De geschiedenis van de Akerslootse familie KROM    

 

14.   DITJES EN DATJES      

                                                                               

 

14.1   VERKLARING VAN DE NAAM KROM

In het jaar 1700 duikt plots de naam Krom in onze familie op. Dirk Jansz heeft de naam gekozen, maar heeft hij de naam ook zelf bedacht? Was Krom zijn scheld- of bijnaam? Misschien had hij een lichamelijke afwijking, of was hij door het zware boerenwerk krom gegroeid. Het laatste lijkt mij het meest voor de hand liggen. In ieder geval kozen veel mensen in die tijd een achter­naam die iets vertelde over hoe hun lijf eruit zag. Voorbeelden hiervan zijn de namen Groot, Klein, Oud, de Jong, de Lange, Kort, Mooy, Kaal, Zwart, de Wit, Sterk, Min, Regtop, en dus ook Krom.  

In een gedicht van Henk Tol kwam ik de volgende regel tegen: “Van morgenstond tot avondschemer, zwoegt het volk de ruggen krom.” Dirk Jansz zal ongetwijfeld ook tot dit volk behoord hebben.  

 

 

 

14.2   DE VOORNAMEN

Vanaf Generatie I tot en met Generatie VIII komen er in de familie Krom 41 personen voor. Opvallend is het dat er bijna twee keer zoveel mannen (jongens) als vrouwen (meisjes) voorkomen. Van het mannelijk geslacht komen er immers 26 voor, van het vrouwelijk geslacht 15.

Bij de voornamen van de 26 mannen valt op, dat er 3 namen zijn, die heel vaak gebruikt worden, namelijk de namen Jan, Dirk en Jacob. Bij de vrouwen komen de namen Maartje en Grietje het vaakst voor.  De complete “ranglijsten” zien er als volgt uit:  

 

 

  Mannen   Vrouwen    
  Jan

6

Maartje 3  
  Dirk 5 Grietje 3  
  Jacob 4 Neeltje 2  
  Klaas 2 Lijsbeth 2  
  Thijs 2 Guurtje 2  
  Cornelis 1 Trijntje 1  
  Pieter 1 Antje 1  
  Sijmen 1 Mietje 1  
  Arie 1 totaal 15  
  Jaap 1      
  Weijert 1      
  Wijnand 1      
  totaal 26      

 

 

14.3   DE GEMIDDELDE LEEFTIJD

Van 37 van de 41 Krommen uit de eerste acht generaties zijn de geboortedatum en de overlijdensdatum bekend. Hiermee heb ik de gemiddelde leeftijd uitgerekend. Deze komt op 43 jaar. De Krommen werden over het algemeen dus niet echt oud.

10 van de 37 Krommen stierven echter al voordat de leeftijd van 10 jaar bereikt werd. Dit drukt de gemiddelde leeftijd uiteraard behoorlijk. 

De oudste Krom tot nu toe was Jaap Krom (1887-1984). Hij werd 96 jaar oud. Nummer twee in leefijd werd Jaap z’n broer Jan (1890-1980). Hij werd 89. Hun moeder, Steintje Tiebie, werd ook behoorlijk oud. Zij werd 94. Maar zij "telt niet mee", ze was immers geen "echte" Krom.

 

 

14.4   TWEELINGEN

Nu iets over tweelingen in de familie Krom. Ik ben tot nu toe vijf tweelingen tegengekomen in de familie (inclusief de zijtakken). Opvallend is misschien wel, dat alle vijf bestaan uit twee meisjes of twee jongens. "Gemengde" tweelingen heb ik niet aangetroffen.

De oudste tweeling werd geboren op 22-12-1736 in Akersloot. Hun namen waren Catharina (Trijntje) en Cornelia (Neeltje). Hun ouders waren Jacob Krom en Trijntje Jans Groen/Butter. Trijntje en Neeltje zijn beiden zeer jong gestorven, respectievelijk op 3- en 4-jarige leeftijd.

De volgende tweeling bestaat uit Willem en Jacob Krom. Zij zijn geboren in Akersloot op 18-3-1779. Ze zijn kinderen uit het eerste huwelijk van Pieter Krom (met Ermpje Wulbertz van Duyn). Willem overlijdt op 17-jarige leeftijd, Jacob vestigt zich later in Castricum en overlijdt daar op de leeftijd van 51 jaar.

Bij Jacob is een nieuwe tak aan de stamboom ontsprongen, een tak met nazaten in Castricum, Heiloo, Limmen en omgeving. In deze tak komen twee tweelingen voor. Grietje en Marijtje werden geboren op 25-4-1882 en stierven beiden op zeer jonge leeftijd, ze werden 6 en 10 maanden oud. De andere tweeling uit deze tak is die van Wulbert en Jan Krom, geboren in Limmen op 11-4-1879. Deze heren zijn beiden getrouwd en zullen inmiddels ongetwijfeld zijn overleden.

De laatste tweeling betreft kinderen van Jan Krom en Marie (Mie) Verduin. De geboorte van deze tweeling is waarschijnlijk zeer moeizaam verlopen. Het eerste kind was van het vrouwelijk geslacht en werd “levenloos” geboren op 20-3-1916 “des namiddags te half vijf ure”. In de overlijdensacte wordt de naam van dit kind niet vermeld. Volgens overlevering moet dit meisje echter Grietje geheten hebben. Pas anderhalve dag later, op 22-3-1916 “des voormiddags te half vijf ure”, werd zusje Stien geboren. Stien is 66 jaar oud geworden. 

Dan nog dit: Van de 10 kinderen die hierboven vermeld staan, werden er slechts 4 volwassen, de anderen stierven voortijdig.  

 

 

14.5   KINDERSTERFTE

In de voorgaande eeuwen was de kindersterfte, zoals hiervoor al vermeld werd, een verschijnsel dat (uiteraard) veel vaker voorkwam dan in onze tijd. Vooral bij de kinderen en de klein­kinderen van Jacob Dirkse (Generatie III) kwam kindersterfte veelvuldig voor. Jacob kreeg 15 kinderen, 6 ervan stierven op jonge leeftijd. Vooral de winters van 1739, 1740 en 1741 moeten voor Jacob en zijn vrouw rampseizoenen geweest zijn. In januari 1739 overlijdt zoon Cornelis (4 jaar), in december 1739 overlijdt Lijsbeth van (1 jaar), in december 1740 over­lijdt Trijntje (3 jaar) en wederom in december, nu in het jaar 1741, overlijdt Neeltje (4 jaar). Ook van Jacobs kleinkinderen sterven er velen reeds op veel te jonge leeftijd. Bij zoon Jan sterven 6 van de 9 kinderen, bij Klaas 4 van de 6, bij Pieter 5 van de 8, bij Sijmen 2 van de 4 en bij Thijs tenslotte maar liefst 4 van de 5. In veel gezinnen stierven dus meer kinderen, dan dat er volwassen werden.  

 

 

14.6   HET GELOOF

De leden van de familie Krom (Generatie II tot en met VIII) zijn allen rooms-katholiek geweest. Ze werden allen gedoopt, trouwden "voor de kerk" en kregen, op een enkele uitzondering na, een katholieke begrafenis.

Hieronder volgt een tekening van de zogenaamde "Schuurkerk" uit Akersloot. In deze kerk zijn vele Krommen gedoopt en getrouwd. De kerk, gebouwd in 1633 door pastoor Stenius, op de plaats waar nu de begraafplaats "De Overtuin" gevestigd is, mocht niet het uiterlijk van een kerk hebben, vandaar de naam "Schuurkerk". De kerk werd ook wel "Schuilkerk" genoemd vanwege het verbod tot openbare uitoefening van de katholieke godsdienst in die tijd. Het torentje met klokje werd aangebracht in 1825. De kerk werd gesloopt in 1868.

Jan en Grietje uit Generatie V werden hoogstwaarschijnlijk wel in Akersloot geboren, maar niet door een Akerslootse pastoor gedoopt. Zij werden gedoopt in Heemskerk. (Waarschijnlijk is de oorzaak hiervan het feit dat niet alle pastoors bij de bevolking in goede aarde vielen, zoals bijvoorbeeld de zogenaamde jansenisten.)

Jan Krom, het zwarte schaap van de familie, werd zoals eerder vermeld, niet op een katholieke begraafplaats ter aarde besteld, maar op de algemene begraafplaats van Uitgeest. Ongetwijfeld zal zijn doodsoorzaak de reden geweest zijn voor het feit dat hij niet in “gewijde” aarde is begraven.  

Bij drie Krommen zijn de gegevens m.b.t. het begraven worden zeer tegenstrijdig te noemen. Het gaat hier om Guurtje Krom-Spaans, overleden in 1880, haar dochter Guurtje, overleden in 1885 (Guurtje werd 39 jaar oud en is op haar laatste verjaardag ingekleed als lid van de Derde Orde van de Heilige Franciscus. Bij haar bediening heeft zij, volgens haar bidprentje, de kloostergelofte afgelegd.) en haar zoon Arie, overleden in 1904. Volgens het “Register van begravenen 1880-1909 op de Algemeene Begraafplaats” (uit het Gemeente Archief) werden de drie begraven op de "Algemeene Begraafplaats" in de respectievelijke grafruimten 120, 94 en 88.  Toevallig zijn van alle drie de bidprentjes bewaard gebleven. Volgens deze prentjes echter zijn alle drie begraven op het R.K. Kerkhof te Akersloot. Op de plattegrond van het katholieke kerkhof (aangelegd in 1869) wordt in ieder geval ook de plaats van het graf van Arie Krom aangegeven.   

 

 

 

14.7   HET ZIJDEN DRAADJE

In de 19e eeuw veranderde de tak van de stamboom van de Akerslootse familie Krom in een zijden draadje. Bijna kwam er aan de tak een einde. Jan Krom, uit Generatie V en geboren in 1770, was al 43 jaar oud toen hij in Heiloo in het huwelijk trad met een nog heel jonge dame. Ze heette Antje Blom, was 21 jaar oud en afkomstig uit Heiloo. Ze trouwden op 9 januari 1814. Twee maanden later (!) werd hun zoon Dirk geboren. Dirk zou enigst kind blijven.

Het zijden draadje moest het ook in de volgende generatie nog even volhouden. Dirk kreeg vervolgens  immers wel 5 kinderen, 3 dochters en 2 zonen, maar een van de twee zonen, Jan, bleef vrijgezel. De andere zoon, Arie, was dus heel belangrijk voor het voortbestaan van onze tak van de familiestamboom. Arie kreeg maar liefst 6 zonen, 4 ervan werden volwassen. Deze vier hebben er vervolgens voor gezorgd, dat de familie Krom waarschijnlijk nog heel lang in Akersloot en omstreken zal voortleven.

Overigens staat in de geboorteakte van Dirk (Generatie VI) iets vreemds. Als vader Jan zijn eigen naam moet opgeven, is hij waarschijnlijk zo ontdaan (of nerveus), dat hij dit doet met de naam Dirk (de naam van zijn zoon en van zijn vader). Hij ondertekent zelfs ook nog met: Dirk Krom. Deze vreemde geschiedenis komt aan het licht, wanneer zoon Dirk in 1842 trouwt met Guurtje Spaans. In de huwelijksakte van deze twee staat vermeld dat vader Jan indertijd abusievelijk zijn naam verkeerd had opgegeven.  

 

 

14.8   GROOT FEEST IN 1762

Op 23 januari van het jaar 1762 was het in het huis van Jacob Dirkse waarschijnlijk wel een erg groot feest. Maar liefst drie van zijn kinderen traden die dag voor de kerk in het huwelijk. Zoon Dirk trouwde met Aaltje Smit uit Sint Pancras, zoon Jan met Barbara Captein en dochter Maartje met Dirk Wulbertz uit Egmond. Het burgerlijk huwelijk van deze bruidsparen vond twee weken later plaats.  

 

 

14.9   VERDRIET IN 1766

Vier jaar later is er minder reden tot feestvieren ten huize van Jacob Dirkse. Jacob immers sterft op 6 juni van dat jaar. In het “begraafboek” staat hierover het volgende: "6 junij 1766 geeft Roelof Janze Wiering aan het lijk van Jacob Dirksz ten huijze van Jan Coedijk in de Schermeer onder de vierde classis". Jacob is dus gestorven in de Schermer, terwijl hij toch woonachtig was op Starting in Akersloot. Wat deed hij dan in de Schermer? Was hij daar op doorreis? Was hij daar aan het werk en is hij daar onwel geworden? Of was er misschien sprake van een ongeval?

Vier dagen later is er in ieder geval wel sprake van een tragisch ongeval met een familielid. Dirk, de zoon van Jacob Dirkse, ook wonend op Starting, doet op die dag aangifte van de dood van zijn 3-jarig zoontje dat toevallig ook Jacob Dirkze heette. Kleine Jacob is door verdrinking om het leven gekomen. In het “begraafboek” staat precies onder de hierboven genoemde aantekening over de dood van (opa) Jacob het volgende: "10 junij 1766 geeft Dirk Crom aan het verdronken lijk van zijn kint gen.t Jacob Dirkze op Prodeo". Hoogstwaarschijnlijk is kleine Jacob verdronken in de Startingervaart. Vader Dirk woonde immers naast het Dorpstet op Starting.  

Hieronder volgt het hierboven beschreven fragment uit het "begraafboek".

Kleine Jacob was overigens niet het enige Krommetje dat door verdrinking om het leven is gekomen. Omstreeks 1915 verdronk tijdens het spelen bij de Valbrug nabij molen “de Dog” te Uitgeest het zoontje van Dirk Krom (Generatie VIII), Adriaan. Adriaan was geboren omstreeks 1909 en moet ten tijde van het ongeluk ± 6 jaar oud geweest zijn.  

 

 

 

 

14.10   IMPOST

 In de overlijdensacte van Jacob Dirkse staat de vermelding "onder de vierde classis", en in die van kleine Jacob "op Prodeo". Deze opmerkingen hebben te maken met wat men impost noemde. Impost was een soort belasting, een bedrag dat  tussen 1695 tot 1805 betaald moest worden bij huwelijk of overlijden. De mensen die een vermogen hadden, werden daarvoor onderverdeeld in 4 klassen. De rijksten vormden de eerste klasse, de mensen met het minste vermogen behoorden tot de vierde klasse. 

De familie Krom is nooit echt vermogend geweest. Een enkele keer behoorde er een tot de derde klasse, maar meestal behoorde men tot de vierde. Soms waren de Krommen zo arm, dat ze behoorden tot de prodeo-klanten. Dan hoefden ze helemaal niets te betalen. In 1766 gold dit ook voor Dirk Krom.  

 

 

14.11   DE VOLKSTELLING VAN 1811

In 1811 werd er in Akersloot een volkstelling gehouden. Er woonden toen in Akersloot 613 zielen, in de Woude nog eens 176, wat het totaal bracht op 789. In de "lijst van personen" staan de volgende Krommen vermeld:  

Jacob T. Krom

Klaas D. Krom

Jan D. Krom

Jacob Krom

Jan Krom

lt.: 30

lt.: 38

lt.: 39

-

-

bakker

boerenknecht

boerenknecht

-

-

den Dam

Starting

Starting

Kerkbuurt

Kerkbuurt

Bij drie van deze personen is er nog een "aanmerking" bij geschreven.

Bij Jacob T. Krom en bij Jan (Jansz) Krom staat de aanmerking: "onder de maat". Waarschijnlijk waren beiden nogal klein van stuk.

Bij Jacob Krom staat de volgende aanmerking: "door gebrek aan zielsvermogen ongest.". Bij deze laatste aanmerking kunnen de volgende vragen gesteld worden. Om welke Jacob gaat het hier? En wat betekent in de aanmerking de afkorting "ongest."? Het antwoord op beide vragen vinden we in de registratie van de "Gewapende Burgers" in 1799. Uit deze registratie valt op te maken dat het hier Jacob Klaasz Krom betreft, dus niet Jacob Dirksz Krom, de Jacob uit “onze” tak. Bij Jacob Klaasz Krom, geboren in 1772, stond in bovengenoemde registratie de hierna volgende aanmerking van het gemeentebestuur: "ongeschikt".

Jacob Klaasz was dus ongeschikt als gewapend burger vanwege een gebrekkig zielsvermogen. Waarschijnlijk was er bij hem sprake van zwakbegaafdheid. Het lijkt mij aannemelijk dat het ook deze Jacob was die bij de Gewapende Burgermacht tijdens het exerce­ren als tamboer mocht optreden. Het ligt immers voor de hand dat Jacob, met zijn beperkt zielsvermogen, geen vuurwapen in de hand gekregen zal hebben, hoewel  ... Jacob kon wel op een heel behoorlijke manier zijn naam schrijven, iets wat lang niet alle Krommen uit zijn tijd hem nadeden.     

 

 

14.12   DE BRANDWEER

Voor zo ver is na te gaan, is er slechts een lid van de famile lid geweest van het Brandweerkorps van Akersloot, en wel "het zwarte schaap" van de familie, Jan Krom. In de periode 1880-1884 bestond het korps uit 83 leden. Jan was een van de drie "spuitzetters".   

 

 

14.13   DIRK KROM: WANBETALER OF GOEDE GEVER?

Dirk Krom (Generatie IV) komt twee keer als wanbetaler voor. Een en ander blijkt uit de boeken van de penningmeester van de Hempolder. In 1788 noteert de penningmeester het volgende: "aan molengelt ontvangen over 72 morgen als 4 gulde ter morgen ƒ 288:0:0. En het welke nu niet ontvangen Dirk Krom Reststandt gebleven voor 1788 zijnde ƒ 11:18:0. Dus van molegelt ontfange ƒ 276:2:-.". Dirk betaalt zijn schuld alsnog in 1789. In 1791 betaalt Dirk opnieuw niet. Nu gaat het om het bedrag van ƒ 8:18:8. Ook nu betaalt hij een jaar later.

Uit bovenstaande gegevens mag zeker niet geconcludeerd worden dat Dirk “gierig” zou zijn. Misschien had Dirk het in die jaren financieel gezien wat moeilijk, gierig was hij zeker niet. Het bewijs hiervoor wordt geleverd in 1808. In dat jaar wordt "een lijst van goede gevers" opgesteld. Op deze lijst staan de namen van mensen die een geldbedrag gegeven hebben voor een of ander goed doel. (Helaas wordt er niet bij vermeld om welk doel het hier gaat.) Op bovengenoemde lijst komen de volgende Krommen voor: Dirk Dkzn. (2 gulden), Jan (2 gulden), Jacob KL.zn. (6 gulden), Klaas Jacobsz. (2 gulden), Jacob Dzn. (6 gulden), Jacob Thijsz. (20 gulden), Neel­tje Kl.dr. (6 gulden). Dirk Jacobsz., de wanbetaler van hierboven, is van alle Krommen echter verreweg de gulste gever. Hij geeft maar liefst 40 gulden.

Overigens staat ook Marijtje Waardenburg, de weduwe van Pieter Krom die zo moest soebatten om haar kostje bij elkaar te krijgen, op de lijst. Zij gaf 1 gulden.

In 1921 werd er ook een inzamelactie gehouden, waarbij aan de bevolking van Akersloot gevraagd werd een bedrag te geven voor het goede doel. Deze keer echter is het doel wel bekend, want de actie heeft als naam gekregen: “Steun aan hongerend Rusland”.

De bevolking van Akersloot geeft gul. Het totaalbedrag is maar liefst ƒ 449,20. Op de lijst van goede gevers staan deze keer 3 Krommen. J. (Jan) Krom geeft ƒ 2,50, Jac (Jaap) Krom geeft ƒ 1,- en C. Krom (dit is Christina (Steintje) Krom-Tiebie) geeft ƒ 0,25.    

 

 

 

 

 

 

14.14    BOLLENTEELT ALS BIJVERDIENSTE

Van Dirk Krom (generatie VI, 1814-1876) en zijn zonen Jan Krom (Generatie VII, het zwarte schaap van de familie, 1843-1903) en Arie Krom (Generatie VII, 1854-1904) is bekend dat zij als timmermannen  hun brood verdienden. Alle drie hebben echter ook bloembollen geteeld.

Halverwege de 19e eeuw beginnen meerdere Akersloters met de “bloemisterij”, het telen van bloembollen. In eerste instantie zijn het met name veehouders uit het dorp die er met de bollenteelt iets extra’s bijverdienen. Vanaf het voorjaar van 1870 worden er in Akersloot “groene veilingen” gehouden. De bollentelers bieden bij deze veilingen de bollen van de op het veld staande gewassen te koop aan. Bij de veilingen van 1873 tot en met 1876 is timmerman Dirk Krom echter ook een van de opdrachtgevers/bollenkwekers. Dirk bewoont in die tijd een van de twee huizen die staan aan het Molenpad, dat onderdeel is van de Molenbuurt. Zijn buurman is “bloemkweeker” Cor Schut. Ik vermoed dat Dirk de kneepjes van het vak geleerd heeft van zijn buurman. Hieronder de overlijdensakte van Dirk uit 1876. Degenen die hem aangeven zijn zijn zoon Jan en buurman Cor.

 

 Na de dood van Dirk wordt de “zaak” ongetwijfeld voortgezet door zijn zonen Jan en Arie. Hiervoor worden twee bewijzen gevonden. De eerste betreft Jan Krom. Jan is in 1891 immers een van de 11 leden van de afdeling Akersloot van de Algemeene Vereniging voor bloembollencultuur. In die tijd zijn het nog voornamelijk krokussen, narcissen, tulpen en hyacinten die door de Akersloters gekweekt worden. Langzamerhand gaat men zich echter ook steeds meer richten op het kweken van lelies. Zo ook Arie Krom. Arie overlijdt in 1904. Als in 1907 i.v.m. “de scheiding en verdeling van de algeheele gemeenschap van goederen” van Arie en zijn vrouw Steintje  een akte wordt opgesteld door de notaris komen we in de akte het volgende fragment tegen:

 

Op bescheiden schaal kweekte Arie dus ook lelies. Hij deed dit overigens in de tuin bij zijn huisje aan de Molenbuurt, dat stond aan de huidige Julianaweg, op de plek waar nu de eetgelegenheid van Zee en Meer gevestigd is. De vrouw van Arie, Steintje Tiebie, zal hem bij de lelieteelt ongetwijfeld geholpen hebben. Zij was immers de dochter van bloemist Jacobus Tiebie.

 

 

 

14.15    GEMEENTEOPZICHTER JAN KROM

Nogmaals iets over een Krom met de voornaam Jan. Nu betreft het echter timmerman/aannemer Jan uit Generatie VIII.

Jan solliciteert in juli 1930 bij het gemeentebestuur van Akersloot naar de vacante functie van gemeenteopzichter. Deze functie werd van 1912 tot 1921 uitgeoefend door timmerman E. Poland, en van 1922 tot 1930 door A. Groot, aannemer in de Woude. Aan de laatstgenoemde wordt in 1930 eervol ontslag verleend, zodat de gemeente in dat jaar op zoek gaat naar een opvolger.   

Jan solliciteert met succes, want 20 dagen nadat hij zijn sollicitatiebrief schrijft, krijgt hij van het gemeentebestuur een positief antwoord: Jan zal met ingang van 1 oktober 1930 benoemd worden tot  gemeenteopzichter.  

Jan beantwoordt de brief van de gemeente als volgt:

                        "Akersloot 16 augustus 1930

In antwoord op uw schrijven van 28 juli j.l. deelt ondergeteekende de Ued. mede als dat hij zijne benoeming voor de betrekking van gemeenteopzichter aanneemt.

Tevens neemt ondergeteekende bij dezen de vrijheid het gemeentebestuur van Akersloot zijne hartelijke dank te betuigen voor zijne benoeming van bovengenoemde betrekking.

                        Hoogachtend,

                        Ued. dr.

                        Jn. Krom."

Het is mij onbekend hoe lang Jan de betrekking van gemeenteopzichter uitgeoefend heeft. Zijn dienstverband duurde in ieder geval tot 1944.

Wel kan nog vermeld worden welke werkzaamheden de gemeenteopzichter in die tijd zo ongeveer moest uitvoeren. Jan kreeg bij zijn benoeming namelijk tevens een “instructie”, waarin in 12 artikelen uitgelegd werd wat er zoal van hem verlangd werd. De belangrijkste punten uit deze “instructie” zijn:

  - het vooraf maken van de tekeningen, bestekken en begrotingen van de door de gemeente uit te voeren werken,  
  - het in orde brengen van de nodige stukken bij aanbesteding van werken en het verschaffen van de nodige aanwijzingen en toelichtingen aan de gegadigden,  
  - bij niet aanbesteding de verschillende werkzaamheden opdragen aan de werkbazen in de gemeente die aan de beurt zijn,  
  - bij de uitvoering van de verschillende werkzaamheden erop toezien dat deze vlug en overeenkomstig de vooraf gemaakte bepalingen worden verricht en dat steeds deugdelijk materiaal wordt gebruikt,  
  - voortdurend toezicht houden op alle gebouwen aan de gemeente toebehorende, op de gemeentewegen en de daarop of daarlangs geplaatste hekken, afsluitingen, schoeiingen en op de in de wegen liggende bruggen.  

 

 

 

14.16   DE LAATSTE BRIEF VAN MARIE KROM-VERDUIN

Marie Krom-Verduin, geboren in Akersloot op 8-2-1893, is een van de kinderen van schipper Klaas Verduin en Grietje Gijzen. Daar ze twee oudere zusters heeft die ook Marie/Maria heten, wordt zij ook wel Mie genoemd. Hieronder twee foto's van de familie Verduin. Links Klaas en zijn vrouw Grietje. Rechts de gehele familie op de schuit van Klaas. Mie staat als 5e van rechts.

Mie staat ook afgebeeld op een oude schoolfoto uit 1904. Op de foto zien we de leerkrachten en de leerlingen van de St. Jacobusschool. Mie, achteraan met nummer 20, is dan 11 jaar oud.

In 1915 trouwt Mie met timmerman Jan Krom (zie ook 4.2 De timmermannen). Hieronder een foto van het gezin van Jan en Mie omstreeks 1930. Van links naar rechts zien we Stien, Marie, Mie, Gré, Gerard, Griet, Arie, Jan (sr.), Niek en Jan (jr.). Het gezin is dan nog niet compleet, want Theo en Jo "moeten" dan nog geboren worden.

In 1953 gaat het niet best met de gezondheid van Mie. Twee dagen voor Kerstmis schrijft ze een brief, naar alle waarschijnlijkheid haar laatste brief ooit, naar zoon Jan en schoondochter Alie om hen te feliciteren met de geboorte van hun tweede kind, Marjan. In de brief beschrijft ze tevens hoe het gesteld is met haar gezondheid en die van haar zonen Jo en Theo en nog een flink aantal dorpsgenoten. Duidelijk wordt dat vele Akersloters lijden aan "t.b.", tuberculose.

Nog geen twee maanden na het schrijven van de brief, op 17-2-1954, overlijdt Mie. Hieronder haar bidprentje.

 

 

14.17   DE DOCHTERS UIT DE FAMILIE

In dit hoofdstuk en ook in veel van de vorige hoofdstukken, is voornamelijk aandacht geschonken aan de mannen uit de familie. Bij hen immers gaat de familiegeschiedenis verder.

Als de dochters zich echter voortplanten, doen zij dat in een familie met een andere achternaam. Zij verdwijnen aldus enigszins uit beeld. Om het totaaloverzicht van de gehele familie toch compleet te maken, geef ik hieronder een overzicht van de huwelijken die plaatsgevonden hebben tussen de dochters van de familie Krom met heren uit andere families:

Generatie III:

Maartje, in 1726 gehuwd met Wouter Dirkse.

Generatie IV:

Maartje, in 1762 gehuwd met Dirk Wulbertz.

Lijsbeth, in 1778 gehuwd met Pieter Brasser.

Generatie V:

Maartje, in 1797 gehuwd met Jan Caandorp en in 1802 met Pieter Nijhoff.

Guurtje, in 1793 gehuwd met Jan Huigen en in 1798 met Dirk Stierp.

Grietje, in 1800 gehuwd met Theunis Gerritsz.

Generatie VII:

Antje, in 1877 gehuwd met Pieter Oudejans.

Generatie VIII:

Grietje, in 1911 gehuwd met Nic. Mors.

De overige dochters zijn of jong gestorven, of ongehuwd gebleven. 

 

 

 

 

 

14.18   DE NAAM KROM IN NOORD-HOLLAND

De familie Krom vindt, voor zo ver dat is na te gaan, haar oorsprong in Akersloot, maar heeft inmiddels zijtakken in Uitgeest, Castricum, Limmen, Heiloo, Bergen en Schoorl. 

Is de achternaam Krom nu een naam die uitsluitend in Akersloot en omstreken voorkomt, of wonen de Krommen meer verspreid over de provincie? Deze vraag kan beantwoord worden met behulp van het "Nederlands repertorium van achternamen" (deel Noord-Holland). In dit boek staan de resultaten van de volkstelling die in 1947 in Nederland is gehouden, en geeft men antwoord op de vraag hoe vaak een bepaalde familienaam in onze provincie voor­komt.

In Noord-Holland woonden toen 959.078 mensen. De meest voorkomende naam was Bakker (9.922 keer), op de tweede plaats staat de naam de Vries (6842 keer) en op de derde plaats de naam Smit (6.211 keer). De naam Krom staat op ongeveer de tweehonderdste plaats, en komt dan 348 keer voor. 

Men heeft toen ook onderzocht in welke plaatsen onze naam toendertijd voorkwam. De naam Krom komt in 1947 in 34 plaatsen voor. Een blik op de lijst van plaatsnamen leert ons dat Akersloot in 1947 22 Krommen "rijk" was. Met dit aantal is Akersloot zeker geen koploper. Andere plaatsnamen waar behoorlijk veel Krommen woonden, zijn Westzaan (21), Wormerveer (24), Limmen (26), Zaandijk (28), Haarlem (38), en Uitgeest (39). De meeste Krommen woonden echter in Zaandam (44).  

Op de foto hieronder een stukje Noord-Holland waar de "Krommendichtheid" in ieder geval erg hoog was. Het is een foto, genomen rond 1930, van het begin van de Julianaweg (Akersloot). In het huis links woonde toen Jan Krom, rechts zien we de woning/winkel/werkplaats van zijn broer Jaap.

Samengevat komt het erop neer dat er drie centra zijn waar onze familienaam veelvuldig voorkomt. Het eerste centrum is het gebied Akersloot-Uitgeest-Limmen, een ander centrum is Haarlem met omringende plaatsen als Haarlemmermeer en Heemstede, maar verreweg de meeste Krommen komen voor in de Zaanstreek, in plaatsen als Zaandam, Zaandijk, Wormerveer, Westzaan, Koog aan de Zaan en "Krom"menie.  

Uiteraard zijn deze gegevens niet meer "up to date". Het geeft ons een goed beeld van hoe het was, maar toch ook een indicatie van hoe het nu ongeveer zal zijn.

Overigens kwam in 1947 niet alleen de naam Krom voor. Ook de achternaam de Krom kwam voor (4 keer). Een persoon in onze provincie had de achternaam v.d. Krom.

Startpagina                                                        Verder