De geschiedenis van de Akerslootse familie KROM    

 

 4.2   DE TIMMERMANNEN

 

De eerste timmerman in de familie is Klaas Krom (Generatie IV). Klaas is een van de 15 kinderen van Jacob Dirkse. Hij is geboren in 1736, en trouwt in 1769 met Ariaantje Franze Bregman.

Als adres wordt eerst genoemd de Kerkbuurt, maar ook wordt melding gemaakt van een huis aan de Waterzij, het oude huis van zijn vader. Het is echter mogelijk dat met Waterzij en Kerkbuurt dezelfde plek bedoeld wordt.

Klaas begint als boer. In 1756 huurt hij een "akker voor Kerkgeest". Een aantal jaren later moet hij echter overgestapt zijn naar het beroep van timmerman. Het eerste bewijs hiervoor vinden we in het jaar 1771. In januari van dat jaar noteert de penningmeester van de Binnengeesterpolder de volgende uitgave: “Den 24 Dito aan Klaas Krom voor het timmeren aan de moolen volg: quijt: bet: ƒ 43,9,4”.

Ook in de jaren daarna ontvangt Klaas van deze penningmeester regelmatig een bedrag voor timmerwerk. Helaas staat slechts zelden vermeld waaruit de klus bestaan heeft. Meestal wordt slechts vermeld dat het een uitgave “volgens quitantie” betreft.  

In het jaar 1777 noteert de penning­meester van het Armenbe­stuur in het "Armevoogde boek" de volgende uitgave: "Aan Claas Crom te Akersloot betaalt van arbeijtsloon & matriaale aan de Sint Jacob ƒ 12,-".  

Ook in de daaropvolgende jaren betaalt het Armenbestuur regelmatig een bedrag uit aan Klaas "wegens het timmeren volgens quitantie".

In 1782 ontvangt hetzelfde bestuur echter ook een bedrag van Klaas in verband met de huur van "een zaatakkertje voor den jare 1781". Waarschijnlijk "boerde" Klaas dus ook nog wat.

Vanaf 1783 koopt en verkoopt Klaas regelmatig huizen in de buurt van de Waterzij, zo ook in 1784. In een van deze aktes staat zijn beroep als volgt vermeld: meester timmerman. In 1787 worden zijn bezittingen in de "legger der landerije" als volgt omschreven: "hofstee off erve bij zijn woonhuis, 't erv bezuiden gemelde perceel, erv bij 't huis van Jan Visser, erv bij 't huis van Jan Blankendaal, noch een huis op 't quohier bekent n: 84, noch 1 afbraak op 't quohier bekent n: 93, noch 1 dito op 't quohier bekent n: 94, noch 1 onbewoond huis op 't quohier bekent n: 86, noch 1 afbraak op 't quohier bekent n: 85, alsmede de dres van Stadegaart, of 't bosje agter 't klooster". Ook in de penningmeesterboeken van de Hempolder en de Kijfpolder staat vanaf 1788 regelmatig beschreven dat aan Klaas Krom wegens timmerwerk een bedrag uitbetaald wordt.

In het Dorpsboek Akersloot, een boek waarin de ontvangsten en de uitgaven van de gemeente bijgehouden worden, komt vanaf 1787 ook regelmatig de naam van timmerman Klaas Krom voor. In 1788, 1789, en in 1790 ontvangt Klaas van de gemeente een bedrag “voor het zetten van de vlag op de kerktoren”. In 1789 staat bijvoorbeeld het volgende: “Aan Klaas Krom betaaldt voor opzette van de vlag En gebruyk van zijn gereetschap v: q: ƒ 9,18,-.”

Hieronder volgt een pentekening van de kerk waarop Klaas regelmatig de vlag moest zetten. Het betreft de kerk, die ooit eigendom was van de katholieken, maar die na de reformatie in handen kwam van de hervormden. De kerk is in 1836 afgebroken. Op dezelfde plaats staat nu de huidige Hervormde kerk.

In 1792 ontvangt Klaas ƒ 70,-,- “voor een molenroed” aan de molen van de Binnengeesterpolder.

De laatste keer dat Klaas in een van de hierboven beschreven boeken voorkomt, is op 25 maart 1796. Van de gemeente ontvangt Klaas Krom, timmerman, “volgens quitantie” het bedrag van ƒ 1,13,8. Klaas heeft dit geld nooit zelf in ontvangst kunnen nemen. Hij is immers een maand tevoren op 60-jarige leeftijd overleden.

De tweede timmerman in de familie is Dirk (Generatie VI). Dirk is geboren in 1814 en trouwt in 1842 met Guurtje Spaans, een dochter van schulpenvisser Arie Spaans en Guurtje Lot uit Castricum. Dirk en Guurtje gaan wonen in de Molenbuurt, in een van de twee huizen aan het Molenpad. In de archieven wordt Dirk zijn beroep een aantal keren vermeld. Van 1833 tot en met 1837 is hij landman, in 1843 is hij timmermansknecht, in 1846 arbeider, in 1849 timmerman en in 1851 meester timmerman.

In 1868 timmert Dirk van de houten ombouw van het tabernakel van de in dat jaar gesloopte schuurkerk een mini-secretaire. Deze secretaire is nog steeds in het bezit van de parochie en is te bezichtigen in de pastorie.

In 1868 maakt Dirk tevens de 44 zitbanken van de "nieuwe" katholieke kerk voor ƒ 5,60 per zitplaats. Deze  kerk, ook wel de kerk van Asseler genoemd, werd gebouwd in 1868, en gesloopt in 1970. Hieronder volgen twee foto's van deze kerk. Links een foto van de voorzijde van de kerk en rechts een foto uit 1967 van het interieur van deze kerk. Duidelijk zichtbaar zijn de kerkbanken die door Dirk gemaakt werden. Ten tijde van de foto zijn de banken bijna 100 jaar oud.

Dirk overlijdt in 1876 op 61-jarige leeftijd. Op het bidprentje van Dirk staan o.a. de volgende bijbelspreuken: "Werkzaam en met zorgen heeft hij zijne dagen doorgebragt, de gangen van zijn huisgezin gadegeslagen en het brood niet in ledigheid gegeten", “Mijn leven is vergaan in pijnlijkheid, en mijne dagen in zuchten, maar op U Heer! heb ik gehoopt; ik heb gezegd: gij zijt mij God! mijn lot is in Uwe handen.”, en “Hij heeft benauwdheid en pijnen gevonden, doch zich met geduld aan de wet des Heeren onderworpen; daarom zal hij nu zijne ellende vergeten en in vrede rusten.”

Na het overlijden van Dirk zet zijn vrouw Guurtje Spaans het bedrijf nog een aantal jaren voort. In 1877 is er een aanbesteding in verband met het vergroten van het veerhuis aan het Noord Hollandsch Kanaal en het bouwen van een stal bij dat veerhuis. Er zijn dan 3 inschrijvingen. Willem ten Have wil het werk wel klaren voor ƒ 1099,-, Klaas Velzeboer voor ƒ 1164,- en de Weduwe Dirk Krom voor ƒ 1150,-. Willem ten Have krijgt uiteindelijk de opdracht, en Guurtje vist achter het net. 

Twee jaar later, bij een andere aanbesteding, doet ze dat niet. In 1879 immers is zij samen met Reijer Klaas Koppen uit West-Graftdijk de aannemer van “de gebouwen voor het stichten van een stoomgemaal ter plaatse van den Zuider molen in het Groot Limmer Polder voor den aanneming som van dertien duizend vierhonderd zeven en negentig gulden”. De “gebouwen” bestaan uit “een gebouw voor de machine en den ketel, een gebouwtje over den vijzel, een schoorsteen en een steenkolenloods”. Dit gemaal bestaat nog steeds. Het staat op Dorregeest en geniet momenteel regionale bekendheid als monument en museum. Hieronder volgt een foto van het gemaal, alsmede een fragment uit de officiële verbintenis tussen de bestuurders van de Groot-Limmerpolder en de aannemers van het gemaal.

In 1879 maakt Guurtje ook nog een prijsopgave voor een verbouwing aan de molen in de Hempolder. Het scheprad van de molen is geheel versleten, en daarom vindt men het beter de molen te laten ombouwen tot een zogenaamde vijzelmolen. De verbouwing kost ongeveer ƒ 4.000,- en wordt uitgevoerd in het voorjaar van 1880.  Guurtje Spaans overlijdt in hetzelfde jaar.

Hieronder volgen de bidprentjes van het echtpaar Dirk Krom en Guurtje Spaans.

Dirk en Guurtje kregen twee zonen, Jan en Arie. Beiden werden timmerman. 

De oudste zoon, Jan (hij leeft van 1843 tot 1903), is in 1863 timmermansleerling. Waarschijnlijk werkt hij dan “bij zijn vader”. Later, na het overlijden van zijn vader in 1876, werkt hij in ieder geval “voor zijn moeder”, Guurtje Spaans, de weduwe van Dirk Krom. In 1884 is er een aanbesteding betreffende herstelwerkzaamheden aan het raadhuis (metsel-, timmer-, schilder- en loodgieterswerk). Drie aannemers komen met een prijsopgave. Jan Terluin met het totaalbedrag van ƒ 368,-, Teunis Bakker met ƒ 394,- en Jan Krom met ƒ 443,-. Jan Terluin zou de opdracht krijgen. De klus kwam dus niet bij Jan terecht. Of Jan ooit als zelfstandig timmerman werkzaam is geweest, is mij niet bekend.

Jan is altijd ongehuwd gebleven. Hij sterft in 1903 te Uitgeest. Meer over Jan en zijn later nog veel besproken dood volgt in hoofdstuk 7.

Arie wordt geboren in 1854. In 1874 heeft hij het beroep van timmermansknecht. Hij trouwt in 1880 met Stein Tiebie en woont in de Molenbuurt (nu Julianaweg) in een huisje dat later gesloopt is. Het stond op de plek waar nu viswinkel Zee en Meer gevestigd is.

Arie was kennelijk een vakman. Hij was zeer bedreven in houtsnijwerk en moet zeer precies geweest zijn. Van hem zijn nog twee werkstukken in de familie, namelijk een keukentafeltje (thans in het bezit van Joop Krom, zoon van Jan Janzn) en een eigenhandig gesneden schaakspel (thans in het bezit van de familie van Arie Krom Wijnandzn). Ook is er een prikslee in de familie geweest, beschilderd en wel en ook zeer de moeite waard. Door regelmatig uitlenen en gebruik is het zicht op dit werkstuk verdwenen.

Arie is niet alleen timmerman, maar tevens stoker van het stoomgemaal van de Groot-Limmerpolder, het gemaal waarvan zijn moeder de aannemer was, en waaraan hij misschien zelf ook nog wel getimmerd heeft.

Arie sterft in 1904, hij is slechts 50 jaar oud geworden. De laatste jaren van zijn leven zijn waarschijnlijk niet zo prettig geweest. Op zijn bidprentje staat de volgende spreuk te lezen: "De dood is beter dan een bitter lijden, en de eeuwige rust beter dan eene bijblijvende ziekte. Mijn leven is geëindigd in smarten, mijne hulpelooze kwaal wilde niet genezen, maar zoals het den Heer heeft behaagd is het geschied."

Jaap, de zoon van Arie, omschreef de ziekte van Arie als volgt: “Hij was vollig, en had moeite met ademen.” Zijn postuur en gestalte kwamen het meest overeen met die van zijn zoon Jan.  

Hieronder volgen de bidprentjes van het echtpaar Arie Krom en Steintje Tiebie (die stierf in 1953).

Na het overlijden van Arie ontvangt zijn vrouw Steintje vanuit Londen een condoleancebrief van hun vriend, pater Corn. Schut (geboren te Akersloot op 3-3-1878). Pater Schut omschrijft de gezondheidstoestand van Arie als volgt: “Voorzeker, dat de toestand niet zonder gevaar was, dat had ik begrepen; doch dat er geen beterschap meer mogelijk was, en het einde reeds zoo spoedig den allergevoeligsten slag voor het minnend moeder- en kinderhart moest toebrengen, neen, dat had ik niet gedacht.” Verderop in dezelfde brief omschrijft hij de overledene als volgt: “De dierbare overledene immers was zoo goed, was immer een zoo trouwe en brave echtgenoot, een zoo liefdevolle vader, dat zijn beeld en gedachtenis u ongetwijfeld voor immer zal bijblijven.” Had Arie werkelijk zo’n geweldig karakter, of is pater Schut bij het schrijven van de brief misschien iets te veel uitgegaan van de gedachte: “Van de doden niets dan goeds”?

In 1907 wordt door notaris Toornenburgh te Alkmaar een acte opgesteld i.v.m. “de scheiding en verdeling van de algeheele gemeenschap van goederen” van Arie en Steintje. Hun totale bezit wordt daarin berekend op ƒ 1180,90. Het huis en erf met tuin in de Molenbuurt kadastraal bekend sectie A nummer 673 groot 3 aren 80 centiaren werd door de deskundigen geschat op ƒ 1000,-. Contant in kas was er ƒ 24,65. De overige ƒ 156,25  hebben betrekking op de inboedel. Deze werd als volgt geschat:

            In de woonkamer  
  matten en deurkleedjes en gordijnen ƒ  2,--
  tafel, zes stoelen ƒ  8,--
  linnenkast met ornamenten ƒ  8,--
  een penantkastje ƒ  2,--
  twee platen achter glas en een spiegel ƒ  2,50
  divers glas en aardewerk ƒ  7,50
  een klok en een wekker ƒ  3,25
  naaimachine ƒ  2,--
  kachel met plaat, pijpen en toebehoren ƒ  6,--
  enig houtwerk ƒ  2,50
  boven en onderkleeden der pendante  ƒ 25,--
            In eene andere kamer  
  een linnenkast ƒ 15,--
  mat en kleedje en gordijnen ƒ  1,00
  tafel en twee stoelen ƒ  2,50
  in eene bedstede veeren bed, peluw kussens en verdere toebehooren ƒ 15,--
  in eene bedstede veeren bed peluw en verdere toebehooren ƒ 20,--
  in eene andere bedstede veeren bed met toebehooren ƒ 15,--
  platen, eenige ornamenten en houtwerk  ƒ  2,50
            In het achterend  
  tobben en vaten en grof aardewerk ƒ  3,--
  fornuis met toebehooren ƒ  2,50
  eenig keukengereedschap ƒ  1,--
            In den tuin  
  leliën in den grond ƒ 10,--
 

                              Tezamen

ƒ 156,25

 

  Een penantkastje

 

Dan komen we nu bij de timmermannen uit Generatie VIII, bij de kinderen van Arie. Arie had vier zonen die volwassen zijn geworden. Drie ervan werden timmerman. 

De eerste is Dirk (1881-1963). Dirk trouwt in 1907 met Neel Henneman. Het paar vestigt zich in Uitgeest, in een huis op Nieuwland. In deze straat zullen ze hun leven lang blijven wonen, hoewel ze wel een aantal keren verhuizen. In de beginjaren werkt Dirk regelmatig voor zichzelf, ook is hij vaak werkzaam voor anderen, o.a. (als uitvoerder) voor zijn jongere broers Jan en Wijnand. Omstreeks 1935 begint hij opnieuw voor zichzelf. Na de oorlog krijgt zijn aannemingsbedrijf de naam “Krom & Zn”. Hij werkt dan samen met zijn zoon Theo. Het bedrijf zal altijd vrij “klein” blijven, de werkzaamheden bestaan voornamelijk uit onderhoudswerk en verbouwingen. Af en toe wordt er een nieuw huis gebouwd. Dirk heeft verschillende werkplaatsen gehad, de laatste in het gebouw “Volksweerbaarheid”. Na Dirk z’n pensionering zet zoon Theo het bedrijf voort (tot ± 1972). Dirk overlijdt in 1963 op 82-jarige leeftijd. Hieronder een foto van Dirk, alsmede zijn bidprentje.

 

De andere twee zonen van Arie, die ook timmerman worden, zijn Jan (1890-1980) en Wijnand (1896-1963).

Jan trouwt in 1915 met Marie (ook wel Mie genoemd) Verduin, en woont aanvankelijk aan de Kerklaan op nummer 31. In 1929 verhuist hij naar de Julianaweg, naar het "oude vrouwenhuis" (Bessieshuis), nu Julianaweg 5, en in 1935 verhuist hij naar Kerklaan nummer 19, het huis waar later zijn dochter Griet woonde, en nu zijn kleinzoon, Jan Oud.   

Hieronder volgen twee foto's van Jan, terwijl hij met een klus bezig is. De eerste foto is uit 1912, en is genomen bij het gemaal 1879 waar de stoomketel vernieuwd moet worden. Verschillende aannemers uit Akersloot, waaronder Jan, zijn bij de klus betrokken. De nieuwe ketel is zo groot dat deze niet in de bestaande ketelruimte geplaatst kan worden. Er moet een flink gat in de gevel gemaakt worden om de nieuwe ketel naar binnen te krijgen. Jan staat als 8e van links.

Op de volgende foto zien we Jan (met zaag) als timmerman aan het werk bij een boerderij in de Schermer.

Jan en Marie Krom met hun kinderen. De foto is genomen rond 1945.

Wijnand trouwt in 1920 met Aaltje van Dijk, woont eerst in Limmen, maar vanaf 1922 aan de Kerklaan op nummer 3, in het huis waar nu zijn kleinzoon Wijnand (zoon van Theo) woont. Dit huis is in 1922 nieuw gebouwd.

Bij het huwelijk van zijn zoon Theo in 1956 verhuist Wijnand met Aaltje naar Kerklaan 9. Op deze plek heeft zijn kleinzoon Wijnand de Groot later een nieuw woonhuis gebouwd. 

In 1921 stichten Jan en Wijnand hun timmerbedrijf, nadien “aannemersbedrijf v/h Gebr. J. en W. Krom” geheten, aan het begin van de Kerklaan. Hun houten timmermanswerkplaats is in de jaren '60 vervangen door een stenen gebouw. Het pand is nu in gebruik door trappenmakerij N. van Baar.

Op de foto hieronder zijn Jan (rechts) en Wijnand (links) samen met knecht Arie Woestenburg aan het werk in hun werkplaats.

Op 8 november 1924 krijgt Jan Krom van politieagent A. Gorter een proces verbaal wegens een overtreding van de arbeidswet. Dit staat althans genoteerd in het “register van processen verbaal” van het politiekorps van Akersloot. Helaas vermeldt dit register niet waaruit de “misdaad” van Jan precies bestaan heeft. 

Belangrijke klussen die de Gebr. Krom uitgevoerd hebben, zijn de bouw van een 3-klassige R.K. school aan de Zuidervaart te Zuid-Schermer voor ƒ 20.600,- (1929), de uitbreiding van de R.K. lagere school St. Jacobus Major aan de Kerklaan voor ƒ 25.499,50 (1930), en de bouw van het klooster van de Zusters Ursulinen, annex bewaar- en naaischool te Uitgeest  voor ƒ 55.875,- (1933).  

Hieronder twee artikeltjes uit de Alkmaarsche Courant van respectievelijk 1930 en 1932 met betrekking tot twee van de bovengenoemde klussen.

Hieronder volgt een document, opgesteld door het R.K. Kerkbestuur van Akersloot in juli 1930, waarin een overzicht gegeven wordt van de kosten van de uitbreiding van de R.K. lagere school St. Jacobus. Hierin wordt o.a. melding gemaakt van de aanneemsom van de Gebrs. Krom. Dit bedrag correspondeert overigens niet met dat uit het krantenartikel hierboven.

Hieronder volgt een recente foto van bovengenoemd schoolgebouw aan de Kerklaan, dat gebouwd werd door Jan en Wijnand. Daaronder een prentbriefkaart uit 1936 van dezelfde school.

Het bedrijf van Jan en Wijnand werd na hun pensionering voortgezet door hun zonen Theo (Janzn) en Theo (Wijnandzn), later door Theo Wijnandzn met zijn zonen. Eind 1985 kwam er een einde aan het bedrijf als gevolg van ziekte van Theo alsmede de minder gunstige economische omstandigheden in de bouw in die tijd.

Dirk, Jan en Wijnand zijn de laatste timmermannen die in dit hoofdstuk beschreven worden. Na hen kwamen er echter nog meer. Zonen en kleinzonen traden in hun voetsporen, en ook in de daaropvolgende generatie, de elfde alweer, zijn Krommen als timmerman werkzaam.

Startpagina                                                          Verder