Handboek filologie: N

Naamdicht
Zie acrostichon.

Naamkunde

  1. Het wetenschappelijk onderzoek van eigennamen. Ook onomastiek genoemd.

  2. De leer van de wetten of regels der nomenclatuur.

Naamval
Elk der (buigings)vormen van een (voornaam)woord die zijn betrekking tot andere woorden in de volzin aanduiden. We onderscheiden: nominatief (eerste naamval), genetief (tweede naamval), datief (derde naamval), accusatief (vierde naamval), vocatief (vijfde naamval), locatief (zesde of zevende naamval), instrumentalis (zevende naamval), absolutief en ergatief.
Synoniem: casus.
Bijvoorbeeld: 'de' is de eerste naamval (nominatief), 'des' is de tweede naamval (genetief).

Naamwoord
Een woord dat een persoon of zaak noemt, bepaalt of aanduidt. Men onderscheidt: substantief (zelfstandig naamwoord) en adjectief (bijvoeglijk naamwoord).

Narratie
Het onderdeel van een rede waarin de feiten worden uiteengezet.
Zie meer informatie over de indeling van een klassieke op de pagina over Ordening.

Nasaal
Een occlusieve medeklinker waarbij de lucht door de neus ontsnapt: 'n', 'ng' en 'm'.
Antoniem: oraal.

Nederduits
De oorspronkelijke naam voor Nederlands.

Neerlandistiek
De wetenschap die zich bezighoudt met de Nederlandse taal- en letterkunde.

Negatie
Een ontkenning; een ontkennend woord; een ontkennende zin.

Nenia
Een lijkzang, een treurdicht. Zie elegie.

Neolatijn
Het Latijn van de humanisten, sedert ± 1400 in gebruik.

Neologisme
Een taalnieuwigheid. Afgeleid van het Griekse neô (nieuw) en lôgôs (woord). Vooral impressionisten, zoals Couperus, trachtten nieuwe woorden te maken. Zie calembour. Zie de site van Van Dale voor een signalering over 2003.

Neusklank
Een nasaal.

Neutraliseren
De onderscheidende waarde ontnemen aan fonemen in bepaalde posities.

Neutris generis
Van het onzijdig geslacht.

Neutrum
Overgenomen van het Latijnse neutrum (geen van beide).

  1. Het onzijdig geslacht.

  2. Een onzijdig(e) woord(vorm).

Nevengeschikt
Als gelijke naast elkaar gesteld.

Nevenschikkend
Woorden, woordgroepen of zinnen met gelijke waarde verbindend.

Nevenschikking
Zie parataxis.

New Criticism
 

No
De oudste Japanse toneelvorm, met weinig actie, maar een grote poëtische en emotionele lading. Het drama is vrijwel volledig verinnerlijkt. De belangrijkste schrijver van No-spelen is Seami (of: Zeami) Motokiyo (1363-1443).

Nom de Plume
Een pseudoniem; een schuilnaam.

Nomen
Een naamwoord.

Nomen actionis
Een substantief dat een handeling noemt.
Bijvoorbeeld: 'wandeling'.

Nomen agentis
Een substantief dat degene noemt die een handeling verricht.
Bijvoorbeeld: 'wandelaar'.

Nomenclator
Een lijst of woordenboek van namen of vaktermen met hun betekenis.

Nomenclatuur
Het geheel van vaste regels waarnaar de namen in een vak van wetenschap worden gegeven en ook de aldus vastgestelde namen als stelsel.

Nominaal
Naamwoordelijk.

Nominaliseren
Het tot een naamwoord maken door het in de infinitiefvorm te zetten en te laten voorafgaan door 'het'.

Nominatief, Nominativus
De eerste naamval; de subjectsvorm.

Nominativus cum infinitivo
Een in het passivum gezette accusativus cum infinitivo.

Nomos
Een melodie of lied, gezongen en gespeeld ter gelegenheid van een godsdienstig feest. De gebruikte instrumenten waren een citer of een fluit. De instrumentale nomos heet auletische nomos.

Nouveau roman
De experimentele romanvorm, gekenmerkt door het overheersen van het motief van de vervreemding, door de objectieve beschrijving van een wereld met eigen wetten, door de afwezigheid van een herkenbare intrige, afkeer van psychologie en door experimenten met de taal.

Novelle
Een episch verhaal van een gebeurtenis die een wending in het levenslot van de hoofdpersoon brengt. Ze beweegt zich in één kring en heeft één enkele handeling. Deze komt vooral voor in de nieuwere tijd, maar kent ook oude voorbeelden.
Bijvoorbeeld: Orpheus in de dessa (1902) van Augusta de Wit of de novellen-bundel De Wingerdrank (1937) van F. Bordewijk.
De novelle kan worden opgenomen in een groter geheel, zie daarvoor bij de raamvertelling.

Nucleas
De kern van een lettergreep, vrijwel altijd een vocaal.

Nulmorfeem
Een morfeem dat op grond van de betekenis van een woord aanwezig verondersteld kan worden, al is het in de vorm niet meer terug te vinden.
Bijvoorbeeld: 'goed' is nulmorfeem in 'beter'.

Nultrap
De fase in een ablautreeks waarbij de ablautende vocaal niet aanwezig is. Vergelijk met rekkingstrap.

Numerale
Een telwoord. We kennen het cardinalium (hoofdtelwoord) en het ordinalium (rangtelwoord).

Numerus

  1. Het aantal met betrekking tot de werkwoordsvorm: singularis (enkelvoud), pluralis (meervoud) en dualis (tweevoud).

  2. De benaming voor maat en ritme in de klassieke literatuur. Zie metrum en clausula.

 

  © Maurice van Elburg
Niet zonder toestemming kopiëren.
 
  << Naar M  of  Naar O >>  
  Terug naar de homepage