WWW.Boekje-Pienter.NL

Deze website is een groeidocument dat probeert zo veel mogelijk onderwerpen te bundelen die betrekking hebben op de 'way of life' van de militair, outdoor en survival.

           


 

 

 



Inhoudsopgave

    NATO RESPONSE FORCE     NATO STOCK NUMBER     NEPVETERAAN

NINE-LINER    NIVEAUTRAINING     NOORDEN


NATO RESPONSE FORCE

Afgekort: NRF. De Duitse vertaling luidt: Schnelle Interventionstruppe der NATO.

Feitelijk is de NRF het gestructureerde antwoord van de NAVO op nieuwe uitdagingen en bedreigingen, zoals het terrorisme.

Hoewel het initiatief tot de NRF op 24 en 25 september 2002 in Warschau is gelanceerd tijdens een informele ontmoeting van de Ministers van Defensie van de NAVO-lidstaten, is het eigenlijke concept van de NRF geboren op 21 en 22 november 2002 tijdens de NAVO-topconferentie in Praag. Al in juni 2003 is in Brussel het NRF-concept geaccordeerd door de gezamenlijke Ministers van Defensie van de NAVO met de presentatie van Military Committee Directive MC-477 (‘Military Concept for the NATO Response Force’).

De rol van de NRF is het leveren van geïntegreerde en volledig interoperabele land-, lucht- en zeestrijdkrachten, onder één commando, waar ook ter wereld om een conflict of escalatiedreiging te voorkomen.

Het principe van de NRF is een snelle interventiemacht die met een korte notice to move (vertrektijd) van 5 tot 30 dagen kan worden ingezet. De NRF is joint en combined, wordt voor iedere missie tailor-made samengesteld, is geschikt voor het optreden in het hoge geweldsspectrum (worst-case scenario) en heeft een voortzettingsvermogen dat een logistieke onafhankelijkheid garandeert van 30 dagen.

Kernbegrippen van de NRF zijn:

  • Deployable (Inzetbaar)

  • Flexible (Flexibel)

  • Interoperable (Uitwisselbaar)

  • Sustainable (Duurzaam)

  • Technologically advanced (Technologisch geavanceerd)

De soorten missies die de NRF, ontplooid als een zelfstandige (“stand-alone”) eenheid, kan uitvoeren staan omschreven in MC-477:

  • Non-combatant Evacuation Operations (evacueren non-combattanten)
  • CBRN-Operations (Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair)

  • Humanitarian Operations

  • Crisis Response Operations (CRO), incl. Peace-Keeping (handhaven van de vrede)

  • Support Counter Terrorism (acties tegen terroristische activiteiten)

  • Embargo Operations

Ook kan de NRF met of zonder instemming van de partijen ter plaatseworden ingezet als zgn. Initial Entry Force (ontplooid als eerste eenheid in het inzetgebied), bijvoorbeeld ter voorbereiding van een missie van de zgn. Follow-On Forces.

De halfjaarlijkse rotaties van de NRF zijn gebaseerd op een periode van eenheidstraining, vervolgens zes maanden systeem- en interoperabiliteitstraining en tot slot zes maanden onmiddellijke beschikbaarheid (“on call”).

De NRF-samenstelling is gebaseerd op:

  • landelement van brigade-grootte, incl. speciale eenheden (commando’s e.a.)

  • marine-element dat bestaat uit een joint (gezamenlijke) Task Force

  • luchtelement dat geschikt is om 200 combat missions per dag te vliegen

Het op 19 mei 2004 officieel opgerichte Allied Command Operations (ACO) op het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE) in Mons (België) heeft de leiding over de NRF, inbegrepen:

  • standaardisering

  • certificering

  • oefening

Wat zijn en worden de wapenfeiten van de NRF, m.n. gericht op de inbreng van Nederland in de NRF:

15 oktober 2003 Tijdens een ceremonie op HQ AFNORTH in Brunssum is de NRF officieel geactiveerd door de generaals J. Deverell (CINC-AFNORTH) en J. Jones (SACEUR)

15 november 2003

Generaal J. Deverell heeft het eerste commando op zich genomen van de NRF, die in totaal 9.000 militairen telt
20 november 2003 In het Turkse Doganbey vindt de eerste NRF-demonstratie plaats onder de naam ‘Allied Response 03’
juni/juli 2004

NRF-certificeringsoefening ‘Bison Medic Response’ (FTX) vindt plaats voor de eenheden van de Medical Task Force NRF-4
oktober 2004

Oefening ‘Heroic Sword’ (CPX/FTX) vindt plaats voor de eenheden van NRF-4
november 2004

 

NRF-certificeringsoefening ‘Allied Warrior’ vindt plaats ten behoeve van 1GNC
januari t/m juni 2005

Eerste “on call”-fase voor Nederland: 1GNC voert Land Component Command (LCC) over NRF-4 aan met onder andere 3.100 Nederlanders (exclusief nationale logistieke ondersteuning); daadwerkelijke inzet van (een deel van) NRF-4 wordt zeer waarschijnlijk geacht.
oktober 2006 De NRF zal de status van Full Operational Capability (FOC) bereiken met een gepland totaal van 21.000 militairen
januari t/m juni 2008

Tweede “on call”-fase voor Nederland: 1GNC voert NRF-10 aan.

Zowel voorbereidings- als “on call”-fase komen wat de Nederlandse krijgsmacht betreft bovenop de lopende verplichtingen, zoals de missies in Afghanistan (ISAF), Bosnië (SFOR) en Irak (SFIR).

43 Gemechaniseerde Brigade uit Havelte levert het leeuwendeel van de eenheden en dus ook van het personeel binnen de Land Component Command van NRF-4.

Meer informatie over de NRF is te vinden via de websites van het Regional Headquarters Allied Forces North Europe (AFNORTH), het Allied Command Europe Rapid Reaction Corps (ARRC) en het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE).

Terug naar boven


NATO STOCK NUMBER

Afgekort: NSN. Dertiencijferig getal dat door de lidstaten van de NAVO aan een uniek artikel in de ruimste zin van het woord wordt toegewezen. Als voorbeeld voor zo'n uniek NSN de zaklamp MX-991/U, onder andere in gebruik bij de Koninklijke Landmacht, die als NSN 6230-00-264-8261/0 heeft.

Het NSN kan worden ontleed in vier groepen van getallen, onderbroken door een plat streepje, met achter de schuine streep het controlegetal:

6230 Groepsnummer NATO Supply Classification Code (NSC)
00 Landenkengetal NATO Code for National Classification (NCB)
264

8261

Artikelidentificatienummer Non-Significant Number
0 Controlegetal

Het landenkengetal geeft in welk land het unieke artikel is geproduceerd: in dit geval staat de tweecijferige combinatie 00 voor de Verenigde Staten. Indien geproduceerd in Nederland is het landenkengetal 17.

Overige landenkengetallen:

Verenigde Staten  00 t/m 09 Frankrijk 14
Duitsland 12 Canada  20 en 21
België 13 Groot-Brittannië 99

De laatste negen cijfers van het NSN (NSN minus groepsnummer) is het NATO Item Identification Number (NIIN).

Om het controlegetal, indien niet gegeven, te berekenen moeten de laatste drie cijfergroepen bij elkaar worden opgeteld en gedeeld door 11.

In dit voorbeeld: (00 + 264 + 8261) : 11 = (8525 : 11) = 775,0.

Het restgetal van de uitkomst (m.a.w. het getal dat niet meer gedeeld kan worden zonder dat het een breuk wordt) is het controlegetal. Het controlegetal is onder andere terug te vinden in de Organisatie Tabel en Autorisatie Staat (OTAS), de lijst van alle personeel en materieel binnen een eenheid.

Binnen de NAVO houdt het Allied Committee 135 (AC 135) zich bezig met het toekennen én catalogiseren van NATO Stock Numbers. Het zgn. NATO Codification System is gebaseerd op twee NATO-Standardization Agreement (STANAGS):

  • 3150 (Uniform System of Supply Classification)
  • 3151 (Uniform System of Item Identification)

BInnen de NAVO zijn heden ten dage ongeveer 16 miljoen actieve NSN's, waarvan alleen al zeven miljoen aan de Verenigde Staten zijn toegewezen. De artikelen lopen uiteen van handgranaten tot geleide projectielen, van stukken zeep tot wasmachines, van zaklampen tot bouwlampen.

Terug naar boven


NEPVETERAAN

Zeer fout en zeer ongewenst fenomeen. Man of vrouw die zich, behangen met medailles en overige onderscheidingen, tijdens defilés, herdenkingsbijeenkomsten en reünies militaire eer laat welgevallen die hij/zij niet verdient.

Voor de echte veteraan – een militair die heeft gediend onder oorlogsomstandigheden of tijdens vredesoperaties, en intussen de actieve dienst heeft verlaten – is de nepveteraan een belediging van het zuiverste water. De nepveteraan doet immers afbreuk aan de inzet en offers van èchte veteranen. Meest in het oog springende pseudo-oud-strijders, tevens helden-op-sokken, zijn Maastrichtenaar Will Weyenberg en de Canadese Nederlander Dick Wille.

Verder geen woorden aan vuil maken.

Terug naar boven


NINE-LINER

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt voor het aanvragen van een helikopter in het geval van een MEDEVAC. Het negenregelige standaardbericht is een NAVO-format.

De aanvrager moet de aanvraag langzaam oplezen, inclusief de regelnummers. De ontvanger moet de gehele aanvraag langzaam teruglezen (read back). Nadat de aanvraag is opgelezen, moet de aanvragende eenheid de radiofrequentie omzetten naar die welke is genoemd in de tweede regel (line 2). In principe zal de MEDEVAC-procedure vervolgens onder radiostilte worden uitgevoerd.

Line 1 8-digit grid coordinate of the pick-up point (PUP) WT 1234.5678
Line 2 frequency of requesting unit

call-sign of requesting unit

54.300

NE

Line 3 number of wounded in order of priority

nature of the injury

1 x priority 1

arterial bleeding

Line 4 required extra medical equipment 2 x haemacell
Line 5 number of lying and sitting wounded 1 x lying (litter)
Line 6 information about the enemy no enemy around
Line 7 method for marking the PUP green marker panel
Line 8 nationality and status of the wounded 1 x dutch military
Line 9 description of the landing zone soccer-ground 100 x 75 metres

Terug naar boven


NIVEAUTRAINING

De hoofdlijnen van het opleidings- en trainingsproces, die is ingedeeld in niveaus die overeenkomen met de grootte van eenheden:

1 individu militaire basisvaardigheden (skills & drills), zoals schieten, gevechtstechnieken en fysieke vaardigheden; aankweken gevechtsbereidheid én wil om te winnen.
2 groep en wapensysteem militaire basisvaardigheden (skills & drills), zoals schieten, gevechtstechnieken en fysieke vaardigheden; aankweken gevechtsbereidheid én wil om te winnen.
3 peloton en modules periodiek beoefenen van skills & drills m.b.t. gevechtstechnieken, gevechtsschieten en vormingsaspecten; moet worden beheerst, ongeacht in welke accentperiode de eenheid zich bevindt
4 compagnie periodiek beoefenen; belangrijkste bouwsteen in het gevecht van verbonden wapens; laten integreren in tactische training van manoeuvre, vuursteun, gevechtssteun en gevechtsverzorgingssteun.
5 bataljon integreren van eenheden én afstemmen van (gevechts)acties in ruimte en tijd; eerst staftraining in de vorm van TOOK, TOZT of CPX.
6 brigade inzet voor een multinationale operaties, logistiek ondersteund door én plaatshebbend in samenwerking met andere krijgsmachtdelen (joint & combined); gemechaniseerde brigade éénmaal in de 36 maanden te velde oefenen, inclusief logistieke ondersteuning.
7 divisie inzet voor een multinationale operaties, logistiek ondersteund door én plaatshebbend in samenwerking met andere krijgsmachtdelen (joint & combined).
8 legerkorps inzet voor een multinationale operaties, logistiek ondersteund door én plaatshebbend in samenwerking met andere krijgsmachtdelen (joint & combined).

Terug naar boven


NOORDEN

Geografische of ware noorden (GN)

Het geografische noorden is het meest noordelijke punt van de aardbol, gesitueerd als de Noordpool. De Poolster – de ster die precies boven de aardas staat – geeft altijd het geografische noorden aan.

Kaartnoorden (KN)

De bovenzijde van elke topografische kaart komt, indien de kaart georiënteerd is, overeen met het magnetisch noorden. Oriënteren naar het noorden gebeurt aan de hand van een kompas. Het kaartnoorden is het noorden volgens de verticale lijnen van het raster op de kaart. Elke verticale lijn wijst naar het kaartnoorden.

Magnetisch noorden (MN)

Ook genoemd: kompasnoorden.

Het magnetisch noorden is het noorden waar de kompasnaald altijd naartoe wijst. Onder invloed van allerlei processen – onder andere magnetische krachtenvelden, bewegingen in de aardkern, draaias van de aarde en wisselend gewicht van de poolijskap – zijn op deze plaats de magnetische krachten zo sterk, dat de kompasnaald daar naartoe wijst. De magnetische afwijking is, dankzij de genoemde invloeden, redelijk te voorspellen.

Vanuit Nederland gezien ligt het magnetische noorden iets ten westen van het geografische of ware noorden. Het verschil tussen het geografische noorden (dat van de Noordpool) en het magnetische noorden (dat wat het kompas aangeeft) wordt declinatie genoemd. De declinatie is niet met het blote oog waar te nemen, omdat de verandering – althans vanuit Nederland – jaarlijkse 2 à 3 duizendsten (± 0,15 graden) naar het oosten bedraagt.

Het magnetisch noorden bevindt zich op de Parry Islands, een eilandengroep die behoort tot de archipel van de Queen Elizabeth Islands ten noorden van Canada, ± 500 km noordelijk van het Noord-Amerikaanse continent. De ligging van de Parry Islands is op 75 graden 80 minuten noorderbreedte en 102 graden 70 minuten westerlengte (75.80º Noorderbreedte 102.70º Westerlengte). De eilanden zijn in 1819/’20 ontdekt door de Britse ontdekkingsreiziger Sir William Edward Parry.

Terug naar boven


Laatste update: 15 augustus 2004