Handboek filologie: H

Hadith
De overlevering van aan Mohammed toegeschreven uitspraken. Overgenomen van het Arabische hadith (verhaal).

Hagiografie
De literatuur met betrekking tot de geschiedenis van heiligen of gewijde geschriften. Afgeleid van het Griekse hagiôs (heilig).
Bijvoorbeeld: Saints and their cults (1984) door Stephen Wilson.

Haiku, Haikoe
Een 17-lettergrepig Japans gedicht, onderverdeeld in vijf, zeven en vijf lettergrepen. Er wordt een intense natuurervaring in uitgedrukt. Vergelijk tanka.

Halfrijm
Onvolledig rijm. Ook wel embryonaal rijm genoemd. Men onderscheidt assonantie en acconsonantie.

Halfvocaal
Een overgangsklank. Ook glide genoemd.

Hallel
Een lofzang, met name enkele Psalmen uit de Bijbel.

Hapax
Een woord waarvan maar één enkel voorbeeld is opgetekend. Stammend uit het Grieks: hapax legômenôn (één keer gezegd).

Haplografie
Een schrijffout waarbij één letter of lettergreep bij opeenvolging van twee gelijke letters of lettergrepen wordt weggelaten. Afgeleid van het Griekse haplô (verkorte vorm van haplos = enig).

Haplologie
De syncope van een lettergreep. Afkomstig van het Griekse haplô (verkorte vorm van haplos = enig).
Bijvoorbeeld: 'conservatisme' komt van 'conservativisme'.

Harmonistiek
Het trachten teksten die in onderdelen verschillen in harmonie met elkaar te brengen.

Hebraïsme
Een woordvorming of uitdrukking die in strijd is met de regels in een taal, wanneer het woord of de uitdrukking te letterlijk is vertaald uit het Hebreeuws.
Bijvoorbeeld: 'Heilige der Heilige' in plaats van 'Allerheiligste'.

Heffing
Zie arsis.

Heffingsvers
Zie toppenvers.

Hellinisme
Zie graecisme.

Hemistiche
Een halve versregel, een halve alexandrijn. Afgeleid van het Griekse emi (half).

Hemistichomythie
Een passage in een drama, waarin twee sprekers om beurten telkens een halve regel zeggen. Ook antilabe genoemd.

Hendekasyllabe
Een elflettergrepig vers. Deze komt veelvuldig in de Italiaanse poëzie voor. Ook Phalaecisch vers genoemd (naar de Griekse dichter Phalaecus). Afgeleid van het Griekse endeka (elf).
Bijvoorbeeld: Canzoniere van Petrarca (±1370).

Hendyadis, Hendiaduoin
Een uitdrukking van een onderschikkende combinatie van begrippen door een nevenschikkende verbinding. Hierbij worden twee begrippen die in feite één verschijnsel omschrijven verbonden, bijvoorbeeld door het woord "en". Afgeleid van het Griekse en dia duôin (één door twee).
Bijvoorbeeld: "De gevangene kermde van de pijn en de marteling." De gevangene kermde niet zozeer van de marteling, maar van de pijn veroorzaakt door de marteling. In feite wordt één begrip omschreven, terwijl er twee nevenschikkend worden verbonden.

Heptagoon
Een zevenvoetig vers.

Heptameter
Een vers van zeven voeten.

Hepthemimeres
De cesuur na de zevende halve voet. Ook semiseptenarius genoemd.

Hermetisme
De duistere, ontoegankelijke stijl van poëzie of proza door een subjectieve, onconventionele schrijfwijze of het gebruik van bepaalde codes die alleen voor een selecte groep begrijpelijk zijn.

Heroïde
Een poëtische liefdesbrief van een historische mythische of bijbelse heldin aan haar minnaar. Genoemd naar Heroïdes van Ovidius (voltooid in 8 G.T.).

Heroïsch vers
De dactylische hexameter.

Heterogenium
Een irrelevant antwoord om de aandacht af te leiden.

Heterologisch
Niet identiek met het begrip dat door het gebruikte adjectief wordt aangeduid.
Bijvoorbeeld: 'anderstalig' is niet anderstalig.
Antoniem: autologisch.

Heterometrisch
Zie polymetrisch.

Heteroniem
Een synoniem dat alleen qua gevoelswaarde van zijn equivalent verschilt.
Bijvoorbeeld: 'onderscheid' en 'discriminatie'.

Heterosyllabisch
Behorend tot een andere lettergreep. Antoniem: tautosyllabisch.

Heuristiek
De kunst om door logisch redeneren stap voor stap tot een bepaalde waarheid te komen.

Hexameter
Een zesvoetig vers, berustend op dactylus. In de eerste vier voeten kan de dactylus met een spondee afwisselen, de vijfde voet moet een dactylus zijn, de laatste is een trochee of spondee. Het schema is dus (waarbij - een korte lettergreep en U een lange lettergreep voorstelt):

- U U - U U - U U - U U - U U - U

of - U U - - - U U - U U - U U - U enz.

De grote klassieke, epische gedichten: Ilias, Odysseia, Aeneis, zijn in deze maat geschreven.

Hexapodie
Een zesvoetig vers.

Hiaat
Het op elkaar stoten van twee klinkers. Om dit te voorkomen werd de tussen-n ingevoegd.
Bijvoorbeeld: 'kippenei' in plaats van 'kippeei'.

Hiëratisch schrift
Een vereenvoudiging van het hiëroglyfenschrift.

Hiëroglyf, Hiëroglief
Het Oud-Egyptisch beeldschrift.

Hinkjambe
Een choliambe.

Hipponactische strofe
De klassieke versvorm, waarin een catalectische jambische trimeter telkens volgt op een catalectische trocheïsche dimeter:

- U - U - U U

U - U - U - U - U - U

Bijvoorbeeld: Oden, II, 18 van Horatius.

Hiragana
Het (Japanse) fonetische, cursieve lettergreepschrift, ook katakana genoemd.

Hispanisme
Een woordvorming of uitdrukking die in strijd is met de regels in een taal, wanneer het woord of de uitdrukking te letterlijk uit het Spaans is vertaald.

Historiografie
Geschiedschrijving. Deze vorm van verslaggeving is al zo oud als de mens schrijven kan. Eén van de grote historiografen uit de klassieke oudheid is Thukydides, die leefde van ca. 460 tot ca. 396 v.G.T. Tijdens zijn 20 jaar ballingschap begon hij met het samenstellen van de Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog. Voor zijn tijd was hij buitengewoon objectief; hij was een aanhanger van de waarheid en had als doel een logische opvatting en betekenis van de onderlinge afhankelijkheid van de feiten weer te geven. Hij zocht naar de oorzaken van de feiten en verklaarde ze door aanvaardbare bewijzen te geven.

Historische roman
Het episch genre waarbij de schrijver poogt het verleden voor de lezer te doen herleven, hetzij door historische personen ten tonele te voeren of historische gebeurtenissen te schilderen, hetzij door een gefantaseerd gebeuren te plaatsen in een verleden tijd.
De Romantiek bracht een opbloei van de historische roman.
Bijvoorbeeld: Ivanhoe (1819) van Sir Walter Scott, en De Leeuw van Vlaenderen (1838) van H. Concience.
Tijdens de Neo-Romantiek bloeide de historische roman weer op, maar daarbij ging de inhoud minder om een historisch gebeuren en meer om de sfeer van het verleden, waarbij de hoofdpersoon vaak trekken vertoont van de auteur.
Bijvoorbeeld: De heilige tocht (1913) van Arij Prins, en Iskander (1920) van Louis Couperus.

Hodoeporicon
Een klassieke reisbeschrijving in versvorm. Vergelijk periegese en periplous.
Bijvoorbeeld: Satiren, I, 5 van Horatius.

Hodoniem
Een straatnaam. Afgeleid van het Griekse hôdôs (weg).

Holograaf
Een document in het handschrift van de auteur. Afgeleid van het Griekse hôlôs (helemaal, compleet).

Homeoptoton
De terugkeer van dezelfde naamval aan het slot van een periode of kolon.

Homeoteleuton
Gelijke woordeinden.

Homerische vergelijking
Een zeer breed uitgewerkte metafora.

Homiletiek
De leer van de kanselwelsprekendheid.

Homilie
Een (zeden)preek; een sermoen.

Homiologia
Een saaie, overvloedige stijl.

Homoeosis
Een algemene benaming voor figuren van overeenkomst zoals icon, fabel, parabel en paradigma.

Homofoon
Een woord dat hetzelfde uitgesproken wordt als een ander.
Bijvoorbeeld: 'eis' en 'ijs'.

Homograaf
Een woord dat hetzelfde gespeld wordt als een ander, maar een andere betekenis heeft.
Bijvoorbeeld: 'bommelding' of 'contrastrijker'.

Homoioptoton
Het herhalen van verschillende woorden met gelijke (naamvals)verbuiging in een zin of regel.

Homoioteleuton
Het gebruiken van verschillende niet verbogen woorden met gelijke einden in een zin of regel.

Homoniem
Een gelijkluidend woord met een afwijkende betekenis.
Bijvoorbeeld: 'bank' kan duiden op een zitmeubel of een financieel instituut en dit kan alleen blijken uit de context. Men onderscheidt lexicale en syntactische homonymie.

Homorganisch
De eigenschap van klanken die met behulp van dezelfde organen worden gearticuleerd.

Hoofdtelwoord
Een telwoord dat de hoeveelheid of het (rang)nummer van zelfstandigheden aanduidt. Ook cardinalium genoemd.

Hoofse roman
De middeleeuwse epische literatuur waarin het hofleven van de twaalfde en dertiende eeuw op geïdealiseerde wijze wordt weerspiegeld. We onderscheiden:

  1. antieke roman waarvan de vertelstof wordt ontleend aan de oudheid.
    Bijvoorbeeld: Eneide van H. van Veldeke (±1180).

  2. Oosterse roman waarvan de vertelstof wordt ontleend aan het Midden-Oosten, vooral Arabië.
    Bijvoorbeeld: Floris ende Blancefloer (eerste helft dertiende eeuw).

  3. Brits-Keltische roman, meestal een graalroman of handelend over Arthur .
    Bijvoorbeeld: Walewein van Penninc & Vostaert (begin dertiende eeuw).

Huitain
Een strofe die bestaat uit acht versregels van telkens acht of tien lettergrepen, met het rijmschema ababbcbc. Afgeleid van het Franse huit (acht).

Humaniora
De studie van de klassieke talen en letterkunde (Grieks en Latijn). Afgeleid van het Latijnse humanus (menselijk).

Humoreske

  1. Een grappige vertelling of schets.
    Bijvoorbeeld: de korte humoresken van Simon Carmiggelt.

  2. Een berijmde komische vertelling uit de achttiende eeuw.

Hybridicisme

  1. Een door vermenging ontstaan woord; een bastaardwoord.

  2. Een woord dat is samengesteld uit woorden van verschillende talen.
    Bijvoorbeeld: 'luchtballon'.

Hydrografie
Een beschrijving van water.

Hymenaeus
Een bruiloftsgedicht. Zie epithalamium.

Hymne
Een lofzang; een vreugdezang; een jubelzang; een kerkzang. Meestal gebruikt in een religieuze betekenis. Afgeleid van het Griekse humnôis (Latijn: hymnis).

Hypallage
De stijlfiguur waarbij een verwisseling van woorden plaatsvindt, zonder dat dat een verandering van betekenis teweegbrengt. Afgeleid van het Griekse allasso (verruilen). Vergelijk enallage.
Bijvoorbeeld: 'De brand in het hout steken' in plaats van 'Het hout in brand steken'.

Hyperbaton
Een vrije woordschikking om een belangrijk begrip naar voren te brengen. Afgeleid van het Griekse baino (gaan). (huperbatôn betekent: 'buiten zijn normale plaats in de zin behandeld'.) Ook disjunctie genoemd. Vergelijk met anastrofe, inversie en hysterologie. Wanneer deze woordschikking tot onduidelijkheid leidt, spreekt men van een sygkysis.

Hyperbool
Een overdrijvende, vergrotende uitdrukking.
Bijvoorbeeld: 'Ik sta al een eeuw te wachten' of 'Het duurt maar een seconde'.
Afgeleid van het Griekse huperbôlê (overdrijving).

Hypercatalectisch
Met een extra lettergreep na de laatste versvoet. Zie catalectisch.

Hypercorrect
De eigenschap van vormen die hun ontstaan danken aan het gevoel dat overigens correcte vormen slordig of secundair zouden zijn.

Hypermetrisch

  1. Een lettergreep te veel tellend.

  2. De eigenschap van een vers waarbij de overtollige lettergreep voor de aanvangsvocaal van het volgende vers geëlideerd wordt (zie elisie). Zie catalectisch.

Hyperoniem
Een woord dat bovengeschikt is aan (verschillende) hyponiemen.
Bijvoorbeeld: 'man' is een hyperoniem van 'echtgenoot' en 'kerel'.

Hypocorosticon
Een vleinaam, een verkorte naam. Afgeleid van het Griekse hupôkôrizesthai (als een kind, met vriendelijke woordjes toespreken).

Hypocrisis
De spot drijven met een tegenstander door zijn gebaren of spraakeigenschappen te overdrijven. Vergelijk mycterismus.

Hypofoor
Een retorische vraag met een door de spreker zelf gegeven antwoord. Sterk verwant met de apocrisis.

Hypogram
Een portmanteau(woord).

Hypokrisis
Voordracht. In het Latijn actio genoemd. Eén van de vijf pijlers van de retorica.

Hypolepse
Een niet bewuste prolepse. Afgeleid van het Griekse hupôlepsis (veronderstelling).

Hyponiem
Een woord dat ondergeschikt is aan een hyperoniem.
Bijvoorbeeld: 'echtgenoot' is een hyponiem van 'man'.

Hyporchema
Een dans- en vreugdelied van het Griekse koor. Het werd onder begeleiding van muziek in een zeer snelle en heftige maat gezongen en gedanst.
Bijvoorbeeld: het vijfde stasimon van Antigone van Sophocles.

Hypotaxis
Een onderschikking; een subordinatie.
Bijvoorbeeld: 'Daar alle mensen sterfelijk zijn, is ook Socrates sterfelijk.'
Antoniem: parataxis.

Hypothesis
Het op concrete personen of feiten gerichte onderwerp van een redevoering. Ook quaestio finita of causa genoemd. Vergelijk thesis 2.
Er zijn twee categorieën:

  1. Zaken van feitelijkheid en gerechtigheid;

  2. Zaken van de wet.

De elementen van de hypothesis:

  1. Actor;

  2. Daad;

  3. Tijd;

  4. Plaats;

  5. Oorzaak;

  6. Wijze;

  7. Startpunt.

Hypothetische zin
Een voorwaardenstellende zin. We onderscheiden drie voorwaardenstellende zinnen:

  1. realis: wanneer de voorwaarde vervuld wordt, vindt ook het gevolg plaats. Of de voorwaarde vervuld wordt of niet, laat men in het midden;

  2. potentialis: de voorwaarde wordt voorgesteld als mogelijk, evenzo het gevolg;

  3. irrealis: de voorwaarde wordt voorgesteld als niet werkelijk, evenzo het gevolg.

Hypytypose

  1. Een levendige, gedetailleerde beschrijving van personen of zaken. Ook demonstratie, descriptie, diatypose, effiguratie, ekfrase, enargia, evidentia en illustratie genoemd.

  2. Het nabootsen van daden.

Hypozeugma
Een vorm van zeugma waarbij een werkwoord in de laatste zinsnede staat.

Hypozeuxis
Een zin waarin elke clausula een eigen onderwerp en werkwoord heeft.

Hysterologie

  1. Het bezigen van begrippen in omgekeerde volgorde. Ook hysteron proteron of prothysteron genoemd. Zie ook anastrofe, inversie en hyperbaton.
    Bijvoorbeeld: 'hij ging zitten en ging de woonkamer binnen'.

  2. Het plaatsen van een tussenzin tussen een voorzetsel en het bijbehorende object.

Hysteron proteron

  1. Zie hysterologie (zie hierboven).

  2. Syntaxis met een abnormale logische of temporele volgorde.

  3. Een bewijs uit een stelling die zelf bewezen kan worden door dit bewijs.
    Afgeleid van het Griekse husterôn prôterôn (het achterste eerst, achterstevoren).

 

 

© Maurice van Elburg
Niet zonder toestemming kopiëren.

 

 

<< Naar G  of  Naar I >>

 

 

Terug naar de homepage