De geschiedenis van de Akerslootse familie KROM    

 

5.   HOE DE WEDUWEN ZICH STAANDE HIELDEN

 

Pas in de 20e eeuw zijn er in ons land behooorlijke sociale voorzieningen getroffen. Gehandicapten, bejaarden, en weduwen hadden het in de tijd daarvoor vaak erg moeilijk. Kon je niet voor je eigen kostje zorgen, dan was je afhankelijk van wat anderen je aanboden. Misschien steunde de familie je, of misschien werd je geholpen door een andere instantie, zoals de plaatselijke parochie of het Armenbestuur.

Kwam je als weduwe alleen te staan, dan kon je natuurlijk proberen het bedrijf van je man voort te zetten, als hij tenminste een eigen bedrijfje had. Een goed voorbeeld hiervan is Guurtje Spaans (Generatie VI). Als haar man, de timmerman Dirk Krom, in 1876 overlijdt, neemt zij het bedrijf over, totdat ook zij in 1880 op 68-jarige leeftijd overlijdt.

Een andere oplossing is een tweede (of derde) huwelijk, zoals dat bijvoorbeeld voorkomt bij Maartje Dirks Krom (Generatie V). Maartje wordt geboren in 1766 en trouwt in 1797 met Jan Kaandorp, een boer uit Heiloo, tevens weduwnaar en vader van 9 kinderen. Al in 1801 komt Jan te overlijden. Maartje hertrouwt een jaar daarna met de Alkmaarse verkoper en werkman Pieter Nijhoff. Als Pieter te oud wordt om alleen voor zijn gezin te zorgen, verdient Maartje er als werkster en naaister nog wat bij. In 1823 overlijdt eerst Pieter, en twee maanden later ook Maartje. Ze wordt begraven op het kerkhof van Alkmaar.

Zo'n tweede huwelijk komt echter heel wel wat vaker voor. Ook de schoonzussen Maartje Jans Beugel en Barbara Jans Captein (beiden uit Generatie IV) doen dit om hun bestaan wat meer zekerheid te geven. Maartje was getrouwd met Sijmen Krom en Barbara met Jan Krom. Maartje wordt weduwe in 1781 en hertrouwt nog geen jaar later met Pieter Fransz  Roobeek, een boer uit Castricum. Maartje en Pieter gaan wonen in Akersloot, waarschijnlijk blijft Maartje gewoon in haar eigen huis wonen. Schoonzus Barbara wordt weduwe in 1783. Ook zij hertrouwt reeds na een jaar. Haar tweede man echter is de broer van de tweede man van schoonzus Maartje, namelijk Heert Fransz Roobeek, ook afkomstig uit Castricum. Ook dit echtpaar gaat in Akersloot wonen, namelijk in de Molenbuurt. (Maartje en Barbara “vielen” blijkbaar op mannen van hetzelfde type.)    

Marijtje Waardenburg (Generatie IV) wordt voor de eerste keer weduwe in 1783. Zij was tot dat jaar getrouwd geweest met ene Klaas Jansz Kuyper. Klaas echter overlijdt in november 1783. In april 1785 hertrouwt Marijtje, nu met Pieter Krom. Pieter overlijdt in 1794, en Marijtje wordt dan opnieuw weduwe. Een derde huwelijk zit er voor haar niet meer in, of hoeft voor haar misschien ook niet meer. In ieder geval probeert zij op allerlei verschillende manieren haar hoofd boven water te houden. Dit deed zij overigens ook al voor haar huwelijk met Pieter, zoals blijkt uit de hierna volgende gegevens.  

In 1782, '83 en '84 ontvangt Marijtje van het Armenbestuur "kostgelt van blinde Cornelis", een bedrag van ¦3,80,- per week. In 1799 ontvangt ze van het Armenbestuur ¦17,­10,- wegens "¼ jaar kostgeld van de stier". In datzelfde jaar ontvangt ze ook nog eens 16 stuivers voor "'t maken van twee onderbroeken, band en garen". Het jaar daarop ontvangt ze ¦67,4,- vanwege "42 weke kostgeld van Maarten Spanjer van 21 maart 1799 tot 9 jan. 1800", ¦3,6,- voor "een laken en eenige verschotten met het overlijden van Mr. Spanjer”, ook nog eens ¦17,10,- voor "een jaar kostgeld van de stier", en tenslotte nog ¦45,15,- voor "53 weken kostgeld van het kint van D. Brantjes van 21 maart 1799 tot 27 maart 1800". (Waarschijnlijk gaat het hier om hetzelfde kind dat genoemd wordt in het testament van Dirk Krom uit 1805.)

In 1801 duikt Marijtje opnieuw op in de archiefstukken. Deze keer betreft het een "acte van admissie voor neringdoenden". In deze acte wordt aan bepaalde personen een patent (vergunning) verleend voor het houden van een bedrijf of een winkel. Op deze lijst staat bijvoorbeeld ook Jacob Tijsz Krom vanwege zijn bakkersbedrijf op de Sluysbuurt. Aan Marijtje echter "wordt acte verleend om coffy en thee te moogen verkoopen in dato 17 july 1801". In 1805 en in 1807 staat haar bedrijfje als volgt omschreven: "winkelierster bij de huisen rond gaande, woonplaats Molenbuurt".   

 

 

Tot slot nog iets over de weduwen Antje Blom (Generatie V) en Steintje Tiebie (Generatie VII). Bij deze dames is een grote gelijkenis waar te nemen als het gaat om hun leven na de dood van hun echtgenoten.

Antje was getrouwd met arbeider Jan Krom en wordt weduwe in 1835. Ze is dan 43 jaar oud. Na 1835 woont ze “samen” met haar enig kind, zoon Dirk, totdat Dirk trouwt, dit is in 1842. Antje zal bijna 30 jaar weduwe blijven. In 1837 wordt bij haar een beroep vermeld, ze is dan namelijk werkster. Waarschijnlijk is ze tot aan haar dood (in 1864) blijven (in)wonen bij haar zoon. Die woonde evenals zijn ouders in de Molenbuurt.

De geschiedenis herhaalt zich vaak, zegt men wel eens. Dit lijkt zeker het geval als we het (weduwe)leven van Antje vergelijken met dat van Steintje.

Steintje was getrouwd met timmerman Arie Krom en wordt weduwe in 1904. Ze is dan 46 jaar oud. Na 1904 woont ze eerst enige jaren “samen” met haar kinderen, uiteindelijk alleen nog met zoon Jaap, daar de andere kinderen dan reeds uitgezwermd zijn. Ook nadat Jaap in 1926 trouwt, blijft ze nog heel lang bij hem (ook in de Molenbuurt) (in)wonen. Ze sterft in 1953. Ze is dan bijna 50 jaar weduwe geweest.  

Op de foto hieronder zien we Steintje Tiebie in vol ornaat afgebeeld. Steintje was een van de laatste Akerslootse vrouwen die altijd een hulletje (een soort vrouwenmutsje) droeg. De foto is genomen in 1948 ter gelegenheid van haar 90e verjaardag.

 

Startpagina                                                         Verder