Op deze site vind je alle reisverhalen en foto's van Elle Lepelaars en Michiel. Zij reisden in 2003 en 2006 door respectievelijk Nieuw-Zeeland, Australië, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesië en West-Australië.
Reisverhalen van Elle Lepelaars en Michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en Michiel
• Edith en Olle in ZO Azie
• Volg Jan en Sanne
• Tijn & Lynn
• Wereldreis(je) van Sander en Bianca
• Tobias in Zimbabwe
• Rosie en Luke
• Waar zijn Rik en Juud nou?
• Dave Around the World
• Stichting Peduli Anak
• BlessedShots
• Schilderijen van Elle
|






|
Christchurch, 25-03-2003. Het rondje is voltooid. We zijn weer terug waar we begonnen zijn. Ruim vier weken het Zuidereiland en morgen moeten we helaas vertrekken. Op de valreep toch nog wat leuke dingen gedaan.
Vanuit Queenstown zijn we afgelopen vrijdag in Lake Tekapo belandt. Een klein dorpje aan de weg tussen Queenstown en Christchurch, gelegen aan weer een erg groot meer. In het enige hostel van het dorp, dat gerund werd door een Nederlandse vrouw en een wazige Kiwi, was nog plaats. Met geleende mountainbikes zijn we de omgeving gaan bekijken. Het meer staat bekend om zijn bijzonder blauwe kleur (dat door een bepaald mos op de rotsen ontstaat). Met name bij zonneschijn was dit dan ook goed te zien (that's right folks, no photoshopping!). Terwijl Elle plaatsnam aan het strand in de zon, fietste Michiel nog wat rond (maar gezien het plaatselijke stijgingspercentage lag hij al snel aan Elle's zijde). Enkele wandelpaden leidden toch naar een aantal mooie uitzichtpunten op het meer en de omliggende bergen. Na al deze mooie views, besloot Michiel de uitdaging aan te gaan, Elle te leren tennissen. Na vier keer de bal achter het hek gezocht te hebben, was het welletjes, hoewel Elle's tennistalent overduidelijk zichtbaar was.
Aangezien Tekapo aan de rand van de Southern Alps ligt, was het een goed idee om de hoogste berg van het land, Mt Cook, te gaan bekijken. De 45 dollar die een lokale touroperator vroeg, staken wij mooi in onze zak door te liften. Al snel stopten Steve en Liz, een zeer Engels echtpaar uit Engeland (hoe kan het ook anders). Hij, droog en welbespraakt, zij zeer verzorgend en uiterst lief. Op de heenweg kwamen we al langs een lookout waar ook weer het blauwe water alom vertegenwoordigd was en de witte toppen al zichtbaar waren. Omdat de rit zeker 1,5 uur duurde, trakteerden we onze Britse vrienden op een kop koffie bij aankomst. Na ons emotioneel afscheid, besloten we naar Kea Point te lopen, om nog dichter bij Mt Cook te komen. Een uurtje wandelen en we waren op de plaats van bestemming.
Eenmaal terug in het dorp, haalden we ons liftbordje weer tevoorschijn om een rit terug naar Tekapo te charteren. Na een teleurstellend kwartiertje stopte een schildersbusje. De chauffeur opende zijn raampje en vroeg aan Michiel in plat Nieuw-Zeelands of hij zijn rijbewijs had. "Uuhh....yeah", was het vertwijfelde antwoord. "Where ya from?". "Holland". "Ever drove in New-Zeeland". "Nope". "Think you can drive on the left side?". "No worries, mate!". Wat was het geval? De beste man had dus nog een extra wagen in Mt Cook Village staan die ook naar Tekapo getransporteerd moest worden. And that's where WE came in. Toen we bij zijn appartement aankwamen, bleek het om een enorme dikke Nissan Terrano te gaan, die Elle hier even showt. Zonder blikken of blozen overhandigde de schilder zijn sleutels en vroeg waar we de auto zouden droppen. Bij ons hostel dus. Niet dat het even om de hoek was, zoals gezegd, was het zeker 1,5 uur rijden. Het eerste kwartier lagen wij dan ook volledig in een scheur en waren volledig verwonderd door dit vertrouwen. Uiteraard volledig ondenkbaar in Nederland. Maar dat is dan ook het mooie van Nieuw-Zeeland.
Toen we rond 16:30 de auto hadden gedropt bij ons hostel voor de deur, was het wachten op de schilder om de sleutel op te halen. Maar het werd later en later. Totdat het acht uur 's avonds was en wij nog steeds de virtuele eigenaar van een dikke Nissan waren. We begonnen ons redelijk zorgen te maken, aangezien we de volgende dag alweer zouden vertrekken naar Christchurch en het was toch echt de bedoeling om met de bus te gaan. Wellicht hadden we ons reisbudget een flinke boost kunnen geven op de zwarte markt van Tekapo (die er niet is), maar eerlijk als wij zijn, zetten we koers naar de lokale politie. Via het kenteken was de eigenaar te achterhalen en met een telefoontje stond hij binnen een uur geheel achteloos op de stoep. Hij was effe opgehouden. Geen probleem. De avond eindigde in twee keer remise.
's Ochtends wachtte het zoveelste busje ons op om naar Christchurch te gaan. Ingecheckt bij ons hostel (dat we een maand geleden besproken hadden) en een beetje door de binnenstad geslenterd. Sindsdien hebben we eigenlijk niet veel anders gedaan. Behalve dan dat Elle drie uur doorgebracht heeft in de kappersstoel om de kleur weer wat bij te werken. En we vandaag zwaar cultureel twee musea bezocht hebben. Je merkt, het aftellen tot onze vlucht naar Melbourne is begonnen.
Met oprechte pijn in ons hart moeten we afscheid nemen van dit prachtige land, aardige mensen en prima weer (hoewel in het Melbourne 33 graden schijnt te zijn). Wie in de buurt is, moet dan ook zeker een maandje rondreizen hier (een maand per eiland welteverstaan). Koop overigens geen buspas, losse tickets kopen is goedkoper. Alrighty, time's up. We moeten gaan. Tot ziens in Australië.
Queenstown, 20-03-2003. Hopelijk vinden jullie het niet erg als wij gewoon doorreizen tijdens het oorlogvoeren. We zitten weer in Queenstown (home sweet home). Vandaag teruggekomen van een tripje naar de Milford Sound. Maar er is veel meer te melden.
De dag na aankomst in QTN bestond voornamelijk uit het altijd prettige niets doen, wat zoveel inhoudt als op een sarong op het gras aan het water in de zon liggen. In het geheel niet vervelend. Maar dat zou snel veranderen. Namelijk de eerstkomende nacht. We sliepen in een shared room, en wie een beetje de Engelse taal meester is, weet dat het hier gaat om een gedeelde kamer. Een van onze medeslapers was een ietwat omvangrijke dame (in letterlijke zin van het woord) van Zweedse afkomst. Ze had het idee opgepakt om eens enorm te gaan drinken in een van de vele kroegen van Queenstown. Na terugkomst (de tijd moeten we je schuldig blijven), besloot mevrouw ons in haar slaap te laten weten dat ze weer aanwezig was. Namelijk snurkend. Wat een enorm kabaal kwam er uit dat benevelde lichaam. Elle greep manmoedig in en probeerde door te porren de Zweedse om te laten draaien in de hoop de decibels wat terug te brengen. Dit zag er ongeveer uit alsof ze een dood dier herhaaldelijk een duw gaf om te kijken of er nog enig leven in zat. Het hielp niets.
Na deze bijzonder korte nacht, besloten we toch maar tot wat actie over te gaan. Door de Queenstown Hill te beklimmen. De Lonely Planet deed het af met een nice and comfortable walk, maar na enkele meters omhoog en een keer verkeerd gelopen te zijn, was dat comfortable er snel af. Maar het maakte alle moeite goed. Vanwege deze krachtinspanning lieten we ons 's avonds met de gondel naar een ander uitzichtpunt transporteren. Boven kon je een sprong wagen in het diepe (met elastiek) en nee, hier hebben wij niet aan deelgenomen. Het kijken bezorgde ook al de nodige kriebels in de onderbuik.
Om een betere nachtrust te garanderen, waren we intussen verhuisd naar een tweepersoonskamer. Van de Zweedse is nooit meer iets vernomen. Met de spierpijn nog voelbaar, stond de volgende ochtend een nieuwe uitdaging te wachten: de Routeburn track. Op het informatiebord was te lezen dat het twee tot drie uur lopen was naar de eerste hut. Deze track wordt normaal in drie dagen gelopen, waarbij vier hutten onderdak bieden voor de nacht. Dat betekent dus eten voor drie dagen en pannensetjes meesjouwen. Aangezien wij alleen onze daypacks bij ons hadden en de pas er stevig in hadden, bereikten we de eerste hut al na 1,5 uur. De route door de Routeburn-valley was al erg mooi en redelijk makkelijk te doen (volgens Michiel).
Eenmaal afgeslagen naar de tweede hut (op 1,5 uur van dat punt) ging het echter een stuk steiler omhoog. Dit tot hoorbaar ongenoegen van Elle. Opnieuw waren de uitzichten spectaculair. Via diverse swingbridges over snelstromende riviertjes kwamen we bij hut 2 aan. De lunch bracht dan ook weer wat energie in onze afgepijgerde lichaampjes. Maar we hadden het gehaald . De terugtocht verliep aanzienlijk makkelijker en omdat we zo snel gingen, hadden we nog even tijd om een fillumpie(2,1 MB) te maken. Eenmaal terug in de bus die ons om vijf uur oppikte, vielen de ogen snel dicht.
Na een heerlijk rustige nacht, zaten we de volgende ochtend opnieuw in een busje (nog nooit zoveel verschillende busjes van de binnenkant gezien), dit keer naar Te Anau. Een slaperig dorpje aan een meer met dezelfde naam. Ingecheckt en de dag op het strand doorgebracht. Er lag een roeibootje aan een van de kades, waarin Michiel wel geinteresseerd was. De plaatselijke watertaxichauffeur bleek de eigenaar en voor $10 peddelden we vrolijk een uurtje op Lake Te Anau. Het was duidelijk wie het zware werk moest doen. Elle bleek niet zoveel talent voor roeien te hebben, na een paar rondjes om onze as gedraaid te hebben.
Woensdag stond de trip naar Milford Sound op het programma. Te Anau bevindt zich in het Fiordland National Park, een gebied vol met fjorden, allemaal ontstaan door gletsjers uit de IJstijd. De Milford is de bekendste en best toegankelijke. Opnieuw was de busrit, naast bochtig, erg mooi, met een aantal stops op prachtige plekken. Een daarvan de The Chasm, een spectaculaire waterval. Na de busrit van 2,5 uur, kwamen we in de 'haven' van Milford. Daar had je meteen een geweldig uitzicht op Mitre's Peak, een van de steile bergen die uit het fjord herreizen. De tocht over het 400 meter (!) diepe fjord was minstens zo bijzonder. Helaas, het klinkt raar, regende het niet, waardoor de watervallen niet erg goed gevuld waren (het had al twee weken niet geregend). De tocht vlak langs de steile rotsen was erg indrukwekkend en een absolute aanrader voor de NZ-bezoeker.
Vandaag zijn we dus weer in Queenstown aangekomen. Dit keer als een tussenstop op weg naar Lake Tekapo. Michiel bezocht vandaag de plek waar voor het eerst een bungyjump werd gedaan, Kawarau Suspention bridge. Leuk om even gekeken te hebben, maar niet zo hilarisch als de terugweg. Uiteraard was de duim weer omhoog gegaan en na vijf minuten stopte een oud mannetje in een pick up truck. Hij had die dag fruit geplukt in de buurt en was op weg naar huis. Tijdens dit half uur durende ritje, maakte hij Michiel bekend met alle soorten vistechnieken die er zijn. "The trouts don't bite that worms anymore, put a goddamn frog on yer hook!". De man die thuis een echte wormfarm had hield maar niet op met praten in het bloedhete autootje van 'm. Helaas kon ik niet stiekem een foto van 'm maken. Goed, morgen dus naar Lake Tekapo. En de 23e terug naar Christchurch. We spreken je daar.
Queenstown, 14-03-2003. WOW. Deze drie letters zijn voldoende om onze geweldige gletsjerhike van afgelopen donderdag te omschrijven. Na een heerlijke Thaise maaltijd hier in Queenstown, zullen we even wat verder op de details ingaan.
Vanuit Greymouth zijn we afgelopen dinsdag in Franz Josef aangekomen. Een bergdorpje met als enige bestaansrecht de gelijknamige gletsjer. In een wat luidruchtig hostel hadden we een stapelbedje kunnen veroveren (wat niet meeviel, aangezien hier drie hostels staan en de animo erg groot is).
De dag nadat we aankwamen, zijn we naar het naburige dorpje genaamd Fox Glacier gegaan (je raadt het al, daar hebben ze ook een gletsjer). En natuurlijk op onze oude, vertrouwde manier: met de duim omhoog. De eerste de beste bestuurder die we aanspraken bij het enige pompstation in Franz nam ons mee. Het bleek een geemigreerde Duitser te zijn,die al 12 jaar in NZ woonde en er een motortourbedrijf runde. Het erg leuke verhaal hoe hij hier terecht was gekomen, kunnen we gezien het ruimtegebrek niet kwijt. Na een bochtig en mistig tochtje kwamen we aan in Fox, waar we na een koffietje, die niet snel genoeg gemaakt werd volgens Elle (15 minuten wachten op koffie!) zijn we op een rent-a-bike gesprongen om naar Lake Matheson te fietsen. De Lonely Planet beloofde er ons de view of all views, met andere woorden, het mooiste plaatje van Nieuw-Zeeland. Een wandeltocht van anderhalf uur door een quasi-regenwoud moest ons er brengen. Aangezien het nog aardig bewolkt was, moesten we wachten tot het perfecte shot daar was. Helaas was het meer wat onrustig, zodat de spiegeling waarom het meer bekend staat niet helemaal goed overkwam. Maar niet getreurd, het plaatje mag er wezen. 's Middags nog wat verder gefietst om een mooi zicht op de Fox-gletsjer te krijgen en na een biertje op een bankje weer richting Franz.
Donderdag stond in het teken van de full day gletsjerhike. We hadden van veel mensen gehoord dat de volledige dag meer de moeite waard was dan de halve dag, maar we zagen toch wel wat op tegen de acht uur die we op de gletsjer door zouden brengen. In ons hostel kwamen we een Tukkerse fietser die het hele eiland al rondgefietst had tegen die er behoorlijk uitgeput uitzag. De reden was inderdaad de volledige dag op de gletsjer.
Vol goede moed stonden we echter 's ochtends onze boots, sokken en icetalons, speciale 'spikes' voor onder je boots te passen. Een 2,5 km lang pad langs een rivier met smeltwater bracht ons aan de voet van de gletsjer. De groep van 50 man moest opgedeeld worden naar sterkte/fitheid. Groep laatst zou de zogenaamde 'National Geographic'-groep zijn die het rustig aan wilde doen, veel wilde vragen en veel fotograferen. De overigen zouden opnieuw verdeeld worden. De eerste groep was voor de cracks. Verstandig sloten wij ons aan bij de groep achter deze hyperactievelingen.
Gids Kevin nam ons een stukje mee het ijs op om onze talons aan te doen, waar Elle duidelijk wat moeite meehad, aangezien ze niet aan het opletten was toen Michiel model stond te wezen bij het aantrekken.
Het eerste stuk tot aan de morning tea en lunch was goed te doen (ondanks de 20 kilo die elke schoen wel leek te wegen). Na de lunch stelde Kevin voor om wat 'around te gaan playen', wat zoveel betekent als: laten we een spleet inlopen en kijken hoever we komen. Dit stuk werd al aanzienlijk spectaculairder met diepe groeven, bruggetjes en metershoge, lichtblauwe ijswanden. Een ongelooflijk ondoordringbaar terrein, met de meest bizarre vormen. Gelukkig had onze gids een stevige bijl meegenomen om de weg uit te hakken. Langzaamaan kwamen we hoger op de gletsjer. De nodige 'oohs' en 'aahs' waren dan ook al hoorbaar. Het absolute hoogtepunt was wel het kruipen door de prachtig gekleurde icecaves, waardoor je dus dwars door zo'n muur heenkruipt. Michiel die dus ietwat te lange benen had voor deze cave, bleef dan ook in een sierlijke pose 'hangen'. Elle had zich er handig doorheen gewrongen en stond Michiel vrolijk uit te lachen. Al met al een geweldige ervaring en vooralsnog het meest onvergetelijk (mooi woord) wat we gedaan hebben in NZ.
Helaas was het tegen half drie weer tijd om terug te gaan. Via een ietwat te lange omweg (we waren al aardig moe), kwamen we weer veilig beneden aan. De boots wogen inmiddels ongeveer 40 kilo per stuk. Maar we moesten ook nog die rivier afwandelen, terug naar de bushalte. Eenmaal in de bus, ging het licht dus ook redelijk uit. En toen we 's avonds aan een lekkere nacho-maaltijd zaten, zaten we er ook allebei redelijk doorheen, maar was het gevoel wel erg lekker.
Na een dagje relaxen, hebben we vanochtend de bus gepakt en 6 uur later aangekomen in Queenstown. Het mecca van de extreme sports (waaraan wij vooralsnog van de zijlijn aan gaan deelnemen, aangezien de prijzen even extreem zijn als de sporten zelf). De tocht was opnieuw erg mooi langs snelstromende rivieren, diepblauwe meren en spectaculaire rotsen en bergen. De komende dagen zullen we deze dan ook eens van dichtbij gaan bekijken.
Greymouth, 10-03-2003. Net voor onze bustrip naar de letterlijke hoogtepunten van dit land, namelijk de Franz Josef- en Foxgletsjer, nog even een verslag van de afgelopen dagen.
Het voorbije weekend hebben we doorgebracht in Greymouth. Klik op een van de landen in het eerste blok (onder 'welkom') om te zien waar we zitten. We namen vrijdag de bus van Motueka naar Greymouth. Een tocht van zes uur. Op de helft van de rit vond er een chauffeurswissel plaats. Omdat we achter de bestuurdersstoel zaten, raakten we al snel aan de praat met deze pittige tante. Ze bleek in Zaandam geboren te zijn en sprak nog een heel klein beetje Nederlands. Ze bracht ons met haar busje door het bergachtige binnenland van NZ. Een prachtige tocht langs de Buller-rivier die door een rotsachtig gebied stroomt. Het was dan ook niet gek dat om de zoveel meter een outdoor/extreme sportsbedrijfje gevestigd was. Ondanks dat het een erg vermoeiende rit was, hebben we wel erg veel van het mooie binnenland gezien. 's Avonds een gezonde Hollandse pot gekookt (met vitaminerijke broccoli). Michiel won met schaken.
De volgende ochtend besloten we naar de Pancake Rocks in Punakaiki te gaan. Een toeristische trekpleister op 50 km van het dorp. De georganiseerde tours kostten ongeveer 40 dollar, en na het tegenvallende en tevens dure Farewell Spit, krabden wij wijselijk achter onze oren. Dit gaan wij niet doen. Een coffeeshop in de buurt van het hostel verhuurde scooters, maar de eigenaars waren er niet zeker van of de tank groot genoeg was om op en neer naar de pannekoeken te gaan. Dus plan C uit de kast (dit is eerder succesvol gebleken): liften! We krabbelden het woordje P'KAIKI op een afgescheurde doos en gingen naar de dichtsbijzijnde Esso. We stonden amper tien minuten toen twee bejaarden stopten. C'mon, hop in. Ze bleken een camper in Puna te hebben staan, maar woonden gewoon in GMTH. Hoewel deze oudjes nogal moeilijk verstaanbaar waren, was het wel erg grappig om door hun meegenomen te worden. Hij wist ook nog prima het gaspedaal te vinden dus binnen een half uur waren we terplekke.
Bij de rocks kun je een pad volgen dat langs een aantal mooie plekken loopt. Het duurt ongeveer 20 minuten, maar levert wel een aantal mooie plaatjes op. De rosten worden door zogenaamde stylobedding (een geologisch proces waar we je niet mee gaan vermoeien). Door dit proces ontstaan ook zogenaamde blowholes. Gaten waardoor het water met grote kracht omhoog gespoten wordt. Erg spectaculair (okee, de foto valt wat tegen). Na de rocks hebben we nog een wandeltocht gedaan naar een afgelegen strandje waar je wel opgevreten werd door de sandflys.
Eenmaal terug in Punakaiki moesten we weer een rit terug regelen. Dus weer stift en karton ter hand genomen en vol goede moed aan de weg gaan staan. Een ietwat onguur type sprak ons aan en zou ons wel meenemen na het bekijken van de rocks. 'Gelukkig' was een vader (met kind) zo vriendelijk om zijn pickup uit te ruimen en ons mee te nemen. Dat ze echt goed van vertrouwen zijn hier, bleek wel toen aan de achterzijde van de bijrijdersstoel (dus recht voor Michiel's neus) een groot mes hing.
Voor het symbolische bedrag van 0 dollar waren we dus mooi een dagje weggeweest. Daar kan geen bustour tegenop. Terug in Greymouth even de MacDonalds ingedoken en 's avonds naar de kroeg. Er speelde een bandje en blijkbaar reden genoeg voor enkele locals om zich goed te bedrinken en ongegeneerd te gaan dansen. Erg leuk om te zien.
Met de kater ietwat voelbaar in het achterhoofd, zouden we de volgende ochtend een trip naar Franz Josef gaan doen. We hadden echter nog geen hostel geboekt, en toen we wat gingen rondbellen bleek alles vol. Daarom de rit maar een dag uitgesteld. Het was prima weer om naar het strand te gaan, dus snel bikini/zwembroek aangetrokken. Via het stadje, liepen (herhaling: liepen ) we naar het strand. Een flink eind, ondertussen nog een gipsy fairy bezocht, een marktje georganiseerd door zigeuners. Ondanks dat het strand voornamelijk uit stenen bestond, was het wel ontspannend. Zeker omdat we de enige aanwezige waren.
Nu onze werkweek weer is begonnen, hebben we onze spullen weer gepakt en gaan we zo met de bus naar Franz. Daar gaan we een aantal hikes doen, hopelijk ook OP de gletsjer. We zijn erg benieuwd en zullen de camera weer flink laten flisten.
Motueka, 06-03-2003. Terug in de bewoonde wereld die Motueka heet. Een tussenstop op weg naar de Westkust heeft ons hier gebracht en we hebben weer een moderne computer gevonden, met uploadmogelijkheden.
Zo'n vier dagen geleden hebben we het Abel Tasman Park bezocht (zoals beloofd in een vorig bericht). Om 5.50 stonden we al naast ons bedje in Nelson om naar het park te rijden. Eenmaal aangekomen wachtte een speedboat ons op voor een drop off bij een van de stranden in het park, genaamd Anchorage Bay. De bedoeling was dat we de 11,1 km terug zouden lopen naar het basiskamp. De tocht ging van mooi strandje over mooie heuveltjes en mooie paadjes. Onderweg kwamen we diverse packers tegen die al vier dagen aan het wandelen waren van hut naar hut (enkele eigenwijze Amerikanen gewoon op teenslippers). Onderweg hing aan een boom een tuinslang. Nieuwsgierig als we waren, volgden we deze route en kwamen we op een heerlijk rustig sandfly-vrij strand aan waar we wat aten en waar we even op een sarongetje de spieren lieten rusten.
Via de route en 3,5 uur later bereikten we het eindpunt van deze trip. Zo'n drie uur te vroeg aangezien we een bus van 17:30 zouden hebben. En we waren er al om 15:00 uur. Gelukkig was de Kiwi-chauffeur zo aardig om ons op de transfer van 15:30 mee te nemen. Volledig uitgeput en even hongerig stortten we ons op onze macaroni & cheese in het hostel.
De volgende dag wonderbaarlijk zonder spierpijn opgestaan (we beginnen het al te leren) en een tripje naar het strand van Nelson ondernomen. Aangezien het windkracht 8 was en het zand nogal los, waren we na vijf minuten volledig ondergezand (dit is een variatie op ondergesneeuwd). Zelfs het aanwezige helmgras kon dit niet voorkomen. Toch maar even een beschut plekje achter het strand opgezocht en hier heerlijk in de zon gelegen. 's Middags moesten we helaas alweer vertrekken uit het relaxte Nelson om naar het Noorden van het eiland te gaan. Via een overnachting in Takaka en wakker gemaakt te worden door irritante Duitse vrouwen met wel twintig plastic tasjes, gingen we op weg naar Collingwood. Nee, niet met de bus dit keer, Elle en Michiel besloten te gaan liften (sorry, Pa). Elle natuurlijk aan de weg, want je weet hoe het werkt met liften. Een lokale farmer zou ons wel tot de helft brengen (de totale afstand was 25 km). Toen hij ons eruit zetten stonden we dus aan een weg waar gemiddeld een auto per 10 minuten met 100 km/u voorbij kwam. Lees: voorbij kwam. Toen maar besloten om een stukje te lopen en de duim op te steken als er een auto passeerde. Dit was weinig succesvol. Twee uur later stonden we bij een uitzichtpunt op een berg (die we inderdaad ook bepakt en bezakt op moesten). Opeens verscheen een fel licht aan de horizon. Hemelse klanken maakten zich meester van ons. Er kwam een wit schijnsel op ons af. Achter het stuur van dit gevaarte zat een man ons aan te kijken met een vriendelijke glimlach. Het bleek een lokale visboer te zijn (lachuh!). Wij onze spullen achterin de bak gedropt tussen de vis (op -6 C) en al hobbelend richting Collingwood. Je had ons moeten zien zitten. Een paar adresjes verder, waar onze held wat bestellingen moest afleveren, waren we bij het hostel.
Eenmaal aangekomen kregen we de sleutels van onze superdeluxe caravan, die bestond uit een paar roestige platen en een bed. Aangezien dit hostel in de middle-of-nowhere lag, moesten we terug naar C'wood voor wat bood- schappen. De beschikbare mountainbikes bevonden zich in dezelfde staat als onze caravan, maar hielden het wel tot aan het dorp. Met fikse tegenwind legden we de 15 kilometer af door een aangenaam landschap .
De volgende dag konden we gelukkig in het hostel slapen. Echt het beste wat we tot nu toe hebben gezien: een landhuis, tegen een berg, bijna aan zee, met een prachtige tuin, BBQ en twee badkuipen die dienden als hot tub. Het mooiste was het toilet. In een houten huisje was een plank gemaakt met het welbekende gat erin. Je zat dus op een composthoop de zaakjes naar beneden te laten. Niet doorspoelen, een handvol houtsnippers voldeed (helaas geen foto's). De stank was natuurlijk niet te harden, maar ecologisch verantwoord was het wel.
's Middags bezochten we Farewell Spitt. Een 25 km lange landtong met zandduiden en veel vogels. Het was dan ook opvallend grijs in onze 4WD-bus die ons over het zand vervoerde. Het mooist waren eigenlijk Parell Point en Cape Farewell waar lang geleden onze vriend Cook het eiland verliet. De rest van de trip was vooral vogels kijken en niet zo interessant, op een paar duinen en wat rosten met mosselen en fossielen na dan. Elle won met Mastermind.
De volgende ochtend vertrokken we weer richting het zuiden om vanuit Motueka (waar we nu zijn) naar de West-kust af te reizen voor de Pancake-rocks, de befaamde gletsjers en de Milford-sound. Tot dan.
Nelson, 28-02-2003. Daar zijn we weer. Erg bedankt voor alle reacties in ons gastenboek. Helaas kunnen we niet op iedere reactie reageren, dan zouden we ongeveer de hele dag in het internetcafe doorbrengen. De eerste foto's zijn ontwikkeld (zie tekst). We zijn inmiddels in het noordelijk gelegen Nelson aangekomen. Maar eerst nog even een paar daagjes terug.
Zoals gezegd zijn we in Hanmer Springs in de heetwaterbronnen gesprongen. Deze worden gevoed met heet water uit de grond (natuurlijk verantwoord dus) en stonken een uur in de wind, gezien het zwavelgehalte. Wel erg apart om met regen op je kop in de open lucht in een badje van 40+ te zitten.
Na een korte ochtendwandeling naar een mooi uitzichtpunt, zijn we vertrokken naar Kaikoura (aan de Oost-kust). Het plaatsje staat bekend om het whalewatching, dus dat moesten wij ook maar eens gaan doen. Toen we op woensdag wilden gaan was het te winderig en de zee was te wild om uit te varen, dus moesten we het opschuiven naar donderdag.
Daarom maar een moutainbiketocht gedaan naar een ander panoramapunt. De zeehonden wandelden er voor je neus in de oceaan. Was wel bizar normaal zie je die beesten in het dolfinarium en niet voor je neus in de zee! 's Avonds een lekkere pizza in de oven gegooid in ons best wel relaxte hostel en een beetje zitten ouwehoeren met collega-packers. Elle won met Scrabble.
De volgende ochtend ging om 7.00 uur de wekker. Nu zou het dan toch gebeuren? Anderhalf uur later gingen we met 80 km/u uit de haven op weg naar de eerste walvis. Tot dan toe alles rustig, hoewel de deining al aardig voelbaar werd in onze gevoelige maagjes. Op het moment dat de boot stilviel werd het Elle een beetje teveel. Langzaam trok het pigment uit het gezicht en werden de eerste zakjes tevoorschijn gehaald. Michiel schoot ondertussen vrolijk wat plaatjes van de inmiddels bovengedreven walvissen. Na twee zakjes gevuld te hebben en de ietwat rustiger geworden zee, kwam de kleur in Elle's gezicht weer wat terug. De rest van de tocht was echt supermooi, in totaal drie walvissen gezien. We hadden verwacht dat ze wat groter waren, maar dat mocht de pret niet drukken. Op de terugweg nog een aantal dusky dolphins, albatrossen en zeehonden aan het bijkomen van hun lunch, gezien.
Later op de middag pakten we onze spullen alweer voor een busrit naar Nelson, waar we nu zijn aangekomen. Een relaxt surf-achtig dorpje, waar de meeste zonuren van NZ gehaald worden (alright!). We gaan zometeen (voor het eerst) eens lekker op het strand liggen, een beetje ons pigment op peil brengen, en ontspannen in deze zware tijden. Just off the record: We hebben geen blaren, we zijn niet verbrand, het is gemiddeld 21 graden, we hebben geen rare beesten gezien, dus ook niet gestoken. En we houden nog steeds van elkaar.... niets om over te zeuren, alleen genieten!
Na het Abel Tasman-park, dat we over een paar dagen zullen bezoeken en volgens velen een van de mooiste stukjes van het land is, zullen we jullie weer op de hoogte houden.
Hanmer Springs, 23-02-2003. Jawel, we hebben het gered. Na 25,5 uur in het vliegtuig, met Christina Aguilera on board zijn we gearriveerd in Nieuw-Zeeland.
Met een zware backpack zijn we in Christchurch op zoek gegaan naar een hostel. Alles bleek vol. Dan maar naar een lodge. Bij navraag bij een van de motels werden we gestuurd naar een bevriende collega voor 122 dollar! Dit was wel ongeveer de enige vrije kamer in heel Christchurch (op het station na). En een douche na al die vlieguren was ook niet onprettig. Vandaar dat we besloten om de volgende dag (vandaag dus) te vertrekken. We zitten nu in een schattig, klein dorpje , in een hostel bij een nog schattiger familietje. De natuur begint nu al aardig mooi te worden, beetje a la Amerika (Yosemite Park-style). Het dorpje staat bekend om zijn heetwaterbronnen, dus daar duiken we morgen zeker even in. Dinsdag reizen we door naar Kaikoura voor wat walvissenspotting. We houden jullie op de hoogte. En iedereen bedankt voor de felicitaties en de lieve brieven/mailtjes enzovoorts.
|