Shakespeare en retorica
  William Shakespeare behoort ongetwijfeld tot de absolute top van de wereldliteratuur. Zijn werken fileren de menselijke aard tot op het bot en blijven boeien en inspireren.

Shakespeare was in veel opzichten uniek. Maar zijn werken ontstonden niet vanuit het niets. Hij kende zijn klassieken en putte zowel qua opbouw als plot uit groten vóór hem. Ook was hij grondig bekend met de regels van de retorica en paste deze veelvuldig toe.

 
  De rede van Marcus Antonius

Een prachtig voorbeeld van Shakespeare's toepassing van klassieke retorica is de rede van Marcus Antonius in Julius Caesar. Deze rede kan integraal worden gelezen op deze pagina. Daarop wordt ook het gebruik van retorische middelen duidelijk gemaakt door in de parallelle kolom de gebruikte middelen te vermelden.

Antonius wil met zijn rede bereiken dat het volk van Rome de moord op Caesar veroordeelt en de moordenaars terechtstelt. Maar hij moet zijn rede starten onder de moeilijkst denkbare omstandigheden: zojuist heeft Brutus succesvol betoogd dat zijn moord voortvloeide uit liefde voor Rome, omdat Caesar bezig was een tiran te worden: "Not that I loved Caesar less, but that I loved Rome more. Had you rather Caesar were living and die all slaves, than that Caesar were dead, to live all free men?" Het volk is op Brutus' hand: "'Twere best he [Antonius] speak no harm of Brutus here."
Wat Antonius moet doen, lijkt onmogelijk: hij moet "bewijzen" dat Caesar niet ambitieus was en vervolgens de meute opjutten tot actie om Brutus en zijn medestanders te vervolgen.

'Wat ik zeg niet te doen, dat doe ik'
Antonius kiest ervoor zichzelf als het ware deelgenoot te maken met het opgehitste volk. Wat hij daarom voortdurend doet, is beweren het ene te doen maar tegelijkertijd het tegenovergestelde feitelijk doen. Zo begint hij met: "I come to bury Caesar, not to praise him." En dat terwijl hij Caesar de ene loftuiting na de andere toezingt.
Enige tijd later zegt hij: "Good friends, sweet friends, let me not stir you up to such a sudden flood of mutiny", terwijl de doelstelling van zijn rede juist dát is: muiterij tegen Brutus en zijn medestanders.
Aan het slot van zijn rede stelt hij zichzelf tegenover Brutus en Cassius: "I am no orator, as Brutus is But, as you know me all, a plain blunt man". En dat terwijl hij zojuist "Noble Anthony" werd genoemd en werd gezegd: "There's not a nobler man in Rome than Antony."
Op het moment dat hij zichzelf afschildert als de meest nietswaardige inwoner van Rome - terwijl hij heel goed weet dat hij daarmee juist hoger in aanzien stijgt - zegt hij: "I come not, friends, to steal away your hearts", wederom regelrecht het tegendeel van zijn opzet!

Repetitie
De kracht van de redevoering zit in de koppeling die Antonius - gelijk aan het begin van zijn rede - maakt tussen de "eerbaarheid" van Brutus en de ambitie van Julius Caesar.
Door het gebruik van repetitie en het subtiel vervlechten van argumenten in zijn opbouw, krijgt het gebruik van "honourable men" elke keer dat Antonius de term gebruikt een minder gunstige betekenis. Tot op het moment waarop de toehoorders uitroepen: "They were traitors: honourable men!"

De emoties van het publiek
Op slimme wijze bespeelt Antonius de emoties van het publiek, waarbij hij hun verontwaardiging oproept door de verdiensten van Caesar tegenover de brute wijze waarop hij is vermoord te stellen, waarbij hij op poëtische wijze uitwijdt over de wonden in de rug van Caesar.
Maar daarnaast appelleert hij ook aan hun verdriet en gaat hen daarbij voor door zelfs een pauze in te lassen omdat hij overmand wordt door emoties: "Bear with me; My heart is in the coffin there with Caesar, And I must pause till it come back to me." In de meeste (film)voorstellingen wordt deze pauze door Antonius gebruikt om de reactie van het volk te peilen. Zodra hij merkt dat men zijn argumentatie pikt, voert hij zijn betoog op door aan te sturen op wraak voor de dood van Caesar.

Het testament van Caesar
Een ander krachtig wapen dat Antonius maximaal uitbuit, is het testament van Caesar. Van het begin tot aan het einde van de rede belooft Antonius inzage te geven in het testament en "zwaait" ermee, terwijl hij zelf keer op keer een zijweg inslaat die weer wegleidt van het testament.
En op het 'moment suprème' leest Antonius het testament niet voor, maar geeft hij zijn eigen weergave van de inhoud ervan: het bezit van Caesar vervalt aan de inwoners van Rome. Doordat hij niet letterlijk voorleest, ontstaat twijfel over de feitelijke inhoud van het testament, maar niet bij de aanwezigen! Misschien had Caesar wel alles nagelaten aan Antonius of Octavianus en besloot Antonius op dat moment de goederen aan te wenden om het publiek op zijn hand te krijgen. Alles was geoorloofd, áls hij het publiek maar op zijn hand kreeg en zij niet op de hand kwamen van Brutus en de zijnen.

Een toonbeeld van bescheidenheid
Tegen het einde van zijn rede schetst Antonius zichzelf als een nietswaardig persoon: geen bekwaam spreker, tot weinig actie in staat, etc. tegenover Brutus de "orator". Daarmee geeft hij het publiek een excuus voor het gegeven dat zij enkele minuten ervoor nog dweepten met Brutus en de zijnen en hen met eerbetoon naar hun huizen brachten: het volk was misleid!
Antonius insinueert dat Brutus gebruik maakte van misleidende retorische (oratorische) technieken, terwijl Antonius over zichzelf zegt: "as you know me all, a plain blunt man", een nogal gewaagde uitspraak voor een Romeins patriciër die op dat moment een briljante redevoering houdt. Maar het publiek slikt het moeiteloos en stelt Antonius volledig in het gelijk. Dood aan Brutus! Leve Antonius!

 

 

Shakespeare's gebruik van stijlmiddelen

Shakespeare was dol op het gebruiken van abstracte zaken op concrete, zoals in de woorden van Surrey gericht aan Kardinaal Wolsey: "Thou scarlet sin" (Henry VIII, 3.2.255). Enkele andere voorbeelden van de door Shakespeare gebruikte stijlmiddelen:

  • absolute constructie: "That thing you speak of, I took it for a man" (King Lear, 4.6.77-78)
  • transpositie (van adjectieven): "Souls and bodies hath he divorced three" (Twelth Night, 3.4.238-239)
  • transpositie (van voornaamwoorden): "Your state and fortune and your due of birth" (Richard III, 3.7.120)
  • ellips: "She calls me proud, and [says] that she could not love me." (As You Like It, 4.3.17)
  • ellips (van nominatief): "They call him Doricles, and boasts himself to have a worthy feeding" (The Winter's Tale, 4.4.168-169)
  • inversie: "For always I am Caesar" (Julius Caesar, 1.2.212)
  • anakoloet: "Rather proclaim it, Westmorland, through my host that he which hath no stomach to this fight, let him depart" (Henry V, 4.3.34-36)

Shakespeare gebruikt regelmatig retorische figuren om een symmetrisch effect te bereiken, met name in de vroege, versierde stijl van Richard III en de niet-dramatische gedichten. Enkele stijlfiguren die hij gebruikte in Venus and Adonis:

  • parison: "How love makes young men thrall, and old men dote" (837)
  • isocolon: "Or as the wolf doth grin before he barketh,/ Or as the berry breaks before it staineth" (459-460)
  • anafora: "'Give me my hand,' saith he. 'Why dost thou feel it?'/ 'Give me my heart,' saith she, 'and thou shalt have it'" (373-374)
  • antimetabole: "She clepes him king and grave for kings" (995)
  • anadiplosis: "O, thou didst kill me; kill me once again!" (499)
  • epanalepsis: "He sees his love, and nothing else he sees" (287)
  • ploce: "Then why not lips on lips, since eyes in eyes?" (120)
  • epizeuxis: "'Ay me!' she cries, and twenty times, 'Woe, woe!'/ And twenty echoes twenty times cry so" (833-834)
  • anaclasis: "My love to love is love but to disgrace it," (412) en "'Where did I leave?' 'No matter where,' qouth he, / 'Leave me'" (715-716)

Meer materiaal kan gevonden worden in de volgende werken:

  • Shakespeare's use of the arts of language van Sister Miriam Joseph
  • Shakespeare's use of rhetoric van Brian Vickars in A new companion to Shakespeare's studies, uitgegeven door Kenneth Muir en S. Schoenbaum.

 

  © Maurice van Elburg
Niet zonder toestemming kopiëren.
 
  Terug naar de homepage