Reisverhalen van Elle en Michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en Michiel

Op deze site vind je alle reisverhalen en foto's van Elle Lepelaars en Michiel. Zij reisden in 2003 en 2006 door respectievelijk Nieuw-Zeeland, Australië, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesië en West-Australië.
Reisverhalen en foto's van Elle Lepelaars en Michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en Michiel

• Edith en Olle in ZO Azie
• Volg Jan en Sanne
• Tijn & Lynn
• Wereldreis(je) van Sander en Bianca
• Tobias in Zimbabwe
• Rosie en Luke
• Waar zijn Rik en Juud nou?
• Dave Around the World
• Stichting Peduli Anak
• BlessedShots
• Schilderijen van Elle

Reisverhalen van Elle en Michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en Michiel

Reisverhalen van Elle en Michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en Michiel
Reisverhalen van Elle en Michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en Michiel
Reisverhalen van Elle en Michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en Michiel
Reisverhalen van Elle en Michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en Michiel
Reisverhalen van Elle en Michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en Michiel

Reisverhalen van Elle en Michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en Michiel

Reisverhalen van Elle en Michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en Michiel
Reisverhalen van Elle en Michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en Michiel

Goodbye Vietnam!

Saigon, 23-04-06 - Om 12:50 stipt verlaten we morgen het mooie Vietnam. We hebben genoten van het spectaculaire Noorden, de relaxte stranden in het midden en de geweldige cultuur en indrukwekkende historie van het Zuiden. Kruipend en cruisend namen we afscheid.

Plannen is een niet te onderschatten onderdeel van reizen. We kwamen van Dalat, zouden ons visum voor Indonesie in een dag regelen en dan nog een paar dagen op de stranden van Mui Ne doorbrengen. Niet dus. We kwamen dinsdagmiddag om 16:00 uur aan in Ho Chi Minh City (HCMC), oftewel Saigon. Helaas bleek de Indonesische ambassade precies op die tijd te sluiten (ambtenaren!), dus moesten we de volgende ochtend terug. Om 9:00 uur stonden we aan de poort, en na een hoop formaliteiten (en een wandeling naar de Nederlandse ambassade een straat verderop), zouden we onze paspoorten en visa op kunnen komen halen op vrijdag. Hmm, dat was dus net te kortdag om nog naar Mui Ne op en neer te rijden, dus een nieuw plan bedacht. 60 kilometer buiten HCMC bevinden zich de tunnels van Cu Chi. Deze tunnels (ook bekend van Tour of Duty) werden door de Vietcong gebruikt om de vijand te verrassen en diep in Amerikaans/Zuid-Vietnamees grondgebied te infiltreren. In totaal waren de tunnels ongeveer 200 km lang, en huisveste onder andere keukens, vergaderzalen, een ziekenhuis en woningen verspreid over verschillende etages (de diepste maar liefst 10 meter diep!). Dus met een minibus erheen en eerst een docu en uitleg gekregen over het gebruik en de bouw van de tunnels.

De weg naar de tunnels leidde door een rubberplantage langs verschillende vallen die geplaatst waren door de VC. Via een shooting range waar je zelf met M16's en AK47's kon schieten (niet gedaan), kwamen we dan bij de tunnels zelf uit. Uhm, hebben we nog een zaklamp nodig. Nee hoor, er is genoeg licht, aldus onze gids. En tussen haakjes, het is niet geschikt voor mensen met hartklachten en hoge bloeddruk. Na enkele meters zag je al geen hand voor ogen meer. Dat was nog niet het ergste, het was er bloedheet en niet hoger dan 1.20m. Op handen en voeten baanden we ons - hevig transpirerend - zo goed en zo kwaad als het kon naar de eerste exit. Want als je er eenmaal in zat, kon je niet meer terug. Onze held voorop, maar na en paar meter wist ze niet hoe snel ze eruit moest komen, Michiel probeerde met behulp van Elle's stem het einde te vinden. Na die paar meter ploeteren was het wel duidelijk dat het leven voor de VC er alles behalve makkelijk geweest moest zijn. De route boven de grond leidde via de ziekenboeg en de vergaderzaal naar de keuken voor een afsluitend kopje thee en een soort wortel die de VC vroeger ook aten bij gebrek aan voedsel.

De volgende dag wat door HCMC gewandeld langs de Vietnamese versie van de Notre Dame, het War Remnants museum waar een interessante maar schokkende fototentoonstelling van de oorlog te zien was, het oude stadhuis en een afsluitend drankje op de negende etage van het Caravelle-hotel. Mooi uitzicht, wel een beetje duur biertje voor $4,50, vergeleken met de normale 60 cent voor een 650ml fles!

We wilden het weekend niet spenderen in het veel te warme en vooral chaotische Saigon, waar de 3 miljoen (!) brommers volledig ongecontroleerd door elkaar scheuren. Dus besloten we een tour te boeken naar de Mekong Delta. Met een volgeladen, veel te krap busje kwamen we de volgende ochtend aan in My Tho, de opstapplek voor de boottour. De groep was ons eigenlijk al wat te groot, de enorm flauwe (vast altijd dezelfde) grappen van de tourguide, hielpen ook niet echt. Toen we op de uitgedeelde plattegrond van het gebied keken, stond er ook nog doodleuk "tourist spot 1" tot en met "tourist spot 4". Dit zou vast geen spontaan, avontuurlijke trip worden. En inderdaad, bij de caramelmakerij (wel erg lekker spul!), de bijenboerderij, was het bevel: stap hier uit, loop zo en zo, kijk daar en daar en maak die foto. Slang om je nek, fotootje. En toen we ook nog bij een restaurant waar ze volledig op de automatische piloot 'traditional Vietnamese music' gingen spelen, besloten we zo'n georganiseerde tour nooit meer te doen. Helaas zijn dit soort plekken zo goed als onmogelijk op eigen gelegenheid te doen. Erg jammer, want de omgeving was zeker de moeite waard.

Na de lunch gingen we met twaalven verder (de andere 10 gingen terug naar Saigon) richting Can Tho. Het bleek dat wij de enige twee waren die een homestay geregeld hadden, de rest sliep in een hotel. Dus bij aankomst in het dorp stond een vriendelijke meneer op ons te wachten en bracht ons met zijn boot (en vrouw) naar zijn eigen huis. Daar werden we door zijn kinderen, broers, neven en nichten hartelijk ontvangen en na een uurtje praten konden we al aanschuiven voor het avondeten. Een verrukkelijke vissoep, in soja gemarineerde vis, groenten en rijst. En als toetje een glaasje rijstwijn met een overtuigend alchoholpercentage. 's Avonds nog een wandeling gemaakt door de nauwe, bevuilde straatjes van het visserdorpje, om 21:30 ging het licht uit.

Het huis was in feite niet meer dan een verelde garage met golfplaten dak, een simpele keuken en een piepkleine slaapkamer voor de familie. Maar met matras en klamboe waren we koning te rijk. Totdat 's ochtends om 5:45 onze vriend alweer fris en fruitig klaar stond voor de nieuwe dag. En wij iets minder. Na een koffie bij de buren, waar de kinderen ons angstig bekeken (omdat ze volgens onze pappie nog nooit een Westerling hadden gezien) en een baguette met ei, kwamen we weer enigszins op gang. We namen afscheid van onze tijdelijke pappie en mammie, broertjes en zusjes, want de volgende bestemming op de tour was de floating market. Een ongeorganiseerd geheel van bootjes met allerlei soorten lading. Erg interessant om te zien hoe deze mensen proberen een in hun levensonderhoud te voorzien. "Tourist site 6, 7 en 8" waren achtereenvolgens de rijstpapiermakerij, de rijstfabriek en de bonsai-tuin (met een aantal aapjes in veel te kleine kooien) en na de lunch vetrokken we weer in de richting van HCMC.

Morgenmiddag zitten we op vlucht TR329 naar Singapore en VF505 naar Jakarta, om in de avond op Java aan te komen. Dus voor nu 'tam biet' oftewel tot ziens!


Zweten

Dalat, 17-04-06 - Het leven in Nha Trang is ongecompliceerd: je hebt zon en je hebt strand. En van die combinatie hebben we de afgelopen dagen flink gebruik gemaakt. Om ons daarna in het zweet te werken in Dalat.

Na weer bijna een recordtijd aan bus (12 uur) kwamen we in het donker aan in Nha Trang. Niet getreurd want dankzij de alom aanwezige neon-verlichting vonden we zo een hotel. Het stadje doet wel heel erg denken aan de Spaanse costa's, maar dat namen we op de koop toe.

Op dag 1 verwenden we onszelf met een heerlijk strandbedje, een parasol en een goed boek. Wat heb je nog meer nodig?

Nha Trang staat ook bekend om de vele eilandjes die in de buurt liggen. De trips die aangeboden werden in het stadje, konden echter allemaal onder de titel 'boozcruise' geschaard worden, maar wij hadden meer zin in een relaxed dagje op de boot en op de eilandjes, en niet met 45 man en een drijvende disco (ok, we geven het toe, we worden oud). Dus met de taxi naar het haventje een paar kilometer verderop en geprobeerd een lokale schipper over te halen ons wat rond te varen. We ontmoetten twee Zwitserse meiden met hetzelfde idee en met z'n vieren konden we mooi de kosten delen.

De status van zonnen

Europeanen laten met hun gebronsde huid graag zien dat ze zich regelmatig een verre vakantie kunnen veroorloven. Dat zul je Vietnamesen niet zien doen. Integendeel, zij zorgen er koste wat kost voor om het zonlicht te weren. Mensen die veel in de zon werken, pakken zich volledig in, zetten de bekende conical hats op en bedekken bijna volledig hun gezicht op een minimale doorkijk na. Er zijn zelfs 'vingerhandschoenen' voor voeten verkrijgbaar om toch nog op slippers te kunnen lopen. Niet omdat ze bang zijn voor de schadelijk UV-stralen, alleen om hun status als landarbeider of strandverkoper te verhullen. In kantoor schijnt nou eenmaal niet de zon. En wie toch een kleurtje heeft opgelopen, kan altijd nog witmakende makeup of dagcreme (with extra whitening!) gebruiken, om toch maar zo wit mogelijk te blijven.


Voor 15 dollar (voor de boot) konden we een hele dag tussen de eilandjes varen, snorkelen en relaxen op de strandjes. Na een paar keer stoppen en genieten van de geweldige onderwaterwereld, bracht de schipper ons naar een vissersdorpje. Voor een van de restaurantjes hadden ze in zee netten gespannen van waaruit je de vis kon kiezen die je het lekkerst leek. Van inktvis tot zalm en kreeft, verser kon je het niet krijgen. Maar door de ietwat hoge prijs, namen we toch maar een gewoon wit visje die ook erg goed was. 's Middags naar het laatste eiland om nog even op het strand te liggen en tegen vijf uur stonden we weer aan wal. 's Avonds met de twee meiden een hapje gegeten, toen naast ons een Eindhovens stel kwam zitten (hij al 36 jaar journalist bij het ED). En zoals Jan maar bleef zeggen, het was "keigezellig".

De volgende dag per mountainbike nog de oude Cham-torens van Nha Trang en een mooie foto-expositie van Long Thanh (http://www.elephantguide.com/photographer/longthanh.htm) met prachtige zwart-wit foto's van het dagelijks leven in Vietnam. We eindigden de dag waar we ons verblijf in Nha Trang mee begonnen; op het strand. Zes busuren later arriveerden we de volgende middag in Dalat. Een grappig dorpje in de Central Highlands van Vietnam, ook wel "Little Paris" genoemd. Inderdaad, er staat hier ook een (replica) Eiffeltoren. 's Middags naar het 'Crazy House' gewandeld. Moeilijk te omschrijven wat het is. Een gallerie, hotel, woonhuis, kunstwerk. De eigenaresse is de dochter van de president na Ho Chi Minh en heeft 14 jaar aan de Kunstacademie van Moskou gestudeerd. Het complex bestaat uit de meest bizarre vormen (Gaudi goes Efteling), deze dame heeft vermoedelijk wat teveel aan de LSD gezeten.

Omdat de omgeving van Dalat ook zeer de moeite waard is, besloten we de volgende dag een mountainbike te huren om naar de Tiger watervallen te fietsen (14km). Dat we in de bergen waren, ondervonden we al na een paar kilometer, het ging aardig steil bergop. Zo steil dat we sommigen stukken toch echt moesten lopen. Gelukkig konden we op dit lage tempo beter genieten van de uitzichten. Want eenmaal boven moest er op 'het grote blad' geschakeld worden om met een noodgang naar beneden te denderen. In een van de dorpjes die we passeerden stuitten we min of meer per ongeluk op een rijkelijk versierde pagoda met uitkijktoren. We namen de afslag naar de watervallen, en vanaf daar ging het tegen de dubbele procenten alleen maar naar beneden, dus vol in de remmen vrezend voor de weg terug. De waterval zelf was wel aardig, maar niet echt bijzonder.

Eenmaal terug bij de fietsen probeerden we een jeep te regelen die ons terug zou brengen naar de hoofdweg, maar helaas was er geen chauffeur te vinden. Dus met de fiets aan de hand en met enige vorm van tegenzin de tocht naar boven begonnen. Michiel probeerde sommige stukjes nog te fietsen (in de allerlaagste versnelling) maar dit was echt ondoenlijk. Dus afstappen en een paar minuten lopen en weer even rusten. Hoe meer haarspeldbochten hoe meer de verzuring voelbaar was in de benen. Maar na 30 minuten ploeteren (er is geen beter woord om dit te omschrijven) kwamen we volledig bezweet boven. We waren er nog niet, want we moesten nog eens 14 kilometer terug naar Dalat, waarvan de eerste 8 weer vrijwel alleen maar bergopwaarts was. We moesten wel een beetje doortrappen, de lucht begon aardig donker te worden, en we zaten niet echt te wachten op onweer. Gelukkig hielden we het (net) droog en kwamen we afgepeigerd aan in Dalat. Vandaag de spieren de nodige rust gegeven en wat rondgewandeld over de plaatselijke markt en twee heerlijk grote hangmatten gescoord voor het luttele bedrag van 4 euro. Morgen vetrekken we naar Ho Chi Minh City (Saigon) om ons visum voor Indonesie te regelen. Dan hopen we later nog wat dagen in Mui Ne op het strand door te kunnen brengen.

Maar dan anders

Hoi An, 10-04-06 - Qua letters lijkt Hoi An veel op Hanoi. Qua gevoel totaal niet. Na de hectiek van de stad zitten we nu in de rust van een klein, schilderachtig dorpje.

Terug in Hanoi gingen we op zoek naar een tour naar Halong Bay. Het is toch allemaal same, same dus na een paar touroperators hadden we een keuze gemaakt. Twee dagen, dus een nacht op de boot slapen. De rest van de dag wat noodzakelijke dingen gedaan, zoals een vliegticket boeken naar Danang. De bus pikte ons rond 8 uur op en na een rit van 3 uur kwamen we in Halong City aan. Er bekroop ons nogal een Disneyland-gevoel, aangezien de honderden toeristen als makke schapen achter de tourguides aan wandelden. Net als wij. Eenmaal aan boord konden we meteen aanschuiven voor een lunch. We hadden bewust gekozen voor een kleine groep, dus zaten we met dertien man aan boord. Maar liefst acht ervan waren Nederlanders! Dat hadden we nog niet meegemaakt. Eenmaal uit de haven, doemden de spectaculaire rotsformaties al op. Helaas was het niet zonning, maar dat maakte de omgeving niet minder indrukwekkend.

Zo kabbelden we uurtjes verder, richting een van de grootste grotten van de immense baai. De verschillende hallen hadden ze ook nog eens fantastisch verlicht, waardoor het leek alsof je door een enorm filmdecor liep. Bijna te mooi om waar te zijn. Na 40 minuten (!) door de grot gewandeld te hebben, stapten we weer aan boord om uiteindelijk bij een van de eilanden voor anker te gaan, om te dineren en onder het genot van een echte fles rode wijn (wel Vietnamese dan, maar helemaal niet verkeerd) de nacht over de baai te zien vallen. Weer een bijzondere plek erbij waar we de nacht door gebracht hebben.

's Nachts bleek overigens dat we niet de enige passagiers waren, tussen de dunne muurtjes werd naar hartelust geknaagd door muizen (in het beste geval). 's Ochtends was het jammer genoeg nog steeds grijs, maar opnieuw vaarden we tussen de geweldige rotsformaties. Helaas moesten we weer terug naar de haven. Nog even geluncht op het vaste land en tegen de avond stonden we weer in de hectiek van het 'Old Quarter' van Hanoi.

Net voordat we op het vliegtuig stapten naar Danang, bezochten we het Ho Chi Minh mausoleum (voor de derde keer). Het verschil was dat het nu wel open was. Dus aangesloten bij de lange rij van wachtenden (na wat security checks). Gelukkig schoot de rij snel op, dus na een kwartiertje zagen we de beste man opgebaard liggen in het hart van het mausoleum. Bijzonder om de 'held van Vietnam' te zien liggen onder het flauwe oranje licht. Helaas maanden de bewakers ons door te lopen, dus de ontmoeting was kort, maar krachtig. En dezelfde middag stonden we alweer op een echt vliegveld, om de vlucht naar Danang te halen. Tientje duurder dan de trein, dus dat was geen moeilijke keuze.

Na een uurtje landden we in Danang en lieten we ons per taxi naar China Beach rijden. Het strand waar de Amerikanen vroeger een dagje uit mochten rusten, voordat ze weer de jungle in gestuurd werden. Dat voorbeeld volgden we maar, dus dat betekende twee dagen niksen en een beetje door Danang fietsen. 's Middags aangeschoven bij een van de vele seafood restaurantjes voor een overheerlijke krab. Om je vingers bij af te likken.

Na twee dagen hadden we het wel gezien en pakten we de bus naar Hoi An, een dorpje wat geen Amerikaanse bom heeft kunnen vinden, waardoor het historische karakter behouden is gebleven. Met andere woorden: kleurrijke, schattige huisjes, nauwe straatjes en vele historische tempels. Vraag maar aan de mannen van Unesco. Hoi An is ook het shopping walhalla van Vietnam. Het kleine dorpje zit absoluut stampvol met kleermakerwinkels. Nog geen 2 uur in het dorp en we zaten al fanatiek door de magazines te bladeren waaruit de kleermakers werkelijk alles kunnen kopieren. Voor een fractie van de officiele prijs natuurlijk. En de eerste bestellingen werden spoedig genoteerd. We gingen ervan uit dat het wel een paar dagen zou duren, voordat een pak klaar zou zijn. "You come back tonight", was echter het antwoord op de vraag wanneer we konden passen. Hier de bestellijst: Elle; 2 pakken, 1 winterjas (meneer Armani, bedankt voor de inspiratie), 2 blousen, 1 paar slippers. Michiel: 1 pak, 1 blouse, 1 winterjas. En omdat Elle een van de tailors (Hoi An Cloth Shop, 154 Tran Phu Str.) had aangeraden aan medereizigers, en die dezelfde middag een bestelling hadden geplaatst (!), mocht ze een gratis top uitkiezen. Ook die werd, net als de rest van de kleding, perfect op maat gemaakt, naar het design en met de stof die je wilde. De glundering op Elle's gezicht was tot in Danang zichtbaar. Enkele uren later lag er een 8 kilo zware doos op het postkantoor met bestemming Nederland.

Oh ja, cultuur, dat is ook belangrijk. Dus vanochtend om 5 uur (om de busladingen te ontwijken) naar My Son gegaan. Helaas haalde de zonsopgang ons in, dus waren we al bij vol daglicht bij de tempels. Helaas konden ze niet tippen aan het Angkor-spektakel, maar doordat de Cham (googelen maar) tempels in een mooi, groen dal lagen, en er verder bijna niemand was, was het toch een aangenaam plaatje.

Morgen gaan we weer een dag in de bus zitten, op weg naar Nha Trang voor het betere strandleven.


Groothoekland

Hanoi, 02-04-06 - Terug in oorverdovend Hanoi na een uitstapje op niveau in het berggebied rond Sapa. Rivier ontmoet berg ontmoet rijstveld ontmoet bergstam. Er kan weer naar hartelust gefotostitched worden.

Zoals beloofd zouden we de tweede dag in Hanoi besteden aan sightseeing. Dus twee fietsen gehuurd en door Hanoi. De eerste stop was het Ho Chi Minh Mausoleum, waar meneer Ho himself opgebaard ligt. Het plein deed erg Sovjet aan, niet vreemd met de communistische geschiedenis van Vietnam. Helaas was de tombe en het museum gesloten, dus konden we HCM niet in 'levende lijve' zien. Daarna op de fiets verder door de stad. Via een van de vele meren in de stad naar het Opera House. Niet zo spectaculair als de Sydney-versie, maar wel de moeite waard om even voor om te fietsen. De laatste stop was een van de ontelbare eettentjes aan de straat. Jawel, daar kun je wel gewoon eten, en nee, daar krijg je geen diarree of andere interne ellende van. En het kost nog geen drol ook; 75 cent voor een bord vol echte Vietnamese loempia's, om precies te zijn, inclusief noodles, salade en een dipsaus. Te lekker!

Om 5 uur 's ochtends ging de volgende dag de wekker omdat we de trein naar Sapa moesten halen. Ze hadden ons bij het treinstation wijsgemaakt dat er alleen nog maar hard seats beschikbaar waren, dus hadden we die tickets gekocht. Maar na een uur waren onze kontjes ook van hout (net als de banken). Michiel besloot de trein te gaan verkennen of er daadwerkelijk geen soft seats waren. Maar een wagon verderop zag hij vele lege, lekker zachte stoelen. Dus de onwetende toerist uitgehangen en op dezelfde plekken (nr 3 en 4) in de softseatwagon gaan zitten. Gelukkig hadden we snel vrienden gemaakt met de conducteurs dus konden we blijven zitten. Na 11 uur aangekomen in het koude, mistige Sapa.

Dus het laagjes-principe toegepast: T-shirt, longsleeve, fleecetrui (meervoud voor Elle). Even het spookachtig ogende dorpje verkend waar we overvallen werden door vrouwen en kinderen uit de bergdorpen, die zelfgemaakte tassen, armbanden en kleding verkochten. Ook even de weergoden gebeld voor opklaringen. Helaas, de volgende ochtend keken we van ons balkon tegen dezelfde grijze massa aan. Er zijn vele dorpjes met bergstammen rond Sapa, dus toch maar eentje bezocht. Aan het eind van de dag nog een keer gebeld.

's Nachts werden we gewekt door een indrukwekkende onweersbui, die (net als in de film) om de tien seconden een flinke flits veroorzaakte. Dat gaf hoop op een weersomslag. En ja, 's ochtends hadden we eindelijk zicht! Dus een brommer gehuurd en de bergen ingereden. Via de hoogste pas van Vietnam, reden we door een spectaculair berglandschap, waar de watervallen hard naar beneden donderden. De uitzichten waren weer erg aangenaam.

Voor de volgende dag stond een tweedaagse trektocht op het programma. We werden met drie Duitse dames en een gids gedropt bij een bergdorpje om vervolgens door de vallei naar onze slaapplaats te lopen. De tocht van vijf uur ging letterlijk door de rijstvelden, waar het soms lastig was je evenwicht te bewaren op de smalle dammetjes die erg glibberig waren. Maar met hulp van de bewoners van de bergdorpen, wisten we onze voeten droog te houden. Na een uur glibberen en een lunch hadden we het eerste zicht op ons tijdelijk onderkomen: het dorpje Ban Ho. Gelukkig was er ook tijd voor ontspanning (na het vele zweten). Een potje hackeysack, op een wel heel bijzondere locatie. Na nog een uur afdalen, kwamen we aan in onze homestay, waar onze gastheren en -vrouwen een heerlijke avondmaaltijd voor ons hadden gekookt. Na een potje toepen met de Duitse dames, vielen onze ogen snel dicht.

Gewekt met pannenkoeken en aanmaakkoffie, ging de tocht verder. Maar dan omhoog naar de Red Zao-village (een van de etnische minderheden die in de vallei leven). Grappig om te zien hoe die mensen volledig zelfonderhoudend leven, maar wel een schotel op het rieten dak hebben staan om de Champions League te volgen. Helaas moesten we toen alweer terug richting Sapa. De hele wandeling terug ging tegen een procent of 25 omhoog. Met andere woorden, anderhalf uur traplopen. Dit had de bekende scheldkannonade uit Elle's mond tot gevolg, eenmaal boven was de opluchting groot. We reden met een Russische jeep terug naar Sapa. Na een verfrissende douche en een snelle avondhap zaten we alweer in de bus naar het treinstation om de nachttrein naar Hanoi te pakken. Tot onze eigen verbazing werden we door onze conducteur naar een privecoupe geleid, waar de rest van de wagon uit coupes met vier bedden bestond. Om half zes kwamen we toch enigszins vermoeid aan in Hanoi, dus vandaag heel rustig rondgewandeld door de stad en veel dingen geregeld, zoals een trip naar Halong Bay, die morgen op het programma staat.

Michiel moest intussen ook weer naar de kapper, dus een willekeurige kapsalon binnengelopen en met een 'scheerapparaat-over-het-hoofd gebaar' een prijs afgesproken. Michiel ging zitten en in plaats van een scheerapparaat kwam er een shampoofles tevoorschijn. Oke, eerst haren wassen. Vervolgens mocht hij op een bed gaan liggen, waar heel zijn hoofd gewassen werd. Met name de vingers van de dame diep in de oren, was een hele bijzondere ervaring. Ondertussen begon Michiel zich af te vragen, wanneer ze zijn haar zou scheren. Maar de dame was al bezig zijn hoofd, nek en rug te masseren. Na ruim een half uur stopte ze, dus Michiel ging eindelijk in de kappersstoel zitten. Toen hij naar de tondeuse wees, knikte de dame nietsvermoedend nee. Haar collega had door waar het verkeerd gegaan was, dus barstte in lachen uit, net als wij. Dus met al zijn haren nog vertrok Michiel. Gelukkig snapte een kapper een paar straten verder wel dat er toch echt geschoren moest worden.

Vietnametiquette

Waar de West-Europese etiquette inmiddels is doorgedrongen tot alle lagen van de bevolking, is Vietnam nog terra incognita voor beschaafde omgangsvormen. Spugen is hiervan een van de meest pregnante uitingsvormen. Waar je ook bent, overal hoor je luidruchtig gerochel, neuzen die met grof geweld geleegd worden, en zie je de fluimen rondvliegen. De landingsplek kan overal zijn: het gangpad van een bus of trein is geen uitzondering. Ook het roken is in het openbaar vervoer de normaalste zaak van de wereld.

Ook de sanitaire hygiene laat nogal te wensen over in Vietnam. In tegenstelling tot landen als Cambodja en Laos tref je hier de meest weerzinwekkende toiletten aan. Het beste voorbeeld was een toilet langs Highway 1. Het Franse toilet (ook wel startblokken genoemd) was volledig gevuld met menselijke uitwerpselen. Zo vol dat er zelfs een kleine berg was ontstaan. En geen Vietnamees die er naar omkeek.

Woensdag vliegen we (ja, ja, meer luxe) naar Danang. En dan hier nog een grappige foto die verder niet in het verhaal past: klik.


Goodmorning Vietnam!

Hanoi, 26-03-06 - Na 13 + 7 = 20 uur bussen, vele schietgebedjes en een paar pakken koekjes zijn we eindelijk in de hoofdstad van Vietnam: Hanoi. Eerst even een stukje terug. .

Vanuit Luang Prabang zijn we na 8 uur in een lokale bus zonder enkele vorm van beenruimte aangekomen in Phonsavan. We besloten toch maar deze grensovergang te nemen, aangezien de andere (iets noordelijker) twaalf uur in een songthaew, plus overnachting in die songthaew, zou betekenen. Oke, avontuur is leuk, maar je kunt ook overdrijven. We hadden wat dagen over voordat we de grens over konden, dus die konden we spenderen in Phonsavan. Tenminste als er wat leuks te doen was in Phonsavan. De enige toeristische trekpleister (die heel slecht plakt) is de Plain of Jars.

Na een dag in bed met kabel-TV (hulde aan Star Movies) doorgebracht te hebben, werd het tijd om de plain te gaan bekijken. Het bestaat uit een drietal sites waar grote potten in grote velden liggen. En meer is het niet. Er is geen spannend verhaal, geen grote mythe, ze weten eigenlijk niet eens hoe lang die dingen er liggen. De magic was er na een site eigenlijk al vanaf. Maar goed, we hadden toch niks te doen, het weer was goed en de omgeving aardig om te zien. Met name de vele bomkraters die de Amerikanen er als souvenir achterlieten, waren wel bijzonder, zogezegd.

Er gingen slechts twee bussen per week naar Vietnam, dus we hadden mazzel dat het precies op de dag dat ons visum voor Loas afliep en die van Vietnam in ging. We vertrokken om half zeven 's ochtends. Toch maar even vragen hoe lang die bus erover zou doen. 13 a 14 uur, zeiden ze bij het busstation. Ha, grappenmaker, het is maar ongeveer 400 kilometer dus dat moet sneller kunnen. Rond 12 uur kwamen we bij de Laos-Vietnam grens. Na de formaliteiten aan de Laos-kant wandelden we met een achttal Westerlingen naar de Vietnam-kant over wat waarschijnlijk de mooist gelegen grensovergang van Zuid-Oost Azie is. We hadden allerlei verhalen gehoord over Vietnamese grensovergangen (met gratis ondervragingen, besnuffelen van je baggage, full body search, en dat soort grappen). Maar het ging ook hier allemaal erg soepeltjes, hoewel het in totaal wel 1 uur duurde voordat iedereen er door was. Wellicht hadden ze toch wel gelijk bij het busstation.

De rit van de grens naar de eerste stop (voor lunch) was minstens zo spectaculair als die aan de Laos-zijde. Maar doordat het ook in Vietnam enorm bergachtig was, kostte het inderdaad 13 uur om Vinh in Vietnam te bereiken. Waar we dan ook redelijk gebroken aankwamen.

De volgende ochtend konden we gelukkig de bus pakken naar Hanoi, aangezien Vinh niet bijzonder veel voorstelde. De buschauffeur had er zin in en reed als een malloot over de Highway 1 richting Hanoi, een 'provinciale weg' zonder gescheiden rijbanen. Niet dat de rest zich wel aan de regels hield, het was een kwestie van zo hard mogelijk rijden, zoveel mogelijk claxoneren, rechts inhalen en hopen dat de veel-te-hard-over-de-doorgetrokken-streep rijdende tegenliggers op tijd zouden uitwijken. Wat dankzij onze vele schietgebedjes gebeurde. Hallelujah, wat een rit. Na zeven uur zweten kwamen we eindelijk en heel in Hanoi aan. Met een taxi naar de Old Quarter en een gezellig hostel gezocht in een van de kleine straatjes. Hanoi biedt een interessant aanbod shopping opportunities waar we inmiddels ruimschoots gebruik van gemaakt hebben. Morgen gaan we wat bezienswaardigheden doen en daarna richting het Noorden.


Reisverhalen van Elle en Michiel in Nieuw-Zeeland, Australie, Thailand en Cambodja, Laos, Vietnam, Indonesie en West-Australie, reisverslagen van de rondreis, wereldreis Elle Lepelaars en Michiel