De geschiedenis van de Akerslootse familie KROM    

 

4.1   DE BOEREN

     
 

 

Generatie I en II: Jan en Dirk Janse

De eerste Krom van wie we met zekerheid kunnen zeggen dat hij boer van beroep was, was Jacob Dirkse (Generatie III). Gezien het agrarische karakter van het dorp Akersloot, en gezien het feit dat de Krommen na hen ook bijna allemaal boer waren, kunnen we er wel vanuitgaan dat Jan (Generatie I) en Dirk Janse (Generatie II) ook als boer door het leven gingen.

Van Jan weten we bijna niets, van Dirk Janse ook niet veel, maar toch wel iets. Dirk trouwt in 1695 met Trijntje Jacobs Brandjes. Dirk en Trijntje krijgen twee kinderen. Het volgende dat we van hem weten is dat hij op 4 mei 1708 van Jan Arentz Smit een huis koopt op de Molen­buurt. Dit huis wordt in de archieven als volgt omschreven: "een huijs ende erve staande en geleegen op Meullenbuijrt in deeze banne belent Sijmen Willemsz aan de oost en de noort, ende de gemeene weg aan de westzijde ende dat voor de somma van een hondert en twaalf guldens". Vermoedelijk werkte Dirk als boerenknecht, misschien huurde hij hier en daar een stukje grond om voor zichzelf te werken. Dirk is waarschijnlijk tussen 1720 en 1723 overleden. (Omtrent zijn overlijden zijn geen gegevens terug te vinden. De aanduiding “tussen 1720 en 1723” is gebaseerd op het feit dat de doop-, trouw- en begraafboeken in die periode een jammerlijk hiaat vertonen.) Na de dood van Dirk, op 20 mei 1729, verkoopt zijn zoon Jacob Dirkse "namens zijn moeder Trijn Jacobs aan Jan Claas een huijs & erve met een vrugtbaare tuyn staande en gelegen op Molenbuurt 't erf groot 35½ roede voor  ƒ 100,-". De toevoeging "met een vrugtbaare tuyn" duidt op het aanwezig zijn van een boomgaard met vruchtdragende bomen.

Hieronder volgt een copie van een aantekening uit een boek waarin de gemeente de zogenaamde binnenverpondingen bijhield. (Verpondingen zijn belastingen op onroerende goederen.) De naam van de vorige eigenaar van het hierboven beschreven huis is hierop doorgehaald en veranderd in: Dirk Jansz: Crom 1705. Het jaartal 1705 is echter onjuist, daar Dirk dit huis pas in 1708 gekocht heeft. 

 

Generatie III: Jacob Dirkse

Jacob Dirkse (1700-1766; hij wordt ook wel Jap of Japik genoemd) trouwt op 11 januari 1728 met Trijntje Jans Groen (ook de achternaam Butter wordt bij haar gebruikt). Op dezelfde dag trouwt met de “totale gemeenschap” als getuige Cornelis Dirkse met Maria Arians. (Is deze Cornelis misschien een broer van Jacob? Het zou best eens kunnen, maar er zijn geen bewijzen voor terug te vinden. Overigens komt omstreeks deze tijd ook een Cornelis Claas Crom in de boeken van Akersloot voor.)

Jacob en Trijntje krijgen samen 15 kinderen, 6 ervan sterven op jonge leeftijd, de negen andere (2 dochters en 7 zonen) trouwen allen en zullen later voor vele nakomelingen zorgen.

Op 7 mei 1728 koopt Jacob "een huys en erve staande en gelegen aan de Watersij belent ten noorden Gerrit Stadegaart ten suyden het dorp van Akersloot voor ƒ 192,-". Op 20 mei 1729 verkoopt hij namens zijn moeder het ouderlijk huis op de Molenbuurt en koopt tegelijkertijd "de hofstee van Pieter Kuyper groot 100 roeden gelegen voor Gerrit Staedegaert voor een en zestig gulden". Misschien kocht hij dit huis voor zijn moeder, zodat zij vlak naast hem kon wonen.

In 1735 koopt hij nog "een huys en erf staande en gelegen aan de Watersy belent de kooper ten noorden voor ƒ 18,-", en in 1736 "een huijs en erf 't erf groot 20 roede staande en gelegen op Starting voor ƒ 200,-". In 1756 koopt hij opnieuw een huis, nu "een huijs en erf staande en gelegen op Starting het erf groot 80 roede belent de koper ten westen voor de somma van ƒ 215,-". Jacob woont dus vanaf 1736 op Starting en bezit daar vanaf 1756 twee naast elkaar gelegen huizen (na zijn dood worden deze huizen het eigendom van zijn zonen Dirk en Jacob).

In die tijd werden regelmatig publieke veilingen gehouden, meestal in herberg "De Groene Valck". Op deze veilingen werden regelmatig huizen en/of stukken land te koop of te huur aangeboden. Jacob, en later ook zijn zonen, moeten hier vaak bij aanwezig geweest zijn. Zo huurt Jacob bijvoorbeeld "een scharlaken groot 1165 roeden", "het stuk agter Starting groot 1218 roede", "een akker voor Kerkgeest groot 38 voet", "een braak akker voor de Hoorne", "een akker voor Lamoor groot 15 voet", "de kroft voor de hooge weyd groot 65 voet", en "twee akkers op hoogenrijp groot 35 voet". Vanaf 1753 koopt hij ook vaak stukken land, zoals "een stukje land gelegen in 't groote polder 1532 roede voor ƒ 80,-", "twee akkers zaadland gelegen in 't kijfpolder groot 26 voet voor ƒ 75,-", "een kroft saat­lant gelegen bij Starting groot 411 roede nogs 150 roede in de verponding en 396½ roede afsleet in de Woude voor ƒ 82,-" ,"een kroftie voors huijs groot 86 roed belent ten suijden de gemene weg en ten noorden de koper voor de somma van 52 gulden", en "'t ventje aan de westdijk groot 515 roede".

Gezien de benamingen van bovengenoemde stukken land zal Jacob vooral aan akkerbouw (en/of tuinbouw) gedaan hebben. Van veeteelt is waarschijnlijk weinig sprake geweest.

Generatie IV: De zonen van Jacob

Jacob had, zoals hiervoor al vermeld werd, 7 zonen. Vijf van hen werden net als hun vader boer. Dit zijn: Jan (1730-1783), Dirk (1733-1815), Pieter (1739-1794), Jacob (1742-1800) en Sijmen (1743-1781).  

Jan trouwt in 1762 met Barbara Jans Captein en woont na zijn huwelijk op de Molenbuurt in de omgeving van de Rommeldijk. In 1769 neemt hij een hypotheek op zijn twee huizen "staande en gelegen op Molenbuurt alsmede 21 morgen weijd als hooy en zaadland". Hij verklaart dan schuldig te zijn het bedrag van  ƒ 2500,-. Twee weken voor zijn overlijden (mei 1783) verkoopt hij huis en erf "groot 160 roede in 't groote polder, nog een stuk land in 't groote polder groot 592 roede, nog enige akkers zaadland groot 530 roede, nog 2 akkers zaadland groot 239½ roede, nog 2 akkers zaadland groot 522½ roede, nog 1 akker zaadland groot 135 roede voor  ƒ 1040,-". Tevens verkoopt hij "een stuk land groot 2477½ roede in Binnengeesten, nog een stuk land in 't groote polder groot 1123 roede voor ƒ 1365,-".  

Bij Jan begint een zijtak van de familie die uiteindelijk veel Krommen zal opleveren in Uitgeest.  

Dirk trouwt (ook) in 1762 met Aaltje Jacobse Smit uit Sint Pancras. Zij gaan wonen in een van de huizen van zijn vader op Starting. Dit huis moet ongeveer daar gestaan hebben waar nu de familie Veldt een boerderij heeft staan (Sluisweg). Het huis van Dirk stond tevens naast het zogenaamde "Dorpstet", een aanlegplaats voor schepen waar goederen konden worden in- en uitgeladen. In 1795 koopt hij een tweede huis. Dit huis lag aan de andere kant van het stet.

(Met betrekking tot dit stet nog het volgende: Omstreeks 1650 telde Akersloot maar liefst 9 stetten, 2 particuliere en 7 door het dorpsbestuur onderhouden stetten. In die tijd werden deze stetten voornamelijk gebruikt ten behoeve van de schulpvaart, het per schip vervoeren van schelpen. Aan de duinkant, vooral bij Bakkum, deed men immers veel aan schelpwinning. De schelpen werden van het strand of uit de duinen gehaald, en vervolgens met kleine vaartuigjes richting Akersloot vervoerd. Op de stetten in Akersloot werden de schelpen vervolgens voor verder transport in grotere schuiten overgeladen.)

In 1805 laten Dirk en Aaltje een testament opmaken. Hierin verklaren beiden "beneden de 4000 gulden gegoed te zijn". Tevens verklaren zij dat hun bezittingen bij het overlijden van een van de twee overgaan op de langstlevende. Hun jongste dochter, Grietje, erft bij het overlijden van Aaltje "de Roode koraalde ketting en de goude haak". Na het overlijden van de langstlevende krijgen de zonen Klaas en Jan "een zomma van vijf honderd guldens, op voorwaarde dat zij het kind van Dirk Brandjes, met naame Dirk Dirksz Brandjes, zullen moeten onderhouden totdat het de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt".

(Over deze Dirk Dirksz het volgende: Dirkje werd geboren op 22-1-1797. Hij was een van de 9 kinderen van Dirk Brandjes en Aartje Duijn (die stierf in 1797) en een kleinkind van een van de zussen van Dirk, Maartje.  Van de 9 kinderen van Dirk en Aartje is slechts één kind volwassen geworden. De andere 8, ook de hier bedoelde Dirkje, zijn gestorven voordat ze 12 jaar werden. Klaas en Jan Krom, de zonen van Dirk en Aaltje, hebben de “zomma van vijfhonderd guldens” dus nooit mogen ontvangen, want de moederloze Dirkje Brandjes overlijdt in 1808, op 11-jarige leeftijd.)

Op 9 april 1812 komt de handtekening van Dirk Krom voor op een acte die is opgesteld naar aanleiding van een al jarenlang heersend geschil tussen de R.K. Gemeenten van Akersloot en De Rijp. Dit geschil ging over 3 "huismanswoningen" gelegen in de Starnmeer. Zowel de pastoor van Akersloot als die van De Rijp maakten aanspraak op de parochianen die deze huizen bewoonden. In de acte staat beschreven dat de betreffende woningen worden toegewezen aan De Rijp. Namens de Akerslootse parochie wordt de acte ondertekend door B. J. Loos, priester te Akersloot, Arie Dirksz Stierop en Dirk Krom, als kerkmeesters. Dirk Krom was in 1812 blijkbaar kerkmeester. In de regentenlijst van Akesloot, zie hoofdstuk 8, is hierover echter niets teruggevonden.

In 1814 overlijdt Aaltje. Dirk laat dan opnieuw een testament opmaken. Hierin herroept hij o.a. het voorgaande testament, tevens legateert hij het een en ander aan de Rooms-katholieke kerk. Uit dit testament komt het volgende citaat:

"Ik legateer aan de met Eerwaarde Heer Tijdelijke Pastoor te Akersloot een zomma van twee honderd Guldens om in gevolge gebruik der Roomsch Catholyke Kerk door zijn wel Eerwaaede te worden geemploijeerd voor Kerkelijke diensten,

Ik legateer aan de Roomsch Catholyke Kerk te Akersloot een zomma van twee honderd Guldens waar van jaarlijks de revenuen aan de tijdelijke Pastoor te Akersloot moeten worden uyt betaald en afgegeven ter voldoening der Jaargetijden voor den Testateur en zijn overleden vrouw Aaltje Jacobse Smit".

Op 1 januari 1815 overlijdt Dirk, op de voor die tijd zeer gezegende leeftijd van 81 jaar.  

Hieronder volgen twee fragmenen uit het laatste testament van Dirk. Links een noot die na de dood van Dirk door notaris Lourens Veer aan de kantlijn van het testament is geschreven, rechts de wat bibberige handtekening van Dirk, gezet 10 dagen voor zijn overlijden. 

In maart 1816 wordt door notaris Lourens Veer een proces verbaal opgemaakt in verband met de "verkooping" van het onroerend goed van de overleden Dirk. Dit proces verbaal geeft een goed beeld van hetgeen Dirk ooit bezeten heeft:

- "een huismanswoning en erve staande op Starting mitsgaders een erfje aan de Startingervaart groot 13 roeden in de Gemeente Akersloot belent met het Dorpstet ten oosten en Pieter Admiraal ten westen"

- "een huismanswoning en erve staande op Starting belend Dorpstet ten westen en de armen van Akersloot ten oosten"

- een werf, een half akkertje, een akker en een stukje wijdland, allen gelegen op Starting

- 8 akkers zaadland en nog een stukje land in de Binnegeester Polder 

- een stukje akkerland gelegen voor Kerkgeest

- een stuk land genaamd De Nieuwen Weg, een stuk land genaamd de Schooldammer Ven, en een akker zaadland, allen gelegen in het Grote Polder

- een stuk weidland genaamd bij de Groenendijk, een stuk weidland genaamd de Stad Monnikendam, een stuk weidland genaamd op de Nes, een stuk weidland genaamd op de Nes van Nieuwenhuijzen en een stuk weidland genaamd de Doornweid, allen gelegen in het Grote Polder te Limmen

- en (tenslotte) een stuk weidland genaamd het Hemmerstuk gelegen in de gemeente Heiloo.

De verkoop van al deze onroerende goederen levert een bedrag op van ƒ 3427,-. Maar... het opmaken van de akte kost al het aardige bedrag van  ƒ 1872,-.

Dirk bezat naast akkerland ook al behoorlijk wat weilanden. Hij had, zoals men dat tegenwoordig zegt, een gemengd bedrijf.

Over Dirk tenslotte nog het volgende: Voor het concilie en de liturgische vernieuwing in de Rooms Katholieke kerk was het de gewoonte om iedere zondag een deel van de zogenaamde doodceel  (boek met alle overledenen) voor te lezen. Een deel begon met: Dirk Jacobzoon Krom en Aaltje Jacobse Smit; Jacob Smit en Maartje Schotten; enz.; enz..   

Pieter trouwt in 1773 met Ermpje Wulbertz (Willems). Ermpje overlijdt in  1784. In 1785 trouwt Pieter opnieuw, nu met Marijtje Ariens Waardenburg. Ook Pieter heeft zijn bedoeninkje op de Molenbuurt, dichtbij zijn oudste broer Jan.

In de periode 1780 tot 1792 krijgt Pieter regelmatig een bedrag uitbetaald door de penningmeester van de Hempolder en die van de Binnengeesterpolder. Hij werkt blijkbaar ook als “dagloner”, hoewel .... Pieter krijgt in 1792 van de penningmeester van de Binnengeesterpolder 2 gulden voor “een nagt arbeijdsloon”. Er wordt helaas niet bij vermeld waaruit deze nachtelijke klus bestaan heeft.

Pieter sterft op 28-9-1794.

Een week voordat Pieter sterft, laten hij en zijn vrouw Marijtje een testament opmaken door notaris Lourens Veer. Zo'n testament was echt wel noodzakelijk, want als een van de twee zal overlijden, zullen er heel wat personen aanspraak kunnen maken op een erfdeel: de echtgenoot of echtgenote, de kinderen uit Pieters eerste huwelijk, de kinderen uit het eerste huwelijk van Marijtje (ze was eerder gehuwd geweest met Klaas Janz Kuyper), en de kinderen uit het huwelijk van Pieter en Marijtje.

Na Pieters overlijden wordt er op 8-3-1795 opnieuw een notariële akte opgemaakt, betreffende het verdelen van de erfenis.

Hierin staat precies te lezen waaruit de boedel van Pieter en Marijtje bestaan heeft. Het geeft ons een aardig beeld van hoe het leven van een "gemiddelde" Krom er zo'n 200 jaar geleden uitgezien zal hebben. De bezittingen bestonden uit:

"- een huijs en erve staande en gelegen op de Moolenbuurt te Akersloot.

- drie akkers zaadland te Akersloot gelegen bij de Hoornder Laan.

- een paard, al verkocht voor 132 guldens, twee koeien, een kalf, een schaap, tien hennen en een haan.

- huijsraad en inboel in 't voorend: een lessenaar en kast, een etenstroon, een kas, een tafel, een bed met zijn toebehoren, nog twee dito, een stooft, zeven stoelen, enige schotels, en verdere rommelinge.

- in 't binnevertrek: zes dekens, vier lakens, zes slopen, een huijsklok, een troon en stel daarop, een schutje, een tafel, zes stoelen, een bit, een spiegel.

- in een vast kasje: twaalf schutteltjes, theegoed en eenige kleynigheden, een schuttelvak en twaalf borden, enige schotels om de want, een zak met lepels, een konkel pot, hengeltang.

- agterin: een roomvat, een dito dito,?,?(was onlees­baar), eenig hout.

- op de dars: eenig hoy en zaat en rommelinge.

- op de werff: eenige takkebossen en eenig riet.

- verder de schulden en de lasten des boedels als eerstelijk de doodschulden van Pieter Krom."   

 

 

Jacob trouwt in 1769 met Maartje Jans Cuyper, en woont dan tot 1778 op Starting in een van de huizen die voordien eigendom van zijn vader waren. In 1778 verkoopt hij deze "huysmanswoning met 20 roeden erf belent ten oosten Dirk Crom, alsmede een stuk land in 't groote polder groot 743½ roede nog een stuk groot 668 roede voor  ƒ 1500,-". Drie jaar daarvoor verkocht hij al een akker zaadland aan zijn broer Tijs, een kroftie zaadland aan zijn broer Dirk, en een kroftie zaadland aan broer Sijmen.

In 1782 laat zijn broer Klaas een testament opmaken. Als eventuele voogd voor de kinderen wordt vermeld Jacob Krom te Krommeniedijk. Vermoedelijk is Jacob dus al in 1778 verhuisd naar Krommeniedijk. In de boeken van Akersloot komen nog wel vaak personen voor met de naam Jacob Krom, maar van deze Jacob wordt niets meer vernomen, totdat hij in 1800 opeens opduikt in de boeken van Castricum. In een boek waarin de begravenen genoteerd werden, staat het volgende: “23 juny 1800: het lijk van Jacob Krom door des zelfs Huisvrouw Maartje Kuiper aan gegeven onder de onvermogenden dus prodeo.”     

De vijfde en laatste zoon van Jacob Dirkse die boer wordt, is Sijmen. Sijmen trouwt in 1774 met Maartje Jans Beugel en heeft "een hofstee en huys op den Dam". Hij huurt en koopt wel eens een stukje land, doet af en toe een daglonersklusje, maar komt verder weinig in de boeken voor.

Sijmen sterft reeds op 38-jarige leeftijd. Na zijn dood komt hij nog tweemaal in de boeken voor. De eerste keer is in het Begraafboek. Hierin staat: "23 december 1781 heeft Klaas Krom aangegeven het lijk van Simon Krom in de vierde classis." De laatste keer betreft een acte van de schout en schepenen van Akersloot “in qualiteijt als weesmeesteren” waarin de voogdijschap over de minderjarige kinderen van Sijmen geregeld wordt. In deze acte staat tevens vermeld dat de kinderen Trijntje, Maartje en Sijmen “elk tot hun vaders erf zullen hebben een zomma van zesenzestig gulden”. Maartje overlijdt als kind, maar Trijntje en Sijmen ontvangen na hun huwelijk ieder hun deel van de erfenis van hun vader en zusje.  

                     

Generatie V: De zonen van Dirk

Dirk kreeg vijf zonen. Een zoon sterft reeds als peuter, de andere vier worden later allen boer. Dit zijn: Jacob (1769-1847), Jan (1770-1835), Klaas (1772-1831) en Dirk (1773-1810).

Jacob trouwt in april 1800 met Klaartje (Kaatje) Jansd Kaptijn. Drie maanden later (!) wordt in Heiloo hun eerste kind geboren en gedoopt. Later wonen ze op Starting, rond 1810 in Limmen (in de Limmerkoog), maar na 1816 weer ergens in Akersloot. In 1816 koopt hij van zijn overleden vader een stukje akkerland gelegen voor Kerk­geest en in 1818 komt hij in de "belastingboeken" voor als eigenaar van 2 akkers in de Grote Polder. Een enkele keer komt hij voor als huurder van landerijen. Al met al was deze Jacob bepaald geen "grote" boer. Als hij in 1847 op 77-jarige leef­tijd overlijdt, wordt hij niet aangeduid als boer, maar als arbeider. Overigens is van deze Jacob nog bekend dat hij door de stormen van 29 november en 25 december 1836 ernstig gedupeerd werd. Hij liep hierbij een schade op van ƒ 278,-. Vanuit een speciaal fonds krijgt hij hiervoor later een vergoeding van  ƒ 101,47.    

Jan trouwt in 1814, op 43-jarige leeftijd met Antje Blom uit Heiloo. Ten tijde van zijn huwelijk, en nog enkele jaren daarna, is hij dagloner te Heiloo. Voor zijn huwelijk werkt hij ook in Akersloot als dagloner. In 1804 betaalt de penningmeester van de Hempolder aan Jan Krom ruim ƒ 4,- uit voor 6 dagen arbeidsloon, in 1825 nog eens  ƒ 8,-. In 1804 en in 1806 krijgt Jan ook van de penningmeester van de Binnengeesterpolder een bedrag uitbetaald. In 1806 staat de klus omschreven als “voor puyn ƒ 5,10,-” .(Het is echter niet duidelijk of dit bovengenoemde Jan betreft, ofwel zijn neef, Jan Jansz Krom, die leefde van 1772 tot 1835.) In 1816 koopt Jan van zijn dan reeds overleden vader een akker zaadland gelegen in de Binnengeesterpolder voor ƒ 62,- en een akker zaadland in “het Groote Polder” voor ƒ 60,-. Rond die tijd zal hij waarschijnlijk ook wel naar Akersloot verhuisd zijn. In 1830 verkoopt hij een (ander) stuk bouwland voor ƒ 50,-.

Verder is er van Jan niet zo veel bekend, alleen nog dit: Hij sterft in 1835 te Akersloot op 65-jarige leeftijd. Hij wordt bij zijn overlijden aangeduid als arbeider. Voor onze stamboom is Jan van groot belang geweest. "Bij hem" immers hing onze familietak aan een "zijden draadje". Hierover echter later meer, zie hoofdstuk 14.7.

De vrouw van Jan, Antje Blom, overlijdt overigens in 1864 op 70-jarige leeftijd. Als adres wordt dan genoemd: Molenbuurt. Waarschijnlijk woonde ze de laatste jaren van haar leven in bij haar zoon Dirk, of Dirk bij haar?  

 

Ook de volgende zoon van Dirk, Klaas, trouwt pas op 43-jarige leeftijd. Uit financieel oogpunt gezien doet hij het echter wat verstandiger dan zijn broer Jan. Tot zijn huwelijk was ook hij niet meer dan een gewone boerenknecht. Maar hij trouwt in 1815 met de vrij vermogende weduwe Grietje Kap. Grietje was eerder gehuwd geweest met Teeuwis Brasser en bezat ten tijde van haar huwelijk met Klaas een behoorlijk boerenbedrijf. Klaas heeft na zijn huwelijk waarschijnlijk een riant leven geleid. Als Lourens Veer in 1816 het hierboven reeds vermelde proces verbaal in verband met de verkoping van het onroerend goed van zijn overleden vader Dirk opstelt, is ook Klaas als belanghebbende aanwezig. Alle aanwezige mannen worden in de betreffende akte aangeduid als boer, landman of dagloner, Klaas echter als "Klaas Dirkse Krom, zonder beroep te Akersloot". Waarschijnlijk ging hij toen al als een soort rentenier door het leven.

In 1829 verkopen Klaas en Grietje de meeste van hun bezittingen. Op 1 maart van dat jaar verkopen ze een akker bouwland in Klaas Hoorn voor ƒ 15,-.  Een maand later, op 4 april, verkopen ze 14 percelen land, "tesamen groot 3 bunder 86 roede voor 400 gulden". Het betreft hier 6 landerijen in Binnegeesten, o.a. de Delving, 2 landerijen in de Klaas Hoornderpolder, 1 akker in de Kijfpolder en 5 landerijen in “den grooten Polder”. Op dezelfde dag verkopen ze ook nog "de afbraak van een kapschuur of hooiberg met al hetgeen daartoe behoort, liggende op het erf bij het huis door den comparant verkooper bewoond wordende" (waarschijnlijk ook op Starting) voor de som van 200 guldens. Twee dagen later vindt "de publieke verkoping van roerende goederen van Klaas Krom" plaats. Het betreft hier de verkoping van "levend vee, afbraak rijtuigen, boerengereedschappen en verdere roerende goederen. In de daarbij behorende akte staan deze zaken als volgt omschreven:

 

een slee

een zandwagen                          

twee bomers en een haan                  

twee zijladders                                    

twee schalen en balans                         

een aardappelplanter                             

een ploeg                                            

een eg                                                 

een ploegtuig                                       

een dito                                               

een zandzeef

een rogzeef

een speelwagen

een geit

een koe

twee evenaars kluisters

samen                                                                      

 

ƒ  1,60

ƒ  2,50

ƒ  0,95

ƒ  1,10

ƒ  0,80

ƒ  1,--

ƒ  8,--

ƒ  4,--

ƒ  0,50

ƒ  0,90

ƒ  1,60

ƒ  3,--

ƒ 72,--

ƒ  0,50

ƒ 55,--

ƒ  0,70

ƒ 165,15

    

Klaas sterft in 1831 op 59-jarige leeftijd. Hij heeft dan wel een beroep, namelijk dat van landman.  

De jongste zoon van Dirk, Dirk Dirkse, bleef ongehuwd. Hij stierf reeds op 36-jarige leeftijd, 5 jaar voordat zijn vader overleed. Hij bracht het daarom niet verder dan boerenknecht of boerenzoon.

De zonen van Dirk waren de laatste Krommen uit onze tak van de familie die als boer hun brood verdiend hebben. Het woord boer heeft tegenwoordig een wat negatieve betekenis gekregen. Immers, wij worden nu niet graag als “boer” betiteld.

In 1811 echter werd het beroep van boer op een behoorlijk deftige manier omschreven. In dat jaar werd door een gemeen­teambtenaar een lijst opgesteld van alle mannelijke bewoners van het dorp. Deze lijst die op bevel van Napoleon vervaardigd moest worden, werd het Registre Civique genoemd, en was toentertijd een middel om te kunnen komen tot het houden van verkiezingen van gemeentelijke bestuursfunctionarissen. In deze lijst werden de beroepen van de mannen in het Frans opgeschreven. De beroepen van onze naamgenoten klinken nu ineens een stuk voornamer. Immers, Dirk, geboren in 1733, wordt aangeduid als “cultivateur”, Jan Jansz, zijn neef, als “journalier”, en zijn zonen Jan en Klaas als “garcon fermier”.

 

Startpagina                                                          Verder