De geschiedenis van de Akerslootse familie KROM    

 

12.   MUZIEK ALS HOBBY

Op dit moment hebben veel Krommen het maken van muziek als hobby. Zij zijn daarin niet de eersten uit de familie.

De eerste Krom van wie we weten dat hij muziek maakte, was de hiervoor al beschreven Jacob Krom (waarschijnlijk is dit Jacob van Klaas uit Generatie IV, meer hierover in hoofdstuk 14.11). Deze Jacob kreeg in 1796 ten tijde van de Gewapende Burgermacht de taak als tamboer op te treden als het korps op de excercitieplaats achter de kerk aan het excerceren was.  

De volgende  Krommen met muziek als hobby zijn de broers Jan en Arie Krom uit Generatie VII. Beiden waren van 1872 tot 1893 onder pastoor Muller lid van het R.K. Zangkoor van de parochie St. Jacobus, Arie als zanger, Jan (het zwarte schaap van de familie) als organist. Overigens waren er toendertijd maar liefst 4 organisten. Jan was de zogenaamde 1e organist.

Op het zangkoor schijnt het volgens aantekeningen van de latere pastoor van den Berg lang niet altijd pais en vree geweest te zijn. De pastoor beschrijft dat er tot twee keer toe een kooroproer is geweest waarbij het er behoorlijk heftig aan toe is gegaan. Bij beide oproeren waren leden van de familie Krom betrokken. Het eerste oproer vond plaats in 1893 en had tot gevolg dat de broers Jan en Arie hun lidmaatschap opzegden. Een nauwkeuriger omschrijving van dit oproer volgt later in dit hoofdstuk. Vooral interessant is de opmerking van de pastoor waarin hij de beide broers omschrijft als “vurige” menschen. Hieronder volgt een fragment uit de aantekeningen van de pastoor.

 De volgende muzikanten uit de familie zijn de zonen van Arie: Jaap, Jan en Wijnand (Generatie VIII). Alle drie waren lid van de Akerslootse harmonie St. Caecilia. Jaap en Jan bespeelden de klarinet, Wijnand grotere blaasinstrumenten, zoals de hoorn en de trombone. Jan is ook secretaris en daarna ook nog directeur/dirigent van het muziekkorps geweest.

Uit de tijd dat Jan secretaris was van de harmonievereniging is de volgende brief van zijn hand bewaard gebleven. Hij schreef de brief in 1920 aan het gemeentebestuur. In de brief bedankt hij het “Edelachtbaar Gemeentebestuur” voor de subsidie die de harmonievereniging over het jaar 1919 heeft ontvangen.  

Dan volgen er nu twee foto's van de harmonie St. Cecilia. Op de eerste foto poseert de harmonie (in 1923) voor het café van Freek Dekker, de huidige Storey-club. Op de foto staan de volgende Krommen: zittend, 2e van Links: Jaap (met klarinet); zittend 4e van links: Jan (met klarinet); en staand, 2e van rechts: Wijnand (met trombone).

Op de volgende foto, genomen iets na de tweede wereldoorlog, zien we de harmonie op het schoolplein van de katholieke lagere school aan de Kerklaan. Geheel rechts staat dirigent Jan, Wijnand vinden we (met hoorn) op de 3e rij als 4e van links. Jaap was toen geen lid meer. Overigens staan er op de foto ook nog een aantal zonen van Jan, namelijk Gerard (met vaandel), Arie (zittend, 1e van links), Niek (zittend in het midden), en Jan (staand, 3e van rechts). Rechts, op de grond zittend, zien we ook nog een zoon van Wijnand, namelijk Arie.

Jan en Wijnand zijn in navolging van vader Arie ook lid geworden van het R.K. zangkoor. Ze werden koorzanger in 1911 en zijn tot op hoge leeftijd bij het koor gebleven. Menig keer hebben zij hun werkplek verlaten om in de kerk de zang te verzorgen bij huwelijks- en begrafenisdiensten. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de bidprentjes van beiden.

Jan werd in 1940 ook directeur/dirigent van het zangkoor. Zijn aanstelling ging gepaard met onenigheid en had tot gevolg dat maar liefst 8 koorleden opstapten. Over dit tweede kooroproer, maar ook vooral over het eerste, gaat het nu volgende citaat uit de “Aanteekeningen over het R.K. Zangkoor in de par. St. Jacobus” van pastoor A. van den Berg:

"Onder pastoor Muller werden ook jongens voor de koorzang toegelaten op de Hooge feestdagen. Aspirant zangers waren in die dagen: Cornelis Schut C.z. (de latere pater Schut), M. Kruijenaar, Theod. Tiebie (nu ex. brievenbesteller v. Crommenie), Jac. Wittebrood (had fruitzaak in Alkmaar). Pastoor Muller wilde de jongens alleen met de groote Hoogfeesten op ‘t koor toegelaten zien. Pastoor Muller was een goede ijverige man, vroolijk en opgewekt. Toen bv. Tijsje Castricum bij een pastoriefeest een groote taart, met verdiepingen opgebouwd, gebakken in de stad, naar binnen bracht, viel hij met zijn taart op de grond, met het natuurlijk gevolg voor de taart. Allen stonden verslagen....pastoor werd geroepen, die van louter pret toen om het geval met Tijsje enz. stond te dansen. Maar pastoor was ook zeer driftig en poestig. Toen op Hemelvaartsdag onder de Hoogmis pastoor merkte dat er jongens op het koor waren, die hun Sanctus uitjubelden....riep hij of dat zingen met de jongens nog niet uit was....ophouden met zingen, waarop de organist J. Admiraal zijn klavierklep dichtgooide en werd vastgesteld om niet meer te zingen....de verdere hoogmis in stilte werd afgelezen. Daarna was er koorvergadering bij J. Admiraal. Tot staking bij de vespers werd besloten, en men zou beneden blijven en voor de koordeur posten. De stakers waren Directeur Piet Huipe, organist J. Admiraal, leden C. Schut, Klaas Molenaar, Klaas Betjes, Klaas Velzeboer, Jan Krom, organist, Arie Krom....De Krom’s waren “vurige” menschen. De boerenfractie bleef echter aan (Het koor bestond toendertijd immers uit twee enigszins vijandig tegenover elkaar staande partijen: een boeren- of rijke fractie en een fractie van de mindere man. De Krommen behoorden dus blijkbaar tot de partij “van de mindere man”. GK), met organist C. Kaandorp en aspirant organist J. Kraakman, die des middags alleen op het koor kwam maar als leerling niet de vespers kon bespelen en bezingen. Pastoor Muller ontbond het koor. ‘t Was anno 1893. Weldra bedankte pastoor en ging rusten. Een nieuw koor was onderwijl opgericht.

Anno 1940 was er weer een kooroproer, toen bij het bedanken als Directeur van Jan Sinnige wegens bijziendheid, een nieuwe Directeur moest aangesteld worden. Jan Krom werd aangesteld en J. Putter was teleurgesteld. Hij bleef dus met een 8tal andere weg en werd daarna met de anderen “eervol” bedankt....wat niet de opzet was geweest van de afgezwaaide choristen. Daarna ging het koor normaal door....”  

In 1951 waren  Jan en Wijnand 40 jaar lid van het zangkoor, in 1961 zelfs 50 jaar. Beide keren werd er in de regionale krant aandacht aan besteed. Hier volgt het krantenartikel uit 1961. Daaronder een foto van de achterkant van de kerk met het koor waarop de Krommen zo vaak gezongen hebben.

 

Jaap, Jan en Wijnand Krom waren zeker niet de laatste Krommen die muziek als hobby hadden. Na hen hebben vele kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen in hun vrije tijd muziek gemaakt. Het werd hen immers “met de paplepel ingegoten”.

Startpagina                                                         Verder