Verslag van het symposium

 

Anansi: een verhaal van migratie

 

gehouden op 15 juni 2007 op het Meertens Instituut te Amsterdam

 

Na de opening van het symposium door prof. dr. Herman Roodenburg, hoofd van de afdeling Etnologie van het Meertens Instituut, gaf  volksverhaalonderzoeker dr. Theo Meder van het DOC Volksverhaal een introductie op de verhalen over Anansi de spin onder de titel: 'Anansi: een trickster met verleden en toekomst'.

 

Theo Meder. (Foto: Ruben Koman)

 

De verhalen over Anansi hebben hun mythologische oorsprong in West-Afrika en zijn meegereisd met de slaven-transporten naar het Caraïbisch gebied en het Amerikaanse vasteland. Hier 'ontmythologiseerden' of 'seculariseerden' de verhalen tot vertellingen over de 'trickster' Anansi. Een trickster is een bedrieger die er plezier aan beleeft om iedereen te grazen te nemen. Met de na-oorlogse migratie zijn de verhalen vanuit Suriname en de Antillen naar Nederland gekomen. Meder stelde vast dat we bij de bestudering van de orale traditie helaas niet verder terugkomen dan de late 19e eeuw: we weten niet hoe de Anansi-verhalen precies geklonken hebben vóór de afschaffing van de slavernij in 1863. Het lijkt alsof in een aantal overgeleverde Anansi-verhalen ook Europese invloeden te vinden zijn (Vrouw Holle, Tafeltje Dek Je), maar het gaat in veel gevallen om wijdverbreide vertellingen die óók Afrikaans geweest kunnen zijn. Meder stelde verder vast dat de trickster-figuur (zoals Anansi, Reinaert, Nasreddin Hodja, Kantjil en Tijl Uilenspiegel) archetypisch en universeel is, die gedijt in sociaal gelaagde samenlevingen waar altijd wel een baas boven baas is, en dat de overgeleverde Anansi-verhalen niet allemaal direkt verband hoeven te houden met het slavernijverleden. Op het symposium werd tenslotte duidelijk dat Anansi een overlever is die inmiddels wel een icoon is geworden van Surinaams en Antilliaans zelfbewustzijn en ervaren wordt als een verzetsheld tegen onderdrukking en slavernij.

 

Het was een druk bezocht symposium met vertegenwoordigers uit de Surinaamse, Antilliaanse en Nederlandse gemeenschap. De studente Nederlands Maria Prorok was helemaal  uit Polen gekomen om inspiratie op te doen voor haar eindscriptie. (Foto: Theo Meder)

 

Hierna volgde een video-presentatie van de Stichting Vista Far Reaching Visuals, die vertegenwoordigd werd in de personen van Jean Hellwig en Mona Veld. Eén van de projecten van Vista heet 'Anansi Masters' en in 2007 zijn voor dit project vertelfestivals georganiseerd in Rotterdam en Amsterdam waarvan video-opnames zijn gemaakt. Er werd een impressie gegeven van het evenement in Rotterdam, te beginnen met een korte 'Making of...'. Vervolgens kreeg men enkele opnames te zien: de Antilliaanse Anna Petrona vertelde over 'Anansi en de bonte koe'. Daarna kwam de Nederlandse Herma van Zutphen over 'Anansi en de teerpop'. En tenslotte hoorde men een Engelstalig verhaal van Laurence, die in Ghana is geboren. Hij typeerde Anansi als een "mean guy" en vertelde een verhaal over een egoïstische en vraatzuchtige Anansi.

 

Michiel van Kempen. (Foto: Theo Meder)

 

Vervolgens was het woord aan prof. dr. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar in de West-Indische letteren aan de Universiteit van Amsterdam. Van Kempen sprak over het verhaalrepertoire van de familie Lichtveld, kenners van de literatuur en cultuur van Suriname. De bekendsten onder hen zijn natuurlijk Lou Lichtveld (1903-1996), voor sommigen beter bekend als de schrijver Albert Helman, en zijn dochter Noni Lichtveld (geb. 1929). Noni Lichtveld is de illustratrice en schrijfster van meerdere befaamde Anansi-boeken zoals Anansi de spin weeft  zich een web om de wereld, Anansi en die andere beesten en Anansi tussen God en duivel. De familie Lichtveld was groot en beschikte ook over een grote vriendenkring. Van Kempen liet zien hoe Noni, als het ware zelf als een spin in een web, van familie en vrienden Anansi-verhalen optekende voor haar boeken. Eén van haar bekendste informanten was de Surinaamse schrijver Edgar Cairo (1948-2000), die de verhalen niet alleen in een onnavolg­bare stijl kon vertellen, maar ook met zijn hele lichaam kon naspelen.

Tijdens het symposium werd aangekondigd dat Noni Lichtveld binnenkort een boek zal publiceren over een andere
tricksterfiguur, namelijk Sací, een Braziliaans bosgeestje.

 

Angèle Jorna. (Foto: Theo Meder)

 

In het middagprogramma van het symposium was het woord als eerste aan Angèle Jorna. Zij is een professioneel verhalenvertelster en typeert zichzelf bovenal als een "theaterdier". Haar specialiteit is Afrikaanse verhalen: ze heeft ze verzameld en vertaald en vertelt ze al meer dan 20 jaar. Afrikanen zeggen van Angèle dat ze weliswaar een wit vel heeft, maar vast en zeker een zwarte ziel, en Nederlandse luisteraars weten na afloop soms niet eens meer, of ze nu zwart of wit was. Op het symposium hield ze een voordracht over de Afrikaanse spin- en andere dierverhalen (de Anansesèm), over de performance en de praktijk van het verhalen vertellen, en over aanverwante Afrikaanse tricksters als de haas (ook wel bekend als Broer Konijn) en de schildpad.

 

Jean Hellwig en Mona Veld van de Stichting Vista. (Foto: Ruben Koman)

 

Vervolgens kreeg het publiek een presentatie van de opnames die in Ghana in 2006 zijn gemaakt in het kader van het 'Anansi Masters'-project. De Stichting Vista Far Reaching Visuals heeft in verschillende Ghanese stadjes vertelfestivals georganiseerd en visueel vastgelegd. De presentatie werd wederom voorafgegaan door een korte 'Making of...' Hierna waren enkele prijswinnaars te zien. De eerste verteller was een boer, genaamd Kojo Anim. Hij vertelde hoe het komt dat alle verhalen met Ananse verbonden worden. Daarna kwam een vertelster genaamd Christiana Anaman, die in het dagelijks leven aannemer van beroep is. Zij speelde alsof ze een oude vrouw was en vertelde een verhaal waarin Ananse - op slinkse wijze vermomd als vogel - God wist af te luisteren. Als laatste vertelde Mary Okyerewa, die kapster van beroep is, een verhaal waarin Anansi niet voorkomt, maar waarin de haan van trots kraait omdat hij de python gedood heeft. Tijdens de twee presentaties van Vista bleek dat zowel de vertellers in Nederland als in Ghana uit verschillende bronnen kunnen putten: sommigen kenden het verhaal uit de mondelinge overlevering van de grootouders, anderen hadden het verhaal op school gehoord en weer anderen hadden het verhaal gelezen in een boek.

Na afloop beantwoordde Jean Hellwig nog enkele vragen over het Anansi Masters-project. Hij memoreerde onder meer dat de wedstrijd in Ghana beschikte over een Ghanese jury, en dat één van de criteria voor een goed Anansi-verhaal was dat er een duidelijke en passende moraal aan het slot moest worden geformuleerd. De opkomst in Ghana van Anansi-vertellers was overweldigend en trok ook een enorm groot publiek.

 

Rose Mary Allen. (Foto: Theo Meder)

 

De volgende spreekster was dr. Rose Mary Allen, een cultureel antropologe die geboren is op Curaçao. Zij is onlangs, op 16 maart 2007, gepromoveerd aan de Universiteit van Utrecht op het proefschrift Di ki manera? A Social History of Afro-Curaçaoans, 1863-1917. "Di ki manera" is een regel uit een slavenliedje en betekent zoveel als "Hoe doen we het?", "Hoe moeten we leven?" Rose Mary Allen deed met name onderzoek naar de etnische, sociale en economische positie van de Afro-Curaçaoenaars en maakte daarbij onder meer gebruik van de mondelinge verteltraditie. Ze gaat in haar proefschrift in op de macht die de overheid en de RK Kerk op de Afro-Curaçaoenaars uitoefende. Op het symposium gaf ze een lezing onder de titel 'De slavernij voorbij: het herinneringsproces via de orale traditie'. Ze sprak over de mondelinge cultuur van Afro-Curaçaoenaars, met name van liedjes, vertellingen en spreekwoorden die de herinnering aan het verleden en de slaventijd hebben vastgehouden. Tevens vertelde ze hoe Nederlandse kinderen in aanraking kwamen met de zwarte vertelcultuur via de kindermeisjes. In haar lezing maakte Rose Mary Allen een belangrijk onderscheid tussen wat in het publieke en het private domein verteld werd. Immers, niet alles was voor blanke oren bestemd en bepaalde liedjes en verhalen gingen in een geheimtaal die de blanke overheerser niet kon verstaan.

 

Renée Koldewijn. (Foto: Theo Meder)

 

Volgende spreekster was Renée Koldewijn, die als grafisch ontwerpster onder andere meewerkte aan het boek Hoe Nanzi de Koning Beetnam, een tweetalig boek in het Nederlands en het Papiaments. In een korte presentatie liet Koldewijn zien hoe in de loop der tijd geprobeerd is om Anansi te visualiseren: een vastomlijnd icoon bestaat immers niet. Tijdens de voordracht werd duidelijk dat het materiaal zich goeddeels beperkt tot de 20e en 21e eeuw en dat het nauwelijks mogelijk is om verder terug te gaan in de tijd. In de oudst bekende Ghanese illustraties wordt Ananse regelmatig voorgesteld als een mens. In afbeeldingen van tekenaars uit andere landen wordt Anansi soms als een echte spin weergegeven. Maar in de meeste gevallen wordt geprobeerd om het midden te vinden tussen mens en dier, bijvoorbeeld door een mens af te beelden met vier benen en vier armen, of door een spin te tekenen met menselijke gelaatstrekken of mensenkleren aan. Regelmatig wordt Anansi afgebeeld als een spin vermomd als heer, met een lange jas en een (hoge) hoed. Tot slot liet Koldewijn een reeks foto's zien van Antilliaanse kinderen die hun eigen voorstelling van Anansi hadden getekend.

 

Birgit Meyer. (Foto: Theo Meder)

 

De slot-discussie werd geleid door prof. dr. Birgit Meyer, aangesteld aan de Vrije Universiteit als hoogleraar culturele antropologie, in het bijzonder voor de studie van religie en identiteit. Tot haar specialisaties behoren onder andere populaire cultuur en de cultuur van West-Afrika. Birgit Meyer wist op bewonderenswaardige wijze de vele interessante informatie van de symposiumdag kort samen te vatten en te analyseren. In het kader van de noties 'overleven' en 'overlevering' wees zij nog eens op het wetenschappelijk belang van het onderscheid tussen "public" en "secret" informatie, zoals uiteengezet door Rose Mary Allen.

 

Hilli Arduin. (Foto: Theo Meder)

 

De geslaagde symposiumdag werd afgesloten door de professionele Surinaamse verhalen­vertelster Hilli Arduin, die Anansi in een reeks korte verhalen nog eens de reis liet afleggen van West-Afrika per slavenschip naar Suriname en de Antillen en vervolgens naar Nederland.

 

Het Anansi-symposium is door de Stichting Vista vastgelegd op video, en er zijn ook nog interviews gehouden met sprekers en publiek. Het ligt in de bedoeling om de lezingen in een wetenschappelijk tijdschrift te publiceren. Hopelijk kan het symposium een aanzet geven tot hernieuwd veldwerk en voortgezet wetenschappelijk onderzoek.

 

Theo Meder