MokumTV presenteert

Amsterdammers op Kruistocht



door Mohamed el-Fers

Er zijn drie Amsterdamse kruisvaarder-legendes, die van Jorisz, hoogstwaarschijnlijk deelnemer aan de 'boerenkruistocht' van 1096, de vertellingen van Bart uit de periode van de vierde Kruisvaart en die van Jorden (eigenlijk Iorden of Yorden, niet te verwarren met de Haarlemse pelgrim Jorden, die eerst naar Santiago in Spanje trok alvorens via Rome naar Palestina te trekken).

De kruistochten werden door de Roomse Kerk geÔnitieerd en ondersteund. Ze leven eeuwen na dato nog steeds voort in de herinnering. In de Oriënt, in Europa, maar ook in Nederland. Bekend zijn de vaderlandse heldenverharen, waarin Edammers en Haarlemmers beweren dat ze zo rond 1219 roemruchtig hebben gevochten in het Egyptische Damiate. Dat er Haarlemmers bij betrokken waren is mogelijk, maat Edammers? Edam komt voor het eerst voor in een stuk dat gedagtekend is van "Maendagh voor half-meye 1310".

En wat te denken over de vroeg Amsterdamse legendes. Amsterdam bestond in de 11e en aan het begin van de 12e eeuw nog maar net. Rond 1300 beginnen dorpen langzaam uit te groeien tot echte steden. In Haarlem, Amsterdam, Leiden en Gouda vestigen zich ambachtslieden en handelaars. Ze verenigen zich in gilden, die steeds meer macht krijgen. Ook de kerk neemt een belangrijke plaats in. Evenals het middeleeuws gasthuis, waar niet alleen reizigers konden overnachten, maar tevens zieken werden verpleegd en zwervers opgevangen. Uit 1275 stamt het oudst bewaard gebleven document waarin de dam aan de Amstel als Amsterdam wordt aangeduid. Hetgeen de vroegste inwoners niet weerhield grootse avonturen in Noord Afrika en Azië te beleven.

Zeker is dat ook in de Amsterdamse contrijen de kruistochten leefden. Tenslotte deed de hele Europese adel mee aan deze door de paus georganiseerde wedstrijd. Verschillende landen en steden maakte zich op om naar het verre Palestina te trekken om als eerste de poorten van Jerusalem te bestormen.

In 1999 was het op de kop af 9 eeuwen geleden dat Godfried van Bouillon uiteindelijk als eerste Europeaan Jeruzalem veroverde.

Hollanders op Kruistocht is een serie van MokumTV, gebaseert op een hoofdstuk van Nederland-Turkijeī, geschreven door Mohamed el-Fers.

De Boerenkruistocht (1096-99)

Het begon allemaal met de īBoerenkruistochtī. Rond 1095, nadat Jeruzalem door de moslims was bevrijd, bracht Petrus de Kluizenaar de "boerenkruistocht" op de been om dit stadje in Palestina te veroveren op 'de ongelovigen'. De onderneming werd een catastrofe. De meeste deelnemers werden onderweg vermoord of verkocht. Van de weinigen die de eindbestemming haalden, is weinig bekend. Van deze eerste kruistocht is (nog) niet bekend welke bijdrage de Friezen en Hollanders er aan geleverd hebben. Meer dan de naam Jorisz is er niet als aanduiding dat een Hollandse deelnemer aan de Boerenkruistocht zou zijn geweest.

Jorisz van de Spaarndammerdijk

Deze Jorisz zou, zo wil de latere legende, aan de Spaarndammerdijk hebben gewoond. Onmogelijk, want die werd pas rond 1220 ter hoogte van de huidige Spaarndammerbuurt in het Amsterdamse stadsdeel Westerpark aangelegd als afdamming van de rivier het Spaarne. Waarschijnlijk was dit gebied het alleroudst bewoonde deel van het latere Amsterdam. Nadien werd ook de 'Aemsterdam' aangelegd.

Het verhaal duikt eeuwen later op als 'wagenspel', waarmee rondreizende acteurs de jaarmarkten afstoopten. Slechts fragmentarisch zijn er stukjes van bewaard gebleven, Toch is het niet moeilijk een reconstructie te maken. Elke stad of plaats werd door de rondtrekkende toneelgezelschappen van een eigen lokale held toegespeeld. In Haarlem was de dappere kruisvaarder een echte Mug, terwijl in Amsterdam de held een rasechte Mokummer bleek te zijn. Steeds dezelfde held, met wisselende plaats van herkomst.

Het verhaal van de 'Amsterdamse' kruisvaarder Jorisz moet voor het eerst zijn gespeeld in de tijd van Jacob van Maerlant en graaf Floris V. Amsterdam was toen al een beduidende plaats. Toch zou het nog 31 jaar duren voor graaf Floris V de dam in de Amstel een tolprivilege toekende.

Jorisz was een van die simpele zielen die door Petrus de Kluizenaar zo gek wordt gemaakt dat hij zijn vissersbootje aan een priester cadeau doet om mee te trekken met de "boerenkruistocht" van loosers.

Van de ene op de andere dag besluit Jorisz te voet naar Palestina te wandelen om dit Heilig Land te veroveren. De meeste deelnemers werden onderweg vermoord. Jorisz wordt verkocht aan een beestmens, wiens grootste genoegen er uit bestaat om christenen te martelen. Maar Jorisz doorstaat alle terreur met glans, en uiteindelijk moet ook het beestmens toegeven dat de God van Jorisz oneindig veel sterker is dan zijn God. Het beestmens laat zich dopen en trekt samen met Jorisz naar Palestina, waar ze in 1099 er voor zorgen dat Godfried van Bouillon tot koning van Jeruzalem wordt uitgeroepen.

De andere Mokumse kruisvaarder, Jorden genaamd, zou als deelnemer aan de zesde kruistocht met keizer Frederik II in 1244 in handen vallen van de sultan van Egypte.

Eerste Ridderkruistocht met Godfried van Bouillon (1099)

Nadat de kruistocht van Peter de Kluizenaar was mislukt bracht Paus Urbanus II een aanzienlijk leger op de been onder het bevel van de beste ridders uit Europa. De coŲrdinatie was in handen van Adhemar, de bisschop van Le Puy. De voorhoede bestond uit Robert, de hertog van NormandiŽ, samen met Stefan, Comte de Bois en Hugo, Comte de Vermandois.
De Vlaamse troepen werden geleid door Robrecht, Graaf van Vlaanderen met onder meer Eustace, Comte de Boulogne en diens broers Boudewijn en Godfried van Bouillon. Het zuiden van Frankrijk werd vertegenwoordigd door Raymond de Saint Gilles, Comte de Toulouse. Godfried van Bouillon was in die tijd Hertog van Neder-Lotharingen. Hij erfde de troon, het kasteel en de landerijen te Bouillon van zijn moeder Ida. Hij verpandde zijn gehele erfenis bij de bisschop van Luik om zijn veldtocht naar het Heilig Land te kunnen bekostigen. Ten tijde van de eerste kruistocht was Godfried al tot opperbevelhebber benoemd. Na de uiteindelijke overwinning in 1099 werd hij tot koning van Jeruzalem uitgeroepen. Hij noemde zichzelf "Wachter van het Heilig Graf". Godfried van Bouillon stierf in 1100, kort na de overwinning op Jeruzalem. Hij werd als Koning opgevolgd door zijn jongere broer Boudewijn van Boulogne. Na 18 jaar, in 1118, werd Boudewijn opgevolgd door zijn neef Boudewijn II van Bourg.

Van de 8 kruistochten, die van 1099 tot 1291 duurden, was in feite alleen Godfrieds eerste kruistocht echt een succes.

De Tempeliers

In de eerste periode der kruistochten ontstonden er verscheidene ridderordes. De Orde van Sion, gesticht om moslims, joden en anderen groeperingen die in aanmerking kwamen, de gelegenheid te geven zich aan te sluiten bij de Christelijke Orde, werd later bekend als de Orde der Tempeliers. Deze "Orde van Sion" werd door Godfried van Bouillon persoonlijk gesticht. Huges de Payens, de eerste Grootmeester van de Tempeliers, was een neef en vazal van de Comte de Champagne. Zijn rechterhand was de Vlaamse Ridder Godfried van St. Omaars en een andere rekruut, Andrť de Montbard, een bloedverwant van de graaf van BourgondiŽ.

In 1120 sloot Fulk, Comte d'Anjou (vader van Godfried Plantagnet) zich bij de Orde aan. In 1124 volgde Hugues, Comte de Champagne. De andere ridders waren Vlamingen. Archaumbaud de Saint Amand, Rosal, Godfried Bisol, Gondemare, Godefroi en Payen de Montdidier.

Hun taak was zeker niet het beschermen van de wegen maar ze waren diplomaten van de Koning in de frontlinie van een gebied dat door de moslims werd gedomineerd. In die hoedanigheid probeerden ze de schade te beperken die de losbandige kruisvaarders tegen de weerloze onderdanen van de Sultan begingen.
Daarom noemden men de Tempeliers "de Soldaten van Christus". Eerst verbleven de negen stichters der Tempeliers in het kasteel van Boudewijn. Later verhuisden ze naar de vertrekken van de Tempel van Salomon. De bescherming van de pelgrims lag in werkelijkheid in handen van de Hospitaalridders van de Heilige Johannes in Jeruzalem.
De Tempeliers waren een exclusieve en speciale eenheid. Ze hadden een bijzondere eed van trouw gezworen, niet aan de koning of hun leider, maar aan de cisterciŽnzer abt Bernardus van Clairvaux.

Diep verscholen in de Tempel van Jeruzalem lag de grote stal van koning Salomon. Deze plaats was al sinds bijbelse tijden door niemand meer betreden. De oorspronkelijke geheime missie van de Tempeliers was de de opsporing en ontsluiting van deze reusachtige opslagplaats, waar volgens de Heilige Bernardus de Ark des Verbond verborgen was. In 1127 eindigde de missie van de Tempeliers. Ze zouden niet alleen de Ark en haar inhoud hebben gevonden, maar ook een fortuin aan onbewerkt goud en verborgen schatten, die lang voor de Romeinse verwoesting en plundering van 70 na Chr. veilig onder de grond waren verborgen.

Pas recent in 1956 zijn er op de universiteit van Manchester overtuigende bewijzen gevonden voor het bestaan van de schat van Jeruzalem. In dat jaar werd de ontcijfering van de Koperen Rol uit Quimran voltooid. De rol sprak van een onmetelijke schat die samen met een grote voorraad onbewerkt goud en kostbaarheden onder de Tempel was begraven.
Na het overweldigend succes van de Tempeliers werd Hugues de Payens door de heilige Bernardus gevraagd een concilie in Troyes bij te wonen. Hugues vertrok samen met een groep ridders en hun opmerkelijke vondst uit Palestina naar Frankrijk.
Het hof van Champagne in Troyes was goed voorbereid op de komst van het cryptisch geschrift dat nu vertaald moest worden. Het Concilie van Troyes werd volgens plan in 1128 gehouden en Bernardus werd tijdens dit concilie als officiŽle patroon en beschermheer van de Tempeliers aangewezen. Hij koos de bijenkorf als persoonlijk embleem. In datzelfde jaar kregen de Tempeliers de internationale status van een soevereine Orde en werd hun hoofdkwartier in Jeruzalem, het bestuurscentrum van de hoofdstad.
De Kerk erkende de Tempeliers als een religieuze Orde en Hugues de Payens werd de eerste Grootmeester.
Bij wijze van bijzondere onderscheiding werden de Tempeliers als kloosterridders erkend en kregen ze het recht de witte mantel van zuiverheid te dragen. Een privilege dat niet aan iedere militaire Orde werd verleend.

In 1146 kregen de Tempeliers van de cisterciŽnzer Paus Eugenuis III hun beroemde bloedrode kruis. Na het concilie van Troyes steeg het internationale aanzien van de Tempeliers opvallend snel. Ze hielden zich op hoog niveau bezig met de westerse politiek en diplomatie en waren raadgevers van zowel koningen als parlementen.

Elf jaar later in 1139 verleende Paus Innocentuis de Tempeliers internationale onafhankelijkheid van iedere activiteit behalve de zijne. De Tempeliers waren dus niet ondergeschikt aan enige koning, kardinaal of regering en hoefden alleen aan de Paus verantwoording af te leggen. Nog voor die tijd verwierven ze grote gebieden en omvangrijke bezittingen. Door toenemende rijkdom afkomstig uit schenkingen door buitenstaanders, van burchten, landerijen, geld, juwelen en bezittingen van nieuwelingen kon men interessante bevoorradingsplaatsen bekomen, waardoor handel langs een verkeersnet van handelsdepots actief werd.
De Tempeliers zorgden voor de beveiliging van deze handelsroutes en tegelijk werd de kas van de Tempeliers gevuld. Ook namen zij het systeem van reischeques van de moslims over. Daardoor kan een handelaar op een landerij in Engeland zijn geld nodig voor een handel in Marseille betalen met garantie tegen diefstal of roof.

Tweede Kruistocht 1147-1149

De tweede kruistocht naar Edessa (het huidige Urfa in Turkije), geleid door Lodewijk III van Frankrijk en de Duitse keizer Koenraad III, mislukte volledig. Een deel van het Tweede kruistochtleger bestaat uit Friezen en Hollanders die meehelpen om Lissabon op de moslims te veroveren.

Derde Kruistocht na 1187

De Frankische historicus Guillaume de Tyre schreef omstreeks 1180 dat de taak der Tempeliers er uit bestond de wegen veilig te maken voor de pelgims. Gezien de omvang van een dergelijke opdracht is het onwaarschijnlijk dat de arme negen ridders die de orde stichtte, geen andere rekruten hadden ingelijfd voordat ze in 1128 naar Europa terugkeerden.

Honderd jaar na Godfrieds eerste overwinning werd Jeruzalem in 1187 ingenomen door de machtige koerdische heerser Saladin. Dit leidde tot de derde kruistocht.

Deze stond onder leiding van Philips Augustus van Frankrijk en Richard Leeuwenhart van Engeland. Graaf Willem I van Holland was een van de deelnemers. Men slaagde er niet in Jeruzalem te veroveren. Wel zijn er Friezen en Hollanders betrokken bij het beleg van de Palestijnse stad Akka (St. Jean d'Acre)

Vierde Kruistocht tegen Constantinopel (Istanbul)

De vierde kruistocht zou niet onder leiding van koningen, maar van edelen staan. Onder de deelnemers Simon IV van Montfort en Geoffrey de Villehardouin. De Hollanders en Friezen stonden onder het bevel van bisschop Hartwig van Bremen. Berichten van de magister Olivier van de Dom te Keulen. (Gesta Fresonum, Dialogus Miraculorum en de kronieken van de Abdij Bloemhof) berichten over hun deelname.

Amsterdamse Bartolomeus

Het verhaal van de Amsterdamse kruisvaarder Bart speelt zich af in de periode nadat Innocentius III in 1198 tot paus was benoemd. Het was deze paus die tot de vierde Kruisvaart besloot. Hij was nog geen 40 jaar en verstevigde met harde hand zijn gezag in de kerkelijke gebieden in midden Italië, Deze paus werd tevens door de westelijke adel erkend als heerser over Sicilië.

De vierde kruistocht werd door Innocentius grondig voorbereid met de Venetianen. Die leefden van handel, visserij en het plunderen van gebieden aan de kust van Dalmatië. De bewoners van die kust, Slaven genoemd, werden vaak gevangen genomen en als lijfeigene verkocht. Zo werd de term slaaf synoniem voor lijfeigene.
Omdat de concurrentie van steden als Genua en Pisa groot was, richtten de Venetianen zich vooral op het oosten. Waar het hun aan ontbrak, was een belangrijke beschermheilige voor hun stad. Dus overvielen ze het Egyptische Alexandrië en roofden daar het gebeente van de apostel Markus. San Marco werd tot beschermheilige van Venetië uitgeroepen en men begon met de bouw van een van 's werelds indrukwekkendste kathedralen. .

Na dit huzarenstukje werd Egypte beschouwd als de zwakke plek in het gebied van de moslims. Volgens een afspraak met Innocentius uit 1202 zouden de Venetianen het leger van kruisvaarders overvaren naar Egypte. De Venetianen zouden zorgen voor bevoorrading gedurende een jaar en voor 50 bemande oorlogsschepen zorgen. Niet alleen om de kruisvaarders op zee te beschermen, maar ook om hen te helpen aan land te gaan in Egypte. Van daar uit zouden de Kruisvaarders het zonder de Venetianen moeten stellen en zich een weg vechten naar het Heilig Land.

De Venetianen zouden in ruil voor hun transporthulp een grote som geld en de helft van de te veroveren gebieden krijgen. De kruisvaarders konden het geld voor de Venetianen echter niet bijeen krijgen.

Venetië was bereid uitstel van betaling te verlenen op voorwaarde dat de kruisvaarders de stad Zara aan de kust van Dalmatië zouden veroveren. Hoewel dit een stad was in christelijk gebied gingen de kruisvaarders daarmee akkoord.

Zara viel na 5 dagen en werd geplunderd door de kruisvaarders en de Venetianen.

Paus Innocentius III was woedend en excommuniceerde al de kruisvaarders. Om hen even later alles te vergeven, mits zij voor Kerk en Paus verder zouden strijden.

In deze periode was de Byzantijnse keizer Isaac Angelus afgezet door Alexius III en met uitgestoken ogen in een kerker geworpen.

Isaacs zoon Alexius jr was gevlucht en beloofde de kruisvaarders en Venetianen geld en soldaten voor de strijd tegen Egypte. Mits zij hem zouden helpen Alexius III uit Constantinopel te verdrijven. Als extra toetje beloofde Alexius dat zijn Grieks Orthodoxe kerk het Oppergezag van de Rooms-katholieke kerk van de paus zou erkennen.

Paus Innocentius aarzelde, maar sprak uiteindelijk: dat het doel (eenheid van de kerk) het middel (verovering van nog een christelijk stad) heiligt.

De Venetianen waren opgelucht dat hun handelsrelatie met Egypte niet in gevaar werd gebracht, en met de nodige beloftes over ereplaatsen in de hemel lieten ook de kruisvaarders zich uiteindelijk over te halen om op te trekken tegen het christelijke Byzantium.

Bij de aanblik van de aankomende vloot vlucht keizer Alexius III met zoveel mogelijk kostbaarheden. De Byzantijnen halen snel de onttroonde blinde Isaac Angelus uit zijn kerker en zetten deze weer op de troon. Zo laten ze de kruisvaarders weten dat er geen enkele reden meer was voor oorlog.

Alexius werd als Alexius IV tot medekeizer van zijn vader gekroond. Alles verliep volgens plan, totdat de bisschoppen van de Grieks Orthodoxe kerk weigeren de heerschappij van de Rooms-katholieke paus te erkennen.

Om de "schulden" aan de kruisvaarders en de Venetianen te voldoen, moesten belastingen geheven worden, want Alexius had de schatkist grondig geplunderd. Dit werd door de Byzantijnen niet gewaardeerd. Het wangedrag van de kruisvaarders maakte de situatie niet aangenamer.
Begin 1204 werd een staatsgreep gepleegd op aanstichten van de schoonzoon van Alexius III. Isaac Angelus en zijn zoon Alexius IV werden vermoord. De stadspoorten werden gesloten en de kruisvaarders konden Byzantium niet meer in.

De kruisvaarders en de Venetianen besloten Byzantium aan te vallen. Nadat zij duidelijke afspraken hadden gemaakt hoe de buit te verdelen, vielen zij aan. De stad van keizer Constantijn, het Nieuwe Rome, werd voor het eerst in zijn bestaan binnen een week veroverd en drie dagen plunderden, roofden, moorden, verkrachtten en vernielden de Kruisvaarders in wilde weg.
De Venetianen roofden systematisch zoveel mogelijk kostbaarheden en kunstschatten. De beroemde bronzen paarden op de San Marco kathedraal zijn van deze roof afkomstig. Om transport mogelijk te maken werden de koppen van de paarden afgezaagd en later weer aangebracht. De naad werd verborgen onder een versierde halsband. De marmeren zuilen van het paleis van de doge waren ook van deze roof afkomstig.

Graaf Boudewijn van Vlaanderen en Henegouwen werd in de St. Sofia kathedraal gekroond tot keizer. Iedereen die hem steunde werd beloond met een deel van het veroverde gebied. Het Latijnse Keizerrijk werd gesticht, dat rijk zou tot 1261 zou standhouden.
De pauselijke legaat in Byzantium ontsloeg alle kruisvaarders van hun gelofte naar Palestina te gaan.
Slechts de leden van de orden waaronder de Tempeliers reisden verder.

Een aantal Europese edelen die zich reeds in Palestina bevonden, vertrokken haastig richting Constantinopel (Istanbul) om ook een deel van het veroverde Byzantijnse rijk te claimen.

In 1205 verovert Geoffrey de Villehardouin met ongeveer 600 man een groot deel van de Peloponesos op 5000 Byzantijnen. Het Kanaal van Korinthië scheidt het schiereiland Peloponesos van het Griekse vasteland. Op de Peloponesos lagen de machtscentra van de Achaeïsche Grieken die zich rond 1500 v.C. op Samos vestigden. De leden van de joodse stam Benjamin, die in Oud Testamentische tijd Palestina verlieten, kwamen volgens de 'Holy Blood and the Holy Grail' uiteindelijk in de Griekse Peloponesos terecht. Dat wil zeggen: in het gebied dat Arcadië werd genoemd. Een van de uitlopers van de Peloponesos is de Mani welk in de oudheid bekend stond als de toegang naar de Hades (hel).

Enkele jaren na zijn verovering geeft kruisridder Geoffrey Villehardouin lenen op de Peloponesos.aan de Tempeliers, de Hospitaalridders en de Duitse ridders

Van de vierde kruistocht werd als een van de belangrijkste relikwieën het hoofd van Johannes de Doper mee gebracht naar Amiëns (in 1206). Dit trok veel pelgrims naar de stad. Het zou niet het echte hoofd van Johannes zijn geweest. De Byzantijnen fopte de Franse ridders met een nep-hoofd. Het origineel wordt tot op heden bewaard in de schatkamers van het Topkapi-paleis in Istanbul.

Venetië werd door de verovering van Istanbul de grootste en rijkste zeemacht van de christelijke wereld en hoefde zich geen zorgen te maken over zijn handelsrelaties met de moslims.
Gevolgen van deze kruistocht waren de tot op heden voortdurende breuk tussen de Orthodoxe en de Katholieke christenen, verzwakking van de positie van de christenen in Palestina en later de onmogelijkheid voor kruisvaarders om over land naar Jeruzalem te reizen.

De Tempeliers deden vergeefs een beroep op paus Innocentius III. Voor hem was het doel van de kruistochten niet meer Jeruzalem of Palestina, maar de alleenheerschappij van de paus.

In die tijd ontstonden er in Noord-ItaliŽ en Zuid-Frankrijk de zogenaamde "armoedsbewegingen" van de middeleeuwen, de bekendste is die van Francesco di Assisi (1181-1226).

Vijfde Kruistocht 1217

De vijfde kruistocht concentreerden zich op Damietta in de Nijldelta. Onmiddellijk na zijn benoeming in 1216 begon paus Honorius III te pleiten voor de nieuwe kruistocht, die moest plaats vinden in 1217. Hiervoor werden kerkelijke belastingen geheven van 5% tot 10%. In alle kerken moesten alle gelovigen worden opgeroepen ter kruisvaart te gaan (ook invaliden, ouden van dagen enz.). De meeste heersers in Europa voelden weinig voor een kruistocht. Koning Andreas II van Hungarije ging uiteindelijk ter kruisvaart. Omdat hij te weinig schepen kon huren voor de overtocht stuurde hij een deel van zijn leger al snel terug. Na een korte bedevaart van ongeveer 2 maanden keerde Andreas al weer terug. Als souvenier nam hij een aantal twijfelachtige souveniers mee, waaronder één van de kruiken die het water had bevat dat Jezus 1200 jaar eerder in wijn had veranderd.

Graaf Willem I van Holland had al aan de derde kruistocht deelgenomen. Na deelname aan een een Franse expeditie naar Engeland werd hij geëxcommuniceerd. Mede om van de ban ontslagen te worden, nam Willem I weer deel aan een kruistocht. Dit maal voer hij met een leger van Friezen, Hollanders en Vlamingen richting Palestina.

Door een storm moest hij uitwijken naar Portugal. Net als 80 jaar eerder hielp de kruisvaardervloot de Portugese koning (nu Alfonso II) bij de verovering van Lissabon. Graaf Willem beloofde de moslims een vrije aftocht, maar toen zij hun vesting verlieten werden zij brutaal afgeslacht.
Een ander deel van de kruisvaarders onder Leopold V van Oostenrijk belegerde Damiate (Damiette) een stad in de delta van de Nijl. De Tempeliers onderscheidden zich door hun capaciteiten: bouwen van bruggen, omgaan met paarden in de moerassige omgeving, bedrevenheid met schepen. De stad moest capituleren in 1219. De kruisridders wilden, op voorstel van Egypte, Damiate ruilen tegen Jeruzalem, maar de pauselijke afgezant Pelagius verzette zich hiertegen. Jeruzalem moest door strijd verkregen worden. De kruisvaarders trokken in 1221 op tegen Caïro, maar faalden in hun opzet, onder andere door hun onbekendheid met het terrein: de Nijldelta. De moslims openden sluizen, waardoor de jaarlijks terugkerende overstromingen sneller en heviger kwamen dan verwacht.
De kruisvaarders trokken zich terug in Damiate.
De sultan liet hen ongedeerd vertrekken, op voorwaarde dat zij Damiate prijsgaven. De kruisvaarders zouden het ware kruis van Jezus Christus krijgen.
De grootmeester Pedro de Montaigu wordt als gijzelaar van de Moslims vastgehouden.

De legers van Christenen en moslims staan tegenover elkaar. Een Arabische prins van ongekend grote afmetingen daagt volgens de verhalen de dapperste Christen tot een tweestrijd uit. De moedige Fries Roorda van Genum neemt de uitdaging aan, en weet de Moor te doden. Met het afgehouwen hoofd van de prins op de punt van zijn zwaard keert hij weer in het Christenleger. Om deze kloeke daad wordt hij tot ridder geslagen en krijgt hij toestemming een Moriaans hoofd in zijn wapen te voeren. Ook Hayo van Wolvega verwerft in deze kruistocht roem. Hij krijgt de bijnaam "De Fries met de dorsvlegel". In 1218 geeft de patriarch van Jeruzalem een lofwaardige getuigenis door te verklaren dat "alle die van Oostergo, dewelken het kruis aangenomen hebben, en zo op hunne reis naar Jeruzalem, als naderhand, wanneer ze met ons in Egypte aangekoomen zijn, groote moeyelykheden in zwaarigheden en onkosten geleeden hebben [...] En wij geeven eene loflijke getuigenis aan het Vriesche Volk; omdat de voorgemelden zich wel gedragen en in dienst van Jezus Christus Godvruchtlijk gearbeid hebben. Verder worden de volgende Friese namen bij deze kruistocht genoemd: Aylva, Beyma's, Botnia, Cammingha's, de Burmania's, Dekama, Forteman, Galama, Hartman, Hermana, Hettinga, Liauckema, Martena's, Ockinga, Poptatus, Roorda's, Watse Joulsma.

De 'verovering' van Damiate door de Hollanders leeft voort in de damiaatjes (klokjes) boven het wapen van Haarlem, als maantjes in verschillende gemeente wapens in Nederland en in dat van Dokkum..

Philippe Auguste sterft in 1223 en Louis VIII wordt koning van Frankrijk.
Tijdens een belegering van Avignon door de legers van Louis VIII wordt de brug Sint Bénezet grotendeels verwoest.

Zesde Kruistocht 1227

Op 22 mei 1227 vertrok opnieuw een Friese vloot, nu van het eiland Borkum, om deel te neemn aan de Zesde Kruistocht. De deelnemers leden veel verliezen door een heftige storm. Jeruzalem werd, na de zesde kruistocht, voor korte tijd terug heroverd door Keizer Frederik II maar viel in 1244 uiteindelijk weer in handen van de Sultan van Egypte.

Amsterdamse Jorden en de beul van Egypte

Het verhaal van de Amsterdamse kruisvaarder Jorden en de beul van Egypte speelt zich af gedurende de zesde kruistocht. In 1244 is de nog jonge Jorden, zoon van een godsvruchtig Amsterdams echtpaar in het gevolg van keizer Frederik II, bij de herovering van Jerusalem in handen gevallen van de beul van de sultan van Egypte. Op dat moment is Amsterdam al een beduidende plaats, die 31 jaar van graaf Floris V een tolprivilege krijgt. Jorden groeit op als een haremboy en wordt het favoriete sexslaafje van de sultan. Jorden moet echter niets hebben van deze onchristelijke activiteiten. Het verhaal van Jorden lijkt in zoverre op dat van Jorisz dat de wagenspelers het thema kruisvaarder in handen van de vijand vooral gebruikte om allerhande verschrikkelijke martelingen op te kunnen voeren. Ook Jorden beland uiteindelijk in handen van de beul van Egypte Die uiteindelijk, door het manhaftig doorstaan van alle denkbare tortuur, niets anders kan dan toegeven dat hij het geloof van Jordan er niet uit kan ranselen. En zich bekeerd en Jordan helpt ontsnappen. De beul wordt betrapt en sterft als vers gedoopt christen 'een zalige dood'.

Zevende en Achtste Kruistocht

Lodewijk IX voerde de zevende en achtste kruistocht aan maar hij kon geen verandering in de situatie brengen. Friezen en Hollanders nemen met succes deel aan de belegering van het Duitse Aken. De koning liet op 3 november 1248 weten dat hij de Friezen voor hun trouwe diensten bevestigde in al hun vrijheden en voorrechten die zij van Karel de Grote ontvangen (zouden) hebben. Hij uitte ook grote waardering in deze niet zo goed lopende, maar wel duidelijke bewoordingen: "Opdat de hele natie van de Friezen en hun nakomelingen mogen weten, op welke wijze hun voorouders de roomse kerk en de keizer hebben geholpen en zij hun kracht en deugd duidelijk gemaakt hebben, is naast andere blijken door deze belegering bekend geworden.

Tijdens de Achtste kruistocht voeren in 1269 een 50-tal Friese koggen uit voor deze kruistocht. Zij bereikten Tunis waar de Franse koning Lodewijk IX, die de tocht leidde, aan de pest bezweek. De Friezen en Hollanders zeilden daarop naar Akka (Akko). Tijdens deze tocht maakten ze naam door hun gedrag bij Tunis: "De Friezen, zeer ongeduldig naar hun aard wilden dadelijk ten strijde trekken tegen de heidenen, die in ontelbare menigten de vlakten tussen Tunis en de legerplaats der gelande christenen bezet hielden".

De graaf van Luxemburg, die de Franse koning als aanvoerder was opgevolgd) kon hen ternauwernood in bedwang houden tot hij zijn krijgsmacht had opgesteld, de wachtdienst en de verdediging gereld had. Hij drong er bij hen met klem op aan, niet voor de strijdmacht uit te trekken maar gelijk met zijn ridders op de vijand af te stormen. Door de stormaanval op de heidenen sloegen die op de vlucht en toen er een grote menigte gevallen was, namen de meesten de wijk naar een naburig water dat daar uit de grote zee Tunis binnen vloeide, en daar verdronken er evenveel als er vielen door het Friese zwaard.

Zo behaalden de Friezen een overwinning. Toen de meeste kruisvaarders aarzelingen vertoonde als gevolg de dood van Lodewijk IX en van het dreigend groeien van het aantal heidenen bij Tunis (velen wilden en sommige gingen naar huis) werden de Friezen ongeduldig door het getalm. Ze keerden terug naar hun schepen en vertrokken naar Palestina. Onderweg stierven er velen omdat ze overboord werden gezet. De overlevenden zeilden naar Akka. Daar hoorden zij dat de patriarch van Jeruzalem was gestorven. De aartsbisschop van Tyrus ontving hen met veel eer en wist hen met prediking en aflaten te bewegen naar het bedreigde Tyrus te gaan. Zo bleven de steden en burchten der christenen in vrede zolang Friezen en Hollanders in het land vertoefden. In 1270 maakten ze aanstalten naar Nederland land terug te keren want ze waren nog slechts weinigen in getal en onvoldoende gewapend. Eerst offerden ze veel geld ter verdediging van Palestina, al was de geestdrift daartoe nicht algemeen. Ook op de terugreis stierven velen, anderen werden in Griekenland bestolen.

Omstreeks 1291 waren Palestina en SyriŽ stevig in handen van de moslims en kwam er een einde aan de kruistochten.

Kruistocht tegen Katharen (tot 1244)

Een gelijk lopende gedachte betreffende christelijke opvatting vinden we terug bij de Katharen. Ten westen en noordwesten van de Provence aan de Golf du Lyon ligt de oude provincie Languedoc waar de mensen in 1208 door Paus Innocentuis III vanwege hun onchristelijk gedrag werden berispt.
Evenals de Tempeliers waren de Katharen uiterst tolerant ten opzichte van de joodse en islamitische cultuur en erkenden zij de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Ze werden niettemin veroordeeld en wreed onderdrukt door de katholieke inquisitie. De Kerk beschuldigde hen van allerlei godslasterlijke zaken.

De Katharen beschouwden zichzelf als christenen, al week hun overtuigen nogal af van de Roomse leer. Zij zagen in de bijbel geen rechtvaardiging voor de positie van de paus (net als de Grieks-orthodoxe kerk). Dit kwam hen duur te staan (net als daarvoor de Byzantijnen). De gelovigen werden Albigenzen genoemd (naar de stad Albi) ofwel Katharen (hiervan werd het woord ketter afgeleid).
Omdat Graaf Raymond van Toulouse de Katharen niet wilde uitroeien, werd hij door de pauselijke legaat, Peter van Castelnau, in de ban gedaan en zelfs vogelvrij verklaard. Een (waarschijnlijk) christelijke ridder doorstak Peter van Castelnau met zijn lans.

Paus Innocentius III gaf hiervan - ten onrechte - de Katharen de schuld en hij riep op tot een kruistocht tegen de Katharen.
In 1208 begon deze kruistocht, deze duurde twintig jaar. Simon IV van Montfoort die had laten blijken zeer wreed te zijn en geen enkele moeite te hebben met het plunderen en vermoorden van Byzantijnen kreeg de leiding. Simon van Montfort bleek zeer actief, meedogenloos en effectief tot hij in 1218 door een kei uit een bleide getroffen werd.
De Orde der Tempeliers weigerde deel te nemen aan deze kruistocht.
Slechts 40 dagen vechten tegen de ongewapende Katharen volstond voor een volledige aflaat. Waarom zou iemand nog het risico lopen naar Jeruzalem te gaan?
In Beziers werden 20.000 christenen, mannen (ook priesters) vrouwen en kinderen in de kerk vermoord, waaronder waarschijnlijk enkele Katharen.
Arnald-Amalric, de nieuwe pauselijke legaat, vond het niet nodig onderscheid te maken tussen diverse gelovigen, hij zei: 'Dood ze allen, God zal de zijnen herkennen.'
Hiervan werd trots verslag gedaan aan de tevreden snorrende paus Innocentius III.

Paus Innocentius III probeerde later nog (tevergeefs) de Franse koning Philips Augustus te bewegen tot een "kruistocht" tegen de ongehoorzame christenen in Engeland.
Paus Innocentius III hielp Frederik II keizer van Duitsland te worden in 1220/1221.
Frederik had herhaaldelijk de belofte gedaan een kruistocht te ondernemen.

Omdat de vierde kruistocht alleen handelsvoordelen voor Venetië had gebracht, maar geen voordelen voor de christenen, werd tijdens het Concilie van Lateranen in 1215 onder leiding van Innocentius III tot een nieuwe kruistocht besloten.
Op ditzelfde concilie werd de Inquisitie officieel ingevoerd. De Orde der Dominicanen werd opgericht door de heilige Dominic Guzman. Dominicanen waren erg ijverig in het opsporen en levend verbranden van Katheren.

Volgens de Paus en koning Filips II van Frankrijk ging het hier om een heidense sekte. De vervolging duurde vijfendertig jaar en kostte tienduizenden het leven. Als hoogtepunt in deze strijd zag Rome de moordpartij in het seminarie van Montsegur, waar in 1244 meer dan tweehonderd gijzelaars levend werden verbrand.

Deze kruistocht tegen het eigen volk eindigde in 1244, maar het zou 62 jaar duren voordat Paus Clement V en koning Filips IV machtig genoeg waren om de Tempeliers uit te moorden om zo hun 'geheime schat' in hun bezit te krijgen.
Omstreeks 1306 was de Orde van Jeruzalem zo machtig geworden dat Philips IV de angst om het hart sloeg.
Tot 1306 hadden de Tempeliers zonder pauselijke bemoeienis hun gang kunnen gaan, maar Filips bracht daar verandering in. Na een verdict van het Vaticaan dat hem verbood belasting te heffen aan de geestelijkheid, beraamde de Franse koning een complot om Paus Bonifatuis VIII te ontvoeren en te vermoorden.

Zijn opvolger Benedictus VI kwam ook al snel onder verdachtr omstandigheden om het leven. De vergifdigde paus werd in 1305 opgevolgd door Filips eigen kandidaat, Bertrand de Goth, aartsbisschop van Bordeaux, die als Clemens V tot paus benoemd werd. Met zijn nieuwe Paus stelde Filips een lijst van beschuldigingen tegen de Tempeliers op.

Behalve het onbewerkt goud vonden de Tempeliers in Jeruzalem ook oude handgeschreven boeken in het Hebreeuws en Syrisch. Zoals gezegd, dateerden de meeste van deze boeken van voor de tijd van de evangeliŽn en bevatten ze ooggetuigenverslagen die nog niet door de kerkelijke machthebbers waren gekend.
Het was en is algemeen bekend dat de Tempeliers een inzicht bezaten dat het Christendom oversteeg. Later echter werd die ooit zo vermaarde kennis van de Tempeliers aanleiding voor de fanatieke 14de eeuwse inquisitie om hun te vervolgen.
In die fase van de geschiedenis van het Christendom verdween het laatste bolwerk van de vrije gedachte.

Vrijdag de 13de oktober 1307

Op vrijdag 13 oktober 1307 sloegen trawanten van Filips toe. Overal in Frankrijk werden Tempeliers gearresteerd. De aangehouden ridders werden in de gevangenis gesmeten, ondervraagd, gemarteld en op de brandstapel gezet.
In die tijd was Jacques de Molay Grootmeester. Omdat hij wist dat de Paus Clemens V in de macht was van koning Filips, zorgde de Molay ervoor dat de schatten van de Tempeliers met een vloot van achttien galeien uit La Rochelle werden vervoerd. De meeste van deze schepen voerden naar Schotland. Filips dwong vervolgens paus Clemens V in 1312 om de Orde vogelvrij te verklaren en twee jaar later op 18 maart 1314 werd de Grootmeester Jacques de Molay en Grootgouverneur van NormandiŽ Godefroid de Chasney in Parijs op de brandstapel ter dood gebracht. Hiermede valt het doek over het bestaan van de Tempeliers. Zij die konden, vluchten naar het Midden Oosten, waar zij uiteindelijk zouden opgaan in de islamitische samenleving. In Europa waren ze alleen op het Iberisch schiereiland veilig. Het (katholieke' Portugese stamhoof Dyonys (1279-1323) liet uit politieke motieven geen gevluchte Tempeliers arresteren. Ook in Spanje, dat in 711 door de islamitische Berbers (Amazight) was veroverd en sinds 756 onafhankelijk van de rest van het Arabische rijk, vonden gevluchte Tempeliers een veilig heenkomen. Oude, uit die periode daterende Andalusische liederen verhalen van hun bekering tot de islam, velaal nadat er een wonderschone dame in beeld is gekomen. Hoewel de Spaanse christenen zich tegen de islamitische machthebbers bleven verzetten, wisten zij de laatste moslims en joden pas aan het einde van de vijftiende eeuw uit Spanje te verdrijven.

Kruistocht in de verhalen

De oudste ons overgeleverde verhalen hebben de Kruistochten als onderwerp. Terwijl de vroege Middeleeuwen zich hier aankondigden, ontwikkelde zich in ArabiŽ een nieuwe godsdienst, die binnen een eeuw het gehele Midden-Oosten en Noord-Afrika zou beheersen.

Het verhaal van Floris en Blancefloer begint met een plundering van de Spaanse moslimkoning Fenis in Frankrijk. Hier rooft Fenis een christelijke vrouw als slavin voor zijn vrouw. Zowel de koningin als de slavin zijn zwanger. De slavin voedt beide kinderen (Floris en Blancefloer) na de geboorte op. Floris en Blancefloer worden verliefd op elkaar en Fenis verbied de liefde. Hij stuurt Floris naar een andere school, en hij verkoopt Blancefloer. Floris gaat op zoek naar Blancefloer en hij komt erachter dat zij in BabyloniŽ is. Blancefloer is in de harem van de Emir opgenomen, en Floris weet bij haar te komen dmv een list. Als de Emir inziet wat ze voor elkaar betekenen, laat hij Floris en Blancefloer gaan. Nadat Floris zich laat dopen leefden ze nog lang en gelukkig.

De Spiegel Historiael van Jacob van Maerlant is eigenlijk een bewerking van het Speculum Historiale van Vincent van Beauvais, waaraan hij in 1283 op verzoek van graaf Floris V begon. Het Speculum beschreef de wereldgeschiedenis vanaf de schepping tot het jaar 1250, verdeeld over vier delen, die door Maerlant PartiŽn werden genoemd. Hij voltooide de bewerking van de eerste, de derde en een deel van de vierde Partie voor hij in 1288 - mogelijk om gezondheidsredenen - zijn werk moest staken. De vertaling werd later door twee jongere tijdgenoten voltooid, waarvan er ťťn een vijfde Partie toevoegde. De tekst van de Spiegel Historiael is niet compleet overgeleverd. Het handschrift dat zich in de Koninklijke Bibliotheek bevindt, is het enige waarin alle delen die door Maerlant zelf zijn bewerkt, volledig bewaard zijn. Bovendien is het het enige geÔllustreerde exemplaar met negentien gehistorieerde initalen en 43 miniaturen. De laatste miniatuur toont de verovering van Jeruzalem door Godfried van Bouillon in 1099. De voorstelling toont hoe de ridders van alle kanten Jeruzalem overmeesteren, rechts met ingenieuze belegeringswerktuigen en in het midden met bootjes over de vestinggracht. Op de ladder baant Godfried zelf, herkenbaar aan de Brabantse leeuw op zijn kleed en op zijn schild, zich een weg naar binnen. Links slaat een groep kruisridders onder aanvoering van de heilige Joris het gebeuren gade.

Afbeeldingen van handschriften en andere boeken met toelichting op de site van de Koninklijke bibliotheek:
http://www.konbib.nl/100hoogte.

 

Home - MokumTV


Daycounter