Most Macho in Amsterdam
www.mokumtv.nl
reageren
email


Bijna verdwenen

Wie was verantwoordelijk voor de sloop van de "Kathedraal van de Spaarndammer buurt". Waarom moest één van de meest karakteristieke ontwerpen van de grote bouwmeester P.J.H. Cuypers (1827-1921) verdwijnen? Officieel heette het eind zestiger jaren dat er steenrot in de fundamenten zou zijn zijn geconstateerd. De kerk werd slechts 77 jaar oud, want tot woedde en ergernis van velen werd de "Lena" in 1968 gesloopt. Niemand ondernam een poging om die steenrot in de majestueuze kerk van Cuypers nog eens nader te bekijken. Ongeveer gelijktijdig "constateerde" men ook steenrot in de Vondelkerk. Die bleek later echter op miraculeuze wijze te zijn verdwenen. Net als dit het geval was de aanpalende pastorie en het gelijktijdig gebouwde Sint Leo Stichting aan de Spaarndammerstraat nr. 11.

MET DANK AAN

Lucie Herkenhoff.6829832

Joop Stam, huidig archivaris Bisdom Haarlem.

Anton van Veldhoven, oud archivaris 70 jaren van het bisdom Haarlem.4458169

Heer Bouwens, zoon vroegere koster
6471212

Frans Bijvoet, buurtbewoner en ooit lid koor. 6842270

Klik hier voor MokumTV

 

 

 

 

  Het is
-
MokumTV Documentaire: Rooms Bastion tussen de Rooden

DE SLOOP VAN HET MOOISTE MONUMENT VAN AMSTERDAM WEST

Als een stoere vesting stond tot eind zestiger jaren van de vorige eeuw het 'brutale bastion van Rome' midden in stijl communistische Amsterdamse Spaarndammerbuurt. Achitect P.J.H. Cuypers (1827-1921), bekend van het Rijksmuseum en Centraal Station, ontwierp daarnaast zes schitterende kerken in Amsterdam. Met als absoluut kroonjuweel de vroeg-neo-gotische Maria Magdalenakerk in de Spaarndammerstraat.

Zonder dat er iemand om vroeg en zonder welke financiële ondersteuning dan ook restaureerde het door niemand gesubsidieerde MokumTV de "Parochiefilm" uit 1926. Niet zomaar een van de vele "Parochiefims", maar over het "Rooms Bastion tussen de Rooden", de in 1968 gesloopte Maria Magdalenakerk. Op 21 en 22 juli (laatste datum de officiële feestdag van Maria Magdalena), vertoont MokumTV het eerste deel van de documentaire 'Rooms Bolwerk tussen de Rooden' met naast J.J.A. Bouwens (zoon van de koster), Lucie Herkenhoff (parochiaal medewerkster Maria Magdalena) en buurtbewoonster mevrouw Hein het eerste deel van deze parochiefilm.

De "Parochiefilm" met pastoor N.H. Colla en Zijne Kapelaans in de hoofdrol was vooral voor de parochianen zelf bedoeld. Geen parochiaan mocht ontbreken in deze film. Het uitgaan van de Hoogmis en Zondagse Mis van 12 uur werd dan ook uitgebreid gefilmt, om film te besparen werd het met sprongetjes opgenomen. evenals de tientallen clubs welke onder directie van Heer Pastoor en zijn Kapelaans floreerde. De vertoningen in het Patronaat waren uiterst succesvol en brachten menig dubbeltje in het laatje. Smalend spraken de Rooden dan ook over het Roomsche Hollywood. De film was ook het grote succes tijdens de feestweek die ter gelegenheid van de uit Haarlem afkomstige Colla's veertigjarig priesterjubileum een paar jaar later de Spaarndammerbuurt op haar kop zette. Naast de gebruikelijke huldigingen kregen zij "die hadden bijgedragen" aan het geschenk "een gratis filmvertoning der parochiefilm" aangeboden door de jubilaris. Drie dagen lang werd de film gratis vertoond.

HEILIGE ZONDARES

De kerk in de Spaarndammerstraat had Miryam (Maria) uit de Palestijnse stad Magdala (Magdalit) als patroon. Het graf van deze dame bevind zich onder de 7 uivormige gouden koepels van de Orthodox Russische Kerk aan de voet van de Olijfberg buiten Jerusalem. Ze was de zuster van Martha en Lazarus en de niet met name genoemde zondares uit het Evangelie van Lucas. De plaats waar zij rond het begin van de Christelijke jaartelling werd geboren, gold als de belangrijkste stad aan de westelijke oever van het Meer van Galilea, bekend vanwege de losse zeden. Nadat Jezus niet minder dan zeven boze geesten bij haar had uitgedreven, sponsorde ze Jezus met haar vermogen. Ze maakte deel uit van de groep vrouwen die Jezus volgde op zijn weg naar Jeruzalem. Ze was bij zijn terechtstelling aanwezig en zag hem als eerste na de verrijzenis. (mc. 16,9). Het duurde tot de 12e eeuw dat Maria Magdalena voor het eerst wordt vereerd in de westerse kerk. Ze groeide hier uit tot patrones van vrouwen, boetelingen, scholieren, studenten, gevangenen, kappers, tuinders, wijnboeren, wijnhandelaren, loodgieters, wolwevers, handschoenmakers, cosmeticabereiders en kinderen. Maria Magdalena was beschermheilige tegen onweer en ongedierte.

DE PAROCHIEFILM

Naast het uitstromen van de kerk bij zowel de Hoogmis als de Middagmis begint de film met

  • Pastoor Colla in vergadering met het kerkbestuur (J. van Heck, B. Nagel en secretaris J. Hammann) . Van 1906 tot 1916 was H. Bär, grootvader van de latere bisschop, Kerkmeester in de Spaarndammerstraat.

Ook maken de vele congregaties hun opwachting in de film. We hebben de originele titelplaten tussen de stomme film gerestaureert met behoud van de originele teksten. Daarnaast is er geluid en waar nodig, verklarende teksten toegevoegd.

U ziet o.a.

  • De Congregatie van de Heilige Familie afd. Vrouwen, directeur pastoor N.H. Colla.
  • De Congregatie van de Heilige Familie afd. Mannen stond onder leiding van de 42 jarige uit Venray afkomstige kapelaan Jacobus van der Marck. Geb op 3 juli 1884, priester gewijd 15 augustus 1909, benoemd 8 september 1924. Hij was tevens Geestelijk Verzorger van het woonwagenkamp Westerpark en directeur van Speeltuinvereniging Theresia. Kort na het maken van de film werd Van der Marck benoemd tot pastoor in de Schermerpolder. In de inventarislijst van de Sint Bonifatiuskerk te Zaandam wordt een raam in het zuidtransept van H.J. Asperslagh uit Voorburg genoemd uit 1949, geschonken door de parochie t.g.v. het 40-jarig priesterfeest van pastoor J. van der Marck. Was de kapelaan familie van Mgr. Th. van der Marck, voorvechter van de coöperatieve bank in Eindhoven?
  • De meisjescongregatie had sinds 1924 kapelaan J. van der Sman als directeur. Vreemd genoeg wordt hij in het gedenkboek wel onder de congregatoe genoemd, maar niet bij het overzicht van de kapelaans.
  • De 42-jarige Kapelaan Wouter.G. Buren kwam uit Heer Hugowaard, was moderator der R.K. Bibliotheek en werd kort na het maken van de film benoemd tot Pastoor te Den Hoorn bij Delft.
  • De dames van het Intronisatie Commitee hielden de wind er goed onder. Bij zwak kerkbezoek zochten zij de afdwalende op om hem of haar te wijzen op de plichten van de katholiek inzake kerkbezoek. Het woord intronisatie betekend toewijding van huis en gezin aan het Heilig Hart van Jezus.
  • De tot perfectie gedresseerde misdienaren.
  • De collecteurs, ofwel Het College der Heeren Collectanten.
  • Het R.K. Kerkzangkoor "In honorem Dei et Sae. Mariae Magdalenae", dat is Latijn voor "Ter Ere Gods en de H. Maria Magdalena", werd opgericht bij de inwijding van de kerk door Mgr. Konings. Onder leiding van koordirecteur heeft zich ontwikkeld tot een verdienstelijk en zeer gunstig bekend mannen- en knapenkoor.
  • Sinds 1895 belaten zich eenige leden van den R.K. Volksbond met het handahaven der orde in de kerk. Aan het hoofd van den eerbied in Gods huis-mannen met hun fluweelen roode sjerp den Heer Rozenbrand.
  • In de film ook het R.K. Parochiaal Armbestuur met lege kas. Het Armbestuur was in 1920 opgericht "tot gemakkelijker en systematischer leniging van den nood der arme parochianen".De armenvaders waren voorzitter J. Pier, secretaris M. van Wijngaart, penningmeester A. Niekel en J. Bak als vice-Voorzitter.
  • Gasthuispenning-collecte
  • De aanstaande priesters.
  • De parochiale professor.
  • Father Röttgering vertrok na de.film gemaaktwas als missionaris naar Olganda.
  • De nonnen in de Spaarndammerstraat.
  • Laatkomers, omdat de brug open is.
  • Uitgaan van de Hoogmis. Minutenlang staat de camera op de kerkdeur gericht, om met korte verspringingen (zuinig met film) de kerkverlaters te fimen
  • Ook de oudste parochiaan komt in beeld
  • De kleuterschool. Boetseren met klei en onder leiding van de nonnen.
  • 7de klas der zusterschool.
  • Naailes. Vrij kwartier op de zusterschool. Gymnastiek. Twaalf uur, meisjesschool gaat uit.
  • Dorstige kelen.
  • Sportief: voetbaldwedstrijd RKWS (Roomsch Katholiek West Side) D.O.S.S. 1 tegen Volendam. Gespeeld op 5 april 1926.
  • RK Kindervereniging Theresia aan de Spaarndammerdijk.
  • Mandoline en mondorgelclub
  • Kapelaan Jacobus van der Marck.
  • Uitgaan 12 uur mis.
  • Naaikrans Sint Sura. Werd door Pastoor Wouters opgericht. Wouters, tot zijn benoeming in juni 1904 leraar op 't kleinsemenarie Hageveld in Heemstede, was groot vereerder van deze Dortse Heilige. Hij benoemde Sint Sura tot patroon en beschermheilige van het damesclubje, en ontbrak geen enkele donderdagavond als zij bijeenkwamen. Terwijl de dames ijverig naai- en borduurnaald hanteerde, verhaalde hij enthousiast over de Dordrechtse Sint. Volgens een in de vijftiende-eeuw opgetekend verhaal had Maria haar tijdens een verschijning Sura persoonlijk de opdracht gegeven de Dordtse Grote Kerk ter harer ere te stichten. Hoewel Sura slechts beschikte over drie muntjes, elk voldoende voor het dagloon van één arbeider, keerden er telkens drie muntjes terug in haar beurs als zij haar arbeiders had betaald. De arbeiders begonnen te vermoeden dat zij zeer vermogend was en op een dag vermoordden zij haar om er met het kapitaal vandoor te gaan. Zij vonden natuurlijk niet meer dan drie muntjes, werden gegrepen en ter dood veroordeeld. Toen het vonnis zou worden voltrokken, herrees Sura uit de dood om haar moordenaars vrij te pleiten. Zij reisde met hen naar Rome teneinde bij de paus absolutie voor hen te vragen. De paus willigde dit verzoek in en verleende Sura aflaten zodat zij geld kon inzamelen voor de voortzetting van de bouw. Sura zou pas op hoge leeftijd in Dordrecht in een geur van heiligheid zijn overleden. Op de plaats waar Sura werd vermoord, ontsprong een bron, waarvan het water wonderkracht had, Deze bron, op het kerkhof van de Grote Kerk van Dordrecht, werd na de Reformatie door de protestantse terroristenverwoest. De verering van Sint Sura konden ze met deze wandaad echter niet doen verdwijnen. In 1603 klaagde de onverdraagzame gereformeerde kerkenraad over mensen die op het kerkhof van de Grote Kerk bij een stenen kring knielden en andere 'superstitiën' bedreven. Ze eisten dat dit katholieke gedoe streng bestraft zou worden. Ze wisten niet te voorkomen dat er in 1620 een gevelsteen met 'Sint Soers' werd geplaatst in de Dortse Vleeshouwersstraat. En eeuwen later vereerde de dames Sura tijdens hun wekelijkse donderdagavondbijeenkomsten ter vervaardiging en herstel van de priestergewaden. Pastoor Joannes Leonardus Wouters kreeg een beenziekte en verliet de parochie in januari 1912. Hij overleed na jarenlange ziekte op 23 maart 1929 te Alphen aan de Rijn. Hij werd begraven in een gewaad van de dames van Sint Sura uit de Spaarndammerbuurt.
  • Propagandaclub afd. G. Stem RKSP (Rooms Katholieke Staatspartij).
  • Klein China missiezusters congegratie.
  • School. Petjes afnemen voor de hoofdonderwijzer.
  • Verenigingsgebouw Patronaat Rijcke.
  • De jongens kaarten, schaken, dammen, oenen stoten voor het biljart. Sjoelen.
  • Sint Jozef gezellenvereniging.
  • Boekbinden. Let op de stenen pijpjes die men rookte.
  • De avondnaaischool.
  • Een artistiek hoekje van onze parochie. Het woonwagenkamp. We zien de man die het "Woonwagenliefdewerk" begon, Kapelaan van Galen. Bijgestaan door mejuffrouw F. Haye begaf hij zich vanaf 1922 "als een missionaris" tussen de kampbewoners. Ze hadden er een eigen multifunctioneel gebouw, waar 's zondags de mis werd gelezen, en door de weeks in de "kampschool" kinderen werden opgevangen, terwijl de moeders uit gingen venten.
  • Vergezicht vanaf de toren over Spaarndammer- en Staatsliedenbuurt.

IN DE KERK

14 kruiswegstatiën in olieverf van de Roermondse schilder Hermans.

De Leo Stichting was een 24-uurs woon- en leefvoorziening voor jongens van 12 tot 18 jaar, die om velerlei redenen (tijdelijk) niet meer thuis konden wonen. De jongens waren ondergebracht in naar leeftijd samengestelde groepen, die onder leiding van 6 paters stonden. Later veranderde de filosofie van de jeugdzorg en was volgens de raad van bestuur het pand absoluut niet geschikt voor de opvang van probleemjongeren. Moeilijk opvoedbare jongeren diende men in de bossen te huisvesten en niet binnen de bebouwde kom.

Amsterdam R.K. WestSideSamen met een school vormde de Leo Stichting en pastorie een compleet Rooms blok tussen Zaan- en Zaandijkstraat. De kerk werd gesloopt. Later volgde de Elisabethschool om plaats te maken voor de huidige school. Niet vanwege de steenrot, maar om te voeldoen aan de moderne eisen die werden gesteld aan een schoolgebouw. Maar tot op vandaag de dag betreuren ook niet katholieken die de kerk gekend hebben tot op heden het verdwijnen van dit markante gebouw, dat de verder wat troosteloos ogende Spaarndammerstraat allure gaf.

P.J.H. Cuypers (1827-1921)De kerk gold als een meesterwerk van de man die ook het Centraal Station en Rijksmuseum ontwierp. Petrus Josephus Hubertus (Pierre) Cuypers. Geboren in 1827 in Roermond. Cuypers was opgeleid in de geest van het toen heersende neoclassicisme aan de Kunstacademie in Antwerpen. Om zich daarna als architect te vestigen in zijn geboortestad. Tijdens studieriezen in het Rijnland bestudeerde hij de romaanse en gotische stijl. Deze laatste vooral in Keulen, waar de voltooiing van de Dom in volle gang was. De gotiek van de grote Franse kathedralen uit de twaalfde en dertiende eeuw en de vroege gotiek uit het Vernieuwing in bouwkundig opzicht bracht Cuypers door het opnieuw toepassen van de gotische constructiemogelijkheden, waarbij hij later ook modernde constructiewijzen en materialen toepaste. In 1865 vestigde hij zich in Amsterdam. Het Centraal Station was het eerste stationsgebouw in Nederland waarvan het ontwerp in 1876 aan een architect werd toebedeeld. Voorheen werd dit gedaan door ingenieurs. Reden hiervoor was de markante plaats in Amsterdam en het nationale belang dat aan dit station werd toegekend. De opdracht werd verstrekt aan Cuypers. Hij werkte samen met A.L. van Gendt, een werktuigkundige met jarenlange ervaring bij de spoorwegen. Aan de opdracht zat de eis verbonden dat het gebouw uitgevoerd moest worden in 'Oud-Hollandsche stijl'; Cuypers heeft op zijn eigen manier aan deze eis gehoor gegeven door een neo-stijl toe te passen, geïnspireerd op de late gotiek en vroege renaissance.

Maar het was vooral in de kerkbouw waarin Cuypers zich kon uitleven. Toen hij zijn loopbaan als architect begon, vond het herstel van de bisdommen van 1853 in Nederland plaats. Veel Hollanders hadden eeuwenlang in het geniep hun katholieke geloof moeten beleiden. De katholieke emancipatie kon plaats hebben.

STICHTING PAROCHIE
Op 31 augustus 1887 had de bisschop Bottemanne de kapelaan Konings van de Haarlemse Rozenkranskerk belast met de stichting van een parochie en de bouw van een kerk in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt.

Op 3 november 1887 werd kapelaan Konings als bouwpastoor van de nieuwe parochie geïnstallleerd, waarvan de grenzen als volgd waren vastgesteld: Van de Houthavens af door de Westerdoksluis in het Westerdok door de Zoutkeetsgracht; Prins Eilandsgracht over het Teerplein en Haarlemmerplein dwars door de Wagenstraat midden door de Lijnbaansgracht tot aan de Nieuwe Willemstraat; hier middendoor over de Marnixstraat en Marnixkade in de Kattensloot (Jac. Catskade); door deze sloot naar de Kostverlorenvaart; deze in schuinse richting over, achter het Westelijk Amsterdams Entrepôt om; van hier in rechte lijn dwars over de Slatuinen op het Zuidelijk uiteinde aan van de Slotermeerweg; van hier op den Slochter aan en door deze op de Haarlemmertrekvaart aan; deze vaart dwars over; dan weer dwars over den Hollandsche Spoorweg op den mond van de Sloterdijkschen tocht aan; door dezen naar het Noordzeekanaal; door het Noordzeekanaal naar de Houthaven, waar de lijn begonnen is. Op verzoek van de pastoor van Osdorp werd de lijn aan de kant van Sloterdijk meer uitgelegd, omdat de kortste weg voor de daar wonende parochianen de nieuwe Magdalenakerk zou worden.

Bouwpastoor Konings trok tijdelijk in bij de pastoor van De Liefde aan de Da Costakade. Er werd een een driehoekig stuk land aan het begin van de Spaarndammerstraat. aangekocht. Op 22 december 1887 kon er al een houten noodkerk ingewijd. Nu wilde de kapelaan toch iets dichterbij zijn kerk wonen, en betrok hij enige kamers bij de famielie Nieuwenhuis aan de De Wittenkade 5. Later, toen de komst van een kapelaan een grotere woning vereistte, huurde Konings samen met de uit Gouda afkomstige kapelaan Gerard Daalmans de Nassaukade 4.

GEMEENTELIJKE TEGENWERKING BIJ BOUW
De gemeente vond het maar niets dat er zo'n katholiek monument zou verrijzen midden in de arbeidersbuurt. Er volgde een jarenlang geharrewar over enkele meters grond, maar uiteindelijk was het een beslissing van de Raad van State die de bouw van de kerk mogelijk maakte.

Architect Cuypers was net klaar met het Amsterdamse Centraal Station (1882/89) toen hij iets verder westelijk aan het spoor begon met de bouw van de driebeukige kruisvormige Magdalena-basiliek. Op het vreemdste grondplan waarop hij ooit een kerk bouwde. De architect liet zich hierbij inspirereren door de oude Lieve-Vrouwekerk te Trier, het vroegste gotische kerkgebouw in Duitsland. Op 1 oktober 1889 gleed de eerste heipaal in de drassige grond als was het boter, men vond geen zandplaat tot steun. Er werden langere palen besteld. Op 20 december ging de laatste paal de grond in. In drie weken was de fundering gereed en op 17 april 1891 wijdde de Haarlemse bisschop Bottemanne de kerk van de Heilige Maria Magdalena plechtig in. Hetzelfde jaar dat de Duitse keizer Wilhelm II en keizerin Augusta Viktoria een bezoek aan Amsterdam brachten. Het jaar dat de Elandsgracht werd gedempt.

 

Het front van de kerk was erg smal. De kerk werd breder aan de achterzijde en eindigde in een centrale ruimte onder de toren, met aan drie zijde transept-beuken. Hierachter was een nog breeder deel met het koor en twee diagonaal geplaatste kapellen in elke hoek tussen koor en zijbeuken. De aankleding en inrichting (polychromie, en meubilering) waren ontworpen door Cuypers en zijn atelier Cuypers-Stoltzenberg. Het kerkinterieur gaf als zodanig een zeldzaam volledig beeld van de kerk zoals men die in de periode van de neogotiek als ideaal zag. De kerk werd bekroond met een stoere vierkante toren. Volgens velen, inclusief Cuypers zelf, was de Magdalenakerk een meesterwerk.

1965
De Maria Magdalenakerk zou nog in de analen van de vaderlandse popgeschiedenis belanden als eerste plek waar de muziekgroep The Cats buiten Volendam optraden. Dat was in 1965. Een oom van zanger Cees Veerman was daar toen pastoor.

1968
Dit bijzondere kerkgebouw van Cuypers werd in 1968 gesloopt. Een zeer betreurde afbraak, want het was een van de boeiendste van alle Cuyerskerken en nog maar zevenenzeventig jaar oud. De fundamenten bleken niet in orde te zijn. Dit werd geconstateert door parochiaan Van der Pal, de boomlange constructeur en bouwkundige die er door de toenmalige pastoor Laurenwutch werd bijgehaald. Er was geen redden meer aan. Net als de de Willibrorduskerk aan de Amsteldijk en de Nicolaas en Barbara aan de Da Costakadeontkwam dit meesterwerk niet aan de afbraak. De Posthoorn in de Haarlemmerstraat, de Vondelkerk en de Dominicuskerk in de Spuistraat zijn aan de sloophamer ontsnapt. De gelijktijdig met de Maria Magdalenakerk gebouwde naastgelegen pastorie en Leo klooster werden niet gesloopt. Daar huist tegenwoordig PvdA-wethouder Rob Oudkerk.

De basis en gewelven van de gesloopte Magdalenakerk tot op vandaag de dag nog steeds waarneembaar op de kaalslag, die later de naam Domela Nieuwenhuisplantsoen kreeg. Wat vreemd, want het standbeeld van deze socialistische voorman bevind zich aan de andere kant van het spoor, op het Nassauplein in de Staatsliedenbuurt.

Hoewel de kerk is verdwenen, is de Maria Magdalenaparochie blijven bestaan. De parochianen kerkten na de sloop in een tot kapel ingerichte zaal van het oude Patronaat, in de buurt tegenwoordig beter bekend als Partijcentrum De Rijker, verderop aan de overkant in de Spaarndammerstraat. Daar staat ook een maquette van de verdwenen kerk van de heer Van Lieshout, gemaakt aan de hand van oude foto's.

Mohamed el-Fers.

LINKS

Katholiek ABC

Vermelding bericht pag. 77 + FOTO "DE PRINS der geillustreerde bladen" 14 februari 1925 plechtige inwijding te AMSTERDAM van de RK St Elisabethschool aan de
Zaanstraat door Z. Eerz Pastoor COLLA (pastoor van de Maria Parochiekerk
aldaar.

Maria Magdalena / Weggesaneerd, niet als ketter maar als vrouw
door Cokky van Limpt in Trouw 2003-01-04

Maria Magdalena was topdiscipel van Jezus, maar vroomheid en theologie zien haar vooral als zonderes en boetelinge. In de kunst is zij meestal een mooie vrouw met een vaasje balsem, zelden verkondigster van het woord of met een boek in haar hand. Maar het 'Evangelie volgens Maria (Magdalena), ontdekt in 1896, stelt dat beeld bij. Theologe Esther de Boer komt in haar dissertatie over dit evangelie tot de conclusie dat de vier evangelisten de rol van de vrouwelijke discipelen in Jezus' gevolg hebben geminimaliseerd.

Toen Esther de Boer (1959) eind jaren zeventig theologie ging studeren aan de Vrije Universiteit, was daar een vrouwengroep die de eenzijdige, door mannennamen gedomineerde theologiestudie waar mogelijk wilde doorbreken. Voor ieder tentamen stelden zij een alternatieve literatuurlijst samen met werk van louter vrouwen. Voor het tentamen Nieuwe Testament zetten ze 'The Gnostic Gospels' op de lijst, van Elaine Pagels.

,,Al in de inleiding las ik over het Evangelie naar Maria. Dat schokte mij diep. Ik wist wel dat er buiten de Bijbel nog andere evangeliën waren, maar die werden net als de vier evangeliën in het Nieuwe Testament ook toegeschreven aan mannen, zoals Thomas, Philippus, Petrus. Nu bleek er een vroegchristelijk evangelie te bestaan, dat naar een vrouw was genoemd.'' Sindsdien laten dit laatste evangelie en de figuur van Maria Magdalena haar niet meer los.

De Boers fascinatie resulteerde in een boek: 'Maria Magdalena. De mythe voorbij. Op zoek naar wie zij werkelijk was' (Meinema, 1996). Het is inmiddels in ettelijke talen vertaald. ,,Drie jaar later verscheen de roman van Marianne Fredriksson, 'Volgens Maria Magdalena'. Daardoor kwam mijn boekje opnieuw onder de aandacht. Kerkelijke vrouwengroepen lezen de roman van Fredriksson en mijn boek naast elkaar.''

Bij deze populair-wetenschappelijke uitgave bleef het niet. Van de gereformeerde kerkenraad in Ouderkerk aan de Amstel, waar De Boer gemeentepredikant is, kreeg ze in 1998 toestemming om drie jaar lang de helft van haar werktijd te besteden aan promotieonderzoek. In de disseratie die De Boer onlangs in Kampen verdedigde komt Maria Magdalena naar voren als een volwaardige discipel die aan de andere discipelen het onderricht doorgeeft dat zij persoonlijk van de Verlosser heeft ontvangen.

Het Evangelie naar Maria stelt de voorstelling die in de christelijke geloofstraditie van Maria Magdalena is ontstaan ingrijpend bij. ,,De beeldvorming van Maria Magdalena als hoer en bekeerde zondares is ongelooflijk populair geworden. Het beeld klopt niet, maar ik vind het wel mooi, omdat het in de geschiedenis, zowel in de protestantse als rooms-katholieke kerk, heel gunstig heeft gewerkt, vooral in de zorg voor prostituees.''

,,Al in de Middeleeuwen voelde de orde van de Boetelingen van de heilige Maria Magdalena zich geroepen om meisjes en vrouwen die zedelijk gevaar liepen tot bekering te brengen. De kloosters van deze orde legden zich vooral toe op onderwijs. In de achttiende en negentiende eeuw ontstonden overal in Europa huizen, kloosters en instellingen die de naam van Maria Magdalena kregen. Zij bekommerden zich om het lot van vrouwen die anders in prostitutie zouden terechtkomen. Een hedendaags voorbeeld is The Magdalene Centre in Seoel dat vele duizenden meisjes die genoeg hebben van het sekstoerisme helpt een nieuw bestaan op te bouwen.

Dat Maria Magdalena discipel was en apostel voor de apostelen is niet nieuw: dat is al te vinden in de nieuwtestamentische evangeliën. Ook in de kunst wordt zij wel predikend afgebeeld. De rk kerk heeft dat beeld niet verdonkeremaand, maar er volgens De Boer ook geen conclusies uit getrokken.

,,Er is in de Verenigde Staten en andere landen een beweging die ieder jaar op 22 juli, de naamdag van Maria Magdalena, een speciale liturgie viert. Daarin wordt het beeld van de hoer en de zondares afgezworen en het beeld van de apostel en discipel gevierd. Maar dit roept bij rechtgelovigen zoveel kritiek op, dat de viering uit angst voor gewelddadige verstoring soms moet worden afgelast.''

Het Evangelie naar Maria behoort niet tot de vondsten in 1945 in het Egyptische Nag Hammadi, maar wordt wel altijd in samenhang met die, voornamelijk gnostische, teksten behandeld. De meeste wetenschappers die zich tot nu toe met dat evangelie bezighouden, situeren het dan ook binnen de vroegchristelijke gnostiek. Ten onrechte, zegt De Boer in haar proefschrift. ,,Het Evangelie naar Maria is géén gnostische tekst en hoort daarom ook niet thuis in die verre uithoek van het christendom. Op goede gronden plaats ik deze tekst midden in het vroege christendom.''

Het begin en een gedeelte uit het midden van het Evangelie naar Maria ontbreken. Het gevonden gedeelte begint met enkele laatste vermaningen van de opgestane Heer aan de discipelen en de oproep om het evangelie te verkondigen. Dan gaat hij heen en laat hij de discipelen bedroefd en in verwarring achter. Zij vragen zich af hoe zij het evangelie moeten verkondigen aan de volken: ,,Als ze hém niet hebben gespaard, hoe zullen ze dan ons sparen?''

Maria roept hen op niet zijn lijden centraal te stellen, maar zijn grootheid te prijzen, omdat hij hen van mens tot Mens heeft gemaakt. Dan vraagt Petrus aan Maria om hen de woorden van de Verlosser te zeggen, die zij zich herinnert en die zij niet kennen. Dat doet ze. Vervolgens ontstaat er een heftige discussie onder de broeders over de betrouwbaarheid van Maria's woorden. Petrus kan het zich ineens niet meer voorstellen: ,,Hij heeft toch niet gesproken met een vrouw, verborgen voor ons en niet in het openbaar, opdat we onszelf omkeren en allemaal naar haar luisteren?''

De discipelen zien de tegenkrachten búiten zichzelf, in de volken. Zij denken dat de verkondiging van het evangelie die tegenstand oproept. Maar uit de woorden die de Verlosser bij zijn afscheid heeft gesproken, blijkt dat die tegenstand er al ís en dat de verkondiging van het evangelie juist van die tegenstand bevrijdt. In het relaas van Maria Magdalena wordt volgens De Boer dan duidelijk wat die tegenstand precies inhoudt, van welke krachten in en buiten jezelf je je vrij mag weten en dus ook houden. De discussie over Maria's betrouwbaarheid laat zien dat ook de discipelen zelf in de greep van die tegenkrachten kunnen raken, in dit geval van de woede en de onwetendheid.

Tegen een gnostische achtergrond gaat de uitleg van het Evangelie naar Maria wringen, zegt De Boer, omdat in de tekst volgens de gangbare uitleg het begrip 'alle Natuur' eerst naar materie verwijst maar later een spirituele betekenis heeft. Dat probleem verdwijnt echter, wanneer het evangelie wordt gezien tegen de achtergrond van de filosofie van de Stoa.

,,De Stoa houdt er een holistisch wereldbeeld op na, dat God ziet als de groeikracht (de Natuur), die alle materie doortrekt en die ook in de mens werkzaam is. Tegen een dergelijke achtergrond hoef je niet zo'n groot onderscheid te maken tussen de geestelijke en materiële wereld. 'Alle natuur' is dan te lezen als de goddelijke groeikracht die niet ver boven ons is maar in alles is terug te vinden. Kenmerkend voor de klassieke gnostiek is daartegenover een radicaal dualisme tussen de geestelijke en materiële wereld. Dat ontbreekt in het Evangelie naar Maria. Daarin tref je een meer gematigd dualisme, te vergelijken met het verhaal over de zaaier bij Mattheüs. De zaaier zaait overdag zijn graan en 's nachts komt de vijand die er onkruid tussen zaait. Hieruit spreekt geen dualisme tussen geest en materie, maar tussen het goede en het kwade. Er is een tegenkracht, een tegennatuur, die de goddelijke orde van de harmonieuze groeikracht verstoort.

,,Natuur en tegennatuur zijn in het Evangelie naar Maria, net als bij Mattheüs over de tarwe en het onkruid, bijna onontwarbaar. De Zoon des Mensen is gekomen om je uit de verstikkende greep van die wirwar te bevrijden. Dankzij de Zoon des Mensen die binnen in je is en die je kunt aandoen, die je kunt zoeken en vinden en volgen en die je Mens heeft gemaakt, kun je harmonie ervaren en vrede voortbrengen.''

Haar studie heeft De Boer ervan overtuigd dat het Evangelie naar Maria niet is 'weggesaneerd' omdat er ketterse dingen in zouden staan. ,,maar omdat het naar een vrouw genoemd is en omdat een vrouw er onderwijs geeft. Het getuigt van een openlijke waardering voor de inhoud en het belang van het onderwijs van een vrouwelijke discipel van Jezus. Er is zonder twijfel een groot belang aan Maria Magdalena gehecht, maar dat wordt haar ook weer ontnomen door Mattheüs en Lucas. Bij hen krijgt Maria Magdalena een zeer beperkte rol. Bij Johannes is ze wel van belang, maar alleen binnen een conservatieve context. Had het Evangelie naar Johannes 'naar Maria' geheten, dan was het waarschijnlijk niet in de canon terechtgekomen. Dat staat natuurlijk niet in mijn proefschrift, want dat is een weinig wetenschappelijke uitspraak - hoewel er aanwijzingen genoeg voor zijn - maar het is wel één van de onverwacht treurige conclusies die ik persoonlijk uit mijn onderzoek trek. Gelukkig is de boodschap van het Evangelie naar Maria bepaald niet treurig te noemen.''

Bij de auteur zijn nog enkele proefschriften te verkrijgen.

 

INFO

Maria Magdalena-parochie (partijcentrum De Rijker) Spaarndammerstraat 460c, 1013 SZ Amsterdam, tel. 686 29 14. Hierin zijn ook de kerkelijke organisatie Cabana en Kerk & Buurt gevestigd.

Kijk ook eens bij MokumTV

OOK BIJNA VERDWENEN
Nazi-groet bij huwelijk prins Bernhard
De nazi-huwelijksfoto´s van Juliana en Bernhard. Alle gasten met gestrekte arm!
 

All Rights Reserved - Stichting Mokum Plus Amsterdam
© MMII by MokumTV

MELD JOUW SITE AAN