Een geschiedenis van retorica 1
Retorica, in de algemene betekenis van taalgebruik op een dusdanige manier dat de toehoorders onder de indruk raken en worden be´nvloed om voor of tegen een bepaald standpunt te zijn, is zo oud als taal zelf en het begin van het sociale en politieke leven. Sinds mensenheugenis werd het beoefend en hoog aangeslagen door de Grieken. De reputatie van Odysseus en Nestor als redenaars, het antwoord van Achilles op de delegatie die hem smeekt weer aan de strijd deel te nemen en dergelijke voorbeelden getuigen hiervan en rechtvaardigen de opvatting dat Homeros de werkelijke vader van de welsprekendheid is.

Na het tijdperk van Homeros en Hesiodos en het vestigen van democratische instellingen, dwongen de ontwikkeling van de nijverheid en handel en de geleidelijk toenemende macht van de vloot van Athene de staatslieden redenaars te worden. Themistokles en Perikles waren de belangrijkste staatsmannen van hun tijd. De eerstgenoemde werd beschouwd als de meest capabele spreker, hoewel hij zich niet specifiek onderscheidde in welsprekendheid; de laatstgenoemde was een groot redenaar. Het is jammer dat geen enkele van hun toespraken bewaard is gebleven; maar enig idee van hun verheven patriottisme kan worden opgemaakt uit wat hun in de mond wordt gelegd door Thukydides, terwijl de echte fragmenten, waarvan verschillende kunnen worden gevonden in de werken van Aristoteles, worden gekenmerkt door een indrukwekkende levendigheid.

 

Volgende >>

 
  Terug naar de homepage