HOME PROFIEL ATELIER WERK GRAFISCH WERK OEUVRE FOTO GALERIJ PUBLICATIES GASTENBOEK CONTACT LINKS
 
Publicaties door de jaren heen

bron www.uitrotterdam.nl

Expositie Rinus Blomsteel NIET LULLEN MAAR POETSEN

Het schildersbeest van Rotterdam exposeert vanaf 30 april in café Gommers.

Rinus heeft geen stijl, hij is de stijl, de inspiratie haalt hij uit het leven.


Hij schildert als een beest, dikke lagen met volle kwast streken vullen zijn doeken. Expressief gebruik van licht geeft zijn werk diepte en gevoel, waarbij de emotie loskomen van de werkelijkheid.

Betast zijn doeken met je ogen bij café Gommers aan de Voorhaven 46 in Delfshaven.

Ga hier naar kunstcafé Gommers

Meer weten over Rinus Blomsteel klik hier en bekijk zijn fantastische website

Niet lullen maar poetsen

Frans Companje (rechts op de voorgrond). Aan het biljart maakt kunstenaar Rinus Blomsteel een paar stootjes. (Foto LvdWaal)

ROTTERDAM - Op vrijdag 30 april staat de bij leven al legendarische kastelein Frans Companje naast kompaan Rinus Blomsteel. Het schildersbeest heeft die steun nodig als Jules Deelder in kunstcafé Gommers zijn expositie Niet Lullen Maar Poetsen opent. 'De zenuwen gieren me dan altijd door de strot', zegt Rinus.

'Ach jongen, rustig maar, het komt allemaal goed', stelt Frans hem glimlachend op zijn gemak. Schildersbeest Rinus Blomsteel is een gezegend mens. Een man met een open hart voor de samenleving, sociale bewogenheid voor de medemens en bovendien altijd en overal omringd door vrienden. Het leven van de kunstenaar gaat echter niet over rozen (lees geld), dan is het handig als hem een duwtje in de rug gegeven wordt. Dus krijgt Rinus welkome steun bij het organiseren van zijn expositie van wat vrienden (zoals de gebroeders Verhage, taxibedrijf Peet Rusken en niet als laatste Frans en An Companje). 'Het is maar een kleinigheid voor ons, maar een vermogen voor Rinus', zegt de net 65-jarige Frans Companje. Zijn liefde voor de kunst openbaarde zich trouwens al op jonge leeftijd. Vanaf het moment dat hij zich meldde bij het Korps Mariniers had zijn omgeving vlug door dat de belangstelling van Frans niet alleen uitging naar het verdienen van geld. Hij zoog alles op wat zich op cultureel gebied aandiende, en dat heeft hij nog steeds.

Frans Companje bestiert samen met levenspartner (de bevallige) An het oeroude bruine café Centraal aan de Zwartjanstraat al zo'n tien jaar. Dat hij uiteindelijk koos voor de horeca heeft echter wel wat haken en ogen gehad. De jonge Frans (geboren in de Wiekstraat als jongste van een gezin van acht kinderen) ging met het mulo-diploma op zak aan de slag bij huidenhandel Kaufman. Toen zorgde de Marine voor twee jaar oponthoud in zijn loopbaan. Eenmaal van het uniform verlost zag hij meer in het vak van kelner. In '63 tapte hij zijn eerste biertjes bij café de Klapdeur in Kralingen. Tien jaar later opende hij zijn eigen kroeg (bestaat nog steeds onder de naam café Companje) aan de Teilingenstraat. Daar ontmoette hij Johan Meijer, een gesjeesde student geneeskunde die liever op een kruk in de kroeg zat, dan aan de operatietafel in vlees te snijden. Een hechte kameraadschap was gesmeed. Frans: 'Johan was eerstejaars, maar hij praatte er liever over dan hard studeren. En hij zat zonder poen. Om 'm te helpen heb ik hem twee dagen achter de bar gezet. Nou, je begrijpt: hij had bloed geroken, van die studie kwam nooit meer wat terecht. Maar t's nog goed met hem gekomen....hoewel dat heeft wel effe geduurd.' (Tegenwoordig woont hij in Groningen met een ruim bedeelde vriendin die ook nog eens eigenaar is van 900 meter dakgoot).

Beste haring

Frans en Johan besloten in de vis te gaan. 'Dat idee kreeg vorm toen we in Berlijn waren. Ik zeg tegen Johan: d'r is hier nergens een viskraam, dat zou een goeie buseniss zijn. We hebben zelfs geprobeerd om daar wat te beginnen, maar dat lukte niet. In Rotterdam kreeg de kans om een winkel over te nemen aan de Bergweg. Ik belde Johan op en zei: we hebben een viszaak jongen. Vijf minuten later stond-ie naast me. Had evenals ik de ballen verstand van vis. Maar we hadden het spelletje snel door.' De viszaak Meijer & Companje draaide als een tierelier. Ze leerden het vak in een vloek en een zucht. Wonnen zelfs de beker voor de Beste Haring. Ze hielden het acht jaar uit in de viszaak

Schotland

Frans ging door in een zalmrokerij op de Schaardijk. Een paar jaar later verhuisde hij naar Schotland om zich bezig te gaan houden met het vissen op paling. In het bedrijf waar hij werkte was het niet allemaal zuiver op de graat en na een politie-inval hield hij het voor gezien en keerde terug naar Nederland alwaar zijn An hem opwachtte en hem café Centraal binnenpraatte. 'Het café lag toen op z'n kont, maar nu is het een geweldige kroeg', zegt hij.

Centraal is een kroeg hoe een kroeg moet zijn. Open van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Zeven dagen in de week. Met een mooie (betaalbare) pils, een fantastisch (gratis) biljart - met Rens als de beste speler van het Oude Noorden - en dames achter de toog die geen tegenspraak dulden. Maar Frans regeert er met ijzeren vuist. Lief en rechtvaardig indien mogelijk, streng en resoluut als het nodig is. Als hij iemand uit de zaak zet, dan is het voorgoed. 'Er kwam eens een vent na acht jaar weer binnen. Ik zeg hé, wegwezen joh. Hij zei tegen mij: ik dacht dat je me niet meer zou herkennen....'

De meeste stamgasten hebben allemaal een klein hartje, maar wel een grote (politieke) mond. Maar dan hebben ze toch aan Frans een rare, want hij praat de klanten - zoals helaas zo vaak wel gebeurt in de horeca - niet naar de mond. Blijkt wel uit zijn poging om met een Socialistisch/Pacifistische partij als lijstduwer misschien wel in de raad te komen. Dat lukte niet, maar zijn klanten stemden wel op hem. 'Die partij is het tegenovergestelde van Wilders', zo kreeg een van zijn stemmers te horen. 'Dat maakt niet uit, als Frans zegt dat het goed is, is het goed....'

Kunstcafé Gommers

Het is niet voor de eerste keer dat Rinus Blomsteel exposeert in het feeërieke etablissement van Jos Gommers aan de Voorhaven. 'Het is een geweldige plek om mijn werk te laten zien', vertelt hij. De opening vindt plaats op Koninginnedag om 14.00 uur. Een deel van de opbrengst gaat naar een goed doel.


Uit de ECHO april 2010
Linkje naar de nieuwe helden van het oudenoorden
http://www.heldenvanhetoudenoorden.nl/de_mensen/wonen/nieuwe_projecten/item_270.html 
Rinus Blomsteels pelgrimstocht
Uit de ECHO van 15 September 2009

rinus foto uit de echo

ROTTERDAM - De tijd van inspiratie, meditatie, bewustwording en verkenning van de geest is aangebroken voor beeldend kunstenaar Rinus Blomsteel. Daarvoor heeft het Rotterdamse schildersbeest weinig nodig. Zijn fiets, de Santos Travel Master en zes tassen van 28 kilo, vergezellen hem tijdens zijn pelgrimstocht naar Santiago de Compostella. Onderweg gaat hij langs bij het graf Vincent van Gogh en zijn broer Theo.

De 2400 kilometer fietsen naar de bedevaartsplaats deren hem niet. Blomsteel (1957, Rotterdam) verkende heel Europa op de fiets. Van Spanje, Portugal, tot Italië, de Balkan, Duitsland, Ierland en Denemarken. Hij is dolgelukkig met zijn nieuwe fiets. 'Deze Santos is de Rolls Royce onder de fietsen', zegt hij met bewondering. 'Mijn oude Giant heeft het na 65.00 kilometer bijna begeven. Jos Bouman van het Bikecentrum aan de Noordsingel heeft deze fiets voor een aangename prijs geregeld. Hij noemt de fiets een vriend voor het leven.' Aan weerszijden van de fiets zit zijn hele huishouden opgeborgen. Vroeger vervoerde hij ook een karrenvracht aan voedsel. Dit keer geen aardappels en blikjes sardines, maar flink wat pakjes aardappelkaas-puree. Op zijn benzinebrander zal dat de basis vormen van menig maaltijd onderweg. Rinus staat te popelen om weg te gaan. Hij zegt: 'Ik moet mijn hoofd leegmaken tijdens mijn pelgrimage. Ik heb een onrustig jaar achter de rug. Moet de zaakjes weer op een rij zetten. Dat kan heel goed als ik met mijn fiets één ben met de natuur. In mooie weilanden, in de bergen of in dalen.'

Werkende vulkaan

Rinus Blomsteel is een gedreven schilder. In zijn atelier op de droogzolder van het voormalige nonnenklooster aan de Hammerstraat ontstaan geen schilderijen, 'maar', zo als hij zelf zegt, 'werken.' En als een onderwerp bezit heeft genomen van zijn gedachten, dan lijkt er schier geen eind te komen aan een opzienbarende productie. Blomsteel is als een werkende vulkaan die op gezette tijden zijn omgeving verdrinkt in lava. Als hij straks aan het graf staat van Vincent van Gogh in Auvers d' Oise op zijn laatste rustplaats naast zijn geliefde broer Theo, dan wordt hij overgoten door emoties. 'Van Gogh is van invloed op mijn leven en op mijn werk. Hij is een grote bron van inspiratie. Maar ook als ik in Santiago ben, dan wordt mijn geest gevuld met vreugde. Een vreemd religieus, klein maar wel voldaan gevoel van zin in het leven. Daardoor wordt de terugkeer naar mijn eigen land een reis van vreugdetranen.'

Als hij met zijn fiets richting het zuiden vertrekt, zegt hij: 'Ik denk aan mijn grote fietsvoorbeeld. Jan Cremer sr. De vader van. Hij fietste naar Palestina op een oude fiets met terugtraprem. Zonder mijn 29 versnellingen. Goh, wat heb ik het comfortabel.'

 November 2008 linkje naar artikel in de Echo R'dam-N
http://www.echo.nl/ro-no/buurt/lees/814072/hoe.staan.de.blomstelen/
 'Hoe staan de Blomstelen...'

 Oktober 2007 linkje naar web-log Frank van Dijl
http://hetvrijevolk.web-log.nl
/hetvrijevolk/2007/09/schildersbeeste.html
Mei 2007 linkje naar film atelierfeest Blomsteel 50 jaar.
Opgenomen en uitgezonden door  CINEAC-NOORD.
http://www.cineacnoord.tv/count_video.php?film_ID=1679
1991 door Frank van Dijl foto Maarten Laupman
Radio Rijnmond Reporter  Dinsdag 11 juni 1991

Rijnmonds Diep Cultuur was op zondag 26 mei te gast bij kunstschilder Rinus Blomsteel (34) in zijn atelierwoning in een voormalig nonnenklooster in het Oude Noorden. Portret van een schildersbeest.


Dat atelier: een immense ruimte. Ontelbare doeken, landschappen als vanuit een voorbij snellende trein, abstracten, bootjes in de Rotterdamse haven, composities in bruin. Hier is een bezetene aan het werk.
“Ik kom eigenlijk uit een schilderfamilie”, vertelt Blomsteel in de woonkamer van bescheiden formaat naast zijn atelier, “en dat waren allemaal huisschilders”. Wat lag meer voor de hand dan dat hij zelf ook een huisschilder werd? Ambachtsschool en, hop, het vak in. Maar er was ook een achterneef die kunstschilder was, en van hem raakte de jonge Rinus Blomsteel al gefascineerd. Toen hij als negentienjarige als huisschilder aan een Amsterdamse gracht kwam werken en aan de overkant een kunstschilder bezig zag, wist hij, zegt hij, wat hij ging doen.
Ik ging naar mijn baas en ik zie: “Jongen, ik kom morgen niet meer, want ik ga schilderijen maken. Ik weet wat ik ben: ik ben kunstschilder in plaats van huisschilder”. Dat was een hele ontdekking, ja. Maar juist in die tijd had ik veel privé-omstandigheden en dat was een heel moeilijke tijd voor me, want als je weg ging bij je baas, kreeg je geen uitkering natuurlijk…. Dus mijn spaarcenten raakten op, en zo kwam ik op straat. Ik had geen behuizing.

Geen geld
Toen kwam ik in een café Maarten Kemper tegen, een kunstenaar, uiteraard weer in een café. Hij zag mijn werk en zie: “Joh, jij moet naar de kunstacademie in Den Haag, nou, daar ben ik naartoe gegaan, maar toen had ik geen geld meer en was het definitief over. Ik ging op kamertjes wonen, maar ja, kunstenaars staan bekend om drank…, en dames en dat soort dingen, dus…., ik besloot het kamerleven vaarwel te zeggen.
Ik ging van tehuis naar tehuis, dat waren daklozenhuizen en dergelijke, al die rotdingen… Ik dacht: ik ga naar het buitenland, wat heb ik hier te doen. Mijn hele ontwikkeling stopte, ik kon geen schilderijen meer maken want ik had geen huis: ik ging naar Frankrijk, ik ging naar Spanje, naar Portugal, probeerde mijn werk daar te slijten. Kwam ik bij een boer, gaf ik hem een schilderijtje en dan kon ik een week bij hem kamperen. Dat was een moeilijke tijd.
Later kreeg ik een huisje in Rotterdam, een heel klein huisje. Van de achterkamer maakte ik mijn atelier, en daar ben ik mezelf verder gaan ontwikkelen. Ik werd betrokken bij een kunstproject, moest muurschilderingen maken en toen heb ik ook een portret gemaakt van de directeur van de sociale dienst, dat was Ien Dales, die is nu minister in de Tweede Kamer. Ik nam een heel zware weg, maar ik kon ook niet anders. Ik kón niet meer zonder schilderen. Schilderijen maken, ik zou niks anders weten. Het leven van een dakloze is kei- en keihard: je staat in de rij  voor een hap eten, je slaapt onder viaducten… Maar dat had ik er voor over om maar geen huisschilder meer te zijn, en om me te kunnen uiten in mijn werk.

Doorzetten
De waarde die dat nu voor mij heeft, is dat ik in mezelf geloofde en dat ik heb leren doorzetten.
Kunst is toch een heel moeilijk beroep: je werk maken is een behoorlijk proces. Maar doorzetten: dat heb ik geleerd. Mijn schilderijen hebben daardoor waarde gekregen, ook inhoudelijk. Heel veel beelden komen terug: ik reis nog veel, en heel vaak zie ik beelden die ik associeer met vroeger. Die beelden zijn momenten met gevoelens. In elk van mijn schilderijen zit een bepaalde vaart, en die vaart probeer ik er in te douwen. Dat alles maar voor tijdelijk is... Werk waar geen vaart in zit, betekent voor mijn inhoudelijk niet zoveel. Het is het moment: nou moet het erop, dan ben je heel direct bij je gevoelens. Zo gauw je heel lang aan een schilderij werkt, en er zit geen vaart in, dan raak je gevoelens kwijt. Als ik eenmaal schilder, als ik van een fietsreis terug kom of zo, dan kan ik wel twaalf schilderijen in één keer maken. Ik ben een schildersbeest, eigenlijk. Dat moment wil ik beethouden en dat wil ik in één keer op het doek zetten, met alles wat er maar is. Met penselen, kwasten, beitels, spatels…, met hout: ik probeer alles te gebruiken wat er op dat moment voorhanden is.

‘Ik nam een heel zware weg, maar ik kon ook niet anders’

Schilderen is een lijdensweg ook, het is een noodzaak. Hoe verder je komt, des te kritischer je wordt, dus de lijdensweg wordt steeds groter. Voor die weg heb ik wel gekozen, maar dat wist ik niet toen ik dacht: ik ga schilderen. Toen de spaarcenten op waren, kwamen de grootste problemen. Maar ik denkt dat ik nu een beetje op het einde van die weg ben.
Ik heb nu een huis, een atelier, dus qua ellende ben ik aan het einde van die weg. Ik heb nu regelmatig tentoonstellingen…., dat is alleen maar beter gegaan.
En langzamerhand ga ik mijn eigen stijl krijgen. Dat zijn processen….. Als ik een fietsreis heb gemaakt, naar Portugal en terug, dan heb ik een heleboel schetsjes gemaakt – dat zijn geheugensteuntjes … Zo’n fietsreis is een gave onderneming. .. Ik heb jaren door Europa gelift, veel met de rugzak gewandeld, met een tientje naar Parijs, en op een gegeven moment kwam ik ineens een fietser tegen. Ik dacht: dat ik me gaaf, en toen ben ik gaan fietsen. Dat heb ik echt nodig. Om het te voelen ook, reizen zit in mijn bloed: het levert me inspiratie op. Als ik een woestijn schilder, moet ik de hitte gevoeld hebben – die hitte probeer ik vast te houden, de zwaarte van zo’n tocht.

Frank van Dijl

Uit de TV gids door Tenco van der Hee
Kunst achter de vangrail Overschie A13 initiatief Karel van Son
presentator John Buisman, foto  Rob Kamminga, tekst Ilia Port
Rotterdams Dagblad 2001 door Bernadette Neelissen
foto Joep van der Pal/Cor Vos

copy uit de site van de schouw  23 07 2004

Jan Vleghaar
Jan Vleghaar heeft zijn vriend en collega, het 'Schilderbeest van Rotterdam', Rinus Blomsteel van harte bereid gevonden om het openingswoord voor zijn expositie te verrichten. In onvervalst Rotterdams met hard staccato, gevoel voor melodrama en vol schitterend in onverwachtse hoeken geplaatste klemtonen hield hij het publiek ademloos in zijn greep.
Dank Rinus! 

Tablo du Vleghaar

Wij staan hier voor het Tablo du Vleghaar, composities in allerlei varianten. Wel in Vleghaars onmisbaar werkstijl(De Visuele Concrete Poezie). In een aantal gemaakte lijnvormige gekrioelde lijnen in verantwoorde Composities, deze in de Complimentaire Kleuren Rood, Geel, Blauw. Gevuld en gekaderd in Zwarte lijnen. Bij een aantal werken als je goed ziet kom je kruistekens tegen, zoals Vleghaar zeg ik hou van dit teken als Symbool.

Deze werken doen mij denken aan Spaghettie Hay-Weys op zoek naar het kruis, Kruistochten, of meschien wel naar het welbehagen landschap van de Visuele Concrete Poezie. Waarschijnlijk geinspireerd van een van zijn vorige reizen in de States, naar mijn mening kan niet anders. Werken als ONE ART en TWO ART lijken mij vanzelfsprekend.

Dan gaan we naar een goede herinering van dit jaar, we zijn eens samen naar het OorlogsMuseum te Delft gegaan. Daar werd Vleghaar geinspireerd door het welbekende wapen van alouds bekend de KALAS HIKOV. Staat deze benaming niet andersom? EEN ding weet ik wel zeker, we zijn met zijn Drieen Vleghaar, Clarien, en ik behoorlijk op zijn Russies daar in Delft flink lazerus geworden. Zo zie je maar weer hoe kunstwerken kunnen ontstaan. Polka en Wodka. Nje zeggen wij op zijn Russies toch. Als we dan straks verder verkennen in dit Tablo du Vleghaar zien we andere opmerkelijke kunstwerken, we zien foto's waar Jan Vleghaar zich verplaats in een andere werled de realiteit. Hij verplaats zich dan tussen Rubens achtige Schone naakte heerlijkheden, namelijk in de foto colage Jab-Jum. Geef hem daar niet in ongelijk. Dan ziet je hem weer als Annie (Annie houd me tassie effe vast want die Gozer wil met me danse).

Dan zie je hem weer in andere personage,s namelijk in de beschilderde Foto,s die mij aan de schilder Francis Bacon doen lijken. Jan Cremer zou het zeker niet anders gedaan hebben. Zijn werken Compocros en Cathcros in Akryl en inkt gemengde technieken mogen er ook wezen.

Dan zien we onze grootste Hartedief een prachtige colage van Radio Maria, waar in Italie harten van vol loop. Het lijk wel de Flower power tijd met het zien van deze Maria Colage. De Amerikaanse Foto,s met name de Shot van zijn New York doet mij lijken als een voorafje van de Twin Tower. Er gebeurd veel in deze Shot van Vleghaar. Gekleurd met ingeverfd Heins Ketjup Bloed Rood en Hetsbroeke gekleurd Groen, POP-Art kleuren wordt er een indruk bevestigd in deze Kunstfoto van een grote New Yorkse chaos van wereld klasse dus.

Dan tot slot de colage nummer 13. EEN voetbal shirt een gedeelte daarvan. De nummer 13 van verbeelding uit de oude doos van de Horeca voetbal vereniging van het voormalige cafe De Overheid zoals velen van ons bekend, altijd maar verliezen van de tegenstanders met minstens 13 nul. Vleghaar was de koots van zijn kroeg puppillen.

12+1 is 13 Jan!!!!!!!!!!!!AANVALLEN MAAR.

Maar bij deze verklaar in de Expositie in de Schouw van deze mooie werken van mijn vriend colega Vleghaar voor GEOPEND. De TABLO DU VLEGHAAR. Wat het kijken zeer de moeite waard is.
Rotterdams Dagblad 2005 door Jim Postma foto R.B.
Rotterdams Dagblad 2005 door Louis du Moulin foto Cor Vos


naar boven