Huize Sint Jan, Zeist

INDEX


MAIL NAAR MokumTV

HERINNERINGEN

Hier plaatsen we de ons toegezonden persoonlijke herinneringen aan Huize St. Jan. Schroom dus niet en MAIL ze ons

Gabriël Prinsenbergwas een tweetal malen als groepsleider in zaal 2 werkzaam in Huize St.Jan, eerst met Jos ter Braak in de jaren 1953-55 en later weer van 1958-60 met Albert Derksen als collega. "In die tijd werkte en woonde daar zoals dat in mijn tijd de gewoonte was. Ik was ook lid van de Kruisvaarders van Sint Jan (van 1953-1963) en heb Erik van Waayenburg meegemaakt als directeur, waarvoor ik altijd een groot respect heb gehad.Later werd het internaat een z.g. orthopedagogisch- en therapeutisch centrum onder Fons Bonekamp.Ik herinner mij nog de stafvergaderingen met psychiater Zuithof die vaak zat te slapen, maar als hem een vraag werd gesteld onmiddellijk een wakker antwoord gaf. Ik heb een heel stel bijzondere collega's gekend zoals Kees van Vliet, Toon van Dongen, Gerard van Koningsbruggen, Lucie Groen (zuster Luc). Het werk was in die tijd zeer intensief. We werkten vaak vanaf half zeven tot elf uur 's avonds en hadden groepen van rond de 24 jongens.Ik heb dus heel wat bewoners leren kennen.
Af en toe had je eens een dag vrij en per jaar een week vakantie.De gemeenschapszin was heel bijzonder. Er werd veel werk gemaakt van de grote feesten in het jaar en de verjaardagen van de groepsleiding waren eveneens een aanleiding voor een bijzondere viering. Elk jaar gingen we drie weken op kamp, veelal bij een boer en sliepen dan in de stallen. Vanaf de jaren zestig ben ik eerst in het club-en buurthuiswerk terecht gekomen en later werd ik maatschappelijk werker en na verdere studies groepspsychotherapeut.Vanaf 1970 werd ik methodiekdocent aan Hogeschool de Horst in Driebergen en aan de Voortgezette Opleiding in Amsterdam.Ik ben nu docent en trainer in biografische consultatie en werk aan mijn derde vakboek.
Er zijn nog heel wat wetenswaardigheden te vermelden over het leven op St.Jan. Ik rijd er nog geregeld voorbij en heb een tijdje geleden in het huidige instituut een kijkje mogen nemen.Het uitbouwtje links van het huis, dat vroeger een slaapkamertje was van de groepsleiding, is na de verbouwing en restauratie vervallen. Mijn herinneringen daaraan hangen nu dus in de lucht... email: gabrielprinsenberg@hetnet.nl

Wouter Ephraim, Sint Janner van 1956-'59: 'Huize St. Jan had, behalve meneren (de leiders) en pupillen, ook veel huisdieren: in de toen nog mooie vijver zwommen zwanen, en zeelt. In een kooi achter het hoofdgebouw huisten 2 apen (meerkatten), een ervan heette Pim. Als jonge St. Janners wisten wij in momenten van ledigheid Pim altijd wel tot een opbeurende masturbatie te brengen (driftig rollende kraaloogjes) welke vooral op bezoekende ouders of gasten diepe indruk maakte. Zijn Opus Magnus gaf Pim evenwel op de dag toen zaalleider Jansen een VIP-gast, overste uit een vergelijkbaar jongensinternaat, ons tehuis rondleidde. Het aanzien van de bolknak in het hoofd van de heer Jansen werd teveel voor Pim, ver van zijn trommen heen. Smeulend, groot, zelfvoldaan en bovenal: uitstekend. Nog hoor ik de zuigende plop waarmee Pim de sigaar vanuit de gekrulde lippen de kooi ingriste en, eenmaal onbereikbaar, aandachtig ontleedde. Waarna voornoemde masturbatie-act volgde. Voorts waren er achter het huis tamelijk veel ratten, waarop meneer Jansen jacht maakte. Dan was er nog een geit, oorspronkelijk als Erik vernoemd naar de overste. Sexuele observaties in een katholiek jongensinternaat hadden toedertijd nog niet de vanzelfsprekendheid van ons -herstel: het- huidige tijdsgewricht. Zo kon het geruime tijd duren voordat er werd besloten om de geit van Erik naar Erica te vernoemen. De zaalmeneren, overigens, waren minstens zo verrast als de pupillen! Tsja, we schreven 1957, of 58...'.

In de keuken zwaaide de vader van adjunctdirecteur Ter Braak de scepter.
Henny Savenije: 'Zijn vader, die van origine fietsenmaker was, moest het veld wijken door mij. Hij kookte als een fietsenmaker. Wat we maandag kregen te eten smaakte net als het eten van de dag ervoor, en wat we dinsdag te eten kregen smaakte net als het eten van de twee dagen daarvoor. Omdat mijn moeder een slechte kokkin was, kon me dat niet zoveel schelen, maar ik was het geklaag eigenlijk zat. Op een goede (kwade?) dag, schoof ik mijn bord weg, na het zoveelste geklaag en melde dat ik niet meer zou eten tot er een andere kok kwam. Ik heb drie weken niet gegeten, en ik werd gedwongen aan tafel te zitten, maar na die drie weken was er een nieuwe kok. Die nieuwe kok, zijn naam ben ik kwijt, maar wie weet, had op de Holland America lijn gewerkt, en kookte uitstekend, alleen te duur naar de zin van de directie. Hij maakte soms waanzinnig lekkere dingen.'

John Molenaar: Er was ook een psycholoog, dr Bremer genaamd. Deze man is vrij lang met mij bezig geweest en huisde onderin het gebouw voorbij de linnenkamer en schoenenvoorraad en de naaisters (lieve dame's waar ik uren door bracht). Aan het eind van de gang kon je nog linksaf waar nog een ruime kamer was, die laag over de grond uitzicht bood over de vijver. Daar had dr Bremer 1 maal per week tijd voor mij. Wat mij altijd bijgebleven is dat waren zijn woorden "jij wordt later een hele goede vader". Ik moet zeggen dat mijn kinderen dat be-amen.
Nu ik er over nadenk komen er nog zoveel namen boven drijven.en uiteraard ook situaties zoals de "zachtzinnige" heer Ter Braak. Zijn pa in de keuken (haal het ijzer maar uit je maaltijd) en zoonlief met zijn puistenkop en enorme grote handen. Geloof me ik heb wat slaag van die man gehad. De rest van de groepsleiders ken ik eigenlijk allemaal maar jampotje Van Vliet was mijn favoriet

INDEX

© MokumTV Amsterdam


INDEX