De geschiedenis van de Akerslootse familie KROM    

 

8.   DE REGENTENLIJST 

 

 In de periode 1693 tot 1814 hield de schout van Akersloot op de zogenaamde regentenlijst bij welke Akersloters in die periode een (bestuurs)functie hadden bij de gemeente. De functionarissen die op deze lijst voorkomen, werden steeds aangesteld voor de periode van n jaar. De aanstelling ging in op pasen van het ene jaar en eindigde op pasen van het daaropvolgende jaar.

Naast de functie van schout was die van schepen van Akersloot het belangrijkste. Het aantal schepenen was meestal vijf. De functie van schepen is te vergelijken met de huidige functie van wethouder. De andere functies op de lijst van regenten zijn die van pontvangers of verpondinggaarders (een soort belastinginners), kerckmeesters, armenvoogden, broodtwegers, poldermeesters, schoolvoogden, stetmeesters, en die van hooijschatter en hooijsteker.

Op de regentenlijst komt de naam Krom ook voor, echter niet bij de belangrijkste functies van schout of schepen. Een aantal Krommen heeft desondanks een redelijk belangrijke functie binnen de (agrarische) gemeenschap vervuld.

De eerste Krom op de regentenlijst is Jap Krom. Met Jap wordt bedoeld: Jacob Dirkse (1700-1766). Jacob, waarschijnlijk Jaap genoemd, was boer en woonde aan de Waterzij en later op Starting. Jap werd in de periode 1743-1744 aangesteld als hooijschatter en hooijsteker op de Sluijsbuurt, Hougeest en Starting. Hij was in die periode dus niet de enige in die functie. Er werden ook hooijschatters en hooijstekers aangesteld voor de gebieden Waterzij, Kerkgeest, Kerkbuurt, Kerkdijk en Vierhuijzen, voor Moolenbuurt en 't Noord end uijt, en voor Over water.

Wat was nu precies de taak van een hooijschatter en hooijsteker? Hooi schatten hield in dat bij de boeren die hooi opgeslagen hadden, geschat moest worden hoe groot die hoeveelheid hooi was. Hoe meer hooi een boer had, des te meer belasting moest hij daarvoor betalen. Het woord hooisteker komt nog in de dikke Van Dale voor. Het wordt daarin uitgelegd als een ambtenaar die het hooi op broeiing moet onderzoeken door er met het hooiijzer in te steken. In een gemeenteverordening uit 1852 wordt deze functie nog wat nader omschreven. Daarin staat dat hooistekers van 1 juli tot 1 september iedere acht dagen minstens twee maal bij de hooibouwers moeten rondgaan voorzien van hun gereedschapspen om toezicht te houden op het broeien van het hooi. Bij constatering van een brandgevaarlijke situatie moet de hooisteker de eigenaar maatregelen laten treffen om brand te voorkomen. Wordt dit niet binnen 24 uur gedaan, dan moet de hooisteker de schout inschakelen. In 1852 kregen de hooistekers van Akersloot een vergoeding van 15,-.

Jap Krom vervulde de functie van hooijschatter en hooijsteker op Sluijsbuurt, Hougeest en Starting ook in de periodes 1747-1748, 1751-1752, en 1755-1756.

En keer komt Jap Krom ook in een andere functie voor, namelijk in 1752-1753. Hij was toen samen met Pieter Kappeteijn poldermeester van de Binnengeesterpolder.   

Vooral in de tweede helft van de 18e eeuw komt de naam Krom regelmatig op de regentenlijst voor. Het betreft dan steeds zonen van de hierboven genoemde Jacob Dirkse. Jacob had immers 9 zonen. Drie van zijn zonen volgden zijn voetspoor.

Allereerst was dat zoon Dirk. Dirk is voor de toenmalige begrippen behoorlijk oud geworden. Hij leefde van 1733 tot 1815, was ook boer en woonde ook op Starting. Tussen 1763 en 1796 komt hij maar liefst 10 keer op de regentenlijst voor. Ook hij was steeds hooijschatter en hooijsteker, en wel over de Sluijs en Starting.

Dirks broer Jacob (1742-1800) heeft dezelfde functie twee maal bekleed, van 1775 tot 1777.

De derde zoon van Jacob die op de regentenlijst voorkomt is Jan. Jan was de oudste zoon van Jacob. Hij leefde van 1730 tot 1783, was getrouwd met Barbara Captijn, was boer en woonde op de Moolenbuurt. Bij Jan zien we echter iets merkwaardigs. De eerste keer dat zijn naam in de regentenlijst vermeld wordt, staat er: Jan Groen Crom. Dit was in 1778. Later, in 1783, vlak voordat hij overlijdt, gebruikt men de naam: Jan Krom. Achteraf was Jan ook al voor 1778 "regent" in Akersloot, alleen toen stond hij beschreven als: Jan Groen. Dit "gerommel" met zijn naam zien we ook terug in de doopboeken van de katholieke kerk. Jan kreeg 9 kinderen. Bij 7 ervan schrijft de pastoor de naam van de vader als Jan Krom, en bij de andere twee schrijft hij de naam als Jan Groen. Dit verschijnsel kwam in die tijd echter wel vaker voor. De oorzaak ervan ligt in het feit dat men vroeger ook wel de achternaam van moeder gebruikte. De moeder van Jan, de vrouw van Jacob Dirkse, was immers Trijntje Jans Groen. Om het nog ingewikkelder te maken: Trijntje komt ook voor als Trijntje Jans Butter.  

Hieronder staan drie fragmenten uit de regentenlijst. Jan Krom wordt steeds met een andere achternaam vermeld. Het eerste fragment is uit 1778, het tweede uit 1779, en het derde uit 1783.

Jan Krom (laten wij hem maar gewoon z blijven noemen) heeft verschillende functies gehad. Hij was poldermeester van Binnengeeste in 1770-1771, van 1773 tot 1775, en van 1778 tot 1780. Hij was poldermeester van Klaas Hoorn van 1775 tot 1777 en van 1780 tot 1782. Daarnaast is hij ook nog hooijschatter en hooijsteker geweest over de Moolenbuurt en 't Noord end uijt in de periodes 1771 tot 1773, 1774 tot 1776, en tenslotte nog in 1783-1784, hoewel hij deze laatste periode niet "volgemaakt" kan hebben, want hij overlijdt op 22 mei 1783.

 Tot 1814 komen er geen andere Krommen meer voor op de regentenlijst. In dat jaar eindigt de lijst overigens ook.

Startpagina                                                          Verder