Op deze site vind je alle reisverhalen en foto's van Elle Lepelaars en michiel. Zij reisden in 2003 en 2006 door respectievelijk Nieuw-Zeeland, Australië, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesië en West-Australië.
Reisverhalen en foto's van Elle Lepelaars en michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en michiel
• Edith en Olle in ZO Azie
• Volg Jan en Sanne
• Tijn & Lynn
• Wereldreis(je) van Sander en Bianca
• Tobias in Zimbabwe
• Rosie en Luke
• Waar zijn Rik en Juud nou?
• Dave Around the World
• Stichting Peduli Anak
• BlessedShots
• Schilderijen van Elle
|






|
Sydney, 18-05-2003
En twee maanden later kachelden Elle en Michiel met hun Wicked-camper Sydney binnen. Het eindpunt van hun tripje door Australie (zie onder voor meer details). Nog twee dagen down under en dan alweer naar Thailand. Gelukkig nog wel het een en ander meegemaakt de laatste dagen.
Waar waren we ook alweer gebleven? Oh ja, bij de belofte twee National Parks te bezoeken. Vanuit Byron, we hebben het nu over de elfde van de vijfde, reden we in de vroege ochtend het achterland in voor wat nieuw natuurschoon. In het Nightcap National Park zou ergens een leuk watervalletje moeten stromen. Eenmaal een heel eind op weg, waarbij we de Wicked-regels flink overtraden door over onverharde wegen te raggen, kwamen we bij het eerste obstakel: een overstroomd stukje weg.
Regel 2 in de papieren was dan ook: DO NOT DRIVE TROUGH WATER. Hopelijk kunnen ze bij onze verhuurmates geen Nederlands, trouwens. Maar goed, even de bus aan de kant gezet voor wat nadere inspectie. Twee passerende 4WD's gingen er met gemak doorheen en volgens Michiel was de overstroming dan ook maar een centimeter of twintig. Volgens Elle niet. Ze ging nog liever teruglopen dan door het stroompje, om misschien wel vast te komen zitten en meegesleurd te worden door wilde, woeste stromingen. Toen kwam er een oud omaatje in een gewone auto voorbij en zonder pardon nam zij het natte obstakel op de weg. Dat wist Elle te overtuigen en voorzichtig waagden ook wij de oversteek. Met succes. Een paar minuten later kwamen we bij de waterval waar het water wel hard naar beneden kwam zetten. Zo'n honderd meter de diepte in.
Na een paar kiekjes en een versgemaakte kop koffie verder gereden naar Mount Warning NP. Een berg die je vanaf de kust in Byron al boven de rest uit zag steken, dus dat maakte ons wel nieuwsgierig. Bij de voet van de berg de wandelschoenen aangetrokken en de tocht naar boven begonnen door de dichtbegroeide regenwouden. Aangezien het stijgingspercentage in de dubbele cijfers liep, besloot Elle na een half uurtje terug te keren. Michiel zette de versnelling erin om de top proberen te halen. Ondanks de waarschuwingsborden halverwege dat de tocht na 13.00 uur niet voorgezet mocht worden. Het was inmiddels net over drieen. Het zweet kwam inmiddels aardig de porien uit, maar dat mocht de klimpret niet drukken. Het aantal mensen dat maar beneden kwam, nam echter snel toe en na een blik naarboven (op ongeveer 1 km van de top) bleek dat er een grote grijze wolk boven Michiels hoofdje was gaan hangen. De twee mensen die als laatste naar beneden kwamen, dachten dat het nog ongeveer een 40 minuten naar boven was. Het was inmiddels 15.45. Door het weer en de tijd toch maar besloten om te draaien. Een "wise decision" volgens de Ozzie, terwijl het meisje nog even fijntjes toevoegde "well, if you came this far...". Uhhh, nee toch maar niet. Nog voor het donker weer beneden aangekomen, en onderweg ook nog een wallaby gezien.
Na een rustig nachtje op een camping in de buurt, draaiden wij ons Wicked-stuur weer zuidwaarts, op weg naar Coffs Harbour voor een overnachting. Hoe dichterbij, hoe grijzer het werd en hoe meer regen er uiteindelijk naar beneden viel. Coffs zelf was niet veel bijzonders, dus het was niet erg om de volgende ochtend weer door te rijden naar Newcastle. Enkele buien onderweg, vette stortbuien in Newcastle zelf. Hmm, dat gaat goed zo. Tot nu toe hadden we elke avond nog een camping gezocht, maar Michiel vond het wel een keer spannend om een nachtje wild te kamperen. Niet geheel legaal, maar uit verhalen van andere campers bleek dat je meestal niet al te veel problemen krijgt. Bovendien, je moet het een keer gedaan hebben. Als onervaren wildkampeerders was het dus even lastig een goed plaatsje te vinden. Wat resulteerde in een uurtje rondrijden, maar uiteindelijk in een no through road achter twee andere auto's geparkeerd.
Om de overlast zoveel mogelijk te beperken, openden we alle deuren maar een keer, zodat we in een wat vreemde houding uiteindelijk onze tanden aan het poetsen waren. De regen tikte inmiddels onverminderd op ons dak. En ook bij wakker worden (nogal vreemd zo in een woonwijkje tussen de Ford Falcons), was het nog grijs in den heemel. Even zwevend plassen boven een public toilet, wat deo onder de oksels, een overdekt ontbijtje op de laad-en-los zone van de plaatselijke supermarkt en opnieuw de highway op. We hadden twee opties: of naar Sydney (in de regen) of naar de Blue Mountains (waar het misschien ander weer was, aangezien deze een aantal kilometers landinwaarts liggen).
Optie twee gekozen. Maar op weg naar Katoomba, het middelpunt van de Blue Mountains, veranderde het zorgelijke weerbeeld bijzonder weinig. Ook in Katoomba was het regen wat de klok sloeg. Toch maar een camping geboekt (die warme douche konden we nu wel gebruiken) en een kijkje gaan nemen bij de overbekende Three Sisters. Omdat het plaatsje op ongeveer 1100 meter ligt waren de wolken het dorp binnengedrongen. Bij elk uitzichtpunt was het beeld hetzelfde: een grote, grijze, natte massa, waarvan de Japanners verassend genoeg nog vrolijk foto's van aan het nemen waren. Het busje gepakt en een rit langs de rand van het dorp gemaakt (Katoomba ligt in feite aan een klif uitkijkend over een vallei) en af en toe was er een mooie rostformatie of waterval tussen de wolken door te zien. Dat gaf op zich wel een spooky beeld, maar omdat hetgeen dat we zagen al erg mooi was, was het wel fink balen dat het zo'n u-weet-wel-weer was.
Dat balen ging de volgende ochtend helaas gewoon door, omdat het getik nog steeds goed hoorbaar was. Bij het openen van de van, viel eerst een bierflesje (VOL!!!) kapot op de grond en spoot de yoghurt tegen Michiels trui. He lekker, goedemorgen. Dat beloofde weer een mooie dag te worden. U merkt; men wordt niet vrolijk van vier dagen regen. Toch maar een wandeltocht richting de Three Sisters gedaan, maar onze blik kwam niet veel verder dan het eerste zusje. Vervolgens het busje gepakt en verder de Cliff Road afgereden. De Gordon Falls leek ook wel een mooi plekje om te stoppen. Even de regenjas gepakt, toen Michiel merkte dat hij nog wat uit de bus moest pakken. "Elle, heb jij de sleutel?". Een beteuterde blik. "Uuuh, nee, die heb jij toch?" "Oh, neeeeeee". Jawel, op de achterbank, in een afgesloten busje, tussen rotzooi, wat ligt daar? De sleutel. GVDGVDGVDGVDGVD. De slotjes van de van zagen er niet heel solide uit, maar met kleine sleuteltjes van onze hangslotjes lukt het niet om een deur open te krijgen. Wat nu?
Maar even ergens aanbellen om de politie of wegenwacht te bellen. Eerste huis, niemand thuis. Tweede huis, ah, leven. Elle klopte aan en vroeg aan de mannelijke bewoner of we misschien even gebruik konden maken van de telefoon, omdat we onszelf buiten gesloten hadden. "Oh, dat is niet zo slim, he!", was het antwoord. Huh? Was het dus een Hollander die al veertig jaar in Australie woonde. Hij was erg gastvrij, pleegde een aantal telefoontjes en bood ons tot drie keer toe koffie aan. De Australische ANWB zou er binnen een uur zijn, dus nog even een praatje gemaakt. Bleek de beste man ook nog gewoon in Eindhoven geboren te zijn. Ja hoor. Gelukkig was de ANWB binnen twintig minuten terplaatse en had de deur in een handomdraai open.
Dezelfde middag naar Sydney gereden en opnieuw wildgekampeerd. Ja, we hadden de smaak te pakken. Op straat je spaghetti bolognese koken. Best grappig. En de zoveelste regenachtige ochtend verder gereden van een suburb in het westen, naar een camping in het zuiden van de stad. In de spits van Sydney doe je hier dus twee uur over. Opnieuw een verfrissende douche gepakt en de binnenstad ingereden, even langs het Opera House, Kings Cross (de wallen van Sydney) en Bondi Beach. Maar door de regen voornamelijk alles vanuit het busje gezien. Omdat we de volgende ochtend (zaterdag) onze bus in moesten leveren, pakten we onze spullen in onder een afdak bij een flat ergens in een woonwijk bij Bondi.
Om 10.00 uur 's ochtens stonden we zoals afgesproken bij Wicked. Daarvoor de camping verlaten en onze backpacks bij ons nieuwe hostel afgedropt. Vlug even de bus voor de deur geparkeerd met waarschuwingslichten, spullen naar binnen, papieren regelen. Kamer bekeken. En toen we weer beneden op straat kwamen, stond een fijne dame van parkeerbeheer met het bekende boekje in de hand wat dingen te noteren. Oh, nee. "Uuhh, I'll get it out rightaway". Maar ze drukte de bon al in Michiels hand. Oh, nee. "No stopping", was de korte uitleg. "How much?" "147 dollars". GVDGVDGVDGVDGVDGVD. Voor donaties... Zwaar gefrusteerd onze bus afgedropt bij Wicked en met de trein de stad ingegaan voor wat souvenirshopping (helaas voor de thuisblijvers niet al te veel, gezien onze financiele tegenvaller!).
Omdat het nu af en toe droog was, konden we wat dichter bij de mooie plekken van deze stad komen. Natuurlijk kon het Opera House en de bijbehorende Harbour Bridge niet ontbreken. Ook een groot stuk van het Central Business District (CBD) te voet verkend. Vandaag werd dit aangevuld met een bezoek aan de Botanische Tuinen, een wandeling over de Harbour Bridge voor nog betere views en een rondrit over de monorail. En nu is het donker en zitten we al een uur een verhaal te typen. Over Sydney ja. Mooie stad, gezellige buitenwijkjes, indrukwekkende gebouwen, dito haven. Absoluut een van de mooiste steden die we gezien hebben. Oh ja, het ging ook nog over Australie. Waar we over twee dagen alweer afscheid van gaan nemen. It was a hell of a ride! Een heel end, dat wel. Maar hoe meer je ziet, hoe meer je dit fascinerende en veelzijdige land gaat waarderen. Vanuit het inmiddels opgedroogde Sydney (de zon heeft vandaag geschenen, hallelujah), zeggen wij: see you in Thailand.
Byron Bay, 10-05-2003
Peace, love en broccoli. Het is Byron Bay. Waar hippies en alto's vrolijk hun djembe's bespelen bij zonsondergang, waar surfdudes en -dudinnen hun golven bereiden en waar de backpackers onder ons relaxed aan het strand liggen.
Dat laatste geldt dan voornamelijk voor ons. We zijn alweer een aardig stukje onderweg naar Sydney, maar hebben ondertussen nog wel wat leuks gedaan. Fraser Island, zoals beloofd. Om 8.45 zaten we op een snelle catamaran op weg naar het eiland, waar magazines, reisboeken en folders bol van staan. Eenmaal aangekomen op het eiland, dat voor 98% uit zand bestaat wat het het grootste zandeiland op de wereld maakt, stond een 4WD-bus ons op te wachten. Na een korte introductie en meteen de nodige hobbels en plassen in de weg, reden we naar de eerste bestemming op Fraser, namelijk Lake McKensey. Bij aankomst werden onze toeristenoogjes meteen verblind door het hagelwitte strand. Dit gecombineerd met kraakhelder water gaf een erg mooie setting voor de morning tea.
De volgende bestemming was Central Station midden in een regenwoud, waar een helder beekje doorheen stroomde. Onze buschauffeur kon zo doorgaan voor een doorgewinterde biologieleraar, aangezien hij bij elke boom wel weer wat wist te vertellen. Na een buffetlunch in een resort aan het strand, reden we verder naar het noorden voor wat meer moois. Er grappig was om te horen dat dit stuk strand door de autoriteiten gezien werd als highway, waar gecontroleerd wordt op de maximum snelheid (80km/u) en je richting aan moet geven, wanneer je van 'lane' veranderd. 'The Cathedral' was een van gekleurd zand gevormde rotsformatie, bij Eli Creek kon je opnieuw een verfrissende duik nemen. Naast de erg mooie natuur staat Fraser ook bekend om zijn dingo's, wilde honden die af en toe nog wel eens een verdwaald kindje willen verslinden. Helaas zijn we er tijdens de hele trip geen tegengekomen. Na een hobbelig dagje weer terug op de cat op naar een lekkere eigen gemaakte Thai.
Om in ons high velocity tourism-tempo te blijven, vertrokken we de volgende ochtend alweer naar Brisbane. Al lezend in de massa's gratis tijdschriften die je naar je backpackerhoofd geslingerd krijgt, kwamen we erachter dat langs de weg van Hervey naar Brizzie, Steve Irwin zijn Zoo heeft gevestigd. Wie de naam Steve niks zegt, kijkt blijkbaar geen National Geographic, maar dit is de Australische gek die vanuit bootjes in het donker crocs bespringt. En dit alles begeleidt met typische Aussie slang. Het leek ons wel grappig om deze man aan het werk te zien in zijn eigen dierentuintje. Misschien konden we nog wel met 'm op de foto. Eenmaal dichter bij het dorpje Beerwah, doemde een immens familypark voor onze neus op. Aha, Steve was commercieel gegaan. Niet het enige feit waarom de locals geen grote fan van onze krokodillenvriend zijn. Natuurlijk even vragen of Steve binnen was aan een van de parkeerwachters op het terrein. Diplomatiek en commercieel verantwoord antwoordde hij: "This morning he was in, keep your fingers crossed". Yeah, right. Maar goed, toch maar naar binnen gegaan. Uiteraard geen Steve te bekennen, maar zijn stand-in had ook wel een geinige crocfeeding-show weten op te voeren.
Na anderhalf uur hadden we het wel weer gezien en stapten weer in onze van richting Brisbane. De derde stad van Australie wat te merken was aan de drukte en de tijd die we erover deden om een camping te zoeken. Omdat deze camping niet van topkwaliteit was, zochten we de volgende dag naar een nieuwe (en eentje die niet 13 km van het centrum lag). De rest van de dag wat door de stad gereden en wat rondgelopen op de southbank van de Brisbane-rivier.
Terwijl Elle de volgende ochtend een nieuw kleurtje in het haar aan het regelen was, bezocht Michiel de town hall voor een foto- expositie en een kijkje vanuit de toren. Omdat Elle's kuur ongeveer drie uur in beslag nam, nam Michiel ook nog even een kijkje in het auditorium waar een jazzconcert gaande was. Om 14.00 uur hadden we buiten de kapper weer afgesproken waar Michiel bijna Elle voorbij liep, omdat ze bijna onherkenbaar was geworden door de wel heel donkerblonde (met de nadruk op donker) haarkleur.
Het plan was om de volgende ochtend naar Surfer's Paradise te rijden. Op ongeveer een uurtje van Brisbane. Bij aankomst kwam de regen met bakken uit de hemel zetten in dit paradijs. Wat overigens geen paradijs is, aangezien de hotelcomplexen doen denken aan downtown New York. Dit was Lloret de Mar, maar dan keer 10. Daarom maar besloten door te rijden naar Byron Bay (op nog eens een uurtje). Het verschil was meteen merkbaar bij het binnenrijden van het laid back dorpje. We hadden de goede keuze gemaakt. De afgelopen twee dagen op het strand doorgebracht en vandaag deed Michiel een poging tot surfen (brandingsurfen wel te verstaan). Helaas was het niet veel meer dan een poging. Zoals voor meer dingen geldt, het ziet er makkelijker uit dan het is. Al snel bleek dat Michiel prima door zou kunnen gaan voor een shark biscuit, Aussie slang voor een slechte surfer. Helaas was er in het uitgaansleven van Byron niet iets te vinden om deze teleurstelling weg te drinken. Iets te veel partycafes en popie-jopietenten. Dan maar naar de bottleshop. Morgen gaan we weer eens een National Park bekijken, om de dag erna weer verder naar het zuiden te rijden. Waar we uitkomen, zie je de volgende keer.
Hervey Bay, 02-05-2003
Oh ja, we hadden ook nog een website te onderhouden tijdens het reizen. We zijn weer online, en wel in Hervey Bay. Inmiddels alweer 2300 km op de klok dus we schieten al aardig op richting het Zuiden.
Wat was het plan ook alweer? Vanuit Townsville naar Airlie Beach in de hoop op meer zon en een trip naar het Great Barrier Reef. Nou, lieve mensen, beide is gelukt. Waarvan hieronder het bewijs.
Na een rit van ruim drie uur, kwamen we enigszins stinkend in het backpackersplaatsje Airlie Beach aan. Caravanpark gezocht, ingecheckt en een mooie plek in de schaduw van een paar fijne bomen opgezocht. Terwijl Elle de campingstoelen staat uit te laden, hoort ze plotseling een luid en duidelijk "WOW!" uit de keel van Michiel. Wat zit daar in het gras? Nee, het was geen speelgoed, maar een levensechte, 90 centimeter lange lizzard. Met als gevolg dat Elle binnen enkele milliseconden met de deur op slot weer in de bus zat. Gelukkig heeft het beest dezelfde metaliteit als een gemiddelde grootstedeling: als je mij met rust laat, laat ik jou ook met rust. Om toch maar even het zeker voor het onzekere te nemen, parkeerde we onze Wicked op het beton in plaats van in het gras.
De eerste dag verder rustig aan het strand doorgebracht om de volgende ochtend (eindelijk) een trip naar het GBR te boeken en 's middags een beetje de omgeving te gaan verkennen. Op weg naar Conway Beach kwamen bordjes met Cedar Creek Falls tegen. En aangezien het behoorlijk had geregend de afgelopen dagen, zouden deze wel eens aardig actief kunnen zijn. Het mooie van deze watervallen was dat je er ook nog een verfrissende duik kon nemen. Wat Michiel uiteraard niet kon laten. Met een natte zwembroek opnieuw de van in op weg naar Conway Beach. Helaas hadden de zon en de maan besloten het water een paar kilometer van het strand terug te trekken, zodat we, als we echt goed keken, een paar golven konden zien. Maar door het low tide hadden we wel een paar kilometer strand voor ons alleen.
Maandag na het weekend was dan eindelijk de dag dat we naar het Great Barrier Reef zouden gaan. Maar niet voordat Elle even de drogist bezocht voor wat betrouwbare anti-zeeziektepillen, gezien de ietwat onprettige ervaring op open zee in Kaikoura (NZ). Dit overigens geheel ten overvloede, de zee was bijzonder rustig (zeker in vergelijking met de whalewatch-trip). Na ongeveer anderhalf uur op de boot, kwamen we aan bij het ponton dat aan het riff lag. Twee verdiepingen hoog waarvan de onderste zo ingericht was dat je eenvoudig en besnorkeld het water in kon. Michiel lag dan ook snel in het water te loeren naar de vissen, Elle bekeek het nog even veilig vanaf 'de kant'. Een van de eerste vissen die een kijkje kwam nemen welk toeristenvlees ze vandaag weer in de kuip hadden, was dezelfde soort als we zagen in het aquarium van Townsville (zie foto in tekst). Inderdaad, een joekel van een meter. De opmerking dat deze vriendelijke vriend net onder het ponton doorzwom, zette Elle bepaald niet aan tot een duik in het water. Gelukkig was er ook een semi-onderzeeboot die langs het riff vaarde, van waaruit je de erg mooie rostformaties, koraal en vissen kon zien. Al met al zeker vier uur aan het riff doorgebracht en uiteindelijk met de ribbeltjes in de vingertoppen weer terug naar huis gevaren.
Een andere reden dat we naar Airlie Beach waren gereden, was een trip naar de Whitsunday Islands die we op woensdag dan ook op het programma hadden staan. Op een iets kleiner bootje dan twee dagen eerder, voeren we langs drie eilanden. Op het eerste, kleine Long Island wandelden we wat rond door het regenwoud, waar je voelde dat de slangen en lizzards je nauwgezet in de gaten hielden. Een enkel wegschietend reptielenstaartje bevestigde dit gevoel. Op het tweede eiland, Hook Island, was het weer snorkeltijd, maar omdat wij al bij het riff waren geweest, viel dit wat tegen, ondanks dat het strandje wel erg relaxed was. De laatste bestemming was Whitehaven Beach op het Whitsunday-eiland. Het is niet erg moeilijk te raden waar de naam van het strand vandaan komt. Met een wijntje en een kaasje op de terugweg, was het zeker een relaxed dagje.
We zaten inmiddels alweer vijf dagen in Airlie, wat wel weer genoeg was, zodat we besloten om maar weer eens door te rijden. Het plan was om naar Rockhampton te gaan, met een tussenstop in Mackay. Bij vertrek gaven twee Duitse collega-backpackers ons nog de tip naar het plaatsje met de vreemde naam 'Town of 1770' te gaan. Opnieuw weer een flink stuk gereden, rond een uur of drie kwamen we in Mackay aan waar we de rest van de dag wat aan en in het zwembad hingen. Bij het koken van onze avondmaaltijd werden we vergezeld door een quoll, blijkbaar een nogal zeldzaam beest dat lijkt op een uit de kluiten gegroeide rat. Deze liet Elle nog even fijn schrikken toen ze rustig een boekje zat te lezen bij kaarslicht.
Het is in inmiddels Koninginnedag in Nederland als we onze tocht richting Rockhampton voortzetten. Omdat we redelijk snel gingen en al rond 12.00 uur terplekke waren, besloten we de raad van onze Oosterburen op te volgen en naar Town of 1770 te rijden. Dit was nog eens drie uur rijden, wat het totaal op zes bracht en duidelijk voelbaar was aan onze bipsjes. 1770 was weer totaal het tegenovergestelde van het drukke Airlie. De camping lag aan een besloten baaitje, waar we bij aankomst nog even een prachtige zonsondergang meepikte. De campingbaas had ons dan ook een mooi plaatsje aan het strand gegeven. En met een biertje en een wijntje erbij is dit helemaal prima.
Om onze bipsjes wat rust te geven, plaatsten wij deze de volgende dag heerlijk in het strand van 1770. De temperatuur liep alweer aardig op rond het middaguur, zodat een knipbeurt in de schaduw voor wat verkoeling zorgde. Deze knipbeurt (bel voor een afspraak) werd opnieuw onderbroken door een welbekende 'WOW'. Inderdaad, ook hier liepen de lizzards vrolijk los over de camping. Een plaatselijke magpie kwam even kijken of het kapsel van Michiel al wat vorderingen maakte. Omdat het echt een relaxed plaatsje was, speelden we nog even met de gedachte nog een dag bij te boeken, maar omdat er nog zoveel moois te zien is langs de Oostkust, besloten we toch maar door te rijden. Vandaar dat we inmiddels in Hervey Bay zitten en we morgen alweer naar Fraser Island zullen gaan. We hebben 'm even in de volgende versnelling gezet. Overmorgen rijden we weer door naar Brisbane. En nu gaan we even onze lege magen vullen. Het is immers alweer zeven uur 's avonds. Goedemorgen.
Townsville, 22-04-2003
JAWEL, nu weer met grijze woordjes
Okee, nog een cliché dan: wat kan het hier regenen! Begin maar vast wat grappen te bedenken, want terwijl het in Nederland 20 graden en zonnig is, hebben wij de afgelopen drie dagen doorgebracht in regen, regen en nog eens regen. En dan hebben we het niet over flauw gemiezer, nee, het is regen met een hoofdletter R. Maar nu schijnt het zonnetje weer.
Anyway, g'day vanuit een zweterig internetcafe waar even zweterige pubers (en volwassen mannen die nog puberale neigingen in zich hebben) spelletjes zitten te spelen over netwerken. We zitten nu zo'n 400 km onder Cairns dus de Grosse Abfahrt richting Sydney is begonnen. Voordat we zuidwaarts gingen zijn we eerst een dag richting het Noorden gereden om Cape Tribulation en omgeving te zien. Dit gedeelte van Aussie staat bekend om de regenwouden en mooie stranden. De eerste stop zou in Ellis Beach zijn voor een bezoek aan een croc-farm, maar gezien de hoge entreeprijs zijn we maar doorgetuft richting de Mossman Gorge, een riviertje met swimming holes en wandelroutes. Geheel in Abo-land overigens. Na een wandeling van een uur doorgereden naar Daintree om met de ferry de gelijknamige rivier over te steken. Na de oversteek met onze 'wicked' kwamen we diverse plaatsen tegen waar wilderness trips over riviertjes en creeks aangeboden werden. Inderdaad, riviertjes waar je misschien wel eens een croc tegen zou kunnen komen.
Om toch ons einddoel te bereiken, reden we door naar Cape Trib, maar aangezien het er bewolkt was, was het minder mooi dan de ansichtkaarten en folders beloofden. De mangroves uitgezonderd dan. Op de terugweg sprongen we op een van de bootjes over een van de riviertjes. Onze locale Steve (National Geographic-kijkers weten over wie we het hebben) leidde ons door de typische omgeving die je op de eerdergenoemde zender ook altijd ziet. Na enkele minuten speuren over de rivierbedding zagen we het eerste exemplaar al in het water liggen. Het was een jong vrouwtje die op zoek was naar eten. Erg mooi om te zien, zo in het wild. De tweede croc liet echter lang op zich wachten. De gids leidde ons ondertussen langs het nest van een (zoals hij het noemde) "four meter long female", maar uiteraard was deze net even plassen toen wij langs kwamen. Twee andere salties, zoals deze zoutwaterkrokodillen ook wel genoemd worden, en een aantal mooie watervogels, maakten het tripje echter direct goed.
Door de geweldige akoestiek van onze camper werden we de volgende ochtend wakker gemaakt door een indrukwekkend geluid dat doet denken aan harde regen. Eenmaal een gordijntje open, bleek het ook hemelwater te zijn dat met bakken uit de hemel kwam zetten. Na een primitief en onhandig onbijtje vertrokken we richting Mission Beach, een plaatsje op 250 km van waaruit je goede trips naar de Great Barrier Reef kunt doen. Tenminste als het goed weer is. De hele weg langs de kust werden we begeleid door het inmiddels bekende regengeluid op ons wicked dakje. Bij aankomst was het dan ook niet veel anders. Erg jammer, gezien onze camping direct aan een geweldig strandje lag. En als je niet veel meer dan een paar vierkante meter aan camper hebt, doe je niet veel als het regent (dat het giet). En ga je al helemaal niet op een bootje naar een riff kijken.
Enigszins teleurgesteld en verveeld reden we de volgende dag (u raadt het al, het regende nog steeds) naar Townsville in de hoop dat we onze klamme kleren en matrassen ergens konden drogen. Maar nee, ook in Townsville was het nat. En Pasen trouwens, wat niet echt bijdraagt aan een levendige, bruisende sfeer in het stadje. Uit verveling zijn we 's avonds naar de film Ned Kelly gegaan, die Nederland nooit zal halen, aangezien dit gaat over de meest bekende Australische crimineel. De oplettende lezer weet dat we de plaats waar Ned opgepakt (Glenrowan) en opgehangen (Melbourne Gaol) is, hebben gezien.
Gelukkig was het de volgende ochtend droog, zodat onze bewegingsruimte weer wat werd vergroot. Zo zie je maar hoe afhankelijk je bent van het weer. We brachten een bezoekje aan het aquarium (ReefHQ) om toch een beetje in de rif-stemming te komen. Hopelijk kunnen we de vissen die we er zagen ook nog een keer in het wild zien. Vandaag, dinsdag, is het leven (en de zon!) weer teruggekeerd in Townsville. Een poging om hier een trip naar het Reef te boeken, mislukte aangezien de wind nog te sterk was en ze zaterdag pas uitvaren. Daarom maar wat uurtjes op het strand doorgebracht, waarvan overigens een groot gedeelte is afgesloten aangezien de Box Jellyfish, een dodelijke kwal, nog in het water zit. Een net dat zo'n honderd vierkante meter van het water afschermt, wordt gebruikt om in te zwemmen. Daarna nog een stuk Castle Hill opgelopen voor een mooi uitzicht over Townsville en eilanden in de zee. Morgenochtend rijden we verder naar Airlie Beach in de hoop daar alsnog een Reef-trip te kunnen doen. En natuurlijk de Whitsunday Islands te bekijken.
VANVANVOORENVANACHTER
BEKIJK HIER ONZE WICKED CAMPER VAN VOOR EN VAN ACHTER!
Cairns, 17-04-2003
Hier is nog een cliché: in Australië is het bloody hot. We hebben inmiddels alweer enkele duizende kilometers achter de rug. Via 'The Centre' nu aangekomen aan de Oost-kust. En ook hier is het dertig plus.
Zoals in het vorige berichtje stond, hebben we inmiddels 20 uur in een Greyhound-bus doorgebracht om in Alice Springs te belanden. Niet dat je over de 1500 kilometer veel verschillende dingen ziet. Het is allemaal outback, dus allemaal even droog en even wijds. Gedurende de pauzes hebben we al kennis gemaakt met de in grote getale aanwezige bevolking: vliegen. Bij het uitstappen van de bus word je aangevallen door een veertigtal vliegende monstertjes. Het ziet er in het begin wat vreemd uit, maar na een tijdje begrijp je precies waarom al die Japanse toeristen met die netjes rond hun hoofd lopen. We vertrokken vanuit Adelaide om 18:45 en om 14.00 uur hadden we onze bestemming bereikt.
De eerste paar dagen hadden we nodig om bij te komen van deze trip. Gelukkig was ons YHA-hostel uitgerust met een zwembad, want in en om Alice is bijzonder weinig water te vinden. En aangezien de temperatuur al snel opliep tot 36 graden, hadden we niet erg veel puf om enorm actief te gaan doen. Bovendien biedt het dorpje ook niet erg veel bezienswaardigheden, op Anzac Hill na. Vanaf dit heuveltje heb je mooie uitzichten over Alice en omgeving, zowel bij dag als bij zonsondergang. Het reptielencentrum was de andere toeristische attractie van het dorp, waar bijzonder grappig gevormde beestjes (goanna's, thorny devils en lizards) te zien waren, en deze angstaanjagende croc.
Waarom heel dat pleurisend rijden dan, als er niks te doen is? Het beste voor de portemonee is om vanuit Alice naar de welbekende Ayers Rock en de Olga's te gaan. Het informatiecentrum had een goede rent-a-car deal voor ons (in totaal goedkoper dan met een tour), zodat we de 15e om acht uur weer op de highway zaten, dit keer richting 'The Rock'. Aangezien het Northern Territory geen snelheidslimiet kent, waren we binnen vier uur ter plaatse. Zo'n 100 km voor het Yulara (het dorpje bij de rots) zagen we Ayers Rock al aan de linkerkant voor ons liggen. Toen we een afslag namen en de weg maar immer gerade aus bleef gaan, kwam langzaam het besef dat dit niet Ayers Rock geweest moet zijn, maar een ander bijzonder gevormd steentje. Na een uur kwamen we dan ook de echte Ayers Rock (oftewel Uluru) tegen. Omdat we niet dezelfde dag terug konden rijden naar Alice, hadden we een vlucht en accomodatie geboekt in Yulara. Het goedkoopste bed ($32 p.p.) stond in een dorm van 20 personen en bij het inchecken bleek dat vrouwen en mannen ook nog eens apart moesten slapen. Dit tot ongenoegen van Dick en Tulip.
Na een refill van de tank, zetten we koers naar de Olga's. Dit om later terug te keren naar de Rock om de bekende zonsondergang te zien. De Olga's (Kata Tjuta in Aboriginal-taal, de hoofden in Nederlands), zijn een groep enorme rotsen bijeengepleurd in de desert. Via een korte wandeling door de vliegen kwamen we op een duinpan, waar je een mooi uitzicht had op de Olga's. Eenmaal dichterbij werd de grootte van deze stenen zichtbaar. De rode kleur en het feit dat dit heilige grond is voor Aboriginals gaven een aparte sfeer (die de vliegen niet konden bederven).
Rond een uur of drie reden we terug naar Uluru. Eerst even langs het Cultural Center, waar veel informatie over de Aboriginal-cultuur en de betekenis van de Rock te vinden was. Een eerste wandeling naar een waterhole liet al meteen de diversiteit van het gesteente zien. Van een afstand lijkt het een blok steen, eenmaal dichtbij zie je veel planten, bomen en erg mooie rotsformaties. Om de hoek van deze walk was het punt waar je een klim naar boven kon doen. In de Aboriginal-cultuur wordt dit echter niet erg gewaar- deerd en de borden met de woorden "we don't climb" weerhielden ons dan ook van een klim. De wandeltocht aan de basis was een goed alternatief. Tegen zessen reden we naar de sunset-carpark, een speciaal aangelegde parkeerplaats om zonsondergang te zien. Erg mooi om de kleur in een klein uurtje te zien veranderen van felrood, via donkerrood naar donkerbruin totdat slechts de contouren zichtbaar zijn. Na afloop ontstond zowaar bijna een file van toeristen op weg naar Yulara. Na een voedzame take-away zaten we 's avonds aan een wijntje en biertje (onder het genot van een lokale gitaarspeler). Het herinnerde ons aan het welbekende 'jeugdkamp' gevoel toen we na een welterustenkusje gewapend met oordopjes in onze jongens- en meisjesdorm moesten gaan liggen.
Na een emotioneel weerzien en een goed ontbijt stond 's middags een vlucht naar Cairns op het programma. De gedachte aan nog eens dertig uur in de bus, maakte de vlucht extra comfortabel (op een winderige start en landing na dan). Eenmaal in Cairns moesten we ons toekomstige huis-voor-een-maand ophalen bij Wicked Campers. Deze hadden we geboekt via een advertentie in een backpackerblad. Ons oog viel op de felle kleuren (en de goede prijs). Deze busjes zijn namelijk volledig ondergeschilderd door graffiti-artiesten met twijfelachtige gedachten/kwaliteiten. We hadden al een aantal favorieten uitgezocht, waaronder Ali G en General Lee van de 01. Voor alle modellen zie www.wickedcampers.com.au. Helaas zijn we in de lelijkste Wicked Camper van allemaal belandt. Maar goed, het ding heeft een bed, airco, keukentje en een CD-speler. En niet te vergeten op de achterkant loeigroot: "Ich habe eine Geiles Arsche". Volgende keer zullen we wat foto's op de site zetten. Hier zitten we in ieder geval 's avonds op een camping bij ons nieuwe huis.
De komende dagen gaan we een beetje rond Cairns rijden, om daarna de tocht richting Sydney te aanvaarden.
Adelaide, 10-04-2003
Hier is een cliche: Australie is groot. Wie dat nog niet wist, moet in acht dagen meer dan 2000 km door Victoria rijden. En dan zie je het vanzelf. In een regenachtig Adelaide hebben we inmiddels een internetcafe met cardreader gevonden, zodat we ook de foto's van ons vorige verslag hebben toegevoegd.
Onze rit begon in Wodonga. Aangezien de tocht naar de Great Ocean Road te lang was om in een dag te doen, hadden we een stopover in Lexton. We konden er overnachten bij vrienden van David. Zoals gezegd, op een boerderij! Na een Barbie-lunch en een rondrit over het landgoed van Jane en Hugh (dat ongeveer even groot is als een gemiddeld Hollands dorp), vertrokken we naar Ballarat. Even in de botanische tuinen gekeken, een lichte maaltijd gegeten en daarna naar het netballstadion om een wedstrijd van Jane te bekijken. Ze verloren dik, maar dat was geen reden om niet naar de pub in Lexton te gaan. Dit dorpje telt ongeveer 250 inwoners, de enige aanwezige in de pub was dan ook Hugh. En natuurlijk de kroegbaas die volledig dronken (pissed) achter de bar stond. De beste man van rond de zestig kon het niet laten om constant vunzige opmerkingen naar Elle te maken, die ze vakkundig wist te counteren. Omdat Boofer (zijn bijnaam) te zat was om onze namen te onthouden, had-ie een ezelsbruggetje verzonnen. De enige Nederlandse naam die hij kende, was Dick van Dijk (inderdaad niet eens een Hollander). De andere assocatie bij Holland was tulpen, zodat wij al snel de bijnamen Dick and Tulip kregen. Het principe dat Boofer hanteerde was "eentje voor jou, eentje voor mij", zodat hij op het einde van de avond geen zin meer had om te tappen, waardoor Dick uiteindelijk achter de bar verscheen.
Enigszins brak zetten we de volgende dag koers richting kust, voor de Great Ocean Road. Deze bijzonder toeristische route staat vooral bekend om de 'Twelve Apostels', twaalf enorme rotsen in de oceaan. Ook de blowholes en thundercaves waren mooi om te zien. Na een overnachting in Warrnambool, zaten we opnieuw in de auto, nu op weg naar Nhill. Ook een miniscuul plaatsje ergens in Victoria. De enige reden om het te bezoeken was de pub van Bellie, ook een vriend van David. We sliepen in het hotel boven de pub. Niet veel tijd om rustig in te checken, want we gingen naar een football-wedstrijd van de Nhill-tigers. Dit vooral om het verschil te zien tussen een wedstrijd in het MCG en country footy. Voor de wedstrijd mag het (mannelijke) publiek een kijkje nemen in de kleedkamer om te luisteren naar wat de coach heeft te zeggen. Verder heeft het veel overeenkomsten met Nederlands plattelandsvoetbal: kleine kantine, schreeuwende locals, klapstoeltjes en een bouwvallige tribune. Nhill verloor dik, ondanks de inbreng van Bellie, maar ook nu was de pub een welkome plaats om het verlies te doen vergeten. Bellie's pub mocht helaas maar tot drie uur muziek draaien, maar de voetjes waren nog niet geheel warm gedraaid. Bellie deed dan ook de suggestie om naar Merv's Shed te gaan. Dit klonk enigszins obscuur en dat was het ook. Na een kort ritje over een zandweggetje kwamen we bij een soort loods en bij binnenkomst bleek dat het helemaal vol speelautomaten stond. Buiten werd een beetje gecrosst met auto's, binnen voornamelijk nog meer gedronken. Om half vijf was het dan ook welletjes en doken we ons bed in.
David was zo slim om nog een paar Kaluha's achter over te slaan om half zes 's nachts, zodat Michiel de volgende dag naar Mildura moest rijden, aangezien Bergs 's ochtends duidelijk nog in de olie was. Na vijf uur rijden, bereikten we Mildura, de geboorteplaats van David en de huidige woonplaats van zijn broer, John en vrouw Paula. De volgende dag een kleine rondrit door Mildura gedaan, voornamelijk langs de Murray-rivier en geluncht bij Luke en Maree en hun dochtertje Hannah. 's Avonds nog wat geschopt tegen een football, terwijl Elle de BBQ's eraf aan het rennen was. De buik werd overigens weer gevuld tijdens opnieuw een Barbie bij John thuis.
Inmiddels zijn we in Adelaide beland. De Lonely Planet van 2000 was niet meer erg up to date, aangezien de eerste drie hostels die we zochten in A'laide niet meer bestonden. Daarom maar naar het eerste de beste motel in de buurt. Motel Clarice was wel het eerste, maar zeker niet het beste motel, bleek na betaling. Gisteren langs de kust van Adelaide gereden en wat door de overigens niet bijzonder spectaculaire binnenstad gelopen. 's Avonds een hapje gegeten met Uni-vrienden van Bergs en nog even de pub ingeweest (uiteraard). Vanochtend hebben we afscheid genomen van David, die teruggaat naar Wodonga. En om 18.45 uur vertekt onze bus naar Alice Springs, om de komende dagen Ayers Rock en omgeving te gaan bekijken. Eerst nog 'effe' twintig uur in de bus. Gelukkig hebben we voor de 16e een vlucht van Alice naar Cairns (aan de oostkust) geboekt, zodat we die dertig uur bus inruilen voor drie uurtjes in het vliegtuig (donaties zijn welkom op het bekende rekeningnummer). See you later.
Wodonga, 02-04-2003
G'day mates! We zijn in Australië. Al een week onderweg, maar nog geen tijd gehad om wat te schrijven. Vandaar hier even een update. Nu met extra veel 'grijze woordjes'!
Onze vlucht vanuit Christchurch was aangenaam kort, slechts drie uurtjes. Bij aankomst op Melbourne-airport stond Karen ons op te wachten. Voor wie haar niet kent, en dat zijn jullie bijna allemaal, zij is de zus van David, een Australier die bij Michiel op de middelbare school heeft gezeten. Hij woonde de afgelopen twee jaar in Engeland en zou twee dagen na ons "voor goed" terugkomen in Aussie. Tot zover de Bergs-familiegeschiedenis. Bij het uitrijden bij de luchthaven werden we meteen bekend gemaakt met de Australische cultuur: de bottleshop. Helaas was de drive-in versie gesloten, dus moesten we onze slab(=tree) VB (=Victoria Bitter-bier) bij een gewone winkel halen. Na een casserole, een typisch Australische maaltijd en een goede nachtrust zijn we de volgende dag downtown Melbourne ingegaan.
Aangezien Elle denkt dat ze in een vorig leven gevangenisbewaarder is geweest, was onze eerste bestemming de oude gevangenis van Melbourne. Hier zijn in ongeveer vijftig jaar minstens 100 mensen opgehangen, dus binnen hing (onbewuste woordspeling) er een duister sfeertje. De bekenste gevangene was Ned Kelly, die uitgegroeid is tot de nationale held, omdat hij, trigger happy als hij was, vaak met de politie in beschietingen te vinden was.
Om het orientatiegevoel wat te helpen, zijn we gaan kijken op het Observation Deck, bovenop de Rialto-towers, de hoogste gebouwen van Melbourne. . Na opgepikt te zijn door Karen, waren we uitgenodigd bij Barbs en Barneys (oom en tante van David en Karen). We zaten amper en we hadden alweer een stubby (=flesje bier) in onze hand. Helaas konden we het niet al te laat maken, omdat we de volgende ochtend David moesten ophalen van de luchthaven.
Op het onmenselijke tijdstip van 5.15 uur ging de wekker. Pet op, Franse douche en wegwezen. Een klein uurtje later, stond de familie Bergin verenigd in elkaars armen. Aangezien David een tiental screwdrivers achterover had gegooid in het vliegtuig was hij bijzonder uitgelaten bij aankomst (oftewel bloody pissed in goed Australisch). De rest van de dag zeeeer rustig aan gedaan, paar uurtjes geslapen, omdat we 's avonds alweer een feestje op het programma stond. Nee, niet weeeer drinken. Het was Maggie's (de hond van Karen) verjaardag, dus daarvoor werden ook weer de nodige slabs in huis gehaald. Gek genoeg namen de gasten ook hun eigen drank mee. En ook weer mee naar huis, als het nog niet op was, overigens.
De volgende dag stond in het teken van footy, oftwel Australian Rules Football. Rond 13.00 uur eerst even langs het Hilton voor een eerste drankje (lees: meer alcohol). Daarna op weg naar het MCG, het footy-stadion waar maarliefst 80.000 man in kunnen. Helaas was het niet uitverkocht, aangezien de Kangaroos en StKilda niet de meest spectaculaire teams uit de competitie zijn. Eenmaal op de tribune kon het echte drinken beginnen (vlnr: Karen, Gabe, David, Elle, Michiel). Dean en Demian (twee vrienden van David) zetten het tempo, de zon en hitte hielpen mee aan de betere footy-sferen. Een echte meat-pie, een slappe versie van een quiche gevuld met gehakt en dead horse (=tomatenketchup), kon niet ontbreken bij de wedstrijd.
De Kangaroos wonnen de redelijk spannende wedstrijd. En wat doet de gemiddelde Australier naar het football, inderdaad naar de pub. Na enkele biertjes aldaar, pakten we de taxi naar Brunswick-street, een van de betere uitgaansstraten in Melbie. Eerst een hapje Thai, daarna opnieuw de pub in. Om uiteindelijk rond 3.00 uur te eindigen in een club/discotentje, genaamd 'The Laundry'.
Een kleine rekensom de volgende ochtend, leerde dat we 14 uur aaneen gedronken hadden die zaterdag. "Welcome to Australia". Dezelfde dag toch maar even de stad ingegaan, voor een kleine wandeling langs de Yarra-rivier om uiteindelijk bij het casino te eindigen (de grootste van het Zuidelijk halfrond, overigens). Michiel $20 armer, David $30 rijker, verlieten we het twee uurtjes later voor een BBQ bij Karen.
Inmiddels zijn we na een vier uur durende rit aangekomen in Wodonga, waar de ouders van David wonen. Gisteren naar drie wijnproeverijen gegaan, daarna gegolfd op de lokale golfbaan. Aangezien het de eerste keer was, viel de golftechniek enigszins tegen. Op de tweede hole werden we getrakteerd op een bezoekje van een kangaroe. Inderdaad gewoon in het wild. Vandaag naar een dierentuin geweest, waar de kangaroes uit je hand eten. Uit iedereens hand, behalve die van Elle, aangezien deze beesten er volgens haar wel erg gewelddadig uitzagen! Inderdaad, ze doen niks. Morgen gaan we richting de Great Ocean Road, een van de mooiste routes langs de zuidkust. We slapen op een boerderij bij een van David's vrienden. Het ziet er niet naar uit dat we snel wat foto's kunnen uploaden, aangezien we daarna naar Nhill, gaan. Een gat waar 300 mensen wonen. Natuurlijk blijven we de verslagen aanvullen. See ya!
|