Handboek filologie: K

Kabbalistiek
De leer van het geheime verband tussen woorden door de letters een getalwaarde toe te kennen en deze bij elkaar op te tellen. Geliefd hierbij is de naam van een beruchte persoon de waarde van 666 (het getal van het Beest) te laten verkrijgen. Ook 'gematria' genoemd.

Kabbalistische tekens
Geheime, alleen voor ingewijden verstaanbare tekens.

Kaboeki
Een vorm van Japans volkstoneel.

Kadervertelling
Zie raamvertelling.

Kanji
(Een letter uit) het Japanse schrift met Chinese karakters.

Kannibalisme
De literaire techniek waarbij korte verhalen in romans worden verwerkt.

Kantiek
Zie canticum.

Karakter

  1. Een letter, letterteken of figuur.

  2. De stijlsoort.

Karelroman/verhaal
Een middeleeuwse roman waarin Karel de Grote als centrale figuur optreedt.
Bijvoorbeeld: 'Karel ende Elegast'.

Karikatuur
Een spottende, overdreven voorstelling van de karaktertrekken van een persoon of zaak.

Katakana
Het (Japanse) fonetische lettergreepschrift, ook hiragana genoemd.

Katastasis
Het vertragen van de stijging naar het hoogtepunt in een Griekse tragedie.

Katestrammenos
In perioden.

Kawi
De poëzie in het Oudjavaans (ca. 800-1400 n.Chr.).

Keerrijm
De rijmvorm waarbij er een herhaling optreedt van één of meer klanken, woorden, woordgroepen of een vers in opeenvolgende strofen.

Kelticisme
Een woordvorming of uitdrukking die in strijd is met de regels in een taal, wanneer het woord of de uitdrukking te letterlijk is vertaald uit het Keltisch.

Kenning
De Oudnoorse en Oudgermaanse stijlfiguur waarbij er een omschrijving wordt gegeven. Vergelijk perifrase.

Ketendicht
De rijmvorm waarbij het slotwoord van de ene regel rijmt op het beginwoord van de volgende.

Klaaglied, klaagzang
Zie elegie.

Klankinsertie
Het invoegen van een klank, vooral tussen de 'r' en 'er'.
Bijvoorbeeld: 'hoorder' of 'verder'.

Klankleer
De fonetiek.

Klanknabootsing

  1. Een onomatopoësis.

  2. Het nabootsen van een geluid in hele zinnen.
    Bijvoorbeeld: 'de donder davert'.

Klanktrap
De betrekkelijke kwantitatieve waarde van een klinker.

Klankverschuiving
De regelmatige overgang van sommige stomme medeklinkers in andere die ongeveer op dezelfde plaats in de mond worden gevormd. Men onderscheidt de eerste klankverschuiving, waardoor zich het Germaans van oudere Indogermaanse talen onderscheidt, en de tweede klankverschuiving, waardoor zich het Hoogduits van andere Germaanse talen onderscheidt.

Klankwisseling
De ablaut.

Klucht
Het pretentieloos volkstoneel dat alleen een schaterlach van het publiek als doel heeft. Zie cluyte.

Knittelverzen
Verzen die met opzet onbeholpen aandoen door hun voortdurend a-metrisch zijn. Ook knuppelverzen genoemd.

Knopenschrift
Het schrift met gekleurde, geknoopte koorden van de Inka's.

Knuppelverzen
Zie knittelverzen (zie hierboven).

Koefisch
De lapidaire schrijfsoort uit het oude Arabië. Genoemd naar de stad Kufa aan de Eufraat.

Koinonia
Het consulteren van de opponent of de rechters.

Kolon

  1. Een zinsdeel zoals een voor-, tussen- of nazin.

  2. Een membrum; een onderdeel van een periode.

Komedie
Zie blijspel.

Kommation
Een korte, lyrische inleiding van de parabasis, gezongen door de koorleider.

Kommos
Een begrafenis- of dodewachtelegie.

Koppelwerkwoord
Een werkwoord dat samen met zijn naamwoord het gezegde vormt. Het geeft altijd een 'toestand', een 'zijn' weer.

Koronis
Het teken van de krasis: '.

Krasis
De vermenging van een korte eindklinker met een volgende beginklinker.

Kreeftdichten
Zie retrograden.

Kreeftvers
Het rederijkersvers (als onderdeel van een retrograde) waarvan de woorden van achteren naar voren gelezen ook een goede zin geven.
Synoniem: palindroom.

Kreupelrijm
Onzuiver rijm. Veroorzaakt kreupeldicht of ulevellenrijm.

Kruisstelling
Zie chiasme.

Kunstepos
Een heldendicht als bewuste literaire schepping.
Antoniem: volksepos.

Künstlerroman
Zie ontwikkelingsroman.

Kwantitatief vers
Een toppenvers gebaseerd op de afwisseling van lange en korte lettergrepen. Vergelijk accentvers.

Kwantiteit
De lengte of duur van klanken en lettergrepen. Vooral in de klassieke poëzie is dit van belang, aangezien de versvoeten daar werden opgebouwd uit afwisselend lange of korte lettergrepen. In de moderne poëzie is dit vervangen door beklemtoonde of onbeklemtoonde lettergrepen.

Kwantor
Een hoeveelheidswoord, een telwoord. Ook quantor gespeld.

Kwatrijn
Een ook door de Nederlandse rederijkers geschreven dichtvorm, met het rijmschema: aaba, dat in geserreerde vorm een levenswijsheid weergeeft. De grote figuur op dit gebied is de Perzische dichter Omar Khayyam (ca. 1050) met zijn Rubaiyat (= kwatrijnen).
Een voorbeeld van Leopold ('Uit de Rubaijat'):

Veel kostbaar bloed heeft 's werelds loop gestort
en menig bloem is onverhoopt verdord;
verhef u niet op jongzijn en op glans,
de knop valt af, eer zij geopend wordt.

Kwinkslag
Een geestig gezegde, vooral als afweer gebruikt. Afgeleid van het Middennederlandse quincken (zich snel bewegen).

 

 

© Maurice van Elburg
Niet zonder toestemming kopiëren.

 

 

<< Naar J  of  Naar L >>

 

 

Terug naar de homepage