Steen v Rosetta

Welkom op mijn website.... lees en kijk met evenveel plezier als ik gehad heb met het maken ervan,.....

Deze site is het beste te bekijken met I.E. met resolutie van 1024x768

horizontal rule

Vorige

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(Dubbelklik.muis

om naar top van

pagina te gaan)

 

 

 De steen van Rosette.

1 van de belangrijkste vondsten voor de historie en archeologie werd gedaan 1799 door een soldaat van Napoleon in het noord Egyptische plaatsje Rosette (nu El Rashid) tijdens een veldslag met het Britse leger.

Het belang van deze steen zat in het gegeven dat er een verhaal op stond gebeiteld in drie talen !

   
Door deze drie talen.. het Egyptisch Hiërogliefen, Egyptisch Demotisch en het Grieks, kon de sleutel voor het ontcijferen van de hiërogliefen gevonden worden door Thomas Young en Jean-Francois Champollion in 1822.

De tekst op de steen is een dankbetuiging van de priesters van Memphis aan Farao Ptolemaeus V Epiphanes, gedateerd op 27 maart van het jaar 196 voor Christus.

Later zijn nog twee andere decreten gevonden, het decreet van Canopus en het decreet van Memphis. Ook deze decreten waren tweetalig en in drie schriften en gaven daarmee verdere informatie over het demotisch en hiërogliefisch schrift en de Egyptische taal.

 

De steen van Rosette kan worden bezichtigd in het British Museum in Londen, waar hij al sinds 1802 wordt bewaard

 

horizontal rule

 

Hiërogliefen

 
Egyptische hiërogliefen
Egyptische hiërogliefen

De hiërogliefen vormen het oudste schrift van het Oude Egypte. Het is rond 3100 v. Chr. ontstaan. De vroegste voorbeelden van (losse) tekens zijn afkomstig uit Abydos uit het graf van koning Serek I van Opper-Egypte uit de predynastische tijd. Hoewel het in oorsprong een beeldschrift is (een huis betekent 'huis' enz.), ontwikkelde het zich al snel in een fonetische richting. Het bevat zelfs 24 tekens die enkelvoudige medeklinkers voorstellen.

Deze beperkte groep alfabetische tekens is direct te vergelijken met het Hebreeuwse of Arabische alfabet, te meer omdat de medeklinkers van Egyptisch en de Semitische talen vrij veel op elkaar lijken. Net als de Semitische alfabetten heeft het hiërogliefenschrift geen klinkers. Het heeft wel halfmedeklinkers zoals een w, een y en een alef, die een oorspronkelijk een glottisslag voorstelt. De taal heeft ook twee soorten t en d, omdat het emfatische medeklinkers gemeen heeft met het Semitisch. Er zijn ook twee h's en een 'ain. Maar er zijn ook verschillen, er is bijvoorbeeld geen l, maar wel een p naast een b.

Afbeelding:Hieroglief_Alfabet2.png

 

Eénlettertekens

De alfabetische tekens waren in oorsprong beeldtekens die woorden voorstelden die toevallig maar één medeklinker bevatten. Bijvoorbeeld de letter r wordt voorgesteld door een mondje. Hetzelfde teken kan ook als beeldteken gebruikt worden en 'mond' (ro) betekenen, maar dan wordt het meestal vergezeld door een verticale streep: |. Dit teken is een voorbeeld van een determinatief, een teken dat in de spelling wordt opgenomen om de andere tekens te verduidelijken, zonder zelf uitgesproken te worden. Vaak wordt een woord zowel uitgespeld met zowel de medeklinkers èn het beeldteken als determinatief. Een nederlands voorbeeld zou zijn om een woord als 'beker' te spellen als b.k.r met een bekertje erachter. Je zou dan r.w.m.r + (bekertje) als 'roemer' kunnen lezen, maar b.k.r +(broodje) als 'bakker'.

De-, drie- en meerlettertekens

Hoewel er dus al heel vroeg een alfabet was, werd het schrift nooit een alfabetisch systeem, omdat er ook veel tekens in gebruik bleven die twee, drie of meer medeklinkers tegelijk voorstelden. Zo werd een tafeltje met een broodje erop gebruikt voor de kombinatie h.t.p. Als beeldteken (met een |) betekent het 'altaar', maar deze groep medeklinkers kwam ook voor in een aantal woorden die 'offer', 'tevreden' (beide h.t.p) of 'vrede' (h.t.p.w) betekenden. In het laatste geval werd er een determinatief in de vorm van een papyrusrol toegevoegd, die aangaf dat het hier om een overdrachtelijke betekenis ging.

Al met al waren er honderden tekens. Pas de Feniciërs zouden al deze overbodige tekens afschaffen en zich beperken tot de alfabetische tekens. De 'uitvinding' van het alfabet was dus meer een afschaffing dan een schepping.

Gebruik

Het schrijven van hiërogliefen was niet eenvoudig. Sommige tekens vergden aanzienlijke artistieke vaardigheid. Er waren bijvoorbeeld zo'n honderd verschillende tekens die vogels voorstelden. Het schrift was daarom niet erg geschikt voor dagelijks gebruik, maar werd vooral voor inscripties op gebouwen of monumenten gebruikt. Het schrift laat zich uitstekend tot onderdeel van een kunstzinnige afbeelding maken, veel beter dan het onze en de meerlettertekens maakten afkortingen veel makkelijker

Latere vormen

Voor dagelijks gebruik was er het hiëratisch en (later) het demotisch. Zij waren beide op de hiërogliefen gebaseerd, maar ieder teken was teruggebracht tot een paar snelle pennestreken. Papyrus was het voornaamste schrijfmateriaal voor dit meer ambtelijk en dagelijks gebruik.

Schrijvers in Egypte moesten in hun opleiding eerst het dagelijkse schrift leren. Alleen diegenen die daar erg bedreven in waren mochten zich wagen aan het beeldschrift. Opmerkelijk genoeg hebben de latere Egyptologen die volgorde precies omgekeerd. Documenten in demotisch of hiëratisch worden vaak omgezet in beeldschrift en zo uitgegeven. Voor een deel komt dat omdat inscripties in steen beter bewaard blijven, maar het is ook omdat het beeldschrift makkelijker te lezen is.

Ontcijfering

Het beeldschrift komt samen met het demotisch en een Griekse vertaling voor op de Steen van Rosette die een edict uit de tijd van Ptolemaeus V Epiphanes (203 v. Chr.-181 v. Chr.) bevat. Deze steen was de sleutel die tot de ontcijfering van het schrift door Jean-François Champollion geleid heeft.

Zijn rivaal Thomas Young had al opgemerkt dat koningsnamen in een soort doosje (een cartouche) geschreven worden. Dit is een ander voorbeeld van een determinatief. De cartouche als beeldteken heeft zelf de waarde r.n en betekent 'naam', maar als determinatief geeft het aan dat de tekens erin geschreven de naam van een koning voorstellen. Young kon echter niet geloven dat het schrift ook fonetische elementen bevatte en zo ging de eer van de ontcijfering naar Champollion, die ook in het voordeel was omdat hij het Koptisch machtig was. Hij vergeleek de tekens in de cartouche met de Griekse namen en had zo een aantal éénlettertekens te pakken. Later bezocht hij ook Egypte en van een cartouche met de naam Ra'.ms.s (Ramesses) leerde hij ook de tweelettertekens voor r.' en m.s en daarmee had hij het begin.

Sommige eigenaardigheden van het schrift zijn pas veel later duidelijk geworden. Zo wordt bijvoorbeeld de volgorde waarin de tekens gespeld worden voor een deel bepaald door wat zij voorstellen. Het woord voor koning is nesut, maar het teken voor sut wordt eerst geschreven omdat het een heilige plant voorstelt. Lange tijd dacht men daarom dat het koning 'suten' was in plaats van 'nesut'.

In de Egyptologische uitspraak van het schrift vult men de ontbrekende klinkers zo veel mogelijk met een 'e' (schwa) op, tenzij er een alef, y of w in het woord voorkomt, dan wordt soms een a, i of u gebruikt. Soms wordt de 'ain ook wel als o weergegeven. Er zijn pogingen geweest de ontbrekende (korte) klinkers op te vullen vanuit het Koptisch, dat wel klinkers kent, maar dat is van zo veel latere tijd dat zo'n reconstructie niet betrouwbaar is. Het is dus beter om de zonneschijf y.t.n als 'aten' of 'iten' weer te geven dan als aton. Ook Amon is eigenlijk y.m.n, dus Amen (of Imen) zou juister zijn.