|
DE SLOOP VAN HET MOOISTE MONUMENT
VAN AMSTERDAM WEST
Als
een stoere vesting stond tot eind zestiger jaren van
de vorige eeuw het 'brutale bastion van Rome' midden
in stijl communistische Amsterdamse Spaarndammerbuurt.
Achitect P.J.H. Cuypers (1827-1921), bekend van het
Rijksmuseum en Centraal Station, ontwierp daarnaast
zes schitterende kerken in Amsterdam. Met als absoluut
kroonjuweel de vroeg-neo-gotische Maria Magdalenakerk
in de Spaarndammerstraat.
Zonder dat er iemand om vroeg en zonder welke financiële
ondersteuning dan ook restaureerde het door niemand
gesubsidieerde MokumTV de "Parochiefilm" uit
1926. Niet zomaar een van de vele "Parochiefims",
maar over het "Rooms Bastion tussen de Rooden",
de in 1968 gesloopte Maria Magdalenakerk. Op 21 en 22
juli (laatste datum de officiële feestdag van Maria
Magdalena), vertoont MokumTV
het eerste deel van de documentaire 'Rooms Bolwerk tussen
de Rooden' met naast J.J.A. Bouwens (zoon van de koster),
Lucie Herkenhoff (parochiaal medewerkster Maria Magdalena)
en buurtbewoonster mevrouw Hein het eerste deel van
deze parochiefilm.
De "Parochiefilm" met pastoor N.H. Colla
en Zijne Kapelaans in de hoofdrol was vooral voor de
parochianen zelf bedoeld. Geen parochiaan mocht ontbreken
in deze film. Het uitgaan van de Hoogmis en Zondagse
Mis van 12 uur werd dan ook uitgebreid gefilmt, om film
te besparen werd het met sprongetjes opgenomen. evenals
de tientallen clubs welke onder directie van Heer Pastoor
en zijn Kapelaans floreerde. De vertoningen in het Patronaat
waren uiterst succesvol en brachten menig dubbeltje
in het laatje. Smalend spraken de Rooden dan ook over
het Roomsche Hollywood. De film was ook het grote succes
tijdens de feestweek die ter gelegenheid van de uit
Haarlem afkomstige Colla's veertigjarig priesterjubileum
een paar jaar later de Spaarndammerbuurt op haar kop
zette. Naast de gebruikelijke huldigingen kregen zij
"die hadden bijgedragen" aan het geschenk
"een gratis filmvertoning der parochiefilm"
aangeboden door de jubilaris. Drie dagen lang werd de
film gratis vertoond.
HEILIGE ZONDARES
De kerk in de Spaarndammerstraat had Miryam (Maria)
uit de Palestijnse stad Magdala (Magdalit) als patroon.
Het graf van deze dame bevind zich onder de 7 uivormige
gouden koepels van de Orthodox Russische Kerk aan de
voet van de Olijfberg buiten Jerusalem. Ze was de zuster
van Martha en Lazarus en de niet met name genoemde zondares
uit het Evangelie van Lucas. De plaats waar zij rond
het begin van de Christelijke jaartelling werd geboren,
gold als de belangrijkste stad aan de westelijke oever
van het Meer van Galilea, bekend vanwege de losse zeden.
Nadat Jezus niet minder dan zeven boze geesten bij haar
had uitgedreven, sponsorde ze Jezus met haar vermogen.
Ze maakte deel uit van de groep vrouwen die Jezus volgde
op zijn weg naar Jeruzalem. Ze was bij zijn terechtstelling
aanwezig en zag hem als eerste na de verrijzenis. (mc.
16,9). Het duurde tot de 12e eeuw dat Maria Magdalena
voor het eerst wordt vereerd in de westerse kerk. Ze
groeide hier uit tot patrones van vrouwen, boetelingen,
scholieren, studenten, gevangenen, kappers, tuinders,
wijnboeren, wijnhandelaren, loodgieters, wolwevers,
handschoenmakers, cosmeticabereiders en kinderen. Maria
Magdalena was beschermheilige tegen onweer en ongedierte.
DE PAROCHIEFILM
Naast het uitstromen van de kerk bij zowel de Hoogmis
als de Middagmis begint de film met
- Pastoor Colla in vergadering met het kerkbestuur
(J. van Heck, B. Nagel en secretaris J. Hammann) .
Van 1906 tot 1916 was H. Bär, grootvader van
de latere bisschop, Kerkmeester in de Spaarndammerstraat.
Ook maken de vele congregaties hun opwachting in de
film. We hebben de originele titelplaten tussen de stomme
film gerestaureert met behoud van de originele teksten.
Daarnaast is er geluid en waar nodig, verklarende teksten
toegevoegd.
U ziet o.a.
- De Congregatie van de Heilige Familie afd. Vrouwen,
directeur pastoor N.H. Colla.
- De Congregatie van de Heilige Familie afd. Mannen
stond onder leiding van de 42 jarige uit Venray afkomstige
kapelaan Jacobus van der Marck. Geb op 3 juli 1884,
priester gewijd 15 augustus 1909, benoemd 8 september
1924. Hij was tevens Geestelijk Verzorger van het
woonwagenkamp Westerpark en directeur van Speeltuinvereniging
Theresia. Kort na het maken van de film werd Van der
Marck benoemd tot pastoor in de Schermerpolder. In
de inventarislijst
van de Sint Bonifatiuskerk te Zaandam wordt een raam
in het zuidtransept van H.J. Asperslagh uit Voorburg
genoemd uit 1949, geschonken door de parochie t.g.v.
het 40-jarig priesterfeest van pastoor J. van der
Marck. Was de kapelaan familie van Mgr.
Th. van der Marck, voorvechter van de coöperatieve
bank in Eindhoven?
- De meisjescongregatie had sinds 1924 kapelaan J.
van der Sman als directeur. Vreemd genoeg wordt hij
in het gedenkboek wel onder de congregatoe genoemd,
maar niet bij het overzicht van de kapelaans.
- De 42-jarige Kapelaan Wouter.G. Buren kwam uit Heer
Hugowaard, was moderator der R.K. Bibliotheek en werd
kort na het maken van de film benoemd tot Pastoor
te Den Hoorn bij Delft.
- De dames van het Intronisatie Commitee hielden de
wind er goed onder. Bij zwak kerkbezoek zochten zij
de afdwalende op om hem of haar te wijzen op de plichten
van de katholiek inzake kerkbezoek. Het woord intronisatie
betekend toewijding van huis en gezin aan het Heilig
Hart van Jezus.
- De tot perfectie gedresseerde misdienaren.
- De collecteurs, ofwel Het College der Heeren Collectanten.
- Het R.K. Kerkzangkoor "In honorem Dei et Sae.
Mariae Magdalenae", dat is Latijn voor "Ter
Ere Gods en de H. Maria Magdalena", werd opgericht
bij de inwijding van de kerk door Mgr. Konings. Onder
leiding van koordirecteur heeft zich ontwikkeld tot
een verdienstelijk en zeer gunstig bekend mannen-
en knapenkoor.
- Sinds 1895 belaten zich eenige leden van den R.K.
Volksbond met het handahaven der orde in de kerk.
Aan het hoofd van den eerbied in Gods huis-mannen
met hun fluweelen roode sjerp den Heer Rozenbrand.
- In de film ook het R.K. Parochiaal Armbestuur met
lege kas. Het Armbestuur was in 1920 opgericht "tot
gemakkelijker en systematischer leniging van den nood
der arme parochianen".De armenvaders waren voorzitter
J. Pier, secretaris M. van Wijngaart, penningmeester
A. Niekel en J. Bak als vice-Voorzitter.
- Gasthuispenning-collecte
- De aanstaande priesters.
- De parochiale professor.
- Father Röttgering vertrok na de.film gemaaktwas
als missionaris naar Olganda.
- De nonnen in de Spaarndammerstraat.
- Laatkomers, omdat de brug open is.
- Uitgaan van de Hoogmis. Minutenlang staat de camera
op de kerkdeur gericht, om met korte verspringingen
(zuinig met film) de kerkverlaters te fimen
- Ook de oudste parochiaan komt in beeld
- De kleuterschool. Boetseren met klei en onder leiding
van de nonnen.
- 7de klas der zusterschool.
- Naailes. Vrij kwartier op de zusterschool. Gymnastiek.
Twaalf uur, meisjesschool gaat uit.
- Dorstige kelen.
- Sportief: voetbaldwedstrijd RKWS (Roomsch Katholiek
West Side) D.O.S.S. 1 tegen Volendam. Gespeeld op
5 april 1926.
- RK Kindervereniging Theresia aan de Spaarndammerdijk.
- Mandoline en mondorgelclub
- Kapelaan Jacobus van der Marck.
- Uitgaan 12 uur mis.
- Naaikrans Sint Sura. Werd door Pastoor Wouters opgericht.
Wouters, tot zijn benoeming in juni 1904 leraar op
't kleinsemenarie Hageveld in Heemstede, was groot
vereerder van deze Dortse Heilige. Hij benoemde Sint
Sura tot patroon en beschermheilige van het damesclubje,
en ontbrak geen enkele donderdagavond als zij bijeenkwamen.
Terwijl de dames ijverig naai- en borduurnaald hanteerde,
verhaalde hij enthousiast over de Dordrechtse Sint.
Volgens een in de vijftiende-eeuw opgetekend verhaal
had Maria haar tijdens een verschijning Sura persoonlijk
de opdracht gegeven de Dordtse Grote Kerk ter harer
ere te stichten. Hoewel Sura slechts beschikte over
drie muntjes, elk voldoende voor het dagloon van één
arbeider, keerden er telkens drie muntjes terug in
haar beurs als zij haar arbeiders had betaald. De
arbeiders begonnen te vermoeden dat zij zeer vermogend
was en op een dag vermoordden zij haar om er met het
kapitaal vandoor te gaan. Zij vonden natuurlijk niet
meer dan drie muntjes, werden gegrepen en ter dood
veroordeeld. Toen het vonnis zou worden voltrokken,
herrees Sura uit de dood om haar moordenaars vrij
te pleiten. Zij reisde met hen naar Rome teneinde
bij de paus absolutie voor hen te vragen. De paus
willigde dit verzoek in en verleende Sura aflaten
zodat zij geld kon inzamelen voor de voortzetting
van de bouw. Sura zou pas op hoge leeftijd in Dordrecht
in een geur van heiligheid zijn overleden. Op de plaats
waar Sura werd vermoord, ontsprong een bron, waarvan
het water wonderkracht had, Deze bron, op het kerkhof
van de Grote Kerk van Dordrecht, werd na de Reformatie
door de protestantse terroristenverwoest. De verering
van Sint Sura konden ze met deze wandaad echter niet
doen verdwijnen. In 1603 klaagde de onverdraagzame
gereformeerde kerkenraad over mensen die op het kerkhof
van de Grote Kerk bij een stenen kring knielden en
andere 'superstitiën' bedreven. Ze eisten dat
dit katholieke gedoe streng bestraft zou worden. Ze
wisten niet te voorkomen dat er in 1620 een gevelsteen
met 'Sint Soers' werd geplaatst in de Dortse Vleeshouwersstraat.
En eeuwen later vereerde de dames Sura tijdens hun
wekelijkse donderdagavondbijeenkomsten ter vervaardiging
en herstel van de priestergewaden. Pastoor Joannes
Leonardus Wouters kreeg een beenziekte en verliet
de parochie in januari 1912. Hij overleed na jarenlange
ziekte op 23 maart 1929 te Alphen aan de Rijn. Hij
werd begraven in een gewaad van de dames van Sint
Sura uit de Spaarndammerbuurt.
- Propagandaclub afd. G. Stem RKSP (Rooms Katholieke
Staatspartij).
- Klein China missiezusters congegratie.
- School. Petjes afnemen voor de hoofdonderwijzer.
- Verenigingsgebouw Patronaat Rijcke.
- De jongens kaarten, schaken, dammen, oenen stoten
voor het biljart. Sjoelen.
- Sint Jozef gezellenvereniging.
- Boekbinden. Let op de stenen pijpjes die men rookte.
- De avondnaaischool.
- Een artistiek hoekje van onze parochie. Het woonwagenkamp.
We zien de man die het "Woonwagenliefdewerk"
begon, Kapelaan van Galen. Bijgestaan door mejuffrouw
F. Haye begaf hij zich vanaf 1922 "als een missionaris"
tussen de kampbewoners. Ze hadden er een eigen multifunctioneel
gebouw, waar 's zondags de mis werd gelezen, en door
de weeks in de "kampschool" kinderen werden
opgevangen, terwijl de moeders uit gingen venten.
- Vergezicht vanaf de toren over Spaarndammer- en
Staatsliedenbuurt.
IN DE KERK
14 kruiswegstatiën in olieverf van de Roermondse
schilder Hermans.
De Leo Stichting was een 24-uurs woon- en leefvoorziening
voor jongens van 12 tot 18 jaar, die om velerlei redenen
(tijdelijk) niet meer thuis konden wonen. De jongens
waren ondergebracht in naar leeftijd samengestelde groepen,
die onder leiding van 6 paters stonden. Later veranderde
de filosofie van de jeugdzorg en was volgens de raad
van bestuur het pand absoluut niet geschikt voor de
opvang van probleemjongeren. Moeilijk opvoedbare jongeren
diende men in de bossen te huisvesten en niet binnen
de bebouwde kom.
Samen
met een school vormde de Leo Stichting en pastorie een
compleet Rooms blok tussen Zaan- en Zaandijkstraat.
De kerk werd gesloopt. Later volgde de Elisabethschool
om plaats te maken voor de huidige school. Niet vanwege
de steenrot, maar om te voeldoen aan de moderne eisen
die werden gesteld aan een schoolgebouw. Maar tot op
vandaag de dag betreuren ook niet katholieken die de
kerk gekend hebben tot op heden het verdwijnen van dit
markante gebouw, dat de verder wat troosteloos ogende
Spaarndammerstraat allure gaf.
De
kerk gold als een meesterwerk van de man die ook het
Centraal Station en Rijksmuseum ontwierp. Petrus Josephus
Hubertus (Pierre) Cuypers. Geboren in 1827 in Roermond.
Cuypers was opgeleid in de geest van het toen heersende
neoclassicisme aan de Kunstacademie in Antwerpen. Om
zich daarna als architect te vestigen in zijn geboortestad.
Tijdens studieriezen in het Rijnland bestudeerde hij
de romaanse en gotische stijl. Deze laatste vooral in
Keulen, waar de voltooiing van de Dom in volle gang
was. De gotiek van de grote Franse kathedralen uit de
twaalfde en dertiende eeuw en de vroege gotiek uit het
Vernieuwing in bouwkundig opzicht bracht Cuypers door
het opnieuw toepassen van de gotische constructiemogelijkheden,
waarbij hij later ook modernde constructiewijzen en
materialen toepaste. In 1865 vestigde hij zich in Amsterdam.
Het Centraal Station was het eerste stationsgebouw in
Nederland waarvan het ontwerp in 1876 aan een architect
werd toebedeeld. Voorheen werd dit gedaan door ingenieurs.
Reden hiervoor was de markante plaats in Amsterdam en
het nationale belang dat aan dit station werd toegekend.
De opdracht werd verstrekt aan Cuypers. Hij werkte samen
met A.L. van Gendt, een werktuigkundige met jarenlange
ervaring bij de spoorwegen. Aan de opdracht zat de eis
verbonden dat het gebouw uitgevoerd moest worden in
'Oud-Hollandsche stijl'; Cuypers heeft op zijn eigen
manier aan deze eis gehoor gegeven door een neo-stijl
toe te passen, geïnspireerd op de late gotiek en
vroege renaissance.
Maar het was vooral in de kerkbouw waarin Cuypers zich
kon uitleven. Toen hij zijn loopbaan als architect begon,
vond het herstel van de bisdommen van 1853 in Nederland
plaats. Veel Hollanders hadden eeuwenlang in het geniep
hun katholieke geloof moeten beleiden. De katholieke
emancipatie kon plaats hebben.
STICHTING PAROCHIE
Op 31 augustus 1887 had de bisschop Bottemanne de kapelaan
Konings van de Haarlemse Rozenkranskerk belast met de
stichting van een parochie en de bouw van een kerk in
de Amsterdamse Spaarndammerbuurt.
Op 3 november 1887 werd kapelaan Konings als bouwpastoor
van de nieuwe parochie geïnstallleerd, waarvan
de grenzen als volgd waren vastgesteld: Van de Houthavens
af door de Westerdoksluis in het Westerdok door de Zoutkeetsgracht;
Prins Eilandsgracht over het Teerplein en Haarlemmerplein
dwars door de Wagenstraat midden door de Lijnbaansgracht
tot aan de Nieuwe Willemstraat; hier middendoor over
de Marnixstraat en Marnixkade in de Kattensloot (Jac.
Catskade); door deze sloot naar de Kostverlorenvaart;
deze in schuinse richting over, achter het Westelijk
Amsterdams Entrepôt om; van hier in rechte lijn
dwars over de Slatuinen op het Zuidelijk uiteinde aan
van de Slotermeerweg; van hier op den Slochter aan en
door deze op de Haarlemmertrekvaart aan; deze vaart
dwars over; dan weer dwars over den Hollandsche Spoorweg
op den mond van de Sloterdijkschen tocht aan; door dezen
naar het Noordzeekanaal; door het Noordzeekanaal naar
de Houthaven, waar de lijn begonnen is. Op verzoek
van de pastoor van Osdorp werd de lijn aan de kant van
Sloterdijk meer uitgelegd, omdat de kortste weg voor
de daar wonende parochianen de nieuwe Magdalenakerk
zou worden.
Bouwpastoor Konings trok tijdelijk in bij de pastoor
van De Liefde aan de Da Costakade. Er werd een een driehoekig
stuk land aan het begin van de Spaarndammerstraat. aangekocht.
Op 22 december 1887 kon er al een houten noodkerk ingewijd.
Nu wilde de kapelaan toch iets dichterbij zijn kerk
wonen, en betrok hij enige kamers bij de famielie Nieuwenhuis
aan de De Wittenkade 5. Later, toen de komst van een
kapelaan een grotere woning vereistte, huurde Konings
samen met de uit Gouda afkomstige kapelaan Gerard Daalmans
de Nassaukade 4.
GEMEENTELIJKE TEGENWERKING
BIJ BOUW
De gemeente vond het maar niets dat er zo'n katholiek
monument zou verrijzen midden in de arbeidersbuurt.
Er volgde een jarenlang geharrewar over enkele meters
grond, maar uiteindelijk was het een beslissing van
de Raad van State die de bouw van de kerk mogelijk maakte.
Architect Cuypers was net klaar met het Amsterdamse
Centraal Station (1882/89) toen hij iets verder westelijk
aan het spoor begon met de bouw van de driebeukige kruisvormige
Magdalena-basiliek. Op het vreemdste grondplan waarop
hij ooit een kerk bouwde. De architect liet zich hierbij
inspirereren door de oude Lieve-Vrouwekerk te Trier,
het vroegste gotische kerkgebouw in Duitsland. Op 1
oktober 1889 gleed de eerste heipaal in de drassige
grond als was het boter, men vond geen zandplaat tot
steun. Er werden langere palen besteld. Op 20 december
ging de laatste paal de grond in. In drie weken was
de fundering gereed en op 17 april 1891 wijdde de Haarlemse
bisschop Bottemanne de kerk van de Heilige Maria Magdalena
plechtig in. Hetzelfde jaar dat de Duitse keizer Wilhelm
II en keizerin Augusta Viktoria een bezoek aan Amsterdam
brachten. Het jaar dat de Elandsgracht werd gedempt.
Het
front van de kerk was erg smal. De kerk werd breder
aan de achterzijde en eindigde in een centrale ruimte
onder de toren, met aan drie zijde transept-beuken.
Hierachter was een nog breeder deel met het koor en
twee diagonaal geplaatste kapellen in elke hoek tussen
koor en zijbeuken. De aankleding en inrichting (polychromie,
en meubilering) waren ontworpen door Cuypers en zijn
atelier Cuypers-Stoltzenberg. Het kerkinterieur gaf
als zodanig een zeldzaam volledig beeld van de kerk
zoals men die in de periode van de neogotiek als ideaal
zag. De kerk werd bekroond met een stoere vierkante
toren. Volgens velen, inclusief Cuypers zelf, was de
Magdalenakerk een meesterwerk.
1965
De Maria Magdalenakerk zou nog in de analen van de vaderlandse
popgeschiedenis belanden als eerste plek waar de muziekgroep
The Cats buiten Volendam optraden. Dat was in 1965.
Een oom van zanger Cees Veerman was daar toen pastoor.
1968
Dit bijzondere kerkgebouw van Cuypers werd in 1968 gesloopt.
Een zeer betreurde afbraak, want het was een van de
boeiendste van alle Cuyerskerken en nog maar zevenenzeventig
jaar oud. De fundamenten bleken niet in orde te zijn.
Dit werd geconstateert door parochiaan Van der Pal,
de boomlange constructeur en bouwkundige die er door
de toenmalige pastoor Laurenwutch werd bijgehaald. Er
was geen redden meer aan. Net als de de Willibrorduskerk
aan de Amsteldijk en de Nicolaas en Barbara aan de Da
Costakadeontkwam dit meesterwerk niet aan de afbraak.
De Posthoorn in de Haarlemmerstraat, de Vondelkerk en
de Dominicuskerk in de Spuistraat zijn aan de sloophamer
ontsnapt. De gelijktijdig met de Maria Magdalenakerk
gebouwde naastgelegen pastorie en Leo klooster werden
niet gesloopt. Daar huist tegenwoordig PvdA-wethouder
Rob Oudkerk.
De basis en gewelven van de gesloopte Magdalenakerk
tot op vandaag de dag nog steeds waarneembaar op de
kaalslag, die later de naam Domela Nieuwenhuisplantsoen
kreeg. Wat vreemd, want het standbeeld van deze socialistische
voorman bevind zich aan de andere kant van het spoor,
op het Nassauplein in de Staatsliedenbuurt.
Hoewel de kerk is verdwenen, is de Maria Magdalenaparochie
blijven bestaan. De parochianen kerkten na de sloop
in een tot kapel ingerichte zaal van het oude Patronaat,
in de buurt tegenwoordig beter bekend als Partijcentrum
De Rijker, verderop aan de overkant in de Spaarndammerstraat.
Daar staat ook een maquette van de verdwenen kerk van
de heer Van Lieshout, gemaakt aan de hand van oude foto's.
Mohamed el-Fers.
LINKS
Katholiek
ABC
Vermelding bericht pag. 77 + FOTO "DE PRINS der
geillustreerde bladen" 14 februari 1925 plechtige
inwijding te AMSTERDAM van de RK St Elisabethschool
aan de
Zaanstraat door Z. Eerz Pastoor COLLA (pastoor van de
Maria Parochiekerk
aldaar.
Maria Magdalena / Weggesaneerd,
niet als ketter maar als vrouw
door Cokky van Limpt in Trouw 2003-01-04
Maria Magdalena was topdiscipel van Jezus, maar
vroomheid en theologie zien haar vooral als zonderes
en boetelinge. In de kunst is zij meestal een mooie
vrouw met een vaasje balsem, zelden verkondigster van
het woord of met een boek in haar hand. Maar het 'Evangelie
volgens Maria (Magdalena), ontdekt in 1896, stelt dat
beeld bij. Theologe Esther de Boer komt in haar dissertatie
over dit evangelie tot de conclusie dat de vier evangelisten
de rol van de vrouwelijke discipelen in Jezus' gevolg
hebben geminimaliseerd.
Toen Esther de Boer (1959) eind jaren zeventig theologie
ging studeren aan de Vrije Universiteit, was daar een
vrouwengroep die de eenzijdige, door mannennamen gedomineerde
theologiestudie waar mogelijk wilde doorbreken. Voor
ieder tentamen stelden zij een alternatieve literatuurlijst
samen met werk van louter vrouwen. Voor het tentamen
Nieuwe Testament zetten ze 'The Gnostic Gospels' op
de lijst, van Elaine Pagels.
,,Al in de inleiding las ik over het Evangelie naar
Maria. Dat schokte mij diep. Ik wist wel dat er buiten
de Bijbel nog andere evangeliën waren, maar die
werden net als de vier evangeliën in het Nieuwe
Testament ook toegeschreven aan mannen, zoals Thomas,
Philippus, Petrus. Nu bleek er een vroegchristelijk
evangelie te bestaan, dat naar een vrouw was genoemd.''
Sindsdien laten dit laatste evangelie en de figuur van
Maria Magdalena haar niet meer los.
De Boers fascinatie resulteerde in een boek: 'Maria
Magdalena. De mythe voorbij. Op zoek naar wie zij werkelijk
was' (Meinema, 1996). Het is inmiddels in ettelijke
talen vertaald. ,,Drie jaar later verscheen de roman
van Marianne Fredriksson, 'Volgens Maria Magdalena'.
Daardoor kwam mijn boekje opnieuw onder de aandacht.
Kerkelijke vrouwengroepen lezen de roman van Fredriksson
en mijn boek naast elkaar.''
Bij deze populair-wetenschappelijke uitgave bleef het
niet. Van de gereformeerde kerkenraad in Ouderkerk aan
de Amstel, waar De Boer gemeentepredikant is, kreeg
ze in 1998 toestemming om drie jaar lang de helft van
haar werktijd te besteden aan promotieonderzoek. In
de disseratie die De Boer onlangs in Kampen verdedigde
komt Maria Magdalena naar voren als een volwaardige
discipel die aan de andere discipelen het onderricht
doorgeeft dat zij persoonlijk van de Verlosser heeft
ontvangen.
Het Evangelie naar Maria stelt de voorstelling die
in de christelijke geloofstraditie van Maria Magdalena
is ontstaan ingrijpend bij. ,,De beeldvorming van Maria
Magdalena als hoer en bekeerde zondares is ongelooflijk
populair geworden. Het beeld klopt niet, maar ik vind
het wel mooi, omdat het in de geschiedenis, zowel in
de protestantse als rooms-katholieke kerk, heel gunstig
heeft gewerkt, vooral in de zorg voor prostituees.''
,,Al in de Middeleeuwen voelde de orde van de Boetelingen
van de heilige Maria Magdalena zich geroepen om meisjes
en vrouwen die zedelijk gevaar liepen tot bekering te
brengen. De kloosters van deze orde legden zich vooral
toe op onderwijs. In de achttiende en negentiende eeuw
ontstonden overal in Europa huizen, kloosters en instellingen
die de naam van Maria Magdalena kregen. Zij bekommerden
zich om het lot van vrouwen die anders in prostitutie
zouden terechtkomen. Een hedendaags voorbeeld is The
Magdalene Centre in Seoel dat vele duizenden meisjes
die genoeg hebben van het sekstoerisme helpt een nieuw
bestaan op te bouwen.
Dat Maria Magdalena discipel was en apostel voor de
apostelen is niet nieuw: dat is al te vinden in de nieuwtestamentische
evangeliën. Ook in de kunst wordt zij wel predikend
afgebeeld. De rk kerk heeft dat beeld niet verdonkeremaand,
maar er volgens De Boer ook geen conclusies uit getrokken.
,,Er is in de Verenigde Staten en andere landen een
beweging die ieder jaar op 22 juli, de naamdag van Maria
Magdalena, een speciale liturgie viert. Daarin wordt
het beeld van de hoer en de zondares afgezworen en het
beeld van de apostel en discipel gevierd. Maar dit roept
bij rechtgelovigen zoveel kritiek op, dat de viering
uit angst voor gewelddadige verstoring soms moet worden
afgelast.''
Het Evangelie naar Maria behoort niet tot de vondsten
in 1945 in het Egyptische Nag Hammadi, maar wordt wel
altijd in samenhang met die, voornamelijk gnostische,
teksten behandeld. De meeste wetenschappers die zich
tot nu toe met dat evangelie bezighouden, situeren het
dan ook binnen de vroegchristelijke gnostiek. Ten onrechte,
zegt De Boer in haar proefschrift. ,,Het Evangelie naar
Maria is géén gnostische tekst en hoort
daarom ook niet thuis in die verre uithoek van het christendom.
Op goede gronden plaats ik deze tekst midden in het
vroege christendom.''
Het begin en een gedeelte uit het midden van het Evangelie
naar Maria ontbreken. Het gevonden gedeelte begint met
enkele laatste vermaningen van de opgestane Heer aan
de discipelen en de oproep om het evangelie te verkondigen.
Dan gaat hij heen en laat hij de discipelen bedroefd
en in verwarring achter. Zij vragen zich af hoe zij
het evangelie moeten verkondigen aan de volken: ,,Als
ze hém niet hebben gespaard, hoe zullen ze dan
ons sparen?''
Maria roept hen op niet zijn lijden centraal te stellen,
maar zijn grootheid te prijzen, omdat hij hen van mens
tot Mens heeft gemaakt. Dan vraagt Petrus aan Maria
om hen de woorden van de Verlosser te zeggen, die zij
zich herinnert en die zij niet kennen. Dat doet ze.
Vervolgens ontstaat er een heftige discussie onder de
broeders over de betrouwbaarheid van Maria's woorden.
Petrus kan het zich ineens niet meer voorstellen: ,,Hij
heeft toch niet gesproken met een vrouw, verborgen voor
ons en niet in het openbaar, opdat we onszelf omkeren
en allemaal naar haar luisteren?''
De discipelen zien de tegenkrachten búiten zichzelf,
in de volken. Zij denken dat de verkondiging van het
evangelie die tegenstand oproept. Maar uit de woorden
die de Verlosser bij zijn afscheid heeft gesproken,
blijkt dat die tegenstand er al ís en dat de
verkondiging van het evangelie juist van die tegenstand
bevrijdt. In het relaas van Maria Magdalena wordt volgens
De Boer dan duidelijk wat die tegenstand precies inhoudt,
van welke krachten in en buiten jezelf je je vrij mag
weten en dus ook houden. De discussie over Maria's betrouwbaarheid
laat zien dat ook de discipelen zelf in de greep van
die tegenkrachten kunnen raken, in dit geval van de
woede en de onwetendheid.
Tegen een gnostische achtergrond gaat de uitleg van
het Evangelie naar Maria wringen, zegt De Boer, omdat
in de tekst volgens de gangbare uitleg het begrip 'alle
Natuur' eerst naar materie verwijst maar later een spirituele
betekenis heeft. Dat probleem verdwijnt echter, wanneer
het evangelie wordt gezien tegen de achtergrond van
de filosofie van de Stoa.
,,De Stoa houdt er een holistisch wereldbeeld op na,
dat God ziet als de groeikracht (de Natuur), die alle
materie doortrekt en die ook in de mens werkzaam is.
Tegen een dergelijke achtergrond hoef je niet zo'n groot
onderscheid te maken tussen de geestelijke en materiële
wereld. 'Alle natuur' is dan te lezen als de goddelijke
groeikracht die niet ver boven ons is maar in alles
is terug te vinden. Kenmerkend voor de klassieke gnostiek
is daartegenover een radicaal dualisme tussen de geestelijke
en materiële wereld. Dat ontbreekt in het Evangelie
naar Maria. Daarin tref je een meer gematigd dualisme,
te vergelijken met het verhaal over de zaaier bij Mattheüs.
De zaaier zaait overdag zijn graan en 's nachts komt
de vijand die er onkruid tussen zaait. Hieruit spreekt
geen dualisme tussen geest en materie, maar tussen het
goede en het kwade. Er is een tegenkracht, een tegennatuur,
die de goddelijke orde van de harmonieuze groeikracht
verstoort.
,,Natuur en tegennatuur zijn in het Evangelie naar
Maria, net als bij Mattheüs over de tarwe en het
onkruid, bijna onontwarbaar. De Zoon des Mensen is gekomen
om je uit de verstikkende greep van die wirwar te bevrijden.
Dankzij de Zoon des Mensen die binnen in je is en die
je kunt aandoen, die je kunt zoeken en vinden en volgen
en die je Mens heeft gemaakt, kun je harmonie ervaren
en vrede voortbrengen.''
Haar studie heeft De Boer ervan overtuigd dat het Evangelie
naar Maria niet is 'weggesaneerd' omdat er ketterse
dingen in zouden staan. ,,maar omdat het naar een vrouw
genoemd is en omdat een vrouw er onderwijs geeft. Het
getuigt van een openlijke waardering voor de inhoud
en het belang van het onderwijs van een vrouwelijke
discipel van Jezus. Er is zonder twijfel een groot belang
aan Maria Magdalena gehecht, maar dat wordt haar ook
weer ontnomen door Mattheüs en Lucas. Bij hen krijgt
Maria Magdalena een zeer beperkte rol. Bij Johannes
is ze wel van belang, maar alleen binnen een conservatieve
context. Had het Evangelie naar Johannes 'naar Maria'
geheten, dan was het waarschijnlijk niet in de canon
terechtgekomen. Dat staat natuurlijk niet in mijn proefschrift,
want dat is een weinig wetenschappelijke uitspraak -
hoewel er aanwijzingen genoeg voor zijn - maar het is
wel één van de onverwacht treurige conclusies
die ik persoonlijk uit mijn onderzoek trek. Gelukkig
is de boodschap van het Evangelie naar Maria bepaald
niet treurig te noemen.''
Bij de auteur zijn nog enkele proefschriften te verkrijgen.
|