Repetitieve patronen
Herhaling van letters, lettergrepen en klanken
  • alliteratie: de herhaling van een beginletter of -klank;
  • assonantie: de overeenkomst of herhaling van aangrenzende vocalen;
  • parechesis: de herhaling van klanken in woorden die dicht na elkaar staan;
  • parimion: een resolute alliteratie, waarbij elk woord in een zin of uitdrukking met dezelfde letter begint.
  Herhaling van woorden
  • adjunctio: het gebruik van één werkwoord om soortgelijke ideeën aan het begin of einde van opeenvolgende clausula's uit te drukken;
  • agnominatie: het herhalen van een woord met een verschil in een letter of klank;
  • anadiplosis: het herhalen van het laatste woord van de ene zin of clausula aan het begin van de volgende;
  • anafoor: het herhalen van hetzelfde woord aan het begin van opeenvolgende zinnen of clausula's;
  • antistasis: het herhalen van een woord in een andere of tegengestelde betekenis;
  • antistrofe: het herhalen van dezelfde woorden, maar in omgekeerde volgorde;
  • auxesis: het plaatsen van woorden of clausula's in volgorde van oplopende spanning;
  • catacosmesis: het plaatsen van woorden van grootste waardigheid naar kleinste;
  • complexio: de vorm van epanalepsis waarbij zowel het begin als het einde van een vers of een zin worden herhaald;
  • conduplicatio: het herhalen van woorden in opeenvolgende clausula's;
  • diacope: het herhalen van een woord met telkens één of enkele woorden ertussen;
  • diafora: het herhalen van een normaal woord in plaats van een eigennaam om zowel de persoon als zijn eigenschappen aan te duiden;
  • epanalepsis: het herhalen aan het einde van een zin of clausula van het woord waarmee ze begon;
  • epifoor: het herhalen van een woord of woordengroep aan het eind van een zin in de volgende zin;
  • epizeuxis: het herhalen van een woord zonder een ander woord ertussen;
  • homoioptoton: het herhalen van verschillende woorden met gelijke (naamvals)verbuiging;
  • homoioteleuton: het gebruiken van verschillende niet verbogen woorden met gelijke einden in een zin of regel;
  • hypozeuxis: een zin waarin elke clausula een eigen onderwerp en werkwoord heeft;
  • ploce: het herhalen van een woord met een nieuwe betekenis na de interventie van een ander woord of woorden;
  • polyptoton: de herhaling van hetzelfde woord in één zin, maar in een andere naamval;
  • polysyndeton: het gebruik van een verbinding tussen elke clausula;
  • scesis onomaton: het gebruiken van een serie synonieme uitdrukkingen.
 
  Herhaling van clausula's, frasen en ideeën
  • auxesis: het plaatsen van woorden of clausula's in volgorde van oplopende spanning;
  • commoratio: het benadrukken van een hoofdpunt door het verschillende malen te herhalen in verschillende woorden;
  • epifoor: het herhalen van een woord of woordengroep aan het eind van een zin in de volgende zin;
  • epimone: het frequent herhalen van een frase of vraag;
  • exergasia: het herhalen van dezelfde gedachte in vele figuren;
  • homiologia: een saaie, overvloedige stijl;
  • isocolon: het herhalen van zinnen van gelijke lengte en gewoonlijk een overeenkomende structuur;
  • pleonasme: het nodeloos herhalen van wat al gezegd of begrepen is;
  • pysma: het stellen van veel vragen die verschillende antwoorden vereisen;
  • tautologie: het herhalen van hetzelfde idee in verschillende woorden.
 
  Terug naar de stijlfiguren  
  © Maurice van Elburg  
  Terug naar de homepage