Handboek filologie: T

Taaleigen
Zie idioom.

Taalkundige ontleding
De ontleding naar de woordsoorten. Vergelijk redekundige ontleding.

Taaluniversale
Een algemene eigenschap van natuurlijke talen.
Bijvoorbeeld: alle talen hebben vocalen.

Tableau vivant
Zie toog.

Tagmeem
Het kleinste taalelement met een autonome vorm en betekenis.

Tanka
Een 31-lettergrepig Japans gedicht, met respectievelijk vijf, zeven, vijf, zeven en zeven lettergrepen per regel. Overgenomen van het Japanse tanka (kort gedicht). Vergelijk haiku.

Tapinosis
Onwaardige taal die een persoon of voorwerp vernedert.

Tautogram
Een tekst waarin de frequentie van een bepaalde letter kunstmatig is verhoogd.
Bijvoorbeeld: 'Lentelied' van H. de Flines.
Antoniem: lipogram.

Tautologie

  1. Synonymie; het herhalen van hetzelfde denkbeeld met een ander woord. Juist gebruikt intensiveert de tautologie een mededeling. Vergelijk epitheton (ornans) en pleonasme.
    Bijvoorbeeld: 'lint' en 'worm' in het woord 'lintworm'.
    Een ander voorbeeld: 'Ik heb hem gesmeekt en bezworen het niet te doen', waarbij 'smeken' en 'bezweren' ongeveer dezelfde betekenis hebben.
    Een verkeerd gebruikte tautologie verzwakt de kracht van de mededeling door overbodigheid van één of meerdere woorden.
    Bijvoorbeeld: 'Wij zijn genoodzaakt u te moeten ontslaan.' Personen die genoodzaakt zijn iets te doen, moeten iets doen. Juist zou zijn: 'Wij zijn genoodzaakt u te ontslaan' of 'Wij moeten u ontslaan.'

  2. Een uitspraak die vanwege de vorm altijd waar is. Vergelijk met contingente uitspraak.
    Bijvoorbeeld: 'Het regent of het regent niet'.
    Antoniem: contradictie.

Tautosyllabisch
Behorend tot dezelfde lettergreep.
Antoniem: heterosyllabisch.

Technopaignion
Zie carmen figuratum.

Teichoskopie
De techniek om een toneelspeler een verslag te laten geven vanaf een uitkijkpost (een toren, heuvel, etc.) van gebeurtenissen die niet of moeilijk op het toneel uit te voeren zouden zijn, bijvoorbeeld een brandende stad of een zeeslag.

Tekstverandering
Een bewerking van een bestaand literair werk. We onderscheiden de technieken:

  1. adiectie;

  2. detractie 2;

  3. transmutatie;

  4. immutatie;

  5. repetitie 2.

Telestichon
De vorm van acrostichon waarbij de eindletters of -woorden een woord, naam, zin gedicht of het alfabet vormen.

Temporeel
Tijdaanduidend.

Temporeel accent
Zie bij ritme.

Tempus
De tijd van het werkwoord, in het Grieks zijn de tempora bijvoorbeeld in te delen in de vier hoofdtijden (presens, futurum, perfectum en futurum exactum) en de drie historische tijden (imperfectum, aoristus en plusquamperfectum).

Tendensroman
Een eenzijdige strekkingroman. Ook roman à these genoemd.

Tenues
Een stemloze of scherpe plofklanken. Afgeleid van het Latijnse tenuis (fijn, helder (van geluid)).
Bijvoorbeeld: de 'p', 't' en 'k'.
Antoniem: media.

Tenzone
Een dispuut- of strijdgedicht, een vorm van troubadourspoëzie. Belangrijk dichter in dit genre is Adam de la Halle.

Ternaire
Een drieregelige strofe of een gedicht met drie versregels met het rijmschema aaa.

Terze rime
Een drieregelige strofe. Ze heeft omarmend rijm (aba); de eerste regel van de volgende strofe rijmt op de middelste van de voorgaande (aba bcb cdc etc.). Vergelijk terzine (zie hieronder).

Terzet
Een drieregelige strofe die de tweede helft van een sextet vormt. Op de laatste strofe van het gedicht volgt nog één regel, die op de middelste van de laatste strofe rijmt.

Terzine
Een drieregelige strofe van vijfvoetige jamben. Ze heeft omarmend rijm (aba); de eerste regel van de volgende strofe rijmt op de middelste van de voorgaande (aba bcb cdc etc.). Vergelijk terze rime (zie hierboven).

Testament
Een gedicht dat is ingekleed als een testament.

Tetragram(maton)
Een woord van vier letters. Wanneer over Het Tetragram(maton) wordt gesproken, wordt daarbij verwezen naar de letters sjsk (JHWH) uit het Hebreeuwse alfabet, die de naam van God (mogelijk Jahweh) voorstellen.

Tetralogie
Vier samenhangende toneelstukken, zoals bij de Griekse klassieken: drie tragedies met een daaropvolgend saterspel.

Tetrameter
Een viervoetige jambe, zoals bijvoorbeeld het vers van Scott (waarbij - een geaccentueerde en U een ongeaccentueerde lettergreep voorstelt):

The way was long, the wind was cold
    U    - │ U     - │    U      - │    U     -

In balladen vindt men dikwijls een afwisseling van jambische tetrameters en trimeters, zoals in het voorbeeld van Byron:

I am the Rider of the Wind
U - │ U    -│U   - │U      - │
The Stirrer of the storm
   U     -│U   - │U     - │
The Hurricane I left behind
   U    -│ U - │ U  - │ U  - │
Is yet with Lightning warm
U   - │ U     - │   U       - │

Deze maat, in het Engels ballad measure genoemd, is uit de middeleeuwse Latijnse septenarius, in de vagantenpoëzie, ontstaan:

Meum est propositum in taberna mori
    -U │  -      U │-U- ║   -  U│ -    U│ - U

( stelt de cesuur voor.)

Tetrapodie
Een vers van vier enkele voeten.

Thaumasmus
Een uitroep van verbazing tijdens een rede.

Thema
De stam.

Thematische klinker
De klinker na de wortel die daarmee samen de stam vormt, waarachter de uitgangen komen.

Theogonie
Een werk waarin de oorsprong en afstamming van goden verhaald wordt.
Bijvoorbeeld: Theogonie van Hesiodus.

Theorema
Een grondstelling, gebaseerd op andere (geaccepteerde) uitspraken.

Thesaurus
Een groot verzamelwerk met de woordenschat van een taal.

Thesis

  1. Een toondaling; het onbeklemtoonde deel van een versvoet.
    Antoniem: arsis.

  2. Een op abstractheden gericht onderwerp van een redevoering. Ook quaestio infinita genoemd. Vergelijk hypothesis.

Threnos, Threnodie
Een klaaglied of dodenklacht, een lyrische zang met klacht over de dood van een dierbaar familielid of een vriend, aansporend tot vertroosting in het lijden. Ook als onderdeel van een rede.Afgeleid van het Griekse threnôs (lijkzang) en ôide (lied).
Simonides van Keos evolueerde de threnos tot een koorlied, waarin geklaagd wordt over de snelle en pijnlijke wendingen die zich in een mensenleven kunnen voordoen en een mensenleven onverwachts doen eindigen. Simonides heeft ook de zin van de threnos met die van het enkomion verbonden. Van klaaglied werd het een loflied (bijvoorbeeld voor de gevallenen in de Thermopylen), waarin de dood als roemvol wordt geprezen.
Volgens sommigen vormen threnoi de oorspronkelijke kern van de Ilias van Homeros.

Tmesis
Een snijding; een scheiding van een samengesteld woord door een ertussen geplaatst woord. Letterlijk overgenomen van het Griekse tmesis (snijding).
Bijvoorbeeld: 'quem fors dierum cumque dabit...' (alle dagen die het lot zal geven) uit Oden, I, 9, 14 van Horatius.

Toekomstroman
Het episch genre waarbij de schrijver een beeld geeft van hoe hij denkt dat leven en denken in de toekomst zullen zijn. Zie science fiction.
Bijvoorbeeld: Nineteen Eighty-four (1949) van George Orwell.

Toneem
Een intonatieverschijnsel met woordonderscheidende functie.

Tongklank
Een klank, voor de vorming waarvan de tong een grote rol speelt.
Bijvoorbeeld: 'l' en 'r'.

Tonisch
Betrekking hebbend op de toon.

Toog
De uitbeelding door levende personages van een historische of bijbelse gebeurtenissen, zinspreuken of schilder- en beeldhouwwerken.

Toonloos
Onbeklemtoond.

Toontaal
Een taal waarbij de toonhoogte en de contour van de toon waarmee een woord wordt uitgesproken, bepalend is voor de betekenis van het woord.
Bijvoorbeeld: in het Chinees kent men vier 'tonen' (gelijk, dalend, stijgend en dalend-en-stijgend).

Topica
De leer van de gemeenplaatsen of topoi (meervoud van topos (zie hieronder)).

Topografie

  1. De plaatselijke verbreiding (van taalverschijnselen).

  2. De beschrijving van plaatsen.

Toponiem
Een plaatsnaam; een woord afgeleid van een plaatsnaam.

Topos
Een gemeenplaats, een vaste gedachtewending of uitdrukking in de retorica en literatuur. Aristoteles onderscheidt twee soorten in zijn Rhetorica:

  1. Onderwerpen die alleen op een specifiek kennisgebied nuttig zijn (idiôi tôpôi);

  2. Onderwerpen die in allerlei argumenten nuttig zijn (kôinôi tôpôi) die hij weer verder onderverdeelt:

    1. wat kan en niet kan gebeuren;

    2. was is en niet is gebeurd;

    3. wat zal en niet zal gebeuren;

    4. grootte.

De term is vaag en de categorie zo groot dat een opsomming onmogelijk is. Een topos was een algemeen argument, observatie of beschrijving die een redenaar kon onthouden om op verschillende gelegenheden te gebruiken. Een toespraak op Bevrijdingsdag zou dan kunnen worden aangevuld met passages die uit het geheugen konden worden geput, zoals een beschrijving van D-day, het gezicht van Hitler, de vlaggen van de geallieerden, het hotel waar de Duitsers hun overgave tekenden, taferelen van Amerikaanse tanks die bevrijde dorpen en steden binnenrijden, etc.
Enkele algemene topoi: de dood vergeet niemand, de tijd vliegt, het contemplatieve leven tegenover het actieve, een plaats beschrijven als paradijselijk, etc.
Tegenwoordig wordt het als zwakte gezien als een redenaar gebruik maakt van deze gemeenplaatsen, maar in vroegere perioden werd er zeer veel gebruik van gemaakt en behoedden ze een spreker een (dodelijke) stilte te moeten laten vallen.

 Zie verdere uitdieping in het artikel over de Vinding.

Topothesia
Het beschrijven van denkbeeldige, niet-bestaande plaatsen.

Toppenvers
Het verschijnsel waarbij elke versregel een gelijk aantal toppen heeft, dat wil zeggen een gelijk aantal beklemtoonde lettergrepen. Het aantal lettergrepen tussen de toppen kan variëren, maar de tijdsafstand tussen twee accenttoppen is bij het lezen gelijk (isochronisme), wat tot gevolg heeft dat, indien er meer onbeklemtoonde lettergrepen staan, deze sneller gelezen worden dan wanneer er bijvoorbeeld slechts één staat.
Vrijwel het gehele Middelnederlandse vers is een toppenvers.
Ook heffingsvers of alternerend vers genoemd.

Topwoord
Een adjectief waarin een soortnaam is opgenomen om de aard van de eigenschap te versterken, maar waarbij tevens een klankovereenkomst is tussen beide delen. De standaard-verzameling van deze woorden werd samengesteld door Egbert Beijk.
Bijvoorbeeld: 'gortdroog' en 'glashard'.

Tornada
L'envoi in een canso of chanson.

Totum pro parte
Zie metonymie.

Tragedie
Een treurspel. De benaming 'tragedie' is een samenstelling van de Griekse woorden tragôs (bok) en ôide (zang). De letterlijke betekenis is dus 'zang van de bokken'. Er zijn verscheidene mogelijke redenen voor deze benaming. Eén daarvan is, dat de leden van het koor in de oudste stukken bokkenhuiden droegen, of rond een geofferde bok dansten. Een andere verklaring die geopperd is, is dat de koorleden wellicht een bok als prijs of beloning voor hun prestaties kregen. De latere en ook de huidige betekenis van het woord is een gevolg van het gegeven of de lotgevallen van de personages uit de stukken, die meestal ten onder gingen of werden bestraft vanwege hun hoogmoed of voor misdrijven.
De tragedie stamt uit de Griekse cultuur en is gegroeid uit rituele dansen en zangen, tijdens ceremoniën ter ere van vruchtbaarheidsgoden, processies en smeektochten om de bevolking voor plagen, epidemieën en andere rampen te beschermen. Sommige daarvan waren occasioneel, andere kwamen terug met het seizoen of als een fase in de werkzaamheden (zaaiing of oogst) naderbij kwam. Aanvankelijk deed elke bewoner van het dorp of de stad aan het ritueel mee. Later werden de samenstellende delen van de ceremonie gestileerd en werden enkele leden van de gemeenschap uitgekozen en geoefend in dans en zang, terwijl de overige bewoners toekeken. De verering van Dionysos ging een steeds prominentere plaats opeisen, tot deze zich ontwikkelde tot de tragedie.
Bij het ritmisch dansen kwamen dan vertolkingen en uitbeeldingen van de belevenissen van hun goden, zoals ze deze zich voorstelden in hun mythen. De Grieken waren er immers van overtuigd dat hun goden ooit op aarde hadden geleefd en dat zij, na door de mensen te zijn verdreven, zich schuilhielden op de top van de Olympus.
Tragedie was echter pas tragedie vanaf het moment dat de auteur, of dichter, in al wat de feesten ter ere van Dionysos te bieden hadden aan zang, muziek, uitbeelding van mythen en gesprek, vraag en antwoord tussen koorleden en koorleider, de stof vond om een dramatisch werk te componeren waarbij de nadruk lag op het element 'voorstelling'. Waarschijnlijk was de eerste die deze kunst toepaste Thespis van Ikaria, die in 534 v.G.T. aan de Grote Dionysia in Athene deelnam. Hij plaatste een koor met koorleider en hypokrites ('hij die antwoordt') op een platte wagen, de Thespiswagen, en gaf in Athene een volledige voorstelling ten beste.
De klassieke tragedie bestond uit drie delen (lees hierover bij de gelijknamige onderwerpen):

  1. De prologos;

  2. De parados;

  3. Drie tot vijf epeisodia;

  4. De stasimon;

  5. De exodos.

Tragi-komedie
Het drama waarbij het tragische en het komische met elkaar verweven zijn.
Bijvoorbeeld: De kersentuin (1904) van Anton Tsjechov, en De wijze kater (1917) van Herman Heijermans.

Transcriptie
De weergeving in (andere) lettertekens.
Bijvoorbeeld: '' wordt getranscribeerd tot 'p'.

Transformatie
De omzetting van de dieptestructuur van een taaluiting in een oppervlaktestructuur.

Transformationeel-generatieve grammatica
De door Noam Chomsky opgestelde grammatica, die uitgaat van de hypothese dat alle zinnen in een taal omzettingen zijn van kernzinnen, die bestaan uit een nominale en een verbale constituent.

Transformeren

  1. Het herleiden van woorden.

  2. Het omzetten van dieptestructuren in oppervlaktestructuren.

Transitief
Een werkwoord dat een actie uitdrukt ten opzichte van iets of iemand; een overgankelijk werkwoord.
Bijvoorbeeld: 'nemen' of 'houden van' kunnen niet op zichzelf staan, maar zullen altijd door iets of iemand worden gevolgd.
Antoniem: intransitief.

Translatie
De vorm van de hoofdvraag van een strafproces, waarbij wordt gevraagd of de aanklacht, het rechtsgeding wel juridisch gegrond is (an actio iure intendatur). Vergelijk coniectura, finitie en qualitas.

Transliteratie
Het letter voor letter weergeven van tekens uit het ene schrift in het andere.

Transmutatie
Een tekstveranderingscategorie waarbij er een herschikking plaatsvindt van woorden of zinnen in een tekst. Ook conversie of permutatie genoemd. Vergelijk adiectie, detractie 2, immutatie en repetitie 2.

Transpositie
De toelaatbare omzetting van woorden, dat wil zeggen: een taal waarbij de verwisseling van woorden geen betekenisverschil met zich meebrengt.
Bijvoorbeeld: Latijn.

Trap
De verschillende vormen van adjectieven die aangeven in welke graad de hoedanigheid aanwezig is. Men onderscheidt: positief, comparatief, superlatief en elatief.

Travestie

  1. Een nabootsing van een ernstig literair werk waarbij de inhoud wordt behouden, maar de vormgeving veranderd. Afgeleid van het Italiaanse travestire (verkleden). Het is een tegenhanger van de parodie.
    Bijvoorbeeld: Le Vergile Travesty van Scarron (±1650).

  2. Een acteur die een vrouwelijke rol speelt of een actrice die een mannelijke rol speelt. De hieruit voortvloeiende misverstanden en situaties komen vaak voor in het blijspel.
    Bijvoorbeeld: The comedy of Errors van Shakespeare (1592).

Trema
Het deelteken: ¨.

Triad
Een Welse aforistische literaire vorm.

Trialis
De (oude) grammaticale vorm van het getal (naast enkelvoud en meervoud) die betrekking heeft op drie personen of zaken.

Tribrachys
Een versvoet van drie korte lettergrepen: U U U.

Triftong
Een drieklank; drie klinkers in één syllabe.

Trigraaf
Een door drie letters voorgestelde klank.

Trigram

  1. Een woord dat bestaat uit drie letters.

  2. Een veel voorkomende combinatie van drie letters.

Trilogie
Een samenhangend drietal zelfstandige literaire werken.

Trimeter

  1. Een drievoetig vers.

  2. Een zesvoetig jambisch vers; een uit drie jambische dipodieën bestaand vers.

Triolet
Een acht-regelige strofe van achtlettergrepige versregels met het rijmschema: ABaAabAB of ABbAbaAB. De eerste regel komt dus terug als vierde en zevende, terwijl de tweede regel als laatste regel terugkeert.
Zie ook bij rondeel.

Triplet
Een strofe van drie rijmende regels.

Tripodie
Een metrische periode die uit drie voeten bestaat.

Trispondiacus
Zie bij cursus.

Tristichon
Een drieregelig vers.

Trisyllabel
Een drielettergrepig woord.

Tritagonistes
De derde acteur. Bij de tragedie introduceeren Thespis en Aishylos een eerste acteur (hypokritès of protagonistes) en een tweede acteur (deuteragonistes). Sophokles volgde in hun voetsporen en deed hetzelfde met een derde speler, de tritagonistes.

Trithemimeres
De cesuur na de derde halve voet. Ook semiternaria genoemd.

Trivium
De groep van de drie vrije kunsten: grammatica, dialectica en retorica.

Trochee, Trochaeus
Een versvoet met de vaste combinatie: - U. Ook choree genoemd. In de tijd van de Renaissance zijn de klassieke versmaten in West-Europa overgenomen. Daar in de Westeuropese talen de lengte van de lettergreep geen duidelijke rol speelt, kon men de afwisseling kort : lang niet overnemen. Men verving die door een afwisseling van geaccentueerde en ongeaccentueerde lettergrepen, als in het volgende Nederlandse voorbeeld van P.C. Hooft (waarbij - een geaccentueerde en U een ongeaccentueerde lettergreep voorstelt):

Galathea, siet den dach comt aen
   - U│ -U│  -      U │ -        U │    -

Trocheïsche cesuur
De cesuur na de trochee (zie hierboven) van de derde voet, dat wil zeggen na de eerste korte van de dactylus.

Troop, Trope, Tropos
Een figuurlijke uitdrukkingswijze om een mededeling op te smukken. Afgeleid van het Griekse trepo (keren).

Tropologie
De leer van de beeldspraak, in het bijzonder met betrekking tot de bijbel.

Truïsme
Een weinig origineel benaderde (voor de hand liggende) waarheid.

Tussenwerpsel
Een op zichzelf staande uiting, meestal als gevoelsuiting. Ook interjectie genoemd.
Bijvoorbeeld: 'tjonge', 'och'.

 

  © Maurice van Elburg
Niet zonder toestemming kopiëren.
 
  << Naar S  of  Naar U >>  
  Terug naar de homepage