De geschiedenis van de Akerslootse familie KROM    

 

13.   OPMERKELIJKE NAAMGENOTEN

                                                                                                       

In mijn speurtocht naar leden van de familie Krom kwam ik ook een aantal Krommen tegen die niet echt behoorden tot de Akerslootse tak van de familie, maar die toch wel vermeldenswaardig zijn.  

Hieronder volgt een aantal van deze opmerkelijke naamgenoten:

 

Peer Krom (Heemstede)

Peer Krom is de bijnaam van Gerardus Johannes Krom. Hij is geboren op 10 maart 1898 en overlijdt op 15 december 1965. Hij woont in Heemstede en voetbalt van 1916 tot 1950 bij RCH uit Heemstede. Hij speelt meestal linkshalf, maar kan ook zeer goed als back uit de voeten. Hij kan goed koppen en heeft ook een uitstekende traptechniek. Misschien heeft hij daarom ook wel de bijnaam "Peer" gekregen.

In ieder geval heeft hij zoveel talent dat hij op 25 november 1923 zijn debuut maakt in het Nederlands elftal bij de vriendschappelijke interland Nederland - Zwitserland. Deze wedstrijd zal ongetwijfeld de mooiste uit zijn loopbaan worden. Hij scoort dan namelijk (met een kopbal) ook nog zijn eerste en naar later blijkt ook zijn enige doelpunt voor Nederland. Uiteindelijk zal Peer 14 wedstrijden in het nationale elftal spelen, 9 vriendschappelijke wedstrijden en 5 wedstrijden tijdens de Olympische Spelen van 1924 in Parijs en die van 1928 in Amsterdam. Van deze 14 wedstrijden worden er 7 gewonnen, 3 gelijk gespeeld en 4 verloren. Peer speelt al met al 1320 minuten in het shirt van Oranje. Zijn laatste wedstrijd is op 8 juni 1928. Nederland speelt dan met 2-2 gelijk tegen Chili.

Op de foto hieronder zien we Peer (links) koppend in actie tijdens de interland Nederland - Zweden in 1924.

Peer komt uit een arbeidersgezin. Zijn verkiezing in het Nederlands elftal is tamelijk uitzonderlijk, omdat in de jaren '20 over het algemeen jonge mannen uit de betere stand in aanmerking komen voor een plaats in het nationale team. Hieronder zien we het Nederlands elftal voor de interland België - Nederland (1-1), gespeeld op 27 april 1924 te Antwerpen. Onderaan, geheel links, zien we Peer Krom.

 

Simon Krom (Alkmaar)

Simon Krom wordt geboren in Zaandam op 22-10-1871. Zijn ouders waren Pieter Krom en Dina Timmerman. Simon is niet katholiek, maar Nederlands Hervormd.

Op 5-4-1905 trouwt hij in Alkmaar met Hester Hofmeester. Later huwt hij nogmaals. Dan met Antje Schotsman.

Op de gezinskaart van de gemeente Alkmaar wordt genoteerd dat Simon in die tijd boekhouder is. Later wordt Simon industrieel. Hij wordt namelijk directeur van de “Noord-Hollandsche Stoom-, wasch- en strijkinrichting S. Krom”. Het bedrijfspand, dat geopend werd in 1909, stond jarenlang aan de Schermerweg in Alkmaar.

Hieronder volgen twee afbeeldingen van dit bedrijf. Links een foto van het bedrijfspand vlak na de oprichting. Rechts het bedrijfslogo dat bij velen bekend zal voorkomen.

De leiding van het wasserijbedrijf wordt later overgenomen door de zoon van Simon, Pieter Krom.

Het bedrijf is inmiddels uitgegroeid tot een groot textielreinigingsbedrijf dat actief is in Noord- en West-Nederland. Het bedrijf heet nu Krom Textielreiniging en is gevestigd in Gorredijk (Friesland).

 

Jacob Gerardus Krom (Alkmaar)

In het Regionaal Archief te Alkmaar zijn een tweetal prenten te bewonderen van een “kunstenaar” met de naam J. G. Krom. Het betreft twee tekeningen die gemaakt zijn in het jaar 1924. Op de tekeningen zien we het toenmalige hoekpand Langestraat – Koorstraat te Alkmaar. Dit pand was het woonhuis en de werkplaats van Jacob Krom. Op het bord aan de gevel van de Langestraat staat het beroep van Jacob als volgt vermeld: huis- en rijtuigschilder en kamerbehanger. Jacob was tevens lid/meubelmeester van het tekenkundig genootschap "Kunst zij ons doel". Hieronder een bewijs daarvan, een fragment uit het adresboek van Alkmaar uit het jaar 1891. Daaronder de twee prenten van Jacob.  

 

 

 

Jacob was de zoon van Jan Krom en Antje Hartog. Hij leefde van 1859 tot 1936 en was Nederlands Hervormd. Hij was getrouwd met Grietje Bronsveld die leefde van 1870 tot 1934. Grietje werd als (wees)kind als een van de eerste Alkmaarders gefotografeerd door de "photographes" C. van der Aa en J. Chrispijn. Het resultaat staat hiernaast.

Jacob Krom (Assendelft)

De volgende Jacob Krom is het vermelden waard, omdat hij op opvallend jonge leeftijd in het huwelijk treedt met een dame die behoorlijk rijper is dan hij zelf.

Jacob Krom, geboren op 14-9-1849 in Westzaan, was de zoon van Willem Krom en Engeltje Jongejans. Hij trouwt op 26-5-1867 op 17-jarige leeftijd in Assendelft met Grietje Steyn. Grietje was op haar trouwdag 27 jaar oud.

Grietje was geboren op 6-5-1840 te Assendelft. Op 14-5-1864 trouwde ze op 24 jarige leeftijd te Assendelft met de 28-jarige Engel Koomen. Deze trouwdag kreeg echter een tragisch en merkwaardig verloop. Grietje werd op deze dag eerst de echtgenote van Engel, maar even later ook zijn weduwe. Engel overlijdt namelijk op dezelfde dag. Drie jaar later trouwt Grietje voor de tweede keer. Nu met onze jonge naamgenoot, Jacob Krom.

 

Jan Krom (Uitgeest)

De volgende Krom die hier besproken wordt is Jan Krom. Jan is een kleinkind van Jan Krom uit Generatie III, dus afkomstig uit een zijtak van de Akerslootse familie Krom.

Jan is geboren op 12-10-1809 te Catricum als zoon van Jacob Krom en Grietje Lindeboom. Hij trouwt op 18-8-1839 te Uitgeest met Trijntje Zoet.

Jan is de eerste Krom die zich in Uitgeest vestigt. Jan en Trijntje wonen aanvankelijk op Assum, waar hun eerste vier kinderen worden geboren. Later verhuizen ze naar het Nieuwland, waar nog twee kinderen worden geboren.

Jan verdient zijn brood als werkman, maar heeft de grootst mogelijke moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.

Na de dood van zijn vrouw woont hij een periode in Castricum. Nog later in Koedijk.

In 1870 wordt hij gearresteerd op beschuldiging van landloperij. De rechtbank van Amsterdam veroordeelt hem tot 14 dagen gevangenisstraf en “opzending naar een bedelaarsgesticht”, in dit geval de Rijkswerkinrichting de Ommerschans nabij Ommen in Overijssel ("het eerste landelijk gesticht voor luilevende armen"). Deze inrichting was een landbouwkolonie waar aanvankelijk het armlastige deel van de bevolking aan werk werd geholpen. Later veranderde de kolonie in een strafkolonie en werden steeds meer personen van “minder zedelijk en goed gedrag” naar deze inrichting gestuurd, zoals bedelaars, stropers en dronkaards. Zij moesten opgevoed worden “tot zedelijkheid en een eerlijk bestaan”.

Jan verblijft een jaar in Ommerschans. Maar in het voorjaar daarop wordt hij weer veroordeeld en moet hij terug naar de kolonie, nu voor een periode van twee jaar, wegens recidive van het gepleegde delict.

De pogingen om de werkschuwe Jan op te voeden tot zelfstandige landarbeider hebben echter weinig effect gehad, want nog geen 5 weken daarna moet hij voor de derde keer naar de kolonie. Hieronder een prent van de bedelaarskolonie

Als in 1875 zijn dochter Anna trouwt kan Jan daarbij niet aanwezig zijn. Jan geeft toestemming voor het huwelijk door een akte op te laten maken bij een notaris te Ommen.

Jan overlijdt in Uitgeest op 25-11-1889.

Zijn kleinkind Kees Krom (1879-1952) zou later wethouder worden in Uitgeest. Naar hem is nog een straat vernoemd: de Wethouder C. Kromstraat.

 

Jan Krom (Oost-Graftdijk)

In de 18e eeuw komen ook vrij veel Krommen voor in de dorpen Zuid-Schermer, Groot-Schermer, Star(n)meer en Oost-Graftdijk. Het is onduidelijk of er een relatie is met onze tak. Wel is duidelijk dat de Krommen uit de Schermer en omstreken van gereformeerde huize zijn. Onderstaand stukje betreft hoogstwaarschijnlijk Jan Corn. Krom van Groot-Schermer, die in 1802 in Graft in het huwelijk treedt.

Het nu volgende verhaal speelt zich af in Oost-Graftdijk in het jaar 1799, het jaar van de Engels-Russische inval, waarop in hoofdstuk 10 uitgebreid is ingegaan. Als de Engelsen en de Russen in oktober van dat jaar verslagen zijn, wordt vooral in Noord-Holland flink feest gevierd. Zo ook in Oost-Graftdijk. Uit het boek "De huzaren van Castricum" van A. Albers komt het volgende citaat:

"Het drinken van jenever was een niet onbelangrijk onderdeel van de feestvreugde. In Oost-Graftdijk werd “de burger Klaas Stam in zijn huis op een verregaande wijze ge­insulteerd; als wordende wel eerst door eenen Jan Krom en vervolgens door Dirck Pietersz. de Boer om genever verzocht, doch zoo, dat er met den eerstgemelden eene bedreiging mede gepaard ging, die zeer ras kwam te volgen; en waar bij Jan Bakker en Dirk Stam, en niet minder eene Muus de Jongh zich bijzonder lieten hooren, door hem onder stoten tegen en slaan op de toonbank, toe te roepen: "hier, genever moet er wezen, jou ouwe dit en dat! jou fijne blixem! genever moet er wezen" en wat dies meer is; daar mede aanhoudende, tot dat gedachte Klaas Stam, op het aanraden van zijn zoon Ariaan Stam, geraden vond, aan dezen een fles genever toe de reijken, en zij daarop vertrokken."

Al met al is wel duidelijk geworden, dat de hier beschreven Jan Krom evenveel van een borreltje hield als “het zwarte schaap” van de Akerslootse familie Krom.   

Startpagina                                                         Verder