Huize Sint Jan, Zeist

Hier de ons toegezonden persoonlijke herinneringen van Jan van Ooijen aan Huize St. Jan.

INDEX


MAIL NAAR MokumTV

De persoonlijke herinneringen van Jan van Ooijen

De schok van de herkenning is bikkelhard maar prettig aangekomen, nooit geweten dat er in dat stoffige brein van mij nog zoveel is blijven hangen uit die tijd; het had alleen even een stofdoek nodig. Het navolgende zal wel een beetje warrig overkomen, maar ik heb het op papier gegooid zoals het bij me opkwam.

Als de dag van gisteren herinner ik me nog dat ik voor het eerst die witte marmeren trap op liep - en voor het laatst want voortaan was de zij-ingang de manier om binnen te komen - en de grote hal betrad. Nog nooit had ik zoiets groots gezien. Als je omhoog keek zag je op grote hoogte het plafond met een enorme lamp die in de kersttijd omlaag getakeld werd en vervangen door een kerstster met aan elke punt een kerstbal. Ter hoogte van de eerste verdieping was een omgang voorzien van een balustrade van donker hout - noem je zoiets niet een vide? Later is deze omgang verwijderd en is de zaak dichtgetimmerd om er op de eerste verdieping een studiezaal van te maken.
Als ik de alfabetische lijst van St. Janners doorblader kom ik diverse bekenden tegen. Om te beginnen Wouter Ephraim en zijn broer Heinz. Wij zaten samen met nog een iemand op accordeonles en hij had het spelen op dat apparaat eerder onder de knie dan ik omdat het bespelen van een trekzak niet aan mij besteed was, ik ben zo muzikaal als een stoeptegel. Heinz was eind jaren vijftig bezig kapper te worden en wij waren het proefkonijn.
Juffrouw Corrie. Zij was degene die in het begin van mijn tijd, de scepter zwaaide in de keuken, een doodgoei mens zoals we hier zeggen; een monument, ook qua afmetingen. Corrie ging altijd mee als we op kamp gingen in Brabant; Udenhout en Bladel staan me scherp voor de geest. Er werd heel wat af gelopen in die contreien waarbij de proviand ver-voerd werd door iemand van de leiding op een bromfiets, op de tank was in krullende letters "De Oude Schicht" geschilderd, naar Ollie B. Bommel. Als we gingen zwemmen in 'n ven achter "De Rustende Jager" in de Drunense duinen zag je Corrie ondanks haar afmetingen maar moeilijk, ze viel niet zo op tegen de achtergrond in haar gele gebreide badpak. Later is haar taak van keukenprinses overgenomen door Ter Braak senior die weer het veld moest ruimen voor ene Frans, zijn achternaam is me ontschoten. Frans woonde toen aan de Nooitge-dacht in Zeist en was een blonde magere man, hij was een kei in het bakken van "drie-in-de-pan" en het koken van erwtensoep. Ene Bap of Bab, heeft ook nog een blauwe maandag voor de inwendige mens gezorgd maar daar had ik het niet zo op. Hij hing altijd met zijn stinkende en reutelende pijp boven de soep. In die keuken heb ik menig uurtje doorgebracht als het mijn beurt was de geschrapte aardappelen te pitten, voor honderd man piepers pitten is voorwaar geen sinecure! Twee van die grote vierkante bakken vol eigenheimers met pitten staarden je dan aan, buiten scheen de zon en speelden je vriendjes.
Jos ter Braak had inderdaad grote handen én grote voeten maar hij had ook als een van de eersten een motorfiets, een Honda "Dream". Het was trouwens geen gezicht zo'n kolossale man op een klein Japans motorfietsje, net een circusact. Persoonlijk heb ik weinig aanvarin-gen met hem gehad alleen moest je altijd iets doen, wát interesseerde hem niet als je maar bezig was. Net iets voor mij, ik kon uren lang naar buiten zitten te kijken. Als hij dat in de gaten kreeg kwam hij geruisloos achter me staan en bulkte dan met die stentorstem van hem in m'n oren: "Moet jij niet iets gaan doen!?" Zoiets als: "Jazeker, de Hypotheker!" maar dan tien keer zo hard! Ik ben me dikwijls wezenloos geschrokken waardoor hij precies het tegen-overgestelde bereikte: ik stond aan de grond genageld, niet in staat me te bewegen.
Dan had je ook nog Piet Gras, een kei van een vent waar ik goed mee op kon schieten. Hij was in het laatste jaar dat ik tot de bewoners behoorde groepsleider in groep 4.
Lucie Groen, nog zie ik haar met sproeten bezaaide gezicht voor me, had het in die ja-ren maar wat druk met het verzorgen van mee-eters en jeugdpuistjes waar wij als pupers gi-gantisch mee kampten.
Jelle de Boer voetbalde eind jaren vijftig in het eerste van de plaatselijke voetbalclub met de naam "Seastum". (of iets wat er op lijkt)
Mia, (heette zij niet Erren van achteren?) de vrouw van Jos ter Braak kwam uit Velp. In die Gelderse plaats hebben we ooit nog eens in tenten overnacht tijdens een fietstocht door Nederland, een fietstocht overigens waarvoor we zelf ons zakgeld moesten zien te verdienen door op het terrein klusjes op te knappen. Ik ben daar als een houthakker bomen te lijf gegaan, heb de vijver van allerlei troep ontdaan - totdat de mijnopruimingsdienst moest komen omdat er allerlei spullen uit de oorlog boven water kwamen - en de oprijlaan aangeharkt; het heeft nooit veel opgeleverd trouwens.
Dr. Zuithoff de psychiater had een debatingclubje opgericht waarin hij probeerde mij en enkele anderen de kunst van het O.H.-en op de vierkante meter bij te brengen. Het was inderdaad een vreemde man die je minutenlang aan kon zitten staren zonder iets te zeggen, terugkijken was dan de enige optie, en proberen wie het 't langst volhield! Tijdens een van die sessies had ik er na tien minuten staren schoon genoeg van, ben opgestaan en de deur uit ge-lopen. Dat was trouwens de enige keer dat een opstand van mij tegen het regiem onbestraft bleef, sterker nog hij werd beloond, omdat ik niet langer naar de spelonken van het gebouw behoefde af te dalen voor een uurtje zielenknijpen.
Dhr. Janssen de groepsleider met de bolknak was Arnhemmer van oorsprong, van hem heb ik menig ram tegen m'n kop gekregen; meer onterecht dan terecht vond ik, ook hij had z'n handen erg los hangen. De blauwe vloerkleden met de Franse Lelies in de huiskapel, wa-ren hoogstpersoonlijk door hem geknoopt. Hij is daar maanden en maanden mee bezig ge-weest, een erg rustige tijd qua meppen.
Tijdens de kersttijd hing er altijd een Buismangeur (een koffiesurrogaat) in het huis. Dat kwam doordat de kerstgroep, die bestond uit gipsen beelden, behandeld was met die sub-stantie om deze het aanzien van donkerbruin eikenhout te geven; je hoefde dus geen beelden te zien om te weten dat het Kerst was.
Het volgende wat me te binnen schiet is de naaikamer met de daarin residerende da-mes. Zij repareerden de kleding die wij in ons enthousiasme naar de knoppen hielpen en naai-den nummertjes in nieuwe kleding - ik had trouwens nummer 48 weet ik nog, alleen aan de kapot gelopen sokken deden zij niets. Die werden in een grote plunjebaal gedumpt waarna een van ons de opdracht kregen deze met de fiets naar een oud dametje in De Bilt te brengen die ze dan weer stopte, menigmaal heb ook ik deze tocht gemaakt.
Het rondje wandelen op het "Laantje zonder Eind" en om het Bisonpark op woensdagmiddag zijn me ook bijgebleven net als de wandelingen naar de Stuifheuvel, de Zwitserse brug in Driebergen, het Panbos en het Dijnselbos, allemaal met de benenwagen en weet je hoever dat is!? Verdomt ver!

Jan van Ooijen

INDEX

 


INDEX