|
|
HOTEL TERMINUS
De poort van Hotel Terminus staat altijd open. Klassiek, soepel gebogen en opgetrokken uit wit marmer dat bij dag blinkt in de zon en s'nachts de maan lijkt te vangen. Aan weerszijden staan massieve zuilen, en vanaf het moment dat het hotel er staat, staan de boog en zuilen klaar om afgebroken te worden. Te aanwezig, te massief, te schreeuwend, niet passend bij de stijl die het hotel voorstaat: strak en sober. Maar de bezoekers ervaren in de zuilen iets van herkenning, eenzaamheid, en in de boog een welkom. En ach, wie is het hotel om zo?n ervaring, de laatste - hoe disharmonisch ook - de pas af te snijden.
Wie dood wil, loopt binnen, checkt in, gaat naar de gereserveerde kamer, doet de deur op slot en wacht in alle rust op wat komen gaat. Dat kan door wat uit de ramen te hangen, de tuin in zich op te nemen met een slingerpad langs geel en groen en rood en blauw, en in de verte vogels boven een vijver, of door wat te bladeren in het houten kastje met alle boeken die ooit werden geschreven maar die nooit werden gelezen of begrepen, of door de stereo aan te zetten en een plaat te draaien uit vroeger tijd, of door aan tafel te gaan zitten en iets te doen met het papier als dichten, tekenen, componeren, vouwen.
Men hoeft niet bang te zijn dat iemand, zomaar, onverwacht de kamer binnenkomt. Elke kamer is voor vierentwintig uur het eigendom van de gast, en die heeft in die periode de onvoorwaardelijke zeggenschap over wie naar binnen mag en wie niet; ook is de gast vrij om te doen wat hij of zij wenst en wil zonder plichten, wetten, praktische bezwaren en meer, maar ook zonder rechten: totale anarchie, totale zeggenschap. Natuurlijk leidt dit zo af en toe tot onoverkomelijke schandalen - mede daarom wordt absolute privacy gewaarborgd, zodat men zijn laatste uren onbezorgd kan vullen met koning zijn.
Het moet echter gezegd dat Hotel Terminus meer wil zijn, en meer is, dan een hotel voor hen die misbruik willen maken van hun macht. Het hotel biedt ook een rustoord voor de vermoeiden, alle rusteloze zoekers, de groots mislukten en ieder die een waardig einde aan het leven wil knopen. Het bed in het centrum van elke kamer geeft mogelijkheden om het leven nog eenmaal in zijn gruwelijke gedaante te ervaren, via bijvoorbeeld dagdromen, autohypnose, of, door zich aan een generator te koppelen die een willekeurige episode uit het mogelijke leven in kleur, geur, smaak en kraak zal tonen ...
Is het etmaal voorbij, dan kan men de dood op twee manieren ontvangen. Enerzijds door de paarse pil te weigeren die om deze tijd zal klaarliggen in het glazen bakje aan de kamerzijde van de deur - medewerkers van het hotel zullen uit dit volle bakje opmaken dat de bezoeker niet de pil heeft gekozen en de kamer verlengen voor een periode van drieentwintig maal vierentwintig uur; tijdens deze periode is bezoek niet mogelijk en de gast wordt overgelaten aan zijn lot om te sterven aan lichamelijke uitputting. Anderzijds door de pil in te nemen, leidend tot visioenen van Cosima, scheppend waanzin.
|