WWW.Boekje-Pienter.NL

Deze website is een groeidocument dat probeert zo veel mogelijk onderwerpen te bundelen die betrekking hebben op de 'way of life' van de militair, outdoor en survival.

           


 

 

 



Inhoudsopgave

KAKO/KOKA     KERNGEDRAGINGEN INSTRUCTEUR

KILROY WAS HERE     KLASSE     KLEINE BEER

KONINKLIJKE MILITAIRE SCHOOL     KOKEN TE VELDE

KORPS MOBIELE COLONNES     KRUISTENT     KRIJGSGEVANGENE

KSES     K.V.P.O.R.


KAKO/KOKA

Het is een gegeven dat in Nederland het magnetische noorden (MN) iets ten westen van het kaartnoorden (KN) ligt. Het verschil tussen beiden, declinatie, is niet met het blote oog waarneembaar. De jaarlijkse verandering (miswijzing) in Nederland bedraagt 2 tot 3 mils (duizendsten). Voor het rekengemak ga ik uit van 2½ mils. Op de stafkaarten van de Nederlandse Topografische Dienst staat de jaarlijkse verandering aangegeven bij de magnetische gegevens in de legenda van het kaartblad.

De rekenformule KAKO/KOKA heeft betrekking op het omrekenen van kaarthoeken naar kompashoeken en vice versa. Omdat een kaarthoek uitgaat van het kaartnoorden en een kompashoek van het magnetische noorden, dient er – gezien de jaarlijkse declinatie – een omrekening plaats te vinden voor een correcte navigatie en oriëntatie in het werken met kaart- respectievelijk kompashoeken.

Gegevens in dit voorbeeld:

  • Stafkaart uit: 1990

  • Jaartal nu: 2004

  • Verschil in jaren: 14

  • Jaarlijkse declinatie: 2½ mils

Overigens:

  • 360 graden = 6.400 mils

  • 0.05625 graden = 1 mils

  • 1 graad = 17,78 mils

Rekenformule van kaarthoek naar kompashoek (KAKO)

KAKO eindigt op de “O” van optellen.

De kaarthoek op een stafkaart uit 1990 onder welke ik ga verplaatsen bedraagt 1.670 mils (94 graden); voor navigatie met behulp van een kompas dien ik de kaarthoek om te rekenen naar een kompashoek. De jaarlijkse declinatie bedraagt 2½ mils. In de omrekening moet het aantal jaren worden vermenigvuldigd met de jaarlijkse declinatie; om de juiste kompashoek te verkrijgen moet de uitkomst worden opgeteld bij de kaarthoek.

In dit voorbeeld:

14 x 2½ = 35
kaarthoek + 35 mils = kompashoek
kompashoek: 1.670 mils + 35 mils = 1.705 mils

Rekenformule van kompashoek naar kaarthoek (KOKA)

KOKA eindigt op de “A” van aftrekken.

De kompashoek onder welke ik ga verplaatsen bedraagt 1.705 mils (96 graden); voor navigatie met behulp van een stafkaart dien ik de kompashoek om te rekenen naar een kaarthoek. De jaarlijkse declinatie bedraagt 2½ mils. In de omrekening moet het aantal jaren worden vermenigvuldigd met de jaarlijkse declinatie; om de juiste kaarthoek te verkrijgen moet de uitkomst worden afgetrokken van de kaarthoek.

In dit voorbeeld:

14 x 2½ = 35
kompashoek - 35 mils = kaarthoek
kompashoek: 1.705 mils - 35 mils = 1.670 mils

Ten overvloede: bovenstaande rekenformule geldt alleen in Nederland!

Terug naar boven


KERNGEDRAGINGEN INSTRUCTEUR

Lijst van 67 concrete gedragingen waaraan de instructeur tijdens het geven van instructie aandacht dient te schenken. De kerngedragingen - afkomstig uit het zgn. Blauwe Boekje (Handleiding Instructeur) én uit de Lijst kerngedragingen instructeur KMS - zijn gegroepeerd rond de fasen tijdens het geven van instructie én de didactische werkvormen:

  1. Gedurende de gehele les

  2. Tijdens het begin van de les

  3. Gedurende de kern van de les

  4. Bij het einde van de les

Gedurende de kern van de les kan vervolgens een onderverdeling worden gemaakt in:

  1. Bij alle didactische werkvormen

  2. Voornamelijk bij overdrachtsvormen

  3. Voornamelijk bij gespreksvormen

  4. Voornamelijk bij opdrachtsvormen

KERNGEDRAGINGEN TIJDENS DE GEHELE LES

1

Bouw de les op volgens instructieaanwijzing en lesplan
2 Geef hoofdzaken en bijzaken aan
3 Leg vaktermen uit
4 Spreek duidelijk en goed gearticuleerd in de richting van de leerlingen
5 Gebruik woorden en zinnen overeenkomstig het niveau van de leerlingen
6 Geef gelegenheid tot het stellen van vragen
7 Demonstreer voorbeeldgedrag
8 Plaats positieve opmerkingen in plaats van negatieve
9 Reageer onopvallend op kleine ordeverstoringen
10 Reageer op de juiste wijze op ernstige ordeverstoringen
11 Kies een zodanige opstelling bij alle werkvormen dat die duidelijk zicht- en hoorbaar is voor alle leerlingen
12 Toon alle werkvormen op het juiste moment en niet langer dan noodzakelijk
13 Geef aan waarop moet worden gelet voorafgaande aan, tijdens en na afloop van het getoonde
14 Zorg dat verstrekte informatie duidelijk leesbaar en hoorbaar is
15 Hanteer een medium overeenkomstig de gebruiksaanwijzing
16 Toon alleen wat van wezenlijk belang is voor het te behandelen onderwerp (need-to-know versus nice-to-know)

KERNGEDRAGINGEN AAN HET BEGIN VAN DE LES

17 Begin na binnenkomst met een praatje (Praatje Pot)
18 Begin de les met een herhaling, overhoring of inleiding (HOI)
19 Maak de leerdoelen van de les bekend en verklaar de leerdoelen
20 Geef het nut/belang van de les aan
21 Leg een relatie met vorige en/of toekomstige leerdoelen
22 Geef de structuur en werkwijze van de les aan
23 Controleer of het begin van de les duidelijk is

KERNGEDRAGINGEN IN DE KERN BIJ ALLE WERKVORMEN

24 Erken ideeën
25 Gebruik ideeën
26 Accepteer gedrag
27 Accepteer gevoelens
28 Prijs zonder argument
29 Prijs met zakelijk argument
30 Verwerp zonder argument
31 Verwerp met zakelijk argument
32 Geef een bijsturende reactie
33 Baken stappen herkenbaar af en leg een relatie tussen de verschillende stappen
34 Vat regelmatig samen voor zoveel mogelijk leerlingen
35 Varieer in presentatie m.b.t. school- of whiteboardbord, overheadprojector, Power Point, andere onderwijsleermiddelen/media, standplaats, blikrichting en stemgebruik

KERNGEDRAGINGEN IN DE KERN BIJ DE VOORDRACHTSVORM

36 Motiveer leerlingen d.m.v. uitspraken
37 Beschrijf feiten op zakelijke wijze
38 Verklaar feiten op zakelijke wijze
39 Geef een persoonlijke mening
40 Wissel de voordrachtsvorm regelmatig af met de andere werkvormen

KERNGEDRAGINGEN IN DE KERN BIJ DE GESPREKSVORM

41 Stel geheugenvragen
42 Stel begripsvragen
43 Stel creatieve vragen
44 Stel persoonlijke meningsvragen
45 Stel de vraag technisch juist:
  • vraag stellen
  • pauze in acht nemen
  • naam van antwoordgever noemen
46 Verdeel de beurten over de klas
47 Vraag oplettendheid
48 Stel juist geformuleerde vragen
49 Speel dezelfde vraag door aan andere leerlingen
50 Vat antwoorden van leerlingen samen
51 Vraag door aan cq. spits toe bij dezelfde leerlingen
52 Speel de vraag van een leerling terug naar andere leerlingen

KERNGEDRAGINGEN IN DE KERN BIJ DE OPDRACHTSVORM

53 Geef een reproduktie-opdracht
54 Geef een toepassingsopdracht
55 Geef een creatieve opdracht
56 Geef een persoonlijke meningopdracht
57 Kijk naar vorderingen tijdens het werk
58 Stel vragen over vorderingen tijdens het werk
59 Kijk naar het resultaat van het werk
60 Betrek leerlingen bij elkaars werk
61 Handel bij (deel)opdrachten op de juiste wijze

KERNGEDRAGINGEN AAN HET EINDE VAN DE LES

62 Vat de leerstof samen
63 Verwijs naar de leerdoelen
64 Ga naar of de leerdoelen zijn gehaald (produkt-evaluatie)
65 Bespreek de resultaten
66 Leg een relatie met het doel of de toekomst
67 Stel het lesverloop aan de orde (proces-evaluatie)

Terug naar boven


KILROY WAS HERE

De Amerikaan James J. Kilroy was in de Tweede Wereldoorlog een scheepsinspecteur op de Fore River Shipyard in Quincy, Massachusetts. Met zijn in geel krijt gekrabbelde “Kilroy was here” gaf hij aan dat een vaartuig zeevaardig was bevonden.

Militairen die op een schip Kilroy’s slogan ontdekten, ervoeren dat Kilroy steeds als eerste ergens was geweest en verspreidden de kreet vervolgens bij wijze van grap op de muren van oorden waar strijd werd geleverd, dus met name in Europa en Zuidoost-Azië. Doordat Kilroy iedere keer ergens als eerste bleek te zijn geweest, kreeg hij in de Amerikaanse krijgsmacht de mythisch-legendarische proporties van een Super-G.I.

Naar verluidt is de kreet “Kilroy was here” zelfs te vinden op de top van de Mount Everest en het Newyorkse Statue of Liberty, aan de onderkant van de Parijse Arc de Triomphe en bovendien op de maan. Het ware verhaal achter Kilroy is te vinden op de BBC-website h2g2.

Terug naar boven


KLASSE

 

I Voeding (eten en drinken), inclusief gevechtsrantsoenen Subsistence (food, rations and water)
II

PGU, persoonlijke wapens, reservedelen en gereedschappen

Clothing & Individual equipment
III Brandstof, oliën, smeermiddelen, chemicaliën en onderhoudsmiddelen (BOSCO) Petroleum, oils and lubricants (POL)
IV

Goederen niet behorend tot de eenheid, zoals: bouwmaterialen,         bulkmateriaal, onderwijsleermiddelen en veldversterkingsmiddelen (incl. draadhindernissen en mijnen)

Barrier materials, construction materials and fortification materials
V

Munitie, inclusief nucleaire, biologische, chemische en specialistische strijdmiddelen (explosieven en chemicaliën)

Ammunition (Ammo)
VI ParestoI- en Dutch Army Shop-artikelen, incl. bier en sterke drank  Personal convenience/demand items
VII Rollend, varend en vliegend materieel, incl. brugleggers, raketlanceerinrichtingen, administratieve en tactische voertuigen, raketten en (speciale) wapens Major end items (trucks, tanks, buses)
VIII Geneeskundige gebruiks- en verbruiksartikelen Medical supplies
IX Reserveonderdelen m.b.t. materieel Repair parts and components
X Niet-militaire ondersteuningsmaterialen m.b.t. landbouw en economische opbouwactiviteiten t.b.v. CIMIC Non-military materials & Miscellaneous supplies

Terug naar boven


KLEINE BEER

Ursa Minor. Sterrenbeeld dat, evenals de Grote Beer (Ursa Major), de vorm van een steelpan heeft. Bestaat uit zeven sterren: twee grote en vijf kleine. De staartster aan het einde van de steel - de helderste ster van de Kleine Beer - is de Poolster (Stella Polaris).

Terug naar boven


KONINKLIJKE MILITAIRE SCHOOL

Afgekort: KMS. Walhalla van de onderofficier in het Noord-Limburgse Weert.

In 1949 startte in Wezep een onderofficiersopleiding; in 1950 een in Ede. In 1952 zijn beide onderofficiersopleidingen gebundeld in én ondergebracht op de Van Hornekazerne in Weert: gedurende de eerste jaren stond de school bekend als de Onderofficiers School (OOS). Als officiële oprichtingsdatum wordt 1 september 1951 aangehouden. 

Op 1 september 1961 werd door Z.K.H. Prins Bernhard het predikaat 'Koninklijk' uitgereikt aan de OOS; vanaf dan gaat de onderofficiersopleiding als Koninklijke Militaire School door het leven. Bij Koninklijk Besluit heeft de KMS sinds 5 september 1973 een eigen vaandel verkregen.

Op 31 augustus 2001, onder het commando van luitenant-kolonel Ruud Vermeulen, vierde de KMS haar 50-jarig jubileum.

Op 13 november 2003 is op de KMS aan het Korps Onderofficieren de Prins Mauritsmedaille van de Koninklijke Nederlandse Vereniging 'Ons Leger' uitgereikt.

De school leidt dus onderofficieren op, waarbij de nadruk ligt op kader- en militaire vorming. Aspirant-onderofficieren worden voorbereid op leidinggeven op de (uitvoerende) niveaus I en II: militaire basisvaardigheden (skills & drills), zoals basisgevechtstechnieken, exercitie, fysieke vaardigheden, kaartlezen en schieten. Niveau I en II betreffen dan ook de instructie aan het individu en de groep.

De aspirant-onderofficier volgt achtereenvolgens:

  • Algemene Militaire Opleiding (AMO): 8½ maand vorming in de militaire basisvaardigheden (skills & drills)
  • Algemene Kader Opleiding (AKO): 5 maanden vorming in het domein van de onderofficier (leider, vakman en instructeur)
  • Vaktechnische Opleiding (VTO): afhankelijk van het wapen of dienstvak

De KMS beschikt over een sportcomplex (genoemd naar sgt1 Pieter van Wesel), zwembad, hindernisbaan, touwbaan, sintelbaan, klimtoren en kleinkaliberwapen-schietsimulator. Tot slot kent de KMS de Historische Verzameling KMS, gevestigd in 'De Bastion' en heropend op 22 november 2003.

Koninklijke Militaire School

Van Hornekazerne
Kazernelaan 101

6006 SP  Weert

Postbus 976

6000 AZ  Weert

Telefoon: 0495-462654 Email: info.kms@rnla.mindef.nl

Terug naar boven


KOKEN TE VELDE

Het gegeven dat de landmacht vroeger (“Vroegah was alles beter!”) een heus Voorschrift ‘Koken te velde’ had (VS 10-104), bewijst A] dat vroeger sommige dingen zo niet beter dan wel uitgebreider waren en B] dat de summiere aandacht die in hoofdstuk 28 (“Overleven”) van het Handboek KL-militair aan het onderwerp wordt besteed ietwat aan de korte kant is.

Voordat wordt begonnen aan zoiets delicaats als het bereiden van eetbaars uit klasse I verdient het aanbeveling de bak- en braadkunst van topkoks als Pierre Wind te raadplegen.

Daarnaast, en zeker in droge perioden, moet voordat met koken te velde wordt begonnen contact worden opgenomen met boswachter of terreinopzichter.

De meest beoefende kookstelling binnen de KL is de veldoven (hoofdstuk 28, bladzijde 28-9, 5de Opgave van Wijziging).

Terug naar boven


KORPS MOBIELE COLONNES

Het KMC, opgericht in 1955 (dus na de watersnoodramp van 1953) met als reden dat de vrijwilligersorganisatie Bescherming Bevolking (BB) op bepaalde gebieden personeel te kort kwam, is enige tijd het vierde krijgsmachtdeel geweest (1955-1963).

Omdat het personeel van het KMC – allen lid van de militair geneeskundige dienst – werd opgeleid in brandweer-, reddings- en eerstehulp-werkzaamheden, konden in geval van een ramp of calamiteit, tienduizenden reservisten in vijftien mobiele colonnes op de been worden gebracht. Zo’n colonne was van bataljonsgrootte. De brandweer-, reddings- en drinkwatervoorzieningseenheden van het Korps Mobiele Colonnes (KMC) konden zo op provinciale en landelijke schaal 'militaire steunverlening' verzorgen: hulpverlening door de krijgsmacht – niet zijnde militaire bijstand (hulpverlening door de krijgsmacht ter handhaving van de openbare orde, ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en ingeval van een ramp of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan) of bijzondere militaire bijstand (hulpverlening door de krijgsmacht aan justitiële autoriteiten in geval van terroristische acties of bijzondere militaire bijstand) – in het openbaar belang en in overige gevallen.

Na de opheffing van het KMC in 1992 is het opgevolgd door het Bureau Militaire Rampenbestrijding, dat vijf rampenbestrijdingsbataljons met in totaal 4.000 redders en hospikken op de been kon brengen. Zowel het KMC als het BMR waren gehuisvest op de Kolonel Palmkazerne in Crailo (Bussum).

Na de opheffing werden de taken van het KMC, maar ook die van de BB, overgeheveld naar de civiele brandweerkorpsen.

Terug naar boven


KRUISTENT

Tent die onder andere wordt gebruikt bij de opbouw van geneeskundige inrichtingen. De kruistent (NSN: 8340-17-049-7195) meet 5,80 x 7,85 meter en heeft een grondoppervlakte van 45,5 m².

Benodigdheden voor de kruistent zijn:

  • 1 x tentdoek met foedraal
  • 1 x zak met toebehoren
  • 2 x kist met grondplaten, koppelstukken en spanriemen
  • 3 x grondzeil 3 x 6 meter
  • 5 x nokligger met klauwen
  • 18 x ligger (3 pakketten à 6 stuks)
  • 30 x staander (6 pakketten à 5 stuks)

De specificaties van de kruistent zijn:

lengte 785 cm
breedte 580 cm
oppervlakte 45,5 m²
gewicht tentdoek in foedraal 116 kg
opzetten boogtent door 5 personen in 15 minuten

De kruistent kan worden gekoppeld aan de boogtent, die op zijn beurt kan worden gekoppeld aan de vestibule.

Met dank aan de website van de Stichting Bravo Compagnie (13 november 2002).

Terug naar boven


KRIJGSGEVANGENE

Volgens Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal een militair die in de oorlog in handen van de vijand is gevallen.

Artikel 4 van de ‘(Derde) Conventie van Genève met betrekking tot de behandeling van krijgsgevangenen’, gedateerd 12 augustus 1949, is wat betreft de status van een krijsgevangene specifieker: ieder lid van de strijdkrachten van een partij in een gewapens conflict is een combattant en iedere combattant die wordt gevangengenomen door de tegenpartij is een krijgsgevangene.

Onder een combattant wordt verstaan: iedereen die deel uitmaakt van de strijdkrachten van een partij in een gewapend conflict, en verder ongeorganiseerde strijdkrachten die:

  • hun wapens openlijk dragen

  • een zekere bevelsstructuur hebben

  • het oorlogsrecht respecteren

Onder bepaalde omstandigheden kunnen ook burgers krijgsgevangen worden gemaakt. Te denken valt hier aan burgers die de strijdkrachten volgen zonder daarvan deel uit te maken (geaccrediteerde oorlogsverslaggevers, leveranciers e.d.).

Het begin van krijgsgevangenschap kan kenbaar gemaakt worden door bijvoorbeeld het laten zien van een witte vlag: militairen die zich op deze manier overgeven moeten worden gevangengenomen, omdat het humanitair oorlogsrecht het "weigeren van kwartier" (genade) verbiedt.

De hoofdregel uit zowel het humanitair oorlogsrecht als het Derde Verdrag van Genève is dat krijgsgevangenen altijd humaan moeten worden behandeld. Opzettelijk doden, verwonden of op een andere manier hevig lijden veroorzaken, is verboden. Alle krijgsgevangenen moeten gelijkelijk worden behandeld, maar uitzonderingen zijn toegestaan op grond van:

  • leeftijd

  • geslacht

  • lichamelijke gesteldheid

  • rang (officieren)

De Nederlandse militair moet zich houden aan de gedragsregels zoals die zijn omschreven in de ‘Regeling gedragsregels voor de Nederlandse militair in krijgsgevangenschap’. Artikel 3 hierin geeft aan dat de krijgsgevangene bij ondervraging is gehouden de vijand en onderdanen van de gevangenhoudende mogendheid (ten behoeve van registratie over het krijgsgevangen maken) slechts mededeling te doen van naam, voornamen, geboortedatum, rang en registratienummer. Andere vragen mogen weliswaar worden gesteld, maar iedere vorm van druk, dwang of marteling om de krijgsgevangene te laten antwoorden is hierbij verboden.

Artikel 5 hierin geeft aan dat, indien zich een geschikte gelegenheid voordoet, van de krijgsgevangene wordt verwacht dat deze zich aan de gevangenschap zal onttrekken om zich weer bij een eigen of bondgenootschappelijk krijgsmachtonderdeel te voegen.

Ernstige inbreuken op zowel het humanitair oorlogsrecht als het Derde Verdrag van Genève zijn:

  • opzettelijk doden, martelen of onmenselijk behandelen

  • doen van biologische experimenten op krijgsgevangenen

  • opzettelijk veroorzaken van hevig lijden, ernstig lichamelijk letsel of ernstige schade aan de gezondheid

  • krijgsgevangenen dwingen te dienen in de strijdkrachten van de tegenstander

  • opzettelijk onthouden van een eerlijk proces in geval van berechting van een krijgsgevangene

Zie ook O.F.S.S.L.A. en paragraaf 4 (De behandeling van krijgsgevangenen), hoofdstuk 9 (Inlichtingen en militaire veiligheid) van het Handboek KL-militair (VS 2-1352).

Terug naar boven


KSES

Afkorting staat voor: Kommando Schnelle Einsatzkräfte Sanitätsdienst. De KSES - zoals de naam al aangeeft een Duitse geneeskundige paraplu-eenheid - is gelegerd op Von-Lettow-Vorbeckkaserne, Papenburger Strasse 82, 26789 Leer (Ostfriesland).

Taakstelling KSES:

  • verzorgen van reddings- en evacuatieoperaties

  • ondersteunen van zowel de Division Spezielle Operationen (DSO) als de Division Luftbewegliche Operationen (DLO)

  • verzorgen van Initial Entry Capability voor de NATO Response Force (NRF)

  • spoedinzet in het kader van humanitaire nood- en rampenhulpverlening

  • leiden van de gezondheidszorginzet van het KSES

  • transporteren van gewonden in het inzetgebied

  • leiden van inzetopties in het kader van humanitaire nood- en rampenhulpverlening

  • beschikbaar stellen van een mobiele commandopost voor de Zentraler Sanitätsdienst der Bundeswehr (ZSanDstBw).

Terug naar boven


K.V.P.O.R.

Na de analyse van de opdracht geeft de commandant het waarschuwingsbevel (wabev) uit. Het wabev geeft een komende verandering van richting en/of beweging aan:

K Komende actie Informatie over vijand/andere partijen/facties/milities: wie, wat, waar, wanneer, hoe en met welke middelen
V Voorbereidingen & Verplaatsingen Uit te voeren deeltaken; trainen voor komende actie (trappen van voorbereiding); gevechtsgereed maken (FUCO 1)

Wijze van verplaatsen; over welke afstand verplaatsen

P Plaats en tijd bevelsuitgifte Door zorg van (O)PC
O Onderbevelstellingen Ondersteunende eenheden
R Reactietijd Graad van gereedheid                                                            +                                                                       Verplaatsingstijd                                                                        +                                                                                   Ontplooiingstijd

Zie ook reactietijd

Terug naar boven


Laatste update: 15 augustus 2004