WWW.Boekje-Pienter.NL

Deze website is een groeidocument dat probeert zo veel mogelijk onderwerpen te bundelen die betrekking hebben op de 'way of life' van de militair, outdoor en survival.

           


 

 

 



Inhoudsopgave

BANDVAGN     BASCODE     BATON     BEAUFORT     BEEN

BEHANDELGERICHT     BEREDEN     BESUCHSPUNKT     BEVEL

 BEVRIJDINGSDAG     BLOEDZUIGERS     BODYBAG-SYNDROME

BOOGTENT     BOSRANDMEDAILLE     BRANDSTOF

BRIGADE VERKENNINGS ESKADRON     BRONBEEK     BROWN OUT


BANDVAGN

BandVagn 206 (BV 206). Uitgesproken als "BieVie". Militair personeels- en vrachtvoertuig op rupsbanden dat bestaat uit twee geschakelde cabines. Het wordt geproduceerd door AB Hagglunds & Soner in Övik (Zweden).

Het voertuig is ontwikkeld voor oorlogsvoering in koudweergebieden én voor all terrain-operaties, zoals gebieden met steile hellingen, zachte ondergrond, zware sneeuwval of een modderige jungle. Ook is de BV 206 geschikt voor amfibische operaties. Zowel de Noorse als de Canadese krijgsmacht maken veelvuldig gebruik van deze all-terrain carrier.

De BV 206 is binnen de Nederlandse krijgsmacht in gebruik bij het Korps Mariniers, die er gebruik van maakte tijdens de missie UNTAC in Cambodja. Door 11 Luchtmobiele Brigade zijn de voertuigen geleend tijdens de missies Dutchbat 1 t/m 3 (UNPROFOR) in Bosnië.

Technische specificaties:
lengte 6 meter 86
breedte 1 meter 85
gewicht 6.340 kg
laadvermogen 1.900 kg
motor Mercedes Benz V6-turbodiesel
maximale snelheid 40 km per uur
bemensing 16 militairen

Terug naar boven


BASCODE

De Boven Autorisatie Sterkte (BAS)-code is een status waarin een Kl-militair geplaatst kan worden, mits er aan de voorwaarden wordt voldaan. BAS-code 1 t/m 4, 6 en 7 zijn gangbaar:

1] Alleen wie de functie overneemt kan BAS-code 1 worden geplaatst. Als regel geldt hiervoor een periode van twee weken.

2] De militair die, uit organisatie-oogpunt, voor een onaanvaardbare periode een medische dan wel sociale indicatie heeft, wordt van zijn functie ontheven en BAS-code 2 gesteld bij de eenheid waartoe betrokkene behoort.

3] De militair die, door te noemen omstandigheden, géén functie bekleedt, kan voor een periode van in beginsel maximaal zes maanden BAS-code 3 worden geplaatst. In principe volgt zo'n plaatsing boven de organieke sterkte bij de eenheid waar de omstandigheden zijn ontstaan. De omstandigheden zijn:

  • de militair komt dwingend beschikbaar na voltooiing van een opleiding en heeft nog geen functie
  • de militair komt dwingend beschikbaar aan het einde van een vooraf afgesproken functievervullingstermijn en heeft nog geen andere functie
  • de militair komt dwingend beschikbaar nadat betrokkene gedurende enige tijd BAS-code 2 geplaatst is geweest en weer genezen is verklaard.

4] De militair is een nog niet geformaliseerde functie dan wel een opleiding op afzienbare termijn toegewezen, waartoe een periode van enige maanden moet worden overbrugd. De omstandigheden zijn:

  • een functie is toegewezen, maar de OTAS is nog niet van kracht
  • een functie is toegewezen, maar machtiging tot plaatsing boven de organieke sterkte is nog niet afgegeven
  • een opleidingsplaats is toegewezen, maar het begin van de opleiding sluit niet aan op de beëindiging van de laatst vervulde functie

6] De militair vervult op grond van organisatie- en/of persoonlijk belang een functie waaraan een lagere rang is verbonden volgens artikel 30 van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR). In beginsel is hierbij een functieduur van toepassing. Een militair kan ook als herplaatsingskandidaat 'neergeschud' gaan functioneren, d.w.z. betrokkene wordt geplaatst op een functie waaraan een lagere rang is gekoppeld met behoud van de huidige rang alsmede het daaraan gekoppelde salaris.

7] De militair heeft géén functie en is, volgens het gestelde in het Sociaal Plan Koninklijke Landmacht (SPKL), herplaatsingskandidaat. (De laatste versie van het SPKL, d.d. 30 juni 1998, had een looptijd tot 1 januari 2004.)

Terug naar boven


BATON

Het bandje van een militaire onderscheiding zoals die in zijn meest eenvoudige uitvoering wordt gedragen. Het lint van een decoratie in de vorm van een baton wordt gedragen op de linkerborst. Meerdere batons worden, althans bij de Koninklijke Landmacht, in aaneengesloten rijen van maximaal vier batons zonder onderlinge tussenruimte aangebracht, in de rangorde zoals die is omschreven in een limitatieve opsomming van decoraties en batons. De Militaire Willemsorde heeft de hoogste rangorde.

De KL-baton heeft een gestandaardiseerde maat van 27 mm breed bij 11 mm hoog.

Meer informatie over de baton is te vinden in VS 2-1593, pagina 7-30 en 7-31, of in 'Tenuen, onderscheidingstekens en emblemen van de Koninklijke Landmacht' (ISBN 9070793199).

Terug naar boven


BEAUFORT

Schaalaanduiding voor windsnelheid. In 1808 ingevoerd door een allang vergeten Britse admiraal, Sir Francis Beaufort (1774-1857), die bij zijn metingen uitging van het effect van de wind op een volgetuigd schip ("a full-rigged man of war"). De Beaufort-schaal is met name praktisch in het gebruik bij het schatten van de windsnelheid bij gebrek aan windmeetapparatuur (anemometer).

Achtereenvolgens worden vermeld: windkracht, benaming door het KNMI en windsnelheid in km per uur:

 
0 windstil 0-1 rookpluim stijgt recht omhoog
1 zwakke wind 2-5 takken bewegen nog niet
2 zwakke wind 6-11 bladeren ritselen; wind merkbaar in het gezicht
3 matige wind 12-19 bladeren en twijgen bewegen voortdurend; vlaggen gestrekt
4 matige wind 20-28 stof en papier dwarrelen op; kleine takken bewegen
5 vrij krachtige wind 29-38 kleine bebladerde takken maken zwaaiende bewegingen; golven op het water
6 krachtige wind 39-49 grote takken bewegen; wind fluit door hoogspanningsdraden
7 harde wind 50-61 bomen bewegen; wind is hinderlijk bij lopende verplaatsingen
8 stormachtige wind 62-74 twijgen breken af; lopen wordt belemmerd
9 storm 75-88 takken breken; dakpannen vallen; lichte schade aan gebouwen
10 zware storm 89-102 bomen worden ontworteld; aanzienlijke schade aan gebouwen
11 zeer zware storm 103-117 uitgebreide schade aan gebouwen
12 orkaan > 117 zeer uitgebreide schade

Terug naar boven


BEEN

Gedeelte van een te volgen route dat bij voorkeur loopt van het ene naar het volgende markante terreinkenmerk. Op een routekaart zijn voor ieder been de afzonderlijke gegevens vermeldt:

 
beennummer te voren toegekend nummer aan het been
coördinaten APT en EPT 8-cijfer-coördinaten van het aanvangs- en eindpunt
magnetische koers kompasstand
magnetische tegenkoers kruis- of retourpeiling
afstand van APT naar EPT in meters
routebeschrijving in klare taal
tijd in minuten

De tijd die nodig is voor het afleggen van een been, wordt berekend m.b.v. de volgende parameters:

  • 1.000 meter afleggen duurt 20 minuten (regel: 50 meter per minuut)

  • 100 meter dalen/stijgen = 10 minuten extra bij de tijd optellen 

  • 60 minuten verplaatsen = 10 minuten extra bij de tijd optellen

Terug naar boven


BEHANDELGERICHT

De inrichting van een geneeskundig systeem is erop gericht de patiënt, gelet op zijn verwondingen, zo snel mogelijk naar het eindbehandelingsniveau af te voeren. Behandelingen op de tussengelegen niveaus worden maximaal vermeden, tenzij die noodzakelijk zijn om de patiënt in een optimale conditie het niveau van eindbehandeling te doen bereiken.

Zowel afvoer- als behandelgerichtheid zijn van grote invloed op de te hanteren normeringen. Behandelgerichtheid heeft in zijn algemeenheid plaats in vredestijd en bij Peace Support Operations. Voor de behandeling van gewonden gelden bij behandelgerichtheid als norm de volgende kritieke tijdslimieten:

  • gewondenafvoermiddel met geneeskundig personeel ter plaatse binnen 15 minuten
  • slachtoffer dient te arriveren in een role-3 geneeskundige inrichting binnen 40 minuten
  • aantal chirurgische ingrepen per operatiekamer-team per etmaal: 8
  • aantal ligdagen op de verpleegafdeling: gemiddeld 3 per patiënt

Terug naar boven


BEREDEN

Soort optreden (bij de uitvoering van een gevechtsactie) waarbij het personeel zich in de voertuigen bevindt en het gevecht met het boordkanon en antitankwapens wordt gevoerd.

Terug naar boven


BESUCHSPUNKT

Afgekort: BP.

Referentiepunt. Een BP is een manier om zonder gebruikmaking van coördinaten een positie door te geven. Het BP staat altijd op een assenkruis (X/Y-as): de letteraanduiding van een BP correspondeert met het assenstelsel dat wordt gevormd door een verticaal en een horizontaal op de stafkaart.

Het BP wordt aangeduid met een letter uit het NATO-spelalfabet; van hieruit wordt een berekening gemaakt naar een positie. De cijfers van het BP zijn in honderdtallen: 24 is dus 2.400 meter (2,4 km).

Het BP werkt op dezelfde manier als de kaartpunten op een positiezoeker, met dien verstande dat hier verder géén hulpmiddelen nodig zijn: BP's zijn namelijk van tevoren vastgestelde referentiepunten op een stafkaart (1:50.000). Immers, zou niet van tevoren worden vastgesteld welk referentiepunt op welke plaats ligt, dan is het werken met een BP zonder nut en belang. BP's zijn derhalve bekend bij sleutelfunctionarissen en gebruikers.

Vanuit een BP kan binnen het assenstelsel worden verplaatst:

+ + naar rechts en naar boven
+ - naar rechts en naar beneden
- - naar links en naar beneden
+ naar links en naar boven

In bovenstaand voorbeeld - waarbij de lijnen van het assenstelsel, evenzo als op de stafkaart 1.000 meter van elkaar liggen - is de eigen positie gerekend tot de besuchspunkten H, M en V de volgende:

  • besuchspunkt H: +15+15

  • besuchspunkt M: +55-25

  • besuchspunkt V: +65+25

Terug naar boven


BEVEL

Binnen de NAVO een gestandaardiseerde structuur in vijf paragrafen. Vandaar: NAVO-5-paragrafenbevel.

Het NAVO-5-paragrafenbevel is met name bedoeld voor bataljonsniveau en lager, mondeling uit te geven (bevelsuitgifte) in het terrein en/of aan de hand van het operatieoleaat, een schets of een maquette.

Het NAVO-5-paragrafenbevel is opgezet volgens NATO Joint Publication 1-02, NATO Standard Agreement (STANAG) 2014 ('Warning Orders, Operation Orders and Administrative/Service Support Orders') en de Instructiekaart 2-17 (IK 2-17), 7de druk, 8 juli 2003.

Het NAVO-5-paragrafenbevel staat onder andere ruimschoots beschreven in de Leidraad Commandovoering (LD 1):

 
 
1 Toestand Situation Lage
2 Opdracht Mission Auftrag
3 Uitvoering Execution Durchführung
4 Logistiek Logistics Einsatzunterstützung
5 Bevelvoering & Verbindingen Command & Signals Führungsunterstützung

Terug naar boven


BEVRIJDINGSDAG

5 Mei 1945. Datum waarop Nederland van de Duitse bezetter werd bevrijd. Het was de dag waarop de Duitse generaal Blaskowitz de overgave van de Duitse bezettingsmacht kwam aanbieden aan de Canadese generaal Foulkes in het Wageningse Hotel De Wereld. Blaskowitz accepteerde er de voorwaarden voor capitulatie met een kort “Jawohl”, waarmee – althans voor Nederland – een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog.

Behalve in het bijzijn van twee tolken - een Canadees en een Duitse sergeant - werd de capitulatie in de gelagkamer van Hotel De Wereld getekend in aanwezigheid van:

Lieutenant-General Charles Foulkes

Commander 1st Canadian Corps
Z.K.H. Prins Bernhard

Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten

Brigadier William Preston Gilbride

Deputy Adjutant & Quartermaster-General, 1st Canadian Corps

Brigadier George Kitching

Chief of Staff 1st Canadian Corps
Generaloberst Johannes Blaskowitz Oberbefehlshaber 25. Deutsche Armee
Leutnant General Paul Reichelt Generalstab Oberbefehlshaber Blaskowitz 25. Deutsche Armee

Bevrijdingsdag wordt in Nederland gevierd als een nationale feestdag, waarop het jaarlijkse defilé door oud-(verzets-)strijders, vredesmissies en parate eenheden plaatsheeft in Wageningen en op vele plaatsen in het land Bevrijdingsfestivals plaatsvinden.

Terug naar boven


BLOEDZUIGERS

Bloedzuigers zijn, evenals teken, ectoparasieten: parasieten die op de buitenkant van onder andere de mens kunnen leven. Het zijn gesegmenteerde waterwormen met een lengte van 2 à 5 cm met een afgeplat lichaam dat naar voren kegelvormig toeloopt. Sommige soorten zijn uitgerust met zuignappen die zich hard aan de huid vastzuigen om (menselijk) bloed tot zich te nemen. Het speeksel van deze bloedzuigers bevat de stof hirudine die de bloedstolling vertraagt (anticoagulans).

Enkele daadwerkelijk pathogene bloedzuigende soorten van de ± 300 kunnen een ernstige plaag vormen door de eigenschap dat zij rode bloedcellen opnemen; ze laten vanzelf los als ze volledig zijn opgezwollen door de opname van bloed.

Bloedzuigers komen vnl. voor in (sub)tropische jungles en andere vochtige gebieden, waar zij in draadachtige vorm op planten in of nabij het water (aquatisch) wachten voordat zij zich hechten aan de mens. In Nederland en België komen 18 soorten bloedzuigers voor. De Hirudo medicinalis werd vroeger in de geneeskunde gebruikt voor aderlatingen: het kunstmatig openen van aderen.

Verwijderen van bloedzuigers: trek de bloedzuiger niet van het lichaam, maar verwijder ze met vuur of een snufje zout. Bloedzuigers dragen vaak infecties.

Terug naar boven


BODYBAG-SYNDROME

Vooropgesteld: elke bodybag – lijkzak van plastic of rubber – is er één teveel. Elke militair weet dat sneuvelen als gevolg van handelingen op het slagveld tot de beroepsrisico’s behoort. Daarbij stilstaan is een ander verhaal. Weinigen zijn bereid voor God en vaderland te sneuvelen, zoals weinigen überhaupt van plan zijn dood te gaan. Derhalve is sneuvelbereidheid niet zomaar een beladen term maar een eufemisme. Daarbij is er nog een duidelijk verschil tussen laf gedood worden als gevolg van een aanslag en in het harnas sterven.

Sinds de Vietnam-oorlog zijn de Verenigde Staten in de ban van de bodybag, of beter gezegd: van het bodybag-syndrome. Vanwege het lijkzakkensyndroom is er minder draagvlak voor een overzeese oorlog naarmate er meer eigen militairen sneuvelen en in lijkzakken naar het thuisland gerepatrieerd worden.

Op 14 november 2001 noemde columnist Max Boot in de Wall Street Journal het bodybag-syndrome “onze grootste strategische zwakte”. De vrees voor incidenten met de lokale bevolking, gewonden en doden – en de daarop volgende crises in media en publieke opinie – maken dat in elk geval de Amerikanen sterk geneigd zijn in het kader van Force Protection in ‘splendid isolation’ te opereren: een Amerikaanse militair in Irak heeft statistisch gezien minder kans op verwondingen als een militair op de thuisbasis in de VS.

Het post-Vietnam-bodybag-syndrome lijkt herboren met de Hezbollah-aanslagen op Amerikaanse doelen in Beiroet in april en oktober 1983 (resp. Amerikaanse ambassade met 64 doden en hoofdkwartier Amerikaanse mariniers met 241 doden) en is herbevestigd met de dood van 18 Amerikaanse militairen in de Somalische hoofdstad Mogadishu in oktober 1983: toen Somaliërs het lijk van een Amerikaanse militair door de straten van Mogadishu sleepten, leidde dat bij het thuisfront tot woedende reacties en tot een discussie over de Amerikaanse aanwezigheid in Somalië. Uit angst voor nog meer slachtoffers capituleerden de Amerikanen, zowel in Beiroet als in Mogadishu.

In de moderne oorlogvoering spitst het bodybag-syndrome zich toe op media en publieke opinie: hoe kan een oorlog worden gewonnen zonder lijkzakken op CNN te laten zien? Elke bodybag is immers gezichts- en dus populariteitsverlies. Omdat de politiek Nederlandse militairen naar ’s werelds brandhaarden en slangenkuilen stuurt, staat zij allesbehalve te juichen als er manschappen in een bodybag huiswaarts keren. Na UNPROFOR slaagde Nederland erin, tot 10 mei 2004, de gevreesde beelden van bodybag, rouwstoet, over een kist gedrapeerde driekleur, laatste saluut en eresalvo bespaard te blijven. Toen werd sergeant der eerste klasse Dave Steensma bij een laffe aanslag in Irak gedood.

In oktober 1996 presenteerde docent internationale betrekkingen en buitenlands beleid Philip Everts de verhandeling ‘The ‘bodybag hypothesis’ as alibi. Public support for military UN-operations in the Netherlands: The case of Bosnia-Hercegovina’ op een internationale conferentie over ‘Public Opinion, Democracy and Security Policy’ in Siena (Italië).

Het bodybag-syndrome heeft raakvlakken met de zgn. slachtofferhypothese, welke zegt dat het draagvlak van de bevolking van westerse samenlevingen wegvalt zodra er slachtoffers vallen onder de eigen militairen. Proefondervindelijkheid heeft echter allang aangetoond dat de slachtofferhypothese dient te worden verworpen.

Terug naar boven


BOOGTENT

Tent die onder andere wordt gebruikt bij de opbouw van geneeskundige inrichtingen. De boogtent (NSN: 8340-17-047-2303) meet 5,80 x 5,35 meter en heeft een grondoppervlakte van 31 m².

Benodigdheden voor de boogtent zijn:

  • 1 x tentdoek met foedraal
  • 1 x zak toebehoren met grote en kleine tentharingen
  • 1 x kist toebehoren met 6 grondplaten voor de staanders, 12 koppelstukken voor de liggers en staanders en 3 spanriemen
  • 2 x grondzeil 3 x 6 meter
  • 2 x nokligger met klauwen
  • 12 x rechte ligger
  • 15 x gebogen staander

De specificaties van de boogtent zijn:

lengte 580 cm
breedte 535 cm
oppervlakte 31 m²
gewicht tentdoek in foedraal 75 kg
opzetten boogtent door 4 personen in 15 minuten

De boogtent kan worden gekoppeld aan de  kruistent, die op zijn beurt kan worden gekoppeld aan de vestibule.

Met dank aan de website van de Stichting Bravo Compagnie (13 november 2002)

Terug naar boven


BOSRANDMEDAILLE

Gekscherende benaming voor de Landmachtmedaille. Zo genoemd door brigade-generaal H.Th. Komen, tot begin 2004 commandant van 43 Gemechaniseerde Brigade in Havelte.

De bijnaam dankt deze medaille, ingesteld op 1 september 2002, voor het feit dat die wordt toegekend aan militairen die langdurig operationele dienst hebben verricht. Het meest voorkomende voorbeeld is het minimaal 84 maanden operationele (parate) dienst verricht hebben bij het 1ste Duits-Nederlandse legerkorps of het voormalige 1ste Legerkorps (1LK).

Daarnaast is de middelste en breedste (11 mm) van de vijf banen van het lint van de medaille weergegeven in groen, hetgeen de generaal Komen kan hebben geïnspireerd tot zijn verspreking.

Terug naar boven


BRANDSTOF

De juiste benaming voor brandstof binnen de krijgsmacht is klasse III: Brandstof, Olie en Smeermiddelen.

Binnen de NAVO wordt gewerkt met brandstofcodes, allen beginnend met de letter "F" (fuel). Conform STANAG 7090 (Guide Specification for NATO Ground Fuels) is de onderverdeling van brandstofsoorten bij de landstrijdkrachten als volgt:

 
CODE ENGELSE BENAMING NEDERLANDSE BENAMING
F-34 Turbine Fuel  Dieselkerosine (met additief S-1745)
F-54 Diesel Fuel, Military Diesel
F-57 Gasoline Automotive Leaded Gelode benzine
F-58 Kerosene Kerosine (50/50 met F-54 of F-75)
F-63 Diesel Fuel Diesel
F-65 Low Temperature Diesel Fuel Blend Winterdiesel
F-67 Gasoline Automotive Unleaded Ongelode benzine

Het vervoer van deze brandstofsoorten heeft plaats per:

  • Brandstof Transport Middel (BTM, inhoud ± 21.500 liter)

  • brandstoftank op flatrack (± 10.000 liter)

  • Brandstof Distributie Middel (BDM, inhoud ± 4.000 liter)

De veldopslag van brandstof kan daarnaast plaatshebben in een zgn. Brandstof Voorzienings Installatie (BRAVIN): een brandstofzak met een inhoud van ± 36.000 liter.

Terug naar boven


BRIGADE VERKENNINGS ESKADRON

Na de Herschikking Gevechtskracht 1999 zijn de gevechtseskadrons van 103 Verkenningsbataljon (103 Verkbat) opgedeeld over de drie Gemechaniseerde Brigades:

  • 41 BVE, het voormalige C-Eskadron van 103 Verkbat, bij 41 Mechbrig

  • 42 BVE, het voormalige A-Eskadron van 103 Verkbat, bij 13 Mechbrig

  • 43 BVE, het voormalige B-Eskadron van 103 Verkbat, bij 43 Mechbrig

Een BVE bestaat uit een logistiek peloton, twee verkenningspelotons 25 mm à 21 personen en één tirailleurpeloton (B-, E-, R- en A-groep, totaal 38 personen). De bewapening bestaat uit vier 25 mm snelvuurkanonnen Oerlikon, zes mitrailleurs MAG, twee geweren lange afstand Accuracy International .338 en vier antitankwapens Dragon.

Terug naar boven


BRONBEEK

Het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum (KTOMM) Bronbeek, gelegen aan de Velperweg in Arnhem, is opgericht door koning Willem III. In 1859 nam de koning het wijze besluit zijn vorstelijk zomerpaleis aan te bieden aan de Staat der Nederlanden om er een koloniaal bejaarden- en invalidentehuis van te maken, vergelijkbaar met de Franse Hôtels des Invalides. Als voorwaarde stelde koning Willem III dat het tehuis nooit een andere bestemming zou krijgen.

De opening vond plaats op 19 februari 1863. In eerste instantie kwamen alleen moegestreden en invalide oud-militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) in aanmerking, maar sinds 1970 staat het tehuis open voor zowel mannelijke als vrouwelijke oud-militairen van alle krijgsmachtdelen, tenzij wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • 65 jaar of ouder

  • onder de rang van officier

  • met minimaal 15 pensioenjaren

  • bij voorkeur veteraan

In het begin heerste op Bronbeek een strakke discipline en haast Spartaans regime: pas bij het bereiken van de 80-jarige leeftijd kon de bewoner écht van zijn oude dag gaan genieten. Voordien was de bewoner verplicht het uniform te dragen en gedurende vier uur daags corvee te verrichten.

In 1979 wilde de toenmalige Staatssecretaris van Defensie, W.F. van Eekelen, het tehuis in tegenspraak met het verzoek van koning Willem III sluiten, waar de Tweede Kamer een stokje voor stak. Na de gewonnen strijd om het voortbestaan, is het tehuis gerestaureerd.

In 1998 verscheen na drie jaar renovatie van Bronbeek het boek Bronbeek, tempo doeloe der liefdadigheid van Willem Bevaart (ISBN 9053451188). De heropening van het tehuis werd verricht door mr. Pieter van Vollenhoven, gestoken in het tenue van reserve luitenant-kolonel van de luchtmacht.

Op het terrein van het KTOMM Bronbeek bevindt zich ook de Kumpulan Bronbeek, het congres- en reüniecentrum.

Terug naar boven


BROWN OUT

Vergelijkbare omstandigheden als bij white out, maar dan veroorzaakt door een stof- en/of zandstorm.

Rondstuivend stof en/of zand maakt van bijvoorbeeld een (te) droge heli landing site (HLS) één grote bruine tint. Brown out heeft vaak plaats als de HLS niet (voldoende) voorbereid is: door de helikopterrotors wordt zo veel stof en/of zand van de grond getild dat de helikopter onvoldoende ‘airlift’ zal krijgen om in de lucht te komen cq. te blijven.

Als brown out zich voordoet zijn het maaiveld en de derde dimensie niet meer van elkaar te onderscheiden. Brown out wordt, evenals white out, getraind door bemanningen die uit transporthelikopters moeten in- en uitstijgen.

Terug naar boven


Laatste update: 15 augustus 2004