WWW.Boekje-Pienter.NL

Deze website is een groeidocument dat probeert zo veel mogelijk onderwerpen te bundelen die betrekking hebben op de 'way of life' van de militair, outdoor en survival.

           


 

 

 



Inhoudsopgave

CAMOUFLAGE     CASEVAC     CASSEIOPEIA     CAVALERIE SCHIETKAMP

CHEF DEFENSIE STAF    CIMIC     CIS-BATALJON     COMBINED

COMMAND RESPONSIBILITY

COMMANDER'S CRITICAL INFORMATION REQUIREMENTS

CONDITIEPROEF     CONTINGENCY PLAN 100     CURVIMETER


CAMOUFLAGE

Camoufleren is jezelf en/of je materieel zodanig onzichtbaar of althans onopvallend maken dat je een voordeelsituatie creëert waarbij je ziet zonder gezien te worden en  moeilijk door de vijand ontdekt kunt worden.

De basisprincipes van camouflage zijn S5 (Shape, Shine, Shadow, Silhouette, Spacing), geluidsdiscipline, lichtdiscipline en sporendiscipline.

Basiskennis met betrekking tot camouflage is te vinden in het hoofdstuk 'Gevechtsopleiding Buddysysteem' (hoofdstuk 27: GOBS) in het Handboek KL-militair (VS 2-1352) én in het eerste deel van de BBC-televisieserie 'SAS Survival Secrets' (2003/2004).

SHAPE (Vorm)

Vermijd onnodige bewegingen
Indien toch moet worden bewogen: beweeg langzaam, ook in hoog gras en struikgewas
Maak geen rook- en/of stofwolken
-Breek de vorm van je gezicht, handen, hals en nek door het aanbrengen van een grillig camouflagepatroon.

SHINE (Glans & Schittering)

Vermijd dat schittering afgevende voorwerpen, zoals wapens, ballistische bril, kompas, aansteker, horloge e.d., je positie verraden
Oogwit is zeer opvallend, ook 's nachts

SHADOW (Schaduw)

Fel zonlicht vermijden
Verplaats altijd in de schaduw, dus bijvoorbeeld in randen van bossen en verstedelijkte gebieden
Vermijd de zichtbaarheid van je eigen schaduw en die van je uitrustingsstukken

SILHOUETTE (Aftekening tegen de achtergrond)

Let op je gezicht, handen, hals en nek; trek bijvoorbeeld handschoenen aan
Mouwen te allen tijde naar beneden
Breek de vorm van alle uitrustingsstukken, ook helm, rugzak en wapen
Probeer zoveel mogelijk een te worden met (achtergrond van) de omgeving
Pas de camouflagetinten bij optreden in bossen aan het jaargetijde aan

SPACING (Tussenruimte)

Houd tussenruimte aan, bijvoorbeeld bij een patrouillegang
Loop in elkaars sporen
Vermijd open terrein; verplaats zoveel mogelijk door bebost gebied

Geluidsdiscipline

Praat te allen tijde met gedempte stem; dit is onopvallender dan fluisteren
Doe, voordat je met draagharnas, rugzak en andere uitrustingsstukken gaat verplaatsen, eerst de rammeltest: rammelen er spullen bij het opspringen en/of neerkomen, verbeter dan eerst de uitrusting
Geef een gewonde zo nodig pijnstillers om de geluidsdiscipline hoog te houden

Lichtdiscipline

Maak nooit gebruik van wit licht, ook niet in behuizing of tent, of onder een poncho
Gebruik als je per se licht nodig hebt, filters op je zaklamp en filters voor de voertuigverlichting
Zorg dat je voor zonsopkomst uit een schuilbivak opbreekt
Zorg dat je pas na zonsondergang een schuilbivak inricht; dit is minder opvallend en trekt zo min mogelijk de aandacht

Sporendiscipline

Loop zoveel mogelijk in elkaars sporen
Laat geen afval achter; neem alles mee
Neem ook 'bdoy waist' (eigen uitwerpselen en urine) zelf mee
Laat de natuur intact; de gemakkelijkste sporen worden gemaakt door afgebroken takken e.d.

Terug naar boven


CASEVAC

Acroniem voor Casualty Evacuation.

Vervoer van een enkele gewonde door een niet daartoe ingerichte helikopter. Verschilt derhalve van de MEDEVAC.

Terug naar boven


CASSEIOPEIA

W-vormig sterrenbeeld dat op een heldere avond al gauw aan het firmament is te herkennen. Casseiopeia ligt precies aan de andere kant van de Poolster (Stella Polaris) als de Grote Beer (Ursa Major). Een rechte lijn – getrokken vanaf de ster onderin de eerste V van de W-vorm – en doorgetrokken naar de Grote Beer wijst precies naar de Poolster, die op het noordelijk halfrond altijd in het noorden staat en het gehele jaar te zien is. Op deze manier kan vrij exact het ware noorden worden bepaald.

Casseiopeia bevat de resten van een supernova, die in 1572 door Tycho Brahe werd waargenomen.

Het sterrenbeeld Casseiopeia ontleent zijn naam aan de vrouw van Cepheus, koning van Joppa, en de moeder van Andromeda, die door Perseus wordt gered van het zeemonster Cetus.

Terug naar boven


CAVALERIE SCHIETKAMP

Afgekort: CSK.

Het CSK is gelegen op de Vliehors, het westelijke deel (zijde van de Waddenzee, Koninklijke Landmacht) van Waddeneiland Vlieland. Op het CSK werden tot 15 april 2004 schietoefeningen gehouden met Leopard-tanks (tankkanonnen) én vanuit pantservoertuigen (mitrailleurs); op laatstgenoemde datum heeft een tank het laatste schot gelost op het CSK, waarmee na 48 jaar een einde kwam aan de opleidingsactiviteiten van de Koninklijke Landmacht op het Waddeneiland.

Het CSK is ten prooi gevallen aan milieuwetgeving (oppervlaktewaterverontreiniging en geluidsoverlast) en bezuinigingen; op de Vliehorst rusten en fourageren tienduizenden brand- en rotganzen, dwergsterns, lepelaars en rose grutto's.

In 1953 is het oefenterrein op de Vliehors gevestigd, zowel omdat het terrein ruim van opzet diende te zijn als vanwege de onveilige sector: de zone rond het schietterrein waar de verschoten munitie terecht zou kunnen komen. Sinds 1956 sloten alle tankschutters hun eerste opleiding op het CSK af met een eerste schot scherpe munitie.

Naast het CSK kent Vlieland de Cornfield Range (zijde van de Noordzee, Koninklijke Luchtmacht), bedoeld voor schietoefeningen en bombardementen vanuit militaire vliegtuigen.

Het schietseizoen had plaats van 1 september tot 15 april. Op de Vliehors stonden karkassen van afgeschoten tanks, waarop door tankbemanningen geschoten diende te worden. Buiten de schietperiode werden er andere oefeningen gehouden en werd er munitie geraapt.

Terug naar boven


CHEF DEFENSIE STAF

Sinds december 1976 kent de Nederlandse krijgsmacht de Chef Defensie Staf (CDS), vóór die tijd Chef Generale Staf (CGS) geheten. De Chef Defensiestaf, dé militaire adviseur van de Minister van Defensie (MINDEF) en Staatssecretaris van Defensie (STASDEF), is het hoofd van de Defensiestaf, die belast is met zaken die alle krijgsmachtdelen - Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht, Koninklijke Marechaussee en Koninklijke Marine – aangaan én met internationale aspecten van het veiligheidsbeleid.

In het zgn. Politiek Beraad - het hoogste overlegorgaan én belangrijkste adviescollege van Defensie waarin de uiteindelijke beleidsbeslissingen worden genomen - legt de CDS wekelijks verantwoordelijkheid af over de uitvoering van zijn beleid.

Feitelijk valt de hoofdtaak van de CDS uiteen in drieën:

  • De CDS is primair verantwoordelijk voor het Integraal Defensie Plannings Proces (IDPP), waarin hij de zgn. ‘corporate planner’ is. Het IDPP gaat uit van centrale sturing op hoofdlijnen en decentrale planning en uitvoering door de krijgsmachtdelen.

  • De CDS is sinds oktober 1995 belast met de leiding van alle CVH-operaties (crisisbeheersings-, vredes- en humanitaire operaties), waarbij rekening zal worden gehouden met de internationale context waarin deze operaties worden uitgevoerd. Over deze operaties geeft de Defensiestaf militair advies. Ten behoeve van deze operaties worden vertegenwoordigers van de CDS aangesteld, Contingentscommandant (C-Contco) of Senior National Representative (SNR) geheten, die in het operatiegebied de “oren en ogen” van de CDS zijn.

  • De CDS adviseert over de Nederlandse bijdrage aan organisaties als de NAVO, OVSE, VN en WEU.

Sinds december 1976 heeft de Nederlandse krijgsmacht de volgende Chefs Defensie Staf gekend:

december 1976-oktober 1980  Luitenant-generaal R. Wijting
november 1980-juni 1983  Generaal C. de Jager
juli 1983-december 1988  Generaal G. Huyser
december 1988-mei 1992  Generaal P. Graaff 
mei 1992-augustus 1994  Generaal A. van der Vlis 
augustus 1994-juni 1998  Generaal H. van den Breemen
juni 1998-juni 2004  Luitenant-admiraal L. Kroon
vanaf juni 2004 Generaal D. Berlijn

In het kader van het veranderingsproces bij Defensie zijn maatregelen genomen om de positie van de CDS in de bevelsstructuur te versterken. Deze versterking werd in de Defensienota 2000 onderstreept. Naar aanleiding van geconstateerde tekortkomingen in de voorbereiding van de UNMEE-operatie werd in mei 2000 besloten tot een verdere versterking. Het onder verantwoordelijkheid van de CDS vallende planningsproces voor vredesoperaties werd aangescherpt.

Op 20 augustus 2001 stelde Minister van Defensie Frank de Grave een adviescommissie in die zich moest beraden over de positie van de CDS. De commissie werd met name geacht een advies uit te brengen over het vraagstuk van een eventueel opperbevelhebberschap. Op 19 april 2002 verscheen het eindrapport van deze Adviescommissie Opperbevelhebberschap, ‘Van wankel evenwicht naar versterkte defensieorganisatie’. De commissie, onder voorzitterschap van de VVD’er Jan Franssen, bepleit een versterking van de positie van de CDS, opdat die feitelijk wordt gelijkgetrokken met die van de Secretaris-Generaal (SG). Aldus ontstaat een organisatorische driehoek:

politieke leiding Minister van Defensie & Staatssecretaris van Defensie
ambtelijke leiding Secretaris-Generaal
militair-adviserende leiding Chef Defensie Staf

De CDS wordt zowel wat betreft de operationele inzet als het planingsproces hiërarchisch boven de bevelhebbers van de krijgsmachtdelen geplaatst. De CDS gaat dus zowel een beleidsadviserende en als een uitvoerende positie innemen. De vraag is hoe de gewenste scheiding tussen uitvoering en beleid zich verhoudt. In het planningsproces betekent de versterkte positie van de CDS ten opzichte van de bevelhebbers dat hij prioriteiten kan stellen en richtlijnen kan geven.

Terug naar boven


CIMIC

Action Civilo-Militaire (ACM), Civiel Militaire Samenwerking, Civil-Military Co-operation en Zivil-Militärische Zusammenarbeit (ZMZ) hebben, resp. in het Frans, Nederlands, Engels en Duits, allemaal dezelfde betekenis: CIMIC.

CIMIC is de coördinatie van en samenwerking tussen militaire commandanten en de burgerbevolking, inbegrepen nationale en plaatselijke autoriteiten, alsmede internationale, nationale, Non-Gouvernementele Organisaties (NGO’s) Internationale Organisaties (IO’s) en instellingen ter ondersteuning van een militaire opdracht. Het principe bij CIMIC is “zo civiel als mogelijk en zo militair als noodzakelijk”.

De CIMIC-aandachtsgebieden zijn:

  • Bestuurlijke Aangelegenheden
  • Civiele Infrastructuur
  • Culturele & Religieuze zaken
  • Economische & Commerciële zaken
  • Humanitaire Hulp

De doelstelling van CIMIC is militaire commandanten en eenheden te ondersteunen in de uitvoering van een vredesoperatie door het onderhouden van contacten met civiele organisaties en daarmee bij te dragen aan de reconstructie en het herstel van de stabiliteit in de regio. CIMIC kan dan ook worden beschouwd als een onderdeel van het Nederlandse buitenlandse beleid in het inzetgebied van de vredesoperatie, dat is gericht op het herstel van de autonome wederopbouw van de desbetreffende regio. Ook draagt CIMIC bij aan het draagvlak (hearts & minds) voor de internationale militaire aanwezigheid bij de burgerbevolking, de nationale en plaatselijke autoriteiten en de internationale, nationale en non-gouvernementele organisaties en instellingen. Hiermee wordt de uitvoering van de militaire operatie vergemakkelijkt.

Pas na het einde van de Koude Oorlog werd veel belang gehecht aan CIMIC. Als gevolg van de post-Koude Oorlog-conflicten veranderde de taak van een op de verdediging van het bondgenootschappelijke grondgebied ingestelde krijgsmacht in de deelname aan crisisbeheersingsoperaties. Sinds de eerste vredesoperaties op de Balkan in de jaren '90 heeft CIMIC zich ontwikkeld tot een volwaardige militaire activiteit.

In de commandolijn is er vanaf het niveau van elk bataljon en elke brigade sprake van een Sectie 9 (G9), die contacten in de burgermaatschappij onderhoudt teneinde de commandant en zijn staf te kunnen voorzien van assessments.

Buiten de commandolijn bestaat sinds 3 september 2001 de multinationale CIMIC Group North, bestaande uit Denemarken, Duitsland, Nederland, Noorwegen, Polen en Tsjechië. De CIMIC Group North is ingedeeld bij de Koninklijke Landmacht en gehuisvest op de Nassau Dietz-kazerne in Budel.

De CIMIC-eenheden bij vredesoperaties – zoals het Cimic Support Element (CSE) van 42 (NL) Battle Group SFIR-III in de Stabilisation Force Iraq (SFIR) – zijn ingebed in de internationale commandostructuur onder het commando van de Force Commander, waarbij géén directe aansturing plaatsheeft door de (Chef) Defensiestaf. Ook kan de CIMIC-eenheid op verzoek van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking worden ingezet. Een voorbeeld hiervan is de inzet van het Nederlands gemechaniseerd bataljon binnen de Stabilisation Force (SFOR) in Bosnië-Hercegovina bij het uitvoeren van kleinschalige hulpprojecten van de zgn. ‘Pronk-gelden’. Voorbeelden hiervan zijn de verbouwing van het gemeentehuis in Bugojno en de infrastructurele verbetering van het ziekenhuis in Travnik).

Binnen de NAVO is CIMIC gebaseerd op de volgende brondocumenten:

  • Allied Joint Publication CIMIC-doctrine (AJP-9)
  • Joint Doctrine for Civil-Military Operations (CMO) (JP 3-57)
  • Military Committee-decision 411/1: NATO Military Policy on Civil-Military Co-operation (MC 411/1)

Terug naar boven


CIS-BATALJON

Afgekort : 101 CISbat.

Het binationale, sinds 1 februari 2004 (deels) operationele CIS-bataljon (Command & Information Systems) is ontstaan door samenvoeging van het inmiddels opgeheven cq. nog op te heffen:

  • 11 (NL) Verbindingsbataljon MND(C)

  • 106 (NL) Verbindingsbataljon

  • 108 (NL) Verbindingsbataljon

  • 110 (GE) Fernmeldebataillon

Pas in het voorjaar van 2006 is het CIS-bataljon volledig operationeel.

101 CIS-bataljon, gestationeerd op zowel de Generaal-majoor Kootkazerne als de Majoor Mulderkazerne in Garderen, maakt integraal deel uit van het Duits-Nederlands High Readiness Forces Head Quarters (HRF HQ) in Münster. Binnen HRF HQ ondersteunt het CIS-bataljon de commandovoering en informatievoorziening van de Koninklijke Landmacht door het uitbrengen van een deel van de operationele, flexibele en geïntegreerde Command & Information Systems voor het operationele domein. Tijdens een operatie stelt de commandant van het CIS-bataljon alle CIS-middelen onder bevel bij één of meerdere commandanten.

Het CIS-bataljon is als eerste (verbindings)eenheid overgeschakeld op het nieuwe verbindingssysteem TITAAN: Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network.

Met de invoering van het TITAAN is binnen de binationale Duits-Nederlandse samenwerking een einde gekomen aan zowel het Nederlandse ZODIAC- als het Duitse AUTOKO- verbindingssysteem.

Indien bataljonsstaven en staven van zelfstandige eenheden kleiner dan een bataljon met een Local Area Network (LAN) – basismodule met bijbehorende eindapparatuur – onderling moeten worden verbonden, is de hulp benodigd van 101 CIS-bataljon. In voorkomend geval steekt 101 CIS-bataljon een helpende hand toe met zgn. WAN-middelen (Wide Area Network):

  • satellietcommunicatieapparatuur

  • straalzenders

  • High Frequency-installaties

De WAN-middelen dragen er zorg voor dat grote afstanden tussen de diverse eenheden van bataljonsgrootte kunnen worden overbrugd.

Binnen het CIS-bataljon zijn de verbindingsmiddelen ondergebracht in de nagenoeg identieke A-, B- en C-compagnie; iedere compagnie telt vervolgens drie identieke communicatiepelotons (Commspels) – waarin alle WAN-middelen zijn ondergebracht – en één CIS-peloton – waarin de LAN-basismodules zijn ingedeeld.

Een communicatiepeloton bestaat op zijn beurt uit:

  • commandogroep

  • HF-groep (tweemaal)

  • SATCOM-groep

  • straalzendergroep (tweemaal)

De stafverzorgingscompagnie – bataljonsstaf en logistieke ondersteuningsmiddelen, zoals distributie-, keuken-, klasse III-, onderhoudsdiagnose- en transportgroep – ondersteunt uitsluitend de logistiek én interne opleiding en training op de vredeslocaties in Garderen; bij operationele inzet wordt het CIS-bataljon (of delen van het CIS-bataljon) immers onder bevel gesteld bij de te steunen eenheden.

Terug naar boven


COMBINED

Multinationaal. Het optreden betreft delen of eenheden van twee of meer bondgenoten. Definitie staat omschreven in de NATO Glossary of Terms and Definitions (AAP-15).

In beginsel worden alle operaties van de KL in een ‘combined’ (EU, NAVO, OVSE, VN) omgeving uitgevoerd.

Terug naar boven


COMMAND RESPONSIBILITY

Letterlijk: bevelsverantwoordelijkheid.

Beginsel dat de bevelsmeerdere (superieur, leidinggevende in het algemeen) te allen tijde strafrechtelijk aansprakelijk is voor datgene wat hij doet én wat hij nalaat te doen. Binnen het internationaal recht wordt - uiteraard - het zwaarst aangerekend alles dat te maken heeft met het schenden van de gebruiken, regels, mores en wetten van de oorlog (oorlogsrecht).

De bevelsmeerdere is aansprakelijk voor de oorlogsmisdaden die worden gepleegd door zijn onderhebbende, m.a.w. de bevelsmeerdere is verantwoordelijk voor de daden van anderen. Command responsibility, door de Nederlandse juriste Elies van Sliedregt "strafbaar leidinggeven" genoemd, is gebaseerd op drie peilers:

  • functioneel: de bevelsmeerdere had in zijn functie de oorlogsmisdaden kunnen voorkomen
  • cognitief: de bevelsmeerdere had in zijn functie van de oorlogsmisdaden op de hoogte moeten zijn
  • operationeel: de bevelsmeerdere heeft nagelaten de oorlogsmisdaden te voorkomen

Overigens geldt deze strafrechtelijke verantwoordelijkheid van bevelsmeerdere zowel militairen als burgers. Command responsibility staat onder andere omschreven in:

Sinds de Processen van Neurenberg - begonnen op 20 november 1945 tegen Duitslands belangrijkste oorlogsmisdadigers als Bormann, Doenitz, Göring, Hess, Jodl, Kaltenbrunner, Keitel, Seyss-Inquart, Speer, Von Papen en Von Ribbentrop - geeft het binnen en buiten het oorlogsrecht géén pas meer zich te verschuilen achter "Befehl ist Befehl": als onderhebbende heb je de plicht bevelen en voorschriften niet te gehoorzamen als die in strijd zijn met algemene rechtsprincipes. Als je - bevelsmeerdere of onderhebbende - jezelf onttrekt aan de eigen verantwoordelijkheid en een keuze maakt ten nadele van de menselijke waardigheid, zullen je oorlogsmisdaden worden getoetst aan het (militaire) strafrecht. De Processen van Neurenberg hebben geleerd dat "Ordnung muss sein" en "Wir haben es nicht gewüsst" het mensdom verlagen tot slaaf van de dictatuur.

Voorbeelden van al dan niet discutabele command responsibility  zijn:

  • de Israëlische Minister van Defensie Ariel Sharon die in 1982 die command responsibility (?) had voor tot de invasie in Libanon, waarbij een bloedbad is aangericht in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila
  • de Amerikaanse president Richard Nixon die command responsibility (?) had voor de oorlogsmisdaden van G.I.'s in Vietnam, onder andere in My Lai
  • de Joegoslavische president Slobodan Milosevic die command responsibility (?) had voor de oorlogsmisdaden van facties en milities in Bosnië, Kroatië en Kosovo

Terug naar boven


COMMANDER'S CRITICAL INFORMATION REQUIREMENTS

Afgekort: CCIR.

Onderdeel van de missie-analyse van het besluitvormingsproces. De CCIR is een lijst van informatievereisten die door een commandant zijn vastgesteld als kritisch (belangrijk of dringend) voor het welslagen van zowel het informatiemanagement als het besluitvormingsproces.

De CCIR zijn:

  • alleen geschikt voor de commandant die de CCIR omschrijft

  • direct gekoppeld aan de huidige en toekomstige tactische situatie

  • situationeel afhankelijk

  • gebeurtenissen die voorspelbaar zijn

  • omschreven door de commandant voor elke operatie (binnen zijn Commander’s Intent)

  • tijdgevoelig (time-sensitive)

  • moeten onmiddellijk worden gerapporteerd aan de commandant, staf en ondercommandanten

  • altijd opgenomen in een operatiebevel of -plan

  • verspreid door een communicatiesysteem dat is omschreven in de SOP (Standard Operations Procedure)

Idealiter telt een CCIR 10 of minder punten, teneinde het sturen op te nemen inspanningen te vergemakkelijken.

Alleen de commandant bepaalt welke informatie hij kritisch (belangrijk of dringend) vindt, zulks gebaseerd op:

  • zijn ervaring

  • de operatie

  • de input van zijn staf

  • de Commander’s Intent van zijn naasthogere commandant

De informatie die de commandant over de vijand wil weten behelst de volgende vragen:

  1. Wat wil de vijand?

  2. Waarom wil de vijand dit?

  3. Wanneer wil de vijand het uitvoeren?

  4. Hoe wil de vijand dit uitvoeren?

De CCIR helpt de voor de commandant beschikbare informatie te filteren. Omdat één van de grootste commandantenproblemen informatie-overbelasting is, gaat het erom een besluit te kunnen nemen op wat belangrijk én wat dringend is. De CCIR bepaalt immers direct succes of falen van de operatie. Conform de OODA-loop vindt de CCIR plaats tussen de Observe- en Orient-fasen binnen het (rationele) besluitvormingsproces; hiermee worden irrationele zaken (emotie, intuïtie en psychologie) uitgesloten van het te nemen besluit.

Terug naar boven


CONDITIEPROEF

Met ingang van 1 september 1993 is de conditieproef ingevoerd door de toenmalige Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal H.A. Couzy (reden waarom de conditieproef ook wel Couzy-test wordt genoemd), om aan de consequentie van een veranderde taakstelling van de KL te kunnen voldoen ("direct inzetgereed en uitzendbaar"). Iedere militair moet in staat zijn om aan een basisniveau van militaire fitheid te voldoen.

In de maand van, voorafgaand aan of na de verjaardag - een periode van drie maanden - moet de militair elk jaar opnieuw de conditieproef afleggen.Tot het afleggen van de conditieproef krijgt de militair géén oproep, want de fysieke conditie is een individuele verantwoordelijkheid.

In geval van het niet behalen van de conditieproef kan door het personeel van Lichamelijke Opvoeding/Sport een trainingsprogramma worden verstrekt, waarna herkansing in beginsel binnen 3 tot 12 maanden moet plaatsvinden. Militairen van 40 jaar of ouder moeten, voorafgaand aan het afleggen van de conditieproef, verplicht een bezoek aan de arts brengen, waarbij een elektrocardiogram (ECG) kan worden gemaakt. De militair die is teruggekeerd van een uitzending heeft één jaar uitstel tot het afleggen van de conditieproef.

De onderdelen van de conditieproef zijn:

  • push-ups: meten van de fsyieke kracht door zich vanuit de voorligsteun op te drukken (plaatsing van de armen is hierbij vrij)
  • sit-ups: meten van de fysieke kracht door zich vanuit de rugligging omhoog te bewegen, waarbij het bovenlichaam omhoog komt (knieën hoeven niet gesloten te zijn en armen hoeven niet achter het hoofd gevouwen te zijn)
  • coopertest: meten van het uithoudingsvermogen met de 12-minuten-loop, waarbij in dit tijdsbestek een zo lang mogelijke afstand moet worden hardgelopen

De gehele conditieproef moet binnen een tijdsbestek van 2 uur worden afgelegd.

De eisen voor de mannen zijn:

  COOPERTEST PUSH-UPS SIT-UPS
tot en met 30 jaar 2.400 meter 20 30
31 t/m 35 jaar 2.300 meter 18 27
36 t/m 40 jaar 2.200 meter 16 24
41 t/m 45 jaar 2.100 meter 14 21
46 t/m 50 jaar 2.000 meter 12 18
51 jaar en ouder 1.900 meter 10 15

De eisen voor de vrouwen zijn:

  COOPERTEST PUSH-UPS SIT-UPS
tot en met 30 jaar 1.900 meter 10 20
31 t/m 35 jaar 1.800 meter 8 17
36 t/m 40 jaar 1.700 meter 6 14
41 t/m 45 jaar 1.600 meter 5 11
46 t/m 50 jaar 1.500 meter 4 8
51 jaar en ouder 1.400 meter 3 5

De score van de conditieproef wordt vastgelegd op het 'Registratieformulier Conditieproefscores' (legerformulier 17237, 2de druk), waarvan het eerste exemplaar voor de commandant van de betrokken militair is, het tweede voor de militair zelf, de derde voor de onderdeelsarts en de vierde voor de LO/Sport.

Terug naar boven


CONTINGENCY PLAN 100

Eventualiteitenplan 100, afgekort CP 100, codenaam: Operatie ‘Willem de Zwijger’, naar de ‘Vader des Vaderlands’ Willem van Oranje, alias Willem de Zwijger (1533-1584).

Bij het overlijden van een lid van het Koninklijk Huis treedt in overleg met de Chef van het Militaire Huis van de Koning(in) onmiddellijk Contingency Plan 100 in werking; de laatste twee maal dat zulks voorkwam was bij het overlijden van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Claus in oktober 2002 en het overlijden van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana in maart 2004.

Bedoeling achter CP 100 is om uitvaart en bijzetting zo waardig en stijlvol mogelijk te laten verlopen, ingebed in het door de overledene gewenste militair decorum. Zowel in 2002 als 2004 brachten de gezamenlijke krijgsmachtdelen ± 9.000 militairen op de been, waarbij in Den Haag en Delft (Nieuwe Kerk) op elke twee meter een lid van de krijgsmacht stond.

Terug naar boven


CURVIMETER

Handzaam apparaatje waarmee door middel van het rollen over een topografische kaart de afstand van de geplande route nauwkeurig kan worden gemeten. Verkrijgbaar voor verschillende schalen, ook 1:50.000.

Terug naar boven


Laatste update: 06 augustus 2004