| - |
| JOHNNY JORDAAN (1924-1989) |
|

Johnny Jordaan in Café
de Kuil |
In Café De Kuil...
Johnny Jordaan leeft voort
De naam van Johnny Jordaan lijkt onverbrekelijk verbonden
met de Amsterdamse buurt de Jordaan. Toch leefde hij langer
in Zandvoort en de Amsterdamse Staatsliedenbuurt als in de
door hem zo hartstochtelijk bezongen wijkje. De legendarische
volkszanger was de beroemdste bewoner van het Frederik Hendrikplantsoen.
Hij woonde er "net buiten de Jordaan" tot zijn dood
in 1989. Ook daarna verliet Johnny zijn Staatsliedenbuurt
niet. Op Vredenhof aan de Haarlemmerweg rust Johnny samen
met o.a. de keizer van het jiddische lied Leo Fuld en 's werelds
beste accordeonist Johnny Meijer.
JOHNNY´s LEVENSLOOP
Johnny werd als Johannes Hendricus van Musscher op
7 februari 1924 geboren op de hoek van de Amsterdamse Lijnbaans-
en Rozengracht. Vanuit het wc-raampje was de Westertoren te
zien. Zijn vader was dakbewerker Bastiaan van Musscher, zijn
moeder Wilhelmina Catharina Verbrugge.
In de Amsterdamse volksbuurt de Jordaan groeide hij op als
de oudste van twee broers in een Rooms-katholiek arbeidersgezin,
waarvan pa door zijn slechte gezondheid bijna altijd thuis
zat, was moeder gedwongen keihard bij te klussen. Het was
jaren vòòr Johnny 'Geef mij maar Amsterdam'
op de plaat zou zetten. Volgens oud-burgemeester d'Ailly het
volkslied van Amsterdam. Zowel tekst als muziek werden geschreven
door Pi Veriss (Piet Visser, 2 oktober 1916-11 november 1998)
), hoewel ook Harry de Groot als medecomponist staat vermeld..
Toen Jan van Musscher acht was, begon hij met zijn ruim twee
jaar jongere neef Carel Verbrugge - die later als zanger bekend
zou worden onder de naam Willy Alberti - op straat en in buurtcafés
liedjes te zingen. Het met deze 'smartlappen' verdiende geld
droeg hij trouw af aan zijn moeder, waardoor het gezin wat
ruimer kon leven.
Op negenjarige leeftijd (1932) verliest Johnny tijdens een
stoeipartij met zijn neefje Carel zijn linkeroog, waardoor
hij het de rest van zijn leven met een glazen oog -'me glase
luik'- moet doen.
Na enkele jaren ambachtsschool stond Jan eerst een tijdlang
aan de roerpot bij de chocolade- en suikerwerkfabriek van
J.C. Klene & Co. aan de Looiersgracht. Vervolgens werkte
hij in een kartonnage- en in een scheerapparatenfabriek.
In zijn vrije tijd bleef Jan van Musscher echter optreden.
Vanaf zijn veertiende zong hij met accordeonbegeleiding van
zijn trouwe metgezel Jan Hillegers ieder weekeinde in een
buurtcafé, en ook oogstte hij succes met humoristische
voordrachten. Daarbij gebruikte hij voor het eerst de artiestennaam
'Johnny Jordaan'.
Tijdens de Duitse bezetting werd het steeds moeilijker om
met dergelijke optredens voldoende geld te verdienen, al kwam
zijn zangtalent wel van pas toen hij - inmiddels getrouwd
- op hongertocht in Noord-Holland van de boeren eetwaren probeerde
los te krijgen. Ondanks zijn belangstelling voor herenliefde
voldoet de zanger aan de sociale verwachtingen en trouwt Johnny
met Totty (Jannetje de Graaff).
op 11 november 1943. In die dagen geloofde men dat 'die afwijking'
wel zou genezen door een huwelijk. Johnny was negentien en
Totty achttien. Het echtpaar krijgt 1 dochter, Willeke.
Na de bevrijding, met het weer op gang komen van het uitgaansleven,
vond Johnny een betrekking als zingende kelner in café
De Kuil aan de Oudebrugsteeg. Hier zou hij negen jaar werken.
DE JAREN IN CAFÉ DE KUIL
Johnny werkt bij een boekbinderij op de Elandsgracht,
tot hij een betrekking als zingende kelner krijgt in café
De Kuil in de Oudebrugsteeg 27. Ruim tien jaar zou de allergrootste
zanger in de geschiedenis van het Nederlandse lied in De Kuil
doorbrengen. Samen met de legendarische accordeonist Jantje
Hillegers. Wat The Cavern was voor The Beatles, dat was De
Kuil voor Johnny Jordaan. Om de hoek, op de Nieuwendijk, had
de "Nederlandse Piaf" Tante Leen (1912-1992) haar
kroeg. Haar allergrootste hit zou "Oh Johnny" worden.
Het is in De Kuil dat Johnny leert het moeilijkste publiek
in te palmen met zijn liedjes. De dronken macho's op weg naar
de Wallen, de sukkels die de tijd van hun leven hadden zodra
Johnny "Vader waarom hebben de giraffen, toch zo'n hele
lange nëk" inzette. De stoerste zeebonken pinken
een traan als Johnny de Westertoren bezong. Maar de zanger
hoort ook de liederen van de Portugese zeelui, of de Marineri
uit Italië. Tot op vandaag de dag is café De Kuil
het echte bedevaartsoord boor de fans van Johnny.
Hier werkte hij jarenlang voor zestig gulden per week. In
café De Kuil in de Oudebrugsteeg begin de victorie. Jaren
voor de officiele doorbraak in 1955. De Kuil was de leerschool
die uiteindelijk leidde tot de internationale erkenning van
het talent.
Een diep ingrijpende gebeurtenis in zijn leven was het overlijden
van zijn moeder in mei 1952, en het is niet uitgesloten dat
de beroerte waardoor hij kort daarna werd getroffen een gevolg
was van de ondergane emotie. Ofschoon hij lichamelijk vrijwel
geheel herstelde, zou het nog enige jaren duren voordat hij
dit verdriet te boven kwam.
De ommekeer in Johnny's leven kwam in 1955. Op 7 februari
van dat jaar - zijn 31e verjaardag - nam hij 'voor de grap'
deel aan een door platenmaatschappij platenmaatschappij Bovema
georganiseerd zangconcours voor de Beste Stem van de Jordaan.
Bovema was op zoek naar nieuw talent in het zogenoemde Jordaan-genre.
Een muziek-cultuur die een halve eeuw eerder was ontstaan
als Hollandse variant op het Italiaanse belcanto. Vooral in
achterbuurten als de Jordaan kweelde men dat het een lust
was.
Johnny kende zijn klassiekers. Als er een lied was
waarmee hij indruk wist te maken, was het wel 'De Parel'.
In De Kuil had hij dit nummer zo weten te perfectioneren dat
je de Westertoren voor je zag als Johnny zong. De voorrondes
hadden plaats in het r.k. patronaatsgebouw aan de Rozengracht.
Op de enige avond dat Johnny niet in De Kuil hoefde te zingen.
Dat was niet het geval met de finale in hotel Krasnapolsky.
Johnny kreeg van de eigenaresse van De Kuil te horen dat hij
die avond gewoon zou moeten werken. Tussen de bedrijven glipte
Johnny naar het vlakbij gelegen zaal. Hij werd op staande
voet ontslagen. Totdat bekend werd dat hij had gewonnen met
´De Parel van de Jordaan´. Maar Johnny hield zich aan het
ontslag. Op 1 avond kon hij meer verdienen dat twee weken
in De Kuil.
Tante Leen werd tweede met het nummer ´Hand in hand´. Hun
namen zouden voor de rest van hun leven met elkaar verbonden
blijven. De radio zond de volgende ochtend de winnende nummers
uit. Direct na het optreden werd besloten dat er een plaat
opgenomen zou worden, met De Parel en op de B-kant Bij Ons
In De Jordaan. Twee megahits op 1 single. Twee maanden later
waren er al honderdduizend exemplaren van verkocht. En dat
in een tijd dat er zo'n 200.000 platenspelers in Nederland
warent. Direct werd besloten tot een tweede plaat:'Geef Mij
Maar Amsterdam', geschreven door Pi Vèriss. Omdat Pi door
Harry de Groot werd uitgenodigd iets voor Johnny te doen,
staat ook De Groot als medecomponist vermeld. "Dat deed
je toen". In werkelijkheid had Pi het nummer a; drie
jaar eerder geschreven. Het nummer zou het volkslied van Amsterdam
worden. Want "liever in Mokum zonder poen, dan in Parijs
met een miljoen" is menig Amsterdammer op het lijf geschreven.
Voor de Jordanezen betekent zijn succes opwaardering van
hun geminachte komaf. Vaak is beweerd dat Nederland met Johnny
Jordaan voor het eerst zijn eigen blues, musette, fado of
flamenco kreeg.
In een jaar tijds zouden meer dan een miljoen platen van
hem worden verkocht. Deze populariteit had hij overigens niet
te danken aan de radio, want een aantal omroepverenigingen
weigerde aanvankelijk zijn als 'ordinair' beschouwde liedjes
uit te zenden. De levensliederen van Jordaan worden door de
tekstcontrole van de VARA afgekeurd wegens een vermeend laag
cultureel gehalte. Jordaan is ordinair, luidt de mening van
de VARA. Een deel van de samenleving moet nadrukkelijk niets
weten van de volkszanger. De tot 1961 durende boycot gold
voor alle omroepverenigingen, behalve de AVRO. Daarbij trad
hij in juli 1955 op voor de televisie, waardoor hij ook buiten
Amsterdam bekend werd.
Het was het begin van een bliksemcarrière. Er volgden
optredens in het hele land en ook in Vlaanderen, waar Johnny
Jordaan eveneens razend populair was. Dank zij een handige
impresario, die hem onder zijn hoede had genomen, verdiende
hij weldra meer op één dag dan tevoren in een
hele week. Soms gaf hij wel drie maal daags een concert, en
in veel plaatsen werd hij door een uitzinnige menigte verwelkomd.
De inmiddels overleden Pi Vèriss: ´In Hilversum hebben
ze verdomd weinig beeldmateriaal van Johnny. Er werd daar
een beetje op deze volksheld neergekeken. Het was ondenkbaar
dat zijn muziek door de Vrijzinnig Protestantse VPRO of de
VARA ten gehore werd gebracht, Vooral de Vereniging Arbeiders
Radio Amateurs (VARA) vond zijn muziek absoluut ogeschikt
voor de socialistische arbeider. De VARA ging zelfs zo ver
dat ze wist te voorkomen dat de zanger tijdens een nationaal
programma ter gelegenheid van koninginnedag, zoals ze dat
zeiden, ´de ether zou vervuilen´. Alleen bij de AVRO klonk
het Saberiyee, saberiyosiyah´, aldus Vèriss.
KONINGIN JULIANA WOEDEND OP VARA
Als Koningin Juliana hoort dat de VARA weet te voorkomen dat
Johnny een speciale uitzending ter gelegenheid van koninginnedag
zou "bevuilen". is des duivels, en op 24 november
1956 werd Johnny uitgenodigd om in Soestdijk voor Koningin
Juliana en drie prinsessen te komen zingen.
Ondanks de alles overheersende invloed van de omroepverenigingen
kon de boycot Jordaans roem niet keren. Het koperen huwelijksfeest
van Johnny en zijn vrouw, in april 1956, sloeg wat dit betreft
alles. Half Amsterdam was bij die gelegenheid op de been om
de gevierde volkszanger tijdens een rijtoer door de Jordaan
toe te juichen. Zo groot was het enthousiasme dat de toestand
op een gegeven moment uit de hand dreigde te lopen en hij
voor een horde bewonderaars de vlucht moest nemen.
In deze gloriejaren bracht Johnny Jordaan zijn succesnummers
ook ten gehore voor de vele na de oorlog geëmigreerde
Nederlanders, zowel via de microfoon van Radio Nederland Wereldomroep
als in levenden lijve op overzeese tournees.
DE EDISON-CONCERTEN
Jordaan bereikt de status van een superster op een
wijze die niet eerder is vertoond in de Nederlandse lichte
muziek. Ondanks het succes is Johnny Jordaan niet gelukkig.
Zijn homoseksualiteit en zijn moeizame huwelijk doen hem veel
verdriet (Het Vreet Aan Je Hart). Na een 'slippertje' met
een man onderneemt hij een zelfmoordpoging. Hij springt op
19 januari 1956 uit een rijdende auto, maar raakt slechts
licht gewond. In 1957 gaat Jordaan met o.a. zijn neef Willy
Alberti en het grote theaterorkest van Jos Cleber naar het
Europees Zangfestival, dat in Venetië werd gehouden. Ze wonnen
de gouden gondel op het San Marcoplein. In Carré wordt
dit optreden opnieuw gedaan en als Johnny in datzelfde jaar
1957 een maand lang in het Edison-theater aan de Elandsgracht
optreed, zijn er alleen op de zwarte markt kaartjes te krijgen.
In 1959 zong hij in Londen zijn Jordaanlied in een televisieshow
met Nederlandse artiesten onder leiding van Wim Sonneveld.
In 1962 heeft Johnny weer een hit met Daar Mag Je Alleen
Maar Naar Kijken. In plaats van zijn eigen herkenbare geluid
met drie accordeons en achtergrondkoor Klaverjasclub Schoppen
9, is op zijn volgende platen een prominente plaats ingeruimd
voor het hammondorgel van Cor Steyn, strijkers of een complete
big band.
Het vele geld dat Johnny verdiende, liet hij door zijn vingers
glippen, mede door zijn naïeve goedhartigheid en ook
doordat handige zakenlui er steeds weer in slaagden hem in
hun eigen voordeel te misleiden. Toen de fiscus hem na enige
jaren navorderingen oplegde, zat hij volkomen aan de grond
en moest hij hals over kop zijn bezittingen verkopen. Doordat
hij roofbouw had gepleegd op zijn zwakke lichaam, was bovendien
zijn gezondheid zienderogen achteruit gegaan. Een maagzweer
ontaardde in een ernstige maagbloeding, en tevens openbaarde
zich suikerziekte. Na een zware depressie liet hij zich overhalen
deelgenoot te worden van een Jordaancabaret in Scheveningen.
Daar knoopte hij zijn eerste homoseksuele relatie aan.
In 1962 begon Johnny Jordaan als zingende kastelein een kroeg
in Rotterdam, die aanvankelijk druk werd bezocht, maar na
verloop van tijd minder goed liep. Mede door voortdurende
belastingschulden geplaagd, week hij uit naar Antwerpen, waar
hij opnieuw een café kocht. Ook daar verliep de klandizie
na enige jaren, terwijl hij gekweld werd door heimwee. Door
toedoen van Tante Leen kon hij in 1968 naar Nederland terugkeren.
Zijn platenmaatschappij vereffende de belastingschulden, en
Harry de Groot schreef een nieuw liedje, ''n Pikketanussie',
dat onmiddellijk een tophit werd en Jordaan een come back
maakte. De LP Ouwe Trouwe Jordaan is met liedjes als Maar
Toch en Ouwe Makker van ouderwetse kwaliteit.
In de herfst van 1968 doet hij zeven televisieshows met Tante
Leen, die zich afspeelden in café De Kuil. Voor de serie het
café van Tante Leen. Tante Leen was Johnny's hartsvriendin
geworden, sinds ze elkaar in 1955 hadden ontmoet.
In 1969 en 1970 treedt Johnny Jordaan op in de Verenigde
Staten, Australië en Nieuw Zeeland. In 1970 heeft hij met
de single Pruimesap opnieuw een hit. Inmiddels ondervindt
hij als vertolker van het levenslied concurrentie van artiesten
als de Zangeres Zonder Naam, Gert en Hermien en Corry &
de Rekels. Het zijn vooral artiesten uit het oosten en zuiden
van het land.
Eind 1970 vroeg Beppy Nooy Jordaan bij het Amsterdams Volkstoneel
de rol van De Mop te spelen in De Jantjes. Hij speelde het
seizoen niet uit. Op 23 november 1970 stortte hij tijdens
voorstelling in theater Orpheus in Apeldoorn in elkaar. Later
in het ziekenhuis werd een lichte hersenbloeding geconstateerd.
Op de intensive care kreeg hij ook nog eens vijf hartinfarcten,
kort na elkaar, waarna hij absolute rust moet houden.
In 1972 verschijnt er bij Bruna onder de titel Ze Kunnen
Van Me Zeggen Wat Ze Willen zijn levensverhaal. Op 9 december
van dat jaar neemt Jordaan officieel afscheid van het publiek
in een televisieprogramma dat werd gepresenteerd door Wim
Ibo. Het was een anderhalf uur durende show met Tante Leen,
Willy Alberti, Ramses Shaffy, Zwarte Riek, Harry de Groot
en tekstschrijver Pi Veriss.
Aan het eind van de uitzending zong Johnny een speciaal afscheidslied:
Bedankt Lieve Mensen.
Dankzij de benefietavond werd hij in staat gesteld in zijn
woning in Beverwijk een rustig leven te leiden.Wel blijven
er elpees verschijnen. In 1973 bracht Jordaan, hiertoe aangezet
door Harry de Groot, de religieuze plaat Uw Koninkrijk Kome
op de markt. LP's met neef Willy Alberti en een operetteplaat-plaat
volgen.
In mei 1977 gingen Johnny en Ton hun geluk beproeven met
het exploiteren van een hotel in de Spaanse badplaats Benidorm.
Al na een jaar keerde zij terug in Amsterdam.
Incidenteel trad hij nog op, voornamelijk in bejaardenoorden
en ziekenhuizen. Het laatste grote publieke optreden vond
plaats in 1978 als gast bij het Jordaancabaret in Gebouw De
Palm. Een jaar later brengt Johnny nog een bezoek aan de plek
waar het allemaal begon: De Kuil.
Initiatiefgroep
Johnny Jordaan
|
- |
REMAKE MOKUMTV DOCUMENTAIRE?
Het was de allergrootste hit ooit op het Amsterdamse
Salto-kanaal vertoond. Op 7 november 1994 starte daar De
story of Johnny Jordaan. MokumTV restaureerde oude opnames
tot intigrerende nieuwe clips met Johnny Jordaan. Met interviews
en medewerking van o.a. Johnny's vroegere echtgenote Totty,
zijn latere levenspartner Ton Slierendrecht, Pi Vèriss, schrijver
van o.a. Geef mij maar Amsterdam, JJ-accordeonist Jan Goos,
JJ- en Tante Leen-chauffeur Peter Pols, componist Harry de
Groot, biograaf Bert Hiddema en zangeres Truce Speijck. Dit
resulteerde uiteindelijk in een drie uur durende documentaire
van MokumTV over Johnny Jordaan. Helaas werd de originele
3 uur durende uitzendband bij Salto uit de kast gestolen en
nooit meer teriggevonden. Salto reageerde met een schouderophaal
op deze diefstal. Het gebeurde wel vaker dat er banden werden
gesneest...
Het Hilversumse beeldmateriaal uit de hoogtijdagen van de
zanger stelt niet veel voor. Hilversum liet destijds de kans
liggen om beelden te maken van het ongekende fenomeen Johnny
Jordaan. Johnny stond te popelen, maar ze moesten hem daar
niet. De zanger was zo populair, dat als hij ergens optrad,
burgemeester en wethouders aan de gemeentegrens stonden opgesteld
en Johnny per koets zijn tocht voortzette naar de zaal waar
hij zou optreden. Maar de VARA, NCRV, KRO en VPRO boycotte
de zanger. Er zijn alleen een paar liedjes bij de AVRO uit
de eerste jaren van zijn carrierej, en een kort Polygoon-bericht
over Johnny's twaalfeneenhalf jarig huwelijksfeest. Het enige
beeldmateriaal van Johnny Jordaan aan het begin van zijn carrière
werd door Pi Vèriss geschonken aan MokumTV. Opgenomen op 8mm
films in 1955 en ´56 tijdens plaatopnames en huldigingen.
Heel bijzonder zijn de beelden die Vèriss maakte van de huldiging
van Johnny Jordaan in Hilversum. De zanger met dochter Willeke
en vrouw Tottie in een open limousine, voorafgegaan door een
muziekcorps op weg naar de AVRO-studio..
In het bij Salto ontvreemde 3 uur durende programmawaren
deze unieke beelden voor het eerst te zien. Naast de verhalen
van de direct betrokkenen. Johnny was en is het grootste fenomeen
uit de Nederlandse muziekgeschiedenis. Naar aanleiding van
deze uitzendingen kwam er een musical, ´O Johnny` waarin de
rol van Johnny werd gespeeld door Rob van de Meeberg. Daarna
maakte de VPRO een driedelig docu-drama met Kees Prins in
de rol van Johnny Jordaan. Hoe goed de VPRO alles probeert
te reconstrueren, de enige echte beelden zag je bij Salto's
MokumTV.
ONLANGS VERZOCHT MOKUMTV AAN SALTO
STEUN OM DE GESTOLEN UITZENDBAND OPNIEUW TE KUNNEN RECONSTRUEREN.
100% Johnny
ANTWERPEN EN STAATSLIEDENBUURT
In 1963 vertrok Jordaan naar Antwerpen. Hij had schulden
bij de belasting. The Beatles waren ineens op komen duiken
en Johnny had bijna geen werk. Bovendien bleek hij aan een
ernstige vorm van suikerziekte te lijden. Een beetje afremmen
dus. Jordaan opende zijn eigen café in Antwerpen, waar hij
zelf optrad. Ook bij de Belgen oogstte Johnny veel succes.
In 1963 verschijnt een LP met liedjes van het jaren dertig-idool
Willy Derby, onder andere met een opvallend lied over een
Spaanse vluchteling (Verlaten) en het plechtstatige Vergeet
Me Niet. Het is niet verwonderlijk dat veel van zijn liederen
in deze periode heimwee en verlangen als onderwerp hebben.
Met kleine beetjes wist Jordaan een groot deel van zijn belastingschuld
af te betalen. Hij kwijnde bijna weg van heimwee naar Amsterdam.
Uiteindelijk heeft de platenmaatschappij Bovema het restant
van de schuld afgelost en is Jordaan in 1968 weer terug verhuisd
naar Nederland. Maar niet naar de Jordaan. Johnny betrekt
samen met levenspartner Ton Slierendrecht eerst een flat in
Beverwijk. De zogenaamde Beverwijkse jaren, voor Ton en John
zich aan het Frederik Hendrikplantsoen in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt
vestigen.

De Initiatiefgroep Johnny Jordaan poseert in de Johnny Jordaan-etalage
van Edison aan de Elandsgracht. Foto: Bram de Hollander,
Amsterdams Stadsblad 7 dec. 1994
| JOHNNY'S EER |
|
Tien jaar geleden brak er een ´oorlog´ tussen de Staatsliedenbuurt
en de Jordaan uit om de ´eer´ een straat naar Johnny
te mogen vernoemen. Het was de toenmalige wethouder
Guusje Terhorst (nu burgemeesteres van Nijmegen) die
zwichte voor het gezeur van een 'echte' Jordaanbewoner,
die vond dat alles van Johnny voor zijn deur moest komen
te staan.
|
|
| Parkeerplaats vs. Plantsoen |
|
Het begon in 1991, toen beeldhouwer Kees Verkade Verkade
de opdracht kreeg om een beeld te maken van de zanger.
Er werd een uiterst succesvolle galavoorstelling in
Carré georganiseerd om geld in te zamelen om het beeld
te bekostigen. Over de plek waar het beeld moest komen
werd felle discussie gevoerd. Meest geêigende plek was
ongetwijfeld het Frederik Hendrikplantsoen, maar dat
lag nèt buiten de Jordaan. In de Jordaan zelf werd door
omwonende geprotesteert tegen de eerste plek waar de
buste zou moeten worden geplaats. Uiteindelijk werd
het beeld onthuld op de omstreden parkeerplaats aan
de kop van de Elandsgracht, pal voor een foeilelijk
elekticiteitshuisje. Tante Leen, Johnny's zangpartner
en hartsvriendin, was in haar laatste levensjaar toen
het beeld in 1991 onthuld werd. Ook zij verbaasde zich
over de plek. ´Waarom hier? Jongen, ik zou het echt
niet weten, want zover ik weet heeft Johnny hier nooit
zijn auto geparkeerd´. Johnny had ook nooit de Elandsgracht
bezongen en het enige wat de Elandsgracht met de zanger
bond was dat hij in 1957 een maand lang in het Edison-theater
heeft gezongen. Voorafgaande aan de hoofdfilm.
|
TANTE LEEN EN NOG MEER BEELDEN
Het beeld van Tante Leen, eveneens van Kees Verkade,
werd in 1994 naast dat van Johnny geplaatst. Later kwam daar
nog een totaal ander beeld van een andere kunstenaar bij van
accordeonist Johnny Meijer. Kees Verkade protesteerde eerst
al tegen de plaatsing op de parkeerplaats, en dreigde op tv
later zelfs zijn beelden te laten verplaatsen naar het Frederik
Hendrikplantsoen. Hetgeen volgens velen al vnaf het begin
een betere optie zou zijn geweest.
| EXPLODERENDE EMOTIES |
|
Dankzij de Initiatiefgroep Johnny Jordaan en de Johnny
Jordaan-Story bij MokumTV ontstond er weer nieuwe belangstelling
voor het ongekende fenomeen. Er dreigde zelfs 'Oorlog
om de eer van Johnny" toen de IJJ een aanvraag
tot straatnaamwijziging indiende voor het Frederik Hendrikplantsoen.
De plek waar Johnny na zijn binnen- en buitenlandse
avonturen weer terugkeerde en tot zijn dood geleefd
had zou Johnny Jordaan-rotonde moeten gaan heten. Dit
nadat er was gecontrolleerd of iemand anders al een
aanvraag had ingediend en in overleg en met toestemming
van Johnny´s levenspartner Ton Slierendrecht. Ene Hannie
Pastor, wiens verdienste eruit bestoond dat hij ooit
een paar jaar schuin tegenover de woning van Johnny
had gewoond, ontstak in woedde
|
PASTOR´s ELANDSKOP
De aanvraag deed Hannie Pastor, tegenover officieel
buurtcongierge, belast met toezicht op de beeldentuin aan
de Elandsgracht, exploderen.
Pastor, al eerder door de levenspartner van Johnny Jordaan
in de uitzendingen van MokumTV beschuldigd van het wederrechtelijk
toeeigenen van spullen en videobanden van de legendarische
zanger. Slierendrecht: "Die man heeft vroeger ooit eens
in de buurt gewoont, en doet net alsof hij Johnny echt gekend
heeft."
In de biografie van Bert Hiddema speelt Pastor een prominente
rol. Is dit omdat zowel Johnny´s levenspartner alswel Johnny´s
echtgenoot Totty iedere medewerking aan Hiddema's werk weigerde?
Beide waren wel in de MokumTV documentaire te zien. Vreemd
is dan ook, dat aan het gevecht over welke plek zich met de
naam van de overleden zanger zou mogen sieren met geen woord
voorkomt in Hiddema´s boek. En dat terwijl dit gevecht voor
de camera´s van de pers werd uitgevochten. Tot in het NOS
journaal toe.
| OORLOG OM JOHNNY |
|
´Oorlog om de eer van Johnny´ kopte de Staatskrant
en de landelijke pers volgde. Er werd flink met modder
gesmeten. Hannie Pastor over de uit de Staatsliedenbuurt
afkomstige Initiatiefgroep Johnny Jordaan (IJJ): ´We
hebben niks tegen negers en Turken, maar ze moeten wel
van onze Johnny afblijven´.
|
BEDREIGDE WETHOUDSTER
´Laten de specialisten maar bepalen welke plek het
beste naar Johnny kan worden vernoemd´ liet IJJ-woordvoerder
Bob Morriên diplomatisch via de Wereldomroep weten. De heer
Pastor was inmiddels overgegaan tot een 24-uurs bewaking van
de beelden van Johnny Jordaan en Tante Leen. Hij had geruchten
("stemmen") gehoord, die hem vertelde dat het IJJ
van plan was deze te stelen om ze in het Fredik Hendrikplantsoen
op te stellen. Bijna dagelijks wachtte hij wethoudster Guusje
ter Horst op om haar te vertellen dat ze de schuin tegenover
haar woning gelegen middenstrook aan de Elandsgracht om te
dopen in het Johnny Jordaanplein. Uiteindelijk zwichtte ze
voor de druk. Bij de officiele herdoop van de parkeerplaats
op de kop van de Elandsgracht in 1995 ontkende Ter Horst voor
de camera van MokumTV respectievelijk een relatie met Hannie
Pastor te hebben gehad of door deze te zijn bedreigd.
PETER POLS
De VPRO Gids interviewde Peter Pols, kenner en verzamelaar
van Jordanalia. Pols is ook jarenlang bevriend geweest met
de zanger. In de tweede helft van Johnnys loopbaan werd
Pols zelf een intieme vriend, nadat hij zijn idool had opgezocht
om hem om een handtekening te vragen. Een paar jaar later
vroeg Jordaan hem zijn chauffeur te worden, toen hij samen
met Tante Leen door het land trok en optrad op bruiloften
en partijen. 'Dat waren gouden tijden. Soms hadden ze wel
drie optredens op een avond, maar ze bleven dóórzingen,
ook in de auto.'
Johnny maakte makkelijk vrienden. Hij was royaal en gastvrij.
Als je bij hem op bezoek kwam, vertelt Pols, was het een permanent
komen en gaan van vrienden en kennissen. 'En altijd koffie
met zúlke slagroompunten ernaast want daar hield
Johnny van.'
Johnnys homoseksualiteit
Was die seksuele geaardheid inderdaad hét allesbepalende
thema in Johnnys leven?
Pols: 'Ja, dat is wel moeilijk voor hem geweest. Hij is er
voor uit Amsterdam weggevlucht. Voor zichzelf had hij er wel
vrede mee hoor. God heeft me zo gemaakt, zei hij dan. Maar
voor zijn familie, voor Tottie {Johnnys vrouw] was het
natuurlijk vreselijk moeilijk. En dat wist-ie. Tottie heeft
weleens tegen mij gezegd: "Als je vent met een andere
vrouw wegloopt, dan kan je krijsen en stampvoeten, maar als-ie
op een man valt... Wat moet je dan?" Ze was zo machteloos.
Maar ze zijn goede vrienden gebleven, tot het eind van zijn
leven. Ze kwamen regelmatig bij elkaar over de vloer.'
Dat de autochtone Jordanezen het moeilijk hadden met Johnnys
coming-out, is volgens Pols niet overdreven. 'Maar dat gold
niet alleen voor de Jordaan. In de jaren vijftig en zestig
was heel Nederland nog een beetje bang voor die dingen.'
Johnny zong verstaanbaar, over onderwerpen die nog steeds
actueel zijn. Milieugeweld bijvoorbeeld. 'Geef mijn kleinzoon
een kans om te leven dat zou vandaag zo weer opgenomen
kunnen worden. Johnnys liedjes zijn stuk voor stuk complete
verhaaltjes. Dat is heel wat anders dan Frans Bauer, die zingt
van ik hou zo van je of ik ga van je scheiden.' Ook Hazes
en Koos Alberts kunnen niet in de schaduw staan van Johnny,
vindt Pols. 'Zo iemand wordt eens in de tweehonderd jaar geboren.'
Muziek
Opnames van Johnny Jordaan en Tante Leen werden bij N.V. Bovema
te Heemstede vervaardigd en verschenen o.a. op de labels Imperial,
His Masters Voice, MFP, EMI en Disky.
- Documentatie
Artikelen uit De Staatskrant (www.staatskrant.nl), de buurtkrant
van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, waar Johnny na zijn
terugkeer in Nederland woonde aan het Frederik Hendrikplantsoen.
- Johnny Jordaan en Hans Wierenga, Ze kunnen van me zeggen
wat ze willen, uitgeverij A.W. Bruna & Zoon, Utrecht
- Antwerpen. ISBN 90 229 7200 3
- Bert Hiddema, De zon schijnt voor iedereen, uitgeverij
Jan Mets, 1994 Amsterdam. ISBN 90 5330 116x (Ditzelfde boek
zou in een herziene versie later bij een andere uitgeverij
verschijnen).
- De Telegraaf, 26-3-1955, 3-12-1966, 10-11-1983 en 9-1-1989
- Het Parool , 27-4-1956, 9-12-1972 en 9-1-1989
- Gooi- en Eemlander , 23-8-1977
- NRC Handelsblad , 9-1-1989
| Pi Veriss |
|
Trompettist Pi Veriss (Piet Visser, 2 oktober 1916-11
november 1998) is vooral bekend als schrijver van het
lied 'Geef mij maar Amsterdam'. Samen met Harry de Groot
is hij ook verantwoordelijk voor de legendarische Johnny
Jordaanknallers als De zon schijnt voor iedereen, Op
de Oude Lindengracht en Mijn oude Amstelstad.
|
HET EINDE
Zijn laatste levensjaren was Johnny lichamelijk aan het eind
van zijn latijn. Slechts omringd door de zorgen van zijn vriend
Ton Slierendrecht - met wie hij 31 jaar een vaste relatie
onderhield - en een paar goede kennissen, leefde hij tamelijk
eenzaam, ook doordat hij door een bloedvatenvernauwing aan
een rolstoel was gekluisterd. Nog zelden trad hij voor het
voetlicht. In 1981 kreeg Jordaan weer een hersenbloeding waarna
hij zich nog maar moeilijk kon bewegen. Om zijn relatie met
Ton Slierendrecht een wettige status te geven, wordt zijn
huwelijk met Tottie op 7 oktober 1982 door echtscheiding ontbonden.
Zelfs in zijn rolstoel blijft Johnny optreden, zoals tijdens
het carnaval in de Jordaan. Dick van der Geld van AmsterdamTV
maakte de historische opnames die ook bij MokumTV te zien
waren. Het is de zwanezang van de beroemdste volkszanger uit
de tweede helft van de vorige eeuw.
Op 27 december 1988 kreeg Johnny opnieuw een hersenbloeding
en hij overleed op 8 januari 1989 op vierenzestigjarige leeftijd.
Vijf dagen later luidden de klokken van de Westertoren, terwijl
duizenden mensen afscheid namen van de Parel Van De Jordaan.
In de Westerkerk en op begraafplaats Vrederhof aan de Haarlemmerweg,
waar Johnny wordt bijgezet in het graf waar ook zijn moeder,
grootmoeder en schoonmoeder rusten. Later zouden hier ook
de keizer van het jiddische lied Leo Fuld en accordeonist
Johnny Meijer een graf krijgen.
|