Het belang van spelen

 

Wat is eigenlijk het belang van spelen? En wat zegt dit belang over de verantwoordelijkheden van de school?

We richten de aandacht op:

      de betekenis van spelen voor ontwikkeling;

      speelmogelijkheden thuis;

      speelmogelijkheden op school.

 

4.1. De betekenis van spelen voor ontwikkeling

In ontwikkelingspsychologische kringen zag men spelen aanvankelijk als een belangrijk middel voor kinderen om uitdrukking te geven aan hun gevoelens en ervaringen. Spel zou vooral een therapeutische. ontladende of preventieve functie vervullen. Als kinderen door spelen niet kwijt kunnen wat hen dwars zit of bezighoudt, raken ze geblokkeerd in hun functioneren. Op basis van recente onderzoeken en theorien blijkt echter dat de betekenis van spelen veel breder is.

 

Spelen en functieontwikkeling

 

Spel is uitermate belangrijk voor de totaliteit van ontwikkeling. Kinderen doen er vele ervaringen en veel kennis in op, zoals begrippenkennis, taal, sociale vaardigheden.

Dat spelen invloed heeft op motorische ontwikkeling en op sociale ontwikkeling lijkt voor de hand te liggen. Maar er is tevens een relatie tussen cognitieve ontwikkeling en spel. Want oplossen van problemen. creativiteit toepassen in oplossingen zijn essentile cognitieve kwaliteiten. Door spel komt fantasie tot ontwikkeling en fantasie is een voorstellingsvermogen dat alles met probleemoplossend en creatief denken te maken heeft. Onderzoek heeft laten zien dat kinderen met een speltraining fantasievoller gebruik van materialen vertoonden en dat ze gevarieerder gebruik maakten van de spelmaterialen.

 

Veel aandacht is de laatste jaren besteed aan spel en taalontwikkeling. Vygotskij heeft zich daar met name mee bezig gehouden.

Taal is voor een deel hardop denken, stelt Vygotskij; en denkontwikkeling kan plaatsvinden doordat kinderen communiceren met anderen. Taal is een middel om hardop na te denken. Als kinderen ouder worden verandert het hardop denken in innerlijk of mentaal denken. Het spel levert daarvoor stimulansen. omdat in het spel handelingen en situaties door kinderen verwoord worden. Ze reageren op elkaar en spelen met elkaar; er zijn interacties waar taal bij te pas komt en die het denken stimuleren

 

 Overwinnen van het egocentrisme is eveneens een belangrijk punt in de cognitieve ontwikkeling. Sutton-Smith ziet dat in verband met het spelen. Want. zegt bij, in het rollenspel moet het kind voortdurend rekening houden met zijn rol in relatie tot die van anderen. Als je politieagent wilt spelen moet de ander zich wel laten arresteren. Als de ander echter zegt de koning te zijn moet de agent zijn eigen rol wel opnieuw overdenken. Dit zijn meer dan louter sociale ervaringen.

Spelen is ook in de theorie van Piaget van belang. In de cognitieve ontwikkeling is het representeren namelijk een belangrijk punt. Het betekent dat kinderen zich voorstellingen van de werkelijkheid vormen en dat ze hun voorstellingen in handelingen kunnen omzetten. Als kinderen huizen bouwen hebben ze een voorstelling van een huis en ze hebben een idee van de wijze waarop dat huis gemaakt kan worden. Kinderen moeten hun handelen ook in hun denken vorm kunnen geven en dat is essentieel voor de denkontwikkeling.

 

Spelen en persoonlijkheidsontwikkeling

 

In het voorgaande lag de aandacht vooral bij de te onderscheiden ontwikkelingsgebieden. Maar het spelen reikt verder dan dat; spelen vervult met name een rol in de bredere persoonlijkheidsontwikkeling. Daartoe behoren bijvoorbeeld actief zijn en initiatieven kunnen nemen, kenmerken van spelen bij uitstek. Maar er zijn nog andere elementen van persoonlijk- heidsontwikkeling waar spelen een bijdrage aan levert. Kinderen verkennen bijvoorbeeld in het spelen zichzelf. Ze ontdekken wat hun mogelijkheden en beperkingen zijn: wat kan ik, wat durf ik. Door te spelen krijgen ze alle kans om hun mogelijkheden uit te breiden en hun grenzen te verleggen. Een kenmerk van spelen is dan ook dat kinderen de juist verworven mogelijkheden eindeloos herhalen: steeds opnieuw van het hoogste puntje van het klimrek; steeds weer dezelfde zandtaarten met het emmertje maken. In het spelen ligt de uitdaging om net iets over de grenzen van het kunnen, het durven, het mogen en vooral de regels heen te gaan. Spelen draagt zo bij tot n positief zelfbeeld, kinderen ervaren dat ze tevreden zijn met zichzelf en met hun verrichtingen. Want een heerlijke bijkomstigheid van spelen is dat het nooit fout of slecht is. Je bepaalt zelf f en wt er uit een activiteit moet komen en of dat aan de bedoelingen moet beantwoorden of niet. Het zelfvertrouwen krijgt een enorme stimulans. Spelen bevordert voorts de zelfstandigheid. Zelfstandigheid veronderstelt dat kinderen initiatieven nemen. plannen maken en oplossingen voor problemen vinden. En juist spelsituaties doen een beroep op deze kwaliteiten. Zelfsturing en taakgericht gedrag zijn eigenschappen die kinderen nodig hebben in hun ontwikkelings- en leerprocessen. Spelen leent zich er uitstekend voor om daar ervaringen mee op te doen.

 

El'konin benadrukt vooral de socialiserende functie van spel. Van Parreren schrijft daarover. Hij ziet voor spel een veelheid van functies, al naar gelang het aspect van de ontwikkeling dat men beschouwt:

      De socialiserende functie. In het rollenspel groeit het kind in de volwassen rollen die in de omringende maatschappij voorkomen.

      Bijdrage aan de ontwikkeling van de zelfsturing van het kind. Het leert sociaalgestuurd handelen.

      Ook de morele ontwikkeling wordt door spel bevorderd.

      Spel heeft een functie in de cognitieve ontwikkeling. Het egocentrisch denken wordt in spelsituaties overwonnen en spel bevordert de ontwikkeling van de fantasie.

 

Spelen en omgevingsverkenning

 

Kinderen komen tot ontwikkeling omdat ze op de omgeving zijn gericht; ze willen voorwerpen leren kennen, willen weten waarvoor het is, wat het kan en doet. Ze willen weten hoe volwassenen met die voorwerpen omgaan. Wat doen ze bijvoorbeeld met een lepel, hoe gaat de wasmachine open. Ze willen zijn en doen zoals volwassenen zijn en doen. Op hun eigen manier zijn kinderen bezig die buitenwereld te teren kennen; je ziet dat in wat wij dan spelen noemen. Door te spelen hebben kinderen dan ook optimale kansen om in te groeien in de levenswerkelijkheid. Op hun manier en op eigen niveau. Onze werkelijkheid, de werkelijkheid zoals wij die zien en beleven, is anders dan die van kinderen. Ze hebben een eigen werkelijk- heid die ze in het spel tot uitdrukking brengen. Een voorbeeld: Kinderen spelen 'verkeer'. Ze hebben speelgoedauto's en verkleiningen van verkeerstekens en -borden, agenten, en dergelijke. In hun spel maken ze eigen regels: een ongeluk heeft bijvoorbeeld niet de ernstige gevolgen die het in de realiteit wel zou hebben. Ze laten de autobotsing steeds weer plaatsvinden omdat het zo leuk is. De politie neemt ambtshalve de auto's van anderen in beslag om er zelf mee te gaan rijden. De ervaringen die de kinderen al spelend opdoen hebben maar zijdelings met verkeer te maken. Ze hebben vooral betrekking op de problemen die zijn opgeroepen door het kader waarin het spelen plaatsvindt: samen delen van speelmateriaal, een rol innemen, samen met anderen een rol spelen, over ontdekkingen vertellen, en dergelijke.

Als kinderen groter worden breiden de spelsituaties zich uit. Ze betrekken meer van de omgeving in hun spel; ze beschikken over een groter voorstellingsvermogen en over meer handelingsmogelijkheden. Het spel nadert steeds meer de werkelijkheid; de situatie waarin de spelactiviteiten plaatsvinden wordt langzamerhand de werkelijke levensruimte.

 

Deze functie van spelen noemt men ook wel de socialiserende functie: kinderen ontwikkelen zich volgens de regels, rollen en normen die in onze cultuur gewaardeerd en gehanteerd worden.

 

Spelen en kennis en vaardigheden

 

Door het spelen komen kinderen met specifieke kennis en vaardigheden in aanraking. Ze kunnen op het technisch-instrumentele vlak liggen, bijvoorbeeld gereedschappen en technieken kunnen gebruiken die het mogelijk maken om hutten te bouwen. Voorbeelden zijn ook te vinden op het gebied van lezen en schrijven, want in het spelen zijn velerlei symbolen van belang. Bijvoorbeeld de opschriften die kinderen voor hun woningen bedenken, de brieven die aan de post meegegeven worden. Hetzelfde geldt voor het omgaan met hoeveelheden: schatten en tellen, vergelijken en meten. zijn handelingen die bij veel spelactiviteiten een betekenis hebben. Door te spelen komen kinderen dus ook in aanraking met vak- en vor- mingsgebieden die op een gegeven moment specifieke spelletjes kunnen bieden; taalspelletjes en telspelletjes bijvoorbeeld.

 

Samenvattend stellen we dat spelen van betekenis is voor elk van de onderwijsverant-woordelijkheden die onder basisontwikkeling vallen: functieontwikkeling, opvoeding en onderwijs in vak- en vormingsgebieden. Spelen is niet alleen voor kleuters van belang; zeker met het oog op de pedagogische betekenis, maar ook gezien de bijdragen aan specifieke kennis en vaardigheden zijn speelmogelijkheden voor het gehele basisonderwijs noodzakelijk. Naarmate kinderen groter worden en over meer ervaringen beschikken, veranderen de spelactiviteiten en de spelinhouden natuurlijk wel.


Rollenspel

 

1.    Rollenspel: betekenis en bedoelingen

 

Er zijn verschillende benamingen in omloop: doen-alsof spel, verbeeldingsspel, symbolisch spel, imitatiespel, fantasiespel, rollenspel.

Wat is wat?

Ze hebben allemaal betrekking op activiteiten van kinderen waarin ze iets doen dat een nabootsing of verbeelding van wat anders is.

Symbolisch spel en doen-alsof spel slaan op de activiteiten waarin kinderen voorwerpen gebruiken die ze een bepaalde betekenis geven: de stoelen die een trein voorstellen; het water in een kopje dat thee is; krabbels op papier die letters en woorden voorsteden; het gevouwen vliegtuigje dat gaat vliegen. Het zijn allemaal symbolen die kinderen gebruiken voor iets dat in de werkelijkheid aanwezig is. Ze hebben zich daar een voorstelling van gevormd en geven die voorstelling weer met behulp van de mogelijkheden en materialen die hen ter beschikking staan. Eigenlijk zijn veel kleuteractiviteiten tot het symbolische spel te rekenen. Want als ze een huis bouwen is dat natuurlijk niet 'echt'. Met knutselmaterialen maken ze een symbolische voorstelling van een paddestoel bijvoorbeeld. En als ze tekenen, willen ze een symbolische voorstelling van bijvoorbeeld een huis weergeven.

Symbolisch spel of doen-alsof spel gaan echter niet altijd met voorwerpen gepaard. Kinderen gebruiken ook hun eigen handelingen of gebaren om iets uit de werkelijkheid of uit hun eigen gedachten tot uitdrukking te brengen: als ik zo'n ratelgeluid maak betekent dat, dat ik een machinegeweer heb; als ik 'tring-tring' roep betekent dat, dat ik aan de bel trek; rondrennen met m'n armen opzij gestrekt maakt me een vliegtuig. Het begrip fantasiespel gebruikt men vaak om activiteiten aan te duiden die iets voorstellen dat alleen in de fantasie bestaat en niet in de realiteit: kabouters en spoken bijvoorbeeld, pratende dieren, spelen van verzonnen gebeurtenissen of personages. Het verschil met imitatiespel of rollenspel is, dat het in de laatste gevallen om het spelen van situaties gaat die wel in de realiteit voorkomen. Ik ben nu vader en ga boodschappen doen; ik ben de verhalenverteller en anderen luisteren naar me; ik ben ziek en daarom lig ik heel stil in bed.

Het woord imitatiespel wekt de indruk dat kinderen gedragingen van volwassenen precies imiteren. We gebruiken liever rollenspel, omdat het niet om een exacte imitatie gaat. De voorstellingen die kinderen hebben van personen, gedragingen, gebeurtenissen in de realiteit zetten ze in eigen handelingen om. Ze spelen de rol van iets of iemand anders; ze kruipen in de huid van een ander; maar ze hoeven niet precies zoals die ander te zijn of te doen.

 

De diverse begrippen liggen erg dichtbij elkaar en het wordt er niet duidelijker op als we ze allemaal naast elkaar blijven gebruiken. We gebruiken slechts n begrip: rollenspel. Het zijn spelactiviteiten waarin kinderen personages, rollen en gebeurtenissen die zich in hun fantasie afspelen of die in de realiteit voorkomen, spelen. Er is wet een onderscheid, zoals we al zeiden, maar in activiteiten van kinderen liggen fantasie en realiteit heel dichtbij elkaar. Dat is juist het fascinerende van kinderspel. Kinderen weten zelf heel goed dat ze op twee benen hinken en zijn daar zeer tevreden mee. Pas als je als volwassene denkt mee te kunnen doen in die dubbele denkwereld likken ze je op de vingers: dat is geen echte thee hoor, ik doe toch maar alsof ik een beer ben, in het echt praten beren niet.

In het volgende voorbeeld is het samengaan van fantasie en realiteit te zien. Het is opgeschreven door een journaliste die een tijdje in een kleuterklas te gast was en probeerde uit te vissen wat die fantasiewereld van kleuters nou toch precies is:

 

"Deze dag willen veel kinderen zich verkleden.

'Dat is gek', zegt Naomi.

'Dat is niet gek', zeggen Max en Riekje.

'Dat is nou het leuke van verkleden', zegt Riekje.

'Het is niet gek als je het wilt', zegt Michiel.

Merlijn zit elf te zijn. Een wit wijd rokje staat wijd om hem uit, hij draagt witte tulen vleugels en grote voelsprieten op het hoofd met twee glinsterende wentelwiekjes in top. Merlijn zit met grote waardigheid; hij is in de ban van een betovering.

'Huh, wat gek', roept Naomi, want nu is ook Michiel bezig zich als elf te verkleden.
Dat is niet gek', zegt hij, terwijl hij het tuigje van de eflenvleugels op zijn borst vastknoopt. 'Merlijn is ook een jongen. Ik ben een koningelf.
Meerdere stemmen: 'Dat kan niet.'

Michiel: 'Nee, het kan, als je het speelt.' Naomi knipt met vinnige knipjes een engel uit zilverpapier (...). De elfen komen langs: 'Kijk ons eens vliegen.'

'Dat kunnen jullie niet, zegt Naomi. 'Nee, niet echt.' Dat zegt ze heel beslist.

'Wel, zeg Michiel.

'Wel', zegt Rietje, niet helemaal zeker van haar zaak. 'Niet', zegt Naomi bozig, ontevreden dat ze niet wordt geloofd. 'Niet zo van helemaal omhoog in de lucht en dan weer omlaag zoals echte elfen. Nee, beslist niet. Ik heb het in ieder geval nog nooit gedaan.'Later op de dag wil Naomi toch ook voor elf spelen. 'Weet je dat ik een clown-elf ben', zegt Michiel tegen Leonoor ( ... ).
'Dat kan niet, zegt zij. Zij is als kerstvrouw verkleed bezig iets of iemand onder het kleed te begraven.

'Hij was niet dood; hij kan doodgaan', zegt Leonoor. 'Daarom ben ik hem maar aan het begraven.'

'Een kerstvrouw draagt geen sjaal', zegt Naomi die intussen ook elf is geworden

'Jawel', roept Leonoor. 'En jij moet niet naar buiten gaan want dan bevries je meteen.

'Je hebt wel gelijk', zegt Naomi, maar daarom hoef je nog niet te schreeuwen. "

 

Wat de zin of de betekenis van rollenspel is kunnen we bekijken vanuit de invalshoek van kinderen en vanuit de opvoedings- en onderwijsdoelen die volwassenen ermee voor ogen hebben.

Eerst de kinderen. Rollenspelen zijn heel natuurlijke activiteiten. Of volwassenen er nu maatregelen voor nemen of niet, kinderen spelen. Het is hun manier om een relatie met de wereld aan te gaan; hun manier om uitdrukking te geven aan indrukken en gevoelens.

Voor kinderen heeft het spelen dan de volgende functies of betekenissen:

      Ze beleven hun ervaringen en indrukken nog een keer. Ze maken ze z, zoals zij zelf willen. Ze herscheppen als het ware de werkelijkheid en zijn vrij om er hun uitleg aan te geven of om er wenselijke wendingen in aan te brengen. In het spel mag alles en kan alles. Dus je maakt het zoals je zelf wilt.

      Gevoelens en emoties krijgen een vorm door ze in handelingen uit te drukken. Met woorden kun je meestal nog niet uitdrukken wat je bezighoudt.

      In rollenspelen scheppen kinderen voor zichzelf de gelegenheid om te zijn of te doen zoals de groten zijn of doen: je bent een politieagent, of de baas van alles, of de moeder die eten kookt, of de tramconducteur.

      In het spel kunnen kinderen dt doen of zijn wat in werkelijkheid helemaal niet kan, maar wat wel erg prettig of spannend is: Pino van Sesamstraat, de grote leeuw die andere dieren bang maakt. buitenaardse wezens die een heel vreemde taal spreken.

 

Voor leerkrachten is rollenspel van bijzondere betekenis, omdat het wezenlijke bijdragen levert aan de brede ontwikkeling:

      kinderen verkennen de werkelijkheid waarvan ze deel uitmaken; zowel de sociale als de fysische werkelijkheid;

      kinderen maken mentale voorstellingen van rollen en gebeurtenissen en geven daar in hun handelingen en taal vorm aan;

      in het rollenspel staan interacties tussen kinderen op een centrale plaats. Interacties waarin taal een rol speelt en die essentieel zijn voor ontwikkeling;

      kinderen leren zich in de posities van anderen te verplaatsen en rekening te houden met de rollen van anderen;

      ze leren rollen of situaties beter begrijpen als ze ermee spelen;

      ze kunnen ervaringen of gevoelens uitspelen of afreageren. Een kind dat vreselijk bang voor de tandarts is speelt dat bijvoorbeeld in de poppenhoek uit. Als leerkracht kun je op deze manier iets te weten komen van wat een kind sterk bezighoudt.

 

Vervolgens is rollenspel van belang, omdat het aanleidingen geeft voor tal van specifieke kennis en vaardigheden. Als je de koningin bent moet je een kroon hebben; die kun je zelf maken. Als je postkantoortje speelt zul je adressen en namen op de enveloppen moeten hebben. Als je winkeltje speelt heb je geld nodig en moet je tellen. Als je een olifant speelt moet je wel weten hoe een olifant er uitziet en doet. Als je een rovershol maakt moet je je hol wel donker kunnen maken.

Mogelijkheden te over om te werken, om te maken, om te leren. Het spel geeft zo niet alleen de aanleidingen om te werken of iets te doen of te maken; het spel kan ook het resultaat zijn van werk.

Het kind dat bijvoorbeeld wel een half uur bezig is geweest om een auto van Lego te maken,  er dan ook mee spelen om te laten zien dat hij een goede coureur is; of tekeningen, die een kind op de gedachte brengen ze te versturen naar de juf.

 

Laten we hier stoppen. Als we nog even door zouden gaan lijkt het erop alsof niets anders dan fantasie- en rollenspelen nodig zou zijn.

 

 


2.    Spelontwikkeling

 

In het rollenspel doen zich ontwikkelingslijnen voor die aan de hand van de volgende punten te beschrijven zijn:

      van symbolisch spel naar rollenspel;

      emotionele ontwikkeling;

      sociale ontwikkeling;

      taal- en denkontwikkeling.

Vervolgens vestigen we de aandacht op verschillen tussen kinderen die in de spelontwikkeling tot uiting komen.

 

Van symbolisch spel naar rollenspel

 

In de vroege kinderjaren zie je een ontwikkeling in spelactiviteiten die gelijk opgaat met de totale ontwikkeling. Rollenspel is niet alleen een uitdrukking van ontwikkelingsvorderingen, maar het bevordert de ontwikkeling op zich.

In de peuterleeftijd zie je dat kinderen vooral manipulerend met voorwerpen bezig zijn. Zo langzamerhand gaan ze die voorwerpen betekenissen geven en gebruiken ze deze als symbool voor een ander voorwerp. Je ziet dat bijvoorbeeld bij de zandbakschepjes; ze zijn er niet alleen omdat je er zand mee kunt scheppen, maar je kunt ook doen alsof ze een stoplicht in het zand voorstellen; of ze worden de geweren waarmee je de vijand belaagt.

Jonge kinderen geven voorwerpen als het ware een rol en spelen voor een deel die rol. Het voorbeeld is te vinden bij kinderen die in het zand met speelgoeddiertjes of wereldspelmateriaal spelen. Ze laten ze praten met allerlei rare stemmetjes; ze laten ze bang zijn, boos worden, weglopen. feestvieren, enz. Als kinderen taal gaan gebruiken bij het spel met voorwerpen kun je constateren dat ze een stap verder zijn in hun spelontwikkeling.

Ng een stap verder zijn ze, als ze zlf de rol aannemen van iemand anders en zich daar bewust van zijn. Ze zeggen dan ook vaak: en ik ben de bakker, de stratenmaker, de winkeljuffrouw. Of liever, ze zeggen: en toen was ik... Ze gaan ook praten en handelen zoals de personen dat doen die ze spelen. Kenmerkend voor deze fase is dat ze zich echt verplaatsen in andere personen of situaties.

Natuurlijk blijven de eerdere spelfasen zich nog steeds in belangrijke mate voordoen. Waar we op wijzen is dat zich in de loop van de kleuterleeftijd verschuivingen gaan voordoen die je in verband kunt brengen met de spelontwikkeling.

Kinderen spelen hun werkelijkheid. Maar ze weten heel goed dat ze niet doen of kunnen doen zoals het in werkelijkheid is. En toch willen ze dat heel graag. Door die drijfveer gaat hun ontwikkeling verder. Zo zie je bijvoorbeeld dat het rollenspel leidt tot het willen kennen en kunnen zoals de groten dat doen; ze willen het 'echte', belangrijke werk en niet alleen maar de speelse vormen daarvan. Niet doen alsof je taartjes bakt, maar chte taartjes bakken. Niet doen alsof je een boek leest, maar zlf lezen wat er staat.

Op deze manier is er weer een voortzetting van ontwikkeling te zien. waarin kinderen meer behoefte krijgen om specifieke kennis en vaardigheden te verwerven. Het rollenspel blijft van belang. Ook als kinderen een stuk groter zijn geworden. Het gaat alleen een andere functie in de kinderlijke ontwikkeling vervullen.

Rollenspel heeft hoge ontwikkelingswaarde, omdat er verschillende niveaus van handelingen en denken in betrokken zijn. Naast het zeer concrete en directe handelen raken kinderen met denkhandelingen vertrouwd. De identificatie met een rot bepaalt verschillende handelingsaspecten.

Het volgende voorbeeld laat dat zien.

 

Vanessa en Jerina spelen in de bouwhoek. In de bouwhoek staan stapels blokken van verschillende grootte en een aantal planken. Er staat een mand met kleden, kinderkleren en een paar lappenpoppen. Aan de rand van de hoek staat een grote, kartonnen doos met daarin een deurtje en een raam. Er liggen een paar kussens in de doos. Vanessa en Jerina maken samen van tafels, blokken en planken een patatkraam met een doorgeefluik. Vervolgens ontwikkelt zich een spel van werken in de patatzaak door de n, en winkelen, het huis (de doos) opruimen, met de kinderen (de poppen) wandelen door de ander. De meisjes wisselen voortdurend van rol.

De rol geeft aan:

      welke handelingen het kind uitvoert: Vanessa speelt eerst de juffrouw van de patatkraam en doet alsof ze het doorgeefluik openschuift;

      welke betekenis het kind verleent aan het materiaal: Vanem verkoopt blokken als patat en ijs;

      welke relaties het kind aangaat: Vanessa praat met Jerina in de relatie winkeljuffrouw/ klant (zegt u) en met de poppen in de relatie volwassene/kind (zegt je).

 

Emotionele ontwikkeling

 

Het symbolisch spel of rollenspel is van grote betekenis voor de emotionele ontwikkeling. De materialen, sfeer en inrichting van de spelsituaties, nodigen kinderen uit om gevoelens en ervaringen uit te spelen die van grote betekenis voor ben zijn. Waar woorden tekort schieten kan het spel een uitdrukking zijn van wezenlijke emoties. Door het uitspelen daarvan heeft een kind de mogelijkheid evenwicht te vinden in emotionele situaties en om met gevoelens om te gaan. Een voorbeeld:

Een kind moest naam de tandarts en zag daar, ten gevolge van eerdere ervaringen, erg tegenop. Het werd nog erger dan verwacht: een nare behandeling bleek noodzakelijk. Het kind was erg overstuur en uitte dit aanvankelijk door zwijgen; ze repte met geen woord over wat gebeurd was. Na enkele dagen zag de leerkracht haar met een vriendje in de poppenhoek. Zij was tandarts, hij patint. Ze beet hem toe dat hij stil moest liggen en zijn mond goed open moest houden. Daarna wilde zij de patint zijn en ze gaf de tandarts opdracht geen pijn te doen.

De leerkracht hield zich op de achtergrond en volgde het spel nauwlettend. Na afloop ervan wilde het kind in ieder geval weer gewoon praten.

 

Sociale ontwikkeling

 

Kenmerkend voor rollenspel is dat kinderen een rol spelen in relatie tot andere rollen. Je kunt wel alleen de koningin zijn, maar zonder onderdanen is dat weinig inspirerend. Als je vadertje en moedertje speelt gaat het altijd om meerdere rollen en personen; alleen vader zonder moeder, kind of hond is niet leuk meer. Wie winkel wil spelen heeft altijd klanten nodig. Juist door het samengaan van rollen, door de interacties die nodig zijn om te spelen, krijgt de sociale ontwikkeling kansen.

Sociale ontwikkeling strekt hier verder dan het samen kunnen delen van spullen of van een spelthema. Essentieel is dat kinderen hun rolgedrag leren afstemmen op dat van andere spelers. En dat eik kind op n of andere manier inspeelt op het rolgedrag van de ander of van de samen bedachte situatie. Wat doe je als moeder opeens beveelt dat je boodschappen moet gaan doen? Hoe gedraag je je dan als vader? Wat zou je spelpartner doen als je hem dood schiet? Als het goed is blijft die stil op de grond liggen.

Omdat kinderen in het rollenspel erg afhankelijk zijn van het inspelen op elkaar ontstaan er de nodige conflicten. Een kind wordt kwaad als de ander niet dood is. Als een ander niet regeert zoals gedacht was ontstaat er, logisch, verwarring.

Door deze ervaringen dom zich mogelijkheden voor op het gebied van sociale ontwikkeling. Als er goede speelmogelijkheden zijn, leren kinderen hun egocentrisme te overwinnen en zich meer te verplaatsen in de rol en het denken van een ander.

Samen een spel bedenken, samen rollen of een verhaal afspreken, samen attributen zoeken of maken, en samen weer opruimen; dat zijn allemaal ervaringen die bijdragen aan de sociale vaardigheden.

 

Taal- en denkontwikkeling

 

Het is niet onze bedoeling alle ontwikkelingsaspecten de revue te laten passeren. Maar we willen wel even wijzen op de bijzondere betekenis die het rollenspel voor de taal en het denken heeft. Er bestaat een hechte relatie tussen het rollenspel en de taal- en denkont- wikkeling. De beschikbare taal van het kind is namelijk voor de totstandkoming van rollenspel van groot belang. Immers:

      het bepaalt de betekenisvolheid van een spelsituatie; pas als een kind iets kan vertellen over bijvoorbeeld schoenen verkopen, wordt een schoenenwinkel een betekenisvolle context;

      het geeft het spelidee van het kind mede vorm; als een kind weet wat een boodschappenlijstje is kan dat in het winkelspel een rol spelen;

      het bepaalt daarmee ook de rol die het kind 'pakt' in het spel; in de winkel zegt Barry dat er n kassa moet zijn. Aafke zegt: 'Nee hoor, er mogen er ook twee.' Vervolgens installeert ze zichzelf als tweede caissire.

 

Tijdens het spel gaan de kinderen een taalspel aan. In dat taalspel krijgen woorden en begrippen een plaats die door de samenspelende kinderen gekend en herkend worden. Spelen in een winkeltje bijvoorbeeld kan een taalspel opleveren waarbinnen woorden als geld, veel. goedkoop, klant, en dergelijke de handelingen van de kinderen begeleiden en richten.

 

De interacties tussen kinderen en hun rollen

 

Het taalspel binnen rollenspel concretiseert een viertal belangrijke taalfuncties:

      Taal om het eigen gedrag te sturen: 'ik doe al het geld in de kassa.'

      Taal om mee te beschrijven, te benoemen en te redeneren. Elja stopt boodschappen in de mand. De flessen kunnen er niet meer in, 'ik moet een doos hebben, dit past er allemaal niet in', zegt zij.

      Taal om handelingen te beschrijven die in de toekomst liggen, die kunnen gebeuren. 'Niet doen, direct valt de doos', zegt Bany tegen Aafke als ze een volgepakte doos van tafel wil tillen.

      Taal om zichzelf in relatie tot de ander te duiden: 'Ik wil kassa zijn, jij bent al geweest.

 

Verschillen tussen kinderen

 

 De geschetste spelontwikkeling doet zich in grote lijnen zo voor. Maar tussen kinderen onderling zijn er heel wat verschillen in spelgedrag en spelontwikkeling.

Kinderen uit sociaal-economische achtergestelde situaties bijvoorbeeld vertonen in vergelijking met kinderen die in betere omstandigheden opgroeien weinig of erg arm rollenspel. Daaruit leiden we af dat de sociale omgeving van invloed is op de spelontwikkeling en dat we daar in het onderwijs terdege rekening mee moeten houden.

Ook weten we dat meisjes ander spelmateriaal gebruiken dan jongens en dat ze, een ander spelgedrag vertonen dan jongens. Ze kiezen voor andere rollen, voor andere situaties dan jongens. Let maar eens op: meisjes spelen bij voorkeur de elfjes, de danseresjes, de winkeljuffrouwen, de moeders, de toverfeen. Het zijn vriendelijke situaties die ze in hun spel creren: boodschappen doen, ziekenhuisspel (maar een jongen is de dokter!), circus of bakker. Jongens doen het stoerdere werk en spelen gevaarlijke rollen: ze zijn rovers, machinisten, autoracers, marsmannen, politieagenten, tovenaars of soldaten. Als je je afvraagt waar die verschillen vandaan komen moet je natuurlijk rekening houden met verschillen in karaktertrekken of geaardheid. Maar ook hier zijn de voorbeelden die kinderen thuis en op de televisie te zien krijgen van grote betekenis. Kinderen identificeren zich met de rollen en personen waarvan de sociale omgeving vindt dat die de voorbeelden zijn. Je kunt als meisje wet circusdirecteur willen zijn, maar als anderen dat allemaal gek vinden kan het enthousiasme verdwijnen. Ook in dit opzicht is een belangrijke taak voor het onderwijs weggelegd.

Een derde type van verschillen tussen kinderen heeft betrekking op de culturele achtergronden. Kinderen uit andere culturen zijn vaak anders in hun spelgedrag. Dat heeft onder andere te maken met de mate waarin zij zich vrij voelen om voluit te spelen. In onze cultuur is het gewoon dat kinderen zich, in aanwezigheid van volwassenen uitleven in fantasie- en rollenspellen. Maar in andere culturen ligt dat soms anders. Het is belangrijk om met dit gegeven rekening te houden bij leiding en begeleiding van het rollenspel.

 

3.    Vrij en begeleid spel

 

Rollenspel in kleutergroepen associeert men vaak met het vrije spel in hoeken in de klas. We willen er ruimer en intensiever aandacht aan besteden. Want zoals we in hoofdstuk 1 hebben verteld, kan de omgeving invloed uitoefenen op het rollenspel en op de kwaliteit daarvan. En omdat rollenspel zo belangrijk is voor de totale ontwikkeling moeten we in school mr doen dan voorwaarden scheppen en toekijken.

Wat valt er meer te doen?

De ordening die we aanbrengen gaat uit van meerdere invalshoeken:

      er zijn verschillende plaatsen te onderscheiden waar kinderen kunnen spelen: de hoeken in de klas of gang, de kring, het speellokaal of buiten;

      rollenspel kan vrij spel zijn, maar ook door de leerkracht worden begeleid, of het kan helemaal onder leiding van de leerkracht plaatsvinden;

      er is rollenspel in kleine groepjes en gemeenschappelijk rollenspel waar dus alle kinderen van de groep bij betrokken zijn.

 

Met behulp van deze onderscheidingen is de ordening die we in de beschrijving van het activiteitenaanbod hanteren de volgende:

      het vrije en het begeleide spel in de hoeken waar kleine greepjes kinderen bij betrokken zijn,

      het geleide rollenspel in de kring en speellokaal of buiten; dit kunnen gemeenschappelijke activiteiten zijn, maar het geleide spel kan ook in klein groepsverband plaatsvinden.

 

3.1. Hoeken, inrichting en materialen

 

Van oudsher is de poppenhoek de plaats bij uitstek voor het vrije rollenspel. De hoek is doorgaans afgescheiden van de rest van de klas, zodat de kinderen zich onbespied wanen en zich vrij voelen te spelen zoals ze willen. Het is jammer dat het rollenspel vaak blijft steken in een ingerichte hoek waar verder weinig aandacht aan wordt besteed. De materialen lijken nogal toevallig en nogal eens weinig verzorgd. De ruimte staat vaak te vol, met kleine kastjes, tafeltjes en stoeltjes. Er is speelgoed dat door volwassenen is uitgedacht en waar weinig echt mee te spelen valt. De kinderen zijn in zo'n hoek snel uitgekeken, of vervallen in clichmatig spel.

Het kan zoveel anders.

Voor het vrije spel in boeken zijn inrichting en materialen uiterst belangrijk, omdat deze de creatieve processen uitlokken en inspireren. Dat betekent bijvoorbeeld dat de inrichting het spel niet teveel een kant op mag sturen, maar ruimte moet bieden om ook wat anders dan vadertje-en-moedertje te spelen. Daarom spreken we liever over speelhoek in plaats van poppenhoek. Op die manier zijn ook mogelijkheden aanwezig om het stereotiepe meisjes- en jongensspel te doorbreken.

 

3.1.1. Vaste en wisslenede speelhoeken

 

Een vaste speelplek

 

Niet iedere plek is een speelplek. Kinderen houden van sfeer. Kies een duidelijk af te bakenen plek. Een niveauverschil in de vloer, waarbij de kinderen een trapje op- of afgaan, spreekt enorm tot de verbeelding. Is dit niet mogelijk, kies dan voor een rustige hoek. Door een of twee kasten dwars op de muur te plaatsen en/of gebruik te maken van een scherm, krijgt de hoek de beslotenheid die nodig is voor dit spel. De hoek heeft hierdoor ook iets verrassend voor kinderen, ze moeten er echt binnengaan om te zien wat zich daar afspeelt.

 


Een tweede plek

 

Tijdens hun spel blijven de kinderen niet steeds in de speelhoek. Vanuit hun rol is het logisch op pad te gaan. Zij gaan varen, verhuizen, moeten naar de winkel of de tandarts. Wijs hiervoor een tweede plek aan of laat de kinderen zelf zo'n plek uitzoeken. Bij spontane samenwerking met de bouwers uit de bouwboek zien we deze ruimte ingeschakeld worden. Het kan daarom handig zijn de bouwhoek naast de speelhoek te organiseren.

 

Wisselende hoeken

 

Variabele hoeken zijn voor verschillende spelthema's in te schakelen die tijdelijk van aard zijn. Denk bijvoorbeeld aan de sinterklaastijd. Of aan thema's die in de klas bijzondere aandacht hebben en aanleiding geven voor rollenspel, bijvoorbeeld een winkelhoek, een ziekenhuis of postkantoor.

 

Een voorbeeld:

Naar aanleiding van de ziekenhuisopname van n van de kinderen is er behoefte aan een 'ziekenboeg' waarin over de dokter of het ziekenhuis gespeeld kan worden. Zo kan er in een vaste speelhoek een groot (kinder)bed neergezet worden. Bij de verkleedkleren komen witte overhemden voor de dokters en verple(e)g(st)ers evenals diverse doktersattributen. Deze inrichting kan blijven zolang de behoefte van de kinderen hiertoe aanleiding geeft. Zijn ze hierover uitgespeeld dan is een eenvoudige ingreep voldoende om er weer een andere hoek van te maken. Een andere mogelijkheid is een extra hoek als ziekenboeg in te richten.

 

3.1.2. Inrichting en materialen

 

De basisuitrusting van een speelhoek bestaat uit neutrale elementen, die in ieder spel gebruikt kunnen worden en waarmee kinderen verschillende soorten ruimtes en inrichtingen kunnen creren. Zoals:

      schuimplastic kussens;

      een matras;

      zachte kussens;

      kistjes;

      planken;

      een vloerkleed;

      een open kast;

      dekens;

      lakens;

 

Benut de sfeer van kleuren en stoffen; rood fluweel vertegenwoordigt een rijke wereld, tule in zachte kleuren maakt iets sprookjesachtig. Het is handig een voorraadje aan te leggen van lappen in verschillende kleuren en stoffen, bijvoorbeeld:

      tule (pasteltinten);

      voeringstoffen;

      (donkere) wollen lappen;

      fluweel.

Ingewikkelde pakken zijn overbodig, de symboolfunctie van de kleding is belangrijk. Een bontmuts met twee oortjes werkt even goed als een prachtig berenpak. Eenvoudig gemaakte jakjes, rokken en broeken voldoen prima; ook riemen, koorden, sjaals en sjerpen en natuurlijk hoeden! Zorg voor voldoende bewegingsvrijheid, pas de lengte aan.

 

Naast het materiaal voor rollenspel dient wereldspelmateriaal in de klas aanwezig te zijn. Het heeft een plaats in de bouwboek, bij zand en water en bij het spel in het poppenhuis. Ook daar hanteren kinderen voorwerpen of spelmaterialen om gebeurtenissen, situaties of rollen uit te spelen. Men noemt dit wel symbolisch spel. Met autootjes veroorzaken ze bijvoorbeeld ongelukken, kleine diertjes nemen de rol van vader en moeder aan, poppen en poppetjes krijgen mooie kleren aan voor het feest met speelgoeddieren spelen ze schooltje, enz., enz. Zorg daarom voor:

      autootjes, verkeersborden, treinen, tractors;

      poppetjes, poppenhuis, meubeltjes;

      dieren, hokken, hekken;

      bootjes, vliegtuigjes, enz.

 

 

terug