Ruimte
voor meningen en meningsvoming.
Columns, polls, reacties op actualiteiten, analyse van maatschappelijke
ontwikkelingen, leuke eigenaardigheden.
Hier inzenden
NAVO-missie Afghanistan, gedoemd te mislukken.
(14-09-2006)
Religieus gemotiveerd vijanddenken; kern M-O conflict.
(22-08-2006)
Opheffing D66.
(24-04-2006)
Stemonthouding dient VN- of Vredesideaal.
(12-03-2006)
Van VS- naar VN-suprematie
(03-09-2005)
Ware Democratie
(20-10-2004)
Faillissement
(07-07-2004)
De
ontdekking van de Hemel
(05-02-2004)
Malade
Imaginaire
(30-01-2004)
Mislukte
Integratie
(27-11-2003)
Kiesstelsel
dient gewijzigd te worden
(07-06-2003)
De
mislukte Coalitie
(15-04-2003)
De
dag des Oordeels
(21-01-2003)
Proefstation
Oostenrijk
(28-11-2002)
Waarden
en normen (22-11-2002)
Democratie
wordt aan de politieke partijen zelf overgelaten (17-11-2002)
Hirsi
Ali verruilt PvdA voor VVD (4-11-2002),
Plan
Wouter Bos Hypotheekrenteaftrek (29-10-2002)
NAVO-missie Afghanistan, gedoemd te mislukken.
Geen tankkracht, maar denkkracht.
De vraag of méér troepen de NAVO-missie in Afghanistan zullen doen slagen, getuigt niet van realiteitszin. Het is namelijk een illusie te denken dat het militair bondgenootschap de strijd ooit zal winnen, maar dat geldt óók voor de Taliban. Met de kracht van wapens, waar zowel de terroristen als de deelnemers aan de oorlog tegen het terrorisme op vertrouwen, zal de wortel van het kwaad: het vijanddenken, nooit uitgeroeid kunnen worden. Daarbij doet het niet ter zake of dat vijandenken ideologisch of religieus gemotiveerd is. Wat wel ter zake doet is dat geweld - van welke kant ook - het vijanddenken en daarmee de verdeeldheid systematisch aanwakkert, met alle bloederige gevolgen van dien.
De enige kracht die een einde kan maken aan deze desastreuze ontwikkeling is onze denkkracht, ervan uitgaande dat ‘wat uiterlijk verdeeld lijkt, denkend tot eenheid kan worden gebracht'. Om een einde te maken aan het vijanddenken, ofwel in het belang van het algemeen: de vrede, wordt het dan ook tijd om die puur menselijke kracht in de strijd te werpen. Uiteraard zullen daarvoor allereerst alle partijen tot een rigoureus staakt-het-vuren moeten besluiten, dus hun strijdbijlen voorgoed moeten begraven, zowel letterlijk (militair) als figuurlijk (politiek).
Wouter ter Heide. (14-09-2006)
Religieus gemotiveerd vijanddenken; kern M-O conflict.
Om tot een duurzaam staakt-het-vuren in het Midden-Oosten te komen, dienen wij te rade te gaan bij de Koude Oorlog, die dreef op ideologisch gemotiveerd vijanddenken. De geweldloze val van de Muur in '89 heeft namelijk een humaan einde gemaakt aan dit destructieve denken. Helaas is het daaraan gekoppelde militarisme niet – gelijktijdig met de Muur – ten grave gedragen. Integendeel, in de afgelopen jaren is het sluipenderwijs vervangen door een veel gevaarlijkere vorm daarvan. Gevaarlijker, omdat deze vorm van militarisme niet is gestoeld op ideologische, maar op religieuze motieven.
Het Midden-Oosten conflict, waarin sinds mensenheugenis het religieus gemotiveerd vijanddenken hoogtij viert, is hiervan een sprekend voorbeeld. Het gevaar dat het Midden-Oosten conflict zal uitmonden in een alles verwoestend nucleair treffen, is dan ook enkel te ondervangen met de ruiterlijke erkenning dat het religieus gemotiveerd vijanddenken, de kern vormt van dat conflict dat de mensheid de adem beneemt. Voor die broodnodige mondiale erkenning zullen wij geen beroep kunnen doen op de godvruchtige Amerikaanse president Bush en zijn paladijnen, die het onverteerbare reilen en zeilen van onze wereld bepalen.
Desondanks zie ik de toekomst met vertrouwen tegemoet, want ook Bush en de zijnen kunnen niet eeuwig blijven zwartepieten. Voor het doorprikken van dat doorzichtige politieke (machts-)spelletje hebben we goddank onze tijd mee, getuige onze onvolprezen Informatie en Communicatie Technologie. De I.C.T., waarvan wij via de media en allerlei internet sites dagelijks dankbaar gebruik kunnen maken. Ons inzicht vaart daar wel bij, wat op een goede dag onherroepelijk zijn vruchten zal afwerpen en tot hoopgevend uitzicht zal leiden. Het broodnodige inzicht vormt namelijk de voorwaarde voor de creatie van uitzicht, wat betreft het doorbreken van de politieke impasse, waarin het democratiserings- of vredesprocesproces zich wereldwijd bevindt. Zonder inzicht immers geen uitzicht!
Wouter ter Heide. (22-08-2006)
Opheffing D66.
Binnen D66 gaan stemmen op de partij op te heffen. Mocht het partijcongres in mei daartoe besluiten, dan is wel te hopen dat D66 ‘als beweging voor radicale democratisering van de samenleving' blijft bestaan. Als democratiseringsbeweging heeft D66, los van de partijpolitieke poppetjes, namelijk wel degelijk bestaansrecht. Een recht dat met terugwerkende kracht in klinkende munt kan worden omgezet, door er oog voor te krijgen dat de partij in '89 een kans voor open doel heeft laten liggen, wat betreft de beoogde radicale democratisering. Om tot dit inzicht te komen is enkel herinterpretatie van de recente wereldgeschiedenis noodzakelijk. Daarbij doel ik op de val van de Muur eind '89, die destijds ook door D66-politici als een overwinning van het Westen is geclaimd. Een staaltje geschiedvervalsing van het zuiverste water, met alle desastreuze gevolgen van dien.
Tot eind 1989 hielden Oost en West elkaar namelijk als twee Maagdenburgse halve bollen in een nucleaire houdgreep. De fluwelen revolutie heeft dat vacuüm opgeheven, waardoor er in feite een einde kwam aan het recht van bestaan van beide militaire machtsblokken. Daardoor kwam de weg vrij voor de overgang van koude oorlog naar de warme (wereld-)vrede onder auspiciën van de tot wasdom gekomen Verenigde Naties. Helaas zijn we deze bevrijdende democratiserings- of vredesweg niet opgegaan, maar hebben we onze kaarten gezet op de VS. Gelukkig echter, wordt zo langzamerhand duidelijk dat we daarmee op het vale paard hebben gewed. Om die fatale misstap te herstellen, is D66 - als radicale democratiseringsbeweging - onontbeerlijk.
Wouter ter Heide. (24-04-2006)
Bestuurlijke vernieuwing vereist denkkader dat spoort met tijdgeest.
Alvorens over bestuurlijke vernieuwing effectief nagedacht kan worden, zal eerst het huidige partijpolitieke denken openlijk ter discussie gesteld moeten worden. Deze broodnodige publieke discussie zal vanzelf de weg vrijmaken voor een nieuw politiek denkkader, dat spoort met de huidige mondiale tijdgeest. Deze staat namelijk ver boven het partijpolitieke gekissebis, als gevolg van de boven de partijpolitiek uitstijgende (wereld-)problemen, wat de noodzaak van een overkoepelende aanpak - die voor iedereen aanvaardbaar is - impliceert.
Voor de realisatie daarvan zal allereerst afstand genomen moeten worden van de breed gedragen (want door het bevoegd gezag, ofwel de gevestigde orde, gedicteerde) mening dat ‘wie niet stemt, niet meetelt'. Een onhoudbare mening, omdat hierdoor het begrip democratie op ondoordachte wijze wordt gedevalueerd tot een periodieke gang naar stembus of -computer. Hoe kwalijk deze devaluatie ook is, nog kwalijker is dat wij - het zich superieur wanende ‘Verlichte Westen' - verkiezingen wereldwijd propageren als het summum van democratie. Propaganda die niet zelden gepaard gaat met zinloos economisch en militair geweld, met alle ten hemel schreiende gevolgen van dien. Om daaraan een einde te maken, wordt het tijd dat wij ons realiseren dat verkiezingen nooit zullen leiden tot een wereldorde die het predikaat democratisch verdient. Dáárvoor zullen we ons moeten richten op een grondige reorganisatie van de Verenigde Naties, van een dictatoriale tot een democratische volkerenorganisatie waarin niet de Veiligheidsraad (de vijf nucleaire grootmachten) maar de Algemene Vergadering (de wereldbevolking) het voor het zeggen heeft. Artikel 109 van het VN-Handvest biedt voor deze wisseling van mondiaal zeggenschap alle mogelijkheid. Aangezien deze wisseling humaan of geweldloos zal zijn, want het resultaat van een algemene VN-conferentie ter herziening van het Handvest, zal de onuitstaanbare arrogantie van de economische en militaire macht, die nu eenmaal niet voor rede vatbaar is, voorgoed teniet worden gedaan ten gunste van geweldloos democratisch gezag, dat niet op geld en geweld maar op menselijkheid is gestoeld. Met als eindresultaat: de democratie in optima forma. De vredelievende mondiale samenleving waarin het reilen en zeilen niet langer wordt bepaald door de zwaar bewapende (en daardoor angst zaaiende) Verenigde Staten, maar door de tot wasdom gekomen ongewapende (en daardoor vertrouwen wekkende) Verenigde Naties. De enige mondiale (vredes-)organisatie waarvan ieder mens (los van ras, geslacht, leeftijd, nationaliteit, levensbeschouwelijke gezindte en/of politieke gezindheid) door geboorte lid is.
De logische consequentie daarvan is, dat de VN naar zijn leden toe (zo'n 6 miljard) verplicht is zijn bestaan waar te maken. Anders gezegd, het is ‘dé' taak van de VN het ongrijpbare democratische ‘algemeen belang', oftewel vrede, handen en voeten te geven. Geen eenvoudige, maar ook geen onmogelijke opgave. Voor het volbrengen daarvan zullen de Verenigde Naties uiteraard het mandaat moeten krijgen om deze (kern-)taak naar behoren te vervullen. Maar voor die vervulling is allereerst een grondige hervorming van onze volkerenorganisatie vereist, zoals boven aangegeven. Onze regering zou daartoe het initiatief kunnen nemen. Na die broodnodige reorganisatie kan dan begonnen worden met de effectieve vertaling van woorden, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in daden, de alom beoogde vrede. Die vertaling zal echter nooit het resultaat kunnen zijn van het huidige partijpolitieke (machts-)denken, dus van verkiezingen.
Toch is die vertaling alleszins mogelijk, ervan uitgaande dat er anno 2006 zo langzamerhand genoeg capabele mensen op onze planeet rondlopen die zijn uitgekeken op het partijpolitieke systeem. Lieden van diverse levensbeschouwelijke pluimage en met allerhande verstandelijke bagage, die met een feilloos gevoel voor de mondiale tijdgeest en het daarbij horende algemeen belang zijn begiftigd. Democraten van wereldklasse, die - op basis van de alom onderschreven mensenrechten en onze fenomenale kennis op elk terrein - in staat zijn met elkaar een rechtvaardig en duurzaam mondiaal beleid van de grond te tillen dat bij geen weldenkend mens - waar ook ter wereld - op weerstand zal stuiten. Een beleid kortom, dat nooit meer tot verdeeldheid, met alle gewelddadige gevolgen van dien, aanleiding zal geven. Dat overkoepelende effectieve wereldbeleid kan immers niet als ‘links' of 'rechts', maar enkel als humaan of beschaafd (want puur democratisch) bestempeld worden!
Wouter ter Heide. (18-03-2006)
Stemonthouding dient VN- of Vredesideaal.
Mensen die vinden dat niet stemmers hun recht om te zeuren en te mopperen hebben verspeeld, devalueren het begrip democratie tot een periodieke gang naar stembus of -computer. Hoe kwalijk deze devaluatie ook is, nog kwalijker is dat wij - het zich superieur wanende ‘Verlichte Westen' - verkiezingen wereldwijd propageren als het summum van democratie. Propaganda die niet zelden gepaard gaat met zinloos militair geweld, met alle ten hemel schreiende gevolgen van dien. Om daaraan een einde te maken, wordt het tijd dat wij ons realiseren dat verkiezingen nooit zullen leiden tot een wereldorde die het predikaat democratisch verdient. Daarvoor zullen we ons moeten richten op een grondige reorganisatie van de Verenigde Naties, van een dictatoriale tot een democratische volkerenorganisatie waarin niet de Veiligheidsraad (de vijf nucleaire grootmachten) maar de Algemene Vergadering (de wereldbevolking) het voor het zeggen heeft. Artikel 109 van het VN-Handvest biedt voor deze wisseling van mondiaal zeggenschap alle mogelijkheid. Aangezien deze wisseling humaan of geweldloos zal zijn, want het resultaat van een algemene VN-conferentie ter herziening van het Handvest, zal de onuitstaanbare arrogantie van de gewapende macht, die nu eenmaal niet voor rede vatbaar is, voorgoed teniet worden gedaan ten gunste van geweldloos democratisch gezag. Met als eindresultaat: de democratie in optima forma. De vreedzame mondiale samenleving waarin het reilen en zeilen niet langer wordt bepaald door de zwaar bewapende (en daardoor wantrouwen wekkende) Verenigde Staten, maar door de tot wasdom gekomen ongewapende (en daardoor vertrouwen wekkende) Verenigde Naties. De enige organisatie die bij machte is het ongrijpbaar democratische ‘algemeen belang', oftewel vrede, handen en voeten te geven, dankzij de effectieve vertaling van woorden (de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens) in daden.
Wouter ter Heide. (12-03-2006)
Van VS- naar VN-suprematie
Van een oorlogszuchtige naar een vredelievende wereldorde.
Op de grootste VN-top ooit, die half september wordt gehouden, zal uiteraard over de oorlog tegen het terrorisme worden gesproken. Wat dat betreft kan ik mij niet voorstellen dat een meerderheid het beleid van de VS hierin steunt. Daarmee zou namelijk het gros van de 191 VN-leden (dus de meerderheid van de wereldbevolking) aangeven voorkeur te geven aan het voeren van preventieve oorlogen onder Amerikaanse vlag, boven oorlogspreventie, waar de VN (dus wij allemaal) sinds jaar en dag naar streven. Dit laatste moet zo langzamerhand van de grond kunnen komen, door de gestaag afnemende publieke steun in de VS voor de oorlog in Irak. Al meer dan 50% van de Amerikanen noemt het een vergissing. Mocht deze trend doorgaan, wat redelijkerwijs gesproken te verwachten is (getuige bijvoorbeeld het succes van de actie van Cindy Sheehan bij de ranch van president Bush in Crawford), dan zal op zeker moment de preventieve oorlog in Irak de noodzakelijke publieke steun gaan ontberen, met alle consequenties van dien voor het beleid van de Amerikaanse regering en haar slippendragers.
Consequenties die er simpelweg op neerkomen dat er een einde komt aan de VS als militaire supermacht, dus aan de huidige oorlogszuchtige wereldorde. Het einde dat tegelijkertijd de weg vrijmaakt voor VN-suprematie, dus voor een vredelievende wereldorde, via een vruchtbare herziening van het VN-Handvest.
Daarbij moet niet worden gedacht aan de uitbreiding van de dictatoriale (vetorecht!) Veiligheidsraad, waarop Kofi Annan aanstuurt en waarover in de VN zwaarwichtig wordt gediscussieerd, maar juist aan de opheffing daarvan. Alleen zal zijn belangrijkste taak, de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, daarbij overgeheveld moeten worden naar de Algemene Vergadering. Dit orgaan krijgt daardoor eindelijk de kans zich te ontwikkelen van een ongeloofwaardige mondiale debatingclub tot een gezaghebbend centrum van eendrachtige wereldpolitiek, dat het algemeen of mondiaal belang adequaat weet te behartigen. Een zuiver democratisch wereldforum kortom, dat de schrijnende wereldproblemen en het daarmee gepaard gaande grove onrecht effectief weet te bestrijden, wat op termijn wereldwijd automatisch een einde zal maken aan de wortel van het kwaad: het vijanddenken.
Wouter ter Heide. (03-09-2005)
Ware Democratie
Van parlementaire naar ware democratie en de taak van de media daarin.
Met de beste wil van de wereld kan ik de ongehoorde media-aandacht voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, met name van de NOS, niet zien als een positieve bijdrage aan het (r-)evolutionaire democratiseringsproces. De zinderende verkiezingsstrijd breng namelijk de ware democratie, waarin de macht bij het volk ligt, geen stap dichterbij.
Desondanks denk ik dat de media, vooral de televisie, van cruciaal belang zijn voor de verwerkelijking van dit maatschappelijk ideaal. Daarvoor is slechts het inzicht vereist, dat niet het zwaar bevochten algemeen kiesrecht, maar het om niet gekregen geloof in de alom onderschreven mensenrechten de kern vormt van de ware democratie.
Met dit gegeven moet het voor Hilversum een peuleschil zijn het stagnerende democratiseringsproces nieuw leven in te blazen. En wel door het op tv. aanzwengelen van een brede maatschappelijke dicussie (BMD) over een samenleving waarin het beleid enkel en alleen wordt bepaald door het geloof in de democratische mensenrechten. Het enige geloof op basis waarvan het algemeen belang adequaat kan worden behartigt en vorm gegeven.
Dat de BMD ons partijpolitiek bestel op voorhand afwijst en daarmee verwijst naar bestuurders van een ander kaliber dan in Den Haag (of welk ander regeringscentrum dan ook) rondlopen, moge duidelijk zijn. Het daaraan gekoppelde probleem is dat van het bemannen van de ware democratie zonder verkiezingen(!). Dit kernprobleem afdoen als ‘onoplosbaar, punt uit', getuigt weliswaar van trouw aan de slogan van de gevestigde orde ‘ wie niet stemt telt niet mee', maar niet van vertrouwen in de maatschappelijke kentering die niet eeuwig ontlopen kan worden.
Wouter ter Heide. (20-10-2004)
Faillissement
De opvatting van minister
Brinkhorst en zijn EU-collega’s van Economische Zaken dat ‘failliet
gaan niet erg is’ (De Stentor, 5 juli), vind ik een schoolvoorbeeld
van de ontmenselijking van de politiek. Het bedrijf of de stichting
waarover het faillissement wordt uitgesproken zal je geesteskind(!)
maar zijn. Daarnaast stoort het schrijnend gebrek aan inzicht in
deze mij mateloos. Onze D66-bewindsman ziet namelijk totaal niet
in dat hartverscheurende faillissementen het logisch gevolg zijn
van het ‘structureel falen’ van het allesbeheersende bedrijf waarin
hijzelf werkzaam is.
Dat falen - hoe kwalijk
ook - is echter niet verwonderlijk, omdat de problemen waarmee ons
totaal verouderde politieke bestel in toenemende mate wordt geconfronteerd,
niet van partijpolitieke, nationale of Europese maar van mondiale
aard zijn. Daardoor vereisen zij begrijpelijkerwijs een dito aanpak.
Om dàt te realiseren zullen onze Haagse partijpolitici echter allereerst
het failliet van hun eigen bedrijf moeten inzien en ruiterlijk erkennen.
Daarna kan gezamenlijk (zonder kleingeestig partijpolitiek gekissebis
en/of onsmakelijk achterkamertjesgedoe) en in alle openheid begonnen
worden met de creatie van een politiek systeem waarin geen plaats
meer is voor verwerpelijke partijpolitieke machtsspellertjes en
potsierlijke mannetjesmakerij. Een bijdetijds overkoepelend systeem
waarin niet meer op de man wordt gespeeld, waardoor adequaat kan
worden gereageerd op de (mondiale) noden van onze (mondiale) tijd.
Kortom een systeem dat
het ‘democratisch tekort’ tenietdoet, oftewel het ‘algemeen belang’
volledig uit de verf laat komen, hoe ongeloofwaardig dit ook klinkt
in onze tijd waarin het dodelijk cynisme hoogtij viert.
Wouter ter Heide.
(07-07-2004)
De
ontdekking van de Hemel
Op 4 februari hebben
de internationaal befaamde natuurkundigen Cees Dekker en Robbert
Dijkgraaf de prestigieuze Spinozaprijs ontvangen voor hun puur wetenschappelijk
werk. In het tv-programma Buitenhof op zondag 1 februari, had Rob
Trip een uitermate boeiend gesprek met deze twee over het nut van
natuurkunde. Aan het eind van het vraaggesprek wist Trip dat nut
treffend te typeren als: "De ontdekking van de hemel".
De typering die bij mij de vraag opriep naar de maatschappelijke
relevantie van die ontdekking. De natuurkunde zweeft immers niet
in de hemel, ofwel in het luchtledige, getuige het aantal natuurkundigen
dat in het bedrijfsleven werkzaam is als consultant! Het is dan
ook zonneklaar dat de structuren en patronen die de hemel doet werken
als een Zwitsers precisie uurwerk, gretig aftrek vinden in het bedrijfsleven
en daar de kassa uitbundig doen rinkelen. In feite kun je dan ook
stellen dat het moderne bedrijfsleven functioneert als een lucratieve
‘hemel op aarde’, dankzij de ontdekkingen van de moderne
natuurkunde.
Maar wat geldt voor het
bedrijfsleven, geldt volgens mij ook voor het bedrijf waar alles
om draait en waarin we allemaal (gewild of ongewild) participeren:
"De politiek". Naast het adviseren van het bedrijfsleven
moeten natuurkundigen dan ook zeer wel in staat zijn de politiek
te adviseren. Daarmee zou de natuurkunde zich in één
klap verlossen van haar geringe publieke status. Wat dat politieke
adviseurschap betreft, moet niet gedacht worden aan adviezen over
het te voeren beleid, maar over de structuur van het bedrijf zelf.
Voor moderne en maatschappelijk betrokken natuurkundigen moet het
namelijk een peulschil zijn om onze politici uit te leggen dat de
structuur van het politieke bedrijf (het bestel) geen afspiegeling
is van die welke de hemel (dat ongelooflijk ingewikkelde raadselachtige
horloge) draaiende houdt.
Mocht die wetenschappelijke
uitleg in goede aarde vallen in het Haagse, dan opent dat automatisch
de deur voor de broodnodige herstructurering van ons bestel, overeenkomstig
de werkelijkheid zoals de moderne natuurkunde ons voortovert. Voor
zover ik het goed begrepen heb wordt die universele werkelijkheid
niet bepaald door de survival of the fittest, dus door een nooit
eindigende (partijpolitieke) strijd om de macht, maar door eenheid,
door verbondenheid, door saamhorigheid. Vandaar dat op het diepste
niveau het darwinisme eenvoudig niet opgaat, met alle consequenties
van dien voor de toepassing van darwinistische denkwijzen op het
maatschappijlijk leven. In het bijzonder op het gangbare politieke
bestel. De veronderstelde positief selecterende functie van het
verschijnsel oorlog (waarvoor de verkiezingsstrijd als ludiek equivalent
kan worden beschouwd), klopt eenvoudig niet met de blauwdruk van
de werkelijkheid die de moderne natuurkunde bezig is te openbaren.
In wezen blijkt er geen dualiteit of machtsstrijd te bestaan maar
enkel neutraliteit, met alle consequenties van dien voor het in
goede banen leiden van die neutrale werkelijkheid, dus voor het
bedrijven van een overeenkomstige politiek.
Begrijpelijkerwijs is
voor een ‘neutraal beleid’ de creatie van een ‘neutraal
bestel’ een eerste vereiste. Daarmee bedoel ik een bestel
dat boven de partijen staat en daardoor als zuiver democratisch
(het algemeen belang dienend) kan worden bestempeld. Vanzelfsprekend
zal daarvoor allereerst ons huidige bestel, waarin partij- en/of
coalitiebelangen prevaleren en dat daardoor ongewild tendeert naar
totalitarisme, ‘met vereende krachten’ op de helling
gezet zal moeten worden. Ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging
werkt namelijk geen eenheid maar juist versplintering in de hand
en nodigt uit tot het beklemtonen en zelfs uitbenen van onderlinge
verschillen, in plaats dat het zoekt naar overeenkomsten, om met
columnist Hans Goslinga (Trouw, 20 december) te spreken.
Kortom, voor het bedrijven
van toegepaste politiek (politiek die aansluit op de recente wetenschappelijke
ontdekkingen), is primair begrip nodig voor het beeld van de werkelijkheid
‘als eenheid’, zoals de moderne natuurkunde die oproept.
De wereld waarin voor losse, autonome onderdelen steeds minder plaats
is, zoals de natuurkundige Fritjof Capra in zijn recente boek Hidden
Connections duidelijk maakt. Deze nieuwe wereldorde, hoe ongrijpbaar
(want niet partij- en/of persoonsgebonden!) die ook moge zijn, is
dan ook in dat puur wetenschappelijk perspectief gelegen en niet
in het imaginaire ‘as van het kwaad’-perspectief waarmee
de godvruchtige president Bush ons een rad voor de ogen probeert
te draaien, met als doel ons voor zijn diabolische (oorlogs-)karretje
te spannen. Ik kan me dan ook niet aan de indruk onttrekken dat
de enig overgebleven supermacht, die zich nadrukkelijk afficheert
als de grootste democratie, momenteel wordt geleid door een malade
imaginaire. Met behulp van onze onovertroffen onafhankelijke media,
waarbij ik uiteraard niet doel op de STER-reclame maar op discussie
programma’s van het kaliber Buitenhof, moet deze onverteerbare
politieke werkelijkheid echter op geweldloze wijze effectief aan
de kaak gesteld kunnen worden. De ontmaskering die daarvan het gevolg
is, maakt tegelijkertijd de weg vrij voor aansprekende (want vreedzame!)
politieke hervormingen. Structurele hervormingen die hout snijden,
niet alleen op nationaal maar ook op mondiaal niveau, en uiteindelijk
zullen leiden tot de politieke hemel op aarde. Daarmee doel ik op
een wereldorde die niet is geschoeid op de militaire leest van ‘uncle
Sam’ maar op de humanitaire van de VN.
Daarvoor zal onze volkerenorganisatie
nog wel omgebouwd moeten worden van een ongeloofwaardige organisatie
van regeringen waarin het recht van de sterkste heerst tot een volkerenorganisatie
waar de mensenrechten koning kraaien. Wat die broodnodige ombouw
betreft, moet met name worden gedacht aan de opheffing van de ondemocratische
(vetorecht!) Veiligheidsraad, met de gelijktijdige overheveling
van zijn belangrijkste taak, de handhaving van de internationale
vrede en veiligheid naar de Algemene Vergadering. Deze kan zich
daardoor eindelijk ontwikkelen van een ongeloofwaardig mondiaal
praatcollege, tot een gezaghebbend mondiaal daadcollege met bovennationale
bevoegdheden. Een daadkrachtig wereldforum, dat op basis van onze
fenomenale wetenschappelijke of neutrale know how op elk terrein
en de alom onderschreven universele mensenrechten, een adequaat
en rechtvaardig wereldbeleid weet uit te stippelen waarmee de wereldproblemen
en het daaraan gekoppelde schrijnende onrecht adequaat bestreden
kunnen worden. Daarmee zal de maatschappelijke relevantie van de
moderne natuurkunde, als ontdekker van de hemel, bewezen zijn en
het gangbare beeld van natuurkundigen, als dorre wereldvreemde wetenschappers,
voorgoed zijn doorbroken. De doorbraak die zijn bekroning zal krijgen
in een algemene VN-conferentie ter herziening van het Handvest,
waartoe artikel de mogelijkheid biedt. Voor het te gelde maken daarvan
zou onze regering ‘als VN-lid’ het voortouw kunnen nemen,
bij monde van onze minister van buitenlandse zaken, de CDA-politicus
Ben Bot.
Wouter ter Heide.
(05-02-2004)
Malade
imaginaire.
In het interview met
Marc Chavannes over de nieuwste editie van zijn boek ‘Of Power
and Paradise’ (Zaterdags Bijvoegsel, NRC Handelsblad 10 januari),
verbaast Robert Kagan zich over de Europeanen die zich in ’een
postmodern paradijs’ wanen dat het begrip oorlog achter zich
heeft gelaten. Volgens hem bestaat er namelijk maar één
taal die iedereen verstaat, die van wapens. Hoewel dit zonder meer
opgaat voor de taal die de regering-Bush bezigt in haar buitenlands
beleid, waarvoor de ‘war on terrorism’ model staat,
gaat Kagan daarmee totaal voorbij aan het feit dat er sinds 1948
nog een taal bestaat die iedereen verstaat, die van de mensenrechten.
Waar wij als wereldbevolking zo langamerhand voor staan, is dan
ook de vraag welke van deze twee wereldtalen uiteindelijk aan het
langste eind zal trekken.
Voor Het Witte Huis staat
het antwoord hierop vast, getuige de gigantische Amerikaanse defensieuitgaven
als logisch gevolg van hun ongeloof in het vreedzaam (de taal van
de mensenrechten) beslechten van geschillen. Daarmee geeft de regering-Bush
aan slechts gecharmeerd te zijn van de verdeeldheid en onrecht zaaiende
diabolische wapentaal, ten koste van de op gerechtigheid gerichte
vredelievende mensenrechtentaal. Deze zuiver democratische taal
van de lange adem begint zo langzamerhand echter het gelijk aan
haar kant begint te krijgen, dankzij de bewijzen die de moderne
natuurkunde begint aan te dragen over de wijze waarop de werkelijkheid
in elkaar steekt.. Deze blijkt namelijk zijn wortels te hebben in
een alomvattende energieveld dat mens en materie met elkaar verbindt
en dat alles en iedereen voortdurend beïnvloedt. Een kwantumveld
dat de blauwdruk schijnt te bevatten van ons bestaan en waaruit
hoogstwaarschijnlijk antwoorden zijn te distilleren op talrijke
bekende verschijnselen en processen die de wetenschap tot dusver
voor raadselen stelde. Van zwaartekracht tot elektromagnetisme en
van de spontane genezing van een wond tot helderziendheid en telepathie.
In het maandblad ODE van november 2003 is over dit zogenaamde Zero
Point Field een boeiend en inspirerend artikel te lezen.
Kortom, dankzij de strict
wetenschappelijke discipline die kwantumfysica heet, wordt het met
de dag meer duidelijk dat de werkelijkheid niet wordt gekenmerkt
door verdeeldheid of gespletenheid, maar door eenheid, door verbondenheid
van alle dingen, zowel spiritueel als materieel. Op het diepste
niveau bestaat er eenvoudigweg geen dualiteit maar enkel neutraliteit,
met alle consequenties van dien voor het in goede banen leiden van
de neutrale werkelijkheid, dus voor het bedrijven van een overeenkomstige
politiek.
Begrijpelijkerwijs is
daarvoor de creatie van een ‘neutraal bestel’ vereist,
dat boven de partijen staat en daardoor als zuiver democratisch
(het algemeen belang dienend) kan worden bestempeld. Vanzelfsprekend
zal daarvoor allereerst ons huidige bestel ‘met vereende krachten’
op de helling gezet moeten worden. Ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging
werkt namelijk geen eenheid maar juist versplintering in de hand
en nodigt uit tot het beklemtonen en zelfs uitbenen van onderlinge
verschillen, in plaats dat het zoekt naar overeenkomsten, om met
columnist Hans Goslinga (Trouw, 20 december) te spreken.
Al met al wordt het zo
langzamerhand duidelijk dat voor de neutrale of zuiver democratische
vertaling van het alom onderschreven mensenrechten- of vredesideaal,
primair begrip nodig is voor de levensbeschouwelijke en daarmee
politieke implicaties van de kwantumtheorie. Deze biedt ons namelijk
de schets van een wereld waarin voor losse, autonome onderdelen
steeds minder plaats is, hetgeen de natuurkundige Fritjof Capra
in zijn recente boek Hidden Connections op knappe wijze wetenschappelijk
aantoont. De nieuwe wereldorde, hoe ongrijpbaar (want niet partij-
en/of persoonsgebonden!) deze ook moge zijn, is dan ook in dat puur
wetenschappelijk kwantum-perspectief gelegen en niet in het imaginaire
‘as van het kwaad’-perspectief waarmee de godvruchtige
president Bush ons een rad voor de ogen probeert te draaien. Ik
kan me dan ook niet aan de indruk onttrekken dat de enige overgebleven
supermacht momenteel wordt geleid door een ‘malade imaginaire’.
Wouter ter Heide.
(30-01-2004)
Mislukte
integratie.
Met VVD-coryfee Frits
Bolkestein ben ik het eens dat ‘democratie niet voor bange
mensen is’ en vind ik daarnaast ook dat het integratiebeleid
in ons land is mislukt, zoals hij onlangs stelde voor de tijdelijke
Integratiecommissie van de Tweede Kamer. Over de oorzaak van die
mislukking heb ik echter een andere mening. Mijns inziens is die
namelijk niet te wijten aan politieke correctheid van zijn politieke
opponenten uit de negentiger jaren, maar aan zijn eigen incorrecte
interpretatie van het begrip integratie. In tegenstelling tot wat
hij denkt, houdt integratie namelijk meer in dan het aanpassen van
migranten aan de dominante cultuur van het land waarin zij leven.
Daarmee gaat de Euro-commissaris gemakshalve voorbij aan het feit
dat integratie geen proces van eenzijdige mààr van
twee- of meerzijdige aanpassing is, met als doel: "Eenwording".
De Europese Unie is hiervan
een sprekend voorbeeld. Kortom, integratie staat simpelweg voor
samenvoegen van verschillen tot een harmonisch geheel of eenheid
van hogere orde.
Helaas doet niet deze
algemene maar de privé-interpretatie van Bolkestein opgeld
bij de coalitie, getuige de afspraak van VVD, CDA en D66 dat Euro-commissaris
Bolkestein op zijn post mag blijven als volgend jaar de nieuwe Europese
Commissie aantreedt. Een beleidsbeslissing die geen enkele hoop
biedt op een vruchtbare aanpak van de onverteerbare problemen rond
integratie. De suggestie van Bolkestein voor het ombouwen van leegstaande
asielzoekerscentra tot heropvoedingskampen van criminele Marokkaande
jongeren, moge dit staven.
Ware integratie vraagt
namelijk niet om een harde hand, maar om de bereidheid van alle
betrokkenen (allochtonen én autochtonen) het levensbeschouwlijk/religieus/cultureel
eigen belang ondergeschikt te maken aan het politiek algemeen belang,
de eenheid in verscheidenheid. Het ultiem politieke doel of democratisch
ideaal dat drijft op consensus en daarmee om een dito maatschappelijk
bestel vraagt, met alle consequenties van dien voor ons bewierookt
dualistisch bestel. In het op de helling zetten daarvan, ten gunste
van het overstijgende consensus bestel, moet dan ook de oplossing
gezocht worden van de grensoverschrijdende gewelddadige (zowel letterlijk
als figuurlijk) integratieproblematiek.
Het nemen van het initiatief
voor deze democratische doorbraak, die niemand ongemoeid zal laten
en wereldwijd meer dan normale aandacht zal trekken, lijkt mij een
kolfje naar de hand van D66. In 1966 stond Van Mierlo immers het
opblazen van ons partijpolitiek bestel voor ogen, ter verwerkelijking
van de democratie van een hogere orde! Geen partijpolitieke pikorde
met het daarbij horend ineffectieve haantjesgedrag, maar een orde
waarin het adequaat verdedigen van het algemeen belang de dienst
uitmaakt. In tegenstelling tot destijds kan dit hoge ideaal heden
ten dage niet langer als een mission impossible worden afgedaan,
aangezien de ingrediënten daarvoor voor het oprapen liggen.
Voor wie niet ziende blind en horende doof is, is namelijk alom
de overtuiging/gezindheid voelbaar dat WE – met behoud van
eigen identiteit(!) - elkaar hard nodig hebben om de crisis de baas
te worden. Voor het oplossen van de grote maatschappelijke problemen
en het adequaat bestrijden van het daarmee gepaard gaande schrijnende
onrecht, kunnen WE (links én rechts, allochtoon én
autochtoon, man én vrouw, jong én oud, gelovige én
….. ) simpelweg niet zonder elkaar, zoals maatschappelijk
breed wordt beseft.
De broodnodige politieke
vertaling van dit algemeen besef kan enkel gestalte krijgen door
gezamenlijk afstand te nemen van het verouderde dualistische bestel
dat niet is opgewassen tegen de problemen anno 2003 en met elkaar
te kiezen voor een nieuwe koers. De koers die moet leiden tot een
- boven het partijpolitiek gekrakeel uitstijgend - monistisch bestel,
waar onze tijd met zijn alom onderschreven mensenrechten om vraagt.
Automatisch komt hierdoor de weg vrij voor de realisatie van een
24-karaats democratisch beleid. Het gehalte dat staat voor een vruchtbaar
en rechtvaardig lange termijn, totstandgekomen via consensus, waar
komende generaties nog lang plezier aan zullen beleven. De daaruit
sprekende onbaatzuchtige ‘zorg voor ons nageslacht’
moet elk weldenkend mens en oprechte politicus, van welke gezindte
en/of gezindheid dan ook, aanspreken.
Wouter ter Heide.
(27-11)
Kiesstelstel dient gewijzigd te worden
Hoe vaak komt het voor
nadat je veel informatie hebt ingewonnen over de
standpunten/ programma's van alle politieke partijen je een afweging
moet
maken welke partij het best bij je past. Uit eigen ervaring weet
ik dat het
een kwestie wordt van afvinken van de voors en tegens van de standpunten.
Met andere woorden: er is (bij mij althans, en aangezien ik een
gemiddeld
persoon ben zal het veel vaker voorkomen) nooit een prtij die qua
programma/standpunten geheel aansluit bij de persoonlijke voorkeur.
Elke
partij heeft zijn goede en zijn slechte punten. Om die kieswijze
te
verbeteren heb ik het volgende voorstel en zou willen dat hierover
een
discussie gevoerd gaat worden wat wellicht kan leiden tot echte
vernieuwing.
Mijn voorstel is dat
we niet meer moeten gaan kiezen op één partij en één
persoon maar op standpunt met daaraan een persoon gekoppeld die
het
standpunt in beleid om gaat zetten. Voorbeeld: je bent het eens
met de PvdA
op het gebied van Buitenlands beleid en die partij schuift Axel
Koenders
naar voren dan kies voor dit onderdeel de PvdA met Koenders. Op
Financieel
beleid sluit de VVD het meest aan op jouw wens met Gerrit Zalm,
kies dan de
VVD. Je kiest dus op beleid en (met een verkapte voorkeursstem)
op een
persoon, zie een matrix voor je. Nadat op alle beleidsterreinen
het beleid
en de toekomstige ministers en staatssecretarissen gekozen zijn
begint het
echte werk. De gekozen ministers en staatssecretarissen kiezen de
MP.
Onder leiding van de
Minister President dient een integraliteitstoets
(inschatten afhankelijkheden, elimineren tegenstrijdigheden) uitgevoerd
te
worden om te onderzoeken of er van de verschillende standpunten
één
gemeenschappelijk beleid op inhoud gemaakt kan worden. Tevens dient
er een
financiële doorrekening gemaakt te worden wat e.e.a. tot gevolg
kan hebben.
Als dit met goed gevolg doorlopen is is er een breedgedragen kabinet
wat een
breedgedragen beleid uit zal voeren.
Voordelen:
- De kiezers moeten zich inhoudelijk op de hoogte stellen van de
verschillende beleidsterreinen van de partijen
- Gekozen MP
- MP wordt gekozen door verschillende partijen en heeft dus meer
draagvlak
- Breed gedragen beleid door meer invloed van de kiezer
- Kiezer stelt eigen wensenlijstje op
Nadelen:
- Procedure kan langdurig zijn (integraliteitstoets en financiële
doorrekening)
- Kiezers die minder geïnteresseerd zijn haken af (kan ook
voordeel zijn)
Indien jullie op- en
aanmerkingen hebben reageer dan !
Hans Kok
(07-06)
De mislukte Coalitie
Nog nooit was een zo
opgewekte en vrolijke Balkenende in Den Haag Vandaag te zien als
na afloop van de mislukte coalitiebesprekingen tussen CDA en PvdA.
En ook de foto’s van zijn adjudant Maxime Verhagen –
hoewel sommige waarnemers juist Balkenende als Verhagens bijwagen
beschouwen – in de Volkskrant van afgelopen weekend spreken
boekdelen. Ondanks de bijgaande tekst waaruit zijn teleurstelling
moet blijken, trekt Verhagen opgetogen, blijmoedig, zelfs voldaan
aan zijn sigaartje. Beide heren lijken opgelucht te zijn nu ze van
de sociaal-democraten zijn verlost.
Hoe anders daarentegen het beeld dat de PvdA-onderhandelaars gaven.
Wouter Bos leek oprecht teleurgesteld en wist zijn woede over de
kunstjes die het CDA hem, de PvdA, de formateurs en de kiezers had
geflikt slechts met de grootst mogelijke moeite te onderdrukken.
Zelfs de doorgaans milde Klaas de Vries wist te melden dat hij zoiets
in zijn lange politieke carrière nog nooit had meegemaakt.
Het heeft er dan ook alle schijn van dat Balkenende, of in elk geval
de CDA-top, van zijn aanvankelijke weerzin van een coalitie met
de PvdA nooit afscheid heeft genomen. Het wantrouwen van de confessionelen
heeft de onderhandelingen van begin tot eind overschaduwd. Tot aan
de Statenverkiezingen gebeurde er niets, de Irak-oorlog dreef beide
partijen verder uiteen en de financieel-economische tegenstellingen
bood het CDA de mogelijkheid de ongewilde, maar meest voor de hand
liggende coalitie definitief de das om te doen.
Niet alleen de PvdA denkt er zo over, maar ook Balkenendes gewezen
protégee Donner schijnt in woede te zijn ontstoken over het
coalitiespel van het CDA, oud-CDA-gedienden spreken openlijk hun
kritiek over de CDA-leider uit en adviseren hem een stapje terug
te doen. Balkenende liet zijn humeur hiermee geconfronteerd in dezelfde
Den Haag Vandaag uitzending echter niet bederven en wuifde de kritiek
achteloos weg. Hij had immers vier verkiezingen op een rij gewonnen
en een ander ambt dan dat van de premier was niet aan de orde. Toen
vervolgens Hans Wiegel zichzelf aanbood als formateur voor een CDA/VVD-coalitie
verscheen er zelfs een kwinkslag in de ogen van de demissionair
minister-president. Zijn eigen enthousiasme over Wiegel als formateur
verbergend, antwoordde hij op de vraag van Jeroen Pauw of hij vertrouwen
had in de zo’n formateur: dat niet hij daarover gaat maar
de majesteit.
Kortom het is wel duidelijk. Zalm sputtert nog wat tegen, pakt Balkenende
vervolgens in zonder dat het CDA begrijpt wat er gebeurt en beide
partijen vormen een rechtsminderheidskabinet. Althans, als Balkenende
zich niet nog ongeloofwaardiger wil maken dan hij nu al is. Want
een voortzetting van het huidige demissionaire kabinet in ietwat
gewijzigde vorm moet toch ook voor het CDA al te gortig zijn. Daarnaast
maakt een doorstart breker Zalm volstrekt ongeloofwaardig. De resterende
alternatieven maken de aanschuivende partijen daarentegen volstrekt
ongeloofwaardig. D66 zou in een coalitie met CDA en VVD alleen maar
te verliezen hebben en bovendien haar links-liberale uitgangspunten
lachwekkend maken. Ook het andere alternatief met de Christen Unie
en de SGP zou voor beider christelijke identiteit desastreus zijn.
Zalm kreeg al uitslag van het waarden en normen debat van het CDA,
laat staan van de christelijke moraal van de kleine christenen.
Mocht Balkenende echter inderdaad helemaal de kluts kwijt zijn en
alleen nog aan de leidraad van de rechtervleugel van het CDA lopen,
dan verwaarlozen de christen-democraten niet alleen hun christelijk-sociale
kant, maar kiezen ze tevens definitief voor het rechtse, politieke
spectrum zoals ook hun geestverwanten in de rest van Europa hebben
gedaan. Daarmee zou de parallel met hun Oostenrijkse broeders en
zusters eng nabij komen en verruilt het CDA de meest voor de hand
liggende, maar ongewilde coalitie voor de minst voor de hand liggende,
maar gewilde coalitie.
Johan van Beek (15-04)
De dag des Oordeels
Onthutst was Jan Peter
Balkenende over het uitblijven van een PvdA-naam voor het premierschap.
En toen de uitdager afgelopen zondag eenmaal bekend werd, weigerde
deze een debat aan te gaan met hem en de andere kandidaat-premier
Gerrit Zalm. Dit was geen nieuwe, maar oude achterkamertjespolitiek.
Bovendien was de PvdA helemaal niet in staat om regeringsverantwoordelijkheid
te dragen. De partij bevond zich in verwarring, was nog steeds dezelfde
als onder Melkert en het ontbrak hen aan nieuwe ideeën, aldus
de demissionaire minister-president en CDA-lijsttrekker.
Balkenende liet geen moment onbenut om de PvdA in diskrediet te
brengen sinds de sociaal-democraten onder leiding van Wouter Bos
als een komeet in de peilingen omhoog schoten. Met de eigen geschiedenis
nog vers in het achterhoofd, vreest het CDA een streep door de rekening
van Balkenende II, dat na de val in oktober vorig jaar, evenals
destijds Melkert I, zo voor de hand lag. Immers, nog geen jaar geleden
beweerde tout Den Haag hetzelfde over het CDA en werd de partij
na het debacle met Marnix van Rij en Jaap de Hoop Scheffer geen
enkele kans toegedicht. Toch zouden de - vooral door Bolkestein
- doodverklaarde christen-democraten met hun inderhaast aangewezen
leider Balkenende uit de as herrijzen.
Hetzelfde lijkt nu met de sociaal-democraten te gebeuren. Na 88
dagen Balkenende I en enkele maanden later is een regering Balkenende
II heel wat minder waarschijnlijk geworden. De vraag doemt dan ook
op of de herrijzenis van het CDA wel als zodanig moet worden gezien?
Is er niet veel eerder sprake van een laatste stuiptrekking van
de christen-democraten? En is het begin van het einde van Balkenende
naderbij? Want was het CDA, in tegenstelling tot de PvdA, bij de
vorige verkiezingen dan wel klaar om te regeren?
Tijdens Kok I en II bleek het CDA niet in staat om het paarse beleid
met alternatieven te bestoken. Sterker nog, benevens levensbeschouwelijke
vragen, was het CDA het in hoofdlijnen met Paars eens. Het weinig
vernieuwende programma bracht de christen-democraten al evenmin
aan de macht. Veeleer was het niet aanvalspact met de LPF en het
meedeinen op de door Fortuyn losgemaakte golven van onvrede de reden
van de herwonnen regeringsmacht.
Ook nu beschikt het CDA niet over innovatieve ideeën. Bij het
opstellen van het program ging de partij, onder het mom van nieuwe
politiek, derhalve maar te rade bij leden en niet-leden. Trots gaf
het CDA in het program aan welke punten van de partij kwamen en
welke van welwillende meedenkers. Zelfs de premierbonus ging voor
de partij teloor. Balkenende wist zich niet als regisseur van het
Haagse theater te ontpoppen, maar bleef steken in tijdens zijn studietijd
opgedane ervaringen met het studentencabaret. Verder dan studentikoze
grappen als de beruchte ansichtkaart uit de Traiveszaal en zijn
uit den treuren verkondigde verantwoordelijkheidsgevoel kwam Balkenende
niet. Zijn verantwoordelijkheid nemen verwerd zo tot inhoudsloos
gebazel, dat meer met machtshonger had te maken dan met nieuwe politiek.
Tijdens de campagne werd dat des te duidelijker. Balkenende kwam
niet met antwoorden, maar bezigde ondoorgrondelijk en nietszeggend
taalgebruik dat de kiezer in het ongewisse liet. Zo sloeg zijn kritiek
op de PvdA als een boemerang op hemzelf en zijn partij terug.
Woensdag 22 januari 2003 zou wel eens het begin van het einde van
Balkenende kunnen betekenen en een hernieuwde werdegang van het
CDA. Niet alleen steekt het CDA van Balkenende ten opzichte van
het nieuwe, hedendaagse elan van de PvdA onder Bos als ouderwets
af. Ook blijkt uit peilingen over het premierschap van Maurice de
Hond dat kiezers Cohen nu al even hoog hebben zitten als Balkenende.
En dat terwijl zijn kandidatuur nog 24 uur oud was. Weliswaar heeft
Balkenende gelijk dat eventuele regeringsverantwoordelijkheid voor
de sociaal-democraten te vroeg komt, maar dan vanwege geheel andere
redenen dan de CDA-voorman aandraagt.
Het risico dat de PvdA weer in oude reflexen vervalt is namelijk
bij zo’n snel herstel levensgroot. Daarbij zullen in de economisch
moeilijke periode die Nederland te wachten staat GroenLinks en de
SP ter linkerzijde en de VVD ter rechterzijde vanuit de oppositie
gestaag groeien. Het is strategisch gezien daarom veel aantrekkelijker
om de zure appel aan anderen over te laten om dan vervolgens met
grote winst over een aantal jaren alsnog regeringsverantwoordelijkheid
te nemen. Voor het land zou het echter een zegen zijn als de premier
die met de mond verantwoordelijkheid belijdt, maar met zijn daden
heeft bewezen de daarbij behorende statuur en leiderscapaciteiten
te missen, wordt vervangen door iemand die in het verleden wel heeft
bewezen over kundig leiderschap te beschikken.
Johan van Beek (21-01)
Proefstation Oostenrijk
Een proefstation voor
de wereldondergang noemde schrijver, journalist en satiricus Karl
Kraus, aan het begin van de twintigste eeuw, Oostenrijk in zijn
toneelstuk Die letzten Tage der Menschheit. De veelvolkerenstaat
Oostenrijk-Hongarije, ook wel omschreven als de Europese Unie in
het klein, verscheurd door nationale conflicten ontketende in 1914
de Eerste Wereldoorlog. Ook in onze postmoderne tijd lijkt Oostenrijk
weer een proefstation te zijn, weliswaar veel minder dramatisch
dan destijds, maar toch.
In 1986 verving de FPÖ de liberaalgezinde Norbert Steger door
Jörg Haider. Rechts-populistische opvattingen kregen voortaan
ruim baan. Vreemdelingen en migranten werden met drugs en criminaliteit
in verband gebracht, het politieke establishment raakte in diskrediet,
alles wat links en progressief was moest het ontgelden, dubieuze
uitspraken waren aan de orde van de dag en uitstapjes naar Irak
raakten in schwung. Nadat Haider in de bondslanden succes had geboekt
met deze nieuwe koers volgde tijdens de verkiezingen van oktober
1999 de nationale doorbraak. De FPÖ werd de tweede partij van
het land en kreeg na een tergend lange formatieperiode regeringsverantwoordelijkheid.
De opmars van populistisch rechts in Oostenrijk stond niet op zichzelf,
zo bleek. In Italië liet de Lega Nord van Umberto Bossi van
zich horen en ook de postfascistische Nationale Alliantie van Gianfranco
Fini werd een factor van belang. Zwitserland kende de Volkspartij
van Christoph Blocher, Frankrijk had Le Pen met zijn Front National,
België het Vlaams Blok van Filip Dewinter, in Denemarken boekte
de Folkeparti van Pia Kjaersgard succes en in Noorwegen bedreigde
Carl Hagens Vooruitgangspartij de gevestigde orde. Met enige vertraging
sloot ook Nederland zich aan bij deze rechts-populistische vloedgolf.
En zelfs in Duitsland sloeg op lokaal niveau het rechts-populistische
geluid van de Hamburgse rechter Ronald Barnabas Schill aan.
Na een aanvankelijke tegenslag, door de sancties van de Europese
regeringsleiders, kon Oostenrijks nieuwe coalitie van christelijk-conservatieven
en rechtspopulisten aan de slag. De drie “wijzen” onder
leiding van de gewezen Finse president Martti Ahtisaari constateerde
dat Oostenrijk geen EU-regels overtrad, waarmee de ontstane impasse
tussen Oostenrijk en de overige lidstaten van de Europese Unie was
opgeheven. De formeel als “normaal” gekwalificeerde
Oostenrijkse regering bracht echter weinig echte nieuwe veranderingen
tot stand. Behalve een recordhoogte aan werklozen en de hoogste
belastingen na de Tweede Wereldoorlog bleef veel bij het oude. Dit
gebrek aan voortvarend beleid brak de rechtspopulisten op.
Halverwege de rit bleek de FPÖ-succesformule van ongebreidelde
oppositie uitgewerkt. Als regeringspartij moest de FPÖ daden
tonen en kon zij niet gelijktijdig regeringsverantwoordelijkheid
dragen én oppositie voeren. Haider - hoewel officieel als
partijleider teruggetreden - bestookte de regering echter als vanouds.
De officiële FPÖ-voorvrouwe Riess-Passer samen met de
minister van Financiën Karl-Heinz Grasser en fractievoorzitter
Peter Westenthaler weerspraken telkens de Haider-lijn door het regeringsbeleid
te steunen.
Nederlaag op nederlaag volgde voor de FPÖ tijdens verkiezingen
in verscheidene bondslanden. Na elke peiling verloor de partij meer
kiezers en kreeg regeringspartner ÖVP er meer kiezers bij.
Om de neergang te keren zocht Haider toevlucht tot zijn oude vertrouwde
methode van radicalisering. Met zijn radicale standpunten vervreemde
hij uiteindelijk dit najaar zelfs zijn trouwste bondgenote Riess-Passer
van zich. Haider wilde met alle geweld het bezuinigingspakket van
zijn minister van financiën doorzetten. Grasser zelf wilde
de maatregelen ten behoeve van steun aan de getroffene van de watersnoodramp
uitstellen. Ries-Passer, Westenthaler en Grasser bleven zich tegen
Haider verzetten en de val van het kabinet was een feit. De ÖVP
stelde handig de kanseliervraag en net voor de verkiezingen liet
bondskanselier Schüssel weten dat de populaire FPÖ-minister
van financiën, Grasser, in een nieuw kabinet voor de ÖVP
kon terugkeren.
Haider en zijn FPÖ waren daarmee naar de achtergrond gedrukt.
Helemaal nu de verkiezingen van afgelopen zondag de partij een dramatisch
verlies brachten. Bijna tweederde van het FPÖ-electoraat keerde
zich van de partij af en stapte naar de ÖVP over. Geen nek-aan-nekrace
met de sociaal-democraten, zoals was voorspeld, maar een onverwacht
grote zege voor de ÖVP was het gevolg. De conservatieven zijn
daarmee voor het eerst sinds 1966 weer de grootste partij van Oostenrijk.
Bovendien bleek Schüssel over voorspellende gaven te beschikken.
Volgens Schüssel was regeringsverantwoordelijkheid van de FPÖ
de enige remedie tegen een verdere rechts-populistische opgang.
Naast verlies voor de FPÖ stelde hij winst voor zijn eigen
partij in het vooruitzicht.
De sociaal-democratische voorman Alfred Gusenbauer die het kanselierschap
eveneens tot inzet van de verkiezingen maakte, had minder geluk.
De sociaal-democraten wonnen slechts een kleine 3,8 procentpunt
erbij en kwamen daarmee op een tweede plaats terecht. De sociaal-democraten
zullen waarschijnlijk weer in de oppositiebanken plaats nemen. Toch
was Gusenbauer niet verdrietig over de geringe winst. Een kabinet
van Groenen - die ook minder winst boekten dan voorspeld - en ÖVP
lijkt niet realistisch, waardoor een zwaar aangeslagen en instabiele
FPÖ samen met een almachtige ÖVP in het verschiet ligt.
Zo ’n riskante combinatie zal geen lang leven beschoren zijn.
Een grotere winst en regeringsleiding voor de SPÖ op termijn
lijken dan ook niet denkbeeldig.
In elk geval is de opkomst van populistisch-rechts niet alleen tot
stilstand gebracht, maar zelfs teruggeslagen. En Haider lijkt definitief
uitgerangeerd. Dat is de werkelijke winst van de Oostenrijkse verkiezingen,
die wellicht een voorland voor de Nederlandse situatie zullen blijken
te zijn. Nu al valt te constateren dat de gedesillusioneerde LPF-aanhang
overwegend haar toevlucht tot het CDA neemt. Daarnaast zal bij de
verkiezingen in januari de PvdA het naar verwachting beter doen
dan afgelopen keer. Maar op een groots herstel onder de nieuwe fractievoorzitter
en lijsttrekker Wouter Bos wordt nog niet gerekend. Tijdens een
centrumrechtse regering, wederom met Balkenende aan het hoofd, kan
de PvdA haar herstel vervolmaken om vervolgens dezelfde wens te
koesteren als Gusenbauer.
Mocht de bakermat van populistisch rechts eveneens een Europabrede
rechts-populistische neergang inluiden, dan zal Oostenrijk dit keer
alsnog een gelukkig proefstation blijken.
Johan van Beek
28-11-2002
Waarden en normen
Sinds de Lijst Pim Fortuyn
zijn entree in de Nederlandse politiek maakte, is de bevolking met
het fenomeen proefballonnetjes vertrouwd geraakt. Gewezen LPF-wonderboy
Heinsbroek riep tot waarden en normen op, maar begaf zich op een
terrein dat zijn competentie ver te buiten ging door het optreden
van de politie bij verkeerscontroles te bekritiseren en de uniformen
van de dienders te ridiculiseren. Tevens wenste hij met zijn Bentley
ruim baan op de snelweg en dwarsboomde hij een onderzoek naar fraude
tegen zijn voormalige platenmaatschappij Arcade. Ex-professor Bomhoff
hekelde de machtspolitiek van Machiavelli en bekende zich een aanhanger
van Confucius, maar werkte een topambtenaar die hem niet beviel
zonder gegronde reden het ministerie uit en probeerde zijn eigen
onderzoeksbureau Nyfer aan overheidsopdrachten te helpen door de
werkwijze van het Centraal Plan Bureau in twijfel te trekken. Ook
law and order bepleiter Nawijn riep op tot een ethisch reveil, maar
trad de rechtsstaat met voeten door als gewezen advocaat en immigratie-
en minderhedendeskundige criminele Nederlanders van Marokkaanse
afkomst een enkeltje Marokko te willen geven.
Nadat dit kabinet van jeune premier Balkenende - dat overigens met
de beruchte groeten uit het torentje de Kamer minachtte - als een
kaartenhuis in elkaar stortte, leek het Nederlandse volk van de
proefballonnetjes van deze fatsoensrakkers verlost. Leek, want de
ambitie van de heer Nawijn om in het “landsbelang” politiek
te bedrijven reikt ver. Eerst deed hij een voorstel tot een lijmpoging,
vervolgens overwoog hij een terugkeer naar het CDA om daarna toch
voor een LPF-ministerschap in een volgend kabinet te opteren. Ja,
hij ambieerde zelfs het lijsttrekkerschap van deze partij. Tenslotte
stelde Nawijn zijn ambitie bij en was hij bereid zonder de garantie
van een ministerspost het land te dienen. Een eenvoudig kamerlidmaatschap
behoorde eveneens tot de mogelijkheden, meldde ‘s lands dienaar.
Men kan veel over Nawijn zeggen, maar consistent is hij wel. Niet
in zijn beleid en argumentatie, maar des temeer in zijn ambitie.
Nu hij net zo lekker landelijke bekendheid geniet en ook een vingertje
in de vaderlandse politiek mag meeroeren, laat hij zich dat niet
zo een, twee, drie weer afnemen. Kostte wat het kost zal hij zijn
verworven aanzien en macht verdedigen. Misschien, als het na de
verkiezingen niet anders kan, vanuit een ietwat minder aanzienlijke
positie dan die van minister, maar lijsttrekker en kamerlid moet
toch haalbaar zijn, moet Nawijn gedacht hebben. Een terugkeer naar
de anonieme advocatuur of ambtenarij moet hem een gruwel zijn. De
spotlights dat is wat Nawijn wil. Alles en iedereen zelfs de beschaving
zal daarvoor moeten wijken.
Het jongste proefballonnetje is een treffend voorbeeld. Kindermoordenaars
en –verkrachters, en wellicht ook ander gespuis, dienen de
doodstraf te krijgen, zo mijmerde Nawijn in weekblad de Nieuwe Revue.
In het actualiteitenprogramma NOVA zwakte hij zijn uitspraken af
en kregen de boodschappers van dit “verheffende” nieuws
de schuld. Ondanks inzage in het artikel en goedkeuring door Nawijn
voor verschijning hekelde de demissionair minister de journalistieke
aanpak van de Nieuwe Revue-journalisten. Dat journalistentuig legt
maar ongestraft woorden in de mond van dienaren van de Kroon, viel
welhaast van Nawijns gezicht te lezen. Misschien moet maar weer
eens worden geopperd dat de LPF nog een appeltje te schillen heeft
met de heren en dames journalisten, leek Nawijn te willen uitschreeuwen.
De demissionair minister en LPF-lijsttrekker, die dit keer uitsluitend
op persoonlijke titel sprak naar later uit een verklaring bleek,
heeft geenszins gezegd dat hij voor de doodstraf is, zo stelde Nawijn.
In ieder geval heeft hij dat niet zo bedoeld. Hij vroeg zich slechts
af of de doodstraf ingevoerd diende te worden. Hebben mensen die
ernstige misdaden plegen recht op leven? Dat vroeg Nawijn zich af.
Bovendien was hij niet de enige die deze vraag opwierp. Het Nederlandse
volk deed dat met hem, aldus Nawijn in NOVA.
Nu is het begrijpelijk dat politici in verkiezingstijd de mensen
zo nu en dan extra naar de mond praten. Ook is tot een ieder doorgedrongen
dat in het huidige klimaat de stem van de straat en het geluid aan
de borreltafel de politieke discussies beheersen. Maar is het gewenst
en beschaafd de borrelpraat tot Kamerpraat te verheffen? Of anders
gezegd, allesoverheersend te laten zijn en tot leidraad van politiek
handelen te maken? Is het niet ook de taak van politici - naast
de burger een luisterend oor te bieden - diezelfde burger ervan
te overtuigen dat wij in een rechtsstaat en een beschaafde cultuur
leven, waar het oog-om-oog-tand-om-tand-principe van de barbaren
de zo gewenste terugkeer naar (vermeende?) waarden en normen juist
tegenwerkt? Is niet het kenmerk van een beschaving, dat deze - ondanks
gevoeld leed van slachtoffers en/of nabestaanden - een rechtssysteem
kent dat zorg draagt voor bestraffing zonder dat dit tot een verlaging
van zelfde soort gedrag leidt?
Wellicht maakt dit uitgangspunt de politicus niet populair. Maar
het is wel zo beschaafd. Hoe denkt de Nederlandse bevolking tot
waarden en normen te komen terwijl gelukzoekers, patjepeeërs
en opportunisten stelselmatig en telkens weer de grondbeginselen
van onze beschaving, onder het mom van waarden en normen, onderuit
schoppen en ieder begrip van elementaire omgangsvormen ontberen?
Zeker, de oude politiek was niet zaligmakend. Maar de weg van de
zogenaamd nieuwe politiek, die nu is ingeslagen maakt pas echt puinhopen
van ons land, onze beschaving, onze rechtsstaat, kortom onze waarden
en normen.
Johan van Beek
22-11-2002
Democratie wordt aan de politieke partijen zelf overgelaten
Iedere politieke partij
is bij verkiezingen op zoek naar haar specifieke plaats in het politieke
spectrum om een goede profilering te bewerkstelligen. Belangrijk
hierbij is een uniforme profilering opdat men zich het beste kan
onderscheiden van andere partijen. Kleine verschillen van inzicht
binnen een partij zijn nadelig voor de uniformiteit en komen dan
ook weinig aan het licht, terwijl die in levendige partijen wel
degelijk bestaan. Het belangrijkste nieuws in verkiezingstijd is
eigenlijk niet de uitslag van de verkiezingen maar de uitslagen
van de kandidaat-lijsten. Dit is een rechtstreeks gevolg van ons
democratisch stelsel. De rol van de partij moet verkleinen ten faveure
van de kandidaten zelf.
De meeste burgers beseffen
niet dat 2e kamer in de zin van volksvertegenwoordiging weinig voorstelt.
De partijen vertegenwoordigen in wezen het volk en niet de “gekozen”
kandidaten van een partij want die worden door de partijen bepaald.
Elke partij is binnen zekere grenzen vrij om te bepalen hoe men
een kandidatenlijst samenstelt. Herkenbaarheid van vertegenwoordiging
kan men eigenlijk alleen via de lijsttrekkers verkrijgen. De verpersoonlijking
van de volksvertegenwoordiging is door de hoge voorkeurstemmendrempel
in wezen beperkt tot het aantal lijstrekkers. Voorkeurstemmen zijn
in Nederland grotendeels alleen van symbolische waarde die al dan
niet de hierarchie binnen een partij kunnen veranderen, er komen
zelden mensen in de 2e kamer uitsluitend via voorkeurstemmen. Wie
er in de 2e kamer komt wordt zoals gezegd niet rechtstreeks bepaald
door de burger, de kiezer heeft alleen invloed op de partijgrootte
. De democratie is in die zin een tamelijke quasi-democratie, het
huidige stelsel voldoet niet. Buiten de lijstrekker moeten individuele
kandidaten zich meer kunnen profileren.
Deze discussie over een facet van de democratie dient niet verward
te worden met het referendum. Referenda geven geen oplossing voor
de kern van dit probleem, ze geven alleen het totale mandaat tijdelijk
terug aan de burger en het totale mandaat tijdelijk terughalen vermindert
daarbij de noodzakelijke bestuurskracht en effectiviteit van een
regering.
Huidige partijen willen het stelsel op dit punt vooralsnog niet
aanpassen omdat men redeneert dat een partij een uitgebalanceerde
lijst wenst van mensen met verschillende specialiteiten en controle
wil houden op de kwaliteit van kandidaat kamerleden. Het zijn op
zich, met daarbij het huidige stelsel in beschouwing nemende, geldige
argumenten, maar partijen zijn eerder bang dat individuele kandidaten
een gevaar zijn voor de partij uniformiteit. Kandidaat kamerleden
die in lagere regionen van de kandidaatlijst bivakkeren zullen het
bij het huidige systeem niet snel in hun hoofd halen om in verkiezingstijd
persoonlijke nuanceringen aan te brengen aan het officiële
partijstandpunt. Men houdt zich eerder bezig met carrière
maken binnen de partij dan zich op burgers en de maatschappij te
richten en in het openbaar naar iedereen standpunten in te nemen.
Dat laatste is meestal uitsluitend voorbehouden aan een lijsttrekker.
Dit is geen pleidooi om te bewerkstelligen dat lijsttrekkers minder
belangrijk moeten zijn , de meeste mensen hebben in verkiezingstijd
genoeg aan één iemand die een partij belichaamt. Het
gaat hier echter om het (her)definiëren van de volksvertegenwoordiging
die plaatsneemt in de 2e kamer
De voorkeurstemmendrempel verlagen van 25% tot bijvoorbeeld 12,5%
van de kiesdeler zou mijns inziens een betere verhouding zijn tussen
partij en kandidaten, welke alleen ingevoerd zou kunnen worden bij
landelijke verkiezingen. Bij verlaging van de voorkeurstemmendrempel
zou pluriformiteit binnen een partij minder problematisch worden.
De link tussen burger en volksvertegenwoordiger wordt directer,
dat dit zal leiden tot zogenaamde gemiddelde kwaliteitsvermindering
van kamerleden is vooral een argument van de partijen zelf zonder
dat daar werkelijk goede argumentatie voor is. Het naar eigen goed
dunken mensen op een kandidatenlijst plaatsen of niet plaatsen blijft
immers voorbehouden aan de partijen. Een districtenstelsel om een
betere regionale spreiding van kandidaten te bewerkstelligen is
in dat geval niet nodig, de regio spreiding zal automatisch verbeteren
indien het volk echt behoefte heeft aan meer regio herkenbaarheid.
Discussie over bestuur dichter bij de burger brengen krijgt hierdoor
meteen een andere dimensie. De effectiviteit van bestuur blijft,
de democratie wordt levendiger, de herkenbaarheid wordt vergroot.
Een modernere benadering van de democratie die deze tijd vraagt.
louis de wit
17-11-2002
Hirsi
Ali verruilt PvdA voor VVD
De sterspeelster van
het wetenschappelijk team van de PvdA, de Somalische politicologe
Ayaan Hirsi Ali, verruilt de PvdA voor de VVD. Vorige week kondigde
Ali haar overstap aan vanuit haar schuiladres in de Verenigde Staten.
Ali komt de VVD-kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen
van 22 januari 2003 versterken. Partijvoorzitter Ruud Koole sprak
in het actualiteitenprogramma NOVA teneergeslagen zijn hoop uit
op een terugkeer en VVD-er Jozias van Aartsen kon een triomfantelijke
glimlach nauwelijks onderdrukken.
De talentvolle politicologe van Somalische herkomst die voor de
Wiardi Beckmann Stichting van de PvdA werkzaam was, motiveerde donderdag
31 oktober op de opiniepagina van NRC Handelsblad haar opmerkelijke
overstap. “… aangezien de partij min of meer gegijzeld
is door aanhangers van het multiculturalisme enerzijds en moslimconservatieven
anderzijds” liep zij met haar strijd tegen vrouwenonderdrukking
binnen de Islam en haar oplossingen voor het integratievraagstuk
tegen een muur van onwil op, aldus Ali. Zij heeft er geen vertrouwen
in dat de PvdA met geloofwaardige oplossingen voor de haperende
integratie van allochtonen komt.
Volgens Ali is de PvdA geen sociaal-democratische partij meer. Zij
denkt haar strijd bij de liberalen effectiever te kunnen voeren.
PvdA-voorzitter Ruud Koole was door deze onverwachte mededeling
zichtbaar aangedaan. Ook andere PvdA-coryfeeën, zoals Klaas
de Vries en Nebahat Albayrak, spraken de daarop volgende ochtend
in de Volkskrant hun verbijstering en ongeloof uit. Nadat Ali door
haar uitspraken over vrouwenonderdrukking door de Islam werd bedreigd
en moest onderduiken, was het de PvdA die van alles in het werk
had gesteld om haar te beveiligen en tot rust te laten komen. In
het tv-programma NOVA antwoordde Koole op de vraag of de PvdA had
overwogen om Hirsi Ali voor zijn partij op de kandidatenlijst te
zetten ontkennend. De partij dacht de politicologe juist te moeten
beschermen en rust te moeten bieden. Daar paste een plaats op de
kandidatenlijst en campagne voeren niet bij. Het is voor de sociaal-democraten
dan ook extra wrang dat Ali hen nu de rug toekeert.
Hirsi Ali die met haar artikel in NRC Handelsblad de indruk van
opportunisme wil wegnemen, zal daar in de ogen van de PvdA-ers waarschijnlijk
niet in slagen. Haar motivatie dat de PvdA zich niet als sociaal-democratische
partij opstelt – wat Hirsi Ali illustreert aan de hand van
de dominantie van de multiculturalisten en moslimconservatieven
– en zij derhalve op het verzoek van de VVD om op de kandidatenlijst
te gaan staan is ingegaan, lijkt geen afdoende verklaring om eventuele
verwijten van opportunisme te ontkrachten. Dat zij, volgens eigen
zeggen, bij de liberalen meer gehoor vindt dan bij de PvdA is een
inschatting die zij maakt. Daar ligt geen ideologische herziening
aan ten grondslag. Hierdoor vertoont haar opmerkelijke overstap
weldegelijk opportunistische trekken.
Zeker op dit moment doet zo ’n transfer merkwaardig aan. Stonden
tijdens Kok I en tot vrijwel het einde van Kok II VVD en PvdA dichterbij
elkaar dan ooit, na de val van Kok II verwijderden de twee partijen
zich steeds meer van elkaar. De PvdA is op zoek naar een uitgesprokener
links, maar wel modern profiel dat aan de “nieuwe politieke”
mores voldoet. Binnen de PvdA waar de strijd om het partijleiderschap
is losgebarsten en andere geluiden, grotere openheid en nieuwe oplossingen
meer ruimte krijgen, is juist nu de tijd aangebroken voor mensen
zoals Hirsi Ali. De VVD daarentegen laat haar liberale koers steeds
verder varen. Onder het mom van nieuwe politiek legt deze partij
haar oor weer meer te luister bij de conservatieve stroming in de
hoop veel LPF-stemmers binnen te halen. De PvdA mag dan in de ogen
van Hirsi Ali geen sociaal-democratische partij zijn. De VVD kan
geen liberale partij meer worden genoemd. De gewezen liberalen beginnen
steeds meer conservatieve trekjes te vertonen en dat zal naar verwachting
in de nabije toekomst eerder toe- dan afnemen.
Maar los van de meer rechts georiënteerde koers van de VVD
had voormalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen
in NOVA natuurlijk alle reden tot glimlachen. VVD-fractieleider
Gerrit Zalm en Neelie Kroes, geholpen door OPZIJ-hoofdredactrice
Cisca Dresselhuys, hebben een huzarenstukje geleverd door Hirsi
Ali binnen te halen. De PvdA is van een alternatief, hard geluid
- dat het bij het electoraat goed doet - beroofd en de VVD zal de
echte liberalen die hun partij naar de conservatieve kant zagen
afglijden door deze manoeuvre binnen boord weten te houden. De belangrijkste
vraag is echter of Ayaan Hirsi Ali en haar strijd hiermee is gediend,
zoals ze zelf gelooft. De kans is echter groot dat links zich verraden
voelt, de VVD haar electoraal misbruikt, ze binnen de partij te
weinig ruimte zal krijgen om haar ideeën door te zetten en
ze zich bovendien te snel na de bedreigingen in een avontuur stort
waar ze uiteindelijk zelf het grootste slachtoffer van zal worden.
Johan van Beek
4-11-2002
Het plan van Wouter Bos
(Pvda):
Door de hypotheekaftrek
in de 3e belastingschijf te verlagen van 52% naar 42% wil Wouter
Bos zo op termijn 400 miljoen besteden aan een plan om starters
sneller aan een huis te helpen. Hoe die subsidies voor starters
eruit zien vertelt het plan niet. Ik ben benieuwd hoe die kant van
de plannen eruit gaat zien en of het bouwsubsidies, koopsubsidies
of anderszins zijn
Een benadering in de complexe problematiek om starters een grotere
kans te geven op de koopwoningenmarkt, is het aanbod te vergroten
in het goedkopere segment, m.a.w.meer huizen bouwen vooral in het
goedkopere en midden segment voor te realiseren doorstroming. Door
de huidige economische ontwikkelingen zal het bouwen van huizen
in het duurdere segment niet het gewenste doorstroomeffect resorteren
(Velen staan of stonden achter die visie omdat het de doorstroming
het meeste zou bevorderen) Meer aanbod en doorstroming zal er mede
voor zorgen dat er een groter aanbod kan ontstaan en zullen prijzen
in het starters segment dalen of stabiliseren.
In het voorstel van Wouter Bos wordt indien het koopsubsidies zijn
het aanbod niet vergroot en zal er in eerste instantie zelfs meer
vraag ontstaan. De concurrentie onder kopers blijft hetzelfde, alleen
de leencapaciteit wordt verhoogd. De prijzen in het lage segment
zullen door de subsidie gewoon stijgen. Koopkrachtsveranderingen
m.b.t. tot de huizenmarkt die je doorvoert verdisconteren zich als
communicerende vaten automatisch weer in de huizenprijzen. Ik ben
mede daarom tegen een eventuele verdere koopsubsidie (eerder afschaffen)
voor starters cq bepaalde inkomensgroep (starters apart beschouwen
leidt tot ongelijkheid met mensen die al een koophuis hebben), daarbij
gaat afhankelijkheid optreden met verdere verstoring van de woningmarkt
Plan Bos heeft , wat betreft starters een betere kans te geven,
in de tot nu toe bekende opzet weinig zin. Verdere koopkracht nivellering
m.b.t. huizenmarkt vertraagt ook doorstroming naar duurdere koophuizen
waardoor doorstroming in zn geheel vermindert. Indien het bouwsubsidies
zijn en er zijn harde afspraken te maken met aannemers dan ben ik
wel benieuwd wat de plannen zijn.
In zn algemeenheid ben ik in principe voor blijvende aftrekbaarheid
van de hypotheekrente. Naast het feit dat mensen langlopende verplichtingen
aan gegaan zijn en ervan uitgegaan zijn dat aftrek zou blijven bestaan,
werkt het stimulerend voor het eigen initiatief in de nieuwbouw.
Bij nieuwbouw zal bij de kostencomponenten, zoals de grondprijs
en de bouw zelf, de bouw zelf onveranderd blijven wanneer de hypotheekrente
aftrek zou verminderen. Nieuwbouw zou relatief duurder worden wat
met het huidige woningentekort geen goede ontwikkeling is.
louis de wit
29-10-2002
U kunt ook reageren in
het discussieforum
|
|