Handboek filologie: V

Vagantenpoëzie
De poëzie die door de groep rondtrekkende studenten in de dertiende eeuw werd vervaardigd. Zie goliard.
Bijvoorbeeld: Carmina Burana.

Val
Een treffende gedachte of wending in de laatste regels van een sonnet.

Valentie
De grammatische waarde, de mogelijkheden van gebruik. Men onderscheidt: morfologische valentie (het vermogen van woorden om samenstellingen en afleidingen te vormen) en syntactische valentie (de mogelijkheden om met andere woorden een woordgroep te vormen).

Valtoon
Een stoottoon.

Variatie

  1. Het stijlmiddel waarbij gebruik wordt gemaakt van een omschrijvende herhaling. Vergelijk polyptoton en paronomasia.

  2. Het literaire beginsel waarbij van variatie wordt uitgegaan.

Variorum

  1. Een geannoteerde uitgave; een uitgave met commentaar van verscheidene critici of geleerden.

  2. Een uitgave van een literair werk met verschillende tekstuitvoeringen.

Vaudeville
Een luchtig muzikaal toneelstuk met vrolijke melodieën en komische liedjes, vaak van satirische inhoud.

Velaar
Een spraakklank gevormd dicht bij of tegen het zacht verhemelte; gutteraal of uvulair.

Velddicht
Een éénstrofig gedicht waarin op speels-ondeugende wijze een avontuurtje wordt verhaald waarbij een meisje door haar minnaar wordt verrast. Het bestaat uit negen verzen van vier trocheeën met wisselend rijmschema.
Bijvoorbeeld: Rozemond die lag en sliep van P.C. Hooft.

Verbaal
Werkwoordelijk.

Verbaal substantief
Een van een werkwoord afgeleid substantief.
Bijvoorbeeld: 'de val' van 'vallen'.

Verba contracta
De werkwoorden die:
1. eindigen op 'ao';
2. eindigen op 'eo';
3. eindigen op 'ôo'.

Verba liquida
De werkwoorden die eindigen op een vloeiende consonant (liquidae).

Verba muta
De werkwoorden die eindigen op een stemloze consonant (mutae).

Verba pura
De werkwoorden die voor de 'ω' van de eerste persoon een tweeklank hebben.

Verbaalabstractum
Een substantief dat een handeling aanduidt.
Bijvoorbeeld: 'doop' bij 'dopen'.

Verbaaladjectief
Een adjectief gevormd bij een werkwoord.
Bijvoorbeeld: '-baar' is een verbaaladjectief bij het Germaanse werkwoord 'beran-' voor 'dragen' in bijvoorbeeld 'vruchtbaar'.

Verbaalnomen
Een substantief primair gevormd naast een werkwoord.
Bijvoorbeeld: 'schot' naast 'schieten'.

Verbatim
Woordelijk; van woord tot woord. Ook ad verbum of in extenso genoemd.

Verbicide
Een verdraaiing of verkrachting van woorden.

Verbid
Een subjectief gebruikt werkwoord.
Bijvoorbeeld: 'Het scheiden doet mij pijn.

Verbinding
Een (vaste) syntactische combinatie van woorden. Men onderscheidt: werkwoordelijke verbinding (een vaste verbinding met een werkwoord als kern) en bijwoordelijke verbinding (een vaste verbinding met de waarde van een bijwoord).
Bijvoorbeeld: 'op zijn jan boerenfluitjes'.

Verbuigen
De uitgang van een woord veranderen. Ook declinatie genoemd.
Bijvoorbeeld: 'slechte' is een declinatie van 'slecht'.

Verbum
Een (werk)woord.

Verbum finitum
De vervoegde vorm van het werkwoord.

Verbum infinitum
De onbepaalde wijs; zie infinitief.

Vergelijking
Een vorm van beeldspraak waarbij een zaak of begrip met iets anders in verband wordt gebracht door middel van een analogiserend woord (als, zoals, gelijk,etc.). Vergelijk homerische vergelijking en metafoor.

Verlan
De Nederlandse vorm voor de Franse vorm l'inverse, een onder de in Parijs studerenden populair taalspel, waarbij de volgorde van de lettergrepen in elk woord wordt verwisseld. Vergelijk antistrofe 1, paragram, parallellisme en spoonerisme.
Bijvoorbeeld: 'Dozat je oziets als zede zin spruiteekt plinaats van iets mornaals.'

Verleden tijd
De vormen van het werkwoord die de werking als volledig in het verleden plaats hebbend of gehad hebbend voorstellen.

Verschleierte Rede
Zie erlebte Rede.

Vers
Eén regel van een gedicht.

Vers commun
Een alternerend tienlettergrepig, berijmd vers dat veel voorkwam in de Franse heldendicht en lyriek van de vijftiende en zestiende eeuw. Wanneer de laatste lettergreep onbeklemtoond was, kon het vers ook elf lettergrepen bevatten.

Versmaat
De indeling van de verzen in lange en korte of beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen. Zie bij metrum.

Verspringend rijm
De rijmvorm met het rijmschema: abcabc.

Verssnede
De deling of snede van een versregel door een breuk in het ritme. Ook cesuur genoemd.

Versvoeten
De vaste combinaties van lange lettergrepen afwisselend met een bepaald aantal korte. Het klassieke vers kende bijvoorbeeld (lees hierover bij de gelijknamige onderwerpen) de:

  1. jambe (U -)

  2. trochee (- U)

  3. anapest (U U -)

  4. dactylus (- U U)

  5. amfibrachys (U - U)

  6. spondee (- -)

  7. choriambus (- U U -)

  8. creticus (- U -)

In de tijd van de Renaissance zijn de klassieke versmaten in West-Europa overgenomen. Daar in de West-Europese talen de lengte van de lettergreep geen duidelijke rol speelt, kon men de afwisseling kort : lang niet overnemen. Men verving die door een afwisseling van geaccentueerde en ongeaccentueerde lettergrepen.

Versvormen
Zie bij:

  1. isosyllabisch of lettergreepvers

  2. heffings- of toppenvers

  3. woordvers

  4. woordgroepvers

Vertelling
Een episch verhaal in dichtvorm betreffende één of meer samenhangende gebeurtenissen.
Bijvoorbeeld: De hoofdige Boer door Staring.

Vervoeging
De werkwoordsvorm naar modus, tijd en persoon schikken. Ook conjugatie genoemd.

Verwoording
De derde van de vijf pijlers van de retorica. Ook wel stijl genoemd. In het Latijn elocutio genoemd; in het Grieks lexis.

Vie romancée
Het episch genre waarbij het leven van een beroemd persoon in de vorm van een roman geschilderd wordt.
Bijvoorbeeld: Het korte leven van Jaques Perk (1957) van Garmt Stuiveling.

Villanella
Een landelijk lied dat rond het einde van vijftiende eeuw vooral populair was in Italië. In de zestiende eeuw kreeg de villanella de vaste structuur: vijf drieregelige strofen (terzinen) en een vierregelige eindstrofe (een kwatrijn). De eerste en de laatste regel van de eerste terzine worden afwisselend als keerrijm in de andere strofen herhaald. Afgeleid van het Italiaanse villano (landelijk).
Bijvoorbeeld: Fladderende vlinders van Pol de Mont (1885).

Virelai
Een Franse variant van de lai. Het bestaat uit drie strofen van negen versregels, metrisch in tweeën gedeeld door twee rijmklanken. Vergelijk chanson balladeé.

Visieve poëzie
De maatschappijkritische concrete poëzie-vorm die bestaat uit een collage van knipsels, foto's en tekst. Ook poesia visiva genoemd.

Visueel rijm
De rijmvorm met homografen.

Visuele poëzie
Zie concrete poëzie.

Vituperatio
Het houden van een afkeurende rede als klassieke oefening aan de retorenscholen. De andere oefeningen waren chrie, declamatio, controversia, suasoria en laudatio.

Vloeiklank
Een liquida ('l' of 'r').

Vocaal, Vocalis
Een klinker.
Bijvoorbeeld: 'a', 'e', 'i', 'o' en 'u'.

Vocabulaire
Een woordenlijst; een woordenschat.

Vocalisatie
Het aangeven van de bij geschreven consonanten behorende vocalen (zie hierboven). Ook punctuatie genoemd.
Bijvoorbeeld: de Masoretische vocalisatie in de Hebreeuwse Geschriften van de Bijbel.

Vocalise
Een gedicht dat geheel berust op klankassociaties.
Bijvoorbeeld: Vera Janacopoulos van Engelmans.

Vocatief, Vocativus
De vijfde naamval; de naamval van de aangesproken persoon.
Bijvoorbeeld: 'Quid est, medice?' (Wat is er, dokter?).

Voegwoord
Een indeclinabel woord dat het verband legt tussen zinnen of gelijksoortige zinsdelen.
Bijvoorbeeld: 'want', 'omdat'.

Voegwoordgroep
Een woordgroep waarvan de kern een voegwoord (zie hierboven) is.
Bijvoorbeeld: 'een dag voordat'.

Volapük
Een kunstmatige wereldtaal.
Zie meer informatie op deze pagina.

Volksballade
De epische dichtvorm van (of voor) het volk. Kenmerkend zijn het feit dat:

  1. de lezer ineens midden in de handeling geplaatst wordt;

  2. het verhaal sprongsgewijs vooruit gaat;

  3. details worden verwaarloosd;

  4. tijd en plaats van de handeling zelden worden vermeld;

  5. er veelvuldig van herhaling gebruik gemaakt wordt.

Volksepos
Een aanvankelijk alleen in de mondelinge traditie voortlevend en groeiend heldendicht.
Antoniem: kunstepos.

Volksetymologie
Een verandering van een onbegrepen woord, gebaseerd op een etymologische interpretatie daarvan waarbij verwantschap of gelijkheid verondersteld wordt met een vertrouwd, bekend woord.
Bijvoorbeeld: 'gaanderij' van 'galerij'.

Volledig rijm
De rijmvorm waarbij het begin, het midden of het einde van de versregel een verbindende waarde heeft. Het komt het eerst voor in de Romaanse letterkunde. In de 9e eeuw vinden we het in de 'Evangeliënharmonie' van Otfrid voor het eerst in de Germaanse literatuur. Bij volledig rijm zijn niet alleen de klinkers (tweeklanken), maar ook de erop volgende medeklinkers gelijk.
Mannelijk
of staand heet het volledige rijm, als er één rijmende lettergreep is (loop - hoop). Volgt er nog een tweede, zonder accent, dan spreekt men van vrouwelijk of slepend rijm (lopen -hopen). Als er meer dan één lettergreep zonder accent volgt, spreekt men van glijdend rijm (kinderen - hinderen). Wanneer er meer dan één woord rijmt, spreekt men van dubbelrijm of rime riche, zoals in het voorbeeld van De Schoolmeester:

Ook blaffen honden niet meer als ze eenmaal dood zijn,
Anders zou het leven op een hondenkerk hof te groot zijn

Voorbeelden van rijm aan het begin en in het midden van een versregel van resprectievelijk De Genestet en Perk:

Ruisende wanden en schitt'rende zalen
Bruisende bekers en ramm'lende schalen

Ik ben geboren uit zonnegloren
En een zucht van ziendende zee

Volta
Het keerpunt in een sonnet, een wending in de ontwikkelde gedachte tussen het octaaf en het sextet. Vaak is het octaaf abstract en subjectief en het sextet concreet en objectief. Ook chute genoemd.

Voordracht
Eén van de vijf pijlers van de retorica. In het Latijn actio genoemd, in het Grieks upôkrisis.

Voor-hoofse roman
Zie ridderroman.

Voorzetsel
Een woord dat de betrekking tussen verschillende woorden in een zin aanduidt.

Vorm
De gedaante waaronder een woord naar de declinatie kan optreden.

Vormleer
De leer van de buiging, vervoeging en afleiding van woorden. Ook morfologie genoemd.

Vorstenspiegel
Een vorm van didactische literatuur uit de Renaissance waarin het ideaalbeeld van een vorst in een maatschappij wordt geschetst.
Bijvoorbeeld: Il Principe van Machiavelli (1513).

Vrij vers
De versvorm waarin metrum, rijm, en strofenbouw ontbreekt of slechts ten dele aanwezig is.

Vrouwelijk rijm
Zie bij volledig rijm.

Vulgarisme
Een uitdrukking strijdig met het juiste taalgebruik.

 

  © Maurice van Elburg
Niet zonder toestemming kopiëren.
 
  << Naar U  of  Naar W >>  
  Terug naar de homepage