Penvissen
Penvissen doe je meestal in de zomermaanden als de karper niet zo actief is.
Voor je gaat penvissen zorg er dan voor dat je een lichte dobber hebt.
Zorg er ook voor dat je een goede haak heb (maat 6 a 10), dat is mooi voor 2 a 3 mais korrels of 1 a 2 kidney beans.
Je kan dan een paar kleine voer plekjes maken met duivenvoer.
Er zitten wel bepaalde week en kook tijden vast aan de duivenvoer, mais, en kidney beans, zie pagina partikels.
Na enkele minuten ga je kijken naar de plek waar je het eerste gevoerd heb.
Wanneer er een karper op je plek zit te azen zie je, aasbelletjes, stofwolken op de bodem of een staart die omhoog staat.
Als je na ongeveer 25 a 30 minuten niks ziet gebeuren dan ga je naar je andere voerplek toe, misschien heb je daar meer succes.
Penvissen doe je meestal dichtbij de kant, dan kan je de karper goed observeren en daar leer je dan ook een hoop van.
De karper bevindt zich meestal bij: riet, bosjes, lelies, overhangende takken of bruggetjes.
