde goederen in, roofden nog 20 paarden, 5 wagens en een chais en 's
morgens om 2 uur verlieten zij het dorp na 't zelve in de uiterste armoede
gedompeld te hebben. De oorzaak van deze spoedige aftocht lag in de voor hun
ongelukkige afloop van de slag bij Noord-Bakkum op 6 oktober.
8 oktober 1799: 8 oktober was
voor Akersloot evenals voor Alkmaar de dag van hun ontzet. (Voor Alkmaar was dit
dus de tweede keer dat de stad op die dag ontzet werd. De eerste keer immers was
in 1573. Toen echter werden de Spanjaarden verslagen. Ook toen heeft de
bevolking van Akersloot het zwaar te verduren gehad. De Spanjaarden pleegden
immers, toen zij zich gefrustreerd moesten terugtrekken, allerlei vormen van
“vandalisme”. GK) Na de verlating van de Engelsen avandeerde de Hollandse
Armee voorwaarts en de divisie van generaal Daandels trok die dag en ook nog de
volgende door Akersloot. De huizen welke toen nog niet weer door de ingezetenen
betrokken waren, werden door het doortrekkend volk verder van het overgeblevene
beroofd.”
|
|
|
Uit bovenstaand verslag blijkt
duidelijk dat de Engelsen en de Russen op 6 oktober bij de slag bij Castricum
een grote nederlaag te verwerken krijgen. Zij besluiten daarop zich terug te
trekken naar de vroegere positie in de Zijpe. Het vreselijk slechte herfstweer
van die tijd, alsmede de steeds aanhoudende aanvallen van de Hollandse en Franse
troepen doen de Engelsen en de Russen besluiten naar hun eigen land terug te
keren.
Op 18 oktober volgt de
capitulatie, en spoedig daarna verlaten de Engelsen en de Russen ons land.
In een tijdsbestek van enkele
weken is een wat “vergeten”, maar desalniettemin zeer bloedige oorlog
gevoerd, waarbij in totaal zo’n 20.000 doden en gewonden zijn gevallen.
Op de afbeelding hieronder is duidelijk te zien hoe de bevolking van Noord-Holland geleden heeft onder brandstichting en plundering door militairen tijdens de veldtocht van 1799.

Na de oorlog wordt in Akersloot
een berekening gemaakt van de geleden oorlogsschade. De landsregering wordt
verzocht de genoemde schades te vergoeden. De Krommen, die voor vergoeding in
aanmerking kwamen, waren:
- Dirk Krom: Hij ontvangt in
december 1802 6 guldens en 12 stuivers voor de volgende diensten aan het leger
geleverd: 4 dagen, 2 paarden, 1 man (zijn zoon). Tevens ontvangt Dirk een bedrag
van 561 guldens, vanwege 2 verloren paarden (200 gulden per stuk, de paarden
werden geroofd door de vijand) en diverse behoeftens.
- Weduwe Klaas Krom: Zij
ontvangt in december 1802 1 gulden en 2 stuivers voor de volgende diensten: 2
dagen, 1 paard, 1 wagen. Zij ontvangt tevens 122 guldens, vanwege diverse
behoeftens, waaronder het leveren van stro en hooi.
- Jacob Krom: Hij ontvangt 16
guldens voor diverse behoeftens.
- Jan Jansz Krom: Deze ontvangt
6 guldens voor diverse behoeftens.
De schades betreffen over het algemeen schades aan de huizen, aan de veestapel, aan wagens of aan hooi en stro.

Er is ook een lijst opgemaakt
waarop schades vermeld staan met betrekking tot schippers en hun vaartuigen. Op
deze lijst staat één Krom, namelijk de hiervoor al genoemde Jan Jansz Krom.
Jan heeft verschillende beroepen gehad. Hij was arbeider of dagloner,
watermolenaar van de Binnengeestermolen, maar ten tijde van de Engels-Russische
inval was hij jager (scheepsjager, zie ook hoofdstuk 4.3). Jan komt voor op de
"lijst van gepreste". Of hij zijn jaagloon ook ontvangen heeft, is mij
niet bekend.
