Opinie

Ruimte voor meningen en meningsvoming.
Columns, polls, reacties op actualiteiten, analyse van maatschappelijke ontwikkelingen, leuke eigenaardigheden.
Hier inzenden

     NAVO-missie Afghanistan, gedoemd te mislukken. (14-09-2006)
     Religieus gemotiveerd vijanddenken; kern M-O conflict. (22-08-2006)
     Opheffing D66. (24-04-2006)
     Stemonthouding dient VN- of Vredesideaal. (12-03-2006)
     Van VS- naar VN-suprematie (03-09-2005)
     Ware Democratie (20-10-2004)
     Faillissement (07-07-2004)
     De ontdekking van de Hemel (05-02-2004)
     Malade Imaginaire (30-01-2004)
     Mislukte Integratie (27-11-2003)
     Kiesstelsel dient gewijzigd te worden (07-06-2003)
     De mislukte Coalitie (15-04-2003)
     De dag des Oordeels (21-01-2003)
     Proefstation Oostenrijk (28-11-2002)
     Waarden en normen (22-11-2002)
     Democratie wordt aan de politieke partijen zelf overgelaten (17-11-2002)
     Hirsi Ali verruilt PvdA voor VVD (4-11-2002),
     Plan Wouter Bos Hypotheekrenteaftrek (29-10-2002)

NAVO-missie Afghanistan, gedoemd te mislukken.

Geen tankkracht, maar denkkracht.

De vraag of méér troepen de NAVO-missie in Afghanistan zullen doen slagen, getuigt niet van realiteitszin. Het is namelijk een illusie te denken dat het militair bondgenootschap de strijd ooit zal winnen, maar dat geldt óók voor de Taliban. Met de kracht van wapens, waar zowel de terroristen als de deelnemers aan de oorlog tegen het terrorisme op vertrouwen, zal de wortel van het kwaad: het vijanddenken, nooit uitgeroeid kunnen worden. Daarbij doet het niet ter zake of dat vijandenken ideologisch of religieus gemotiveerd is. Wat wel ter zake doet is dat geweld - van welke kant ook - het vijanddenken en daarmee de verdeeldheid systematisch aanwakkert, met alle bloederige gevolgen van dien.

De enige kracht die een einde kan maken aan deze desastreuze ontwikkeling is onze denkkracht, ervan uitgaande dat ‘wat uiterlijk verdeeld lijkt, denkend tot eenheid kan worden gebracht'. Om een einde te maken aan het vijanddenken, ofwel in het belang van het algemeen: de vrede, wordt het dan ook tijd om die puur menselijke kracht in de strijd te werpen. Uiteraard zullen daarvoor allereerst alle partijen tot een rigoureus staakt-het-vuren moeten besluiten, dus hun strijdbijlen voorgoed moeten begraven, zowel letterlijk (militair) als figuurlijk (politiek).

Wouter ter Heide. (14-09-2006)

Religieus gemotiveerd vijanddenken; kern M-O conflict.

Om tot een duurzaam staakt-het-vuren in het Midden-Oosten te komen, dienen wij te rade te gaan bij de Koude Oorlog, die dreef op ideologisch gemotiveerd vijanddenken. De geweldloze val van de Muur in '89 heeft namelijk een humaan einde gemaakt aan dit destructieve denken. Helaas is het daaraan gekoppelde militarisme niet – gelijktijdig met de Muur – ten grave gedragen. Integendeel, in de afgelopen jaren is het sluipenderwijs vervangen door een veel gevaarlijkere vorm daarvan. Gevaarlijker, omdat deze vorm van militarisme niet is gestoeld op ideologische, maar op religieuze motieven.

Het Midden-Oosten conflict, waarin sinds mensenheugenis het religieus gemotiveerd vijanddenken hoogtij viert, is hiervan een sprekend voorbeeld. Het gevaar dat het Midden-Oosten conflict zal uitmonden in een alles verwoestend nucleair treffen, is dan ook enkel te ondervangen met de ruiterlijke erkenning dat het religieus gemotiveerd vijanddenken, de kern vormt van dat conflict dat de mensheid de adem beneemt. Voor die broodnodige mondiale erkenning zullen wij geen beroep kunnen doen op de godvruchtige Amerikaanse president Bush en zijn paladijnen, die het onverteerbare reilen en zeilen van onze wereld bepalen.

Desondanks zie ik de toekomst met vertrouwen tegemoet, want ook Bush en de zijnen kunnen niet eeuwig blijven zwartepieten. Voor het doorprikken van dat doorzichtige politieke (machts-)spelletje hebben we goddank onze tijd mee, getuige onze onvolprezen Informatie en Communicatie Technologie. De I.C.T., waarvan wij via de media en allerlei internet sites dagelijks dankbaar gebruik kunnen maken. Ons inzicht vaart daar wel bij, wat op een goede dag onherroepelijk zijn vruchten zal afwerpen en tot hoopgevend uitzicht zal leiden. Het broodnodige inzicht vormt namelijk de voorwaarde voor de creatie van uitzicht, wat betreft het doorbreken van de politieke impasse, waarin het democratiserings- of vredesprocesproces zich wereldwijd bevindt. Zonder inzicht immers geen uitzicht!

Wouter ter Heide. (22-08-2006)

Opheffing D66.

Binnen D66 gaan stemmen op de partij op te heffen. Mocht het partijcongres in mei daartoe besluiten, dan is wel te hopen dat D66 ‘als beweging voor radicale democratisering van de samenleving' blijft bestaan. Als democratiseringsbeweging heeft D66, los van de partijpolitieke poppetjes, namelijk wel degelijk bestaansrecht. Een recht dat met terugwerkende kracht in klinkende munt kan worden omgezet, door er oog voor te krijgen dat de partij in '89 een kans voor open doel heeft laten liggen, wat betreft de beoogde radicale democratisering. Om tot dit inzicht te komen is enkel herinterpretatie van de recente wereldgeschiedenis noodzakelijk. Daarbij doel ik op de val van de Muur eind '89, die destijds ook door D66-politici als een overwinning van het Westen is geclaimd. Een staaltje geschiedvervalsing van het zuiverste water, met alle desastreuze gevolgen van dien.

Tot eind 1989 hielden Oost en West elkaar namelijk als twee Maagdenburgse halve bollen in een nucleaire houdgreep. De fluwelen revolutie heeft dat vacuüm opgeheven, waardoor er in feite een einde kwam aan het recht van bestaan van beide militaire machtsblokken. Daardoor kwam de weg vrij voor de overgang van koude oorlog naar de warme (wereld-)vrede onder auspiciën van de tot wasdom gekomen Verenigde Naties. Helaas zijn we deze bevrijdende democratiserings- of vredesweg niet opgegaan, maar hebben we onze kaarten gezet op de VS. Gelukkig echter, wordt zo langzamerhand duidelijk dat we daarmee op het vale paard hebben gewed. Om die fatale misstap te herstellen, is D66 - als radicale democratiseringsbeweging - onontbeerlijk.

Wouter ter Heide. (24-04-2006)

 

Bestuurlijke vernieuwing vereist denkkader dat spoort met tijdgeest.

Alvorens over bestuurlijke vernieuwing effectief nagedacht kan worden, zal eerst het huidige partijpolitieke denken openlijk ter discussie gesteld moeten worden. Deze broodnodige publieke discussie zal vanzelf de weg vrijmaken voor een nieuw politiek denkkader, dat spoort met de huidige mondiale tijdgeest. Deze staat namelijk ver boven het partijpolitieke gekissebis, als gevolg van de boven de partijpolitiek uitstijgende (wereld-)problemen, wat de noodzaak van een overkoepelende aanpak - die voor iedereen aanvaardbaar is - impliceert.

Voor de realisatie daarvan zal allereerst afstand genomen moeten worden van de breed gedragen (want door het bevoegd gezag, ofwel de gevestigde orde, gedicteerde) mening dat ‘wie niet stemt, niet meetelt'. Een onhoudbare mening, omdat hierdoor het begrip democratie op ondoordachte wijze wordt gedevalueerd tot een periodieke gang naar stembus of -computer. Hoe kwalijk deze devaluatie ook is, nog kwalijker is dat wij - het zich superieur wanende ‘Verlichte Westen' - verkiezingen wereldwijd propageren als het summum van democratie. Propaganda die niet zelden gepaard gaat met zinloos economisch en militair geweld, met alle ten hemel schreiende gevolgen van dien. Om daaraan een einde te maken, wordt het tijd dat wij ons realiseren dat verkiezingen nooit zullen leiden tot een wereldorde die het predikaat democratisch verdient. Dáárvoor zullen we ons moeten richten op een grondige reorganisatie van de Verenigde Naties, van een dictatoriale tot een democratische volkerenorganisatie waarin niet de Veiligheidsraad (de vijf nucleaire grootmachten) maar de Algemene Vergadering (de wereldbevolking) het voor het zeggen heeft. Artikel 109 van het VN-Handvest biedt voor deze wisseling van mondiaal zeggenschap alle mogelijkheid. Aangezien deze wisseling humaan of geweldloos zal zijn, want het resultaat van een algemene VN-conferentie ter herziening van het Handvest, zal de onuitstaanbare arrogantie van de economische en militaire macht, die nu eenmaal niet voor rede vatbaar is, voorgoed teniet worden gedaan ten gunste van geweldloos democratisch gezag, dat niet op geld en geweld maar op menselijkheid is gestoeld. Met als eindresultaat: de democratie in optima forma. De vredelievende mondiale samenleving waarin het reilen en zeilen niet langer wordt bepaald door de zwaar bewapende (en daardoor angst zaaiende) Verenigde Staten, maar door de tot wasdom gekomen ongewapende (en daardoor vertrouwen wekkende) Verenigde Naties. De enige mondiale (vredes-)organisatie waarvan ieder mens (los van ras, geslacht, leeftijd, nationaliteit, levensbeschouwelijke gezindte en/of politieke gezindheid) door geboorte lid is.

De logische consequentie daarvan is, dat de VN naar zijn leden toe (zo'n 6 miljard) verplicht is zijn bestaan waar te maken. Anders gezegd, het is ‘dé' taak van de VN het ongrijpbare democratische ‘algemeen belang', oftewel vrede, handen en voeten te geven. Geen eenvoudige, maar ook geen onmogelijke opgave. Voor het volbrengen daarvan zullen de Verenigde Naties uiteraard het mandaat moeten krijgen om deze (kern-)taak naar behoren te vervullen. Maar voor die vervulling is allereerst een grondige hervorming van onze volkerenorganisatie vereist, zoals boven aangegeven. Onze regering zou daartoe het initiatief kunnen nemen. Na die broodnodige reorganisatie kan dan begonnen worden met de effectieve vertaling van woorden, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, in daden, de alom beoogde vrede. Die vertaling zal echter nooit het resultaat kunnen zijn van het huidige partijpolitieke (machts-)denken, dus van verkiezingen.

Toch is die vertaling alleszins mogelijk, ervan uitgaande dat er anno 2006 zo langzamerhand genoeg capabele mensen op onze planeet rondlopen die zijn uitgekeken op het partijpolitieke systeem. Lieden van diverse levensbeschouwelijke pluimage en met allerhande verstandelijke bagage, die met een feilloos gevoel voor de mondiale tijdgeest en het daarbij horende algemeen belang zijn begiftigd. Democraten van wereldklasse, die - op basis van de alom onderschreven mensenrechten en onze fenomenale kennis op elk terrein - in staat zijn met elkaar een rechtvaardig en duurzaam mondiaal beleid van de grond te tillen dat bij geen weldenkend mens - waar ook ter wereld - op weerstand zal stuiten. Een beleid kortom, dat nooit meer tot verdeeldheid, met alle gewelddadige gevolgen van dien, aanleiding zal geven. Dat overkoepelende effectieve wereldbeleid kan immers niet als ‘links' of 'rechts', maar enkel als humaan of beschaafd (want puur democratisch) bestempeld worden!

Wouter ter Heide. (18-03-2006)

 

Stemonthouding dient VN- of Vredesideaal.

Mensen die vinden dat niet stemmers hun recht om te zeuren en te mopperen hebben verspeeld, devalueren het begrip democratie tot een periodieke gang naar stembus of -computer. Hoe kwalijk deze devaluatie ook is, nog kwalijker is dat wij - het zich superieur wanende ‘Verlichte Westen' - verkiezingen wereldwijd propageren als het summum van democratie. Propaganda die niet zelden gepaard gaat met zinloos militair geweld, met alle ten hemel schreiende gevolgen van dien. Om daaraan een einde te maken, wordt het tijd dat wij ons realiseren dat verkiezingen nooit zullen leiden tot een wereldorde die het predikaat democratisch verdient. Daarvoor zullen we ons moeten richten op een grondige reorganisatie van de Verenigde Naties, van een dictatoriale tot een democratische volkerenorganisatie waarin niet de Veiligheidsraad (de vijf nucleaire grootmachten) maar de Algemene Vergadering (de wereldbevolking) het voor het zeggen heeft. Artikel 109 van het VN-Handvest biedt voor deze wisseling van mondiaal zeggenschap alle mogelijkheid. Aangezien deze wisseling humaan of geweldloos zal zijn, want het resultaat van een algemene VN-conferentie ter herziening van het Handvest, zal de onuitstaanbare arrogantie van de gewapende macht, die nu eenmaal niet voor rede vatbaar is, voorgoed teniet worden gedaan ten gunste van geweldloos democratisch gezag. Met als eindresultaat: de democratie in optima forma. De vreedzame mondiale samenleving waarin het reilen en zeilen niet langer wordt bepaald door de zwaar bewapende (en daardoor wantrouwen wekkende) Verenigde Staten, maar door de tot wasdom gekomen ongewapende (en daardoor vertrouwen wekkende) Verenigde Naties. De enige organisatie die bij machte is het ongrijpbaar democratische ‘algemeen belang', oftewel vrede, handen en voeten te geven, dankzij de effectieve vertaling van woorden (de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens) in daden.

Wouter ter Heide. (12-03-2006)

 

Van VS- naar VN-suprematie

Van een oorlogszuchtige naar een vredelievende wereldorde.

Op de grootste VN-top ooit, die half september wordt gehouden, zal uiteraard over de oorlog tegen het terrorisme worden gesproken. Wat dat betreft kan ik mij niet voorstellen dat een meerderheid het beleid van de VS hierin steunt. Daarmee zou namelijk het gros van de 191 VN-leden (dus de meerderheid van de wereldbevolking) aangeven voorkeur te geven aan het voeren van preventieve oorlogen onder Amerikaanse vlag, boven oorlogspreventie, waar de VN (dus wij allemaal) sinds jaar en dag naar streven. Dit laatste moet zo langzamerhand van de grond kunnen komen, door de gestaag afnemende publieke steun in de VS voor de oorlog in Irak. Al meer dan 50% van de Amerikanen noemt het een vergissing. Mocht deze trend doorgaan, wat redelijkerwijs gesproken te verwachten is (getuige bijvoorbeeld het succes van de actie van Cindy Sheehan bij de ranch van president Bush in Crawford), dan zal op zeker moment de preventieve oorlog in Irak de noodzakelijke publieke steun gaan ontberen, met alle consequenties van dien voor het beleid van de Amerikaanse regering en haar slippendragers.

Consequenties die er simpelweg op neerkomen dat er een einde komt aan de VS als militaire supermacht, dus aan de huidige oorlogszuchtige wereldorde. Het einde dat tegelijkertijd de weg vrijmaakt voor VN-suprematie, dus voor een vredelievende wereldorde, via een vruchtbare herziening van het VN-Handvest.

Daarbij moet niet worden gedacht aan de uitbreiding van de dictatoriale (vetorecht!) Veiligheidsraad, waarop Kofi Annan aanstuurt en waarover in de VN zwaarwichtig wordt gediscussieerd, maar juist aan de opheffing daarvan. Alleen zal zijn belangrijkste taak, de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, daarbij overgeheveld moeten worden naar de Algemene Vergadering. Dit orgaan krijgt daardoor eindelijk de kans zich te ontwikkelen van een ongeloofwaardige mondiale debatingclub tot een gezaghebbend centrum van eendrachtige wereldpolitiek, dat het algemeen of mondiaal belang adequaat weet te behartigen. Een zuiver democratisch wereldforum kortom, dat de schrijnende wereldproblemen en het daarmee gepaard gaande grove onrecht effectief weet te bestrijden, wat op termijn wereldwijd automatisch een einde zal maken aan de wortel van het kwaad: het vijanddenken.

Wouter ter Heide. (03-09-2005)

 

Ware Democratie

Van parlementaire naar ware democratie en de taak van de media daarin.

Met de beste wil van de wereld kan ik de ongehoorde media-aandacht voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, met name van de NOS, niet zien als een positieve bijdrage aan het (r-)evolutionaire democratiseringsproces. De zinderende verkiezingsstrijd breng namelijk de ware democratie, waarin de macht bij het volk ligt, geen stap dichterbij.

Desondanks denk ik dat de media, vooral de televisie, van cruciaal belang zijn voor de verwerkelijking van dit maatschappelijk ideaal. Daarvoor is slechts het inzicht vereist, dat niet het zwaar bevochten algemeen kiesrecht, maar het om niet gekregen geloof in de alom onderschreven mensenrechten de kern vormt van de ware democratie.

Met dit gegeven moet het voor Hilversum een peuleschil zijn het stagnerende democratiseringsproces nieuw leven in te blazen. En wel door het op tv. aanzwengelen van een brede maatschappelijke dicussie (BMD) over een samenleving waarin het beleid enkel en alleen wordt bepaald door het geloof in de democratische mensenrechten. Het enige geloof op basis waarvan het algemeen belang adequaat kan worden behartigt en vorm gegeven.

Dat de BMD ons partijpolitiek bestel op voorhand afwijst en daarmee verwijst naar bestuurders van een ander kaliber dan in Den Haag (of welk ander regeringscentrum dan ook) rondlopen, moge duidelijk zijn. Het daaraan gekoppelde probleem is dat van het bemannen van de ware democratie zonder verkiezingen(!). Dit kernprobleem afdoen als ‘onoplosbaar, punt uit', getuigt weliswaar van trouw aan de slogan van de gevestigde orde ‘ wie niet stemt telt niet mee', maar niet van vertrouwen in de maatschappelijke kentering die niet eeuwig ontlopen kan worden.

Wouter ter Heide. (20-10-2004)

 

Faillissement

De opvatting van minister Brinkhorst en zijn EU-collega’s van Economische Zaken dat ‘failliet gaan niet erg is’ (De Stentor, 5 juli), vind ik een schoolvoorbeeld van de ontmenselijking van de politiek. Het bedrijf of de stichting waarover het faillissement wordt uitgesproken zal je geesteskind(!) maar zijn. Daarnaast stoort het schrijnend gebrek aan inzicht in deze mij mateloos. Onze D66-bewindsman ziet namelijk totaal niet in dat hartverscheurende faillissementen het logisch gevolg zijn van het ‘structureel falen’ van het allesbeheersende bedrijf waarin hijzelf werkzaam is.

Dat falen - hoe kwalijk ook - is echter niet verwonderlijk, omdat de problemen waarmee ons totaal verouderde politieke bestel in toenemende mate wordt geconfronteerd, niet van partijpolitieke, nationale of Europese maar van mondiale aard zijn. Daardoor vereisen zij begrijpelijkerwijs een dito aanpak. Om dàt te realiseren zullen onze Haagse partijpolitici echter allereerst het failliet van hun eigen bedrijf moeten inzien en ruiterlijk erkennen. Daarna kan gezamenlijk (zonder kleingeestig partijpolitiek gekissebis en/of onsmakelijk achterkamertjesgedoe) en in alle openheid begonnen worden met de creatie van een politiek systeem waarin geen plaats meer is voor verwerpelijke partijpolitieke machtsspellertjes en potsierlijke mannetjesmakerij. Een bijdetijds overkoepelend systeem waarin niet meer op de man wordt gespeeld, waardoor adequaat kan worden gereageerd op de (mondiale) noden van onze (mondiale) tijd.

Kortom een systeem dat het ‘democratisch tekort’ tenietdoet, oftewel het ‘algemeen belang’ volledig uit de verf laat komen, hoe ongeloofwaardig dit ook klinkt in onze tijd waarin het dodelijk cynisme hoogtij viert.

Wouter ter Heide. (07-07-2004)

 

De ontdekking van de Hemel

Op 4 februari hebben de internationaal befaamde natuurkundigen Cees Dekker en Robbert Dijkgraaf de prestigieuze Spinozaprijs ontvangen voor hun puur wetenschappelijk werk. In het tv-programma Buitenhof op zondag 1 februari, had Rob Trip een uitermate boeiend gesprek met deze twee over het nut van natuurkunde. Aan het eind van het vraaggesprek wist Trip dat nut treffend te typeren als: "De ontdekking van de hemel". De typering die bij mij de vraag opriep naar de maatschappelijke relevantie van die ontdekking. De natuurkunde zweeft immers niet in de hemel, ofwel in het luchtledige, getuige het aantal natuurkundigen dat in het bedrijfsleven werkzaam is als consultant! Het is dan ook zonneklaar dat de structuren en patronen die de hemel doet werken als een Zwitsers precisie uurwerk, gretig aftrek vinden in het bedrijfsleven en daar de kassa uitbundig doen rinkelen. In feite kun je dan ook stellen dat het moderne bedrijfsleven functioneert als een lucratieve ‘hemel op aarde’, dankzij de ontdekkingen van de moderne natuurkunde.

Maar wat geldt voor het bedrijfsleven, geldt volgens mij ook voor het bedrijf waar alles om draait en waarin we allemaal (gewild of ongewild) participeren: "De politiek". Naast het adviseren van het bedrijfsleven moeten natuurkundigen dan ook zeer wel in staat zijn de politiek te adviseren. Daarmee zou de natuurkunde zich in één klap verlossen van haar geringe publieke status. Wat dat politieke adviseurschap betreft, moet niet gedacht worden aan adviezen over het te voeren beleid, maar over de structuur van het bedrijf zelf. Voor moderne en maatschappelijk betrokken natuurkundigen moet het namelijk een peulschil zijn om onze politici uit te leggen dat de structuur van het politieke bedrijf (het bestel) geen afspiegeling is van die welke de hemel (dat ongelooflijk ingewikkelde raadselachtige horloge) draaiende houdt.

Mocht die wetenschappelijke uitleg in goede aarde vallen in het Haagse, dan opent dat automatisch de deur voor de broodnodige herstructurering van ons bestel, overeenkomstig de werkelijkheid zoals de moderne natuurkunde ons voortovert. Voor zover ik het goed begrepen heb wordt die universele werkelijkheid niet bepaald door de survival of the fittest, dus door een nooit eindigende (partijpolitieke) strijd om de macht, maar door eenheid, door verbondenheid, door saamhorigheid. Vandaar dat op het diepste niveau het darwinisme eenvoudig niet opgaat, met alle consequenties van dien voor de toepassing van darwinistische denkwijzen op het maatschappijlijk leven. In het bijzonder op het gangbare politieke bestel. De veronderstelde positief selecterende functie van het verschijnsel oorlog (waarvoor de verkiezingsstrijd als ludiek equivalent kan worden beschouwd), klopt eenvoudig niet met de blauwdruk van de werkelijkheid die de moderne natuurkunde bezig is te openbaren. In wezen blijkt er geen dualiteit of machtsstrijd te bestaan maar enkel neutraliteit, met alle consequenties van dien voor het in goede banen leiden van die neutrale werkelijkheid, dus voor het bedrijven van een overeenkomstige politiek.

Begrijpelijkerwijs is voor een ‘neutraal beleid’ de creatie van een ‘neutraal bestel’ een eerste vereiste. Daarmee bedoel ik een bestel dat boven de partijen staat en daardoor als zuiver democratisch (het algemeen belang dienend) kan worden bestempeld. Vanzelfsprekend zal daarvoor allereerst ons huidige bestel, waarin partij- en/of coalitiebelangen prevaleren en dat daardoor ongewild tendeert naar totalitarisme, ‘met vereende krachten’ op de helling gezet zal moeten worden. Ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging werkt namelijk geen eenheid maar juist versplintering in de hand en nodigt uit tot het beklemtonen en zelfs uitbenen van onderlinge verschillen, in plaats dat het zoekt naar overeenkomsten, om met columnist Hans Goslinga (Trouw, 20 december) te spreken.

Kortom, voor het bedrijven van toegepaste politiek (politiek die aansluit op de recente wetenschappelijke ontdekkingen), is primair begrip nodig voor het beeld van de werkelijkheid ‘als eenheid’, zoals de moderne natuurkunde die oproept. De wereld waarin voor losse, autonome onderdelen steeds minder plaats is, zoals de natuurkundige Fritjof Capra in zijn recente boek Hidden Connections duidelijk maakt. Deze nieuwe wereldorde, hoe ongrijpbaar (want niet partij- en/of persoonsgebonden!) die ook moge zijn, is dan ook in dat puur wetenschappelijk perspectief gelegen en niet in het imaginaire ‘as van het kwaad’-perspectief waarmee de godvruchtige president Bush ons een rad voor de ogen probeert te draaien, met als doel ons voor zijn diabolische (oorlogs-)karretje te spannen. Ik kan me dan ook niet aan de indruk onttrekken dat de enig overgebleven supermacht, die zich nadrukkelijk afficheert als de grootste democratie, momenteel wordt geleid door een malade imaginaire. Met behulp van onze onovertroffen onafhankelijke media, waarbij ik uiteraard niet doel op de STER-reclame maar op discussie programma’s van het kaliber Buitenhof, moet deze onverteerbare politieke werkelijkheid echter op geweldloze wijze effectief aan de kaak gesteld kunnen worden. De ontmaskering die daarvan het gevolg is, maakt tegelijkertijd de weg vrij voor aansprekende (want vreedzame!) politieke hervormingen. Structurele hervormingen die hout snijden, niet alleen op nationaal maar ook op mondiaal niveau, en uiteindelijk zullen leiden tot de politieke hemel op aarde. Daarmee doel ik op een wereldorde die niet is geschoeid op de militaire leest van ‘uncle Sam’ maar op de humanitaire van de VN.

Daarvoor zal onze volkerenorganisatie nog wel omgebouwd moeten worden van een ongeloofwaardige organisatie van regeringen waarin het recht van de sterkste heerst tot een volkerenorganisatie waar de mensenrechten koning kraaien. Wat die broodnodige ombouw betreft, moet met name worden gedacht aan de opheffing van de ondemocratische (vetorecht!) Veiligheidsraad, met de gelijktijdige overheveling van zijn belangrijkste taak, de handhaving van de internationale vrede en veiligheid naar de Algemene Vergadering. Deze kan zich daardoor eindelijk ontwikkelen van een ongeloofwaardig mondiaal praatcollege, tot een gezaghebbend mondiaal daadcollege met bovennationale bevoegdheden. Een daadkrachtig wereldforum, dat op basis van onze fenomenale wetenschappelijke of neutrale know how op elk terrein en de alom onderschreven universele mensenrechten, een adequaat en rechtvaardig wereldbeleid weet uit te stippelen waarmee de wereldproblemen en het daaraan gekoppelde schrijnende onrecht adequaat bestreden kunnen worden. Daarmee zal de maatschappelijke relevantie van de moderne natuurkunde, als ontdekker van de hemel, bewezen zijn en het gangbare beeld van natuurkundigen, als dorre wereldvreemde wetenschappers, voorgoed zijn doorbroken. De doorbraak die zijn bekroning zal krijgen in een algemene VN-conferentie ter herziening van het Handvest, waartoe artikel de mogelijkheid biedt. Voor het te gelde maken daarvan zou onze regering ‘als VN-lid’ het voortouw kunnen nemen, bij monde van onze minister van buitenlandse zaken, de CDA-politicus Ben Bot.

Wouter ter Heide. (05-02-2004)

Malade imaginaire.

In het interview met Marc Chavannes over de nieuwste editie van zijn boek ‘Of Power and Paradise’ (Zaterdags Bijvoegsel, NRC Handelsblad 10 januari), verbaast Robert Kagan zich over de Europeanen die zich in ’een postmodern paradijs’ wanen dat het begrip oorlog achter zich heeft gelaten. Volgens hem bestaat er namelijk maar één taal die iedereen verstaat, die van wapens. Hoewel dit zonder meer opgaat voor de taal die de regering-Bush bezigt in haar buitenlands beleid, waarvoor de ‘war on terrorism’ model staat, gaat Kagan daarmee totaal voorbij aan het feit dat er sinds 1948 nog een taal bestaat die iedereen verstaat, die van de mensenrechten. Waar wij als wereldbevolking zo langamerhand voor staan, is dan ook de vraag welke van deze twee wereldtalen uiteindelijk aan het langste eind zal trekken.

Voor Het Witte Huis staat het antwoord hierop vast, getuige de gigantische Amerikaanse defensieuitgaven als logisch gevolg van hun ongeloof in het vreedzaam (de taal van de mensenrechten) beslechten van geschillen. Daarmee geeft de regering-Bush aan slechts gecharmeerd te zijn van de verdeeldheid en onrecht zaaiende diabolische wapentaal, ten koste van de op gerechtigheid gerichte vredelievende mensenrechtentaal. Deze zuiver democratische taal van de lange adem begint zo langzamerhand echter het gelijk aan haar kant begint te krijgen, dankzij de bewijzen die de moderne natuurkunde begint aan te dragen over de wijze waarop de werkelijkheid in elkaar steekt.. Deze blijkt namelijk zijn wortels te hebben in een alomvattende energieveld dat mens en materie met elkaar verbindt en dat alles en iedereen voortdurend beïnvloedt. Een kwantumveld dat de blauwdruk schijnt te bevatten van ons bestaan en waaruit hoogstwaarschijnlijk antwoorden zijn te distilleren op talrijke bekende verschijnselen en processen die de wetenschap tot dusver voor raadselen stelde. Van zwaartekracht tot elektromagnetisme en van de spontane genezing van een wond tot helderziendheid en telepathie. In het maandblad ODE van november 2003 is over dit zogenaamde Zero Point Field een boeiend en inspirerend artikel te lezen.

Kortom, dankzij de strict wetenschappelijke discipline die kwantumfysica heet, wordt het met de dag meer duidelijk dat de werkelijkheid niet wordt gekenmerkt door verdeeldheid of gespletenheid, maar door eenheid, door verbondenheid van alle dingen, zowel spiritueel als materieel. Op het diepste niveau bestaat er eenvoudigweg geen dualiteit maar enkel neutraliteit, met alle consequenties van dien voor het in goede banen leiden van de neutrale werkelijkheid, dus voor het bedrijven van een overeenkomstige politiek.

Begrijpelijkerwijs is daarvoor de creatie van een ‘neutraal bestel’ vereist, dat boven de partijen staat en daardoor als zuiver democratisch (het algemeen belang dienend) kan worden bestempeld. Vanzelfsprekend zal daarvoor allereerst ons huidige bestel ‘met vereende krachten’ op de helling gezet moeten worden. Ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging werkt namelijk geen eenheid maar juist versplintering in de hand en nodigt uit tot het beklemtonen en zelfs uitbenen van onderlinge verschillen, in plaats dat het zoekt naar overeenkomsten, om met columnist Hans Goslinga (Trouw, 20 december) te spreken.

Al met al wordt het zo langzamerhand duidelijk dat voor de neutrale of zuiver democratische vertaling van het alom onderschreven mensenrechten- of vredesideaal, primair begrip nodig is voor de levensbeschouwelijke en daarmee politieke implicaties van de kwantumtheorie. Deze biedt ons namelijk de schets van een wereld waarin voor losse, autonome onderdelen steeds minder plaats is, hetgeen de natuurkundige Fritjof Capra in zijn recente boek Hidden Connections op knappe wijze wetenschappelijk aantoont. De nieuwe wereldorde, hoe ongrijpbaar (want niet partij- en/of persoonsgebonden!) deze ook moge zijn, is dan ook in dat puur wetenschappelijk kwantum-perspectief gelegen en niet in het imaginaire ‘as van het kwaad’-perspectief waarmee de godvruchtige president Bush ons een rad voor de ogen probeert te draaien. Ik kan me dan ook niet aan de indruk onttrekken dat de enige overgebleven supermacht momenteel wordt geleid door een ‘malade imaginaire’.

Wouter ter Heide. (30-01-2004)

    

Mislukte integratie.

Met VVD-coryfee Frits Bolkestein ben ik het eens dat ‘democratie niet voor bange mensen is’ en vind ik daarnaast ook dat het integratiebeleid in ons land is mislukt, zoals hij onlangs stelde voor de tijdelijke Integratiecommissie van de Tweede Kamer. Over de oorzaak van die mislukking heb ik echter een andere mening. Mijns inziens is die namelijk niet te wijten aan politieke correctheid van zijn politieke opponenten uit de negentiger jaren, maar aan zijn eigen incorrecte interpretatie van het begrip integratie. In tegenstelling tot wat hij denkt, houdt integratie namelijk meer in dan het aanpassen van migranten aan de dominante cultuur van het land waarin zij leven. Daarmee gaat de Euro-commissaris gemakshalve voorbij aan het feit dat integratie geen proces van eenzijdige mààr van twee- of meerzijdige aanpassing is, met als doel: "Eenwording".

De Europese Unie is hiervan een sprekend voorbeeld. Kortom, integratie staat simpelweg voor samenvoegen van verschillen tot een harmonisch geheel of eenheid van hogere orde.

Helaas doet niet deze algemene maar de privé-interpretatie van Bolkestein opgeld bij de coalitie, getuige de afspraak van VVD, CDA en D66 dat Euro-commissaris Bolkestein op zijn post mag blijven als volgend jaar de nieuwe Europese Commissie aantreedt. Een beleidsbeslissing die geen enkele hoop biedt op een vruchtbare aanpak van de onverteerbare problemen rond integratie. De suggestie van Bolkestein voor het ombouwen van leegstaande asielzoekerscentra tot heropvoedingskampen van criminele Marokkaande jongeren, moge dit staven.

Ware integratie vraagt namelijk niet om een harde hand, maar om de bereidheid van alle betrokkenen (allochtonen én autochtonen) het levensbeschouwlijk/religieus/cultureel eigen belang ondergeschikt te maken aan het politiek algemeen belang, de eenheid in verscheidenheid. Het ultiem politieke doel of democratisch ideaal dat drijft op consensus en daarmee om een dito maatschappelijk bestel vraagt, met alle consequenties van dien voor ons bewierookt dualistisch bestel. In het op de helling zetten daarvan, ten gunste van het overstijgende consensus bestel, moet dan ook de oplossing gezocht worden van de grensoverschrijdende gewelddadige (zowel letterlijk als figuurlijk) integratieproblematiek.

Het nemen van het initiatief voor deze democratische doorbraak, die niemand ongemoeid zal laten en wereldwijd meer dan normale aandacht zal trekken, lijkt mij een kolfje naar de hand van D66. In 1966 stond Van Mierlo immers het opblazen van ons partijpolitiek bestel voor ogen, ter verwerkelijking van de democratie van een hogere orde! Geen partijpolitieke pikorde met het daarbij horend ineffectieve haantjesgedrag, maar een orde waarin het adequaat verdedigen van het algemeen belang de dienst uitmaakt. In tegenstelling tot destijds kan dit hoge ideaal heden ten dage niet langer als een mission impossible worden afgedaan, aangezien de ingrediënten daarvoor voor het oprapen liggen. Voor wie niet ziende blind en horende doof is, is namelijk alom de overtuiging/gezindheid voelbaar dat WE – met behoud van eigen identiteit(!) - elkaar hard nodig hebben om de crisis de baas te worden. Voor het oplossen van de grote maatschappelijke problemen en het adequaat bestrijden van het daarmee gepaard gaande schrijnende onrecht, kunnen WE (links én rechts, allochtoon én autochtoon, man én vrouw, jong én oud, gelovige én ….. ) simpelweg niet zonder elkaar, zoals maatschappelijk breed wordt beseft.

De broodnodige politieke vertaling van dit algemeen besef kan enkel gestalte krijgen door gezamenlijk afstand te nemen van het verouderde dualistische bestel dat niet is opgewassen tegen de problemen anno 2003 en met elkaar te kiezen voor een nieuwe koers. De koers die moet leiden tot een - boven het partijpolitiek gekrakeel uitstijgend - monistisch bestel, waar onze tijd met zijn alom onderschreven mensenrechten om vraagt. Automatisch komt hierdoor de weg vrij voor de realisatie van een 24-karaats democratisch beleid. Het gehalte dat staat voor een vruchtbaar en rechtvaardig lange termijn, totstandgekomen via consensus, waar komende generaties nog lang plezier aan zullen beleven. De daaruit sprekende onbaatzuchtige ‘zorg voor ons nageslacht’ moet elk weldenkend mens en oprechte politicus, van welke gezindte en/of gezindheid dan ook, aanspreken.

Wouter ter Heide. (27-11)


Kiesstelstel dient gewijzigd te worden

Hoe vaak komt het voor nadat je veel informatie hebt ingewonnen over de
standpunten/ programma's van alle politieke partijen je een afweging moet
maken welke partij het best bij je past. Uit eigen ervaring weet ik dat het
een kwestie wordt van afvinken van de voors en tegens van de standpunten.
Met andere woorden: er is (bij mij althans, en aangezien ik een gemiddeld
persoon ben zal het veel vaker voorkomen) nooit een prtij die qua
programma/standpunten geheel aansluit bij de persoonlijke voorkeur. Elke
partij heeft zijn goede en zijn slechte punten. Om die kieswijze te
verbeteren heb ik het volgende voorstel en zou willen dat hierover een
discussie gevoerd gaat worden wat wellicht kan leiden tot echte vernieuwing.

Mijn voorstel is dat we niet meer moeten gaan kiezen op één partij en één
persoon maar op standpunt met daaraan een persoon gekoppeld die het
standpunt in beleid om gaat zetten. Voorbeeld: je bent het eens met de PvdA
op het gebied van Buitenlands beleid en die partij schuift Axel Koenders
naar voren dan kies voor dit onderdeel de PvdA met Koenders. Op Financieel
beleid sluit de VVD het meest aan op jouw wens met Gerrit Zalm, kies dan de
VVD. Je kiest dus op beleid en (met een verkapte voorkeursstem) op een
persoon, zie een matrix voor je. Nadat op alle beleidsterreinen het beleid
en de toekomstige ministers en staatssecretarissen gekozen zijn begint het
echte werk. De gekozen ministers en staatssecretarissen kiezen de MP.

Onder leiding van de Minister President dient een integraliteitstoets
(inschatten afhankelijkheden, elimineren tegenstrijdigheden) uitgevoerd te
worden om te onderzoeken of er van de verschillende standpunten één
gemeenschappelijk beleid op inhoud gemaakt kan worden. Tevens dient er een
financiële doorrekening gemaakt te worden wat e.e.a. tot gevolg kan hebben.
Als dit met goed gevolg doorlopen is is er een breedgedragen kabinet wat een
breedgedragen beleid uit zal voeren.

Voordelen:
- De kiezers moeten zich inhoudelijk op de hoogte stellen van de
verschillende beleidsterreinen van de partijen
- Gekozen MP
- MP wordt gekozen door verschillende partijen en heeft dus meer draagvlak
- Breed gedragen beleid door meer invloed van de kiezer
- Kiezer stelt eigen wensenlijstje op

Nadelen:
- Procedure kan langdurig zijn (integraliteitstoets en financiële
doorrekening)
- Kiezers die minder geïnteresseerd zijn haken af (kan ook voordeel zijn)

Indien jullie op- en aanmerkingen hebben reageer dan !

Hans Kok (07-06)


De mislukte Coalitie

Nog nooit was een zo opgewekte en vrolijke Balkenende in Den Haag Vandaag te zien als na afloop van de mislukte coalitiebesprekingen tussen CDA en PvdA. En ook de foto’s van zijn adjudant Maxime Verhagen – hoewel sommige waarnemers juist Balkenende als Verhagens bijwagen beschouwen – in de Volkskrant van afgelopen weekend spreken boekdelen. Ondanks de bijgaande tekst waaruit zijn teleurstelling moet blijken, trekt Verhagen opgetogen, blijmoedig, zelfs voldaan aan zijn sigaartje. Beide heren lijken opgelucht te zijn nu ze van de sociaal-democraten zijn verlost.
Hoe anders daarentegen het beeld dat de PvdA-onderhandelaars gaven. Wouter Bos leek oprecht teleurgesteld en wist zijn woede over de kunstjes die het CDA hem, de PvdA, de formateurs en de kiezers had geflikt slechts met de grootst mogelijke moeite te onderdrukken. Zelfs de doorgaans milde Klaas de Vries wist te melden dat hij zoiets in zijn lange politieke carrière nog nooit had meegemaakt.
Het heeft er dan ook alle schijn van dat Balkenende, of in elk geval de CDA-top, van zijn aanvankelijke weerzin van een coalitie met de PvdA nooit afscheid heeft genomen. Het wantrouwen van de confessionelen heeft de onderhandelingen van begin tot eind overschaduwd. Tot aan de Statenverkiezingen gebeurde er niets, de Irak-oorlog dreef beide partijen verder uiteen en de financieel-economische tegenstellingen bood het CDA de mogelijkheid de ongewilde, maar meest voor de hand liggende coalitie definitief de das om te doen.
Niet alleen de PvdA denkt er zo over, maar ook Balkenendes gewezen protégee Donner schijnt in woede te zijn ontstoken over het coalitiespel van het CDA, oud-CDA-gedienden spreken openlijk hun kritiek over de CDA-leider uit en adviseren hem een stapje terug te doen. Balkenende liet zijn humeur hiermee geconfronteerd in dezelfde Den Haag Vandaag uitzending echter niet bederven en wuifde de kritiek achteloos weg. Hij had immers vier verkiezingen op een rij gewonnen en een ander ambt dan dat van de premier was niet aan de orde. Toen vervolgens Hans Wiegel zichzelf aanbood als formateur voor een CDA/VVD-coalitie verscheen er zelfs een kwinkslag in de ogen van de demissionair minister-president. Zijn eigen enthousiasme over Wiegel als formateur verbergend, antwoordde hij op de vraag van Jeroen Pauw of hij vertrouwen had in de zo’n formateur: dat niet hij daarover gaat maar de majesteit.
Kortom het is wel duidelijk. Zalm sputtert nog wat tegen, pakt Balkenende vervolgens in zonder dat het CDA begrijpt wat er gebeurt en beide partijen vormen een rechtsminderheidskabinet. Althans, als Balkenende zich niet nog ongeloofwaardiger wil maken dan hij nu al is. Want een voortzetting van het huidige demissionaire kabinet in ietwat gewijzigde vorm moet toch ook voor het CDA al te gortig zijn. Daarnaast maakt een doorstart breker Zalm volstrekt ongeloofwaardig. De resterende alternatieven maken de aanschuivende partijen daarentegen volstrekt ongeloofwaardig. D66 zou in een coalitie met CDA en VVD alleen maar te verliezen hebben en bovendien haar links-liberale uitgangspunten lachwekkend maken. Ook het andere alternatief met de Christen Unie en de SGP zou voor beider christelijke identiteit desastreus zijn. Zalm kreeg al uitslag van het waarden en normen debat van het CDA, laat staan van de christelijke moraal van de kleine christenen.
Mocht Balkenende echter inderdaad helemaal de kluts kwijt zijn en alleen nog aan de leidraad van de rechtervleugel van het CDA lopen, dan verwaarlozen de christen-democraten niet alleen hun christelijk-sociale kant, maar kiezen ze tevens definitief voor het rechtse, politieke spectrum zoals ook hun geestverwanten in de rest van Europa hebben gedaan. Daarmee zou de parallel met hun Oostenrijkse broeders en zusters eng nabij komen en verruilt het CDA de meest voor de hand liggende, maar ongewilde coalitie voor de minst voor de hand liggende, maar gewilde coalitie.

Johan van Beek (15-04)

 

De dag des Oordeels

Onthutst was Jan Peter Balkenende over het uitblijven van een PvdA-naam voor het premierschap. En toen de uitdager afgelopen zondag eenmaal bekend werd, weigerde deze een debat aan te gaan met hem en de andere kandidaat-premier Gerrit Zalm. Dit was geen nieuwe, maar oude achterkamertjespolitiek. Bovendien was de PvdA helemaal niet in staat om regeringsverantwoordelijkheid te dragen. De partij bevond zich in verwarring, was nog steeds dezelfde als onder Melkert en het ontbrak hen aan nieuwe ideeën, aldus de demissionaire minister-president en CDA-lijsttrekker.
Balkenende liet geen moment onbenut om de PvdA in diskrediet te brengen sinds de sociaal-democraten onder leiding van Wouter Bos als een komeet in de peilingen omhoog schoten. Met de eigen geschiedenis nog vers in het achterhoofd, vreest het CDA een streep door de rekening van Balkenende II, dat na de val in oktober vorig jaar, evenals destijds Melkert I, zo voor de hand lag. Immers, nog geen jaar geleden beweerde tout Den Haag hetzelfde over het CDA en werd de partij na het debacle met Marnix van Rij en Jaap de Hoop Scheffer geen enkele kans toegedicht. Toch zouden de - vooral door Bolkestein - doodverklaarde christen-democraten met hun inderhaast aangewezen leider Balkenende uit de as herrijzen.
Hetzelfde lijkt nu met de sociaal-democraten te gebeuren. Na 88 dagen Balkenende I en enkele maanden later is een regering Balkenende II heel wat minder waarschijnlijk geworden. De vraag doemt dan ook op of de herrijzenis van het CDA wel als zodanig moet worden gezien? Is er niet veel eerder sprake van een laatste stuiptrekking van de christen-democraten? En is het begin van het einde van Balkenende naderbij? Want was het CDA, in tegenstelling tot de PvdA, bij de vorige verkiezingen dan wel klaar om te regeren?
Tijdens Kok I en II bleek het CDA niet in staat om het paarse beleid met alternatieven te bestoken. Sterker nog, benevens levensbeschouwelijke vragen, was het CDA het in hoofdlijnen met Paars eens. Het weinig vernieuwende programma bracht de christen-democraten al evenmin aan de macht. Veeleer was het niet aanvalspact met de LPF en het meedeinen op de door Fortuyn losgemaakte golven van onvrede de reden van de herwonnen regeringsmacht.
Ook nu beschikt het CDA niet over innovatieve ideeën. Bij het opstellen van het program ging de partij, onder het mom van nieuwe politiek, derhalve maar te rade bij leden en niet-leden. Trots gaf het CDA in het program aan welke punten van de partij kwamen en welke van welwillende meedenkers. Zelfs de premierbonus ging voor de partij teloor. Balkenende wist zich niet als regisseur van het Haagse theater te ontpoppen, maar bleef steken in tijdens zijn studietijd opgedane ervaringen met het studentencabaret. Verder dan studentikoze grappen als de beruchte ansichtkaart uit de Traiveszaal en zijn uit den treuren verkondigde verantwoordelijkheidsgevoel kwam Balkenende niet. Zijn verantwoordelijkheid nemen verwerd zo tot inhoudsloos gebazel, dat meer met machtshonger had te maken dan met nieuwe politiek. Tijdens de campagne werd dat des te duidelijker. Balkenende kwam niet met antwoorden, maar bezigde ondoorgrondelijk en nietszeggend taalgebruik dat de kiezer in het ongewisse liet. Zo sloeg zijn kritiek op de PvdA als een boemerang op hemzelf en zijn partij terug.
Woensdag 22 januari 2003 zou wel eens het begin van het einde van Balkenende kunnen betekenen en een hernieuwde werdegang van het CDA. Niet alleen steekt het CDA van Balkenende ten opzichte van het nieuwe, hedendaagse elan van de PvdA onder Bos als ouderwets af. Ook blijkt uit peilingen over het premierschap van Maurice de Hond dat kiezers Cohen nu al even hoog hebben zitten als Balkenende. En dat terwijl zijn kandidatuur nog 24 uur oud was. Weliswaar heeft Balkenende gelijk dat eventuele regeringsverantwoordelijkheid voor de sociaal-democraten te vroeg komt, maar dan vanwege geheel andere redenen dan de CDA-voorman aandraagt.
Het risico dat de PvdA weer in oude reflexen vervalt is namelijk bij zo’n snel herstel levensgroot. Daarbij zullen in de economisch moeilijke periode die Nederland te wachten staat GroenLinks en de SP ter linkerzijde en de VVD ter rechterzijde vanuit de oppositie gestaag groeien. Het is strategisch gezien daarom veel aantrekkelijker om de zure appel aan anderen over te laten om dan vervolgens met grote winst over een aantal jaren alsnog regeringsverantwoordelijkheid te nemen. Voor het land zou het echter een zegen zijn als de premier die met de mond verantwoordelijkheid belijdt, maar met zijn daden heeft bewezen de daarbij behorende statuur en leiderscapaciteiten te missen, wordt vervangen door iemand die in het verleden wel heeft bewezen over kundig leiderschap te beschikken.

Johan van Beek (21-01)


Proefstation Oostenrijk

Een proefstation voor de wereldondergang noemde schrijver, journalist en satiricus Karl Kraus, aan het begin van de twintigste eeuw, Oostenrijk in zijn toneelstuk Die letzten Tage der Menschheit. De veelvolkerenstaat Oostenrijk-Hongarije, ook wel omschreven als de Europese Unie in het klein, verscheurd door nationale conflicten ontketende in 1914 de Eerste Wereldoorlog. Ook in onze postmoderne tijd lijkt Oostenrijk weer een proefstation te zijn, weliswaar veel minder dramatisch dan destijds, maar toch.
In 1986 verving de FPÖ de liberaalgezinde Norbert Steger door Jörg Haider. Rechts-populistische opvattingen kregen voortaan ruim baan. Vreemdelingen en migranten werden met drugs en criminaliteit in verband gebracht, het politieke establishment raakte in diskrediet, alles wat links en progressief was moest het ontgelden, dubieuze uitspraken waren aan de orde van de dag en uitstapjes naar Irak raakten in schwung. Nadat Haider in de bondslanden succes had geboekt met deze nieuwe koers volgde tijdens de verkiezingen van oktober 1999 de nationale doorbraak. De FPÖ werd de tweede partij van het land en kreeg na een tergend lange formatieperiode regeringsverantwoordelijkheid.
De opmars van populistisch rechts in Oostenrijk stond niet op zichzelf, zo bleek. In Italië liet de Lega Nord van Umberto Bossi van zich horen en ook de postfascistische Nationale Alliantie van Gianfranco Fini werd een factor van belang. Zwitserland kende de Volkspartij van Christoph Blocher, Frankrijk had Le Pen met zijn Front National, België het Vlaams Blok van Filip Dewinter, in Denemarken boekte de Folkeparti van Pia Kjaersgard succes en in Noorwegen bedreigde Carl Hagens Vooruitgangspartij de gevestigde orde. Met enige vertraging sloot ook Nederland zich aan bij deze rechts-populistische vloedgolf. En zelfs in Duitsland sloeg op lokaal niveau het rechts-populistische geluid van de Hamburgse rechter Ronald Barnabas Schill aan.
Na een aanvankelijke tegenslag, door de sancties van de Europese regeringsleiders, kon Oostenrijks nieuwe coalitie van christelijk-conservatieven en rechtspopulisten aan de slag. De drie “wijzen” onder leiding van de gewezen Finse president Martti Ahtisaari constateerde dat Oostenrijk geen EU-regels overtrad, waarmee de ontstane impasse tussen Oostenrijk en de overige lidstaten van de Europese Unie was opgeheven. De formeel als “normaal” gekwalificeerde Oostenrijkse regering bracht echter weinig echte nieuwe veranderingen tot stand. Behalve een recordhoogte aan werklozen en de hoogste belastingen na de Tweede Wereldoorlog bleef veel bij het oude. Dit gebrek aan voortvarend beleid brak de rechtspopulisten op.
Halverwege de rit bleek de FPÖ-succesformule van ongebreidelde oppositie uitgewerkt. Als regeringspartij moest de FPÖ daden tonen en kon zij niet gelijktijdig regeringsverantwoordelijkheid dragen én oppositie voeren. Haider - hoewel officieel als partijleider teruggetreden - bestookte de regering echter als vanouds. De officiële FPÖ-voorvrouwe Riess-Passer samen met de minister van Financiën Karl-Heinz Grasser en fractievoorzitter Peter Westenthaler weerspraken telkens de Haider-lijn door het regeringsbeleid te steunen.
Nederlaag op nederlaag volgde voor de FPÖ tijdens verkiezingen in verscheidene bondslanden. Na elke peiling verloor de partij meer kiezers en kreeg regeringspartner ÖVP er meer kiezers bij. Om de neergang te keren zocht Haider toevlucht tot zijn oude vertrouwde methode van radicalisering. Met zijn radicale standpunten vervreemde hij uiteindelijk dit najaar zelfs zijn trouwste bondgenote Riess-Passer van zich. Haider wilde met alle geweld het bezuinigingspakket van zijn minister van financiën doorzetten. Grasser zelf wilde de maatregelen ten behoeve van steun aan de getroffene van de watersnoodramp uitstellen. Ries-Passer, Westenthaler en Grasser bleven zich tegen Haider verzetten en de val van het kabinet was een feit. De ÖVP stelde handig de kanseliervraag en net voor de verkiezingen liet bondskanselier Schüssel weten dat de populaire FPÖ-minister van financiën, Grasser, in een nieuw kabinet voor de ÖVP kon terugkeren.
Haider en zijn FPÖ waren daarmee naar de achtergrond gedrukt. Helemaal nu de verkiezingen van afgelopen zondag de partij een dramatisch verlies brachten. Bijna tweederde van het FPÖ-electoraat keerde zich van de partij af en stapte naar de ÖVP over. Geen nek-aan-nekrace met de sociaal-democraten, zoals was voorspeld, maar een onverwacht grote zege voor de ÖVP was het gevolg. De conservatieven zijn daarmee voor het eerst sinds 1966 weer de grootste partij van Oostenrijk. Bovendien bleek Schüssel over voorspellende gaven te beschikken. Volgens Schüssel was regeringsverantwoordelijkheid van de FPÖ de enige remedie tegen een verdere rechts-populistische opgang. Naast verlies voor de FPÖ stelde hij winst voor zijn eigen partij in het vooruitzicht.
De sociaal-democratische voorman Alfred Gusenbauer die het kanselierschap eveneens tot inzet van de verkiezingen maakte, had minder geluk. De sociaal-democraten wonnen slechts een kleine 3,8 procentpunt erbij en kwamen daarmee op een tweede plaats terecht. De sociaal-democraten zullen waarschijnlijk weer in de oppositiebanken plaats nemen. Toch was Gusenbauer niet verdrietig over de geringe winst. Een kabinet van Groenen - die ook minder winst boekten dan voorspeld - en ÖVP lijkt niet realistisch, waardoor een zwaar aangeslagen en instabiele FPÖ samen met een almachtige ÖVP in het verschiet ligt. Zo ’n riskante combinatie zal geen lang leven beschoren zijn. Een grotere winst en regeringsleiding voor de SPÖ op termijn lijken dan ook niet denkbeeldig.
In elk geval is de opkomst van populistisch-rechts niet alleen tot stilstand gebracht, maar zelfs teruggeslagen. En Haider lijkt definitief uitgerangeerd. Dat is de werkelijke winst van de Oostenrijkse verkiezingen, die wellicht een voorland voor de Nederlandse situatie zullen blijken te zijn. Nu al valt te constateren dat de gedesillusioneerde LPF-aanhang overwegend haar toevlucht tot het CDA neemt. Daarnaast zal bij de verkiezingen in januari de PvdA het naar verwachting beter doen dan afgelopen keer. Maar op een groots herstel onder de nieuwe fractievoorzitter en lijsttrekker Wouter Bos wordt nog niet gerekend. Tijdens een centrumrechtse regering, wederom met Balkenende aan het hoofd, kan de PvdA haar herstel vervolmaken om vervolgens dezelfde wens te koesteren als Gusenbauer.
Mocht de bakermat van populistisch rechts eveneens een Europabrede rechts-populistische neergang inluiden, dan zal Oostenrijk dit keer alsnog een gelukkig proefstation blijken.


Johan van Beek

28-11-2002


Waarden en normen


Sinds de Lijst Pim Fortuyn zijn entree in de Nederlandse politiek maakte, is de bevolking met het fenomeen proefballonnetjes vertrouwd geraakt. Gewezen LPF-wonderboy Heinsbroek riep tot waarden en normen op, maar begaf zich op een terrein dat zijn competentie ver te buiten ging door het optreden van de politie bij verkeerscontroles te bekritiseren en de uniformen van de dienders te ridiculiseren. Tevens wenste hij met zijn Bentley ruim baan op de snelweg en dwarsboomde hij een onderzoek naar fraude tegen zijn voormalige platenmaatschappij Arcade. Ex-professor Bomhoff hekelde de machtspolitiek van Machiavelli en bekende zich een aanhanger van Confucius, maar werkte een topambtenaar die hem niet beviel zonder gegronde reden het ministerie uit en probeerde zijn eigen onderzoeksbureau Nyfer aan overheidsopdrachten te helpen door de werkwijze van het Centraal Plan Bureau in twijfel te trekken. Ook law and order bepleiter Nawijn riep op tot een ethisch reveil, maar trad de rechtsstaat met voeten door als gewezen advocaat en immigratie- en minderhedendeskundige criminele Nederlanders van Marokkaanse afkomst een enkeltje Marokko te willen geven.
Nadat dit kabinet van jeune premier Balkenende - dat overigens met de beruchte groeten uit het torentje de Kamer minachtte - als een kaartenhuis in elkaar stortte, leek het Nederlandse volk van de proefballonnetjes van deze fatsoensrakkers verlost. Leek, want de ambitie van de heer Nawijn om in het “landsbelang” politiek te bedrijven reikt ver. Eerst deed hij een voorstel tot een lijmpoging, vervolgens overwoog hij een terugkeer naar het CDA om daarna toch voor een LPF-ministerschap in een volgend kabinet te opteren. Ja, hij ambieerde zelfs het lijsttrekkerschap van deze partij. Tenslotte stelde Nawijn zijn ambitie bij en was hij bereid zonder de garantie van een ministerspost het land te dienen. Een eenvoudig kamerlidmaatschap behoorde eveneens tot de mogelijkheden, meldde ‘s lands dienaar.
Men kan veel over Nawijn zeggen, maar consistent is hij wel. Niet in zijn beleid en argumentatie, maar des temeer in zijn ambitie. Nu hij net zo lekker landelijke bekendheid geniet en ook een vingertje in de vaderlandse politiek mag meeroeren, laat hij zich dat niet zo een, twee, drie weer afnemen. Kostte wat het kost zal hij zijn verworven aanzien en macht verdedigen. Misschien, als het na de verkiezingen niet anders kan, vanuit een ietwat minder aanzienlijke positie dan die van minister, maar lijsttrekker en kamerlid moet toch haalbaar zijn, moet Nawijn gedacht hebben. Een terugkeer naar de anonieme advocatuur of ambtenarij moet hem een gruwel zijn. De spotlights dat is wat Nawijn wil. Alles en iedereen zelfs de beschaving zal daarvoor moeten wijken.
Het jongste proefballonnetje is een treffend voorbeeld. Kindermoordenaars en –verkrachters, en wellicht ook ander gespuis, dienen de doodstraf te krijgen, zo mijmerde Nawijn in weekblad de Nieuwe Revue. In het actualiteitenprogramma NOVA zwakte hij zijn uitspraken af en kregen de boodschappers van dit “verheffende” nieuws de schuld. Ondanks inzage in het artikel en goedkeuring door Nawijn voor verschijning hekelde de demissionair minister de journalistieke aanpak van de Nieuwe Revue-journalisten. Dat journalistentuig legt maar ongestraft woorden in de mond van dienaren van de Kroon, viel welhaast van Nawijns gezicht te lezen. Misschien moet maar weer eens worden geopperd dat de LPF nog een appeltje te schillen heeft met de heren en dames journalisten, leek Nawijn te willen uitschreeuwen.
De demissionair minister en LPF-lijsttrekker, die dit keer uitsluitend op persoonlijke titel sprak naar later uit een verklaring bleek, heeft geenszins gezegd dat hij voor de doodstraf is, zo stelde Nawijn. In ieder geval heeft hij dat niet zo bedoeld. Hij vroeg zich slechts af of de doodstraf ingevoerd diende te worden. Hebben mensen die ernstige misdaden plegen recht op leven? Dat vroeg Nawijn zich af. Bovendien was hij niet de enige die deze vraag opwierp. Het Nederlandse volk deed dat met hem, aldus Nawijn in NOVA.
Nu is het begrijpelijk dat politici in verkiezingstijd de mensen zo nu en dan extra naar de mond praten. Ook is tot een ieder doorgedrongen dat in het huidige klimaat de stem van de straat en het geluid aan de borreltafel de politieke discussies beheersen. Maar is het gewenst en beschaafd de borrelpraat tot Kamerpraat te verheffen? Of anders gezegd, allesoverheersend te laten zijn en tot leidraad van politiek handelen te maken? Is het niet ook de taak van politici - naast de burger een luisterend oor te bieden - diezelfde burger ervan te overtuigen dat wij in een rechtsstaat en een beschaafde cultuur leven, waar het oog-om-oog-tand-om-tand-principe van de barbaren de zo gewenste terugkeer naar (vermeende?) waarden en normen juist tegenwerkt? Is niet het kenmerk van een beschaving, dat deze - ondanks gevoeld leed van slachtoffers en/of nabestaanden - een rechtssysteem kent dat zorg draagt voor bestraffing zonder dat dit tot een verlaging van zelfde soort gedrag leidt?
Wellicht maakt dit uitgangspunt de politicus niet populair. Maar het is wel zo beschaafd. Hoe denkt de Nederlandse bevolking tot waarden en normen te komen terwijl gelukzoekers, patjepeeërs en opportunisten stelselmatig en telkens weer de grondbeginselen van onze beschaving, onder het mom van waarden en normen, onderuit schoppen en ieder begrip van elementaire omgangsvormen ontberen? Zeker, de oude politiek was niet zaligmakend. Maar de weg van de zogenaamd nieuwe politiek, die nu is ingeslagen maakt pas echt puinhopen van ons land, onze beschaving, onze rechtsstaat, kortom onze waarden en normen.

Johan van Beek

22-11-2002

 


Democratie wordt aan de politieke partijen zelf overgelaten

Iedere politieke partij is bij verkiezingen op zoek naar haar specifieke plaats in het politieke spectrum om een goede profilering te bewerkstelligen. Belangrijk hierbij is een uniforme profilering opdat men zich het beste kan onderscheiden van andere partijen. Kleine verschillen van inzicht binnen een partij zijn nadelig voor de uniformiteit en komen dan ook weinig aan het licht, terwijl die in levendige partijen wel degelijk bestaan. Het belangrijkste nieuws in verkiezingstijd is eigenlijk niet de uitslag van de verkiezingen maar de uitslagen van de kandidaat-lijsten. Dit is een rechtstreeks gevolg van ons democratisch stelsel. De rol van de partij moet verkleinen ten faveure van de kandidaten zelf.

De meeste burgers beseffen niet dat 2e kamer in de zin van volksvertegenwoordiging weinig voorstelt. De partijen vertegenwoordigen in wezen het volk en niet de “gekozen” kandidaten van een partij want die worden door de partijen bepaald. Elke partij is binnen zekere grenzen vrij om te bepalen hoe men een kandidatenlijst samenstelt. Herkenbaarheid van vertegenwoordiging kan men eigenlijk alleen via de lijsttrekkers verkrijgen. De verpersoonlijking van de volksvertegenwoordiging is door de hoge voorkeurstemmendrempel in wezen beperkt tot het aantal lijstrekkers. Voorkeurstemmen zijn in Nederland grotendeels alleen van symbolische waarde die al dan niet de hierarchie binnen een partij kunnen veranderen, er komen zelden mensen in de 2e kamer uitsluitend via voorkeurstemmen. Wie er in de 2e kamer komt wordt zoals gezegd niet rechtstreeks bepaald door de burger, de kiezer heeft alleen invloed op de partijgrootte . De democratie is in die zin een tamelijke quasi-democratie, het huidige stelsel voldoet niet. Buiten de lijstrekker moeten individuele kandidaten zich meer kunnen profileren.
Deze discussie over een facet van de democratie dient niet verward te worden met het referendum. Referenda geven geen oplossing voor de kern van dit probleem, ze geven alleen het totale mandaat tijdelijk terug aan de burger en het totale mandaat tijdelijk terughalen vermindert daarbij de noodzakelijke bestuurskracht en effectiviteit van een regering.
Huidige partijen willen het stelsel op dit punt vooralsnog niet aanpassen omdat men redeneert dat een partij een uitgebalanceerde lijst wenst van mensen met verschillende specialiteiten en controle wil houden op de kwaliteit van kandidaat kamerleden. Het zijn op zich, met daarbij het huidige stelsel in beschouwing nemende, geldige argumenten, maar partijen zijn eerder bang dat individuele kandidaten een gevaar zijn voor de partij uniformiteit. Kandidaat kamerleden die in lagere regionen van de kandidaatlijst bivakkeren zullen het bij het huidige systeem niet snel in hun hoofd halen om in verkiezingstijd persoonlijke nuanceringen aan te brengen aan het officiële partijstandpunt. Men houdt zich eerder bezig met carrière maken binnen de partij dan zich op burgers en de maatschappij te richten en in het openbaar naar iedereen standpunten in te nemen. Dat laatste is meestal uitsluitend voorbehouden aan een lijsttrekker.
Dit is geen pleidooi om te bewerkstelligen dat lijsttrekkers minder belangrijk moeten zijn , de meeste mensen hebben in verkiezingstijd genoeg aan één iemand die een partij belichaamt. Het gaat hier echter om het (her)definiëren van de volksvertegenwoordiging die plaatsneemt in de 2e kamer
De voorkeurstemmendrempel verlagen van 25% tot bijvoorbeeld 12,5% van de kiesdeler zou mijns inziens een betere verhouding zijn tussen partij en kandidaten, welke alleen ingevoerd zou kunnen worden bij landelijke verkiezingen. Bij verlaging van de voorkeurstemmendrempel zou pluriformiteit binnen een partij minder problematisch worden.
De link tussen burger en volksvertegenwoordiger wordt directer, dat dit zal leiden tot zogenaamde gemiddelde kwaliteitsvermindering van kamerleden is vooral een argument van de partijen zelf zonder dat daar werkelijk goede argumentatie voor is. Het naar eigen goed dunken mensen op een kandidatenlijst plaatsen of niet plaatsen blijft immers voorbehouden aan de partijen. Een districtenstelsel om een betere regionale spreiding van kandidaten te bewerkstelligen is in dat geval niet nodig, de regio spreiding zal automatisch verbeteren indien het volk echt behoefte heeft aan meer regio herkenbaarheid.
Discussie over bestuur dichter bij de burger brengen krijgt hierdoor meteen een andere dimensie. De effectiviteit van bestuur blijft, de democratie wordt levendiger, de herkenbaarheid wordt vergroot. Een modernere benadering van de democratie die deze tijd vraagt.

 

 

louis de wit

17-11-2002

 


Hirsi Ali verruilt PvdA voor VVD

De sterspeelster van het wetenschappelijk team van de PvdA, de Somalische politicologe Ayaan Hirsi Ali, verruilt de PvdA voor de VVD. Vorige week kondigde Ali haar overstap aan vanuit haar schuiladres in de Verenigde Staten. Ali komt de VVD-kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen van 22 januari 2003 versterken. Partijvoorzitter Ruud Koole sprak in het actualiteitenprogramma NOVA teneergeslagen zijn hoop uit op een terugkeer en VVD-er Jozias van Aartsen kon een triomfantelijke glimlach nauwelijks onderdrukken.
De talentvolle politicologe van Somalische herkomst die voor de Wiardi Beckmann Stichting van de PvdA werkzaam was, motiveerde donderdag 31 oktober op de opiniepagina van NRC Handelsblad haar opmerkelijke overstap. “… aangezien de partij min of meer gegijzeld is door aanhangers van het multiculturalisme enerzijds en moslimconservatieven anderzijds” liep zij met haar strijd tegen vrouwenonderdrukking binnen de Islam en haar oplossingen voor het integratievraagstuk tegen een muur van onwil op, aldus Ali. Zij heeft er geen vertrouwen in dat de PvdA met geloofwaardige oplossingen voor de haperende integratie van allochtonen komt.
Volgens Ali is de PvdA geen sociaal-democratische partij meer. Zij denkt haar strijd bij de liberalen effectiever te kunnen voeren. PvdA-voorzitter Ruud Koole was door deze onverwachte mededeling zichtbaar aangedaan. Ook andere PvdA-coryfeeën, zoals Klaas de Vries en Nebahat Albayrak, spraken de daarop volgende ochtend in de Volkskrant hun verbijstering en ongeloof uit. Nadat Ali door haar uitspraken over vrouwenonderdrukking door de Islam werd bedreigd en moest onderduiken, was het de PvdA die van alles in het werk had gesteld om haar te beveiligen en tot rust te laten komen. In het tv-programma NOVA antwoordde Koole op de vraag of de PvdA had overwogen om Hirsi Ali voor zijn partij op de kandidatenlijst te zetten ontkennend. De partij dacht de politicologe juist te moeten beschermen en rust te moeten bieden. Daar paste een plaats op de kandidatenlijst en campagne voeren niet bij. Het is voor de sociaal-democraten dan ook extra wrang dat Ali hen nu de rug toekeert.
Hirsi Ali die met haar artikel in NRC Handelsblad de indruk van opportunisme wil wegnemen, zal daar in de ogen van de PvdA-ers waarschijnlijk niet in slagen. Haar motivatie dat de PvdA zich niet als sociaal-democratische partij opstelt – wat Hirsi Ali illustreert aan de hand van de dominantie van de multiculturalisten en moslimconservatieven – en zij derhalve op het verzoek van de VVD om op de kandidatenlijst te gaan staan is ingegaan, lijkt geen afdoende verklaring om eventuele verwijten van opportunisme te ontkrachten. Dat zij, volgens eigen zeggen, bij de liberalen meer gehoor vindt dan bij de PvdA is een inschatting die zij maakt. Daar ligt geen ideologische herziening aan ten grondslag. Hierdoor vertoont haar opmerkelijke overstap weldegelijk opportunistische trekken.
Zeker op dit moment doet zo ’n transfer merkwaardig aan. Stonden tijdens Kok I en tot vrijwel het einde van Kok II VVD en PvdA dichterbij elkaar dan ooit, na de val van Kok II verwijderden de twee partijen zich steeds meer van elkaar. De PvdA is op zoek naar een uitgesprokener links, maar wel modern profiel dat aan de “nieuwe politieke” mores voldoet. Binnen de PvdA waar de strijd om het partijleiderschap is losgebarsten en andere geluiden, grotere openheid en nieuwe oplossingen meer ruimte krijgen, is juist nu de tijd aangebroken voor mensen zoals Hirsi Ali. De VVD daarentegen laat haar liberale koers steeds verder varen. Onder het mom van nieuwe politiek legt deze partij haar oor weer meer te luister bij de conservatieve stroming in de hoop veel LPF-stemmers binnen te halen. De PvdA mag dan in de ogen van Hirsi Ali geen sociaal-democratische partij zijn. De VVD kan geen liberale partij meer worden genoemd. De gewezen liberalen beginnen steeds meer conservatieve trekjes te vertonen en dat zal naar verwachting in de nabije toekomst eerder toe- dan afnemen.
Maar los van de meer rechts georiënteerde koers van de VVD had voormalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen in NOVA natuurlijk alle reden tot glimlachen. VVD-fractieleider Gerrit Zalm en Neelie Kroes, geholpen door OPZIJ-hoofdredactrice Cisca Dresselhuys, hebben een huzarenstukje geleverd door Hirsi Ali binnen te halen. De PvdA is van een alternatief, hard geluid - dat het bij het electoraat goed doet - beroofd en de VVD zal de echte liberalen die hun partij naar de conservatieve kant zagen afglijden door deze manoeuvre binnen boord weten te houden. De belangrijkste vraag is echter of Ayaan Hirsi Ali en haar strijd hiermee is gediend, zoals ze zelf gelooft. De kans is echter groot dat links zich verraden voelt, de VVD haar electoraal misbruikt, ze binnen de partij te weinig ruimte zal krijgen om haar ideeën door te zetten en ze zich bovendien te snel na de bedreigingen in een avontuur stort waar ze uiteindelijk zelf het grootste slachtoffer van zal worden.

Johan van Beek

4-11-2002


 

Het plan van Wouter Bos (Pvda):

Door de hypotheekaftrek in de 3e belastingschijf te verlagen van 52% naar 42% wil Wouter Bos zo op termijn 400 miljoen besteden aan een plan om starters sneller aan een huis te helpen. Hoe die subsidies voor starters eruit zien vertelt het plan niet. Ik ben benieuwd hoe die kant van de plannen eruit gaat zien en of het bouwsubsidies, koopsubsidies of anderszins zijn
Een benadering in de complexe problematiek om starters een grotere kans te geven op de koopwoningenmarkt, is het aanbod te vergroten in het goedkopere segment, m.a.w.meer huizen bouwen vooral in het goedkopere en midden segment voor te realiseren doorstroming. Door de huidige economische ontwikkelingen zal het bouwen van huizen in het duurdere segment niet het gewenste doorstroomeffect resorteren (Velen staan of stonden achter die visie omdat het de doorstroming het meeste zou bevorderen) Meer aanbod en doorstroming zal er mede voor zorgen dat er een groter aanbod kan ontstaan en zullen prijzen in het starters segment dalen of stabiliseren.
In het voorstel van Wouter Bos wordt indien het koopsubsidies zijn het aanbod niet vergroot en zal er in eerste instantie zelfs meer vraag ontstaan. De concurrentie onder kopers blijft hetzelfde, alleen de leencapaciteit wordt verhoogd. De prijzen in het lage segment zullen door de subsidie gewoon stijgen. Koopkrachtsveranderingen m.b.t. tot de huizenmarkt die je doorvoert verdisconteren zich als communicerende vaten automatisch weer in de huizenprijzen. Ik ben mede daarom tegen een eventuele verdere koopsubsidie (eerder afschaffen) voor starters cq bepaalde inkomensgroep (starters apart beschouwen leidt tot ongelijkheid met mensen die al een koophuis hebben), daarbij gaat afhankelijkheid optreden met verdere verstoring van de woningmarkt
Plan Bos heeft , wat betreft starters een betere kans te geven, in de tot nu toe bekende opzet weinig zin. Verdere koopkracht nivellering m.b.t. huizenmarkt vertraagt ook doorstroming naar duurdere koophuizen waardoor doorstroming in zn geheel vermindert. Indien het bouwsubsidies zijn en er zijn harde afspraken te maken met aannemers dan ben ik wel benieuwd wat de plannen zijn.
In zn algemeenheid ben ik in principe voor blijvende aftrekbaarheid van de hypotheekrente. Naast het feit dat mensen langlopende verplichtingen aan gegaan zijn en ervan uitgegaan zijn dat aftrek zou blijven bestaan, werkt het stimulerend voor het eigen initiatief in de nieuwbouw. Bij nieuwbouw zal bij de kostencomponenten, zoals de grondprijs en de bouw zelf, de bouw zelf onveranderd blijven wanneer de hypotheekrente aftrek zou verminderen. Nieuwbouw zou relatief duurder worden wat met het huidige woningentekort geen goede ontwikkeling is.

louis de wit

29-10-2002

U kunt ook reageren in het discussieforum