Handboek filologie: C
  Cacemfaton
Grove scherts, dubbelzinnige toespelingen.
 
  Cacosyntheton
Een onhandige verplaatsing van delen van een zin.
 
  Cacozelia
Geaffecteerde spraak met veel gelatiniseerde woorden.
 
Cacuminaal
Zie Cerebraal.
  Cadavre exquis
Het door de surrealisten in de literatuur geïntroduceerd spel (voor vijf personen oorspronkelijk), waarbij zonder elkaars tekst te kennen aan een door de eerste deelnemer neergeschreven substantief, respectievelijk een adjectief, een werkwoord, een substantief en een adjectief toevoegt. Zo genoemd naar de eerste op deze wijze verkregen zin: 'le cadavre exquis boira le vin nouveau'.
 
 

Cadens
Afgeleid van het Latijnse cadere (vallen).

  1. In de klassieke retoriek de slotvoet van de clausula.

  2. Een ritmisch patroon. Zie ritme.

 
 

Calembour
Een woordspeling die berust op de (bijna) gelijke klank van verschillende woorden. Men onderscheist twee varianten:

  1. Het gezien de context te verwachten woord wordt vervangen door een woord dat er wel op lijkt, maar een heel andere betekenis meebrengt. Zowel het oorspronkelijke als het vervangende woord klinken dan door.

  2. Het vormen van een nieuw woord door contaminatie uit elementen van bestaande woorden. Vergelijk portmanteau(woord) en paronomasie.

 
  Calligram(me)
De vorm van visuele poëzie waarbij de versregels zo geordend zijn dat ze als de omtrekken van een tekening werken en de in die woorden benoemde of behandelde onderwerpen iconisch uitbeelden. Vergelijk carmen figuratum.
 
  Cancion
Het Spaans lyrisch genre, oorspronkelijk bestaande uit vijf octosyllabische trocheïsche verzen. Het eerste vers geeft het motto aan (meestal een spreekwoord); de volgende vier verzen, waarvan er twee rijmen op de eerste versregel, geven een variatie op dat motto. Later wordt de vorm uitgebreider (twaalf verzen, een vierdelig motto).
 
  Cancione(i)ro
Een verzameling cantiga's rond één thema.
Bijvoorbeeld: Cancioneiro da Vaticana.
 
  Canso
Een Provençaals liefdeslied, meestal bestaande uit vijf tot 7 strofen van gelijke versregels en gevolgd door een envoi, ook tornada genoemd. In Spanje en Portugal wordt de canso cantiga genoemd.
 
  Cantate
De dramavorm met de combinatie van woord en muziek. Het is een dichtwerk dat door zijn dialogiserend karakter een dramatische inslag vertoont, doch dat tevens van lyrisch-epische aard is: lyrisch in de aria's en koren, episch in de recitatieven.
Bijvoorbeeld: De Starrenhemel (1783) van Hiëronymus van Alphen.
 
 

Canticum

  1. Het lyrische gedeelte in de Latijnse komedie, waarin de handeling gewoon verdergaat (dit in tegenstelling tot het koorlied in de Griekse toneelwerken). Het werd door één acteur of als antifoon tussen meerdere acteurs gereciteerd onder fluitbegeleiding. Vergelijk diverbium.

  2. Een (kerkelijke) lofzang.

 
 

Cantiga
Een Spaans of Portugees lied, meestal bestaande uit vijf of zeven strofen van gelijke versregels en gevolgd door en envoi. Men onderscheidt:

  1. cantigas de amor, waarin ridders een klacht uiten over een onbeantwoorde liefde.

  2. cantigas de amigo, waarin meisjes de afwezigheid en de mogelijke ontrouw van hun geliefde betreuren.

  3. cantigas de escarnio y de maldizer (satirische liederen).

  4. religieuze cantigas.

Afgeleid van het Spaans / Portugese cantiga (lied).

 
 

Cantilene

  1. Een korte melodie of kleine ballade.

  2. Een kerkgezang in het algemeen.

 
  Canto
Een deel of boek van een groot verhalend gedicht. Afgeleid van het Italiaanse canto (zang).
Bijvoorbeeld: de 100 canto's waaruit Divina Commedia van Dante bestaat.

 
  Canzone
Een lyrische dichtvorm met vijf of tien gelijkgebouwde strofen van een willekeurig aantal verzen. De verzen bestonden meestal uit elf lettergrepen, maar later konden het er ook dertien zijn. De zevende en tiende regel hadden echter altijd slechts zeven lettergrepen. Elke strofe valt uiteen in twee delen (fronte en sirima), die door een kunstvol rijmschema met elkaar waren verbonden. Het gedicht wordt afgesloten door een kortere strofe, de envoi. De canzone is de aanloop geweest tot het sonnet en de ottava rima. De canzone werd gebruikt door Dante en Petrarca.
 
  Canzoniere
Een verzameling canso's rond één thema.
Bijvoorbeeld: Canzoniere van Petrarca (±1370).
 
  Cardinalium
Een hoofdtelwoord. Afgeleid van het Latijnde cardo (deurhengsel).
 
  Caret
Het teken dat aangeeft dat iets weggelaten is: ^.
 
  Carmen
De Horatiaanse ode.
 
  Carmen figuratum
Een vers waarbij door de vorm of plaatsing van letters, woorden en regels figuren worden gemaakt. Ook figuurdicht of technopaignion genoemd.
Bijvoorbeeld: het 'Glas', de 'Fles'.
 
  Carmina Burana
Een verzameling 13-eeuwse Latijnse liederen, die werden opgesteld door de Vaganten, een groep rondtrekkende studenten die van de ene universiteit naar de andere trokken. Het handschrift werd gevonden in het Beierse klooster Benediktbeuern, waar de naam Burana van afkomstig is.
 
  Carol
De Engelse middeleeuwse dichtvorm met feestelijk karakter met een doorgaans religieuze thematiek. De carol bestaat uit vierregelige strofen die telkens worden afgewisseld met een refrein. Rond de zestiende eeuw werden de voorschriften voor metrum en vers versoepeld. Sinds die periode heeft de carol uitsluitend de betekenis van kerst- of paaslied, ongeacht de formele kenmerken.
 
  Cartouche
De ovale omlijsting bij hiërogliefen rond een koningsnaam.
 
  Casus
De naamval. Afgeleid van het Latijnse cadere (vallen).
 
  Casus obliquus
Een verbogen naamval. Ook oblique genoemd.
 
 

Catachrese

  1. Het gebruik van een woord in een oneigenlijke betekenis. Ze ligt daardoor aan de basis van elke vorm van metafoor. Ook abusio genoemd.

  2. Een sterk paradoxale beeldspraak; een onjuist gebruik van een woord of beeld. Afgeleid van het Griekse kata (omlaag) en chrao (gebruiken).
    Bijvoorbeeld: 'De tand des tijds, die al zoveel wonden heeft geheeld.'

 
  Catacosmesis
Het plaatsen van woorden van grootste waardigheid naar kleinste.
 
  Catalecten
Een verzameling fragmenten uit oude werken. Afgeleid van het Griekse katalêgo (uitkiezen).
 
  Catalectisch
De eigenschap van een vers dat in de laatste versvoet één of meer lettergrepen mist. Vergelijk brachycatalectisch, dicatalectisch, hypercatalectisch en hypermetrisch. Afgeleid van het Griekse katalêgo (uitkiezen).
Antoniem: acatalectisch.
 
  Cataplexis
Een bedreiging met straf, ongeluk of rampspoed.
 
  Catastrofe
De noodlottige ontknoping van een tragedie.
 
  Catenen
Een verzameling van bijbelverklaringen. Afgeleid van het Latijnse catena patrum (keten der vaders).
 
  Causaal
Redengevend.
 
  Causatief, Causalis
Een zwak werkwoord aanduidend dat het onderwerp bewerkt wat door het verwante sterke werkwoord wordt uitgedrukt.
Bijvoorbeeld: 'vellen' is causatief ten opzichte van 'vallen'.
 
  Cavatina
Een korte aria, zonder herhaling, in het bijzonder aan het slot van een recitatief.
 
  Cento
Een werk, stuk of gedicht dat is samengesteld uit werk van andere auteurs. Ook pastiche genoemd.
 
  Centumtaal
De benaming voor elk van de westelijke groep van de Indogermaanse talen. Genoemd naar de onderscheidende benaming voor 'honderd' (Latijn: centum). Vergelijk satemtaal.
 
  Cerebraal
(Van occlusieven) gevormd met teruggebogen tongpunt waarvan de rand articuleert met het voorste deel van het harde verhemelte; ook cacuminaal genoemd.
 
 

Cesuur

  1. De rust in een vers ín het versvoet.

  2. Een woordeinde dat niet samenvalt met het einde van een versvoet. Men onderscheidt:

    a. mannelijke cesuur: - U U.

    b. vrouwelijke cesuur: - U U.

 
  Chanson (d'amour)
Een vorm van liefdeslied, vooral door de Provençaalse troubadours beoefend. Het chanson telt vijf of zes strofen en een envoi. De dichter streeft naar technische virtuositeit binnen eenzelfde thematiek: de hoofse minne.
 
 

Chanson balladée
Een uit de ballade onstane dichtvorm met cyclische structuur. In zijn eenvoudigste vorm telt dit kunstlied vijf strofen, samen 21 versregels, die als volgt verdeeld worden:

  • refrein (vijf versregels)

  • eerste strofe (drie versregels)

  • tweede strofe (drie versregels)

  • derde strofe (vijf versregels)

  • refrein (vijf versregels)

Na het refrein komt een keerpunt (le lai vire) en kan de dichter verdergaan met drie strofen en een refrein. Het patroon kan zo vaak herhaald worden als de dichter wenst.

 
  Chanson de femme
Een vorm van lyrische poëzie uit de twaalfde eeuw, bestaande uit enkele eenvoudige strofen met refrein. Het thema is de liefde en wordt bezongen door de vrouw. In vage bewoordingen zingt ze een aantal typische situaties, zoals tegengewerkte liefde. Ook chanson d'histoire of chanson de toile genoemd.
Bijvoorbeeld: Bel Idoine (twaalde eeuw).
 
  Chanson d'histoire
Zie chanson de femme (hierboven).
 
  Chanson de geste
De Franse ridderepiek, de bakermat van de middeleeuwse letterkunde. Zij verheerlijken de ridder en bezingen zijn moed, vechtlust en trouw. Het beroemdste van deze liederen, La chanson de Roland, is vertaald of bewerkt in het Nederlands, Duits, Noors en Italiaans. Tegen het midden van de 12e eeuw treedt het heroïeke meer op de achtergrond, de vrouw gaat een belangrijker plaats innemen. Nu ontstaat de hoofse ridderroman, waarin Britse, klassieke en Oosterse verhaalstof verwerkt zijn.
 
  Chanson de mal-mariée
Een chanson de femme (zie hierboven) waarin wordt bezongen dat de vrouw aan een oude man is uitgehuwelijkt.
 
  Chanson de toile
Zie chanson de femme (hierboven).
 
  Chant Royal, Le
De in de Franse lyriek van de 14e eeuw ontstane dichtvorm, die uit zes strofen bestaat. De eerste vijf hebben gewoonlijk elf versregels met het rijmschema ababccddede, het zesde (l'envoi = de opdracht) telt vijf regels, rijmend met de laatste vijf regels van de voorgaande strofen. Bij Chaucer tellen de strofen zeven regels met het rijmschema ababbcc (zie chauceriaans stanza).
 
  Characterismus
Het beschrijven van een lichaam of geest.
 
  Charade
Een lettergreepraadsel.
 
  Charivaria
Stijlbloempjes en "ismen", verzameld in de Groene Amsterdammer, door Charivarius, pseudoniem van Dr. G. Nolst Trénité.
 
  Chauceriaanse stanza
Een strofevorm van zeven decasyllabische jambische pentameters met het rijmschema ababbcc. Chaucer gebruikte deze vorm in sommige van zijn verhalende gedichten, waaronder in The Canterbury Tales. Ook rhyme royal genoemd.
 
 

Chiasma, chiasme
De kruisstelling van woorden. Afgeleid van de Griekse letter 'X (chi)'.
Bijvoorbeeld: 'katten en honden, honden en katten'.
Het chiasma kan subtiel en diep verborgen zijn, zoals in de volgende regels uit Boutens' Goede Dood:

Voor wien kinderen en wijzen
Lachend laten boek en spel,

 
  Choliambe
Een zesvoetig jambisch vers met een trochee of spondee als laatste voet: U - U - U - U - U - U.
Ook hinkjambe genoemd. Afgeleid van het Griekse chôlos (verminkt) en iambôs (jambe).
 
  Choree
Zie trochee.
 
 

Choriambus
De klassieke vierlettergrepige versvoet met het accentschema:
- U U -.

 
  Chorografie
Het beschrijven van een natie.
 
  Chrestomathie
Een bloemlezing, met name van een schrijver in een vreemde taal, om deze taal te leren. Ook anthologie genoemd. Afgeleid van het Griekse chrestôs (nuttig) en manthano (leren).
 
  Chrie
  1. Het schrijven van een verhandeling over een gnome als één van de klassieke oefeningen op de retorenschool. Het aangeduide onderwerp werd telkens volgens een vaststaand schema behandeld. Na de tekst van de gnome volgde een lofprijzing op de auteur ervan en het bewijs van de juistheid van het gezegde. Daarop volgde een nadere toelichting van de gnome met voorbeelden en getuigenissen, een weerlegging van de tegenwerpingen en een samenvattend slot. De andere klassieke oefeningen waren: declamatio, controversia, suasoria, laudatio en vituperatio.
  2. Een korte uitwijding over de daad of een uitspraak van een persoon die wordt genoemd in een (juridische) rede.
 
  Christogram
De ineengeschreven Griekse beginletters van Christos: 'X (chi)' en 'P(rho)'. Afgeleid van het Griekse christôs (Christus, gezalfde).
 
  Chroma
Een rede voor het gerecht, waarbij hier en daar de mening niet regelrecht wordt gezegd, maar in dubbelzinnigheden gehuld wordt.
 
  Chronodistichon
Een chronogram (zie hieronder) in dubbelversvorm.
 
  Chronografie
Het beschrijven van tijd.
 
  Chronogram
Een Latijnse tekst, waarvan de letters die een getal kunnen voorstellen samen een jaartal vormen. Zelden ook chronicum genoemd.
 
  Chronosticon
Een chronogram (zie hierboven) van in versvorm.
 
  Chute
Het keerpunt in een sonnet, de wending in de ontwikkelde gedachte tussen het octaaf en het sextet. Ook volta genoemd.
 
 

Circuitus verborum

  1. De periodebouw.

  2. Omhaal van woorden.

 
  Circulus (in) probando
Een cirkelbewering.
 
  Circumflex, Circumflexus
Het samentrekkingsteken, ~, ^.
Bijvoorbeeld: 'Neêrlands' voor 'Nederlands'.
 
  Circumlocutie
Zie perifrase.
 
  Citadelpoëzie
De poëzie waarin de lof wordt gezongen van de verdediging van Antwerpen door Chassé in 1832.
 
  Classicisme
De navolging van de Griekse of Romeinse oudheid in kunst of letteren.
 
 

Clausula
De ritmische afsluiting van een zin in de klassieke retorica, gebaseerd op een bepaalde opeenvolging van lange en korte lettergrepen. Zij bestaat uit een verbinding van twee voeten uit de volgende reeks: spondee, trochee, dichoree, dactylus, creticus en paeon primus. De laatste voet van deze verbinding wordt ook cadens genoemd. De meest voorkomende types van clausula zijn:

  1. spondee + dichoree - - - U - U

  2. creticus + dichoree - U - - U - U

  3. paeon primus + choree - U U U - U

  4. creticus + creticus - U - - U -

Vergelijk cursus.

 
  Clausule
Een dertienregelige strofe, welke strofevorm uit het Latijn afkomstig is en het rijmschema aabaabaabaabb heeft. De Nederlandse dichter Jacob van Maerlant (1235-1300) schreef op deze wijze zijn Strofische Gedichten.
 
  Clerihew
Een speelde dichtvorm van vier paarsgewijs rijmende verzen.
 
  Cliché
Een veelgebruikte beeldspraak, waardoor deze 'afgesleten' is.
 
 

Climax

  1. Het stijlmiddel waarbij er gebruik wordt gemaakt van een opeenvolging van steeds sterkere uitdrukkingen (qua betekenis of lengte). Ook gradatie genoemd. Afgeleid van het Griekse klimax (ladder, trap).
    Bijvoorbeeld: 'hij werd boos, woedend, ziedend'.
    Antoniem: anticlimax 1.

  2. Het hoogtepunt van spanning in een verhaal.
    Antoniem: anticlimax 2.

 
 

Cluyte
Een middeleeuwse, realistische klucht, die na de abele spelen werd opgevoerd. Deze was dikwijls plat en ruw; er wordt veel in gescholden en geslagen. Geliefd was het thema van de vrouw met de broek aan en de sullige echtgenoot.
Bijvoorbeeld: De Buskenblaser en Nu Noch.

 
  Coacervatie
Zie accumulatie.
 
  Coda
Een aan een sonnet toegevoegde regel of strofe.
 
  Codex
Een oud handschrift. Afgeleid van het Latijnse caudex (boomstam, boek).
 
  Cognaat
Een woord van gelijke afstamming.
 
  Cognomen
Zie bij antonomasia.
 
  Cohesie
De innerlijke samenhang van de woorden en morfemen in een zin.
 
  Collectaneum
Een verzameling van uittreksels uit boeken en geschriften.
 
 

Collectief

  1. Een substantief in enkelvoud, dat echter meerdere personen of zaken omvat.
    Bijvoorbeeld: 'massa', 'paar', 'groep', 'reeks', 'bos', etc.

  2. Een verzamelnaam.
    Antoniem: appelatief.

 
  Collocatie
Een idiomatische verbinding van twee of meer woorden.
 
  Collocutor
Een gesprekspartner. Afgeleid van het Latijnse colloqui (converseren).
 
 

Colon

  1. Een onderdeel van een vers waarvan de woorden tussen twee pauzen uitgesproken wordt. Deze pauzen hoeven niet noodzakelijk adempauzen te zijn. Zie ook isocolon.

  2. Zie membrum.

  3. Een versdeel waarvan twee of meer voeten door een sterkere beklemtoning een ritmische eenheid vormen. De (mogelijke) geledingen binnen één colon (van één tot drie woorden) noemt men commata.

  4. De dubbelepunt.

 
  Color
De retorische term voor de manier waarop een spreker het feit 'kleurt'.
Bijvoorbeeld: minutio en amplificatie.
 
  Combinatorische variatie
Een verandering in een klank onder invloed van naburige klanken.
 
  Comédie
Een blijspel.

We onderscheiden:

  1. Comédie de moeurs
    Een blijspel waarin de zeden van de tijd uitgebeeld of gehekeld worden.
    Bijvoorbeeld: Les Précieuses ridicules van Molière (1658).
  2. Comédie héroïque
    Een blijspel waarin de personages voorname lieden zijn, maar die geen historische of mythologische achtergrond heeft en de intrige dus volledig fictief is.
    Bijvoorbeeld: Don Sache d'Aragon van Corneille (1649).
  3. Comédie larmoyante
    Een blijspel-achtig genre met een duidelijke karakterisering van goed en kwaad, een simpele intrige en een 'happy ending'.
    Bijvoorbeeld: Fausse antipathie van Nivelle de la Chaussée (1733).
  4. Comédie noire
    Een blijspel met een tragische ondertoon.
 
  Comma
Eén tot drie woorden die een deel vormen van een colon 3.
 
  Commedia all'improviso
Zie comedia dell'arte (zie hieronder).
 
  Commedia dell'arte
Het blijspel waarbij de tekst geïmproviseerd wordt naar aanleiding van een van te voren in grote lijnen vastgesteld intrige. Hierbij maakt men gebruik van bepaalde, steeds terugkerende typen, zoals Harlekijn. Ook comedia all'improviso genoemd.
 
  Commoratio
Het benadrukken van een hoofdpunt door het verschillende malen te herhalen in verschillende woorden.
 
  Commutatio
De volgorde van de eerste clausules omdraaien in de tweede.
 
  Communio
Zie complexio.
 
  Commutatieproef
De proef tot vaststelling van de fonemen van een taal door het vergelijken van woorden die in één klank verschillen.
 
  Comparatief, Comparativus
De vergrotende (of vergelijkende) trap. Vergelijk positief, superlatief en elatief.
Bijvoorbeeld: 'langer (dan)', 'groter (dan)'.
In het Latijn heeft deze trap vier betekenissen: 'langer', 'nog al lang', 'te lang' en 'langste' (als het gaat over twee personen of twee zaken).
 
 

Compendium
Afgeleid van het Latijnse pendere (wegen).

  1. Een kort begrip.

  2. Een samenvattend overzicht.

 
  Competence, competentie
De kennis die de taalgebruiker heeft van zijn moedertaal en die hem in staat stelt op correcte wijze en in een situatie passende zinnen in die taal te vormen en te begrijpen. Ook taalvermogen en competence genoemd.
Antoniem: performance.
 
  Complainte
De Frans-middeleeuwse en Engels-renaissancistische benaming voor een elegie. Vaak was de complainte satirisch bedoeld of is ze een humoristische schijnklacht (zoals bij Chaucer over een lege geldbeurs).
 
  Complement
Een aanvullend begrip.
 
  Complementair antoniem
Zie bij antoniem.
 
  Complementaire distributie
Het elkaar aanvullen van in betekenis gelijkwaardige suffixen.
Bijvoorbeeld: '-er' en '-aar'.
 
  Complexio
De vorm van epanalepsis waarbij zowel het begin als het einde van een vers of een zin worden herhaald. Ook communio of symploke genoemd.
 
  Compliment
Het uitvoeren van geëmotioneerde ceremoniën.
 
 

Composeren
Iets in dichterlijke vorm opstellen of formuleren. Men onderscheidt:

  1. innerlijk composeren (aandacht voor ordeningsprincipes als herhaling, contrast, intensifiëring, etc.)

  2. uiterlijk composeren (aandacht voor de duidelijk waarneembare structurering via strofen, hoofdstukken, etc.).

 
 

Compositum

  1. Een samengestelde woord.

  2. Een werkwoord dat is samengesteld met een prefix. Als prefix worden vaak preposities gebruikt.
    Bijvoorbeeld: 'posse' is een compositum van 'pot-' en 'esse'. 'Pot-sum' werd door assimilatie 'pos-sum'.

 
  Comprobatio
Het complimenteren van iemands rechters of toehoorders.
 
  Conatief
De eigenschap van een werkwoord die een bepaald aspect in het imperfectum uitdrukt.
 
  Concatenatie
De techniek om de gedachte waarop een strofe uitloopt te hernemen in het eerste vers van de volgende strofe door middel van herhaling. Dit werd gedaan om het herinneren van het gedicht te vergemakkelijken. Ook connexio genoemd. Afgeleid van het Latijnse catena (keten).
 
  Conceptismo
De beweging in de zeventiende-eeuwse Spaanse literatuur, die zich afzette tegen het gongorisme. Ze drong aan op een precieze en correcte stijl, vrij van latinismen, en legden de nadruk op een scherpzinnige inoud.
 
  Concessief
Toegevend. Ook consessief genoemd.
Bijvoorbeeld: 'hoewel' is een concessief voegwoord.
 
  Concessie, concessio
Het stijlmiddel waarbij de redenaar toegeeft dat de tegenpartij gelijk heeft op een punt van ondergeschikt belang; aldus kan de concessie vaak de ironie benaderen.
Bijvoorbeeld: de rede van Marcus Antonius in Julius Caesar van Shakespeare (±1600).

 
 

Concetti
Zie ook maniërisme.

  1. Gezocht geestige wendingen of zetten.

  2. Stijlkundig valse of overdreven middelen.

 
  Concettismo
Zie marinisme.
 
  Conciliatie
Het stijlmiddel waarbij er een vervaging optreedt van het onderscheid tussen twee aan elkaar tegengestelde meningen of benamingen door de mening van de tegenpartij af te zwakken of door er een correctie op toe te passen. Deze techniek wordt vaak in de refutatie gebruikt om de argumenten van de tegenpartij met de eigen stelling te verzoenen, of tot eigen voordeel uit te buiten.
 
  Conclusie
Zie peroratie.
 
  Conclusief
Gevolgaanduidend. Ook consecutief genoemd.
Bijvoorbeeld: 'derhalve' is een conclusief bijwoord.
 
  Concomitante verschijnselen
De begeleidende (en volgens Van Ginneken irrelevante) verschijnselen van een klank, zoals timbre (klank) en verschil in lengte.
 
  Concrete poëzie
De moderne poëzievormen die allereerst gebruik maken van de materieel-concrete eigenschappen van taal, zoals klank en grafische vorm. Wanneer ze een vermenging is van poëzie en muziek spreekt men van akoestische of fonetische poëzie. Bij een vermenging van poëzie en grafiek van visuele poëzie. Zie ook visieve poëzie.
Bijvoorbeeld: Zimprovisaties van Paul de Vree (1968).
 
  Conditionele uitspraak
Een 'als... dan...'-redenering. Zie bij antecedent, consequens en implicatie.
 
  Conditionalis
De voorwaardelijke modus; een bijzin. Afgeleid van het Latijnse condicionalis (voorwaardelijk).
 
  Conduplicatio
Het herhalen van woorden in opeenvolgende clausula's.
 
 

Confabulatie
Afgeleid van het Latijnse fabulare (praten).

  1. Een gemoedelijk gesprek.

  2. Een verzonnen mededeling.

 
  Confirmatie
Het deel van de rede waarin de redenaar de argumenten voor en tegen uiteenzet; de bewijsvoering.
Zie meer informatie over de indeling van een klassieke op de pagina over Ordening.
 
  Confutatie
Het deel van een rede waarin de argumenten van de tegenstander worden weerlegd. Ook wel refutatie genoemd.
Zie meer informatie over de indeling van een klassieke op de pagina over Ordening.
 
  Congé
De Frans-middeleeuwse dichtvorm waarbij het Lijden wordt aangeroepen door de dichter die de dood ziet naderen. De nadruk ligt op de tegenstelling tussen de smart van de dichter en zijn hoop op eeuwig geluk. Zie ook deze pagina.
Bijvoorbeeld: Congés van Jean Bodel (1204).
 
  Congeries
Zie accumulatie.
 
  Congruentie
Het in vorm en functie overeenstemmen van bij elkaar horende zinsdelen, meestal in persoon en getal van een onderwerp en de daarbij behorende persoonsvorm.
Antoniem: incongruentie.
 
  Coniectura
De vorm van de hoofdvraag van een strafproces, waarbij wordt gevraagd òf de beschuldigde de misdaad heeft begaan (an fecerit). Vergelijk finitie, qualitas en translatie.
 
  Conjugatie
Een vervoeging.
 
 

Conjunctie
Overgenomen van het Latijnse woord coniunctio (verbinding).

  1. Een voegwoord; een verbindingspartikel.

  2. De 'en'-verbinding van samenstellende uitspraken tot één (samengestelde) (logische) uitspraak.
    Antoniem: disjunctie.

 
  Conjunctivus
De subjectieve modus; het drukt een wens, een wil, een twijfel, een mogelijkheid e.d. uit.
We onderscheiden:
  1. Conjunctivus adhortativus
    De aansporende modus.
    Bijvoorbeeld: 'Cedamus' (Laten wij gaan).
  2. Conjunctivus dubitativus
    De twijfelende modus.
    Bijvoorbeeld: 'Quid me fiat?'
  3. Conjunctivus optativus
    De wensende modus.
    Bijvoorbeeld: 'Mox veniat' (Moge hij spoedig komen).
  4. Conjunctivus prohibitivus
    De negatief aansporende modus.
    Bijvoorbeeld: 'Ne timeas' (Vrees niet).
  5. Conjunctivus potentialis
    De uitdrukking van mogelijkheid, waarschijnlijkheid of bescheidenheid.
 
  Conjuncte fonemen
De fonemen die een onderlinge samenhang of relatie hebben.
 
  Connotatie
De met een woord verbonden voorstellingen (van emotionele aard) buiten de eigenlijke betekenis.
Antoniem: denotatie.
 
  Connexio
Zie concatenatie.
 
  Consecutief
Gevolgaanduidend. Ook conclusief genoemd.
Bijvoorbeeld: 'derhalve' is een consecutief bijwoord.
 
  Consecutio temporum
Een grammaticale regel volgens welke het gebruik van een bepaalde tijd in de hoofdzin een bepaalde soort van tijd in de bijzin noodzakelijk maakt.
 
  Consequens
Het tweede argument van een implicatie, een noodzakelijke voorwaarde.
 
  Consessief
Toegevend. Ook concessief genoemd.
Bijvoorbeeld: 'hoewel' is een consessief voegwoord.
 
  Consolatie
Een elegie waarbij de nadruk ligt op troost.
 
  Consonant
Een medeklinker.
 
  Consonant-coniugatie
De vervoeging die zich voordoet wanneer de stam eindigt op een consonant (zie hierboven) en de conjugatie-suffix begint met een consonant (zie hierboven). Tussen de stam en de uitgang staat dan een bindvocaal.
 
  Constituent
Een zinsdeel; een woordgroep.
 
  Constitutio
De Latijnse term voor stasis.
 
 

Constructio ad sensum
Het grammaticaal verschijnsel waarbij het predikaat niet overeenkomt met de grammaticale vorm van het subject, maar wel met de betekenis ervan. Ook constructio ad sententiam genoemd. Het kan gebruikt worden als stijlfiguur (syllepsis 1).
Bijvoorbeeld: 'Capita coniurationis caesi sunt' (de kopstukken van de samenzwering werden gedood).

 
 

Construeren

  1. Grammaticaal combineren of gebruiken.

  2. Uit gegevens en regels afleiden.

 
  Contaminatie
Een vermenging van aan elkaar verwante woorden. Afgeleid van het Latijnse contaminare (beroeren, bevlekken).
Bijvoorbeeld: 'optelefoneren' van 'opbellen' en 'telefoneren'.
Er zijn echter ook opzettelijke contaminaties, zoals 'brunch' ('breakfast' en 'lunch') en 'smog' ('smoke' en 'fog').
Een contaminatie kan ook uit meerdere woorden bestaan, zoals bij: 'Deze auto kost duur', waarbij 'kost veel' en 'is duur' zijn vermengd. Zie ook porte-manteau.
 
  Conte
Een wonderlijke vertelling; een onwaarschijnlijke novelle.
 
  Contemplatie
Een vrome bespiegeling.
 
  Contingente uitspraak
Een uitspraak waarvan de waarheidswaarde afhangt van hoe de wereld in elkaar zit. Vergelijk tautologie en contradictie.
 
  Continuant
Een glijdende medeklinker; een wrijfklank.
 
  Continuatio
Het gebruik van volle, lange zinnen.
 
  Contractie
De samentrekking van klinkers. In het algemeen heeft een o-klank de overhand op een a-klank, een a-klank op een e-klank.
 
  Contradictie
Afgeleid van het Latijnse contra (tegen) en dicere (spreken).
  1. Een tegenspraak; een tegenstrijdigheid. Vergelijk met oxymoron.

  2. Een door een negatie noodzakelijk onware tautologie. Vergelijk met contingente uitspraak.
    Bijvoorbeeld: 'het is niet zo dat het regent of niet regent'.

We onderscheiden:

  1. Contradictio explicita
    Een uitdrukkelijke tegenstrijdigheid.

  2. Contradictio in adiecto
    Een verbinding van een substantief en een tegenstrijdig attributief adjectief.
    Bijvoorbeeld: 'een levend geraamte'.

  3. Contradictio in terminis
    Een verbinding van twee tegenstrijdige begrippen. Als stijlmiddel gebruikt noemt men een contradictio: oxymoron.
    Bijvoorbeeld: 'hij was ziende blind'.

 
  Contrapunt
Een metrische variatie waarbij de hoofdversvoet jambisch is en afgewisseld wordt met een dactylische of trocheïsche versvoet. Ook counterpoint genoemd. Zie antimetrie.
 
  Contrarium
Het gebruik van één of twee tegengestelde beweringen om een andere te bevestigen.
 
  Contrastieve grammatica
Een spraakkundige beschrijving van de structurele verschillen tussen twee talen.
 
  Contrepèterie
Zie antistrofe 1.
 
  Controversia
Het uitspreken van een rede over een verzonnen juridisch geval als oefening op de retorenscholen. De andere oefeningen waren: chrie, declamatio, suasoria, laudatio en vituperatio.
 
  Contourtonen
De tonen die van hoogte veranderen.
Antoniem: level- of registertonen.
 
  Conundrum
Een raadsel.
 
  Conversie
Zie transmutatie.
 
  Coördinatie
Een nevenschikking.
 
  Copla
Een gedichtje in de Spaanse volkspoëzie van één strofe met drie tot vijf, gewoonlijk echter vier achtlettergrepige regels, de cuarteles, of uit vier regels met afwisselend zeven en vijf lettergrepen, de seguidillas. De thema's zijn gevoelens van liefde, haat, verlangen, smart en heimwee.
 
  Copula
Een koppelwerkwoord. Afgeleid van het Latijnse copulare (samenvoegen).
 
  Copulatie
De verbinding van onderwerp en gezegde door de copula (zie hierboven).
 
  Corollaire
Een stelling die onmiddellijk uit het voorafgaande volgt.
 
  Corollarium
Een bijvoegsel.
 
  Coronaal
Met de tongpunt gearticuleerd.
 
  Coronis
Het Griekse teken boven klinkers ter aanduiding van samentrekking.
 
 

Corpus

  1. Het centrale deel van een redevoering. Vergelijk exordium en peroratie.

  2. Een verzameling teksten.

 
  Correctie
  1. Het stijlmiddel waarbij de schrijver zijn eigen woorden corrigeert. Vaak gebruikt bij het stijlmiddel conciliatie.
  2. De toehoorders voorbereiden op het horen van iets onplezierigs.
 
  Correlatie
Een reeks van opposities, elk tussen twee fonemen, die een archifoneem hebben en waartussen tegelijkertijd een gemeenschappelijk verschil bestaat.
 
  Correlatief
Een antecedent waarop een betrekkingswoord slaat.
 
  Correlativa
De woorden die door een kleine verandering aan het begin van het woord achtereenvolgens een vragende, aanwijzende of betrekkelijke betekenis hebben.
 
  Corroboratie
De steun voor een argument of redenering.
 
  Coryfee
Een koorleider in de Griekse tragedie.
 
  Counterpoint
Zie contrapunt.
 
  Crasis
Een samensmelting van twee klinkers tot één klank, in het bijzonder de laatste en de eerste klinker van twee woorden. Letterlijk overgenomen van het Griekse krasis (vermenging).
 
  Crenologie
Het nagaan van werken die invloed op een tekst hebben kunnen uitoefenen; letterkundig bronnenonderzoek. Afgeleid van het Griekse krene (bron). Vergelijk doxologie 2.
 
  Creolisering
Het geheel van de verschijnselen die zich voordoen bij plotseling contact van een Europese met een inlandse taal.
 
  Creticus
De klassieke versvoet: - U -.
 
  Crux ansata
Het teken '_'.
 
  Cryptanalyse
De taaltheorie die het mogelijk acht een taal te analyseren zonder daarbij de betekenis der woorden te betrekken.
 
  Cuartel
Een Spaanse copla-vorm, bestaande uit vier achtlettergrepige regels.
 
  Curiosa felicitas
Een gelukkige taalwending of een stijl die berust op toewijding van de schrijver. De term werd geïntroduceerd door Petronius.
 
 

Cursus
De middeleeuwse tegenhanger van de clausula, die ontstond toen het onderscheid tussen lange en korte lettergrepen vervaagde en werd vervangen door het onderscheid tussen beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen. Men onderscheidde:

  1. cursus planus: - U U - U

  2. cursus tardus: - U U - U U

  3. cursus velox: - U U U U - U

  4. (cursus) trispondiacus: U - U U U - U.

 
  Cyclisch gedicht
Een strofisch gedicht waarvan de slotstrofe de beginstrofe herhaalt.
 
  Cyclogram
Een woord dat eindigt met letters waar het mee begint. Ook rondloper of staartbijter genoemd.
Bijvoorbeeld: 'weduwe' en 'ingeving'.
 
  Cyclus
Een groep lyrische of epische werken, die samenhangen door een zekere eenheid van onderwerp, sfeer of vorm. Zie romancyclus en raamvertelling.
 
  Cyrillisch schrift
Het alfabet dat door Cyrillus rond de 9e eeuw werd gebruikt en de basisvorm is van het alfabet van enkele Slavische talen.
Zie ook deze pagina.

 

 
  © Maurice van Elburg
Niet zonder toestemming kopiëren.
 

<< Naar B  of  Naar D >>

Terug naar de homepage