De geschiedenis van de Akerslootse familie KROM    

 

11.   DE NATIONALE MILITIE

De opvolger van de Gewapende Burgermacht werd de Nationale Militie. Nadat Nederland in 1813 onafhankelijk was geworden, werd de Nederlandse strijdmacht gereorganiseerd. De Landmilitie moest voortaan zorgen voor de verdediging van het vaderland. Dit systeem zou gehandhaafd worden tot 1922. In dat jaar werd de Dienstplichtwet van kracht, waardoor de Nationale Militie werd opgeheven.

Vanaf het jaar 1817 moest de gemeente Akersloot aan de Militieraad opgeven welke mannelijke inwoners van 19-jarige leeftijd in aanmerking kwamen voor de dienstplicht. In de administratie van de gemeente (die loopt tot het jaar 1899) komen we 10 Krommen tegen die in aanmerking kwamen voor deze militaire dienst.  Zeven van deze Krommen behoren tot de zogenaamde zijtakken. 

Dit zijn:

- Jacob (geb. 15-8-1800), zoon van Jacob Krom (Generatie IV), “boereknegt”, in 1822 “voor den dienst gedesigneerd” (aangewezen).

- Albert (geb. 31-10-1804), zoon van Jan Janzn Krom, kleinzoon van Jan Krom (Generatie III), boerenknecht, kreeg in 1823 vrijstelling, overlijdt in 1829.

- Johannes (geb. 29-3-1808), zoon van Jacob Krom (Generatie IV), “boerenknegt”, kreeg in 1827 vrijstelling, overlijdt in 1828.

- Dirk (geb. 27-2-1810), zoon van Jacob Krom (Generatie IV), landman, kreeg in 1829 finale vrijstelling.

- Sijmen (geb. 8-10-1821), zoon van Jacob Krom (Generatie IV), zonder beroep, kreeg in 1840  finale vrijsteliing wegens broederdienst.

- Hermanus (geb. 17-7-1862), zoon van Simon (Sijmen; zie hiervoor), boerenknecht, werd op 11 mei 1882 ingelijfd bij het 4e Regiment Infanterie.

- Johannes (geb. 14-9-1868), zoon van Simon (Sijmen; zie hiervoor), boerenknecht, werd in 1888 “vrijgesteld op broederdienst”.

In de gemeenteadministratie ten behoeve van de Nationale Militie komen we ook 3 Krommen tegen die deel uitmaken van onze tak van de familiestamboom. Dit zijn in 1833 (tot en met 1837) Dirk Krom (Generatie VI), in 1863 Jan Krom (Generatie VII; het “zwarte schaap”) en in 1874 Arie Krom (Generatie VII).

 

Dirk Krom, geboren te Heiloo op 14-3-1814, was de zoon van Jan Krom en Antje Blom. Zijn beroep is in 1833, net als dat van zijn vader, landman. In 1833, 1834, 1835, en in 1836 wordt hij door de Militieraad steeds voor een jaar vrijgesteld. In 1837 luidt de uitspraak van de Militieraad: “Finaal vrij. Eenig kind.” Dirk hoefde dus niet in dienst, omdat hij enigst kind was. Waarschijnlijk heeft hierbij ook een rol gespeeld, dat zijn vader in 1835 is overleden, en dat hij dus ook te zorgen had voor zijn moeder, Antje, die in 1837 overigens ook een beroep heeft, namelijk dat van werkster.

In de administratie van 1833 wordt tevens de maat en het signalement van Dirk opgeschreven. Zijn maat is dan 1 el, 6 palmen, 1 duim, 1 streep, hetgeen betekent 1 m. en ruim 61 cm. Zijn signalement wordt als volgt omschreven: aangezicht: lang, voorhoofd: hoog, oogen: bruin, neus: spits, mond: ordinair, kin: rond, haar: blond, wenkbraauwen: idem, merkbare teekenen: geene. In 1834 wordt zijn maat nog eens genoteerd. Dirk is dan 1 el, 6 palmen, 8 duimen (1m 68 cm). 

Johannes (Jan) Krom, geboren op 28-5-1843 te Akersloot, was de zoon van de hierboven genoemde Dirk en Guurtje Spaans. In 1863 is zijn beroep timmermansleerling. De uitspraak van de Militieraad luidt in hetzelfde jaar: “tot de dienst aangenomen”. Helaas wordt er verder niet bij vermeld of Jan werkelijk in dienst is geweest, en zo ja, waar en wanneer dit heeft plaatsgevonden. Ook is het immers nog mogelijk dat hij, zoals dat toen gebruikelijk was, uitgeloot werd of een plaatsvervanger heeft gevonden. Over zijn maat en signalement volgt verderop nog meer.

De laatste Krom uit onze tak van de stamboom die in de administratie van de Nationale Militie voorkomt, is Arie, geboren op 5-4-1854, zoon van Dirk en Guurtje Spaans. In 1874, hij is dan van beroep timmermansknecht, luidt de uitspraak van de Militieraad: “aangewezen”.  Bij “dag der inlijving” staat genoteerd: “8 mei 1874. Bij plaatsvervanging.” Bij “waarbij ingelijfd” staat: “3e Regt. Hussaren”. Bij “aanwijzing of de loteling zelf dient, of wel een plaatsvervanger of nummerverwisselaar heeft gesteld” staat: “Heeft een nummerverwisselaar aangesteld”.

Arie is dus niet zelf in dienst geweest, maar heeft een plaatsvervanger gevonden, die voor hem de dienst overneemt. (Waarschijnlijk moest hiervoor ook wel een bedrag betaald worden.) Zijn plaatsvervanger is Cornelis Rijswijk, geboren op 24-2-1854 te Edam, boerenknecht en woonachtig te Edam. Deze Cornelis beviel het waarschijnlijk wel goed in dienst, want in februari 1876 gaat hij vrijwillig over bij het korps mariniers.

Ook van Arie wordt de maat en het signalement beschreven. Opvallend is dat deze nogal afwijkt van die van zijn broer Jan. In het overzicht hieronder wordt dit duidelijk gemaakt.  

 

maat

aangezigt

voorhoofd

oogen

neus

mond

kin 

haar

wenkbraauwen

merkbaare teekenen

 

Jan  

1m 57,5 cm

rond

smal

bruin

spits

gewoon

rond

bruin

bruin

geene

 

Arie  

1m 64,2 cm

lang

rond

grijs

klein

klein

rond

blond

blond

geene

 

Gelukkig hield de gemeente ook nog een zogenaamd “verlofgangersregister” bij. In dit register werd bijgehouden welke manschappen van de Nationale Militie zich met verlof binnen de gemeente bevonden. Dit register eindigt niet in 1899, maar “loopt door” tot ca. 1920.

Door dit register weten we dat er nog twee Krommen uit onze tak van de stamboom na 1899 in dienst geweest zijn, namelijk Dirk en Wijnand (uit Generatie VIII).

Dirk behoorde bij de lichting van 1901. Hij werd toen ingelijfd bij het Korps Pantserfort Artillerie 2e Compagnie. Hij was verlofganger in 1902, 1904, en in 1906. In bovengenoemd register wordt niet vermeld wanneer hij met groot verlof ging. Wel staat bij hem nog de vermelding dat hij zich op 15 juni 1908 vestigt in de gemeente Uitgeest. Waarschijnlijk was hij toen al enige tijd uit de dienst. Hij trouwde immers op 5 oktober 1907.

Wijnand behoorde bij de lichting van 1916. Hij werd op 3 maart van dat jaar ingelijfd bij het Korps Luchtdoel Artillerie. Op 10 oktober 1919 ging hij met groot verlof. Uit het verlofgangersregister blijkt verder nog dat hij op 10 mei 1920 op het gemeentehuis de kennisgeving deed dat hij zich in Limmen ging vestigen. Een dag later trouwde hij met zijn Aaltje.

Hoewel er in het archief niets over teruggevonden is, is ook Jan, de broer van Dirk en Wijnand in diens geweest. Er is immers een foto teruggevonden waarop Jan als militair afgebeeld staat. De foto is waarschijnlijk omstreeks 1910 genomen. Jan zit onder het kruisje. 

Het is best mogelijk dat ook Jaap (uit Generatie VIII) “in dienst” is geweest. Hierover was in het archief echter niets terug te vinden.

Startpagina                                                          Verder