Ongrammaticaal, onlogisch of ongebruikelijk taalgebruik
  • acyrologia: het gebruiken van een onnauwkeurig of onlogisch woord;
  • amfibolie: een ambiguïteit van grammaticale structuur;
  • anakoloet: een zin met een andere structuur eindigen dan waarmee ze begon;
  • anastrofe: een ongewone woordschikking binnen een zin;
  • anoiconometon: onjuiste woordschikking;
  • anthimeria: het gebruiken van het ene gedeelte van een rede voor een andere;
  • anthyppalage: het veranderen van de grammaticale naamval voor nadruk;
  • antifrase: het gebruiken van een woord, terwijl men de tegenovergestelde betekenis van dat woord bedoelt;
  • antimetabole: de symmetrische herhaling van woorden in omgekeerde volgorde;
  • antiptosis: de ene naamval door een andere vervangen;
  • aschematiston: het onbekwaam gebruiken van stijlfiguren;
  • barbarisme: een woordvorming of uitdrukking die in strijd is met de regels in een taal, wanneer het woord of de uitdrukking te letterlijk uit een andere taal is vertaald;
  • cacosyntheton: een onhandige verplaatsing van delen van een zin;
  • cacozelia: geaffecteerde spraak met veel gelatiniseerde woorden;
  • catachrese: een onjuist gebruik van een woord of beeld;
  • enallage:
    • het verwisselen van woordsoort of woordvorm;
    • onjuist gebruik van beeldspraak;
  • hendyadis: het uitdrukken van een idee door twee begrippen te verbinden door "en" in plaats van een eigen substantief en bepalend woord;
  • hypallage: een onhandige of humoristische verandering van overeenstemming of toepassing van woorden;
  • hyperbaton: een vrije woordschikking;
  • hysterologie:
    • het bezigen van begrippen in omgekeerde volgorde;
    • het plaatsen van een tussenzin tussen een voorzetsel en het bijbehorende object;
  • hysteron proteron: syntaxis met een abnormale logische of temporele volgorde;
  • malapropisme: een vulgaire fout door een poging intellectueel te lijken;
  • metaplasma of metathesis: het verplaatsen van letters of lettergrepen van hun oorspronkelijke plaats in een woord;
  • poiciologia: een onhandige, ongrammaticale rede;
  • solecisme: een grove taalfout;
  • soriasmus: een mengeling van onkundig of geaffecteerd taalgebruik;
  • sygkysis: een onduidelijke woordschikking;
  • syllepsis: het ontbreken van congruentie van een werkwoord dat meer dan één subject regeert;
  • synchisis: het verhaspelen van woorden of de woordvolgorde in een zin.
  Terug naar de stijlfiguren  
  © Maurice van Elburg  
  Terug naar de homepage