Beschrijvende stijlmiddelen
  • anatomie: het analyseren van een zaak tot de samenstellende onderdelen;
  • anemografie: het beschrijven van de wind;
  • characterismus: het beschrijven van een lichaam of geest;
  • chorografie: het beschrijven van een natie;
  • chronografie: het beschrijven van tijd;
  • dendrografie: het beschrijven van een boom;
  • diatypose: een levendige beschrijving van personen of zaken;
  • effictio: een persoonlijke beschrijving (van de uiterlijke kenmerken);
  • energia: een duidelijke, heldere, levendige beschrijving;
  • ethopoia: een beschrijving van natuurlijke neigingen;
  • geografie: een beschrijving van de aarde;
  • hydrografie: een beschrijving van water;
  • hypotypose: het nabootsen van daden;
  • icon: het beschrijven van een gelijkenis door beeldspraak;
  • mimesis: een nabootsing van gebaren, uitspraak of (veronderstelde of verzonnen) uitingen bij een persoon;
  • onomatopee: een woordvorming door klanknabootsing, waarbij de uitspraak aan de betekenis doet denken;
  • pragmatografie: het levendig beschrijven van een actie of gebeurtenis;
  • prosopografie: het beschrijven van denkbeeldige personen of lichamen;
  • topografie: het beschrijven van plaatsen;
  • topothesia: het beschrijven van denkbeeldige, niet-bestaande plaatsen.
  Terug naar de stijlfiguren  
  © Maurice van Elburg  
  Terug naar de homepage