Handboek filologie: B
Badinage
Luchtige scherts.
  Bahuvrihi(compositum)
Een samengesteld substantief of adjectief, bestaande uit twee delen, een adjectief en een substantief, die gecombineerd iets of iemand karakteriserend beschrijven door wat is aangeduid door het substantief. Afgeleid van het Sanskrietse bahu (veel) en vrihi (rijst), zelf dus ook een bahuvrihi.
Bijvoorbeeld: 'roodborstje' en 'blauwbaard'.
 
 

Ballade
Een in de Franse lyriek van de 14e eeuw ontstane dichtvorm, die bestaat uit drie strofen van zeven, acht of tien versregels en één strofe (l'envoi = de opdracht) van vier tot zeven regels. De vier strofen eindigen alle met dezelfde regel (refreinregel).
De ballade verenigt epische en lyrische elementen in zich. De inhoud verschilt enigszins naar de tijd waarin ze geschreven is, maar is dikwijls van heroïsche en tragische aard, bijvoorbeeld: Het lied van Heer Halewijn; Ballade van de zeven dooden (Werumeus Buning).

We onderscheiden:

  1. middeleeuwse volksballaden;

  2. rederijkersballaden;

  3. navolgingen van 1 sinds de romantiek: cultuurballaden;

  4. navolgingen van 2 in later tijd.

Vergelijk Chant Royal. De benaming is afkomstig van het Italiaanse ballare of het Provençaalse ballar voor 'dansen'.

 
  Ballad measure
Zie tetrameter.
 
  Barbarisme
Een woordvorming of uitdrukking die in strijd is met de regels in een taal, wanneer het woord of de uitdrukking te letterlijk uit een andere taal is vertaald. Zie bijvoorbeeld anglicisme, germanisme en gallicisme. Afgeleid van het Griekse barbarôs (vreemd).
 
  Bareia
Accentteken, `.
 
  Bargoens
De dieventaal, in het bijzonder die van Noord-Holland, die veel elementen in zich heeft van het Hebreeuws, jiddisch en de zigeunertaal Romani.
 
  Barytonon
Een woord dat binnen de Griekse grammatica een onbeklemtoonde eindsyllabe heeft; elk woord dat niet oxytonon heet.
 
  Basis
De gereconstrueerde vorm bestaande uit de wortel (wortelbasis) of de stam (stambasis) als grondslag (=basis) voor de ablaut.
 
  Basismorfeem
De stam.
 
  Bathos
De plotse overgang van het sublieme naar het banale; de anticlimax. Afgeleid van het Griekse bathos (diepte).
 
  Battologie
Een vervelende woordenherhaling. Afgeleid van het Griekse battalôs (stotteraar).
 
  Bdelygma
Een uitdrukking van haat of afschuw.
 
  Bebeloglief
Een profaan, onheilig geschrift.
 
  Beeldgedicht
Een gedicht dat is geïnspireerd door een werk uit de plastische kunst.
Bijvoorbeeld: La Galeria van G. Marino (±1615).
 
  Belgicisme
Een woordvorming of uitdrukking die in strijd is met de regels in een taal, wanneer het woord of de uitdrukking te letterlijk is overgenomen van uitdrukkingen die in België worden gebezigd.
 
  Bestarium
Een middeleeuws didactisch genre, meestal in versvorm, waarin met allegorische bedoelingen de karakteristieke eigenschappen van dieren worden vermeld. Het genre kende zijn hoogtepunt van de twaalfde tot de veertiende eeuw in Frankrijk. Verwant aan de fabel. Afgeleid van het Latijnse bestia (dier).
Bijvoorbeeld: Der Naturen Bloeme van J. van Maerlant (±1266).
 
  Beta
De tweede letter van het Griekse alfabet: ß. Zie deze pagina voor het volledige Griekse alfabet.
 
  Biebelebons
De doorspekking van een zin met steeds hetzelfde (bijvoeglijke naam)woord.
 
  Biedermeier
De stijl van huiselijke degelijkheid en brave burgerlijkheid uit de periode van 1815 tot 1850. Afgeleid van het Duitse bieder (braaf).
 
  Bigram
Een woord dat bestaat uit twee letters.
 
  Bilabiaal
Een met beide lippen voortgebrachte klank.
Bijvoorbeeld: 'm'.
 
  Bildungsroman
Zie ontwikkelingsroman.
 
  Binarisme
Het voorhanden zijn van een binair systeem in de taalstructuur.
 
  Binding
De uitspraak van een eindmedeklinker voor een klinker en stomme 'h'.
 
  Bindfoneem
Een tussenklank in samenstellingen. Zie ook bij bindvocaal 2 (zie hieronder).
Bijvoorbeeld: de 's' in 'bestuursvergadering'.
 
 

Bindvocaal

  1. Een woordelement dat in sommige werkwoordsvormen wortel en uitgang verbindt.

  2. De vocaal 'e' in samenstellingen. Ook bindfoneem genoemd.
    Bijvoorbeeld: de 'e' in 'pruimeboom'.

 
  Biografie
Het episch genre waarbij de schrijver de beschrijving van het leven van een ander geeft. Wanneer de biografie de roman nadert, spreekt men van vie romancée.
 
  Bivalent
Tweewaardig. Afgeleid van het Latijnse valens (waard).
 
  Black comedy
De door cynisme gekarakteriseerde vorm van drama.
Bijvoorbeeld: The Homecoming van Harold Pinter (1965).
 
  Blague
De aanmatigende grootspraak. Afgeleid van het Duitse Balg (rekbare zak).
 
  Blanke verzen
De rijmloze, epische gedichten, vooral jambische pentameters.
Bijvoorbeeld: Okeanos van Kloos (1884).
 
  Blasfemie
Godslastering. Afgeleid van het Griekse blapto (beschadigen) en femi (spreken).
 
  Blason
Een dichtsoort in de Renaissance, waarin iets wordt geprezen of bespot, meestal een deel van het vrouwelijk lichaam. Afgeleid van het Franse blasonner (bespotten).
Bijvoorbeeld: Blason du beau tétin van Marot (1535).
 
 

Blijspel
Het komisch drama waarbij uitgegaan wordt van een mogelijke situatie, waarvan het verdere verloop van het stuk de logische ontwikkeling is. Het toont in een lachspiegel de mens in zijn kleinheid, met zijn fouten en gebreken.

We kunnen het blijspel als volgt onderverdelen:

  1. het karakter-blijspel, ook comédie de caractère genoemd, waarbij het hoofdthema is: het op lachwekkende wijze voorstellen van een bepaalde karakterfout;

  2. het intrige-blijspel, ook comédie d'intrigue genoemd, waarbij het komische element voornamelijk schuilt in de verwikkelingen;

  3. het zedenblijspel, ook comédie de moeurs genoemd, waarbij de zeden van een geheel tijdperk in een lachspiegel worden getoond.

Klassieke blijspel-dichters waren Aristophanes (5e/4e eeuw v.G.T.), Plautus en Terentius (beiden 3e/2e eeuw v.G.T.).

In latere tijden kennen we uiteraard Shakespeare als blijspel-dichter. In de moderne tijd schreef ook G.B. Shaw blijspelen.

 
  Boerde
Zie fabliau.
 
  Bombast
Gezwollen taal, met name wanneer beeldspraak wordt gebruikt die geen verhelderende functie heeft en (meestal in de vorm van clichés) slechts als versiersel is aangebracht.
 
  Boustrofedon
De stijl waarbij afwisselend van links naar rechts en van rechts naar links wordt geschreven. Dit kwam op zeer oude Griekse inscripties voor. Afgeleid van het Griekse bôus (stier) en strefo (keren), aangezien een stier bij het ploegen ook de ene keer de ene richting op ploegt, en de andere keer in de tegenovergestelde richting.

 
  Brabantisme
Een woordvorming of uitdrukking die in strijd is met de regels in een taal, wanneer het woord of de uitdrukking te letterlijk uit het Brabants is overgenomen.
 
  Brachycatalectisch vers
Een slotversregel waarvan de laatste voet volledig is weggevallen. Vergelijk met catalectisch.
 
  Brachygrafie
Het schrijven in afkortingen.
 
  Brachylogie
De stijlvorm die woorden of gedachten weglaat om in zo weinig mogelijk woorden zo veel mogelijk te zeggen. Het is een vorm van brevitas. Zie ook abbreviëren. Vergelijk percursie.
Bijvoorbeeld: 'de klank van de trompet vermengd met (de klank van) de hoorn'.
 
  Branche
Een verhaal uit een grote cyclus.
 
  Brevarium
Een kort uittreksel. Ook digesta of epitome genoemd.
 
  Breve
Een beknopt schrijven van de paus. Afgeleid van het Latijnse brevis (kort).
 
  Breviatuur
Een afkorting. Afgeleid van het Latijnse breviare (korter maken).
 
  Brevitas
De stijl die zich kenmerkt door beknoptheid. Zie ook abbreviëren, brachylogie en percursie. Overdreven brevitas leidt tot obscuritas. Afgeleid van het Latijnse breviare (korter maken).
 
  Brief
Een geschreven medeling van private of officiële aard. Vaak verlenen brieven een betere kennis van de achtergrond of bedoelingen van de werken van de brievenschrijver. Zie ook epistola.
Bijvoorbeeld: de brieven van Paulus of de brieven van Rainer Maria Rilke.
 
  Briefgedicht
Een brief in versvorm. Zie ook heroïde.
 
  Briefroman
De compositievorm van een boek waarin één persoon zijn belevenissen schrijft aan een vriend of vertrouweling. Qua stijl verschilt de compositie niet met de dagboekroman, maar de briefroman doet vaak onnatuurlijker aan. Het is niet waarschijnlijk dat iemand lange brieven, inclusief dialogen en toelichtingen, schrijft aan een vriend.
Bijvoorbeeld: Die Leiden des jungen Werthers (1774) van J.W. von Goethe.
 
 

Briefwisseling-roman
De compositievorm van een boek waarin het intrige zich ontwikkelt uit de gewisselde brieven. Deze romansoort ontstond in Engeland, toen Samuel Richardson in 1739 door een uitgever werd benaderd een brievenboek voor alle mogelijke gelegenheden op te stellen. Nog voor het brievenboek verscheen, verscheen zijn briefwisseling-roman Pamela (in 1740).
Stijlopvolger van Pamela, waarin hoofdzakelijk één persoon de brieven schreef, was Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart van de Nederlandse dames Wolff en Deken (in 1782). In deze roman fungeren alle optredende romanfiguren als correspondent, en uit deze zeer afwisselende, goed gerangschikte brieven ontwikkelt zich de prachtige intrige. De grote waarde van deze compositievorm is, dat op deze wijze elk der correspondenten zichzelf karakteriseert in zijn stijl. De gebeurtenissen worden tevens zeer levendig door ze door verschillende personen te laten toelichten. Juist door meerdere personen dezelfde gebeurtenissen te laten beschrijven, ontstaat de mogelijkheid voor de lezer om het geheel objectief te beschouwen.

 
  Bucolische cesuur
De cesuur na de vierde voet in een hexameter. Feitelijk een diëresis 1.
 
  Bucolisch gedicht
Een arcadisch gedicht; een pastorale herderszang. Zie ecloge.
 
  Buitenbouw
 
 

Burleske
Afgeleid van het Italiaanse burla (grap).

  1. Een karikaturale overdrijving door discrepantie tussen onderwerp en stijl. Zie bij travestie en parodie.

  2. Een klein grof-komisch blijspel of klucht.
    Bijvoorbeeld: De min in 't Lazarushuis van Fockenbroch (1674).

 
  Byzantijnse roman
Zie Oosterse roman.

 

 
  © Maurice van Elburg
Niet zonder toestemming kopiëren.
 
  << Naar A  of  Naar C >>  
  Terug naar de homepage