Huize Sint Jan, Zeist

VOLLEDIGE INDEX

Is de vinden op onze portalpagina

Klik hier om te reageren in het SINT JAN BULLETIN BOARD


NOSTALGISCH BEZOEK

Een bezoekje naar Sint Jan om te zien hoe het er nu bij ligt? Vanaf CS Utrecht met bus 50 richting Wageningen naar halte Sanatoriumlaan Zeist.

PALEIS VAN DE AMSTEL-DIRECTEUR

Ma Retraite 1908Aan de rand van de "Dichterswijk" in Zeist ligt het meest luisterijk buitenhuis van de wat dit betreft alles behalve slecht bedeelde gemeente: Officieel is de naam Ma Retraite. Het 'master-piece' van architect A. Salm, die het in 1892 ontwierp voor J.C. van Marwijk Kooy, directeur en mede-oprichter van De Amstel-brouwerij in Amsterdam.. Dit eclecticistisch paleis is vooral bekend geworden als Huize Sint Jan. Omdat het in de 50-er jaren van de vorige eeuw in gebruik was genomen om er Rooms Katholieke jongens tussen de 12 en 18 jaar te huisvesten. Toen werd de wat hoerig aandoende naam Ma Retraite veranderd in Huize Sint Jan.

Aan de buitenkant veranderde er weinig. In de hoogste verdieping van de vier stoere torens werden de oudste knapen ondergebracht met een 'eigen kamer'. Op de middenverdieping bevonden zich de slaapzalen en studiezaal. De jongens woonden in groepen links en rechts van het overwelfd bordes. Aan het bordes lag het kantoor van de directeur. Vanuit zijn kamer kwam je op het mega-bordes, vanwaar twee majestueuze trappen toegang gaven tot het voorpark met vijver en eilandje. De aan het park grenzende woning Sanatoriumlaan 2 huiste in de 50-er jaren ook een groep jongens van het tehuis, maar werd later door adjunct-directeur Ter Braak in gebruik genomen als woning.

Aan het bestaan van Huize Sint Jan kwam een einde nadat een van de pupillen er de hens in stak. Waarom bleef tot op heden onduidelijk. Nadat het heftig uitgebrande paleis een tiental jaren leegstond en steeds verder verloederde, besloot men uiteindelijk tot restauratie van het pand. Huize Sint Jan werd weer Ma Retraite.

DE IMMER GEILE GRAAF RODGER

De geschiedenis begint een klein millenium voor de mede-oprichter en eigenaar van de Beiersche Amstel Brouwerij Huize Sint Jan liet bouwen op deze plek. Volgens een acte uit 838 woonden er dat jaar zes gezinnen op het land dat door de Utrechtse kerk cadeau werd gedaan aan graaf Rodger van 'Seist'. Deze zes kinderrijke gezinnen, hun woningen en al het land dat zij aan de Utrechtseweg bewerkte, maakte dat Graaf Rodger van Zeist kon leven als een Orientaalse Pasha. Dochters, echtgenotes en zelfs de jonge knapen stonden volledig en onvoorwaardelijk tot zijn beschikking. Geen meisje trouwde maagdelijk, want Graaf Rodger had het recht van defloratie. O wee het meisje dat geen maagd was als de Graaf haar kwam ontmaagden. Laat zich raden hat de meerderheid van de Zeister bevolking 'pappa' riep als Graaf Rodger er rond reed op zijn paard. Rodger van Seist kon vrijelijk over lijf, goed en arbeid van deze onvrije (slaafse) gezinnen beschikken.

In 1180 waren er in Zeist inmiddels zoveel inwoners, dat er een forse kerk moest worden gebouwd aan de Utrechtseweg. De stoere Romaanse toren uit de twaalfde eeuw markeert tot op heden de kruising met de Eerste Dorpsstraat.

Eeuwenlang lijkt het dorp een vrij sober bestaan te leiden, Voor Zeist begint de Tweede Victorie als betere woonplaats voor de Hogere Klasse als Willem Adriaan I, heer en heerser over de inwoners van Odijk, Kortgene, Zeist en Driebergen, in 1677 zijn "verkleind Versailles" laat bouwen, inclusief de aanleg van een gigantische lusttuin. Zijn Slot is precies op tijd klaar, want drie jaar later verwerft Wim de titel Graaf van Nassau, heerser over de "Hoge Heerlijkheid" Zeist en Driebergen. Zeist mag zich met het Slot van Nassau de deftigste aller 'Parels aan de snoer van de Stichtse Lustwarande' noemen. Voor het 'betere vermaeck' in de stijl van de Markies de Sade hoefde je in die dagen niet langer in de bossen van te Zeist zijn. Het slot kende zo haar geheimen.

Aan alle frivolerij komt nog geen eeuw later een einde. In 1745 wordt het lustslot verkocht aan de puissant rijke en niet minder vrome Cornelis Schellinger. De tijd dat stalknechten, melkmeiden en boswachters voor wat drinkgeld de betere standen het genot gaven van allerhande standjes rond Slot Zeist was met de komst van Cornelis Schellinger definitief voorbij. Schellinger was lid geworden van de Evangelische Broedergemeente, een in de 15e eeuw in het voormalige Tsjechoslowakije (Moravië en Bohemen) ontstane zwaar christelijke secte. Een soort voorlopers van de Reformatie. In de 18e eeuw werden deze Evangelische Broeders fel vervolgd als ketters. Om aan de katholieke christenen te ontkomen vlucht een aantal naar het Osmaanse Rijk. Een andere groep weet Saksen te bereiken, waar zij zich in hutten op het landgoed van geloofsgenoot Graaf Nikolaus Ludwig von Zinzendorf vestigen. Deze secte-leden worden vanaf dat moment Hernhutters genoemd, ze wonen, net als Gods Zoon deed tijdens zijn aardse bestaan, in hutjes. Dat deden kluizenaars al eeuwen eerder. Nieuw is, dat ze Rome niet erkennen als Christelijk Oppergezag. Als Zinzendorf in 1736 naar Nederland komt, weet hij veel doopsgezinden over te halen zich bij de Hernnhutter-secte aan te sluiten. Een van hen is Cornelis Schellinger. Hij kocht in 1745 Slot Zeist om op het terrein een Hernhutter-Vatikaan te vestigen.

Voor het Slot verrijzen twee flinke pleinen met stenen gebouwen voor de Hernnhutters. Om elke vorm van losbandigheid uit te bannen wordt bij de bouw preuts een vette scheiding tussen de seksen gemaakt. Aan de ene kant van het complex plaats ingeruimd voor de ongehuwde zusters en weduwen, aan het andere plein onstaan woningen voor de ongetrouwde broeders. Een ringgracht en diepe sloot zorgden er naast streng toezicht voor dat er zich geen liederlijkheden ontwikkelde tussen beide sekses.

Overigens kregen de broeders en zusters daar nauwelijks tijd voor, want ze moesten keihard werken en in hun eigen onderhoud voorzien. De Hernnhutters bakten niet alleen het dagelijks brood voor de gemeenschap en een aanzienlijk deel van Zeist, ze bewerkte metalen in de eigen blikslagerij. Hun eigen knopenfabriek was destijds minstens zo befaamd als hun beroemde zilversmederij. Al deze en andere producten werden in het Broederhuis ('s lands eerste warenhuis) verkocht. Uit alle uithoeken van de wereld kwamen de Groten der Aarde naar Zeist op zoek naar verfijnde zaken. Tot de beroemdste vaste klanten van het Hernhutterwarenhuis behoorde de vrouw van Napoleon en de Russische tsaar Alexander I.

AMSTELBROUWER LAAT HUIZE ST. JAN BOUWEN

Zeist werd mede daardoor het Monte Carlo van de negentiende eeuw. Schatrijke families telden pas mee als ze in Zeist een bij hun rijkdom passend buitenhuis bezaten. Op de plek waar de Amstel-brouwer het latere Huize Sint Jan zou laten verrijzen werd rond 1800 aan de Utrechtseweg een buitenplaats "Ma Retraite" (Mijn Terugtrekplek) gebouwd voor de familie Nepven. In 1832 krijgt dit Ma Retraite een niewe eigenaar, C.M. van Hengst, die door tuinarchitect J.D. Zocher jr. een fraai landschapspark met slingervijver laat aanleggen. In 1881 komt het huis in handen van J.M. Baron van Vorst tot Vorst, in 1896 wordt Johan Hendrik van Marwijk Kooy, de directeur van de Amsterbrouwerij eigenaar.

Collectie Café de Kuil, AmsterdamOp 11 juni 1870 werd de eerste steen gelegd voor de Amstelbrouwerij in Amsterdam. Deze nieuwe brouwerij begon als de Firma De Pesters, Kooy & Co. In 1890 veranderde de naam in N.V. Beiersch Bierbrouwerij "De Amstel". Amstelbier was het anwoord van voornoemde De Pester en zijn zwager J.H. van Marwijk Kooy op de populariteit van het Beierse bier in Holland. Er waren in die dagen 559 brouwerijen en slechts twee maakten 'Bavarian Lager style' bier. Het Pilsener Bier van Amstel was een schot in de roos. Waren in het begin café's als De Kuil in Amsterdam die de trent zette, het werd uiteindelijk verkocht in 75 landen. In 1968 ging Amstel een fusie met Heineken aan.

Kaart coll. Café de Kuil, AmsterdamHet was Amstel-oprichter Van Marwijk Kooy die het oude Ma Retraite liet afbreken om er het in 1892 door Abraham Salm ontworpen Huize Sint Jan te doen bouwen. Architectuurkenners beschrijven de stijl van Huize Sint Jan als eclecticistisch. Dit topstuk wat betreft uitbundigheid en romantiek lijkt eerder op een paleis dan een villa. Inspiratibron was de Villa Borghese te Rome. Het werd in de begintijd door 'de echte adel' minachtend 'die roomtaart' genoemd. Want Jan van Marwijk Kooy klonk dan wel deftig, van adel was hij niet. De naam Kooy werd in 1893 uitgebreid tot het sjieke Van Marwijk Kooy. Maar het was geen adel. Al wilde hij het heel graag worden en gaf hij grootse feesten voor het Blauwe Bloed.

Zijn zus Elisabeth van Marwijk Kooy trouwde met Jonkheer Pierre Herbert Bicker. Hun dochter jonkvrouw Elisabeth Bicker (Amsterdam 25 september 1895 - Leusden 4 april 1983) huwde op 14 mei 1918 te Doorn met Baron Lodewijk Jan Taets van Amerongen. Erg succesvol was dit huwelijk overigens niet, want het werd na 6 jaar ontbonden.

Vier kloeke torens omgeven de centraalbouw. Vanaf een gigantisch bordes geven twee trappen toegang tot het gazon voor de vijver vol witte eenden. Excentrisch een eilandje waarop twee agressieve keizerszwanen hun nest hadden.

De onmetelijk rijke Amsterbrouwer Jan van Marwijk Kooy shockeerden het blauwe bloed niet alleen met een roomtaart van een huis, hij introduceerde bij de bouw een relatief onbekend fenomeen: de Nederlandse duiventil. Duiventillen stonden tot dan slechts op adellijke landgoederen. Maar Huize Sint Jan stak deze adel naar de kroon met een indrukwekkende duiventoren in haar tuin. De Zeister adel was in alle staten en sprak schande over deze hoogmoed.

De familie is ook eigenaar van Huize Vollenhoven in De Bilt. Het prachtige witte huis is tot op heden particulier eigendom en wordt bewoond door de familie Van Marwijk Kooy. De vader van Marinus van Marwijk Kooy betrok het huis in in 1922 en Marinus erfde het landgoed toen zijn vader in 1970 overleed. Marinus, die geboren en getogen is op Vollenhoven, trouwde in 1954 met de nu 67-jarige jonkvrouw Liline van Geen. Het paar kreeg vijf kinderen, waarvan er tegenwoordig drie met hun familie op het landgoed wonen en werken. Sinds 1996 staat Vollenhoven geregistreerd als BV. Marinus. Zo probeert men het landgoed voor het nageslacht te bewaren. De Van Marwijk Kooys doen er dus werkelijk alles aan om geld bij elkaar te sprokkelen om het landgoed in handen te kunnen houden. Reinhard van Marwijk Kooy is VVD-Burgerraadslid te Rhoon.

Wie over de Utrechtseweg van Utrecht naar Zeist rijdt, ziet het schitterende, wit gepleisterde classicistische landhuis Vollenhoven rechts liggen. Het huis telt totaal rond de 35 kamers, waaronder vele slaapkamers, meerdere badkamers, een boekenkamer, een televisiekamer, twee keukens en meerdere entrees. Verderop links, direct na de kruising Sanatoriumlaan ligt aan diezelfde Utrechtseweg Huize Sint Jan of Ma Retraite.

PRINS BERNHARD EN DUITSE CONFISCATIE

Na de dood van de weduwe Van Marwijk Kooy-Beuker in 1930 worden de enorme terreinen rond Ma Retraite beetje bij beetje verkocht. Nog voor de oorlog wordt het Huis aan drie zijden ingebouwd. Kassen, groentetuin en orangerie maken plaats voor villa's. Van Gend en Loos gebruikt het koesthuis voor hun transportpaarden. In 1937 wordt het huis zelf een 'eerste klas familie-pension met 26 kamers en centrale verwarming'.

In 1938 werd een deel van het gebouw gevorderd door generaal Van Voorst tot Voorst. Hier werden in het diepste geheim door de Generale Staf en prins Bernhard de voorbereidingen getroffen voor de op hand zijnde vlucht van de koninklijke familie. In 1942 confisceren de Duitse bezetters het Huis. Bij hun vlucht dumpen ze tonnen munitie in de vijver. Ter herinnering aan de bevrijding wordt op het eilandje een treurwilg geplant. Die staat er nog.'Direct na de bevrijding wordt het korte tijd het hoofdkwartier van de Canadezen.

DE KRUISVAARDERS VAN SINT JAN

In 1949 kwam Ma Retraite in handen van de Stichting Kruisvaarders van St. Jan. Een r.k. lekenorde waarvan niet zeker is dat deze werd opgericht door prof. dr. Jacques van Ginneken van de Sociteit van Jezus. Hij stierf op 20 oktober 1945, 68 jaar oud, geveld door een hersenbloeding. 'Hij kon op commando huilen, briesen, donderen, vleien en ook, als hij zich even liet gaan, ongelooflijk bot zijn.'

De leden van de Kruisvaarders van St. Jan werden ook wel aangeduid als de Broeders van Brakkeput

De Kruisvaarder-organisatie hield zich toen vooral bezig met de opvang van dak- en thuislozen en het verzorgen van kinderen in internaten. In Nederland 'en in de missie' in het buitenland. Het katholiek jongensinternaat van de kruisvaarders van St. Jan aan de Van Vredenburchweg in Rijswijk verwierf internationale bekendheid na de raketinslag van een V2 op 27 oktober 1944. Die namiddag werden zeven pupillen, vijf broeders en twee bezoekers gedood. Na de oorlog werd dit zwaar beschadigde jongenstehuis ontmanteld. In 'de missie' beheerde de kruisvaarders onder meer het Sint Jan's internaat Jongensstad Brakkeput op Curacao.

De patroon Sint Jan, van de Kruisvaarders, is niet Sint Jan de Doper (24 juni), maar Sint Jan de Evangelist (27 december). Bij de Kruisvaarders was het altijd drie dagen feest. Eerste en Tweede Kerstdag en daarna nog een feestdag met een diner en dikke sigaren. Behalve dan in Zeist. Daar werd ook op 24 juni werd het Sint Jansfeest gevierd, dit gelijktijdig met de verjaardag van directeur Fons Bonekamp. Onder hem werd het internaat een z.g. orthopedagogisch- en therapeutisch centrum.

De jongens waren ondergebracht in de groepen 2 tot 5. Groep 1 was in het verleden opgeheven omdat iedereen een groep hoger wilde, hebben ze ooit eens de groepen gewoon allemaal een nummer hoger gegeven. Op groep
5 had iedereen een eigen kamertje.

DE DUBBELE BRAND IN JANUARI 1976

Het was voorbij met Sint Jan in Zeist 'nadat een van de knullen brand had gesticht.' Dat gebeurde op 19 januari 1976. Het hele middendeel op de verdiepingen wordt door het vuur verwoest. Een tweede brand in de daaropvolgende nacht maakt verdere bewoning onmogelijk. De jongens van Sint Jan worden in noodbarakken op het achterterrein gehuisvest. Het pand heeft geloof ik wel tien jaar leeg gestaan. Het wordt o.a gebruikt voor brandweeroefeningen. De nieuwe eigenaar wil het slopen, maar de gemeente Zeist gaat alleen accoord met nieuwbouw op het achterterrein als het tot restauratie komt. Uiteindelijk wordt alleen de voorgevel gerestaureert. De achtergevel krijgt een geheel nieuw uiterlijk. In mei 1987 koopt The Noro Group Companies uit Utrecht het pand om er een kantoor in te vestigen. Van het interieur is dan niets meer over.

Heb je foto's? Scan ze en MAIL NAAR MokumTV

INDELING HUIZE SINT JAN

HET HOOFDGEBOUW: Het kapitale pand van Huize Sint Jan is nu de goedbeveiligde vesting van High-Tech Leasing, een zelfstandige bankonafhankelijke leasemaatschappij met ruime ervaring in het leasen van allerlei soorten bedrijfsmiddelen. Is de voorkant aan de Utrechtseweg geheel gerestaureert, de achterkant lijkt nog maar weinig op wat het ooit was.

BEGANE GROND: De hoofdingang bevond zich aan de achterzijde van het gebouw. Een statige witmarmeren trap in de vestibule voerde naar de hal. Geheel links zat de administratie. Daarnaast het kantoor van adjunctdirecteur Jos ter Braak. Aan de voorkant van de hal bevond aan de Utrechtsewegkant links het kantoor van directeur Bonekamp en rechts de groep van mejuffrouw Alberts. Links van de grote trap aan de rechterkant van de hal bevond zich de deur van de groep van de heer Evers. Aan de linkerkant voerde een gang naar de zij-ingang naar de linkerzijde van het gebouw. In deze linker zijgang bevond zich links de wenteltrap naar kelder of naar boven.

DE KELDER: Keuken, wasruimte, douches, isoleercel voor de zeldzame gevallen dat iemand het te bont had gemaakt. Jaren ongebruikt. Ook de naaikamer bevond zich, aan het einde van de gang rechts, in de kelder. Daar kon je nog naar links en aan het einde van die gang bevond zich de kamer waar de psycholoog dr. Bremer.
Aan het einde van de keldergang recht bevond zich de naaikamer. Die hadden een sousterrain-raam dat op de achterkant uitkeek. In het gangetje recht tegenover de ingang van de naaikamer had je de donkere kamer waar foto's konden worden afgedrukt. Toen hiervoor een aparte ruimte in De Wijde Blik werd ingericht, deed de ruimte dienst als zendkamer van de Huisradio. Want er werd ook radio gemaakt. Twee of drie avonden in de week werd via de interne kabel Radio Sint Jan doorgegeven naar de vijf groepen die waren aangesloten. Midden jaren zestig van de vorige eeuw werden na een op bandrecorder opgenomen interview met de Duitse schlagerzanger Freddy Quinn ook de Blue Diamonds voor de microfoon getrokken. Die woonden aan de Welgelegenlaan in het nabijgelegen Driebergen.
Adriaan van Wezel: 'In Driebergen hadden wij in die tijd de"prins van Orange wat je tegewoordig een discotheek zou noemen, daar waren de gebroeders De Wolf [The Blue Diamonds] veel te vinden'.

EERSTE ETAGE: De grote trap in de hal. Aan de rechterkant. Het eerste deel, tot de bocht naar rechts, onderbroken door een plateau. Daar stond op bepaalde feestdagen het filmscherm. Stoelen meenemen en kijken naar een succesvolle bioscoopfilm in 16mm versie. De Kanonnen van Naverone en een Fernandel als Don Camillofilm kan ik me herinneren.
De grote trap voerde naar de zaal op de eerste etage, grenzend aan het balkon aan de achterzijde, Later ingericht als studiezaal met studiehokjes. Persoonlijk getimmert door de heer Kuik.
In de jaren 1961-65 was de leiding van de studie (een soort huiswerkklas) in handen van Anton Uiterwaal, leraar van de Mulo in de Rozenstraat. Hij woont nog in de Kornhoenlaan 64 te Zeist. Later moest onder toezicht van ajunct Ter Braak gestudeerd worden. Er mocht alleen fluisterend worden gesproken.
De slaapzalen bevonden zich aan de voorkant van het gebouw. Geheel rechts was de slaapzaal van de jongens van groep II die in De Wijde Blik woonde. Aan de achterkant had je links de ziekenkamer met het kantoor van de verpleegster waar je dagelijks vitaminepillen kon krijgen. Vitamine C en divitamon 10. Zuster Tak introduceerde de levertraanpil. Rechts bevond zich het kantoor van adjunkt Ter Braak.

TWEEDE ETAGE: De nok. In de vier torentjes bevonden zich de kamertjes van de geprivileerde jongens van de oudste groep. De rest sliep op slaapzalen met een eigen kast die niet op slot kon.

OPRITLANEN: De hoofdoprit van het terrein lag aan de Utrechtseweg. Aan de Tesselschadelaan bevond zich de tweede oprit. Die voormalige oprit heet nu Guido Gazellelaan, die na de oude oprit overgaat in een kringvormig weggetje op het terrein waar zich ooit de sportvelden, het bos, De Wijde Blik en nog een houten noodkeet bij de brug bevond. Zeg maar het achterterrein van Sint Jan. Het is nu de 'aantrekkelijk en zeer rustig gelegen" nieuw benoemde wijk "Ma Retraite" geworden met een groepje 'betere herenhuizen'. Tot in de tijd van Huize Sint Jan grensde het binnenterrein aan de achtertuinen van de huizen van de Sanatorium-, P.C. Hooft- en Tesselachadelaan. Op het terrein graasde een geit en waren twee apen in een kooi ondergebracht. Bouwde pupillen o.a. een miniatuur-versie van de Egyptische pyramides. Er bloeide wilde lelietjes van dalen rond het geasfalteert sportterrein.

DE WIJDE BLIK/DE KAPEL: Sint Jan had een eigen kapel. In het rechterdeel van het houten gebouw De Wijde Blik aan het geafalteerde voetbalveld. Die naam stond er in elk geval op. Hier huisde in de zestiger jaren groep II. Als een Sint Janner al eerdere ervaring had als misdienaar, mocht je hier je superplie aantrekken in de sacristie van priester/directeur pater Bonekamp. Na het Tweede Vatikaans Concillie was de interne zondagsmis voorbij. Kerkte men elders in Zeist of bezocht op zaterdagavond de Sint Jozephkerk aan de overkant van de Utrechtseweg op nummer 60. De mis was verplicht, maar gaf tevens een aanleiding om 'buiten' contacten aan te knopen met Roomse Meiden.

VIJVER: De vijver met twee zwanen en een kolonie witte eenden eindigd in een nep-brug. Het water hield hier op. Tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog liep de slingervijver nog een eind door. Vlakbij de brug stond een tweede houten keet, kleinder dan de Wijde Blik. Af en toe gebruikt voor ontvangsten. Bijvoorbeeld wanneer ouders op bezoek kwamen.

KOETSHUIS: Het Koetshuis aan de Sanatoriumlaan werd eerst in gebruik genomen door Van Gend en Loos en later verbouwd door Garage Sanato, die rond 2002 toestemming kreeg het oorspronkelijke koetshuis waarin acht koetsen konden staan, te slopen.

Litteratuur: Roland Blijdenstijn, Ma Retraite, een buitenplaats te Zeist, 2de druk, Hilversum 1989. ISBN 90-9002847-1
Voor verder onderzoek naar de geschiedenis van Zeist kunt u op werkdagen (m.u.v. dinsdag!) van 08.30 - 12.30 uur langskomen op het gemeente-archief aan Het Rond 1 of bellen voor een afspraak met de gemeentearchivaris, tel. 030 6987911.

© MokumTV Amsterdam


HOME