WWW.Boekje-Pienter.NL

Deze website is een groeidocument dat probeert zo veel mogelijk onderwerpen te bundelen die betrekking hebben op de 'way of life' van de militair, outdoor en survival.

           


 

 

 



Inhoudsopgave

MAG     MASKEROEFENRUIMTE     MAUSER SR-93     MEAL READY TO EAT

MEDEVAC     MEDICAL TASK FORCE NRF-4     MEDSITREP

M.E.T.H.A.N.E.     MILITAIRE BASISEISEN

MILITAIRE LICHAMELIJKE VAARDIGHEID

MILITAIRE SATELLIETCOMMUNICATIE     MILITAIRE WILLEMSORDE

MILITAIR GENEESKUNDIG FACILITAIR BEDRIJF

MILITARY TRAFFIC MANAGEMENT COMMAND

MINISTER VAN DEFENSIE     MISSION CREEP     MISSION STATEMENT

MOGOS     MOST     MUNITIEKLEURCODERINGEN


MAG

Mitrailleuse à gaz. Volautomatische lichte mitrailleur die onder andere bij de Koninklijke Landmacht in gebruik is. Wordt geproduceerd bij Fabrique National Herstal in België.

Technische gegevens:

Effectieve dracht

1.000 m (vanaf voorsteunen) of 1.500 m (vanaf affuit)

Dracht

tot 2.000 m

Vuursnelheid

650 tot 1.000 patronen per minuut

Lengte wapen

126 cm

Lengte loop

63 cm

Gewicht wapen

11,8 kg

Gewicht patroontrommel (230 patronen)

8 kg

Gewicht loop

3 kg

Koeling

luchtgekoeld

Kaliber

.308 (7.62 mm NATO x 51 mm)

Terug naar boven

MASKEROEFENRUIMTE

Afgekort: MOR. In de MOR worden oefeningen gehouden om het dragen van én werken met het NBC-masker FM-12 aan te leren dan wel te verbeteren. Doel van de oefeningen is:

  • controleren of het bandenstel van het NBC-masker correct is afgesteld

  • uitvoeren van de drinkprocedure in een gasomgeving

  • herstellen van de gasdichtheid

  • opzetten van het NBC-masker vanuit de NBC-beschermingsgraad ‘chemisch matig’ én het sluiten van de kleding

  • opzetten van het NBC-masker vanuit de NBC-beschermingsgraad ‘chemisch hoog’ én het sluiten van de kleding

  • ontsmetten na besmetting met chemische strijdmiddelen, gevolgd door het opzetten van het NBC-masker én het sluiten van de kleding (‘chemisch matig’).

Ook MOR-oefeningen zijn "nabootsingen van de werkelijkheid". Het is dus niet de bedoeling dat leerlingen angst aangekweekt krijgen voor de MOR, maar juist dat zij het zelfvertrouwen ontwikkelen om in een gasomgeving te werken.

Tips vóór het draaien van een MOR-oefening:

  • controleer vooraf met amylacetaat de gasdichtheid van het NBC-masker

  • zorg dat alle NBC-maskers passend zijn en het bandenstel correct is afgesteld

  • laat het personeel vooraf de MOR zien (plus ontsnappingsmogelijkheid in geval van nood)

  • stel het personeel op gemak (geen stoere verhalen, maar de werkelijkheid)

  • vertel het personeel wat te doen bij lekkage van het NBC-masker of andere problemen (hand opsteken, niet naar instructeur toekomen)

  • controleer de heersende windrichting; stel het de MOR ingaande personeel bovenwinds (=aan de kant waar de wind vandaan komt) op én het de MOR uitkomende personeel benedenwinds (=aan de kant waar de wind naartoe waait)

  • gebruik als instructeur altijd NBC-beschermende kleding

  • beoefen een MOR-oefening zo mogelijk vooraf 'droog'

  • klop na afloop, met het NBC-masker nog in beschermstelling, de kleding af

  • zorg dat het personeel na afloop niet in de ogen wrijft ter voorkoming van onnodig lange irritatie

Alle informatie met betrekking tot de MOR kan worden nagelezen in VS 3-250 (NBC-masker).

Terug naar boven

MAUSER SR-93

Duits scherpschuttersgeweer. Binnen de Nederlandse krijgsmacht alleen exclusief in gebruik bij de Bijzondere Bijstands Eenheid van het Korps Mariniers. De Mauser SR-93 is effectief tot 800 meter en de munitie - .300 Winchester Magnum (7.62 mm) of .338 Lapua Magnum (8.6 mm) - pantserdoorborend.

Terug naar boven

MEAL READY TO EAT

Acroniem: MRE.

Het MRE is, zeg maar, het Amerikaanse gevechtsrantsoen. De gemiddelde Amerikaanse militair noemt het cynisch een “Meal Rejected by Ethiopians”, maar het zijn hoe dan ook ware overlevingspakketten voor 24 uur.

Elke Amerikaanse militair die een operatie in gaat heeft een MRE-voorraad voor driemaal 24 uur bij zich. Daarbij is er keus uit 24 menu’s. In een MRE-pakket zit bijvoorbeeld appelmoes, cappuccinokoffie, chocoladekoekjes, hartkeks, kaas en oplosdrankjes. De favoriet van menigeen is een waar collector’s item: een glazen Tabasco-miniatuurflesje met 1/8ste ounce rode pepersaus.

Het MRE kan worden verhit met een zgn. ‘flameless heater’, een chemische reactie die plaatsheeft door in een zak - waarin een aluminium zak met rantsoen is geplaatst - water (H2O) toe te voegen aan de daarin aanwezige ongebluste kalk/calciumoxyde (CaO). De exotherme reactie zorgt voor het zelfverwarmen van het voedsel.

Een MRE is met de grootst mogelijke zorg ontwikkeld door het U.S. Army Soldier Systems Center, gevestigd in Natick, Massachusetts. Het MRE kan drie jaar worden bewaard bij een temperatuur van 26,5 graden Celsius.

Terug naar boven

MEDEVAC

Acroniem voor Medical Evacuation.

Snel transport van ernstig gewonden, met name traumapatiënten, vanaf de plaats van het ongeval (calamiteit, eventualiteit, ramp) naar een geneeskundige inrichting door een speciaal daartoe ingerichte helikopter, waarin levensreddende handelingen kunnen worden verricht, met aan boord specialistisch opgeleid medisch personeel (b.v. flight nurse). Volgens de Leidraad Air Manoeuvre is de helikopter - conform de regels van het humanitair oorlogsrecht - voorzien van het voorgeschreven kenteken (rode kruis op wit veld) en gebruikt de voorgeschreven herkenningsseinen (licht en elektronisch).

De Amerikaanse krijgsmacht pionierde met deze vorm van ‘air-lifted’ gewondentransport tijdens de Korea-oorlog (1950-1953).

Voorbeeld van een MEDEVAC-helikopter is het verzorgen van een Incident Response Team vanuit Sipovo, Bosnië-Hercegovina, dat medische evacuatievluchten verzorgt binnen het inzetgebied van de Stabilisation Force (SFOR), Multinational Division Southwest (MND-SW).

Binnen de Nederlandse krijgsmacht houdt 334 Squadron van de Koninklijke Luchtmacht zich bezig met het strategisch MEDEVAC-luchtgewondentransport. Daartoe beschikt de eenheid over transportvliegtuigen van het type C-130 Hercules en Fokker-60 Utility.

Ten behoeve van tactische MEDEVAC, d.w.z. in het operatiegebied, maakt de Koninklijke Luchtmacht gebruik van de middelzware transporthelikopter Cougar MK II, die twee liggende patiënten op draagbaar kan vervoeren.

In Nederland wordt het patientenvervoer door de Search and Rescue (SAR) 303 Squadron van de Koninklijke Luchtmacht vanaf de Waddeneilanden (Vlieland) naar de Vliegbasis Leeuwarden ook wel, maar ten onrechte, gezien als MEDEVAC.  

Verschilt derhalve van de CASEVAC.

Terug naar boven

MEDICAL TASK FORCE NRF-4

Afgekort: MedTF.

De MedTF, een combined geneeskundige eenheid ter grootte van een bataljon, maakt deel uit van NRF-4, de vierde rotatie binnen de NATO Response Force waaraan invulling zal worden gegeven door de lead nations Duitsland (GE) en Nederland (NL).

De MedTF zal bestaan uit de volgende onderdelen:

  • Bataljonsstaf (GE/NL)

  • Stafondersteuningscompagnie (GE/NL)

  • MEDEVAC-compagnie (GE/NL)

  • Role 2-compagnie (GE)

  • Role 2-compagnie (NL)

Hoofdleveranciers voor de Nederlandse eenheden binnen de MedTF zijn:

  • 43 Geneeskundige Compagnie van 43 Gemechaniseerde Brigade (Johannes Postkazerne, Havelte)

  • 422 Hospitaalcompagnie van 400 Geneeskundig Bataljon (Generaal Spoorkazerne, Ermelo)

Tezamen met Duitse en Belgische zustereenheden zullen deze eenheden deze nieuwe eenheid vormen en deel uitmaken van NRF-4.

43 Geneeskundige Compagnie wordt binnen de MedTF herverdeeld:

  • Compagniesstaf naar Stafondersteuningscompagnie

  • Logistiek peloton naar Stafondersteuningscompagnie

  • Verbandplaatspeloton (via Hulppostpeloton) naar MEDEVAC-compagnie

  • Hulppostpeloton naar MEDEVAC-compagnie

  • Ziekenautopeloton naar MEDEVAC-compagnie

422 Hospitaalcompagnie levert het leeuwendeel van de Nederlandse role 2-compagnie, die feitelijk bestaat uit een samengaan van 422 Hospitaalcompagnie met 570 MOGOS-peloton; hierbij wordt MOGOS leading.

Terug naar boven

MEDSITREP

Afkorting van Medical Situation Report: dagelijkse verslag van de toestand van de (militaire) gezondheidszorg van één of meerdere geneeskundige inrichtingen en/of het militaire inzetgebied in zijn totaliteit.

De MEDSITREP kan bijvoorbeeld informatie bevatten over:

aantal patiënten dat is gezien
soort verwondingen en ziekten van de patiënten (EPINATO)
status van de klasse VIII-goederen (geneeskundige gebruiks- en verbruiksartikelen)
status van de geneeskundige uitrusting
status van de medische evacuaties (MEDEVAC)
capaciteit van de geneeskundige inrichtingen in de Area of Responsibility (AOR)
Terug naar boven

M.E.T.H.A.N.E.

Aanvraagprocedure in het kader van een MEDEVAC indien zich een ernstig ongeval met één of meer ernstige gewonden heeft voorgedaan. Zo spoedig mogelijk dient vervolgens onderstaande melding te worden gedaan aan de hulpverleningsautoriteit:

M

My name

Naam (evt. roepnaam) van de melder van het ongeval (functie van melder; bereikbaarheid van melder m.b.t. verbindingsmiddelen; plaats van melder)

E

Exact location

Exacte ongevalslocatie (GPS, 8-cijfercoördinaat en beschrijving van omgeving)

T

Type of incident

Aard van het ongeval (brand, IED, mijn, ongeval)

H

Hazards

Gevaren - en potentiële gevaren - op ongevalslocatie (brand, mijn, verontreiniging, giftige rook)

A

Access to the scene

Bereikbaarheid van én toegang tot ongevalslocatie (coördinaat)

Dichtstbijzijnd pick-up point helikopter (Heli Landing Site)

N

Number and types of casualties

Aantal verwondingen (P1 t/m P3 in aantallen)

Soorten verwondingen (lopend, liggend, kinderen, ernstige bloedingen, wel of niet ademend)

E

Emergency services on scene

Soort en aantal hulpverleningsdiensten dat reeds ter plaatse is (arts, medic, verpleegkundige, ZHKH)

Is een helikopter benodigd?

Terug naar boven

MILITAIRE BASISEISEN

De aan iedere militair te stellen minimale algemene eisen die moeten garanderen dat betrokkene in staat moet worden geacht om als militair te functioneren onder algemene operationele omstandigheden, na de juiste opleiding en training.

De militair moet voldoen aan:

  • lichamelijke eisen

  • eisen van opleidbaarheid

  • psychische eisen

  • sociale eisen en vaardigheden

Militaire basiseisen zijn “een absolute ondergrens”, ongeacht de functie die betrokkene vervult. Zij zijn van kracht met ingang van 1 november 1998. Overige functie-eisen – zoals aanvullende opleidingseisen, aanvullende fysieke eisen en aanvullende persoonlijkheidseisen – worden opgenomen in de functiebeschrijving.

De militaire basiseisen zijn kenbaar gemaakt in bijlage A bij brief BLS (luitenant-generaal M. Schouten) KAB/1998/11628 d.d. 4 juni 1998. Aan deze eisen moet een militair zijn gehele loopbaan voldoen, wil er sprake zijn van militaire geschiktheid. Het niet voldoen aan de militaire basiseisen zal leiden tot ongeschiktheid voor de militaire dienst.

Militaire basiseisen moeten niet worden verward met aanname- en keuringseisen.

Lichamelijke eisen

De militair:

  • Is in staat de fysieke test (bestaande uit sit-ups, push-ups en een 12-minutenloop) in de voor hem/haar geldende leeftijdscategorie met goed gevolg af te leggen.

  • Is in staat om het militaire tenue (GVT) te dragen, inclusief hoge schoenen, een helm en een scherfwerend vest die standaard in de KL aan het personeel wordt verstrekt. Het scherfwerend vest moet minimaal ± 8 uur per etmaal kunnen worden gedragen.

  • Is in staat de gevechtsuitrusting I (cfm VS 2-1352, Handboek militair, hoofdstuk 32, punt 8c) te dragen gedurende 1 uur. De gevechtsuitrusting I bestaat uit de basisgevechtsuitrusting (persoonlijk wapen, patroonhouders, nbc-masker in draagtas, helm met overtrek, draagsysteem, pionierschop met foedraal, veldfles met drinkbeker en hoes, zakmes en noodverband) aangevuld met de rugzak.

  • Is in staat een handvuurwapen te hanteren.

  • Is in staat zonder zichzelf daarmee lichamelijke schade toe te brengen op onregelmatige tijden te werken, eten en rusten.

  • Is in staat gedurende ten minste 6 maanden qua voeding gebruik te maken van de standaard KL-klasse I, inclusief gevechts- en noodrantsoenen, zonder dat het uitblijven van een speciaal dieet schade voor de gezondheid oplevert of verminderde operationele inzetbaarheid tot gevolg heeft.

  • Beschikt over voldoende gezichts- en gehoorvermogen en voldoende spraakverstaanbaarheid om te velde te kunnen functioneren.

  • Is niet afhankelijk van medicatie die persoonlijk risico met zich meebrengt bij functioneren onder operationele omstandigheden òf risico of belasting met zich meebrengt voor zijn/haar eenheid onder operationele omstandigheden.

  • Is in staat een discontinuering van medicatie voor een chronische aandoening te overbruggen gedurende 30 dagen zonder dat dit voor hem/haar tot schade voor de gezondheid leidt.

  • Heeft een gebit dat in een zodanige toestand verkeert dat een dental fit-verklaring kan worden afgegeven.

Eisen van opleidbaarheid

De militair beschikt over voldoende vooropleiding en/of intellectueel vermogen om de Algemene Militaire Opleiding met succes te kunnen afronden en beschikt tevens over voldoende algemene ontwikkeling om op het van hem/haar te verwachten niveau opleidbaar te zijn voor een militaire functie.

Psychische eisen

De militair:

  • Vertoont (bij aanname) geen psychische of psychiatrische stoornissen die de militaire inzetbaarheid beïnvloeden en/of waarvoor specialistische behandeling noodzakelijk is.

  • Is in staat 6 maanden operationeel over de gehele wereld te worden ingezet, zo mogelijk onderbroken door ten minste 1 verlofperiode, zonder dat dit leidt tot (blijvende) psychische schade en/of disfunctioneren uitsluitend op grond van het feit dat hij/zij als zodanig wordt ingezet.

  • Is geschikt om incidenteel onder psychische druk te presteren op het van hem/haar te verwachten functiegroep niveau.

  • Heeft in het verleden geen psychische en/of psychiatrische stoornissen vertoond, die bij een recidief voor hem/haar en/of zijn/haar eenheid onder operationele omstandigheden tot risico’s zou kunnen leiden voor hem/haar en/of zijn/haar eenheid.

  • Is niet psychisch (en/of lichamelijk) afhankelijk van alcohol of drugs en lijdt niet aan gokverslaving.

  • Is in staat in vol-continudienst (ononderbroken dienst) te werken.

Sociale eisen en vaardigheden

De militair:

  • Is sociaal en communicatief gezien in staat in groepsverband onder operationele omstandigheden te functioneren. Dit houdt onder meer in dat de militair de Nederlandse taal zodanig beheerst, dat hij/zij operationeel inzetbaar is.

  • Bezit voldoende basale sociale vaardigheden om op het van zijn/haar te verwachten niveau adequaat te blijven functioneren indien hij/zij wordt geconfronteerd met onbekende situaties in een omgeving met andere maatschappelijke en/of culturele opvattingen en/of andere gedragsregels.

  • Is sociaal gezien in staat 6 maanden operationeel te worden ingezet, zo mogelijk onderbroken door ten minste 1 verlofperiode.

Terug naar boven

MILITAIRE LICHAMELIJKE VAARDIGHEID

Afgekort: MLV.

MLV-proeven worden afgenomen onder verantwoordelijkheid van het personeel van de LO/Sport op de kazerne. De afnameperiode bedraagt maximaal 30 aaneengesloten kalenderdagen. Tussen het niet slagen en een hernieuwde poging dient een periode van tenminste drie maanden in acht te worden genomen. De volgorde waarin de proeven worden afgenomen is vrij. De MLV-proeven kunnen collectief worden afgelegd per eenheid, indien het afnemen van de MLV-proeven is opgenomen in het Fysieke Opleidings- en Trainingsprogramma van de eenheid, maar ook individueel op basis van vrijwilligheid. Tussen het met goed gevolg afleggen van de MLV-proeven en het opnieuw afleggen dient een periode van tenminste zes maanden in acht te worden genomen.

Onderdeel

Tenue

Tempoloop over 1.000 meter

GVT-1 met MLV-wapen

Duurloop over 5.000 meter

Sporttenue met sportschoenen

Catcrawl over 10, 15, 20 of 23 meter, vanuit apenhang

GVT-1 zonder helm

Hindernisbaan, standaard of internationaal

GVT-1 zonder helm

Ver- of juistheidswerpen, met werpgewichten (heren 550 gram, dames 350 gram)

GVT-1 zonder helm

Touwklimmen, 3 tot 7½ meter

GVT-1 zonder helm

Zwemmen over 200 meter (facultatief)

Zwemtenue

Terug naar boven


MILITAIRE SATELLIETCOMMUNICATIE

Afgekort: MilSatCom.

Officieel in gebruik genomen op 1 januari 2005.

Militaire tegenhanger van Station 12, ‘It Greate Ear’ (‘Het Grote Oor’), het grondstation voor civiele satellietcommunicatie op 1,5 km ten noordwesten van het Friese oord Burum (kaartcoördinaat 32 U FV 142076). ‘It Greate Ear’ is een achttien hectare groot terrein waarop zich paraboolantennes bevinden die in diameter variëren van 2,4 tot 32 meter. Via het gewone telefoonnet en straalzenders wordt het Europese en intercontinentale verkeer vanuit Nederland en een aantal omliggende landen verzameld. Antennes stralen het verkeer op naar één van de boven de aarde hangende satellieten. Op talrijke plaatsen ter wereld zijn soortgelijke stations gevestigd, die het satellietverkeer opvangen en via het eigen kabelnet doorzenden naar de bestemming.

MilSatCom wordt uitgevoerd door vier schotels met een diameter tussen zeven en elf meter vanaf de Lodewijk Willem van Nassaukazerne in Zoutkamp, Groningen. Indien de behoefte toeneemt kunnen nog eens vier schotels worden bijgeplaatst. De schotels garanderen het data- en spraakverkeer tussen de operationele eenheden in den vreemde en de statische organisatieonderdelen van het Ministerie van Defensie in Nederland. In een nabijgelegen gebouw op de WLvN-kazerne wordt het satellietcommunicatiesysteem gekoppeld aan het glas- en/of kopervezelnetwerk.

Ten behoeve van het ontvangen van én zenden met de eenheden in missiegebieden krijgt de Koninklijke Landmacht 32 tactische terminals (mobiele schotels). De tactische terminals worden ondergebracht bij 101 CIS-bataljon in Garderen, die elk exemplaar met twee personen opzet. In de eerste helft van 2005 maken de tactische terminals reeds deel uit van het communicatienetwerk voor de NATO Response Force

Op talrijke plaatsen ter wereld zijn soortgelijke stations gevestigd, die het satellietverkeer opvangen en via het eigen kabelnet doorzenden naar de bestemming.

De behoefte aan militaire in plaats van civiele satellietcommunicatie komt voort uit de gewijzigde, flexibele inzet van de Nederlandse krijgsmacht en de sterk gestegen informatiebehoefte. Nadeel van civiele dus externe providers is dat de satellietcapaciteit niet gegarandeerd is.

MilSatCom kan ook de verbindingen tussen operationele eenheden onderling verzorgen, bijvoorbeeld als de huidige verbindingsmiddelen (radio, straalzender) niet toereikend zijn.

Terug naar boven


MILITAIRE WILLEMSORDE

Afgekort: MWO. De hoogste Nederlandse dapperheidsonderscheiding, op 30 april 1815 door Koning Willem I in het leven geroepen. Volgens de wet is de MWO bedoeld voor personen die zich “in de strijd door het bedrijven van uitstekende daden van moed, beleid en trouw, hebben onderscheiden”. Overigens hoeft dat niet in oorlogstijd te zijn: het woord 'oorlog' wordt in de wet namelijk niet genoemd. Ook tijdens vredesoperaties zijn er situaties van "strijd" denkbaar.

In 1815 was er alle aanleiding voor de stichting van een militaire orde zoals de Militaire Willemsorde. Nederland werd geconfronteerd met de Franse opmars onder leiding van Napoleon. De MWO is bedoeld als een zgn. verdienstenorde, d.w.z. zonder onderscheid voor rangen en standen en onafhankelijk van adeldom.

De MWO kent vier klassen:

  • Ridder-Grootkruis (1ste klasse)

  • Commandeur (2de klasse)

  • Ridder 3de klasse

  • Ridder 4de klasse

De veldtocht tegen Napoleon in 1815, met de veldslagen bij Quatre-Bras en Waterloo, was de eerste gelegenheid waarvoor de Militaire Willems-Orde werd uitgereikt. Erfprins Willem Frederik George Lodewijk van Oranje-Nassau ontving de eerste MWO: het Ridder-Grootkruis. In totaal werden er naar aanleiding van veldtocht en -slagen van 1815 meer dan 1.000 personen onderscheiden.

De MWO heeft voorrang boven alle ridderorden en andere onderscheidingen. Van 1815 tot mei 1940 kende Nederland slecht één militaire dapperheidsonderscheiding, maar sindsdien ook het Bronzen Kruis (1940), de Bronzen Leeuw (1944) en het Vliegerkruis (1941). Daarnaast kan de militair ook de civiele Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon (1822) verdienen.

In en na de Tweede Wereldoorlog is de MWO slechts ± 200 keer uitgereikt, onder andere aan

  • mevrouw ‘Jos’ Gemmeke-Mulder

  • Bert Schüssler

  • Soldaat van Oranje Erik Hazelhoff Roelfzema

  • generaal Spoor

  • schout-bij-nacht Karel Doorman

Tijdens de herdenking van 125 jaar Militaire Willemsorde op 30 april 1940 sprak Z.K.H. Prins Bernhard de legendarische woorden: ”Ik hoop en vertrouw dat alle militairen die nu onder de wapenen zijn, op het moment dat het er eens op aan zou komen, zich uwe daden zullen herinneren.” Niet wetende dat hij, voor zijn verdiensten gedurende de Tweede Wereldoorlog, in 1946 zelf het Commandeurskruis der Militaire Willemsorde mocht ontvangen.

In de loop der jaren is de MWO in totaal meer dan 6.000 keer uitgereikt, de laatste keer in 1955. Bij het 180-jarig bestaan van de MWO, in 1995, waren er nog slecht drieëndertig ridders MWO in leven.

Terug naar boven


MILITAIR GENEESKUNDIG FACILITAIR BEDRIJF

Afgekort: MGFB.

Het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf:

  • levert uitzendbaar medisch specialistisch personeel

  • voorziet in medisch specialistische zorgcapaciteit, ook ten behoeve van revalidatie, bij de opvang van (grotere aantallen) militaire slachtoffers

  • verzorgt de opleidingen voor militair geneeskundig (hulp)personeel

  • verzorgt de logistiek van geneeskundige goederen en diensten

Het MGFB draagt hiermee bij aan de zorgverlening die de Geneeskundige Diensten van de vier krijgsmachtdelen leveren bij de inzet van operationele eenheden in het kader van:

  • crisisbeheersingsoperaties (CBOps)

  • humanitaire operaties (HumOps)

  • noodhulpoperaties

  • algemene verdedigingstaak (AVT)

Het MGFB levert deze ondersteuning bij:

  • daadwerkelijke inzet

  • voorbereiding op daadwerkelijke inzet

  • nazorg na daadwerkelijke inzet

De commandant van het MGFB is de Hoogste Medische Autoriteit (HMA).

Terug naar boven


MILITARY TRAFFIC MANAGEMENT COMMAND

Afgekort: MTMC.

In Capelle aan den IJssel (Lylantse Plein 1, 2908 LH) gelegen Amerikaanse commandocentrum van waaruit alle Amerikaanse militaire troepenbewegingen binnen Europa worden gecoördineerd. Ook de transit (doorvoer) van Amerikaanse militaire goederen en manschappen door Nederland door het MTMC wordt geregeld, bijvoorbeeld naar Duitsland. Belangrijkste overslagcentrum is de haven van Rotterdam, waar bijvoorbeeld op de snelle Amerikaanse transportschepen (Fast Sealift Ships) cargo kan worden overgeslagen. De Amerikaanse krijgsmacht beroept zich bij de transit van goederen en manschappen op het Status-of-Forces Agreement (SOFA), een in 1951 door de NAVO-landen gesloten verdrag. Het verdrag voorziet in een soepele regeling voor de doortocht en het verblijf van NAVO-troepen.

Het MTMC geeft voor wat betreft het Nederlandse railtransport opdrachten aan Railion Nederland N.V., Nederlands grootste railtransportbedrijf wier treinen dagelijks de zeehavens van Amsterdam, Delfzijl, Moerdijk, Rotterdam, Terneuzen en Vlissingen aandoen. Deze havens zijn allen in staat de Fast Sealift Ships te ontvangen: United States Naval Ships Algol, Altair, Antares, Bellatrix, Capella, Denebola, Pollux en Regulus. Zo hebben de havens een rol gespeeld in de voorheen jaarlijks te houden oefening REFORGER: Return of Forces to Germany.

Het MTMC valt onder het Transportation Command (TRANSCOM). Onder het MTMC ressorteert de 598th Transportation Group, gestationeerd in Rotterdam, die verantwoordelijk is voor de havenverrichtingen en achterlandbewegingen van lading in Europa, Afrika en Zuidwest-Azië. Sinds 1983 is Rotterdam het belangrijkste knooppunt in Europa. Het eveneens in Rotterdam gestationeerde 838th Transportation Battalion is ondergeschikt aan de 598th Transportation Group.

Terug naar boven


MINISTER VAN DEFENSIE

Afgekort: MINDEF.

De Minister van Defensie is, als lid van het kabinet, verantwoordelijk voor het algemene Defensiebeleid en de uitvoering daarvan. Voor het Defensiebeleid, dat onderdeel is van zowel het nationale veiligheidsbeleid als van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, draagt de Minister van Defensie de eindverantwoordelijkheid.

Sinds 27 mei 2003 is Henk Kamp de Minister van Defensie.

Minister Henk Kamp staat bekend als ijverig, nauwgezet, een politiek allrounder en dossiervreter; de Achterhoeker - voormalig inspecteur van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) en wethouder in de Gelderse gemeente Borculo - stond in de periode 1998-2002 bij de VVD-fractie bekend om zijn stringente standpunten over integratie- en asielbeleid. Als Defensieminister is Henk Kamp onder andere eindverantwoordelijk geweest voor de moeilijke Nederlandse vredesmissies in Afghanistan (ISAF) en Irak (SFIR) en voor de militaire bijstand aan de Verenigde Staten tijdens de Tweede Golfoorlog.

Terug naar boven


MISSION CREEP

Letterlijk: kruipen voor een missie.

Er wordt gesproken van mission creep als een militaire operatie geleidelijk, vaak sluipenderwijs wordt uitgebreid om andere taken en werkzaamheden op zich te nemen, uit te breiden of op te rekken – bijvoorbeeld civiele taken en werkzaamheden – die liggen voorbij de doelstelling en/of het mandaat van de organieke opdracht.

Belangrijkste oorzaken van mission creep zijn het mislukken van de operatie door te veranderlijke of niet (voldoende) transparant gestelde doelen of het irrationeel reageren op frustraties en teleurstellingen.

Als gevolg van mission creep wordt meer personeel en/of materieel naar het inzetgebied gestuurd, soms slechts vanuit de behoefte zichzelf in stand te houden of te bewijzen. Er is in elk geval sprake van een inbreuk op de organieke taak, waarbij het missiebeeld verschuift, bijvoorbeeld van ISAF naar Enduring Freedom of van SFIR naar Iraqi Freedom.

Task Force Harvest in Macedonië (2001) wilde koste wat kost een mission creep uitsluiten: bij lokale belemmering van de troepenmacht zou de Task Force de eigen eenheden lokaal hergroeperen, maar bij grootschalige hervatting van de vijandelijkheden zou de Task Force zichzelf terugtrekken uit het inzetgebied.

Het bekendste voorbeeld van mission creep is de Vietnam-oorlog: daar werd aanvankelijk slechts een kleine troepenmacht ontplooid, die later grote hoeveelheden personeel en materieel meesleurde om te proberen de vastgelopen operatie te redden.

Terug naar boven


MISSION STATEMENT

Op 18 april 1994 is het Mission Statement van de Koninklijke Landmacht (KL) - vastgesteld door de Legerraad aan de hand van onderzoek en workshops én in nauwe samenwerking met het Haagse Public Relations-adviesbureau Burson Marsteller BV - aan de generaals van de KL gepresenteerd.

Op zoek naar een leidraad voor de veranderingsprocessen als gevolg van de Prioriteitennota stelde de KL een Mission Statement op, die motiverend en activerend moet werken.

In het Mission Statement staat wat de organisatie is; waarom zij bestaat (doel); hoe zij het doel denkt te bereiken (uitvoering) en wat haar belangrijkste normen en waarden (commitment) zijn.

Op 19 mei 1994 werden de diverse (onder)commandanten ingelicht.

Het Mission bestaat uit vijf punten:

1 De KL, onmisbaar in de krijgsmacht, zorgt in internationaal verband voor de verdediging van het land én het bondgenootschappelijk grondgebied. Zij levert daarnaast wereldwijd een bijdrage aan vrede, veiligheid en stabiliteit. Deze kan bestaan uit crisisbeheersing, humanitaire hulp en rampenbestrijding.
2 Flexibel en slagvaardig, staat zij er voor om op de kortst mogelijke termijn de haar gevraagde inspanning te leveren. Zij beschikt over effectieve gevechtskracht, efficiënte logistiek, modern en hoogwaardig materieel en steunt op de gemeenschappelijke inzet van militairen, burgerpersoneel en reservisten.
3 Het succes van de operationele inzet van de KL wordt vooral bepaald door de combinatie van individuele kwaliteiten en teamwork. Het leiderschap is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en zelfstandig handelen. Kenmerkend zijn verder kameraadschap, mentale en fysieke gehardheid en discipline.
4 Zij staat borg voor een goede personeelszorg, met speciale aandacht voor wie wordt uitgezonden en het thuisfront. Bovendien biedt zij een breed scala aan ontplooiingsmogelijkheden en een uitstekend pakket opleidingen. Daarom is de KL een aantrekkelijke werkgever.
5 De KL streeft er naar een gewaardeerd deel van de Nederlandse samenleving te zijn, door de wijze waarop zij haar taken uitvoert, de openheid die zij betracht en de bijdragen die zij op vele terreinen levert.

Terug naar boven


MOGOS

Acroniem voor Mobiel Operationeel Geneeskundig Operatiekamer Systeem: snel ontplooibare, volledig mobiele en voor een vlakke betonplaat ideale licht-chirurgisch operatiekamersysteem dat wordt ingedeeld als role-2-augmented (vergroot) geneeskundige inrichting binnen de Koninklijke Landmacht.

MOGOS volgt in het spoor van de manoeuvre-eenheden op brigade-niveau mee; in het verleden werd ze in het kader van de Algemene Verdedigings Taak gecoloceerd aan de verbandplaats van de Geneeskundige Compagnie van de Gemechaniseerde Brigade, die immers géén operatiekamercapaciteit had. Tijdens het oprukkend of vertragend gevecht bevindt de MOGOS-configuratie zich, in verband met het ‘golden hour’, zo dicht mogelijk in de buurt van de manoeuvre-eenheden in front maar uiteraard vóór het daarachter gelegen hospitaal.

De MOGOS-configuratie bestaat uit een configuratie van dertien ISO-20 voet-containers, waarvan de maatvoering luidt:

  • lengte: 6 meter 10 cm

  • breedte: 2 meter 44 cm

  • hoogte: 2 meter 59 cm

De dertien containers hebben de volgende functionaliteit:

  • niet uitschuifbare koppelunit, die als ruggengraat van het MOGOS fungeert (4 x)

  • niet uitschuifbare airconditioning-unit (1 x)

  • niet uitschuifbare generatoraggregaat-unit (1 x)

  • niet uitschuifbare materieelopslag-unit (1 x)

  • uitschuifbare radiologische unit t.b.v. röntgen en echografie (1 x)

  • uitschuifbare operatiekamer-container (2 x)

  • uitschuifbare intensive care-unit (zowel pré- als postoperatief) met tien verpleegbedden en twee IC-bedden (3 x)

Bij de medisch functionele, uitschuifbare containers neemt de breedte toe naar 4 meter 50, waardoor een oppervlaktevergroting ontstaat van 20 m². Alle containers bijeen beslaat de MOGOS-configuratie een oppervlakte van 55 bij 65 meter; omdat het systeem modulair is kan het, naar gelang de behoefte, groter worden gemaakt.

De containers hebben harmonicaverbindingsmoffen om de containers met behulp van balgen en loopbruggen onderling aan elkaar te kunnen koppelen. Daarnaast beschikken ze over een auto-nivelleersysteem, waardoor de configuratie zichzelf elektronisch waterpas kan zetten, met een maximale stabiliseringshoogte van 60 cm.

In de containerconfiguratie zijn alle apparatuur en leidingen ten behoeve van brandstof (voor aandrijving van het generatoraggregaat), zuurstof (voor beademing van de patiënten), perslucht (voor allerlei medische apparatuur) en water ingebouwd. De gehele configuratie kan worden geplaatst op dertien DAF-vrachtwagens YWZ-2300 (10-tonners), die beschikken over een eigen laad- en losinrichting (wissellaadsysteem, WLS). Daarnaast beschikt het MOGOS over een overdruksysteem tegen Chemische, Biologische, Radiologische en Nucleaire (CBRN) wapens. Tot slot maakt telemedicine het mogelijk dat via een computerverbinding met het Centraal Militair Hospitaal in Utrecht beelden ter radiologische beoordeling naar Nederland worden verstuurd.

Medio 1997 en '98 zijn vier MOGOS-configuraties ingestroomd: drie bij de parate hospitaalcompagnieën (420 Hospitaalcompagnie met 470 MOGOS-peloton, 421 Hospitaalcompagnie met 471 MOGOS-peloton en 422 Hospitaalcompagnie met 570 MOGOS-peloton) en één wordt gebruikt als tactische reserve. De eerste operationele inzet van MOGOS heeft van maart tot augustus 2003 plaatsgevonden tijdens de operatie ISAF op Kabul International Airport, Afghanistan.

De huidige drie MOGOS-pelotons worden in het kader van zowel de veranderingen binnen de (Geneeskundige Dienst van de) Koninklijke Landmacht als het optreden voor de NATO Response Force omgebouwd tot MOGOS-compagnie.

Terug naar boven


MOST

Acroniem voor Monitoring, Observation, Surveillance and Targeting. Daarnaast is "most" het Servo-Kroatische woord voor "brug", zoals onder andere te zien in de benaming Stari Most voor de beroemde Oude Brug van Mostar.

MOST is in Bosnië-Hercegovina van start gegaan in januari 2004, ten tijde van SFOR-15. Feitelijk houdt het in dat zo veel als mogelijk wordt samengeleefd met de lokale bevolking, met als doel het creëren van 'general situational awareness' in het gehele gebied van verantwoordelijkheid (Area of Responsibility, AOR) van de Nederlanders. Deze AOR bevindt zich in het vak van de Multi-National Brigade (MNB) North-West, vanaf 1 juni 2004 Multi-National Task Force (MNTF) North-West. Het daadwerkelijke 'samenleven' vindt plaats door het wonen in een gewoon huis (o.a. in Travnik) en het zich verplaatsen in civiele voertuigen.

Per 21 april 2004 is de naam van MOST veranderd in Liaison Observation Team (LOT).

De LOT zijn, voor wat de informatievergaring betreft, een belangrijke component van de MNTF. De LOT, bestaande uit 16 teams van elk 8 à 16 militairen, is voor de Bosnische bevolking het meest zichtbare deel van SFOR. De teams vergaren informatie over de veiligheidssituatie in het inzetgebied met als doel inzicht te verkrijgen in de:

  • sociale structuren

  • politieke structuren

  • economische structuren

  • militaire structuren

  • veiligheidsstructuren

Bovendien fungeren de teams als liaison tussen SFOR en zowel Non-Gouvernementele Organisaties (NGO's) als Internationale Organisaties (IO's).

Terug naar boven


MUNITIEKLEURCODERINGEN

De gestandaardiseerde NAVO-kleurcoderingen voor munitie met een diameter/kaliber kleiner dan 20 mm zijn:

Black  Zwart Armor piercing  Pantserdoorborend
Silver  Zilver Armor piercing incendiary  Pantserdoorborend-brandstichtend
Blue  Blauw Incendiary  Brandstichtend
Yellow  Geel Observing  Scherpschuttersmunitie
Red  Rood Tracer  Lichtspoormunitie
Natural finish  Koperkleurig Ball ammunition  Kogelmunitie

Terug naar boven


Laatste update: 06 augustus 2004