WWW.Boekje-Pienter.NL

Deze website is een groeidocument dat probeert zo veel mogelijk onderwerpen te bundelen die betrekking hebben op de 'way of life' van de militair, outdoor en survival.

           


 

 

 



Inhoudsopgave

S.A.L.U.T.E.     S.A.S.     SECTIES    SERGEANT-MAJOR SHUT-UP

SHOCK & AWE     SITUATIONAL AWARENESS     SMARTCARD     S.M.E.V.

SMILE AND WAVE     SNELMARS     SNEUVELBEREIDHEID

SOLDAAT VAN ORANJE     SOLDATENWOORDENBOEK     SPEAR

STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE     STENGUN     STINGER

STOP-STOP-STOP     STRIKE


S.A.L.U.T.E.

De basis voor elke rapportage of vijandmelding is dit Engelstalige ezelsbruggetje, dat kan worden beschouwd als de Angelsaksische tegenhanger van R.A.D.U.S.A.

S Size of unit

(number of personnel, vehicles, aircraft or size of object)

Grootte van de eenheid
A Activity

(direction of movement, troops digging in, artillery fire)

Activiteit
L Location

(including grid coordinates)

Locatie
U Unit

(identify if possible)

Eenheid
T Time

(in local or Z-time)

Tijd
E Equipment of the personnel

(weapons, vehicles, tools)

Uitrusting

Zie ook R.A.D.U.S.A.

Terug naar boven

S.A.S.

Special Air Service. Special Forces-eenheid van de Britse landstrijdkrachten, opgericht in 1941 door Sir David Stirling (1915-1990). Sinds de belegering van de Iraanse ambassade in Londen op 30 april 1980 is het hard gegaan met de ‘glasnost’ van de SAS: Falklands-oorlog 1982, 1ste en 2de Golfoorlog (1991 en 2003) en de oorlog tegen het terrorisme in Afghanistan zetten de SAS definitief in de picture. De selectie tot lid van de SAS, die vnl. plaatsvindt in de Brecon Beacons in Wales en de jungle van Brunei, heeft grapjurken binnen de landmacht wellicht geholpen aan het Nederlandse equivalent van “SAS”: stompen achter de sergeant. Dit is het zich in een colonne met enen zo snel mogelijk door het terrein verplaatsen, waarbij de - uiteraard - voorop lopende sergeant te allen tijde gevolgd moet blijven worden.

De achterliggende idee van het aldus ontstane SAS’en is dat van de snelmars: aan het einde van deze fysieke prikkel nog inzetbaar zijn. De uitvoering wordt vaak gezien als gekkenwerk, wat in elk geval overeenkomt met hoe bijvoorbeeld veldmaarschalk Montgomery over Stirling dacht: “The boy Stirling is mad. Quite, quite mad. However in war there’s often a place for mad people”.
Terug naar boven

SECTIES

Stafonderdelen die zich bezighouden met de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van specifieke aangelegenheden voor een commandant. Op bataljons- en brigadeniveau worden primair de volgende secties onderscheiden:

1 Personeel
  1. ceremonieel
  2. disciplinaire maatregelen
  3. Public Relations
  4. onderscheidingen
2 Inlichtingen & Veiligheid
  1. gevechtsinlichtingen
  2. algemene veiligheidsaspecten
  3. elektronische oorlogvoering (EOV)
  4. geografische en meteorlogische ondersteuning
  5. Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair (CBRN)
3 Operatiën & Plannen
  1. Opleiding & Training (O & T)
  2. oefeningen en manoeuvres
4 Logistiek
  1. logistieke operatiën en plannen
  2. materieel
  3. verkeer en vervoer
  4. onderhoud
  5. steunverleningen
  6. militaire gezondheidszorg
6 Command, Control, Communications, Computers en Intelligence (C4I)
  1. Informatie en Communicatie Technologie (ICT)
  2. verbindingen
  3. inlichtingen
  4. bevelvoering
9 Civiel-Militaire Samenwerking (CIMIC)
  1. gastlandsteun (host nation support)
  2. contacten met lokale autoriteiten
  3. liaison met Non Governmental Organisations (NGO's) en International Organisations (IO's)
  4. wederopbouw
  5. ontmijnen & explosievenopruiming

Vanaf divisieniveau wordt in plaats van een Sie 1 tot en met 6 gesproken over een G 1 tot en met 6.

Terug naar boven

SERGEANT-MAJOR SHUT-UP

Eigenlijk: Battery Sergeant-Major ‘Taffy’ Williams.

Welshman Williams, zoon van een mijnwerker, is het altijd bezwete, immer stoer kijkend prototype van de échte sergeant-majoor. Sergeant-Major Shut-Up dankt zijn bijnaam aan het feit dat hij te pas, maar vooral te onpas, “Shut up!” (“Kop dicht!”) roept. Sergeant-Major Shut-Up wordt in de Britse comedy-serie ‘It Ain’t Half Hot Mom’ – in het Nederlands vertaald als ‘O Moeder Wat Is Het Heet’ - gespeeld door acteur Windsor Davies (geboren in Londen op 28 augustus 1930). De serie, geschreven door Jimmy Perry en David Croft, is door de BBC in 56 afleveringen uitgezonden.

Het geheel speelt zich af in kamp Deolali in het Indiase Bombay aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Voor de militairen die naar het front in Birma onderweg zijn is dit letterlijk een oase van entertainment, maar voor Sergeant-Major Shut-Up is dit, als enige echte militair ter plaatse, slechts krenkend en vernederend. Toch maakt zijn Royal Artillery Concert Party er in de tropische hitte steeds weer het beste van. De oudere en ervaren Sergeant-Major Shut-Up brengt het grootste deel van zijn tijd door bij zijn manschappen, naar wie hij steevast hard schreeuwt en die hij allemaal probeert de jungle in te sturen om een echte militair te worden.

Terug naar boven

SHOCK & AWE

Term afkomstig van de boektitel ‘Shock and Awe: Achieving Rapid Dominance’ (1996) van de voormalig Amerikaanse marinepiloot en hedendaagse Witte Huis-adviseur Harlan Ullman. Beschrijft hoe een tegenstander bliksemsnel op de knieën kan worden gedwongen door zo'n kolossale dreun ("shock") te verkopen dat de tegenstander met stomheid ("awe") is geslagen. De uitvoering is die van een strategisch massabombardement met een grote hoeveelheid precisiewapens om belangrijke doelen snel uit te schakelen met als doel de vijand angst en ontzag in te boezemen én leiders ervan te doen overtuigen dat verzet zinloos is: daardoor wordt het moreel van zowel de troepen als de bevolking in één klap gebroken. Overigens moeten de luchtaanvallen gepaard gaan met een fors grondoffensief.

In militair jargon: Rapid Dominance-strategie. In 2003 voor het eerst beproefd in de Tweede Golfoorlog om Irak met een Hiroshima-effect “fysiek, emotioneel en psychologisch” aan gruzelementen te slaan.

Harlan heeft zijn idee overigens uit verdachte hoek: "dreun & stomheid" waren de fundamenten die door Hitler's militaire leiders werden gepropageerd als een nieuwe en vooral dodelijke manier om snel een tegenstander te overrompelen. Denk hierbij aan de Blitzkrieg. Strategische overwegingen als burgers, non-combatanten en collateral damage aan de infrastructuur zijn hierbij van ondergeschikt belang.

Terug naar boven

SITUATIONAL AWARENESS

Afkorting: SA. Omgevingsbewustzijn.

Begrip dat afkomstig is uit het bedrijfsleven en door de krijgsmacht gemodificeerd wordt toegepast. In het bedrijfsleven juist "kennis over marktposities", wordt SA door de krijgsmacht gezien als "kennis over tactische en strategische posities".

Door jezelf bewust te zijn wat er om je heen gebeurt, creëer je kennis en begrip van de eigen militaire situatie. Op deze wijze hebben de eigen troepen een 'common mindset'. Zo draagt het uitvoeren van patrouilles bij aan het vormen van een zo compleet mogelijk beeld van de situatie ter plekke en daarmee aan de bescherming (force protection) van een missie.

Kennis en begrip van de huidige situatie (real-time) die een geschikte, relevante en nauwkeurige beoordeling van de eigen, vijandelijke en overige (krijgs)verrichtingen op het gevechtsveld bevordert teneinde de besluitvorming te vergemakkelijken.

Terug naar boven

SMARTCARD

Andere benaming: Identiteitsbewijs Ministerie van Defensie (IDD).

Op 26 maart 1999 is het eerste exemplaar van het IDD door de commandant van het Nationaal Commando, generaal-majoor M. Termont uitgereikt aan de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal M. Schouten.

Op de dag dat iemand in dienst treedt van het Ministerie van Defensie, krijgt betrokkene een smartcard uitgereikt, welke toegangsrecht geeft tot iedere kazerne, legerplaats, marine- of mobilisatiecomplex en vliegbasis. De smartcard is en blijft eigendom van het Ministerie van Defensie. De smartcard, die het militaire paspoort en alle overige identiteitsbewijzen binnen de Defensie-organisatie vervangt, is voorzien van goed beveiligde state-of-the-art chiptechnologie en daarmee multifunctioneel:

  • identiteitsbewijs

  • toegangsbewijs (verlenen van toegang tot militaire objecten cq. vitaal gebied op militaire objecten, zoals een wapenkamer, door middel van een kaartlezer met pincode)

  • betaalmiddel (bedrijfsrestaurants, koffieautomaten en militaire belastingvrije winkels)

  • voldoet aan de Conventie van Geneve (in geval van krijgsgevangenschap dient de smartcard als identificatiebewijs)

  • voldoet aan het Verdrag van Londen (in geval van grensoverschrijdend verkeer binnen de NAVO)

De smartcard is weliswaar geldig binnen de gehele Defensie-organisatie, het is nadrukkelijk géén wettig Nederlands identiteitsbewijs. In de nabije toekomst kan de smartcard ook worden gebruikt voor eventuele nieuwe toepassingsmogelijkheden; zo ligt het in de bedoeling dat de smartcard zal kunnen worden opgewaardeerd, b.v. om te dienen als voedingskaart.

De smartcard past in een nieuwe manier van bewaken en beveiligen, Integrale Veiligheidszorg (IVZ) geheten. De smartcard is in 1997 (in samenwerking met Sdu-Identification) ontwikkeld door  én wordt beheerd en geëxploiteerd door het Coördinatiecentrum Kaarttechnologie (CCK) van de Defensie Telematica Organisatie (DTO), het facilitaire ICT-bedrijf van het Ministerie van Defensie.

Er zijn drie soorten identiteitsbewijzen, te herkennen aan de kleur:

  • blauwgroen: Nederlands Defensiepersoneel, d.w.z. militaire en burgerambtenaren, inclusief NATRES-personeel en een deel van het reservistenbestand
  • groen: niet-Nederlands Defensiepersoneel dat voor langere tijd werkzaam is op een Nederlands militair object
  • blauw: familieleden voorzien van de NAVO-status, inhuur-, uitzend- en vakantiekrachten, onderhouds- en schoonmaakpersoneel

Op objecten van de Koninklijke Landmacht geldt een draagplicht van de smartcard, verplicht gesteld door de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, ook buiten de diensturen en bij het dragen van civiele kleding.

Terug naar boven

S.M.E.V.

Ezelsbruggetje dat wordt gebruikt als de arts aan de militair adviseert niet meer deel te nemen aan bepaalde activiteiten:

 
S Sporten
M Marsen
E Exercitie
V Velddienst

De arts adviseert "vrij van SMEV" aan de commandant dat betrokken militair aan één of meerdere van bovengenoemde activiteiten niet meer zou moeten deelnemen; de commandant van de militair neemt uiteindelijk de beslissing om het advies van de arts al dan niet op te volgen.

Terug naar boven

SMILE AND WAVE

Nederlandse documentaire van regisseuse Marijke Jongbloed, producent Vic Franke en cameraman Frank Moll over de Nederlandse militairen tijdens de vredesmissie International Security Assistance Force (ISAF) in Kabul, Afghanistan.

De documentaire duurt 92 minuten, is gedurende 45 dagen in december 2002 en januari 2003 gedraaid in Kabul – ten tijde van ISAF-IV – en is tot stand gekomen dankzij een projectorganisatie van productiemaatschappij Big River Pictures in samenwerking met het Filmfonds, het Ministerie van Defensie, de NRCV en de Stichting Co-productiefonds Binnenlandse Omroep.

Marijke Jongbloed volgde een aantal Nederlanders in de Afghaanse hoofdstad, onder wie kolonel Henk de Koff, plaatsvervangend brigadecommandant, en sergeant Winus Dorenbos, commandant van de Alfa-groep. In de gesprekken met de militairen lijken gefnuikte ambities, frustraties en dilemma’s de rode draad te vormen.

De veelal preventieve aanwezigheid van ISAF in Kabul moet de Afghanen helpen de veiligheid in de hoofdstad te vergroten. De westerse militaire presentie wekt het vertrouwen in het contact met de lokale bevolking (hearts & minds). Vandaar het ISAF-motto 'Smile and Wave', 'Lachen en Zwaaien', 'Lächeln und Winken', zoals dat ook is terug te vinden op het bord bij het verlaten van het ISAF Camp Warehouse in Kabul.

‘Smile And Wave’ beleefde haar bioscooppremière op 26 september 2003 op het Nederlands Filmfestival en werd op 31 mei 2004 voor het eerst uitgezonden op de NRCV-televisie. De documentaire opent met een citaat van Martin Luther King: “Vrede is niet alleen de afwezigheid van spanning, het is de aanwezigheid van gerechtigheid”.

Terug naar boven

SNELMARS

De term snel- of speedmars dateert uit het tijdperk van de Boerenoorlog, de oorlog tussen Engeland en de Zuidafrikaanse Boerenrepublieken Oranje Vrijstaat en Transvaal (1899-1902). Het verbaasde de Engelsen dat de Boer-commando’s er – dankzij hun guerrilla-tactieken en terreinkennis – in slaagden om razendsnel en inzetbaar van A naar B te verplaatsen en aldus gevechtswinst te behalen in zowel A als B.

Binnen de Koninklijke Landmacht is de snelmars gestandaardiseerd tot een afstand van 3 km, te halen binnen 21 minuten, waarbij een schema wordt aangehouden van afwisselend twee minuten looppas (140 passen per minuut) en één minuut gewone pas. Het Korps Mariniers kent een snelmars van 8 km die in 42 minuten moet worden gehaald. Het is de bedoeling, conform het initiatief van de Boer-commando's in Zuid-Afrika, dat je aan het einde van deze fysieke prikkel nog inzetbaar bent.

Overigens heeft het er alle schijn van dat de Duitse generaal Helmut Graf Von Moltke (1800-1891) met zijn tactiek van "Getrennt marschieren, vereint schlagen" ("Gescheiden marcheren, samen verslaan") voorloper is geweest van snel- of speedmars: hij paste deze tactiek toe in de oorlog tegen Oostenrijk (1866) én in de Frans-Duitse oorlog (1870-1871).

Aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda worden jaarlijks de Open KL-kampioenschappen speedmars georganiseerd door de cadettensspeedmarsvereniging ‘De Blauwe Stoep’.
Terug naar boven

SNEUVELBEREIDHEID

Volgens Writers Block Woordenboek van de Jaren Negentig is sneuvelbereidheid een “belangrijke, maar in de jaren negentig verloren gegane eigenschap van soldaten. Een soldaat moet bereid zijn te sterven, anders bestaat het leger alleen maar uit Yossarians (de hoofdpersoon van Joseph Heller's Catch-22) die weigeren het oorlogsgebied te betreden omdat ze vermoeden dat de vijand erop uit is ze te vermoorden”.

Catch-22 is een antimilitaristische roman uit 1961, die gebaseerd is op de oorlogservaringen van Heller. Hoofdpersoon is kapitein John Yossarian, die vastbesloten is om de oorlog te overleven en elk middel aangrijpt om dat voor elkaar te krijgen. Catch-22 werd een begrip en leeft in het algemeen spraakgebruik voort als aanduiding van een paradoxale situatie waaruit slechts als verliezer naar voren kan worden getreden.

Volgens NRC Handelsblad ('Hoog Haags', 17 juli 2002) is het de “bereidheid van militairen om zich te laten uitzenden naar een gebied waar de kans bestaat dat aan de eigen kant (oorlogs)slachtoffers vallen”. Overigens wijst ‘sneuvelbereidheid’ niet zozeer op de bereidheid van individuen om voor een goede zaak te sterven, maar veeleer op het risico dat politici willen en durven te nemen dat er mensen sneuvelen die zij uitzenden.

Tijdens de oorlog van de NAVO tegen Servië en Kosovo – operatie ‘Deliberate Force’ – in 1999 deed ‘sneuvelbereidheid’ zijn intrede. En met verve! In deze oorlog viel aan de kant van de NAVO geen enkel slachtoffer. Dat is aangenaam, want in de huidige westerse wereld is de sneuvelbereidheid laag: dé schrikbeelden van politici die militairen naar de frontlijn sturen, zijn KIA (Killed In Action), het bodybag-syndrome en felle anti-oorlogsgevoelens in publieke opinie en media.

Zijn Nederlandse militairen sneuvelbereid? In elk geval weten Nederlandse militairen dat uitzendingen naar Afghanistan, Bosnië, Eritrea of Irak geen schoolreisjes zijn. Op 4 augustus 1995 kopte weekblad HP/De Tijd nog: Te lief voor oorlog. De weinig krijgshaftige geschiedenis van het Nederlandse leger. Met het artikel leek de toon van niet-sneuvelbereidheid gezet. Minister van Defensie Henk Kamp dacht daar anders over, getuige zijn toespraak voor de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap op 1 maart 2004: De Nederlandse militairen in het voormalige Joegoslavië kan geen gebrek aan moed worden verweten. Misdaden niet kunnen voorkomen, is niet hetzelfde als laf zijn. U kunt uit mijn mond ook geen pleidooi voor meer ‘sneuvelbereidheid’ onder Nederlandse militairen optekenen. Integendeel: het woord stuit mij tegen de borst. Het oogmerk van het militaire vak is niet om te sneuvelen of om doodsverachting te tonen.”

In 1998 verscheen Het misplaatste Oranje Boven-gevoel. Het falen van het politiek-militaire systeem in Nederland en Nederlands-Indië: 1825-1995 van Maarten C. Hoff, waarmee de krijgsluwe houding van de nuchtere Nederlander even tot norm leek verheven. In werkelijkheid zijn sinds het einde van UNPROFOR de vredesoperaties robuuster daadwerkelijk geworden en “is sneuvelbereidheid in NAVO- en VN-kringen geen vies woord meer”, aldus De Groene Amsterdammer op 6 april 2002. Door de terroristische aanslagen van 11 september 2001 is die sneuvelbereidheid nog versterkt: bij zelfverdediging (als het nut en belang duidelijker worden ingezien) is die veel groter dan bij vrijblijvende interventies.

Uit een opiniepeiling van het VPRO-programma ‘De Ochtenden’ op 14 januari 2004 blijkt overigens een geringe sneuvelbereidheid in de publieke opinie: 69% van de bevolking vindt dat Nederlanders niet moeten meevechten in de voorste linies bij gewapende conflicten (van de Nederlandse militairen denkt 57% hetzelfde); 58% van de bevolking vindt dat de krijgsmacht alleen humanitaire taken moet hebben (54% van de militairen denkt hetzelfde).

Terug naar boven

SOLDAAT VAN ORANJE

Bijnaam voor mr. Siebren Erik Hazelhoff Roelfzema, geboren op 3 april 1917 in Soerabaja, Java, Nederlandsch-Indië.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij één van de 1.800 Engelandvaarders die met gevaar voor eigen leven vanuit Nederland naar Engeland ontsnapten en vervolgens landingen op de Nederlandse stranden uitvoerden met als doel een betrouwbaar contact tot stand te brengen tussen Koningin Wilhelmina en de Nederlandse regering in Londen én het verzet in bezet Nederland.

Hazelhoff Roelfzema onderneemt verscheidene nachtelijke tochten om geheime agenten en radioapparatuur in Nederland aan wal te zetten in het kader van operatie 'Contact Holland'. Zijn relatie met de Nederlandse autoriteiten in Engeland is tweestrijdig: tijdens zijn acties wordt hij zowel voor de Krijgsraad als voor de Militaire Willems-Orde voorgedragen.

Vanuit Londen heeft hij meermaals als verzetsstrijder acties ondernomen tegen de Duitsers. Na zijn tijd als Engelandvaarder op Scheveningen vloog hij 72 acties als piloot van een Havilland Mosquito-jachtbommenwerper bij 139 Squadron van de Royal Air Force (onder andere aanvallen op Berlijn), waarna hij als adjudant van koningin Wilhelmina op 2 mei 1945 terugkeerde op Nederlandse bodem. Wilhelmina nam met adjudant en vertrouweling Hazelhoff Roelfzema zes weken haar intrek in de Ulvenhoutse villa Anneville. Op de residentie Anneville bereikte Wilhelmina het nieuws van de capitulatie van de Duitsers in Nederland.

De Engelandvaarder-acties zijn later vooral bekend geworden door het boek en de film ‘Soldaat van Oranje’, dat hij schreef in 1971. Het boek heeft een voorwoord van Prins Bernhard. Daarvóór publiceerde hij zijn eerste autobiografische verhaal over zijn tijd als Engelandvaarder onder de titel ‘Het hol van de ratelslang’.

Volgens Koninklijk Besluit nummer 1 van 4 juni 1942 is Hazelhoff Roelfzema als reserve-tweede luitenant van Algemene Dienst bij de Inlichtingendienst benoemd tot Ridder 4de klasse der Militaire Willems-Orde: “Ondanks groot levensgevaar geheime opdrachten uitgevoerd, die voor het Koninkrijk der Nederlanden van onschatbare waarde hadden kunnen zijn.” Daarnaast is Hazelhoff Roelfzema, als reserve-kapitein-vlieger van het Wapen der Militaire Luchtvaart, bij het R.A.F. 139 Squadron, zowel drager van het Vliegerkruis als het Distinguished Flying Cross.

Zijn boek ‘Soldaat van Oranje’ werd in 1977 verfilmd door Paul Verhoeven. De (hoofd)rol van Erik Hazelhoff Roelfzema wordt vertolkt door Rutger Hauer als Erik Lanshof. De filmmuziek van Rogier van Otterloo is legendarisch.

Terug naar boven

SOLDATENWOORDENBOEK

Boekwerk (ISBN 9060054121) dat gezien mag worden als een must voor militairen. Bevat de typische soldatentaal zoals die van 1950 tot heden wordt gebezigd binnen de verschillende krijgsmachtdelen. Samengesteld door Leen Verhoeff en gepubliceerd door uitgeverij Thomas Rap in Amsterdam in 1995. Sporadisch nog te koop bij filialen van De Slegte en andere ramsj-boekwinkels.

Terug naar boven

SPEAR

Melding om zowel aanwezigheid als compleetheid van speciale uitrustingsstukken te (her)bevestigen:

SPE Special equipment (GPS, kompas, optiek e.d.)
A Arms (Wapens)
R Radios (Verbindingsmiddelen)
Terug naar boven

STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Afgekort: STAS.

De Staatssecretaris van Defensie is verantwoordelijk voor de krijgsmachtzaken, zoals:

  • personeelsbeleid
  • materieelvoorziening
  • nationale bestuurlijke zaken
  • bedrijfsvoering
  • samenwerking tussen de vier krijgsmachtdelen

Sinds 27 mei 2003 is Cees van der Knaap de Staatssecretaris van Defensie.

Staatssecretaris Cees van der Knaap was wellicht liever in de Tweede Kamer blijven zitten, maar de oud-vakbondsman voor het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) staat binnen de CDA-fractie nu eenmaal bekend als een ervaren organisator. Wat in elk geval functioneel kan zijn in zijn Staatssecretarisschap is het gegeven dat hij in de periode 1970-'75 beroepsmilitair bij de Koninklijke Landmacht was.

Terug naar boven

STENGUN

Lichte Britse pistoolmitrailleur uit de Tweede Wereldoorlog, die met name ook door het Nederlandse verzet in groten getale werd gebruikt. Genoemd naar de ontwerpers Sheppard en Turpin en de fabriek voor handvuurwapens in Enfield.

Kaliber 9 mm. Ideaal voor gebruik tijdens man-tot-man-gevechten. Vuurkracht 500 à 600 schoten per minuut. Effectieve dracht 50 tot 100 meter. Ook de Israëlische Uzi is een pistoolmitrailleur.

Terug naar boven

STINGER

De Stinger, binnen het Amerikaanse leger de vervanger van de Redeye (M4-1E2), is een lichtgewicht, vanaf de schouder af te vuren, door één man te bedienen, draagbare anti-luchtdoelraket met infrarode geleiding.

De Stinger wordt door General Dynamics geproduceerd en is sinds 1986 in gebruik bij de KL. De Stinger is 152 cm lang, heeft een diameter van 7 cm en een spanwijdte van 14 cm.

Het lanceergewicht bedraagt 14 kg, waarvan het projectiel 10 kg zwaar is. De lanceerkoker is samen met het projectiel fabrieksmatig gesealed en gebruiksklaar. Na het afvuren wordt de lanceerkoker weggegooid, terwijl andere delen, onder andere de Identification Friend or Foe (IFF), op een nieuwe lanceerkoker met projectiel worden gemonteerd.

De Stinger wordt voortgestuurd door een vaste brandstofmotor, maar de (passieve) geleiding heeft plaats door middel van infrarood-straling. De golflengte van de straling (‹ 4,4 micron) is afgestemd op de hitte van de uitlaat en de warmtestraling op het omringende metaal van vliegtuigen. De vluchtsnelheid is supersonisch (› 1200 km p/u).

De gevechtslading van ± 400 gram is brisant met scherfwerking. Het gebruik is met name gericht als luchtverdedigingswapen tegen laagvliegende vliegtuigen.

De platen met sleuven aan de rechtervoorzijde van de lanceerkoker zijn de antennes voor het IFF-systeem, Identification Friend or Foe. Vooral vijandelijke helikopters moeten rekening houden met de doeltreffendheid van anti-luchtdoelraketten als de Stinger.

De Groep Geleide Wapens (GGW) van de luchtmacht gebruikt de Stinger in het TRIAD (Triple Air Defence)-concept om HAWK- en Patriot-raketten te beschermen tegen laag inkomende gevechtsvliegtuigen.

Terug naar boven

STOP-STOP-STOP

Om veiligheidsreden, of om welke andere dwingende reden dan ook, kan het op de schietbaan of tijdens het gevecht noodzakelijk zijn dat het vuren onmiddellijk wordt gestaakt.

Het commando "stop-stop-stop" mag in dit geval door iedereen die een gevaar onderkent worden gegeven. Het commando "stop-stop-stop" mag echter alleen door de (baan)commandant worden opgeheven.

De individuele schutter handelt na het commando "stop-stop-stop" als volgt:

W Wijsvinger gestrekt langs de trekkerbeugel/beugelkrop van het wapen
W Wapen uit de schouder nemen
W Waarnemen in de richting van het doel/voorterrein
W Wachten op nadere bevelen

Afhankelijk van de situatie kunnen de wapens worden ontladen en neergelegd.

Terug naar boven

STRIKE

Een van de drie kerntaken van het gevecht. Strike - het slaan van de vijand - is dé beslissende kerntaak met als doel door zorgvuldig manoeuvreren de eigen troepen in een zodanige positie te brengen dat zij geselecteerde elementen van de vijandelijke troepenmacht met vuurkracht kunnen neutraliseren of, indien nodig, vernietigen.

Hét middel dat wordt aangewend om het slaan van de vijand te doen slagen is manoeuvre. Daartoe beschikt de Koninklijke Landmacht over infanterie-, cavalerie- en artillerie-eenheden die met behulp van beweging en vuurkracht de vijand kunnen slaan.

In de Koninklijke Landmacht zijn deze eenheden verenigd in de gemechaniseerde brigades én 11 Air Manoeuvre Brigade Air Assault.

De twee andere kerntaken zijn find en fix.

Terug naar boven

Laatste update: 12 augustus 2004